Op 1 november 2021 maakte het RedTeam bekend dat het als team ophoudt te bestaan[1]. Een aantal leden van het RedTeam gaat op persoonlijke titel en vanuit hun eigen expertise en ervaring door met het geven van duiding, analyse en adviezen. Zelf kies ik daar niet voor.
In deze persoonlijke brief wil ik motiveren waarom ik deze keuze maak. Tegelijk wil ik de gelegenheid aangrijpen om kort op een rij te zetten wat het RedTeam was, wat het RedTeam voor mij heeft betekend en wat ik heb ervaren als mogelijke lessen voor de toekomst.
RedTeam
Sinds juli 2020 heb ik – eerst met drie en kort daarna – met elf collegae een team gevormd dat ongevraagd duiding, analyse en advies gaf over de corona-aanpak en de gevolgen van het kabinetsbeleid. Het was een bijzonder team. Het bestond uit experts met een grote diversiteit van relevante expertise en veldervaring uit eerdere epi- en pandemieën in Nederland, Afrika en Azië (Sars, Ebola, HIV/AIDS)[2].
Wij vormden met elkaar een vrijwillige, geheel onafhankelijke, niet-gefinancierde groep experts, die bij elkaar dezelfde missie, visie en waarden herkenden. Wij noemden onszelf ‘RedTeam’ omdat in een complexe crisis het gebruikelijk en noodzakelijk is om een RedTeam aan te stellen naast het ‘Blue Team’ dat de aanpak van de crisis leidt. Zo’n RedTeam geeft op basis van eigen analyse en duiding constructieve tegenspraak, om daarmee tunnelvisie en blinde vlekken van het Blue Team te voorkómen. In tegenstelling tot de gewenste situatie, had ons RedTeam geen formele of gevraagde status. Wij deden dit in onze vrije tijd naast ons gewone werk. Helaas bleek – ondanks aandringen van onze kant – communicatie of samenwerken met het kabinet en het OMT door hen niet gewenst.
Inbreng van het RedTeam
Van juli tot december 2020 heeft het RedTeam ongevraagd een aantal waarschuwingsbrieven, beleidsadviezen en onderwerpsgerichte adviezen (over veilige heropening van scholen, over mondneuskapjes en over testbeleid) uitgebracht. Tweemaal heeft het RedTeam een hoorzitting gegeven aan de Tweede Kamer. U kunt dit alles terugvinden op onze website: www.C19RedTeam.nl. Hier vindt u ook een totaaloverzicht van onze bijdragen in krant, radio en TV[3].
Op 4 februari 2021[4] maakte het RedTeam per openbare brief bekend als RedTeam voorlopig geen adviezen meer uit te zullen brengen. Belangrijkste reden was dat het kabinet vanaf het begin voor een andere strategie had gekozen (nl. het virus laten rondgaan op geleide van de ziekenhuis/IC-capaciteit) dan die wij hadden geadviseerd (nl. omlaag brengen en laag houden van het aantal besmettingen). Door te blijven hameren op de noodzaak van een ander beleid, zou het RedTeam geweld doen aan haar kernwaarde van ‘constructieve tegenspraak’ en in de beeldvorming al snel vervallen in activisme.
Vanaf februari 2021 hebben leden van het RedTeam, inclusief ik zelf, nog wel op individuele basis inbreng gegeven via persoonlijke contacten bij regerings- en oppositiepartijen in de Tweede Kamer, en op verzoek via bijdragen in kranten, radio en TV.
Waarom ik nu stop
Actieve deelname aan het RedTeam is voor mij een van de meest stimulerende ervaringen geweest in mijn loopbaan. De combinatie van competenties, ervaring, inzet en samenwerking vanuit een onafhankelijke positie met een gedeelde missie, visie en waarden leverde producten op die goed onderbouwd en breed gedragen waren en die een hoopvol, realistisch perspectief en alternatief boden in de landelijke discussie over de aanpak van deze coronacrisis.
Het RedTeam heeft besloten te stoppen om als team naar buiten te treden. Individuele leden zullen vanuit hun expertise en ervaring doorgaan om gevraagd en ongevraagd duiding te geven aan wat er gebeurt, de situatie te analyseren en adviezen te geven.
Mijn inbreng in het RedTeam deed ik vanuit mijn zorgervaring als huisarts en public-health-arts in eerste en tweedelijn en vanuit mijn bestuurlijke en toezichthoudende expertise. Ik ben geen expert op het gebied van virologie, epidemiologie, gedragskunde, data-analyse en ik heb ook geen epidemiologische-veldervaring. Mijn kracht kwam tot zijn recht binnen het functioneren in dit RedTeam. Nu dat team wegvalt, is het mijns inziens wijs niet meer bij te dragen aan het debat over de aanpak van deze pandemie. Ik weet dat er veel mensen zijn die steun vonden bij wat het RedTeam deed en ook bij wat ik in de media naar voren bracht. Het gaf hen hoop. Doorgaan heeft echter nu geen toegevoegde waarde meer.
Kernboodschappen van het RedTeam
Wat hebben we geleerd dat nuttig kan zijn bij de verdere aanpak van deze coronacrisis en ook wanneer er zich onverhoopt een nieuwe pandemie zou aandienen?
Onze kernboodschappen, die in onze brieven en adviezen steeds leidend geweest, bruikbaar als toetsingspunten bij de evaluatie van het beleid en als checklist voor toekomstig beleid:
“Corona is geen griepje” Het is een zeer besmettelijke A-ziekte, met mogelijk een ernstig en ook dodelijk verloop. De druk op de zorg is potentieel zeer hoog met daardoor verdringing van de reguliere zorg.
Stuur niet op ziekenhuiscapaciteit[5], maar op het omlaag brengen en laag houden van het aantal besmettingen. Hier lopen de belangen van de patiënt, de zorg, bedrijfsleven, cultuur en economie parallel. Het aantal besmettingen groeit zonder maatregelen exponentieel (verdubbelingstijd 10-14 dagen). Daarom is snelle interventie al noodzakelijk als het aantal besmettingen nog laag is. Als deze interventie snel en krachtig is, kan deze ook kort duren. Houd vervolgens het besmettingsniveau laag door het handhaven van de basismaatregelen[6] samen met intensief indambeleid[7]. Op deze wijze wordt ook voldaan aan het ‘voorzorgprincipe’. Vanuit risicomanagement: vermijden van risico’s die bij optreden niet aanvaardbaar zijn (‘Better Safe Than Sorry’). Gebruik de adviezen van de WHO, de ECDC, (inter)nationale experts en leer van ervaringen in andere landen.
Maak het beleid voorspelbaar. Stel landelijk en regionaal routekaarten vast, met indicatoren per fase, met daaraan gekoppeld in zwaarte toe/afnemende maatregelen die gebruikt worden bij op- en afschalen. Én als kabinet: houd je daar dan ook aan. Dat is een belangrijke voorwaarde voor vertrouwen van de burger in de leiding.
Vaccineren heeft topprioriteit, maar is niet genoeg. Vaccineren beschermt tegen ernstig ziek worden en dus tegen opname in ziekenhuis en IC. Het vaccinatiebereik is nu 82%, effectiviteit is 85%, effect vermindert in de tijd, effectiviteit bij nieuwe varianten is nog onbekend, na vaccinatie is er nog steeds (geringe) kans besmet te worden en dan ook anderen te besmetten. Een bewijs van vaccinatie geeft dus geen zekerheid dat de persoon niet besmettelijk is en biedt als coronatoegangsbewijs (CTB) dus schijnveiligheid. Er zijn nog steeds 2-3 miljoen mensen die niet beschermd zijn. Voor hen is brede toepassing van het CTB, waar het kabinet nu op lijkt in te zetten, dus onvoldoende als bescherming. Met name voor hen, maar ook voor de gevaccineerden, is het laag houden van het aantal besmettingen dus van groot belang, oftewel: voor iedereen is het behouden van de basismaatregelen – en zo nodig intensief indambeleid – essentieel.
Communicatie en vertrouwen zijn basisvoorwaarden. Goede communicatie is de sleutel om draagvlak te krijgen en te houden voor noodzakelijk beleid dat pijn doet. Deel dilemma’s, bouw voldoende urgentie op zonder paniek te veroorzaken, grijp tijdig en krachtig in, bied perspectief (routekaart), zorg voor een heldere advies-, besluitvormings- en verantwoordingsstructuur, communiceer eenduidig en consequent wat er van de burger wordt verwacht en handhaaf daar ook op. Bestrijd desinformatie. Vertrouwen in de leiding is essentieel.
Advisering, besluitvorming, verantwoording, evaluatie. Advisering dient onafhankelijk te zijn, vanuit alle relevante disciplines. Voorkom dat de advisering alleen plaatsvindt binnen de politieke context: wat de politici willen horen. Benoem daarnaast een onafhankelijk team met de opdracht constructieve tegenspraak te leveren, om daarmee kokerdenken te voorkómen: een ‘RedTeam’. Besluitvorming door het kabinet dient inzichtelijk en toetsbaar te zijn. Afleggen van verantwoording aan de Tweede kamer dient transparant en lerend te zijn. De tegenmacht van de Tweede Kamer kan en mag niet belemmerd worden door politieke overwegingen. Organiseer al tijdens de crisis tussentijdse, onafhankelijke evaluatie om te leren van fouten, te leren van andere landen. De WHO heeft duidelijke adviezen voor zo’n ‘in-action-review’. Fouten maken is normaal. Fouten erkennen en beleid aanpassen is een teken van kracht.
Terzijde nog twee korte opmerkingen over de huidige situatie (begin november 2021). Deze is zeer zorgelijk. Er is landelijk in toenemende mate sprake van een vertrouwenscrisis tussen politiek en burger, en dat niet alleen door de aanpak van de coronacrisis. Dit ondermijnt het draagvlak voor noodzakelijke maatregelen. Dan nog even over de zorg: ziekenhuizen en IC’s liggen weer overvol en de reguliere zorg wordt op veel plaatsten alweer verdrongen. Er is daardoor veel verborgen leed. De verpleegkundigen kunnen het echt niet meer aan. Dit blijkt uit de ziekteverzuimcijfers, de aantallen burn-out, en het feit dat in sommige ziekenhuizen hierdoor het aantal IC-bedden zelfs is afgeschaald.
Uitbreiding IC-capaciteit is om deze reden een illusie. Een zorginfarct is zichtbaar en er dreigt opnieuw ‘code zwart’. De enige oplossing is het zo snel mogelijk omlaag brengen van het aantal besmettingen. Het kabinet weet inmiddels hoe dat moet.
Wanneer gevraagd zou worden hoe een toekomstige epi-/pandemie zou moeten worden aangepakt, dan denk ik graag weer mee: we hebben veel geleerd en het zou goed zijn als deze lessen ook daadwerkelijk getrokken zouden worden.
2 november 2021
Wim Schellekens, voormalig huisarts, ziekenhuisbestuurder, hoofdinspecteur en lid RedTeam
[5] Sturen op ziekenhuiscapaciteit heeft als gevolg dat noodzakelijke maatregelen steeds te laat worden ingevoerd, met grote (vermijdbare) schade aan patiënten, de zorg en de zorgverleners (m.n. de verpleegkundigen). Door de noodzakelijke maatregelen, die dan ook veel langer moeten duren, ontstaat ook grote (vermijdbare) schade aan het bedrijfsleven, de cultuur en de economie. We hebben dat in de eerste en tweede golf gezien en we dreigen het nu (begin november 2021) weer te gaan zien.
[6] Basismaatregelen: voor het laag houden van het aantal besmettingen is een combinatie van maatregelen nodig die elk voor zich meer of minder meerwaarde hebben, maar gezamenlijk effectief zijn (model van de Zwitserse gatenkaas): thuis blijven en laten testen bij klachten, afstand houden, persoonlijke hygiëne, gebruik van mondneusmaskers, zo veel mogelijk thuis werken, ventilatie, vermijden van groepen.
