Eigen volk eerst, dát is wat ze willen

“Je moet erboven staan. Je moet ERBOVEN STAAN!” Ik zie hem nog zo goed voor me, al is het nu meer dan drie decennia geleden. Zijn halflange, rode haar driftig wapperend, zijn knalrode wangen, hoeveel moeite hij moest doen om zijn stem kalm te houden, zijn hete adem in mijn gezicht. Zijn neusvleugels, wijd opengesperd, spraken boekdelen. Kalm was hij zeker niet. Maar ik kwam niet om hem heen, hij hield me vast, versperde me de weg, trok me terug als ik toch dreigde te ontsnappen. “JE MOET ERBOVEN STAAN!”

Daar stonden we, bij het houten bankje naast de zandbak tegenover mijn huis. Zijn kleine pupillen stonden strak op mij gericht, terwijl ik alleen maar naar dat bankje kon blijven staren. ‘Gin’ stond daar in mijn handschrift. Met een grote, dikke streep erdoorheen. En daaronder stond in koeienletters gekalkt: “GA TERUG NAAR JE EIGEN LAND.” Wáár moest ik boven staan? Ik wilde nergens boven staan. Daar verderop liep hij, mijn buurjongen, ik wilde hem vragen waarom, misschien wilde ik hem wel slaan, weet ik veel, gewoon de confrontatie aangaan. Maar ik mocht niet. Ik moest ‘erboven staan’. Nou was ik 12 en had ik geen idee wat dat betekende, maar ik wist genoeg. Meneer ‘erboven staan’ was 14 en mijn buurjongen 15. De angst was gewoon te ruiken en het was niet de mijne.

Ik, de Goede Engel

Moeilijke dingen leren? Graag. Moeilijke situaties? Met een grote boog eromheen. Ik was het soort kind dat altijd confrontaties uit de weg ging. Zo zeer zelfs dat ik, toen mijn zus uit de tuin bij onze Zeelandse vakantiebungalow werd weggetrokken en aan een boom gebonden door een groepje jongeren omdat we naar ze hadden zitten ‘gluren’, bevroren op het terras bleef zitten. Ik deed niks. Ik riep zelfs mijn ouders niet. Roerloos bleef ik zitten, bang als ik was dat ze anders ook mij zouden grijpen.

Ik was een onschuldig, dromerig en vrolijk kind. Mijn zus was een stuk pittiger. Toen mijn moeder haar een keer vasthield en me probeerde te dwingen haar eindelijk eens terug te slaan, voor mezelf op te komen, liep ik weg. Vele, vele jaren heb ik dit voorbeeld gekoesterd als *het* symbool van mijn goedaardigheid. Kijk eens wat een zachtaardig en lankmoedig mens ik was. Ik kon haar zonder consequenties slaan en ik deed het niet. “Ik vond haar zielig,” was mijn motto. En zo was mijn zus de pestkop, mijn moeder een slechterik en ik een goede engel.

Flegmatiek

Pas toen ik zelf moeder werd en mijn eerste kind zag worstelen met de verhoudingen met andere kinderen, begreep ik pas goed hoe angstig ik zelf als kind was. Hoe goed ik tegen mezelf kon liegen. Hoezeer ik als kind mijn persoonlijkheid om die angst voor confrontaties heen bouwde; door mijn zwakke eigenschappen te verpakken als deugd, iets ‘goeds’ en zo weg te kunnen blijven rennen voor mijn eigen angst. Met opgeheven hoofd. Een flegmatisch kind, noemde mijn moeder me.

Daarom was dat moment bij dat bankje zo levensbepalend. Het was een gevolg van een ruzie tussen mijn ouders en onze directe buren. Geen idee meer waar het over ging, maar dat het heftig was en behoorlijk uit de hand liep weet ik nog wel. Ik hield me afzijdig, het neutrale baken. Te groot, te waardig om me met die ruzie te bemoeien. Maar zo raakte ik er opeens in betrokken en niet zo’n beetje ook. Ik was woest.

Vechten

De hele middag hebben ze op me ingepraat, die jongen, mijn ouders, andere buurtkinderen. Ik moest het laten gaan. Erboven staan, erboven staan, erboven staan. Hij had het vast niet zo bedoeld. Het was gewoon uitdagen. Het betekende niet zoveel. Erboven staan. Maar dat kon ik niet. Hij had er van alles kunnen schrijven. Stoephoer, greppeldel, dat soort dingen, want dat was óók mode in die tijd. Nooit had ik ergens ‘ga terug naar je eigen land’ zien staan, en ik las die schrijfsels altijd, overal. Het was wel zo bedoeld. Dus ik was woest en ik bleef woest.

Pas de volgende ochtend kon ik op een onbewaakt moment naar buiten komen toen ik mijn buurjongen voorbij zag schieten. Ik rende erachteraan. Bij de voordeur van andere buren haalde ik hem in, tikte hem op zijn schouder en vroeg hem alleen: “Waarom?” Het liep uiteraard uit op vechten en dat luchtte op. Ik rekende in die paar minuten niet alleen af met zijn daden, maar ook met mijn angst. Ik kwam voor mezelf op en het voelde als een tiendubbele overwinning. Ik oversteeg niet alleen mijn eigen angst; ik had me weten te ontworstelen aan de angst van iedereen om me heen.

Erboven staan

Hoe weet ik niet meer, maar met die buurjongen kwam het goed. Als ik hem tegenkom, dan maken we een praatje. No hard feelings. Hij is dan ook niet de reden waarom ik me dit incident nog zo goed herinner. ‘Erboven staan’. Het is een uitdrukking waar mijn nekharen nog steeds rechtovereind van gaan staan. Ik herinner me dit incident vooral nog vanwege hém, hij die ertussen ging staan en het me onmogelijk maakte voor mezelf op te komen.

Ik denk er nog zeer regelmatig aan en dan nog altijd ruik ik zijn angst. Niet dat ik het me niet kan voorstellen, ik weet wel wat van angst. Maar het is één ding als angst je eigen leven belemmert, het is een ander – en veel groter – ding als jouw angst een ander verlamt. Als jouw angst het een ander onmogelijk maakt om voor zichzelf op te komen, dan had je hem net zo goed zelf die spreekwoordelijke mep kunnen verkopen.

Een land gevangen in angst

Sinds kort zit ik weer op het social medium X/Twitter en daarom denk ik de laatste paar dagen weer constant terug aan dat incident uit mijn jeugd. Omdat ik die angst kan ruiken. Het barst er van de uitlokking, belediging en pure agressie. Met de verkiezingswinst van de PVV staan de sluizen nu wagenwijd open. Er is geen rem meer. Het is moeras van pure, onversneden moslimhaat en racisme. Daaromheen zit een dikke schil van flegmatiek; de nuchtere mensen. Het redelijke midden.

Dat het behoorlijk uit de hand loopt, dat begrijpt toch iedereen. Maar in die schil, daar zitten de goéde mensen, ze zijn ons neutrale baken. Te groot, te waardig om zich er écht mee bemoeien. Er zijn altijd twee kanten, heus niet alle PVV-stemmers zijn racistisch, het gaat ze vast om ‘echte’ problemen en niet om migratie – ook al zeggen ze zelf van wel. Geschokt zijn ze, dus zijn ze op zoek naar “verbinding, verbinding, verbinding”.

‘Verbinden’, ‘erboven staan’. Van hetzelfde laken een pak. Nietszeggende woorden, waarvan slechts de echo betekenis galmt: de-escaleren. Niets meer, niets minder. De-escaleren. Ertussen gaan staan. Ervoor zorgen dat er geen confrontatie komt, want stel…je zou er maar in betrokken raken. Ja en lullig genoeg, racisme raakt de meeste mensen toch niet écht, niet persoonlijk. Dus gaan ze ertussen staan en kom je niet om ze heen. Ze houden je vast, versperren je de weg en trekken je terug. “JE MOET ERBOVEN STAAN!”

