Er zit een akelig addertje onder het coronabeleid van Minister Kuipers

Terwijl afgelopen maandag experts de Tweede Kamer hun adviezen gaven voor een optimaal coronabeleid, nodigde minister Kuipers elders in hetzelfde gebouw via de media juist de bevolking uit om met eigen plannen voor de volksgezondheid te komen. De coronacrisis is voorbij, we zullen moeten leren leven met het virus, zo luidt zijn boodschap. Burgers en sectoren zijn aan zet, vindt de minister. Later legde hij in het praatprogramma Op1 uit tot dit besluit te zijn gekomen omdat “verschillende groepen mensen hebben gevraagd om minder maatregelen en zelf de mogelijkheid te willen om op hun eigen situatie maatregelen te nemen”. Wie zijn die groepen mensen dan, vraag je je af. Nou, een roeivereniging van studenten bijvoorbeeld, en kappers. Allemaal groepen mensen die hebben aangegeven “zelf wel te weten hoe het moet” en dus gaan we het zo doen.

Niet om flauw te doen, natuurlijk moeten we manieren vinden om met het virus te leven. Het is enorm te waarderen dat die groepen mensen nadenken over wat zij zelf kunnen doen. Maar wat gaan zij eigenlijk doen, in welke situatie en wiens belang dient het? Hun eigen belang? Dat van de samenleving? De volksgezondheid? Of dienen ze vooral de bewegingsvrijheid van het virus zelf? Weten ze zelf wel waar ze naartoe werken, want voorlopig heeft de minister niet veel méér visie dan slechts de leuze ‘leven mét het virus’. En dat is voor velerlei interpretatie vatbaar. Je kunt ervoor kiezen het virus zijn gang te laten gaan en alle gezondheids- en nevenschade zondermeer te accepteren. Je kunt er ook voor kiezen de verspreiding van het virus te minimaliseren, zodat er zo min mogelijk schade ontstaat. En hoe doe je dat? Met dwingende maatregelen? Door sociale normen te vestigen? Een combinatie van beide? Welke mogelijkheden hebben we dan tot onze beschikking? Welke kernwaarden moeten we in acht nemen? Kunnen we elkaar onbeperkt laten doodvallen? Of moet dat allemaal vorm krijgen in onze onderlinge strijd om onze eigen belangen?


Terug naar normaal

Als de crisis inderdaad voorbij is, kunnen – nee, moeten – we ‘terug naar normaal’. Maar dan ook echt. In het ‘oude normaal’ hadden we al heel wat kernwaarden geformuleerd en grondwettelijk vastgelegd. Voor de minister geldt dan ook weer een normale werksituatie waarbij zijn beleid ál onze grondwettelijke rechten dient en garandeert. Het recht op volksgezondheid, toegang tot goede zorg én gelijke rechten op deelname aan de samenleving, met min of meer evenredige risico’s voor de gezondheid. Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) maakte bij de Rondetafelgesprekken in de Tweede Kamer nog maar eens duidelijk: De verantwoordelijkheid voor de volksgezondheid ligt bij de minister. Het College voor de Rechten van de Mens was nog veel explicieter: het is geen optie om de virusverspreiding niet terug te dringen.

Nu is mijn vraag aan de minister: Hoe gaan we terug naar onze normale rechten? In het lange termijnplan is niet eens een duidelijk doel geformuleerd. De strategie is aan de sectoren. Middelen tot onze beschikking? Onbekend. Kan ik als individu bijvoorbeeld bij de minister een voorlichtingscampagne bestellen om de testbereidheid te vergroten? Kan een winkeliersvereniging op bestelling een mondkapjesplicht in hun winkelgebied krijgen van de burgemeester? Kunnen scholen de rekening van gratis zelftests voor scholieren rechtstreeks naar het ministerie laten sturen? Zorgmedewerkers die willen dat zijzelf en hun patiënten FFP2-maskers dragen, kunnen die dat onbeperkt declareren? Kan de buschauffeur die zichzelf wil beschermen passagiers weigeren die geen mondkapje willen dragen, als daar geen richtlijn voor is? Natuurlijk niet. Er zitten duidelijk voorwaarden en grenzen aan wat wij zelf mogen bepalen en regelen. Die voorwaarden en grenzen, die staan dan weer nergens op papier.