[7] Intensief indambeleid: het doorbreken van de besmettingsketen via het bron- en contactonderzoek door de GGD, inclusief niet-vrijblijvende isolatie en quarantaine. Elke besmetting is een bron van meer besmettingen en verdere besmetting dient daarom actief te worden bestreden door isolatie van de besmette persoon en quarantaine van diens contacten.
Vandaag 12 jaar geleden beviel ik in een ziekenhuis in Nederland van mijn oudste dochter. Met de staart tussen de benen was ik drie weken daarvoor van Sierra Leone terug naar Nederland gevlogen. Met de allerlaatste vlucht die me als hoogzwangere nog mee wilde nemen. Het zat namelijk zo. Mijn baby lag in een stuit en de placenta was ingegroeid, dichtbij de opening van de baarmoedermond. Ze moest met een keizersnede gehaald worden, dat wist ik al ver van tevoren.
Mijn gynaecoloog in Sierra Leone was echt heel goed, met heel wat internationale kilometers op de teller. Hij had keizersnedes gedaan in de middle of nowhere. Ik had echt geen twijfel over zijn kennis of kunde. Maar hij was ook al heel oud. En hij ging graag naar familie in het binnenland. Een trip naar een stad 100km verderop kon tijdens het regenseizoen zo een dag in beslag nemen. Het spookte door mijn hoofd: als ze nou toch spontaan zou willen komen, mijn baby, en mijn gynaecoloog zou een weekendje het binnenland in zijn? Ik had er nachtmerries van. Dat nauwelijks opgeleide verpleegkundigen me moesten helpen met een onmogelijke bevalling. En dat er zoveel stress was rond mijn bevalling, dat mijn dochter ongemerkt verwisseld werd met een andere baby. De ochtend na die nachtmerrie ben ik naar het kantoor van Royal Air Maroc gegaan en wilde daar pas vertrekken toen ze een vlucht voor me regelden.
Helaas was het niet eind goed, al goed. De gynaecoloog in Nederland, ook niet onervaren trouwens, schoof minzaam mijn dossier uit Sierra Leone – ongelezen – onderop en bestelde een natuurlijke bevalling voor me. Dat ging mis want de baarmoeder kon niet open en ’s avonds, na vele uren schreeuwen en janken, kreeg ik dan eindelijk pijnstilling en die keizersnede. Mijn dochter kwam om 21.02 uur ter wereld.
Mijn oudste groeide de eerste jaren van haar leven op in Sierra Leone. Ze heeft er een fantastische kindertijd gehad en ik moet zeggen: het moederschap is daar ook vele malen leuker, makkelijker en meer een natuurlijk onderdeel van het leven dan hier. Dus we hadden het er allebei fijn. Maar het is en blijft één van de armste landen ter wereld. En nu was ik zelf niet echt arm (ook echt niet rijk trouwens) en was het leven daar voor mij echt niet moeilijk, één zorg speelde altijd in mijn achterhoofd. Altijd. 24/7. 60 seconden per minuut. Zorg. Wat nou als ze ziek wordt? Wat nou als ík ziek word? Wat nou, als geen zak geld ter wereld me kan helpen omdat de kennis er gewoon niet is, of de verzorgenden? Dat maakt het leven onzeker. De dood staat altijd dicht bij het leven. Toen ebola in Sierra Leone kwam, besloot ik daarom mijn dochter niet meer te laten terugkeren. En zijn we uiteindelijk samen hier neergestreken.
Pas als je het hebt meegemaakt, als je het hebt gezien, gevoeld, geleefd, weet je wat het is. Als je nergens terechtkunt met je zieke kind, of je zieke moeder, je partner. Als je mensen die je liefhebt ziet sterven en je helemaal niets voor ze kunt doen. Het leert je iets over het leven. En over de dood. Tijdens ebola heb ik zoveel dramatische dingen gezien, ik krijg het mijn leven lang niet meer van mijn netvlies af. Dode ouders in huis, kleine kinderen op het erf in quarantaine zonder begeleiding, zonder voedsel en water. Het is een dolksteek recht in je hart als je naar dit soort leed moet kijken en helemaal niets kunt doen.
Wat was ik dankbaar dat ik naar Nederland kon. Dat het hier veilig was. Dat hier een mensenleven iets waard was. Dat de ambulance er binnen zes minuten is en dat het meeste, meestal, goedkomt. Zo’n zorgstelsel is iets om te zoenen, om van te houden, om te koesteren en nooit weg te willen gooien. Want dat ondermijnende geknaag in je achterhoofd, die zorg dat je je kind niet kan helpen, dat je kind ieder moment wees kan worden, die heb je hier gewoon niet. De meesten van ons niet, dan.
“Een groot deel van de Nederlandse bevolking zal besmet raken met het virus.”
De schock was groot toen ik Rutte op 16 maart 2020 hoorde zeggen dat een groot deel van de Nederlandse bevolking besmet zou raken met het coronavirus, maar dat dat noodzakelijk was om groepsimmuniteit op te bouwen. Terwijl in andere landen al vele mensen aan de beademing lagen en de zorg compleet onderuit gezakt was, wilden wij jubelend het ziekbed in. Ik begreep het gewoon niet. En ik denk dat ik nog altijd de vaste grond onder mijn voeten niet heb hervonden. Het was en is extreem en dat een groot deel van de Nederlandse bevolking dit fantastisch vond (en als we eerlijk zijn, nog altijd vindt), dat is onbegrijpelijk. Dat gewauwel over vrijheid, we moeten nu leven, we kunnen niet eeuwig… . Dit soort geklets verwacht je in een land met een hele lage levensverwachting als Sierra Leone – waar je echt iedere dag mee wil pakken – en zelfs daar denken ze zo niet. Wij hebben een hele hoge levensverwachting. Wij zouden best twee maanden binnen kunnen zitten om zo met zo’n virus af te rekenen. We zijn ook rijk genoeg om zoiets te kunnen financieren. We hadden dat gewoon gekund. Maar we wilden het niet. En eigenlijk is dat maar om één reden: we vinden ziekte helemaal niet zo erg.
Als je zo’n belachelijk goed zorgstelsel hebt als Nederland, is ziekte doorgaans ook niet echt iets waar je je zorgen over hoeft te maken. Dat begrijp ik. En het is dan ook juist dat zorgstelsel dat ons de nek om heeft gedraaid. Opschalen maar en we kunnen weer bitterballen eten op een terras. Dansen en feesten, doen we er nog een paar ‘bedden’ bij. Totdat de rek er echt uit is, dan moeten we een paar stappen terug, maar zo min mogelijk en zo kort mogelijk. Intussen lallen we over ons biertje heen dat er maar meer IC-verpleegkundigen opgeleid moeten worden, en snel een beetje. Het weekendje weg staat voor de deur. En we moeten op vakantie. Dan halen ze die verpleegkundigen maar van andere afdelingen, of uit het buitenland ofzo. Proost. De noodkreten uit de zorg kwamen nauwelijks boven het glasgerinkel uit. You Only Live Once.
Al een tijdje laat de zorg ons weten: het ging al niet goed, maar de koek is echt op. Personeel is steeds vaker ziek thuis, personeel loopt weg, er komt niet genoeg personeel bij. En toch blijven we doorgaan. Terwijl we de eerste haarscheuren al zien. De tijd komt dat je, zelfs al zou je je hele bankrekening plunderen, op bepaalde momenten (of voor bepaalde aandoeningen) gewoon geen zorg kunt krijgen. Wij wilden per se geen nieuw normaal, maar dat hebben we toch gekregen. Want het oude normaal, komt niet meer terug. We accepteren nog meer ziekte, nog meer druk op de zorg, nog meer langdurige ziekte, meer (over)lijden en meer verdriet. Ouders zullen gaan merken wat het is als je voor je kind geen zorg dichtbij huis kunt krijgen, maar daar in een ander land voor terecht moet. Wat het is om geen hulp bij de bevalling te kunnen krijgen. We zullen gaan merken wat het is als je geen zorg meer kunt kopen voor je oude ouders en er helemaal zelf voor staat. In ons nieuwe normaal komt de dood steeds dichter bij het leven te staan en wordt zorgen voor anderen een steeds groter onderdeel van ons bestaan. Nou, proost. Dan leren we misschien ooit toch wat het is om voor elkaar te zorgen.
“Nogal melodramatisch,” noemt een kennis – werkzaam aan de Universiteit van Amsterdam – de eergisteren verschenen publieke ontslagbrief van universitair docent Matt Cornell. De ontslagbrief werd gepubliceerd in Folia en kreeg veel aandacht in de landelijke kranten. Cornell nam ontslag uit protest tegen de volledige heropening van de universiteit, waarbij geen adequate voorzorgsmaatregelen tegen verspreiding worden genomen. Dat mijn kennis dit ‘melodramatisch’ noemt, vind ik geen verrassende reactie. Want het is nogal opzienbarend voor Nederland, dat iemand consequenties verbindt aan zijn ongenoegen over politieke beslissingen. Wij zeuren en klagen wel graag, en ook al heeft meer dan de helft van ons geen vertrouwen meer in het overheidsbeleid; als de overheid zegt dat die mondkap af kan, dan doen we dat. No questions asked. Daar mor je misschien wat over, zet een boos bericht op social media, je bent even flink verontwaardigd, maar dat is het dan wel. Cornell niet, die maakte een fors statement met zijn ontslag. En dat valt moeilijk.
“De GGD en het Outbreak Management Team, nota bene de experts die de regering adviseren, hebben geadviseerd om het hoger onderwijs voorlopig nog niet te heropenen. Door dat te negeren volgt de universiteit de lijn-Rutte, en niet het advies van Nederlandse of internationale experts op het gebied van volksgezondheid. De UvA wordt hierdoor medeplichtig aan de schandalige manier waarop dit kabinet deze crisis heeft aangepakt.”
Matt Cornell, docent aan de Universiteit van Amsterdam in AT5.NL
De toon maakt de muziek
Cornell kreeg veel kritiek te verduren op zijn statement. Kritiek die vooral over de toon en de ‘grote woorden’ gaat, zoals meestal het geval is als het moeilijk wordt. En zoals gewoonlijk blijft de inhoud van Cornell’s statement grotendeels onbesproken. Hij is een “matennaaier”, “extreem doorgeslagen”, een “fulltime cry baby”, niet bijster slim en bovendien heeft hij het lef om het Nederlands beleid eugenetisch te noemen1. Nou, dan ben je gewoon af. Logisch. Cornell mag niet meer meedoen, zich lekker thuis in isolatie een potje gaan zitten aanstellen. Dan klagen wij nog even door over het overheidsbeleid. Wij mogen dat namelijk wel, met de vinger wijzen als er via de hogescholen en universiteiten een nieuwe golf op gang komt. Komt door de overheid, dat vinden we dan wel, maar we gebruiken er beter geen ‘grote woorden’ voor. Het klopt overigens ergens wel trouwens, dat het door de overheid komt. De overheid zet immers het beleid uit. Maar dat iets mag, wil niet zeggen dat je het ook moet doen. Dat geldt misschien wel in het bijzonder voor de universiteiten. En daar gaat Cornell’s protest over. En dat Cornell grote woorden en daden gebruikt, is niet voor niets.