Balanceren voor gevorderden

Niet schelden, niet emotioneel doen en vooral niet boos woorden. Netjes blijven, geen lelijke woorden. Geen beschuldigingen, niemand racist noemen. Het is vast niet zo bedoeld. Ook al slaat het ze keihard in het gezicht, zeggen PVV-stemmers het zelf, dan nog worden er naarstig allerlei redenen en motieven gezocht om de pijn te verzachten: het zal vast niet écht om racisme gaan.

De mens is ‘gelaagd’, natuurlijk hebben ze wel echte problemen en hebben ‘we’ gewoon nooit willen luisteren. Juist vanwege die problemen zijn ze anti-moslim of racistisch of geloven ze in de omvolkingstheorie. De toon van ‘links’ is zo pedant dat mensen geen andere keus hebben dan voor een racistische partij te stemmen. Het ligt aan alles en iedereen, maar niet aan racisme.

Het is een balanceeroefening voor gevorderden inmiddels, waarbij echt alles wordt aangegrepen om maar nog steeds niet te hoeven toegeven: Nederland is een diep racistisch land. Wie PVV stemt is een racist en een moslimhater. Ben je geen racist, dan stemde je geen PVV. Maar dat hardop zeggen, het blijft moeilijk. Je kan de angst gewoon ruiken.

Gekke verklaringen

Nu, tijdens het kerstreces, zou de tijd geweest zijn om de mensen van bijvoorbeeld Nieuw Sociaal Contract te laten weten dat een extreemrechts kabinet er niet moet komen. Maar het wordt steeds stiller. Behalve bij de onderzoekers van het Nationaal Kiezersonderzoek. Die hang naar vergezochte verklaringen om de platte werkelijkheid maar niet te hoeven of willen benoemen, noopte de onderzoekers ertoe voortijdig resultaten met het publiek te delen. Omdat “…mythes over de verkiezingsuitslag een eigen leven gaan leiden en worden overgenomen door onder meer media en politici.”

“We wilden laten zien dat dat het meest opvallende aan de verkiezingsuitslag is; dat die weinig opvallend is. Dat is belangrijk, omdat mensen dan niet meer naar gekke verklaringen hoeven te zoeken.”

Het Nationaal Kiezersonderzoek liet zien dat mensen vooral op de PVV stemden vanuit een eigen-volk-eerst-gevoel. “Wat alle PVV-kiezers bindt, is hun duidelijke afwijzing van immigratie en de multiculturele samenleving,” schrijft Walter Pauli onomwonden in de Knack. “De succesformule van Geert Wilders: ‘Eigen Volk Eerst’”. En zo is het. Kristof Jacobs, één van de politicologen die het Nationaal Kiezersonderzoek coördineert, vertelde in de NRC dat de resultaten van het onderzoek eerder werden gedeeld omdat de onderzoekers “wilden laten zien wat er niet klopte aan sommige verklaringen die meteen rondgingen”.

Stop dus met zoeken naar gekke verklaringen. Als mensen zeggen dat ze op de PVV stemmen omdat ze geen immigranten willen, dan bedoelen ze dat ze geen immigranten willen. Als ze zeggen dat ze willen dat alles wat niet wit Nederlands is moet assimileren, dan bedoelen ze precies dat. Nou, als Indo weet ik wel iets van assimileren en hoe intens racistisch dat in de praktijk uitpakt, maar dat terzijde. „In onderzoek naar beleidsprioriteiten blijkt dat een strenger migratiebeleid voor PVV’ers de hoogste prioriteit heeft. En niet bijvoorbeeld méér huizen. Dat is bij andere kiezers wel zo.”

Laf, bang landje

Ik schreef het eerder al: dit is het land van lafaards. Lafaards die bang zijn voor ‘de ander’, voor andere gebruiken, andere culturen en verandering. Lafaards die bang zijn voor conflict met die andere lafaards. Mensen die bang zijn voor confrontaties, voor hun medeburgers, voor alles en iedereen. Met de Koning voorop, die in zijn Kersttoespraak er voor één keer in zijn carrière echt toe had kunnen doen zijn toevlucht zocht in het laffe ‘verbinden’. Nederland is en blijft een laf en bang landje.

Maar kijk, het is één ding als angst je eigen leven belemmert. Het is een ander – en veel groter – ding als jouw angst een ander verlamt. Dus als je niet wil accepteren dat het hier om intolerantie, haat en racisme gaat, doe een stap opzij en ga uit de weg. Veroordeel niet de mensen die voor zichzelf opkomen en de confrontatie niet uit de weg gaan. Want zonder confrontatie, geef je jezelf over. Het is niet zachtmoedig of groots, maar intens laf. Als jouw angst het een ander onmogelijk maakt om voor zichzelf op te komen, dan had je hem net zo goed zelf die mep kunnen verkopen.

PVV is racisme, punt

Nu is het sowieso niet de tijd voor neutraliteit, we zijn er allemaal bij betrokken. Al-le-maal. Er is geen zijlijn. Je staat er niet boven. We zagen met de coronacrisis hoe snel en hoe gemakkelijk we kwetsbare mensen opofferen en de dood in drukken. Zelfs zoiets simpels als een mondkapje dragen was teveel moeite om een leven te redden. Allemaal te moeilijk. Ook zagen we hoe ontzettend rekbaar de Grondwet is en dat het niet zozeer gaat om de letterlijke tekst, maar om de beleidsvrijheid en de interpretatie van die rechten door beleidsmakers.

In een land met een extreemrechtse overheid, zijn vooral ‘die anderen’ kwetsbaar, denk je misschien. Het is al erg genoeg als je zo denkt, maar er komt een dag dat je zelf tot zo’n kwetsbare groep behoort. In zo’n land, waar kwetsbaren beschermen zelfs niet eens meer een streven is, is iedereen kwetsbaar. De Grondwet is extreem rekbaar. Zelfs mét Grondwet kan een regering je dood laten vallen, achterstellen, je vals beschuldigen van fraude en je leegtrekken, je kinderen afnemen en ga zo maar door. De Grondwet biedt op zichzelf geen bescherming. Als je er als bevolking niet op staat dat die bescherming geldt voor iedereen – ook al komt je dat niet uit, dan weet je dat grenzen verschuiven. En die zijn tijdens de coronacrisis een heel eind verschoven. Het blijft nooit bij die ene groep kwetsbaren of minderheden, know your history.

Er is nog nooit iets goeds gekomen van dergelijke machthebbers. Nog nooit. Zwijgen is geen goedaardigheid. Het is angst. En ze ruiken dat echt wel hoor. Dus, dit is niet de tijd voor eloquentie en ‘verbinden’, maar de tijd van confrontatie en benoemen. Keihard benoemen, benoemen, benoemen. Daar houden ze toch van? Dat Wilders zo onversneden de waarheid zegt? Nou dan. Goed voorbeeld doet goed volgen. Zeg mij na: Wie PVV stemt is een moslimhater en racist. Wie geen racist wil zijn, stemt niet op de PVV. Wie met de PVV een regering vormt is moslimhater en racist. Wie dat niet wil zijn, gaat niet met de PVV in een regering. Punt. En als je dat niet durft, ga dan in ieder geval uit de weg.