Addertje onder het gras

Stiekem houdt de minister dus toch gewoon stevig de touwtjes in handen en daar zit het vreselijk nare addertje onder het gras. Het líjkt nu wel alsof we zelf de verantwoordelijkheid over de volksgezondheid in handen krijgen, maar de minister bepaalt wanneer hij wel en niet handelt en welke middelen hij ter beschikking stelt. Op onvoorspelbare gronden, of op onvoorspelbare momenten. Samen met het RIVM bepaalt minister Kuipers welke adviezen of richtlijnen we krijgen en welke mogelijkheden er zijn om onszelf en elkaar te beschermen. En wie bepaalt eigenlijk welke lobbyclub bij de minister aan tafel komt? Een roeiclub bleek succes te hebben, terwijl de groep medisch kwetsbaren verenigd onder ‘#VergeetOnsNietErnst’ al maanden tevergeefs probeert om met de minister in gesprek te komen. Zo is het niet eens meer het recht van de sterkste, of van diegenen met de grootste mond. We zijn blijkbaar afhankelijk geworden van de persoonlijke willekeur van de minister.

Het jachtseizoen om de gunsten van de minister is geopend. Het uitruilen van vrijheden kan weer beginnen. Maar opgepast, beste lobbyisten. Moet je onderneming uiteindelijk toch de deuren sluiten omdat IC’s overstromen? Ondernemersrisico. Eigen schuld. Geen overheidssteun. Want tja, wij wisten toch zo goed hoe het moest?

Hoop

Vorige week zat ik aan tafel bij het praatprogramma Op1. Ik zou er komen praten over het belang van preventie, de verkeerde keuzes die we maken en de invloed van onze mentaliteit en ons gedrag op de pandemie. Dat virus doet uit zichzelf helemaal niets, dat zouden we inmiddels moeten begrijpen. Het gaat ook niet uit zichzelf weer weg. Wij zorgen ervoor dat het van mens tot mens overgedragen wordt en hoe meer we dat toestaan, hoe groter de kans op varianten die ons dagelijks leven overhoop halen.

Pandemiemoe

Iedere golf weer denken we: dit is de laatste. En iedere golf weer raken we – precies als dat virus vaart krijgt – pandemiemoe en moet alles open. Logisch, ergens, want als de verspreiding in versnelling komt, worden er meer maatregelen genomen en ligt het leven weer stil. Dat daar verzet tegen komt is ja, logisch. Want hoewel de gezondheidsschade van SARS-CoV-2 enorm is, krijgen de meeste mensen nou eenmaal niet te maken met ernstige ziekte. Wel ervaren we allemaal de last van de maatregelen en dus staan ze telkens ter discussie. De media volgen die lijn. Dat is wat in de maatschappij leeft, dat is dan ook waar we het over hebben. We kijken naar de landen om ons heen. Waar gaat het goed? Waar hebben ze minder maatregelen? Zie je wel, dáár kan het gewoon, dus moet nu alles open.

Willekeur

Het is een beetje willekeurig waar we die voorbeelden vandaan halen. Gewoon, zoals het uitkomt. De ene keer is het Zweden, dan Denemarken, dan weer het Verenigd Koninkrijk. Als ze maar minder maatregelen hebben, dan is het ons voorbeeld. En die voorbeelden houden we oppervlakkig: dáár in Denemarken is geen lockdown, dus kan bij ons alles open. Dáár in het Verenigd Koninkrijk laten ze alles los en dat gaat goed, dus dat is ons voorbeeld. We kijken niet naar alle andere maatregelen en voorzorg die ze wel hebben, hoe mensen zich daar gedragen, of de bevolkingen van die landen óók vinden dat het zo goed gaat allemaal en welke prijs ze betalen voor het gevoerde beleid. Dáár is het open, dus wij moeten ook open, punt.