Gedrag heeft consequenties. Dat leken zich niet altijd bewust zijn van die consequenties of simpelweg geen macht of overzicht hebben, is begrijpelijk. Maar bij universiteiten zouden ze toch moeten weten welke consequenties er vastzitten aan hun handelen. Stapje terug in de tijd. Die richtlijnen voor de zorg, voor het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen, weet u nog? Die richtlijn van het RIVM (mede ingegeven door schaarste), die stelde dat het gebruik van bepaalde PBM niet nodig was voor bijvoorbeeld zorgmedewerkers in de verpleeghuizen? En een richtlijn die stelde dat het testen van bewoners in de verpleeghuizen niet nodig was? Na de grote golf van uitbraken in die verpleeghuizen zei het RIVM ontwijkend: het was maar een handreiking, die instellingen hebben een eigen verantwoordelijkheid. Terwijl die instellingen zelf weer terugwijzen naar het RIVM. Wie nu werkelijk verantwoordelijk is, laat ik onbesproken. Feit is dat we intussen weten wat consequenties zijn van ‘klakkeloos volgen’, dat er een groot beroep wordt gedaan op onze eigen verantwoordelijkheid en dat we dat heel serieus moeten nemen. Cornell spreekt de UvA terecht aan op die verantwoordelijkheid.
Onwetenschappelijk
In een reactie op het ontslag van Cornell zegt een woordvoerder van de UvA kortweg: “[w]e doen er alles aan om coronabesmettingen op onze instellingen tegen te gaan.” Dat er binnenkort in een universiteitsgebouw zelfs een priklocatie geopend wordt waar studenten hun vaccinatie kunnen halen, is in de ogen van deze woordvoerder blijkbaar preventie. Ook al ben je pas twee maanden na de eerste prik goed beschermd tegen ernstige ziekte en in mindere mate voor besmetting met het coronavirus. En daar ligt het hele grote pijnpunt. De heropening van de hogescholen en de universiteiten komt te vroeg. Het is bovendien tegen het wetenschappelijk advies van het OMT in. En ook de praktische ervaring van de GGD’en wordt aan de kant geschoven. De universiteiten zetten door, ze gaan open, zonder al teveel poespas. Tegen wetenschappelijke inzichten in, herhaal ik nog maar eens. Nou. Dan mag je Cornell ‘melodramatisch’ noemen, maar van een wetenschappelijk instituut mag je toch verwachten dat juíst daar meer gewicht wordt gehangen aan wetenschappelijk inzicht boven politieke beslissingen. Cornell heeft gelijk. De universiteiten zijn onwetenschappelijk bezig.
Cornell beschrijft in zijn ontslagbrief hoe de UvA enerzijds een studie aanprees van haar eigen onderzoekers die waarschuwde voor de gevaren van aerosoloverdracht en het gebruik van maskers adviseerde, maar zich anderzijds een uitzonderingspositie aanmat. Toen in Nederland een mondkapjesplicht werd afgekondigd, vond de UvA dat dit niet voor haar campussen gold, omdat die niet publiek toegankelijk zijn. Wat is het idee achter deze beslissing, vraag je je af. Wetenschap? Blijkbaar niet, want er kwam geen wetenschappelijk onderbouwd betoog tégen het gebruik van mondneusmaskers op de campus. Een mening dus. En dat is best kwalijk, voor een universiteit. Zeker als je je bedenkt dat deze crisis voor de meeste academici die in de universiteiten rondlopen, ook de grootste crisis van hun tijd is en daarom in wetenschappelijk opzicht een rijke bron aan studiemateriaal oplevert, of op zou moeten leveren.
Het gaat overigens niet alleen om toen, toen alles nog nieuw was en niemand wist hoe lang het zou duren en hoe ingrijpend het allemaal zou zijn. Ook nu, met de deltavariant in opkomst, een dreigende vierde (!) golf, met in het achterhoofd de wetenschap dat de de UvA aerosoloverdracht plausibel vindt, mogen de studenten zonder mondneusmasker in de collegezalen en werkruimtes zitten. Ik heb net een rondje ‘Jan met de pet’ gedaan. Ik heb werkelijk helemaal niemand gevonden die gelooft dat mondneusmaskers wel werken als je loopt of staat, maar dat risico op besmetting stopt als je onbeschermd tegen elkaar in zit te walmen in een leslokaal of een collegezaal. Op de horde Facebookactivisten en een enkele Twitteraar na dan. En sommige mensen geloven overigens ook nog steeds niet dat mondneusmaskers überhaupt werken, maar dat terzijde.
“De UT en de VSNU hebben mij niks gevraagd en de onderwijsbestuurders zijn geheel op eigen houtje in jubelstemming geraakt over de opening van het onderwijs en het loslaten van de anderhalvemetermaatregel. Ik snap dat wel hoor. Plofuniversiteiten willen zoveel mogelijk plofstudenten op de vierkante meter.”
Femke Nijboer, docent aan de Universiteit Twente IN UTODAY.NL
Een beetje evidence-based, zeg maar
Doen de universiteiten er alles aan om coronabesmettingen tegen te gaan? Nee. Zelfs de meest laagdrempelige interventies worden niet ingezet. En dat is zo onwetenschappelijk als het maar kan.
Jeroen de Ridder, voorzitter van De Jonge Akademie, verwoordt het duidelijk: “Waarom zegt geen enkele universiteit, hogeschool of koepelorganisatie dan: wij treffen voor de veiligheid van studenten en medewerkers toch wat aanvullende maatregelen, in lijn met wat experts in huis, bij het RIVM, ECDC en de WHO zeggen. Een beetje evidence-based, zeg maar. Bijv. toch voorlopig nog overal mondkapjesplicht binnen, grootschalig toegankelijk sneltesten om de hoek, op z’n minst vrijwillig vragen om negatief testresultaat of vacc bewijs? … Verder stijgende verbazing nu ook nog blijkt dat OMT en zelfs de GGDs (hebben die zich ooit eerder kritisch geuit over het beleid?) tegen dit plan adviseren. Hoe ging het vorige keren ook alweer toen we sneller/verder openden dan OMT adviseerde?”
Medeplichtig
“@UvA_Amsterdam should have the guts to require vaccination for staff and students for access to the university buildings and provide Zoom education for those who are not vaccinated. It is too optimistic to open up for everyone in September and assume to still be open in November.” Roland Pierik, universitair hoofddocent Universiteit van Amsterdam.
Een moeilijk punt in de kritiek van Cornell op de UvA is misschien het feit dat hij de universiteit medeplichtig acht “aan de strategie van Rutte”. Cornell stelt dat de universiteit verantwoordelijkheid heeft tegenover de stad en tegenover de kwetsbaren binnen haar eigen muren. Dat heeft ieder individu, iedere instelling en ieder instituut. Maar de universiteit misschien zelfs net een beetje meer. Voor de leek zijn wetenschappelijke inzichten wellicht moeilijk te doorgronden, maar daar hebben ze bij universiteiten toch geen last van. Als ze ergens goed zouden moeten weten hoe verbonden zij zijn met de samenleving, de precedentwerking die zij scheppen door zo achteloos met risico’s om te springen, hoe politiek het coronabeleid werkelijk is, wat pre- en asymptomatische verspreiding is en wat exponentiële groei is, dan is het wel aan de universiteiten.
Verspreiding via universiteiten zal onherroepelijk tot besmettingen en verdere verspreiding in de rest van de samenleving leiden. Mensen die extra kwetsbaar zijn voor dit virus, zullen er ernstig ziek van worden of sterven, dat weten we inmiddels heel erg goed. Maar vanuit de universiteiten komt weinig roering. Of zoals Cornell schrijft: een universiteit als de “UvA die claimt studenten kritisch te leren denken en ethiek bij te brengen en zich graag laat voorstaan een instituut vol topwetenschappers te zijn” (vrij geciteerd), zou juist nu uitgebreid van zich moeten laten horen. Maar de universiteiten lopen niet voorop bij het vinden van innovatieve oplossingen om met de pandemie om te gaan. Ze zwengelen geen ethische discussies aan. Eigenlijk zijn ze oorverdovend stil. Ze volgen ‘het beleid’. Of met andere woorden: de politiek.
Een aantal universitaire docenten en professoren spreekt zich uit. Maar het is niet genoeg. Ze worden nauwelijks gehoord. Op Femke Nijboer na misschien, docent aan de Universiteit van Twente. Zij raakte een gevoelige snaar toen ze publiceerde dat ze geen ongevaccineerde studenten in haar collegezaal wilde. Want, stelt Nijboer, “[a]ls je pot-ver-drie een wetenschappelijke studie wilt doen, maar je gelooft niet in de wetenschap, wat doe je hier dan?” Maar hoe zit het dan met de universiteiten zelf? De zwijgende docenten? De wetenschappers die er werken? Al die hooggeleerde mensen die lijdzaam de politiek volgen en de wetenschap naast zich neerleggen? Nu is niet de tijd om oorverdovend stil te zijn. En daarom is het statement van Cornell – inclusief grote woorden – niet melodramatisch, maar bittere ernst en noodzaak. Die stilte moet doorbroken worden. Want, om het maar in de termen van Femke Nijboer uit te drukken: als wetenschappers pot-ver-drie al niet in de wetenschap geloven, waar staat de wetenschap dan eigenlijk voor?
1. Geen link, u kunt de ‘reaguursels’ op bijvoorbeeld weblog Geen Stijl erop naslaan.
Geschreven door Marino van Zelst, promovendus Organisatiewetenschappen en postdoc infectieziektenmodellering
Als ik besluitvormers spreek die om advies vragen omtrent organisatievraagstukken, krijgen ze steevast hetzelfde antwoord. “Marino, hoe moet ik het strategische proces beter inrichten?” waarop altijd volgt: “Tsja, dat hangt ervan af. Wat wil je leren?”
“It depends. It always depends.” Mijn studenten kunnen het niet meer aanhoren. In een werkcollege bij het vak strategische besluitvorming speelden we vaak een serious game. Dat is een mooie onderwijstool, waarbij we de realiteit zo goed mogelijk proberen na te bootsen. Studenten kunnen dan experimenteren met die realiteit door zelf keuzes te maken. Het mooie aan een serious game is dat er geen goede of foute keuzes zijn: er is geen vastgelegde uitkomst die ‘het beste’ is. Dit creëert de mogelijkheid om te leren, omdat er geen externe stimulans is om specifieke besluiten te nemen. Na een bepaalde werkgroep raakte ik in gesprek met een aantal studenten en vroeg ik hen wat ze van het vak vonden en wat we beter zouden kunnen doen. Een student zei: “ik vind het vak erg interessant, maar het is extreem complex. Kun je het vak niet wat makkelijker maken?”. Ik was even stil en zei: “dat hangt ervan af, wat is het doel van het volgen van het vak voor jou?” Het antwoord: “Ja, ik zit hier natuurlijk om te leren, duh.” We kaatsten nog wat op en neer en uiteindelijk besloot ik met: “De sleutel is lerend vermogen. Fouten maken mag, fouten maken ga je ook doen. Dat is okay, zolang je er maar van leert.”
De afgelopen tijd heb ik vaak moeten denken aan dit gesprek. Fouten maken mag, zolang je er maar van leert: misschien wel de kern van goede besluitvorming. Een beroemde quote, toegeschreven aan Albert Einstein, stelt dat de definitie van krankzinnigheid is om steeds weer hetzelfde doen, maar andere resultaten te verwachten. Dit begrijpen we allemaal wel. Maar de vraag is niet waarom dit het geval is, want dat is vrij simpel te beantwoorden. De belangrijkere vraag is waarom we steeds weer hetzelfde doen, ondanks dat we negatieve uitkomsten zien en ervaren. Zoiets zagen we ook na de kardinale fout van #dansenmetJanssen. Rutte noemde het een inschattingsfout. De Jonge, na twee weken lang het exponentiële probleem aanschouwd te hebben, formuleerde het als volgt: “De les is dat als je je op onbekend terrein begeeft, dat je dan toch het zekere voor het onzekere moet nemen.” Alsof we van tevoren niet wisten dat de besluiten van 18 juni genomen werden op onbekend terrein.