Het is waar, want dat zegt Johan Derksen

Direct na de Tweede Kamerverkiezingen stond het hele land op z’n kop. Het was óveral, de winst van Wilders. Voor mij voelde het ook als een aardverschuiving, zeker. Toch zette ik alle nieuwsprogramma’s uit. Geen talkshows, geen columns, geen radio. De kerstboom kwam extra vroeg van zolder, de kerstmuziek ging aan. Die rep en roer, de hysterie, de storm zou snel gaan liggen. Of er moest iets nieuws gebeuren, iets spannends. Maar er gebeurde niets spannends, niets onverwachts. Er kwamen een heleboel flutanalyses, niemand maakte een vuist, de PVV werd met de minuut groter. Er stond niemand om die kolder net zo snel weer de nek om te draaien. Pieter Omtzigt en zijn discipelen stonden trappelend vooraan om met dit extreemrechtse feestje mee te mogen doen.

Misschien dat ik me daarom liever even onderdompelde in stilte en kerstsfeer. Stilte geeft een helder hoofd, rust. Want je weet: Als de storm is gaan liggen en er breekt een íjzige stilte aan, dan volgt de acceptatie op de voet. Uit machteloosheid, angst, stiekem toch ook instemming, of om wat voor reden dan ook. Passiviteit, acceptatie, normalisatie, het volgt elkaar op als 1, 2, 3.

Wat je aandacht geeft, groeit

Eerst een klein uitstapje naar iets heel anders. Ik weet het, dit is de tijd van de snappy oneliners, micro messaging en pfoe ja, geen lange teksten want aandachtsboog. Nou, sommige uitstapjes moet je maken. Dus pak een kop koffie, dit gaat even duren.

Als je weleens op social media komt ben je deze uitspraak vast weleens tegengekomen: “Wat je aandacht geeft, groeit.” Vooral tijdens de coronacrisis vloog deze regelmatig om je oren als je desinformatie wilde weerspreken of complottheorieën blootlegde. In principe klopt het. Als je de leugen blijft herhalen, ook al is het slechts om die te weerspreken, dan versterk je die leugen, ongewild. Misschien niet voor jezelf, maar wel voor een ander.

Propaganda betekent heel letterlijk ‘voortplanten’ of ‘verspreiden’. Het idee is dat als je een manipulatie of een leugen maar vaak genoeg herhaalt, het zich in de hersenen nestelt en mensen het vanzelf voor waar aannemen. Zie het als het automatiseren van de hersenen. Het is niks geks of duisters. Die techniek wordt ook op scholen gebruikt en het is reuzehandig: door het steeds weer herhalen van een bepaalde rekenmethode of een som, raakt de informatie automatisch in het brein verankerd. Die informatie kan je voor de rest van je leven binnen een fractie van een seconde ophalen, zonder er nog over na hoeven te denken. Je kan kinderen zo makkelijker leren rekenen, maar je kan er een brein ook mee volstoppen met allerlei andere informatie. 3×3=9. ‘Minder, minder, minder…’

Het propaganda-effect

Psycholoog E. Bruce Goldstein noemde dit het propaganda-effect: Je hebt bepaalde informatie al eerder gezien of gehoord, je slaat dat op in je lange termijn geheugen. Als je die informatie weer tegenkomt, herkent je brein dat en simpelweg omdat je brein het herkent, zou je eerder geneigd zijn die informatie voor waar aan te nemen. Dat effect is des te sterker als de informatie sterke emoties bij je oproept. Tenzij het een sterke aversie is uiteraard. Herhaal, herhaal, herhaal, en het ligt voorgoed in je brein verankerd.

Als ik hier even een hele simpele shortcut mag nemen: in je brein worden het ‘feiten’. Je denkt er gewoon niet meer bij na. Je hoort ‘minder, minder, minder…’ en bij de tweede ‘minder’ hebben je brein en je lichaam hebben hun respons al klaar. Om te illustreren hoe sterk dat effect is, kijken we naar Pavlov. Pavlov deed onderzoek naar de spijsvertering bij honden en de rol van kwijlen. Hij ontdekte dat de honden na verloop van tijd al begonnen te kwijlen, zelfs als er geen eten in de buurt was. Ze koppelden de onderzoeksruimte blijkbaar aan het vooruitzicht op eten. Om dat te testen deed hij meer experimenten. Met het beroemde belletje bijvoorbeeld. En dat werkte hetzelfde. Honden die elke keer een belletje horen als ze te eten krijgen, associëren dat belletje na verloop van tijd zo sterk met eten, dat hun speekselklieren als vanzelf speeksel aan gaan maken als ze dat belletje horen. Dit heet ‘conditioneren’ en dat werkt ook zo bij mensen. Ja, echt. Stalin gebruikte die theorie van Pavlov voor zijn propagandamachine en we weten allemaal welk effect dat had. Dus echt, het werkt bij mensen.

Of vergeet even het woord propaganda. Laten we reclame nemen, marketing. Ga maar eens na hoeveel invloed reclame op jou heeft, hoeveel slogans je kent, waar je bepaalde merken direct mee associeert en hoeveel informatie je dagelijks klakkeloos opslaat zonder er bij na te denken. Duik eens in een keukenkast, of je kledingkast en zie daar: ja, die kast staat vol met onbewust opgeslagen reclameslogans. De neoliberale wereld is ingericht met propaganda: de hele godgvergeten tijd dat je wakker bent wordt het op je afgevuurd. Marketing heet dat. Reclame. De laatste tijd ook steeds vaker ‘nieuws’. Je hersens zijn al zo hypergeconditioneerd, het gaat echt volautomatisch. Dus ja,

Iedereen trapt in propaganda, ja, ook jij

Goed, wat je aandacht geeft, groeit dus. Jij herhaalt bepaalde informatie, bij een ander triggert dat die onbewust opgeslagen ‘waarheden’ en zo verspreidt jij dan zelf de informatie die je eigenlijk wil verwerpen. Willem Engel zei dat eens heel eerlijk op Twitter. Hij bleef zijn rare boodschappen plaatsen onder berichten van mensen die daar helemaal niets van wilden weten. Zij dachten dat ze dan zelf overtuigd moesten raken en gingen een forse discussie aan. Hoe kon Engel zo dom zijn om te denken dat zij te overtuigen waren? Maar daar ging het niet om. Ga je een discussie aan, dan komt die draad keer op keer op keer bij jouw lezers voorbij. En zo kon hij zijn informatie, hoewel hij zelf weinig bereik had, over heel Twitter verspreiden. Wie er vatbaar voor was, kreeg zo constant de herhaling voorgeschoteld. Te simpel voor woorden inderdaad, maar het werkt.

Dus ja, Willem Engel groeide door die aandacht. Maar dan bereikt het een punt dat de informatie al zo wijdverspreid is, dat negeren geen zin meer heeft en eigenlijk een versterkend effect heeft. Pas als mensen begrijpen wat er speelt gaan ze roepen dat je het geen aandacht moet geven. Maar zo werkt het dus niet. De informatie ligt dan al verankerd in het brein van mensen die er bevattelijk voor zijn. Dus ligt die informatie al overal op straat, dan negeer je het juist niet. En dan is het de kunst om die triggers te omzeilen en er andere informatie in te stoppen. Dit heet counterpropaganda en het is een kunst die we in Nederland niet beheersen.

Counterpropaganda

Counterpropaganda is niet: leugens zin voor zin herhalen om het te debunken en er andere informatie tegenover te zetten. Het is het herhalen, herhalen, herhalen van de eigen informatie zonder referentie aan de informatie die je wil ontkrachten. Gisteren las ik overigens een mooi stuk dat het ridiculiseren van de persoon die de propaganda in het leven riep zónder aandacht te schenken aan hun boodschappen nog veel effectiever is, en ik ben geneigd dat te geloven. Bij Willem Engel werkte het namelijk (de salsadanser), bij Gideon van Meijeren (complotmarmot) en Thierry Baudet (knettergek) ook. Je zou denken dat alleen al de verschijning en de ijdelheid van Wilders – zelf de onbetwiste koning van het ridiculiseren – een goudmijn zouden zijn voor ridiculisering. De man is zo kwetsbaar als het vaasje van Rutte.