Het hele plaatje

Laten we er een voorbeeld uit pikken: In Denemarken werd versoepeld, maar tegelijkertijd namen ze andere voorzorgsmaatregelen. Voortvarend testen op scholen bijvoorbeeld. Ze hebben sowieso een andere – veel uitgebreidere – testcultuur dan wij en dat scheelt wel een hele hoop op het gedrag. Als mensen weten dat ze besmettelijk zijn, zijn ze toch eerder geneigd thuis te blijven. En het scheelt ook als er een testlocatie om de hoek is en je de uitslag snel krijgt, om de stap te zetten om je überhaupt te laten testen. Het zijn geen details. Het bepaalt in grote mate hoe mensen zich gedragen en dus hoeveel ruimte het virus krijgt om van mens op mens overgedragen te worden. Het bepaalt voor een heel groot deel het verloop van de verspreiding.

Op zoek naar een gidsland

Een ander voorbeeld: Het Verenigd Koninkrijk. Dat moet ons gidsland worden, want daar laten ze alle maatregelen los en het gaat goed! Oppervlakkig bezien dan. Want vinden ze in dat land zelf ook dat het goed gaat? Niet bepaald. In de zorg zijn grote problemen ontstaan en onder de bevolking is veel onvrede. The British Medical Association sprak zich fel uit tegen het beleid van Johnson. Vele honderden mensen reageerden op social media dat Johnson hiermee eigenlijk alleen maar zijn eigen politieke positie probeert te redden, nu hij onder vuur ligt vanwege zijn aanwezigheid bij feestjes tijdens lockdowns.

Chaos

Er is altijd meer dan we met onze oppervlakkige blik zien. Welke politieke keuzes worden er gemaakt en met welke motieven, hoe is het gedrag van de bevolking, hoe groot was en is de druk op de zorg in een bepaald land, welke voorzorgsmaatregelen treffen ze op plekken waar het virus zich makkelijk verspreidt, hoe goed hebben ze het virus in beeld, wat doen ze aan voorlichting en hoezeer wordt het mensen mogelijk gemaakt zich aan de basisvoorzorg te houden? Het is allemaal niet zo makkelijk te vertalen naar onze eigen situatie. Helemaal niet, eigenlijk. Als je wil weten hoe de vork echt in de steel zit, moet je hele dagen ontzettend veel coronanieuws volgen. Dat doet bijna niemand. We zijn massaal pandemiemoe. Ook onze media. En die diepen de situatie dan ook steeds minder uit. De waan van de dag neemt ons weer steeds meer over. Ook logisch. Maar het maakt de situatie wel steeds moeilijker om te dragen. Tel daar campagnevoerende artsen bij op die ons komen vertellen dat we covidpatiënten dood moeten laten gaan, burgemeesters die zich aansluiten bij protestacties en al die hele dringende belangen die er in de samenleving zijn en de chaos is compleet.


Belangen

Dat wilde ik vertellen bij Op1. Ik maakte een begin. Maar het gesprek ging alle kanten op. Alle begrijpelijke kanten. Want er zaten mensen met belangen. Met nood. Met hun eigen zorgen. En daar zou ik dan doorheen denderen met ontnuchterende boodschappen over hoe de pandemie niet voorbij is. Dat als we blijven verspreiden, we de pandemie in stand houden. Dat we ook niets wíllen om verspreiding te voorkomen. Niet eens de minst ingrijpende dingen, zoals het dragen van een mondkapje en testen. Dat we daar niet in investeren. Dat we er iedere keer weer vanuit gaan dat dit de laatste golf is en we ons nergens op voorbereiden. De overheid niet, wij zelf ook niet. Klopt allemaal nog steeds, volgens mijzelf. Maar in die setting, met de mensen die daar zaten om over hun eigen problemen te praten, voelde het zo volkomen misplaatst om dat te zeggen, dat ik mijn mond hield.

Het zat me dwars, na afloop. Was ik gewoon te bescheiden geweest? Had ik moeten interrumperen en meer aandacht voor míjn verhaal moeten vragen? Was ik gewoon niet zo’n sterke gast of zat er iets niet goed aan mijn eigen interpretaties? Achteraf bezien: nee, daar had het niets mee te maken. Ik wil het leed van anderen niet bagatelliseren of ontkennen. Punt is, ik begrijp het. Als je zelf weinig risico loopt op ernstige ziekte, wegen andere belangen gewoon zwaarder. En sommige mensen zitten in zwaar weer momenteel.