Het was natuurlijk geen inschattingsfout. De eerste golf kun je duiden als een inschattingsfout: we hadden geen ervaring. De tweede, derde, en nu vierde golf waren geen inschattingsfouten. Het waren bewust genomen risico’s, ondanks de waarschuwingen van vele experts en lessen uit het buitenland. Waarom werden die besluiten dan toch herhaald, ondanks dat de eerste golf ons leerde dat te laat ingrijpen gruwelijke gevolgen heeft gehad (een onderzoek uit Engeland liet zien dat als de lockdown in de eerste golf een week eerder begonnen was, er ongeveer 25.600 sterfgevallen voorkomen hadden kunnen worden[1])?
Hier kunnen we een aantal lessen trekken uit ‘mijn’ vakgebied, ‘performance feedback theory’ en ‘behavioral strategy’ (beide voortkomend uit de ‘Behavioral Theory of the Firm’ van Cyert en March, verplicht leesmateriaal). In het algemeen zien we dat besluitvormers actie beginnen te ondernemen zodra ze lager presteren dan vooraf gestelde targets. Simpel gezegd, in een for-profit context: als je winst lager is dan die van vorig jaar, is dat een signaal dat er iets niet goed gaat. Daarom zul je dus iets moeten aanpassen in de strategie (die dus klaarblijkelijk niet werkt). Deze bevinding is vrij robuust: we vinden dit in veel contexten, type bedrijven, en voor verschillende prestatie indicatoren. Maar uiteraard zijn er ook uitzonderingen. Soms zien we, raar genoeg, dat besluitvormers niets doen wanneer het slecht gaat. Ze persisteren in de huidige strategie en lijken niet te willen wijken van de ingeslagen weg.
Een onderzoek van Audia, Locke, en Smith (2000)[2] laat mooi zien onder welke condities dat gebeurt. In een labstudie tonen ze aan dat disfunctionele persistentie (het doorgaan met een strategie die overduidelijk verkeerd is) ontstaat wanneer besluitvormers tevreden zijn met eerdere prestaties, een groot geloof hebben in de juistheid van de huidige strategie, en wanneer ze informatie van critici naast zich neerleggen. Wat nog interessanter is: de auteurs concluderen ook dat besluitvormers volharden in de huidige strategie wanneer ze in het verleden succesvol waren, ondanks dat de omgeving hard aan het veranderen is. Doet het al een belletje rinkelen?
Een belangrijk doel van het kabinet is om de ziekenhuiscapaciteit beheersbaar te houden. Nu lag het ziekenhuis extreem ‘vol’ in de eerste golf, maar we kregen het virus redelijk snel stuk met de strategie in de eerste golf: het ‘succes’ van de strategie was aangetoond. De strategie begon echter te kraken in de tweede golf: we grepen te laat in, met ijzingwekkende gevolgen. In mei 2021 landde de Deltavariant in Nederland en de strategie van het sturen op ziekenhuiscapaciteit bleek episch te falen met tienduizenden besmettingen, duizenden opnames, en honderden (vermijdbare) doden tot gevolg. Het was geen inschattingsfout: het was persisteren met een disfunctionele strategie.
Een ander belangrijk fenomeen voor het leren van prestatie feedback zijn de motieven om te leren. De meest bestudeerde is ‘self-assessment’: de motivatie om zo objectief mogelijk te begrijpen waarom een bepaalde uitkomst gerealiseerd is. Een andere motivatie, genaamd ‘self-enhancement’, is gericht op het bezien van de zelf in een zo positief mogelijk licht. Als er informatie aan het licht komt waardoor het lijkt alsof we gefaald hebben, verdraaien we die informatie, leggen we achteraf uit waarom het zo ‘heeft moeten zijn’, of verdraaien we de origineel gestelde target die we wilden behalen. Onderzoek van Audia, Brion & Greve (2015)[3] laat zien dat we dit vaker doen wanneer we slecht presteren (duh). Ze laten echter ook zien dat besluitvormers slechter worden in het inschatten van fouten en het beperkt de neiging om veranderingen in de strategie aan te brengen: disfunctioneel persisteren dus. Sterker nog, ze laten ook zien dat besluitvormers, die ‘self-enhancement’ gebruiken als motivatie om te leren, meer geneigd zijn om vergelijkingen te maken met andere organisaties die slecht presteren. Logisch dat we ons dus niet vergelijken met Zuid-Korea, Nieuw-Zeeland, of menig Afrikaans land: we zouden er bekaaid vanaf komen. Opnieuw zien we dit fenomeen terug in de discussie rondom de coronastrategie. “We hadden het niet zien aankomen”, “het was een inschattingsfout”, en al die andere landen zijn onvergelijkbaar, dus mag je onze prestaties daarmee niet vergelijken. Als een politica benoemt dat onze strategie bepaalde gevolgen heeft gehad en we daarom van strategie moeten wisselen, is dit zelfs onbeschaafd. Alles wordt uit de kast gehaald om maar niet te hoeven toegeven dat we persisteren in een disfunctionele strategie, ondanks de belabberde resultaten.
Ik ben niet de enige die de strategie veroordeelt. Er zijn allerlei kwalificaties die gebruikt kunnen worden voor de huidige strategie. Sylvana Simons noemt de strategie onethisch[4]. Matt Cornell, in een vlammend betoog, noemt de strategie eugenetisch[5]. Kamran Abbasi, in een korte editorial in BMJ, noemt het ‘sociale moord’[6]. Wat de correcte kwalificatie is weet ik niet: dat hangt ervan af. Wat ik wel weet is dat de strategie disfunctioneel is en dat de beleidsmakers er toch in persisteren. Zolang het kabinet, en dat deel van het parlement wat deze strategie ondersteunt, wegkomt met het herhaaldelijk maken van ‘inschattingsfouten’ (Afghanistan, anyone?), verandert er niets. En dat is een treurig vooruitzicht, want voor heel veel mensen in dit land, hangt alles ervan af.
In de ogen van de één zijn de coronavaccins onze redding. In de ogen van de ander zijn de vaccins genetisch gemodificeerde rotzooi die je niet in je lichaam wil hebben. De samenleving raakt opgedeeld in twee kampen: je bent óf lyrisch over de vaccins, of je bent een antivaxx-wappie. De vele tinten grijs die er tussen deze twee uitersten zitten, raken steeds meer vervaagd. Er kan zelfs geen normaal gesprek meer gevoerd worden over vaccineren tegen corona.
Begrijp me goed, ik ben pro-vaccineren, maar niet lyrisch over de vaccins. Ik zie ze niet als dé redding, maar als belangrijk hulpmiddel. Ik zie de voordelen van vaccineren, maar ik begrijp ook dat niet iedereen die ziet. Lang onthield ik me van uitspraken over die vaccins, eigenlijk alleen maar omdat ik beide kanten begrijp. Maar de situatie die nu ontstaat, de ‘hysterie’ bij onze overheid om maar zo snel mogelijk in iedere arm een prik te krijgen, bekruipt me. Als antropoloog, maar ook als mens.
Door schande wijs
Omdat ik veel gewerkt heb in Afrikaanse landen, ben ik het wel gewend om dat gele boekje bij me te dragen. Op het ebolavaccin na ben ik ingeënt tegen werkelijk bijna alles, zelfs hondsdolheid. Ik heb altijd begrepen dat ik sommige gebieden niet in mocht zonder bijvoorbeeld een vaccinatie tegen gele koorts, of meningokokken. Door schande wijs geworden overigens. Want ooit zat ik in Sierra Leone vast bij de grens met Guinee. Ik werd niet binnengelaten zonder geldig Yellow Fever Certificate, zelfs niet tegen een aardig duitje Guinea Francs. Vergeef me, ik was daar nieuw, jong en onbezonnen en probeerde dat inderdaad, ik was korter dan 10 dagen tevoren ingeënt. Op mijn vraag waarom die vaccinatie echt zo per se noodzakelijk was, was het antwoord simpel en kort: “We hebben hier nauwelijks gezondheidszorg. Jouw besmetting kost andere mensen het leven en veroorzaakt een hele grote puinhoop.” Say no more. Natuurlijk weet je dan; het is krankzinnig dat je andere mensen aan dat soort risico’s wil blootstellen.
Het doel heiligt de middelen
Ik ben dus niet pertinent tegen een vaccinatieplicht, of vaccinatiedwang. Soms heiligt het doel de middelen. Als je echt niet anders kan. Als je alles hebt gedaan om je land of een gebied vrij te houden van een ziekte, of transmissie laag te houden en een vaccinatie echt de enige oplossing is om je land en de bevolking te beschermen tegen ernstige ziekte, sterfte of maatschappelijke ontwrichting. Als je je prioriteiten hebt gesteld: we zetten alles op alles om de kwaliteit en beschikbaarheid van zorg voor iedereen te kunnen waarborgen. En ook het onderwijs, als belangrijk fundament van onze samenleving, beschermen we tegen sluiting met alle mogelijke middelen en voorzorg die we voor handen hebben. En daar zit voor mij nu wel de grootste wrijving. Want als je echt prioriteit had gegeven aan zorg en onderwijs, dan hadden we deze zomer alles op alles gezet om de verspreiding ver omlaag te brengen en te houden. In plaats daarvan werden mensen gestimuleerd om te gaan Dansen met Janssen, op vakantie te gaan, te gaan recreëren, en te consumeren. Met het reële risico dat we in de herfst weer met maatregelen zullen zitten, omdat we met een hoge besmettingsgraad het nieuwe schooljaar ingaan. Meer mensen in het ziekenhuis, de zorg die nog ingehaald moet worden staat weer onder druk, de kwaliteit van zorg kan op den duur weer niet gewaarborgd worden, maar de Formule 1 in Zandvoort gaat door.
Aanvaardbare risico’s
Nederland zette vanaf het begin van de pandemie in op het accepteren van risico’s. De “aanvaardbare risico’s,” zoals Rutte dat noemt. Een individuele besmetting is niet erg, zolang we maar niet teveel te grote clusters veroorzaken. In persconferenties, maar ook in Tweede Kamerdebatten hoorden we onze premier meermaals verlangen naar de kroeg en bitterballen op een terras, terwijl de zorg toen al door de hoeven was gezakt. Zeker in het begin werd keer op keer herhaald: “het treft vooral ouderen”. Velen van ons zouden ziek worden maar dat was juist goed, om dat ‘beschermende muurtje om de kwetsbaren’ heen te bouwen. En mensen accepteerden die risico’s. Ze bleven aan het werk, ook daar waar er geen maatregelen getroffen werden. In de zorg zonder mondneusmaskers, in het onderwijs en de opvang, met kinderen met klachten, in allerlei andere beroepen waar thuiswerken niet mogelijk was. En dat geeft ons – bewust of onbewust – een boodschap: als dat allemaal kan en die mensen lopen op die manier geen risico, “dan is corona voor mij niet zo erg”.
Heen en weer
Tijdens de coronacrisis zijn wij als samenleving heen en weer geslingerd in een – en ja, ik ga dit woord echt gebruiken – krankjorum beleid. Moesten we eerst massaal ziek worden om groepsimmuniteit te bereiken, een week later zaten we ineens in een ‘intelligente’ lockdown. Mondneusmaskers werkten niet, alleen in het openbaar vervoer. Toen weer wel, maar alleen als je stond of liep. Kinderen raakten nauwelijks besmet, toen weer wel, maar vooral de oudere kinderen en die kregen het dan weer niet op school, maar op de fiets. Terwijl de rest van ons, hoger dan 1 meter weet ik niet, in de buitenlucht dan weer nauwelijks besmet raken. Met z’n vieren in een auto leverde besmettingsgevaar op, maar met z’n allen in het vliegtuig was volkomen veilig. Het was al snel duidelijk: we waaiden met alle lobby’s mee.