Iederéén trapt in propaganda. In het bijzonder de aanhangers van extreemrechtse partijen. Je kan je daar over verzuchten, of er je voordeel mee doen. Weg met die andere wang. If you stoop low, I stoop lower. Soms moet je mensen met hun eigen middelen bestrijden. Pun intended.

Dit is het tijdperk van de Große Lüge

Dit is het tijdperk van de Grote Leugen. Maak de leugen gróót, zó groot dat mensen niet kunnen geloven dat je de waarheid zulk grof geweld aan zou doen. Wij leven er al heel lang mee. Niet vanwege Wilders, maar vanwege zijn tovenaarsleerling: Mark Rutte. Rutte beheerst deze techniek tot in de puntjes. Als het om liegen gaat, dan is Rutte de ware meester. Liegen is een fantastische propagandatruc, want ook al wordt de leugen achterhaald, er blijft altijd iets van hangen. Rutte hanteert echt geen andere tactiek dan Wilders. Gouden regels: geeft nóóit toe dat het een leugen is, laat geen ruimte voor alternatieven, concentreer je op één vijand en geef die overal de schuld van, accepteer zelf nooit schuld, maak de leugen groot, en herhaal, herhaal, herhaal.

Dit werkt. Waarom? Omdat mensen in hun “primitieve eenvoud gemakkelijker het slachtoffer van de grote leugen zijn dan van de kleine leugen, omdat ze zelf vaak kleine leugens vertellen over eenvoudige aangelegenheden. Ze zouden zich echter schamen om hun toevlucht te nemen tot grootschalige onwaarheden. Het zou nooit in hun hoofd opkomen om kolossale onwaarheden te verzinnen en ze zouden niet geloven dat anderen zo onbeschaamd zouden kunnen zijn de waarheid op zo’n schandelijke wijze te verdraaien. Ook al krijgen ze de bewijzen, dan nog zullen ze twijfelen en blijven denken dat er misschien een andere verklaring is.”

Klinkt bekend, toch? Hier hebben we lange jaren naar zitten kijken. Er waren genoeg bewijzen dat Rutte loog, en dan won de VVD nóg meer in de peilingen. Mensen bleven het geloven, ook al werden ze zelf slachtoffer van het beleid. Oh en overigens, deze alinea heb ik overigens niet zelf verzonnen. Het is een citaat uit Mein Kampf, van Adolf Hitler, de meester van de propaganda. Hitler noemde zijn theorie ‘de grote leugen’. Die Große Lüge.

De magie van de leugen(aar)

Dus: maak de leugen gróót en stick to it, zelfs als je gezichtsverlies moet lijden. Rutte kon het als geen ander en heeft er verkiezing na verkiezing na verkiezing mee gewonnen. Uiteindelijk was de rek eruit. “Heb ik geen actieve herinnering meer aan,” het is dé nationale grap geworden. Dan weet je, is het op. Ik ben ervan overtuigd dat dat de enige reden was waarom Rutte geen gooi meer deed naar een kabinet Rutte V: Hij was er niet meer mee weggekomen. Kabinet Rutte IV was allang gevallen, binnenkamers. Het was wachten totdat het CDA de stekker eruit zou trekken. Dus deed Rutte het, met een laatste, ultieme leugen. Hij zette Nederland schaakmat.

De VVD had geen geschikte opvolger, dat was nou precies het probleem. En Yeşilgöz mag er weliswaar dol op zijn, ze kan gewoon niet zo goed liegen. Je ziet het aan haar hoofd, ze kijkt er vals bij, op een heel onaangename manier. Zelfs al trek je haar het mooiste witte pak aan en neemt je eigen visagiste mee om haar van het scherm te laten spátten, it’s showing. De VVD was de magie van de leugen kwijt.

De gouden regels van Hitler

Om even terug te komen op Baudet. Indirect dan, want dit gaat over zijn idool Alexis de Tocqueville. Een even verwerpelijke als interessante politiek filosoof. De Tocqueville stelde dat de wereld liever een eenvoudige leugen gelooft, dan de complexe werkelijkheid. Hapklare brokken, makkelijk te begrijpen, het maakt de wereld overzichtelijk. Als de leugen bevestigt wat je wil geloven, als het van iemand komt die je vertrouwt, of bewondert, of met wie je jezelf identificeert, dan geloof je het zonder aarzelen. Het is waar, want Johan Derksen zegt het. Dat effect.

Wilders heeft de gouden regels van Adolf Hitler stevig verankerd in zijn repertoire. Hij begrijpt, net als Rutte, dat mensen graag leugens horen. Of dat de simpele leugen zo ontzettend veel sneller is dan de complexe werkelijkheid, je alleen maar de suggestie hoeft te wekken om bij mensen een sentiment op te roepen (mooi artikel over dit fenomeen hier, trouwens). It is the brain, stupid. Nog zo’n mooie Engelse uitdrukking, als je weet hoe het werkt en waarom het werkt, beat them at their own game. Zeg ik nou dat je net zo hard moet liegen? Niet noodzakelijk. Ik zou denken dat je hetzelfde trucje ook kunt toepassen kunt met de waarheid, maar wie ben ik. Maar áls je dan moet liegen, maak het gróót, stick to it en wees niet zo bang voor gezichtsverlies.

De leugen regeert, weer

En zo zijn we terug bij het begin. Over zwijgen. De beoogde regeringspartijen zitten met de gordijntjes dicht aan tafel te onderhandelen over onze toekomst. Een tafel vol leugenaars die hele oprechte afspraken gaan maken over het waarborgen van onze Grondwet, ja, heus waar. Wilders slingert via Twitter af en toe nog even een leugentje de wereld in, om het vuurtje bij zijn aanhangers te laten smeulen, maar verder zijn de gordijntjes inderdaad dicht. Zes weken lang is er geen nieuws te melden. Een mooie afkoelperiode. Voor iedereen. En het koelt inderdaad af.

Maar je weet: Als de storm is gaan liggen en er breekt een íjzige stilte aan, dan volgt de acceptatie op de voet. Nieuws, geen nieuws, nu is de tijd om de wind te andere kant op te draaien, want die nieuwe wind in de Tweede Kamer is helemaal niet fris. Dus hou op met dat dood op je rug liggen. Boehoe, ja, het is heel erg allemaal. Je bent superinteger en dat soort dingen meer, maar nu gaat die rug recht. Dus ja, je liket en retweet je de moeder. Ik zou ook nooit stemmen op Jetten, of Timmermans, maar wat krijgen zij de komende tijd mijn steun zeg. Dit was de laatste “ik ben het eigenlijk nooit met hem eens, maar…” Ik steun, punt. Want één ding is namelijk echt waar, van wat Johan Derksen allemaal zegt: Mensen zien Wilders als de reddende engel. Zitten ze hoor, aan de kersttafel, met de gordijntjes dicht: Judas, de Messias (ik moet zelf steeds aan Absolom denken, eigenlijk), een Engel, Jezebel en het serpent. Fijne kerstdagen!

Dit is het land van lafaards, en het is oer- en oerlelijk

Vorige week lanceerde Mark Zuckerberg’s Meta het social media platform Threads in Europa. Vele zoekende X-gebruikers die zat hebben van de extreemrechtse trollen op X/Twitter, hopen er hun nieuwe toevluchtsoord van te maken. Een paar invloedrijke (ex-)Xers gaven het een go, dus Threads moet het worden. Dus maakte ik een account aan en wilde er vanmorgen in mijn koffiepauze voor het eerst echt een kijkje nemen.