Iedereen heeft recht van spreken

Eigenlijk begrijp ik iedereen die de last van de pandemie niet meer kan dragen. En ook dat iedereen recht van spreken heeft. Dat de maatregelen knellen, begrijp ik. Ik begrijp dat mensen hele echte financiële belangen hebben en dat financiële problemen even reëel en heftig (kunnen) zijn als het risico op ernstig covid of long covid. Maar ook dat mensen behoefte hebben aan de ‘kleine dingen’. Gewoon, je vrij kunnen bewegen en doen waar je zin in hebt. Of samen zijn met andere mensen. Onze sociale behoeften maken ons mens. Om dat jarenlang ‘uit te zetten’, past niet bij onze natuur. Dat geldt voor iedereen. Ook voor mensen die meer risico lopen op ernstig covid. Ook zij hebben al die andere belangen en behoeften, naast een reëel gezondheidsrisico. Dat kunnen ze niet eens meer zeggen. Zij strijden om hun gezondheid te mogen beschermen, waar de artiest strijdt voor het overleven van zijn sector en de horecaondernemer voor het voortbestaan van zijn zaak en niet weggezogen te worden in enorme schulden.

Lobbyen

Dus daar zat ik, aan die tafel en ging dit door mijn hoofd. Ik had van alles willen zeggen, maar eigenlijk viel er niets te zeggen. Het ging over belangen. Het ene belang boven het andere plaatsen. Als ik mijn eigen uitingen in de media in de afgelopen twee jaar doorneem, kom ik daar zelf even ongenuanceerd uit naar voren als ieder ander. Met zoveel gasten aan tafel en maar beperkte tijd om dingen te kunnen bespreken, kan je ook bijna niet anders. Dus wordt je verhaal automatisch een pleidooi voor het een of ander en dat is wel de laatste positie waarin ik me wilde bevinden. Ik besloot dat ik daarmee moest breken. Het is wat de pandemie in stand houdt, dat weet ik. Het ene belang boven het andere stellen. Het uitruilen van vrijheden. En daarom zat ik met mijn mond vol tanden. Achteraf vind ik: ik deed het juiste. We hebben een overheid die het lobbyen aanmoedigt en dus is het lobbyen wat we doen. Wie ben ik, om andere mensen hun vijf minuten om te kúnnen lobbyen te ontnemen?

De pandemie is voorbij

In Nederland is nu vrijwel iedereen er wel van overtuigd dat de pandemie afgelopen is. Het hele wrange is, dat we dat in de afgelopen twee jaar al drie keer eerder dachten. Steeds loopt het uit op een teleurstelling en zeggen we achteraf: dit hadden we kunnen weten. We hadden ernaar moeten handelen. Maar niemand doet het. Het lijkt er voorlopig overigens niet op dat de pandemie na omikron afgelopen is, waarschuwt de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) nog altijd. Alle waarschuwingen glijden langs ons heen. Omikron is ‘zo mild’, dat nu bijna iedereen wel vindt dat het losgelaten kan worden op de samenleving. Mét het risico dat op die manier weer nieuwe varianten ontstaan. En hoe dat dan weer zal gaan? Dat weet niemand.

Hoop

Het is afwachten wanneer er weer een nieuwe variant komt en hoeveel schade dat virus zelf kan aanrichten aan de gezondheid. Het kan meevallen, het kan tegenvallen. We zouden ons allemaal moeten voorbereiden op wat nog zou kúnnen komen, de worst case scenarios. Nu een keer wel. We doen het beter voor niets, dan ons weer te laten overspoelen door een nieuwe golf. Maar we zitten vast in onze eigen belangen van nú, op dit moment. We overzien niet eens meer dat we bij een volgende golf ook nog belangen hebben. Het hier en nu knelt. De overheid biedt geen houvast. Het coronabeleid schiet alle kanten op. Niemand heeft de regie. Er is geen plan. En dus is onze enige hoop dat de pandemie zomaar vanzelf eindigt. Ook dat begrijp ik. Dus wie ben ik, om andere mensen die hoop te ontnemen? Daarom was ik stil. Uit respect, maar ook uit onvermogen. Ik heb namelijk ook geen oplossing.