Goed en kwaad
De lijst met onbegrijpelijke en ondoorgrondelijke uitspraken en maatregelen is eindeloos lang. En ergens, toen die lijst aan het groeien was, donderden er steeds meer mensen overboord. Veel mensen kregen twijfels. Zochten naar antwoorden. Houvast. Want ook hun levens stonden op z’n kop. Ze werden bediend op nog meer wazigheden, gelieg en gedraai bij Kamerdebatten. Er was nauwelijks goede voorlichting te vinden. Dokter Google gaf antwoord. Lotgenoten op Facebook naaiden elkaar op. Er moest meer achter zitten. En ja, er staan altijd mensen klaar om deze willige slachtoffers naar binnen te halen. Er zijn altijd mensen die de maatschappij graag willen ontwrichten. En helaas, daar zijn ze goed in geslaagd. We zijn ze gaan zien als één grote groep ‘wappies’. Waarmee we de mensen die van ontwrichten hun levenswerk hebben gemaakt, gelijkstellen aan mensen die echt in de war zijn. Het komt ons uit, zo’n nette onderverdeling tussen goed en kwaad.
Voor of tegen
In dit proces verdelen we de samenleving onder in ‘voor of tegen’. Mensen die oprecht twijfels hebben, die zich keurig aan alle maatregelen houden, die helemaal niet meelopen in demonstraties en zich ook gewoon zorgen maken om hun gezondheid, kunnen nergens met hun twijfels terecht. Ze raken in een isolement en voelen zich al vaak gedwongen om te liegen over hun vaccinatiestatus. Zelfs tegenover hun eigen familieleden. Voor hen is het vaccin te nieuw, of ze begrijpen niet waarom ze zich nu moeten laten vaccineren terwijl ziek worden voor hen eerder ook niet als problematisch gezien werd. Is natuurlijke immuniteit voor hen niet beter dan vaccinatie? Wat zijn de lange termijn effecten van deze vaccins? En weten we eigenlijk wel zeker dat ze goed werken? Sommige mensen willen hun verhaal graag kwijt, hun twijfels bespreken en beslissen dan alsnog om zich te laten vaccineren. Als je uitlegt dat niet alleen gezondheidsschade voor henzelf invloed heeft op hun leven, maar ook de maatschappelijke schade. Of dat ze op die manier de risico’s voor hun ongevaccineerde kinderen beperken. En dan zijn er nog de mensen die het gewoon niet zo nodig vinden, maar zich wel zouden laten vaccineren om op vakantie te kunnen gaan. Sommigen van hen zijn zich echt niet zo bewust van hun eigen rol in de verspreiding (dat geldt voor veel jongeren bijvoorbeeld) en weer anderen voelen zich helemaal niet betrokken bij de maatschappij, dus het zal allemaal wel.
Hoe goed werken die vaccins nou eigenlijk?
En dan de grote hamvraag: hoe goed werken die vaccins nou eigenlijk? Overal ter wereld zien we: ze werken echt heel goed tegen ernstige ziekte. Maar de vraag is hoezeer ze helpen tegen verspreiding. Er zijn meerdere studies waaruit blijkt dat gevaccineerden evenveel virus bij zich kunnen dragen als ongevaccineerden, alleen voor kortere duur. Als het goed is, zijn die mensen ziek thuis, dus de kortere duur heeft dan geen effect op de verspreiding. En de allergrootste vraag, namelijk hoe vaak doorbraakinfecties voorkomen, blijft vooralsnog onbeantwoord. Gevaccineerden zou je actief moeten aanmoedigen zich te laten testen bij klachten, maar dat gebeurt niet. En als deze mensen zich niet laten testen, bijvoorbeeld omdat ze denken dat het vast iets anders is dan corona want gevaccineerd, dan is die vraag vooralsnog onmogelijk te beantwoorden. Dit bespreken we nauwelijks, uit angst dat dit koren op de molen is van de ‘antivaxx-wappies’, maar dat is echt een verkeerd uitgangspunt.
Hooggespannen verwachtingen
De vaccins zijn gemaakt om het risico op ernstige ziekte te verminderen en dat doen ze echt bijzonder goed. Dat is een enorme winst. Maar we kunnen daar al niet eens meer blij mee zijn. We hebben ons bedacht dat ze dan ook moeten beschermen tegen besmetting en als dat niet zo is, dan werken die vaccins niet. Een volslagen absurde conclusie. Maar dit is wel wat de overheid met haar beleid en communicatie bewerkstelligt: de vaccins waren dé uitweg. De mooie zomer die zou komen, het vooruitzicht dat alle maatregelen losgelaten zouden kunnen worden. Maar kan dat wel, als gevaccineerden ook verspreiden? Tja, en daarom slaat onder sommige mensen de twijfel toch ook weer toe. En dus komt de vaccinatieplicht weer ter sprake. Dat is onterecht. Want in Nederland is de vaccinatiebereidheid echt enorm hoog. Ongehoord hoog. Dat moet je koesteren. En zetten we wel alle middelen die we hebben in om verspreiding tegen te gaan? Is een mondneusmasker voor iedereen niet minder belastend dan mensen te dwingen zich te laten vaccineren? En als het om zowel tegengaan van ziekte als tegengaan van verspreiding gaat, waarom dan geen mondneusmasker én een vaccinatie? Met welke reden willen we iedereen dwingen zich te laten vaccineren? Om naar een evenement te kunnen? Of om te zorgen dat er genoeg zorg is voor iedereen? Want dat maakt nogal een verschil.
Geen dwang, maar stimulans
Nu is er in Nederland (nog) geen sprake van een vaccinatieplicht. Maar we bewegen er langzaam naartoe. Ik hoor steeds vaker: die verplichting moet er komen, het is genoeg geweest met de pandemie. De Tweede Kamer stemde in met het voorstel om niet-gevaccineerden te laten meebetalen aan hun ’test voor toegang’. Daarmee is een eerste stap gezet in ongelijke behandeling. En de motivatie is vaag. Want gevaccineerden kunnen ook (ongemerkt) verspreiden. Waar ligt het verschil? Ook bij gevaccineerden wordt hoge virale lading gevonden. Wie wel en wie niet veel virus bij zich draagt, kan niemand aan de buitenkant zien. Hugo de Jonge was er tijdens de persconferentie van 13 augustus eerlijk over: vaccineren moet wel voordelen hebben. “Het is geen dwang, dat is het niet. Ook niet indirect. Het is wel een sterke stimulans, en die bedoelen we eigenlijk ook.” Het is in epidemiologisch opzicht niet de beste zet om alleen van ongevaccineerden te vragen zich te laten testen voor toegang, want gevaccineerden verspreiden ook. Dit is “alle mogelijke manieren aangrijpen om mensen te stimuleren tot vaccinatie”. Kijk, en daar vind ik wat van. Want dit is echt gericht op jongeren. Jongeren die zelf mogen beslissen of ze zich laten vaccineren. Die een weloverwogen keuze moeten kunnen maken. Maar die nu gewoon die prikbus inlopen omdat ze anders ergens niet binnenkomen. De impulsprik onder minderjarigen, zeg maar. En dat is heel erg kwalijk.
Prikken om de juiste redenen
Die vaccinatieplicht, dwang of drang is bij ons vooralsnog niet nodig. De vaccinatiegraad is hoog. Een deel van de mensen bereik je echt niet, punt. Er zijn nou eenmaal mensen die de boel koste wat kost willen ondermijnen. Dan zijn er de twijfelaars. Onder hen veel jongeren. Die kan je een perverse financiële prikkel geven, omdat die gewoon de centen niet hebben om steeds te testen voor toegang, óf ze goede voorlichting geven. Ze beschermen om de juiste redenen. En die zijn er. Kijk naar wat er in de Verenigde Staten gebeurt: er komen steeds meer kinderen in ziekenhuizen terecht. Het aantal gevallen langdurigcovid onder jonge mensen neemt toe. Het kan ze flink ziek maken. De jonge kinderen, die niet gevaccineerd kunnen worden, lopen risico’s die we maar niet willen zien. En het is juist in hun belang dat er zo min mogelijk verspreiding is. Dat bereiken we voor een deel met de vaccins (omdat toch minder mensen ziek zullen worden) en deels met andere voorzorgsmaatregelen. Doe het allemaal.
Als dat allemaal niet voldoende effect heeft moet je, in het belang van de gezondheid van alle mensen die nog altijd veel risico lopen, overwegen tot vaccinatieplicht over te gaan. Zoals de gouverneur van Washington deed, die geen gok wilde nemen met de gezondheid van kinderen. Een vaccinatieplicht voor iedereen die met kinderen werkt én een maskerplicht voor iedereen. Het is niet prikken, prikken, prikken omdat ‘iedereen zich maar moet laten vaccineren punt’. Het is prikken, testen, quarantaine, thuisblijven bij klachten, afstand houden, mondneusmasker dragen, alles, totdat de besmettingsgraad laag genoeg is om iedereen in onze samenleving deel te kunnen laten nemen aan het leven. Zo beschermen we met z’n allen de samenleving tegen mensen die de samenleving hoe dan ook willen ontwrichten. Tegen het virus. We voorkomen maatregelen. Willekeur. En zo voorkomen we ook dat we voor onbepaalde tijd onze grondrechten moeten opgeven. Want dat doen we, naar mijn idee, nu wel al te makkelijk.
Nu steeds meer mensen in onze samenleving gevaccineerd zijn, klinkt de roep om het loslaten van maatregelen in de media steeds luider. We houden nauwlettend de situatie in het Verenigd Koninkrijk in de gaten. Na hun ‘bevrijdidingsdag’ kwam geen tsunami aan Delta-slachtoffers, maar een scherpe daling in de besmettingen. Zie je wel, dat is het effect van de vaccinaties, is de snelle conclusie. En ook in Nederland zien we een rustige zomer, vinden we. Ondanks de relatief hoge besmettingsgraad vergeleken met vorig jaar en ondanks het hoge percentage positieve testen. En dat is ondanks de zomervakantie, gesloten scholen en peuterspeelzalen, ondanks het feit dat er veel minder mobiliteit is, er redelijk wat mensen op vakantie zijn, je veel meer buiten af kunt spreken en veel mensen een paar weken vrij zijn van hun werk.
Eigenlijk is er gewoon veel verspreiding in de samenleving. Maar iedere keer als de cijfers wat gaan dalen, hangen wij meteen de vlag uit. Corona raakt uitgedoofd, we zijn er klaar mee, ‘we kunnen weer’. Het is iedere keer hetzelfde. En iedere keer leidt het tot teleurstelling. Zoals het ook nu zal doen. Want het virus is niet weg en het verspreidt zich. De supermegaverspreiding via evenementen en festivals is gestopt. Nu verspreidt het virus zich op zijn normale gangetje door de leeftijdsgroepen heen. En dat duurt altijd even. Een paar weken nadat de scholen weer open zijn, gaat het dan weer mis. Iedere keer weer.
Wij doen hetzelfde als de landen om ons heen
Wij vergelijken ons graag met andere landen met een hoge vaccinatiegraad. We concluderen snel dat het daar wel meevalt (ook al vindt bijvoorbeeld een land als Israël dat zelf helemaal niet) en dus werken die vaccins tegen alles. Ze werken echt goed overigens, tegen ernstige ziekte. Maar of er daadwerkelijk aanwijzing is dat ze ook werken tegen verspreiding? Nee. De onderzoeksresultaten zijn conflicterend. Daarnaast hebben wij ten onrechte het idee dat we zo ongeveer hetzelfde doen als die andere landen. Waarbij we de beperkende maatregelen die zij hebben, over het hoofd zien.
Bijna alle landen hebben nog altijd een mondneusmaskerplicht bijvoorbeeld, soms alleen binnen, soms binnen en buiten. Soms geldt die plicht ook voor jonge kinderen vanaf twee jaar, in de schoolsetting. Terwijl bij ons de kinderen straks zonder anderhalve meter afstand, zonder mondneusmasker en met klachten in slecht geventileerde klaslokalen bij elkaar mogen zitten.