Oh ironie, wie had het kunnen denken. Het allereerste bericht in mijn tijdlijn kwam niet van het ‘linkse bolwerk’ dat er zou zitten, maar van wappie-overste Marianne Zwagerman in gesprek met Maurice de Hond. Een té kinderlijk gesprekje eigenlijk, tegen zo’n blckbx-achtige achtergrond, van twee foute figuren die samen bespreken hoe linkse prominenten zouden inspireren tot gewelddadige aanvallen op PVV-Kamerleden. Prachtige samenloop van omstandigheden, zou je het kunnen noemen. Die aloude morele chantage – dat je aan zou zetten tot geweld als je extreemrechts veroordeelt – die antiracisten nu al heel lang gedwee in een hoekje trapt, prijkt bovenaan het beoogde nieuwe linkse bolwerk om het boeltje daar er nog eens aan te helpen herinneren: jullie worden in de gaten gehouden. Nou ja, dat werkt al heel lang heel erg goed, dus waarom niet. De ervaring leert dat als je je krachtig uitspreekt over verwerpelijk gedachtengoed, je daar uiteindelijk helemaal in je eentje voor door het slijk getrokken wordt en dat al die goede, rechtschapen mensen dan netjes de andere kant opkijken, bang als ze zijn om met je geassocieerd te worden.

Briljante zet dus, zou je kunnen zeggen. Maar ach, het was tegelijkertijd niet eens nodig. Op Threads is het vooralsnog een grote chaos van aan de ene kant Instagrammers die het maar saai vinden zo zonder beef en wanhopig op zoek zijn naar volgers, en aan de andere kant de vluchtende X-ers die elkaars achterwerken nog aan het besnuffelen zijn en vrolijk kwispelend rondlopen met allerlei spitsvondige oneliners en eigenlijk ook wanhopig op zoek zijn naar volgers. Het doet je de moed in de schoenen zakken. Je zou denken dat zo’n verkiezingsuitslag vraagt om een stevig antwoord, om vastberadenheid en een zekere strijdlust, maar het gaat er over ‘patat of friet’, hoe fijn het is om van Twitter verlost te zijn (terwijl ze ook nog op X/Twitter posten trouwens) en het vormen van kliekjes, zo snel mogelijk bij de ‘in crowd’ horen, dat is het doel.

Ik begrijp dat gevoel maar al te goed hoor, maar kom op. Twitter was al heel lang een heel giftig platform en toen Musk de boel overnam had iedereen daar acuut weg moeten vluchten. Als je principes je lief zijn tenminste. De man gebruikte zijn platform om mensen door zeer dubieuze ‘journalisten’ door het publiek te laten veroordelen met zijn Twitterfiles, hij bracht het leven van één van zijn medewerkers in gevaar door hem van pedofilie te beschuldigen, hij liet de extreemrechtse drek vrijwel direct uit alle hoeken naar beneden druipen. De meesten bleven. Geen zin om ‘opnieuw te beginnen’, zo’n ander platform was rete-ingewikkeld en eigenlijk ja, eigenlijk weten we allemaal wel dat slechts sommigen dat platform nodig hebben om actie te voeren, en dat komt alleen maar omdat op X/Twitter belangrijke influencers zitten die op hun beurt geen andere goede reden hadden dan zich met man en macht vast te houden aan hun dagelijkse portie likes. Maar X maakt het gebruikers steeds moeilijker om gratis te influencen en zelfs als je betaalt om je tweets meer prominent in mensen hun tijdlijn geslingerd te krijgen, dan nog word je bekogeld met honderden haatberichten van rechts-extremisten. Nee, nú vertrekken van X is nauwelijks heldhaftig te noemen. Eigenlijk is het een afdruipen met de staart tussen de benen.

Journalisten, opiniemakers en politici

Tja, hoewel ik de meesten gewoon hoog acht, of aardig vind, vind ik het ook wel ontiegelijk laf. Juist op het moment dat je je stem moet laten horen en je juist níet moet laten intimideren, kies je het hazenpad. Sjonge jonge. Ik wist vanmorgen gelijk weer waarom Musk voor mij vorig jaar eigenlijk slechts de laatste druppel was om afscheid te nemen van dat platform. Ik was er weliswaar weg voordat Musk zijn wasbak er goed en wel had kunnen installeren, maar eigenlijk zocht ik al langer een excuus om dat hoofdstuk af te sluiten en er niet meer terug te keren. De enorme lafheid die er heerst, de halfslachtigheid, het narcistische gedrag, de constante zelfverheerlijking, de hunkering naar likes en volgers, het stond me al veel langer tegen. Het wás een giftig platform, het ís een giftig platform en het zal altijd een giftig platform blijven. Maar helaas is en blijft het een invloedrijk platform. Het is dé plek waar grote organisaties, overheden, politici, wetenschappers, journalisten en opiniemakers samen klonteren. De invloedrijken der aarde. En het is nou juist die mix van mensen, omringd door normale stervelingen die hopen ook een beetje invloed uit te kunnen oefenen op ‘de macht’, die van X/Twitter een ondraaglijke plek maken om te zijn.

Bubbels met eigen influencers en een eigen cultuur

Je moet je het platform zo voorstellen: wat je te zien krijgt is afhankelijk van wie je volgt. Volg je helemaal niemand, dan krijg je van Musk een hele feed van mensen als Zwagerman, De Hond, het kliekje van omroep On! en dat soort figuren voorgeschoteld. Alsof je in de hoofden van het klantenbestand van De Telegraaf rondwandelt. Volg je wat journalisten en politici, dan kom je in een heel ander netwerk (of bubbel) terecht. Zelf wil ik dit weleens de ‘elite clique’ noemen. Dit is waar de consensus wordt bereikt. Ben je populair in deze clique, dan heb je invloed, of krijg je een column of iets dergelijks. Volgers. Likes. Véél likes. Een con-ti-nue stroom aan likes. En daar ligt de valkuil. Speelden ze zich eerst nog in de kijker door hun opvallende mening, zo gematigd worden ze zodra ze gewend zijn aan die likes. Niet teveel uit de pas lopen, want de elite clique hijgt je constant in je nek, op zoek naar díe ene set van 280 tekens die je van je troon kan stoten.

Die bubbel vormt een walgelijk strakke dwangbuis waar je constant op moet letten wat je doet. Like de verkeerde tweet en er hangt iemand in je inbox om je tot de orde te roepen. Associeer je niet met ‘die of die’, ‘dat’ soort tweets liken is not done. Je reputatie hangt af van iedere interactie die je aangaat, al is het maar omdat je een tweet apprecieert die niet zo lekker valt binnen die clique. Zo mag je best zeggen dat Rutte liegt, maar hem een notoire leugenaar noemen is een brug te ver. Als de clique vol adoratie jubelt dat Rutte zo’n práchtige speech gaf over groepsimmuniteit, dan staan de kranten de volgende dag vol met absurde aanbidding en prenten van ‘staatsman Rutte’ met een koninklijke mantel om zijn schouders. In die clique mag racisme geen racisme heten, is er wel vriendjespolitiek maar neem je het woord corruptie niet in je mond en ben je vooral ‘redelijk’. Ofwel: je vergoelijkt wat het daglicht niet kan verdragen, want je mag wel prominent zíjn maar er toch alsjeblieft geen prominente mening op nahouden. Je mag wel kritiek hebben, maar gematigd. Altijd dat oog hebben voor ‘de andere kant’ van het verhaal. Niet polariseren! Like. Like. Like. Like. En we weten inmiddels wel dat likes en een grote schare aan volgers zo verslavend is als hard drugs, dus ze zwichten ervoor.