In Duitsland, waar het momenteel een stuk beter gaat dan hier, is het voor het publiek zelfs verplicht een FFP2 masker te dragen. Bijna overal ter wereld wordt in de zorgsetting een mondneusmasker gedragen, waar wij onbekommerd en onbeschermd bij de huisarts op bezoek gaan. Of bij zieke familieleden in het ziekenhuis. In sommige landen is er veel aandacht voor ventilatie, waarbij men ervan uitgaat dat verspreiding ook via aerosolen plaatsvindt. In veel landen kan je bij wijze van spreken op iedere straathoek testen, wat de testbereidheid aanzienlijk vergroot. Sommige landen hebben strenge inreisbeperkingen. Kijk, het lijkt allemaal wel zo’n beetje hetzelfde, maar dat is het niet. Al die landen waar we ons graag mee vergelijken hebben een breed palet aan maatregelen en een eigen timing voor de inzet ervan.
En ook de strategieën verschillen wel wat van elkaar. In Australië is er veel aandacht voor besmettingen in de buitenlucht en besmetting bij vluchtig passeren in de openbare ruimte. Bij ons is dat niet van belang. Wij accepteren dat het virus rondgaat. We kijken niet op een paar individuele besmettingen. Wij zijn gericht op het tegengaan van grote clusters. En hoe meer mensen gevaccineerd zijn, hoe groter die clusters mogen worden. Het Verenigd Koninkrijk volgt diezelfde filosofie, terwijl Israël meer inzet op het tegengaan van verspreiding in het algemeen.
Maar wij hebben de beste experts
We doen het dus overal (in ieder geval nét een beetje) anders. Al sinds het begin van de pandemie horen we Rutte vaak verdedigend zeggen: “Maar wij hebben de beste experts.” Waarom doen wij het dan relatief slecht, vergeleken met andere landen? Zijn onze experts dan echt wel zo goed? Soms kan je het gevoel bekruipen dat ze niet weten waar ze het over hebben, als ze weer net te laat, net te weinig maatregelen adviseren om een nieuwe besmettingsgolf te voorkomen.
Waarom luistert ons kabinet niet liever naar de adviezen van experts uit andere landen, of van gezondheidsinstituten als het Robert Koch Institut in Duitsland, of het CDC in de Verenigde Staten, of naar de WHO? Hoe komt het dat ‘de’ wetenschap over corona in andere landen anders is dan bij ons? En hoe komt het dat leiders van andere landen zich ook, net als Rutte, herhaaldelijk beroepen op de inbreng van hun eigen ‘allerbeste experts’?
Wetenschap, politiek of ideologie?
Is de aanpak gebaseerd op wetenschap, op ideologie, of is het 100% politiek? In de praktijk blijkt daar onmogelijk een duidelijke scheidslijn in aan te brengen. Het is een beetje van alles wat, waarbij de politieke ideologie de boventoon voert. Wetenschap wordt vooral op díe manier ingezet, die past bij de heersende politieke ideologie.
Maar welk beleid is dan ‘goed’, of ‘beter’? En welke experts zijn dan ‘goed’ of ‘beter’? Ook dat kan je op verschillende manieren bekijken. Om dat goed te kunnen begrijpen, moeten we eerst een kijkje nemen op de wereldkaart:
Wat suf, die kaart zo ondersteboven. Alhoewel, is dat wel zo suf? Als je beter kijkt, staat de kaart met een reden ondersteboven. Maar waarom lijkt Europa op deze kaart in het niet te vallen, terwijl ons continent op de ‘normale’ wereldkaart zo prominent aanwezig is? Het centrum van de kaart, zeg maar, waar alles omheen draait. Nou kijk, als je vanuit Australië naar de wereld kijkt, ziet die er heel anders uit. Dan zijn wij ineens niet meer het middelpunt van het bestaan, maar zijzelf. En zo zit het eigenlijk met alles.
Hoe we naar de wereld kijken, ligt aan: • waar we zijn • welke afspraken we daar met elkaar maken • wat we daar, in het algemeen, ‘normaal’ vinden • welke regels er daar gelden • wie die regels maakt
We bekijken de wereld allemaal vanuit ons eigen perspectief. Vanuit onze eigen normen en waarden, wetten en regels. We vragen ons maar zelden af wat er zo ‘normaal’ is aan hoe wij leven. Voor ons zijn het een soort ijzeren natuurwetten waar we naar leven. We beschouwen de wereld om ons heen als ‘raar’, ‘vreemd’, of ‘anders’. Net zoals je maar moeilijk kunt wennen aan de wereldkaart hierboven en die het liefst zou willen draaien om alles weer in perspectief te krijgen, zo doen we dat ook als we ons geconfronteerd zien met andere manieren van leven.
Nu, tijdens de pandemie, worstelen we vooral met dit begrip, of liever gezegd: het gebrek aan dit begrip. We denken dat wetenschap objectief is, we denken dat alle overheden – ongeacht hun politieke ideologie – één objectieve maatstaf gebruiken om te doen wat het ‘beste’ is voor hun bevolking, of dat tenminste zouden moeten nastreven. What’s good for the goose, is good for the gander. Wat goed of acceptabel is voor de één, zou automatisch goed of acceptabel zijn voor de ander. Maar wie bepaalt dat? Het rijke westen? Nederland? Europa? De Verenigde Staten? Brazilië? China? Nieuw Zeeland? Of Australië? Het antwoord is: niemand.
Het is ieder land voor zich. En dus volgen verschillende landen verschillend beleid, wordt er in de wetenschap verschillend gedacht over bepaalde onderwerpen en worden bepaalde dingen juist wel, of juist niet onderzocht. En hebben alle overheden de beschikking over ‘de beste experts’ die hun beleid van een wetenschappelijk kader voorzien.
In Australië draait het beleid om het beschermen van alle Australiërs tegen infectie, in gelijke mate. In Nederland beschermen we de ‘kwetsbaren’, waarbij de overheid in samenspraak met de experts bepaalt wie de kwetsbaren zijn. In Brazilië wil men het liefst niemand beschermen tegen het virus, maar het uit laten razen, ondanks de gevolgen voor de volksgezondheid. In Indonesië koos men voor een strategie waarbij de economie boven de volksgezondheid werd geplaatst. In hun vaccinatiestrategie bijvoorbeeld, staan niet de ouderen en de mensen met ‘onderliggend lijden’ centraal, maar de jonge, fitte arbeidspopulatie.
Etnocentrisme Je beoordeelt andere culturen aan de hand van de normen en waarden van je eigen samenleving. Je eigen cultuur geldt als maatstaf – van wat je ‘normaal’ vindt – waardoor je andere culturen vaak automatisch ziet als minderwaardige imitaties van je eigen cultuur.
In Nederland zijn wetenschap en politiek nauwelijks van elkaar te onderscheiden
In Nederland is ‘de wetenschap’ achter het coronabeleid een grote zwarte doos. De OMT verslagen geven een kleine inkijk in hoe de overheid geadviseerd wordt met betrekking tot maatregelen en versoepelingen, maar niet in de kijk van de experts op de strategie. In Nederland lijkt het zelfs wel alsof die strategie helemaal niet wordt bevraagd. De wetenschappers betrokken bij het beleid, lijken opvallend eensgezind in hun opvattingen en hun kennis over corona.
Op een enkeling na, is er in Nederland binnen de invloedrijke kring van experts niemand die ooit het vraagstuk heeft opgeworpen of gecontroleerd uitrazen een wenselijke strategie is, vanuit wetenschappelijk perspectief. Is het überhaupt mogelijk? Hoe monitoren zij dat? Waarop baseren zij dat rotsvaste geloof dat je dat virus onder controle kunt houden, zelfs nadat de hele samenleving tot driemaal toe heeft kunnen zien dat dat schier onmogelijk is?
Kennis en wetenschappelijke discussies in andere landen lijken, zo van buitenaf bekeken – niet door de harde schil van de Nederlandse (bio)medische wetenschap te komen. Zo is er in Nederland geen discussie over de besmettelijkheid van kinderen, hun rol in de verspreiding, het nut van mondneusmaskers, aerosolen, het belang van ventilatie, om maar een paar voorbeelden te noemen. Er is geen discussie, maar vaak ook geen ‘kennis van eigen bodem’. Zo weten we weinig over de rol van kinderen in de verspreiding, maar nemen we aan dat die rol klein is.
Ook de ‘harde wetenschap’ kent ideologie en cultuur
Om de biomedische wetenschap te omschrijven gebruiken we in de volksmond wel het woord ‘harde wetenschap’, of exacte wetenschap. Die woorden suggereren een bepaalde onvoorwaardelijke objectiviteit. Maar hoe objectief is objectief? Met de ‘harde wetenschap’ kunnen makkelijker objectieve metingen worden gedaan dan met sociaalwetenschappelijk onderzoek. Bij de harde wetenschap kunnen experimenten in wiskundige modellen worden weergegeven, makkelijker worden herhaald door andere wetenschappers om de kennis te toetsen en hetzelfde fenomeen opnieuw te kunnen meten en berekenen. Wát en vanuit welke invalshoek men dat onderzoekt echter, is niet zo ‘hard’, maar afhankelijk van wat de wetenschapper wil onderzoeken, waarbij ideologie en cultuur wel degelijk een (grote) rol kunnen spelen.
Laten we nog eens naar de rol van kinderen in de verspreiding kijken: omdat men ervan uitging dat kinderen nauwelijks een rol speelden bij de verspreiding, werd een strategie gekozen waarbij kinderen niet of nauwelijks werden getest. Men vond het simpelweg niet belangrijk om de rol van kinderen daadwerkelijk in kaart te brengen. Besmetting onder kinderen wordt niet als onwenselijk gezien, hoewel men geen beeld heeft bij de (lange termijn) schade die het coronavirus aan kinderen toebrengt. Geen harde kennis dus, maar een aanname dat de schade aan kinderen meevalt en dat de verspreiding die samenhangt met transmissie in scholen, acceptabel is.
Welk onderzoek je wél of juist niet doet, maakt het verschil
Wie slechts het Nederlandse nieuws volgt, kan het idee krijgen dat er wereldwijd consensus is over de rol van kinderen in de pandemie: “the kids are ok”. Maar dit klopt niet met de werkelijkheid. In sommige Aziatische landen gaan scholen als eerste dicht als de verspreiding toeneemt en worden kinderen juist erg afgeschermd, omdat men niet weet wat het virus met hen doet. Er zijn ook redelijk wat studies gepubliceerd waaruit blijkt dat kinderen juist wel een grote rol spelen in de verspreiding.
Die verschillen hebben hun wortels in de visie die verschillende volkeren hebben op gezondheid, de gezondheid van kinderen en de kwaliteit van de beschikbare zorg. In Nederland vinden we het niet zo erg als kinderen besmet raken – wenselijk misschien zelfs – omdat zij veel minder risico lopen om in het ziekenhuis terecht te komen. Waarbij we dus definiëren dat iemand pas echt erg ziek is, als opname in het ziekenhuis noodzakelijk is. Wij gaan ervanuit dat covid-19 niet zo schadelijk is voor kinderen, terwijl er in andere landen wetenschappers zijn die constateren dat langdurige ziekte door covid-19 ook kinderen treft. Bovendien zien we zowel in de VS als in Indonesië dat momenteel veel kinderen op de IC terechtkomen, of zelfs sterven.
In Nederland is geen deugdelijk onderzoek gedaan naar verspreiding op basisscholen, de kinderopvang of de peuterspeelzaal. Wel werd onderzoek gedaan naar verspreiding op middelbare scholen en dan meer specifiek naar het effect van een teststrategie in combinatie met fulltime, fysiek, onbeschermd onderwijs. Er werd geen vergelijkende studie gedaan naar het verschil tussen volledig fysiek onderwijs en hybride onderwijs, bijvoorbeeld. Geen vergelijkende studie tussen scholen met uitstekende ventilatiemogelijkheden en scholen met nauwelijks ventilatiemogelijkheid. Er ligt geen vergelijkende studie tussen onbeschermd, onbelemmerd onderwijs en onderwijs met strikte opvolging van de anderhalve meter afstand. Of naar het gebruik van mondneusmaskers in de schoolsetting. Of de verschillen tussen het stoffen lapje, een chirurgisch masker en FFP2.
Om onduidelijke redenen is het niet denkbaar dat er op scholen echte voorzorg in acht genomen wordt, zoals door het dragen van een mondneusmasker, anderhalve meter afstand, ventilatie, hybride onderwijs en een uitgebreid testprotocol. We vinden open scholen zonder voorzorgsmaatregelen acceptabel. Zonder hard wetenschappelijk bewijs. Zonder inzicht zelfs, in het effect daarvan. Het behoeft geen betoog dat dit geen wetenschap, maar ideologie is. Geworteld in een cultuur waarin ‘weerstand opbouwen’ wenselijk is en ‘vrijheid’ betekent dat we geen gezichtsbedekking dragen.
Voortschrijdend inzicht
De verschillen in wetenschappelijke opvattingen wekken nogal wat verwarring. Niet zozeer omdat mensen niet begrijpen dat de wetenschap voortdurend in ontwikkeling is en het principe ‘voortschrijdend inzicht’ niet vatten, maar omdat wetenschappers (vaak zonder dat zij er zelf onderzoek naar deden) onwrikbaar vasthouden aan de eigen ideeën. Neem nu dat vermaledijde mondneusmasker. In Nederland lijkt er geen wetenschapper te vinden die gelooft in het nut van het breed inzetten van het ervan, terwijl bijna de hele wereld ze gebruikt. Hoe kan het toch dat de Nederlandse wetenschappers overal achteraan lijken te hobbelen? En waar is dat Nederlandse ‘eigen’ onderzoek dan dat bewijst dat mondneusmaskers inderdaad niet werken?
Steeds meer mensen struinen het internet af op zoek naar informatie. En informatie is er heel veel voor handen. Sommige mensen maken gebruik van de informatie die er van buitenlandse, gezaghebbende instituten komt, anderen vallen in de fuik van de complotwetenschap. En hoe langer deze verwarrende situatie voortduurt, hoe meer we gaan zoeken naar informatie die past bij onze eigen denkbeelden. Van de wetenschap in eigen land moeten we het niet hebben. Dan moeten ze maar luisteren naar andere landen. Maar in welke landen zitten dan die wetenschappers die het wel steeds bij het rechte eind hebben? En worstelen ze in andere landen niet net zo hard met deze problematiek als wij?
De wetenschap plooit zich naar de politiek
Laten we het niet te ver van huis zoeken om een vergelijking met andere landen te maken. We kijken naar een land dat zowel in geografisch, als in politiek ideologisch opzicht dichtbij ligt en waar bovendien een vergelijkbaar coronabeleid gevoerd wordt: het Verenigd Koninkrijk. De overeenkomsten zullen duidelijk zijn: beide landen gingen voor een strategie van groepsimmuniteit, dat werd bijgesteld om daarna over te stappen op uitsmeren totdat vaccins groepsimmuniteit zouden bieden.
Een kijkje in de keuken van het coronabeleid van het Verenigd Koninkrijk vinden we in het boek Spike van Jeremy Farrar. Farrar – directeur van Wellcome Trust en adviseur in SAGE, het Britse equivalent van het OMT – was een van de wetenschappers die vanaf het allereerste signaal uit Wuhan dicht op de pandemie zat. Spike is een spannend geschreven reconstructie van de eerste helft van de pandemie. Farrar vertelt niet alleen over de algemene ontwikkelingen, afgezet tegen een tijdlijn, maar ook over zijn eigen rol en overdenkingen. Hoewel het vaak leest alsof hij zijn eigen straatje schoonveegt, geeft hij toch een interessante inkijk in de verwevenheid tussen wetenschap en politiek die het lezen waard is.
De wetenschap was sneller dan we denken
Als geheugensteuntje eerst nog een voorbeeld van de corona-aanpak, om in het achterhoofd te houden. Maandenlang was het een enorm getouwtrek: testen zonder symptomen. Het zou zinloos zijn, van asymptomatische verspreiding was nauwelijks sprake. “Iemand die nog niet ziek is of nog niet hoest of niest, zal het virus niet verspreiden,” aldus het RIVM in maart 2020. Per 1 december 2020 veranderde dit plotseling. Als je in nauw contact was geweest met een coronapatiënt, mocht je je ook zonder klachten laten testen. En dat riep vragen op. Was er voortschrijdend inzicht? Op basis van welk onderzoek? Antwoord op die vragen kwam niet. Als je het 85e OMT advies erop naslaat lijkt het eerdere beleid meer ingegeven te zijn geweest door capaciteit dan door wetenschap. Maar dat is vooralsnog speculatie zonder bewijs. Terug naar Farrar.
Fragment uit Spike van Jeremy Farrar
Op 24 januari [2020] had de wereld alle informatie [over het nieuwe coronavirus] die het nodig had: een potentieel dodelijke, nieuwe luchtwegaandoening die zich tussen mensen zonder symptomen kon verspreiden.
Uit de reconstructie van Farrar maken we op dat asymptomatische verspreiding, waar zoveel om te doen is geweest, op 24 januari 2020 al bekend was. Ver voordat corona ooit in het VK (en Nederland) aankwam. Was Farrar de enige die dit wist? Nee. Farrar beschrijft hoe Thijs Kuiken, Hoogleraar Vergelijkende Pathologie op de afdeling Viroscience van het Nederlandse Erasmus UMC, werd gevraagd een paper te reviewen, daardoor deze informatie te weten kwam en besloot het te delen met de WHO.
Fragment uit Spike van Jeremy Farrar
Wetenschap en politiek zijn niet van elkaar te onderscheiden
Het is maar een voorbeeld, want in het boek staan meer opzienbarende zaken. Maar het is er één die veel invloed heeft gehad op de pandemie en waaruit de vermenging tussen wetenschap en politiek pijnlijk duidelijk naar voren komt. Niet alleen in het VK, maar ook in Nederland. Terwijl er inmiddels veel wetenschappers waren die niet twijfelden aan de impact van asymptmatische verspreiding en ook de WHO schatte dat ongeveer 40% van de transmissie verliep via personen zonder ‘klachten’, waren de experts die betrokken zijn bij het Nederlandse beleid er niet zo zeker van. En dus werd er geen actie op ondernomen. Nederland wilde niet testen, testen, testen en vond het niet zo’n probleem dat het virus zich – asymptomatisch of niet – verspreidde, zolang de ziekenhuizen niet overbelast raakten. De politiek hoefde niet extra te investeren in het uitbreiden van testcapaciteit, wat weer past bij de kosten-baten benadering van het kabinet. Maar hoe wetenschappelijk was die benadering dan eigenlijk? Of paste het meer bij de wensen van de politiek?
Intussen ontging het ook de bevolking niet dat er iets niet klopte. Asymptomatische verspreiding was een behoorlijke tijd het gesprek van de dag. Met een schuin oog keken we naar China, waar bij iedere kleine uitbraak vele miljoenen mensen in een paar dagen tijd werden getest en waar de boel daarna snel weer open kon. Waarom deden ze dat toch, die rare Chinezen? Mensen testen zonder klachten had immers geen zin? Overdreven aanpak en bovendien duur en belastend voor de bevolking. In Nederland deden we het liever zonder testen, testen, testen met een haast oneindige ‘intelligente lockdown’. Met veel meer zieken en doden dan in China. ’s Lands wijs, ’s lands eer. Als we maar niet te pas en te onpas gevraagd (of gedwongen) werden om te testen. Een maandenlange lockdown met heel veel schade was voor ons blijkbaar een veel acceptabeler offer.
Politici verschuilen zich achter de experts
In zijn boek vertelt Farrar uitgebreid hoe politici in het Verenigd Koninkrijk zich verscholen achter de experts. Hij beschrijft de situatie van begin maart 2020, toen belangrijke beslissingen werden genomen die niet alleen het verloop van de epidemie in het Verenigd Koninkrijk bepaalden, maar ook belangrijke consequenties hadden voor de hele wereld; immers, een half jaar later begon een nieuwe variant daar te circuleren (Alpha) die grote delen van de wereld in de greep zou houden.
Terwijl de wetenschappers in het adviesorgaan SAGE zich nog bogen over de beste combinatie van maatregelen, leek de Britse overheid al een vaststaand plan te hebben. Op 3 maart 2020 lag het Coronavirus Action Plan klaar. Het plan was opgedeeld in vier fases: beheersen, vertragen, onderzoeken en uitsmeren. Het doel van de Britse overheid: verspreiding die via geïnfecteerde personen werd gevonden beheersen, hen isoleren en hun contacten traceren. Als dat de verspreiding niet zou stoppen, wilde men de epidemie vertragen richting de zomer door de bevolking te vragen zelf maatregelen te nemen, zoals handenwassen. Mocht de uitbraak erger worden, dan zou over worden gegaan tot mitigatie.
“In de modellen van hoe de ziekte zich zou verspreiden, was mitigatie (matigen) synoniem voor kudde-immuniteit: het betekende dat we niet probeerden iets tegen te houden. Mitigatie betekent de verspreiding een beetje vertragen, dus je probeert de sterfte te verminderen, maar het is niet de bedoeling om de epidemie in zijn sporen te stoppen. … Het is iets anders dan onderdrukken, wat betekent dat je de verspreiding in de eerste plaats probeert te stoppen. … “
“Ik raadpleegde de notulen om te zien of we die vierfasenstrategie ooit uitgebreid hadden besproken. Het antwoord was nee.
De politici kwamen met die strategie en het was onze taak om het te laten werken.”
Jeremy Farrar – Spike
Farrar beschrijft hoe verbaasd hij was dat de Britse overheid sprak over cocooning, wat wij in Nederland een beschermend muurtje om de kwetsbaren noemen. En dat Johnson in de media sprak over het bereiken van groepsimmuniteit door infecties. Geen van beide visies was afkomstig van SAGE, volgens Farrar.
Farrar laat het niet in het midden: het idee dat groepsimmuniteit door natuurlijke infectie haalbaar, laat staan veilig was, was toen – amper drie maanden na ontdekking van een nieuwe ziekte – niet het ‘volgen van de wetenschap’, maar juist tegen de wetenschap in. Omdat er maar heel weinig groepsimmuniteit bereikt wordt tegen circulerende coronavirussen die verkoudheid veroorzaken en omdat de wetenschap nog geen idee had of tegen het gerelateerde SARS-CoV-1 langdurige immuniteit bestond.
“Het idee dat je 20 procent van de samenleving, of meer, hermetisch zou kunnen afsluiten en zeggen: ‘We gaan je een paar maanden, misschien een jaar in een hokje stoppen’, was niet haalbaar, praktisch, wenselijk of ethisch.'”
jeremy farrar – Spike
Een terugblik naar de Nederlandse situatie, precies rond die tijd. In een historische speech kondigde Rutte aan dat veel Nederlanders ziek zouden worden, dat we een beschermend muurtje zouden bouwen rond de kwetsbaren en dat we op deze manier, door de epidemie uit te smeren, uiteindelijk groepsimmuniteit zouden bereiken. Het klinkt bekend. En waar Farrar heel duidelijk maakt dat het ‘de wetenschap’ simpelweg aan immunologische kennis ontbrak om zelfs maar te kunnen beoordelen of zo’n strategie überhaupt haalbaar was, stonden wetenschappers in Nederland gewillig klaar om de bevolking uit te leggen dat dit verantwoord was, haalbaar en eigenlijk de enige manier.