De waan van de dag

X/Twitter dríjft op de constante ophef en boosheid over allerlei actualiteiten van haar gebruikers (mensen zijn er zelfs om 11 uur ‘s avonds nog boos met allerlei politieke en actuele zaken bezig), toch moet je er ook weer niet té hartstochtelijk een mening op na houden. Je hebt binnen no-time een mening in 280 tekens klaar over de toeslagenaffaire, de oorlog in Oekraïne, de pandemie, de rechtstaat, over van allerlei totaal uiteenlopende zaken eigenlijk. Tijd om erover na te denken heb je niet eens, want de bubbel is alweer bezig met de volgende ‘waan van de dag’. Overbodig om uit te leggen misschien dat veel mensen elkaars tweets en meningen kopiëren en elkaar na-papegaaien en zo expert zijn in werkelijk ál-les, het is doodvermoeiend.

Nu was Twitter eigenlijk altijd al een plek waar prominenten koketteren met leed, en waar vooral óver slachtoffers gepraat wordt die eigenlijk dienen om de eigen persoonlijkheid aanzien te geven. Dit soort gedrag werd het allerlelijkst uitvergroot tijdens de pandemie, toen een heel leger medisch kwetsbaren hun toevlucht zochten op Twitter, in de hoop daar hun lot en leed onder de aandacht te kunnen brengen. Dit ging om mensen die tijdens zo’n heel indrukwekkende crisis het meest kwetsbaar waren van ons allemaal. Maar kwetsbaren zijn sowieso niet zo aantrekkelijk op X/Twitter. Onderwerpen als ouderenzorg, gehandicaptenzorg, dat soort zaken, ze scoren gewoon niet. Ook toen deze medisch kwetsbaren heel X/Twitter op z’n kop zetten omdat ze als dor hout afgeschreven werden door opiniemakers, journalisten, sommige politici en ja, ook door het coronabeleid, konden ze op weinig steun rekenen. Het ging tegen de Twitter consensus van ‘ons beleid is goed’ in en dus werden ze grotendeels genegeerd.

Echt een buiging voor de journalisten die hun verhalen toch publiceerden, want de clique had toch wel bepaald dat ze ‘net zo erg waren als wappies, misschien nog wel erger’. Vervelend. Irritant. Niet realistisch. (Like, like, like!) Dat deze mensen vochten voor hun leven en daarbij gewoon recht op steun en begrip hadden, juist omdát ze kwetsbaar waren en nauwelijks middelen of mogelijkheid hadden om voor zichzelf op te komen, ik weet niet of het überhaupt wel doordrong. Hoe ze werden weggezet als zeurpieten, aandachttrekkers, hoe totaal ongevoelig hun lot werd weggewuifd als ‘oninteressant’ terwijl zij in een totaalisolement terecht waren gekomen. Eerlijk gezegd, ik vond het schokkend. Ik heb nooit eerder zo gehuiverd van mensen als toen. Het totaal ijdele gekoketteer met andermans leed om zichzelf te profileren, Xfluencers die uitademen zo betrokken en zo goed van inborst te zijn die deze kwetsbaren hun rug toekeerden terwijl ze de macht en invloed hadden om te helpen, ik kan nog misselijk worden als ik er aan denk. Terwijl de ene vinger verwijtend anderen aanwees als verachtelijke ‘dor hout’ aanhangers, staken ze zelf geen vinger uit om te helpen. Ook op Twitter kwam de groep in een isolement, want even verwerpelijk als wappies dus moest je je er niet mee willen associëren, want dat kostte je je likes, likes, likes.

Lafaards

Sociale media zijn een plek voor verslaafden geworden, wat een totaal verknipte werkelijkheid creëert en een zieke invloed heeft op de publieke opinie. Nederland is maar een piepklein landje en wie invloed heeft in de media, staat eigenlijk heel dicht bij de macht. Maar Nederland is ook een laf landje. Je moet je kop niet boven het maaiveld uitsteken, ik weet het. Mensen houden er niet van, dat is één – maar daarnaast moet je gewoon uitkijken, want voor je het weet ligt jouw kop eraf en kijkt iedereen snel de andere kant op. Bang als ze zijn dat ook zij een deukje oplopen. Bang voor confrontaties. Bang om niet te deugen. De gemiddelde Nederlander is zó makkelijk te intimideren dat je met een simpel woord als ‘deugen’ al iemand de mond kunt snoeren. Dat deugt niet.

De pandemie was een ongekende crisis, die had gevraagd om wat moed en empathie. Een tijd waarin je medemenselijkheid had kunnen tonen. En na die grote crisis, komen we nu in een andere crisis terecht. Dat vraagt niet om gematigdheid en rondkwispelen op Threads, wanhopig op zoek naar je dosis dopamine (like!). Deze tijd vraagt om moed, uitgesprokenheid en mensen die die cultuur van lafheid doorbreken. Deze tijd vraagt er niet om om ineen te krimpen en weg te vluchten met de staart tussen je benen.

De fase van verkenning, aftasten en formeren is niet de tijd om stil te vallen. Nú is de tijd om flink wat rumoer te maken. Laat die partijen weten wat je ervan vindt, want zwijgen is toestemmen. Emotionele chantage met termen als ‘demonisering’ of ‘de kogel kwam van links’, mark my words, we zullen het de komende tijd heel regelmatig in allerlei variaties tegenkomen. Het werkt namelijk al heel wat jaren heel effectief om ‘links’ de mond te snoeren. Maar alsjeblieft zeg, het is inmiddels toch wel wat sleets geworden? Wilders fans houden toch juist van dat ‘recht voor z’n raap’? Je moet toch alles in duidelijke, harde taal kunnen zeggen? Nou dan. Groei wat eelt op je ziel en kick die likesverslaving. Ik heb mijn X/Twitter account uit de mottenballen gehaald, met mijn nekharen rechtovereind, dat geef ik toe. Maar geen staart tussen de benen, het strijdtoneel op. Wat kunnen mij die paar honderd trollen nou helemaal schelen? Ik durf er geld op in te zetten dat er heel wat betaalde trollen met tig verschillende accounts met een productietarget tussen zitten. Gewoon om je te intimideren. Om de publieke opinie te kunnen beïnvloeden en gijzelen. Nou, mij niet. Wat mij betreft geen extreemrechtse regering. Wilders wordt nooit mijn premier. Nooit. Dus, Pieter Omtzigt, ook al krijg ik er duizenden haatreacties om, ik kijk naar jou. Je hebt de sleutel in handen. Waar ga je ons aan overleveren?

Het was blijkbaar tijd

Het is al een tijdje geleden dat ik een column schreef, dus het is wat roestig, ik heb er eigenlijk geen tijd voor en Image Creator en ik moeten nog aan elkaar wennen. Het is een beetje klunzig en van de hak op de tak, maar daar gaan we.

Het was oktober 2020. Ik zat bij het Red Team en voerde ‘campagne’ voor een meer beschermend coronabeleid. Een waanzinnige drukke tijd, waarin ik naast het hele social media circus ook heel regelmatig in de reguliere media kwam. Hoewel ik echt geen groentje was op het gebied van ‘media’, voelde dat als laveren in een mijnenveld. Ik was er al een paar keer mee op mijn bek gegaan. In Sierra Leone heb je geen onafhankelijke media en eigenlijk ook helemaal geen echte vrijheid van meningsuiting. Het is oppassen geblazen als je kritiek wil uiten op beleid. Toch heb ik me er daar altijd zonder grote moeite doorheen geslagen. Het was tricky, maar straight: Die krant was overduidelijk een bondgenoot van politieke partij x, dat radiostation was overduidelijk een bondgenoot van politieke partij y. Het was helder.