Of legitimeren experts juist gewillig het overheidsbeleid?
Jaap van Dissel legde bij Nieuwsuur uit hoe de strategie van mititgatie naar groepsimmuniteit werkte. Patricia Bruijning, arts-epidemioloog van het UMC Utrecht, maakte het in EenVandaag heel duidelijk en expliciet: het was de “verstandigste strategie” om met de epidemie om te gaan. Veel mensen zouden ziek worden, zo’n 60% van de bevolking, waarna groepsimmuniteit zou ontstaan. Voor Bruijning lag alleen de vraag open hoe lang immuniteit tegen het virus zou aanhouden, 1 jaar, 5 jaar? We hadden geen andere keus, dan deze strategie te volgen. Hoe zei Farrar het ook alweer? Dit was niet het ‘volgen van de wetenschap’, maar juist tegen de wetenschap in.
Is het kweken van groepsimmuniteit een goede tactiek om het coronavirus aan te pakken?
"Het is de enige tactiek die in deze situatie mogelijk is", zegt epidemioloog Patricia Bruijning. pic.twitter.com/4Nk018ZUrT
Farrar beschrijft dat hij zich vaak afvraagt of hij medeplichtig is aan het Britse coronabeleid. Hij verwijt het zichzelf dat hij er niet tegen in verweer kwam, hoewel hij toch op het punt heeft gestaan zijn adviesfunctie bij SAGE neer te leggen. Hij schatte zelf in dat hij, door aan te blijven als adviseur, nog enige invloed kon uitoefenen. Een onwetenschappelijk beleid een wetenschappelijke legitimatie te geven op primetime televisie, zoals dat in Nederland gebeurde, is een nog veel grotere stap verder. Dus wat is wat en wie is wie? Moeten de experts naar het overheidsbeleid toewerken? Of zijn er ook experts die betrokken zijn bij dat overheidsbeleid? En waarom houden experts die politici steeds zo stevig uit de wind?
‘Leven met het virus’. Een herhaling van zetten.
Nu steeds meer mensen gevaccineerd zijn, lijkt het cirkeltje rond. We staan weer op precies hetzelfde punt als in maart 2020. Met dezelfde onzekerheid en dezelfde vraagstukken. Is groepsimmuniteit wel haalbaar? Zijn de ‘kwetsbaren’ wel voldoende beschermd? En wat doen we met de (groepen) mensen die niet kunnen of willen gevaccineerd worden? Is het ethisch hen bloot te stellen aan dat virus? Sluiten we hen niet uit van deelname aan de samenleving? Wat heeft het voor consequenties? En hoelang bieden de vaccins eigenlijk een ‘beschermend muurtje’?
Hoewel leven met het virus werkelijk van alles kan betekenen, verstaan we er in Nederland bijna automatisch ‘loslaten’ onder. Het virus de vrije loop laten als iedereen die dat wil en kan gevaccineerd is. We kunnen niet eeuwig met maatregelen leven, klinkt het steeds luider. Maar kúnnen we überhaupt al nadenken over het overboord gooien van alle maatregelen, of accepteren we dat we nog veel teveel niet weten? De wetenschappelijke basis ontbreekt, zoveel is helder. Schattingen over benodigde groepsimmuniteit variëren tussen 80% en 100%. Het lijkt onhaalbaar. We weten nog niet hoe de vaccins ons gaan ondersteunen. Gaan we dan met de zevenmijlslaarzen, of nemen we kleine stappen op weg naar een veilige manier van samenleving, waarbij niemand wordt uitgesloten? Want wie weet hoe lang die uitsluiting duurt. Maanden? Jaren? Een decennium? Langer?
Patricia Bruijning is nu in ieder geval een stukje behoudender. Zij omschrijft dit als een overgangsfase: “De situatie rond het virus is nu nog niet stabiel genoeg. Te veel mensen hebben nog maar één prik. Testen, ook als je maar milde klachten hebt, is nu nog ontzettend belangrijk om het virus nauwkeurig te monitoren en onder controle te houden.” Maar ook volgens Bruijning moet het een keer stoppen.
Kunnen we leven met het coronavirus?
De vraag is overigens of we wel met het nieuwe coronavirus kunnen samenleven. Als je het wensdenken even overboord zet en van een afstandje naar de situatie kijkt, is het geen reëel scenario. Het grootste gedeelte van de wereldbevolking is nog niet gevaccineerd en de wereldwijde vaccinatie zal, als er niet snel iets aan gedaan wordt, pas in 2024 afgerond zijn. Nieuwe varianten ontstaan. Er zijn al aanwijzingen dat immuniteit door vaccinatie binnen een half jaar afneemt. Omdat de fabrikanten van die vaccins graag nog meer geld aan ons willen verdienen, weten we niet hoe betrouwbaar die informatie is. Het is vallen en opstaan.
In de tussentijd zien we in andere landen dat ook steeds meer kinderen ernstig ziek worden. Met onbekende gevolgen. En wat doen nieuwe varianten met hen? We willen er niet eens over nadenken en dat is kwalijk. Wij willen leven met het virus en daarmee dwingen we andere landen onze manier van leven op. Immers, de kans bestaat dat we het virus vrij spel geven om te muteren tot veel schadelijker varianten, waartegen wijzelf misschien nog wel beschermd zijn vanwege het vaccin, maar vele andere mensen ter wereld niet.
We exporteren het virus er lustig op los, waarbij we andere landen dwingen om óf op onze manier samen te gaan leven met het virus, óf zich hermetisch af te sluiten van de buitenwereld. Of dat redelijk is, of zelfs haalbaar, of het misschien enorme schade veroorzaakt in individuele levens, voor bepaalde groepen in onze eigen samenleving, of mensen in andere landen, het vormt niet eens onderwerp van gesprek.
We zijn allemaal met elkaar verbonden
Ieder land volgt zijn eigen strategie, passend bij de eigen cultuur en vormgegeven door de heersende politieke ideologie. We stellen onszelf centraal. Wij kunnen leven met zo’n virus, als we er maar voor zorgen dat bij ons niet teveel mensen tegelijkertijd gebruik maken van ziekenhuiszorg. Het past bij onze opvattingen over ziekte in het algemeen (het is maar een griepje) en onze denkbeelden over het doorgeven van besmettelijke ziekten. En laten we niet vergeten dat we echt bijzonder goede gezondheidszorg hebben.
Wij vinden het acceptabel dat we grote groepen mensen uitsluiten van deelname aan de samenleving, ook al is dat voor een hele lange tijd. Hun lot bespreken we niet. Het is een ongemak waar we het liever niet over hebben. We nemen aan dat de kinderen niet erg geraakt zullen worden, omdat het ons uitkomt. We nemen aan dat we op deze manier de ‘kwetsbaren’ beschermen, ook al zeggen die kwetsbaren bij herhaling (tegen dovemansoren overigens) dat zij helemaal niet beschermd, maar uitgesloten worden.
Gooi open, die samenleving
We denderen overal overheen. De samenleving moet open. We hebben het niet over de zieken en de doden. We hebben het niet over het leed van de nabestaanden, niet over de vreselijke strijd die sommige mensen voeren met langdurig covid, we hebben het niet over de hele moeilijke situatie waar veel gezinnen in zitten en zullen blijven zitten, vanwege hun banden met ‘kwetsbare’ personen.
We weigeren na te denken over de enorme druk die er nog steeds zal zijn op onze huisarts, omdat nog steeds veel mensen ziek worden van dat virus. En wat dat zal doen in combinatie met alle andere luchtwegvirussen en influenza komend najaar en winter. Hoe moet dat als je straks bij je ernstig zieke familielid op bezoek wil in het ziekenhuis? Blijft dat bezoekuur beperkt tot 2 verschillende personen? Of gaan we straks ook nog eisen dat we weer onbeperkt en onbeschermd dat ziekenhuis in mogen lopen?
Prioriteiten
Het meest pijnlijke is nog dat we het steeds hebben over vertier, feesten, festivals, grote evenementen, clubs, het nachtleven, als onze hoogste prioriteit. Als een stel hedonisten. Onze prioriteit ligt blijkbaar niet bij beschikbaarheid van zorg, niet bij kwaliteit van de zorg, niet op zuinig zijn op onze zorgverleners, niet bij onderwijs, niet bij het beschermen van de kinderen, daar heeft immers niemand het over. Onze prioriteit ligt bij de ongebreidelde vrijheid van het individu. Minus de individuen die risico blijven lopen op ernstig covid. Minus de rest van de wereld.
Onze cultuur heerst. Waarbij we vergeten dat de rest van de wereld ook in verbinding staat met ons, dat ook daar nieuwe varianten kunnen ontstaan die ons het leven moeilijk kunnen maken. Kunnen we ‘leven met het virus’? In ethisch opzicht is het antwoord volmondig nee. In verstandig opzicht ook trouwens. In cultureel opzicht is het antwoord ja. Dat zijn we zo gewend. Alleen is de situatie nu anders. Dit is een pandemie. Waarbij we blijkbaar nog moeten leren dat de ultieme vorm van egoïsme nu even saamhorigheid is.
’s Lands wijs, ’s lands eer
In Australië, dat tot nu toe een zero-covid beleid heeft gehad, stelt men zich dezelfde vraag als hier. Opvallend is, dat daar in de media meer aandacht is voor het lot van de ‘kwetsbaren in de bevolking’, waaronder ook de kinderen. ’s Lands wijs, ’s lands eer. Voor hen is het allerminst vanzelfsprekend dat het virus rond zou kunnen gaan. We vinden ze maar apart daar, in die zero-covid landen. En iedere opleving die ze daar hebben grijpen we aan om snel met onze vingers te wijzen: Zie je! Het werkt niet! Ook al duren hun lockdowns acht dagen versus onze halfbakkenlockdowns die maanden en maanden duren. In mediaberichten in Australië wordt vrijheid als iets voor de gehele bevolking beschouwd. Het is een schril contrast met ons. In onze cultuur dichten we kennelijk meer recht op vrijheid toe aan ‘fitte’ mensen. Terwijl we toch een grondwet hebben die ons tegen die willekeur moet beschermen. We hebben immers allemaal gelijke rechten en plichten.
In zijn boek wil Farrar als wetenschapper zijn verwevenheid met de politiek doorbreken. Het is een echte eyeopener. En ja, het boek is explosief te noemen, zeker als je het naast de ontwikkelingen in Nederland legt. Farrar schrijft dat, in het licht van de ontwikkeling van het virus, eliminatie – het verbannen van het virus door middel van maatregelen – mogelijk is. Wenselijk zelfs. Farrar behoort tot de allerbeste experts van de wereld. Net als onze eigen Marion Koopmans trouwens, die ook steeds vaker nadruk probeert te leggen op de wetenschappelijke onzekerheden versus belangen in de samenleving. Misschien kunnen we iets doen met die ‘wetenschap’.
Misschien kunnen we die uitspraak ‘leven met het virus’ eens kritisch onder de loep nemen. Is dat inderdaad wie wij zijn? Ondanks alle gevolgen voor onze eigen ‘kwetsbaren’? Ondanks de gevolgen voor de armere landen? En uiteindelijk ook ondanks alle mogelijke gevolgen voor onszelf? Als we nú maar lol kunnen trappen? Als we maar geen mondneusmasker hoeven te dragen want het zit zo lastig? Laten we daar nog eens goed over nadenken.
Ik wil afsluiten met de woorden van een relatief onbekende antropoloog: “Op het hoogtepunt van de ebola-epidemie in Sierra Leone verspreidden mensen ebola vooral omdat ze niet konden stoppen voor elkaar te zorgen. Hier verspreiden veel mensen corona omdat ze elkaar maar niet willen beschermen.”