In Nederland is het helemaal niet zo helder. Hier zijn alle nieuwsmedia onafhankelijk, objectief en ‘goed’. De verdeling binnen het het politieke kleurenpalet is meer subtiel. En uiteindelijk dragen ze allemaal toch het stempel ‘betrouwbaar’. Dat is nergens ter wereld zo, dus ook in Nederland niet, maar omdat de nieuwsmedia hier een bepaalde onaantastbare status hebben, weet je vaak niet waar je voor staat. Hoe komen ze eigenlijk aan die onaantastbare status?

Enfin. Nederland is een piepklein landje, met onvoorstelbaar véél nieuwsmedia. Zó belachelijk veel (betalende) nieuwsconsumenten zijn er nou ook weer niet, dus de concurrentie is gigantisch. Om kijkers, lezers en luisteraars naar zich toe te trekken, moeten mediakanalen vooral spraakmakende dingen brengen. In die valkuil was ik al een paar keer getrapt. Zat ik in een live radio-uitzending ineens tegenover hoogleraar Ira Helsloot, die niet alleen een hele duidelijke ideologie uitdroeg, maar ook klinkklare leugens zat te spuien aan de hand van allerlei data die helemaal niet bestonden. En de presentator die van toeters noch blazen wist die me dwong om daar een reactie op te geven. Dat is niet te doen. Presentatoren zijn überhaupt vaak heel slecht op de hoogte van het onderwerp. Hun programma’s zijn opgedeeld in items van steeds een paar minuten. De kennis die ze zouden moeten hebben om een onderwerp verantwoord te brengen, dat is voor een mens gewoon niet haalbaar. Dus dan zit er iemand straffeloos allerlei fabels als feiten op te lepelen, je kan er niets tegenin brengen want de presentator geloof het en voor je het weet staat het op de voorpagina van de krant.

Iets dergelijks gebeurde ook bij mijzelf, trouwens. Nou ging het niet om een fabel, maar het laat goed de dynamiek van die ophefcultuur binnen de Nederlandse nieuwsmedia zien. In september 2020 was zo’n beetje iedereen er nog van overtuigd dat corona wel voorbij was. Het toen zittende kabinet was uitgebreid op vakantie geweest, er was geen voornemen om nog maatregelen te nemen, Nederland moest zoveel mogelijk open. Corona greep echter om zich heen en ging als een lopend vuurtje door de scholen. In die tijd deden we nog net alsof kinderen geen corona konden doorgeven, dus het was nogal spannend om dat hardop in de media te zeggen. Ik deed het, maar ik was één van de weinigen en bovendien geen viroloog. Ik werd er een beetje een controversieel figuur door. Voor de ene journalist was ik een absolute no go, een soort ‘Willem Engel van de andere kant’. Voor de andere journalist was ik dan weer ontzettend interessant. Soms ook juist om die reden.

Het was een bijzonder ingewikkelde tijd. Terwijl overal ter wereld de mondkapjes weer tevoorschijn kwamen, scholen werden gesloten en andere preventieve maatregelen werden genomen, was Nederland een wereldje op zich. Volkomen naar binnen gericht, hadden we hier blijkbaar met een heel ander virus te maken. Dat was bizar. Vele nieuwsmedia sloten de gelederen: de overheidsboodschap was heilig. Als Van Dissel zei dat jongeren elkaar niet besmetten, of als ze het wel deden, dan alleen als ze samen op de fiets naar school reden, dan publiceerden ze dat. Er waren ook journalisten die de waanzin daarvan prima inzagen, maar dat soms niet mochten publiceren van hun redacties. Hadden ze een prachtig stuk geschreven, prachtig in balans, vaak gecheckt met de stand van de wetenschap die tot buiten Nederland reikte, werd er vlak vóór publicatie toch van alles geschrapt, of de boodschap afgezwakt.

En toen ineens, op een anderszins rustige ochtend in oktober 2020, stond mijn telefoon roodgloeiend. Het was niet normaal. Ik had die ochtend bij FunX radio een aardig gesprekje gehad over corona op scholen en had daarna een online interview met één van mijn eigen respondenten. Niet onaardig bedoeld, best een leuk radiostation, maar wie in hemelsnaam luistert er helemaal naar FunX radio? Het is nou niet bepaald een invloedrijk nieuwsmedium. Toch? Blijkbaar wel, want ineens was ik de headline op televisie, radio en kranten: ‘Red Team lid roept op tot sluiting scholen’. Ongelofelijk. Ik wist van niks. Van andere journalisten begreep ik dat dat leuke, best informele gesprekje op FunX radio waarin ik had gezegd dat de scholen sluiten verstandig zou zijn, door ‘iemand’ was aangegrepen en de wereld in is geslingerd als oproep van het Red Team. Ik had er helemaal geen oproep toe gedaan. Niet op dat moment, niet in dat gesprek. Het was blijkbaar tijd. Niemand was achterlijk, ook al deden velen alsof, maar iedereen wist best dat die scholen dicht moesten. Er was alleen iemand nodig die het verhaal kon brengen om de politiek onder druk te zetten en ik was de useful idiot. Tegen wil en dank. Wat een streek werd me daar geleverd.

Het Red Team was in rep en roer. Ik had blijkbaar op eigen houtje een oproep gedaan namens het Red Team wat helemaal niet was besproken en dan was ik ook nog onbereikbaar. Ook hún telefoons stonden roodgloeiend. Sommigen probeerden mijn ‘zogenaamde’ oproep af te zwakken, waardoor ik er helemaal idioot op stond. Het was één grote bende. Het werd een krankzinnige week, waarin ik zelf ook niet de allerbeste beslissingen heb genomen. De totale verbazing over wat me overkwam, de spelletjes die met me gespeeld werden, niet voor een karretje gespannen willen worden, maar toch de mogelijkheid willen aangrijpen om de discussie over het coronabeleid te kunnen beïnvloeden, het trok me alle kanten op. Nu ga ik echt wel graag prat op mijn integriteit, maar dat is toch niet een periode waar ik met een gerust hart op terugkijk. Het zou een best moment zijn geweest om me terug te trekken óf tijdens een van mijn ‘optredens’ bij radioprogramma’s of talkshows plompverloren de waarheid te zeggen: ‘Ik heb zo’n oproep helemaal niet gedaan’. Een heel kort en heel makkelijk zinnetje wat er maar niet uit wilde.

Dit voorbeeld is er één in een reeks van vele waar ik me vaker in de val gelokt heb gevoeld. Zo gaf ik eens een interview voor het avondnieuws op *een* kanaal, heel genuanceerd en afgewogen en werd me nadere uitleg gevraagd over wat een lockdown dan eigenlijk wel is, in mijn ogen. Ik stond het gewoon uit te leggen in de veronderstelling dat dat niet bij het interview hoorde, maar precies met díe uitleg en niets anders was ik in het nieuws. “Grenzen sluiten, vliegverkeer platleggen,” dat soort uitspraken, alsof ik een oproep deed. Ongemakkelijk, om het maar zacht uit te drukken. Dit hele spel, ik ben er niet goed in. Soms heb ik het in mijn voordeel weten te gebruiken, maar vaker was het in mijn nadeel. Als bepaalde nieuwsmedia het niet eens waren met het beleid, dan zochten ze een poppetje die ophef kon veroorzaken om bepaald beleid af te dwingen of niet door te laten gaan. En net iets te vaak bleek ik zo’n handig poppetje. Ik heb echt journalisten aan de lijn gehad die een bepaald verhaal wilden brengen en dan een quote van mij wilden om er wat gezag aan te geven. Ik zei steeds vaker ‘nee’, of wist mijn eigen voorwaarden te stellen en uiteindelijk heb ik me er helemaal uit teruggetrokken. Het is niet gezond, niet normaal en bovendien is het gevaarlijk als je zelf geen vat hebt op hoe je uitspraken in de media ingezet worden.

‘De MSM’ als één samenwerkend blok, dat bestaat niet. Propagandakanalen? Die wel. Media met een eigen agenda? Die ook. Media-outlets die op een onverantwoordelijke manier met hun macht omgaan? Zeker. En het is een groot probleem. Dit is een zeer roerig landje, met teveel mensen die heel makkelijk en heel graag dreigen met geweld. Schrijf dat je opa een leuke dag had en je mailbox stroomt over van de dreigementen, er is niet veel voor nodig. In zo’n land is niemand met een enigszins openbaar profiel veilig en is het dus ook oppassen geblazen wat je ín, maar ook óver de nieuwsmedia zegt. Dat begrijp ik maar al te goed. Daarom liet ik het over me heen komen en heb ik me als gewillig slachtoffer als speelbal heen en weer laten slingeren. Ik heb niets met dat rare ‘MSM’ gewauwel. Journalisten zijn belangrijk, maar niet onaantastbaar. Geen enkele vorm van macht mag vrijgesteld worden van kritiek en zo ook de nieuwsmedia in Nederland niet.

Het is tijd om die nieuwsmedia ter verantwoording te roepen. We hebben toegekeken hoe de VVD een migratiecrisis verzon en straffeloos de ene fabel na de andere, ongecorrigeerd, de wereld in mocht helpen, waardoor we nu met een politieke crisis zitten. We zagen hoe het ene mediakanaal na het andere Geert Wilders ineens als ‘mild’ naar voren begon te schuiven. En toen we Maurice de Hond – die als enige ter wereld een zogenaamd lablek in de smiezen heeft, waardoor corona de wereld in is gebracht en zich omringd en gevierd weet door ‘s lands meest krankzinnige complotdenkers, terwijl hij ook nog tijd heeft om helemaal in zijn eentje de hele Nederlandse samenleving te doorgronden – ineens als meest belangrijke duider van de Nederlandse kiezer overal zagen opduiken om de PVV aan de kiezer te verkopen, hadden we kunnen weten: het was tijd. Er was een useful idiot. Een aantal invloedrijke nieuwsmedia vonden het blijkbaar tijd om Wilders naar voren te schuiven. En zo geschiedde. Net zoals zij de komende tijd hun invloed zullen gebruiken om Wilders schoon te wassen van al zijn zonden. Kranten vol columns van mensen die totaal wazige analyses loslaten op de samenleving, gaan analyseren waarom de PVV zo gevaarlijk niet is, wat er zo goed is aan de nieuwe Kamervoorzitter en ons allemaal gaan vermanen dat we niemand mogen demoniseren, want ‘niets is vergelijkbaar met de jaren 1930’ en ‘de kogel kwam van links’.

Met steeds diezelfde bewoording, zorgen zij er al zo lang voor dat het ‘redelijke midden’ heel redelijk in het midden blijft zitten. Als de handige, totaal naïeve buffer die zij al jaren zijn. Door ze constant aan te spreken op hun behoefte om ‘fatsoenlijk’ te zijn, waardoor ze zich liever keren tegen de heldhaftige pacifist die de woorden ‘domme lul’ durft te bezigen, dan tegen de enorm agressieve haat die er van extreemrechts afkomt. Zíj mogen intussen alles zeggen en alles en iedereen demoniseren, bedreigen en kapot maken. Want de kogel kwam van links.

Ik ben niet links. Ook niet rechts. Ik weet niet eens wat ik ben, want ik stem nu al zo vaak strategisch, dat ik niet eens meer weet wat ik zelf vind. De kogel kwam niet van mij. Die was helemaal van Volkert. Maar ik heb geen angst meer voor het creëren van een zogenaamd ‘klimaat’, want man o man, die angst voor een zogenaamd klimaat heeft een hele gure storm veroorzaakt. Om het in de woorden van de AIVD te zeggen: “Rechts-extremisten vormen een dreiging voor de nationale veiligheid en democratische rechtsorde omdat zij antidemocratische doelen nastreven, al dan niet met ondemocratische middelen.” Extreemrechts hééft al een klimaat gecreëerd. Dus. Een koekwaus is een koekwaus. Een complotdenker is een complotdenker. Wilders is niet mild. Een fascist is een fascist. Racisme is racisme. Iets is niet per se goed of onschuldig omdat een ‘blok kiezers’ een bepaalde ideologie aan de macht wil. En de jaren 1930 zijn niet uniek in de geschiedenis van de mensheid. Het is tijd om de angsthazerij neer te leggen.

Wees wars van journalisten die de hele dag op het X/Twitter van de extreemrechtse Musk zitten, en denken vanaf daar hun thermometer in de samenleving te kunnen steken. Vergeet die domme analyses van intellectuelen die de wereld vanaf hun luie leunstoel wel even zullen doorgronden en je vertellen hoe je wel of niet moet denken. Ik woon in een PVV gemeente in een heuse PVV wijk en ik heb werkelijk geen idee. De een vindt dat “het echt de spuigaten uitloopt met die vluchtelingen, want als je gaat winkelen in de stad word je in het Engels geholpen” (joehoe, dat zijn arbeidsmigranten en die zijn er om je huidige welvaart veilig te stellen), de ander is helemaal klaar met die leugenaars van de VVD en vindt het “fantastisch hoe Wilders ze de waarheid zegt”, weer een ander houdt zich “niet zo bezig met politiek, maar begrijpt Wilders tenminste” en “hij staat tussen de mensen” (hmpf), en eigenlijk hoor ik nog het meest dat mensen nooit meer VVD willen, “maar ook niet die Timmermans want die wil de hypotheekrenteaftrek afschaffen en bij Wilders is die tenminste veilig”, want hoe anders moeten ze anders hun hypotheek betalen en kunnen hun kinderen straks nog wel een huis kopen? Uiteindelijk weet niemand het antwoord, en is het tegelijkertijd niet zo moeilijk: Populisme scoort en racisme is geen bezwaar. Meer hoef je niet te weten.

Nederland heeft geen goede analisten. Of nee, dat is niet waar, ze zijn er wel, maar die willen niets te maken hebben met dat spel in de Nederlandse media. Want een klimaat, dat is er zeker. Er heerst een klimaat van bedreiging, van krankzinnigheid en totale domheid. We hebben een Tweede Kamer die voor de helft gevuld is met complotdenkers, rechts-extremisten, krankzinnigen en volslagen opportunisten. We hebben bijna geen nieuwsmedia over die niet de foute Telegraaf zijn, of zich er mee vereenzelvigen. Nog even terug naar het begin. In sommige landen is er geen vrijheid van meningsuiting en is het oppassen geblazen als je kritiek wil uiten op beleid. In Nederland is dat gelukkig niet zo. Je kán en mág zeggen wat je vindt. Maar in Nederland hebben wij een ‘redelijk midden’ dat je de mond snoert als je spannende dingen zegt. Een redelijk midden dat het levensgevaarlijk maakt om kritiek te uiten. Hun angst om de macht daadwerkelijk te bevragen, heeft ons hier gebracht. Want haat vind je in iedere samenleving, de wens om mensen die op wat voor manier dan ook kwetsbaar zijn te mogen vertrappelen, discriminatie op allerlei gronden ook, en racisten ook. Het kan alleen gedijen als het de ruimte krijgt om te groeien.

Het is tijd. Dat enorme ‘redelijke midden’ moet haar terrein niet zo braak laten liggen. Braakliggend terrein is gevoelig voor onkruid. Nu heeft er een zeer invasieve soort op wortel geschoten. Gaan we rigoureus wieden, of gaan we er jarenlang heel redelijk tegenaan staan wauwelen – zolang we maar niemand, godbetert, een domme lul noemen – en zien we wel hoe goed het kan woekeren? Angst is een goede voedingsbodem. Voor van alles. Roer je. En geef Peter Breedveld een column. Wie weet, durven we dan allemaal wat meer.