Het is nog lang geen tijd voor 2G

De instroom in de ziekenhuizen lijkt over de piek heen. Het dreigende code zwart is ternauwernood afgewend. Ondanks alle tegensputteren van de IC’s werd gisteren verder opgeschaald naar 1.250 bedden. Om dat te realiseren moet de (acute) planbare zorg worden afgeschaald. Volgens IC-baas Peter van der Voort van het UMC Groningen, wordt er al geselecteerd aan de poort en ís het daarmee feitelijk al code zwart. Ook de huisartsen ramden op de noodknop: bij hen is het allang code zwart.

Er zit een verschil tussen het medische- en het politieke code zwart, blijkbaar. Een politiek handigheidje. Maar het kan de feiten niet wegpoetsen: De overheid is niet in staat te waarborgen dat iedereen in geval van ziekte de juiste geneeskundige bijstand en verzorging krijgt. En dat is wel een juridische plicht. Nood breekt wetten. De vraag is wel: is dit wel ‘nood’ te noemen, of de uitkomst van inadequaat beleid?



Recht op gezondheid

Wat gaat het kabinet doen om afschalen van zorg voortaan te voorkomen? Is het, met alle kennis en hulpmiddelen die we tot onze beschikking hebben, acceptabel om reguliere zorg weer af te moeten schalen? Naar verwachting gaat de pandemie nog jaren duren. Gaan we dat bij elke volgende golf doen? Welk effect heeft dat op de algehele volksgezondheid?

In het Internationale Verdrag inzake de economische, sociale en culturele rechten verbindt de overheid zich ertoe epidemische èn endemische ziekten te voorkomen en te bestrijden. Een strategie die virusverspreiding op hoog niveau toestaat, kan men onmogelijk ‘bestrijding’ noemen. Toch is dat wat het kabinet met 2G wil doen: het virus vrij laten verspreiden onder gevaccineerden en de verspreiding onder niet-gevaccineerden dempen door hen toegang te ontzeggen tot hoogrisicolocaties. Terwijl ze elkaar op andere plekken, of zelfs in het eigen huishouden, nog wel tegenkomen. Of een besmetting komt binnen via schoolgaande kinderen. 2G is dus geen dekkend systeem. Gevaccineerden verspreiden het virus immers ook.

Omikron

Voordat de overheid overgaat tot maatregelen die onze grondrechten aantasten, moet eerst alle inspanning verricht zijn om met andere, minder ingrijpende middelen de epidemie te bestrijden. Klik om te Tweeten

Met Omikron op de loer, is een systeem dat verspreiding toestaat een valse belofte op terugkeer naar het oude normaal. Ook tijdens deze golf zien we: de meest kwetsbare personen worden, ondanks vaccinatie, nog steeds hard getroffen. Er is een recordaantal besmettingen in verpleeghuizen en ook het aantal sterfgevallen loopt er weer op.

We lonken naar Israël, waar boosters de schade van Delta aanzienlijk leken te beperken. Wat we niet willen zien, is dat er in Israël naast boosteren een slim beleid onder zat: Inreisbeperkingen, 2 meter afstand, maskers voor iedereen ouder dan 7 jaar en voordat het schooljaar er begon werd alle ouders gevraagd hun kinderen te testen. Dat hield de scholen goeddeels coronavrij en dat scheelt. Israël zet dus niet alleen in op vaccineren, maar op een heel palet aan maatregelen, waarbij “testen, testen en nog meer testen” de ruggengraat vormt.

Het Nederlandse coronabeleid heeft niet een dergelijke ruggengraat. Het laat zich eerder kenmerken door ‘grote stappen snel thuis’. Nu is het in het verhitte vaccinatiedebat een lulligheid aan het worden om op onze grondrechten te wijzen. Maar voordat we overgaan tot een ingrijpende inperking van die grondrechten, is het toch belangrijk te realiseren dat niet alle minder ingrijpende middelen zijn uitgeprobeerd en zeker niet uitgeput.

Pilaren van de coronabestrijding

We lijken steeds de belangrijkste pilaren van de coronabestrijding over te willen slaan: Testen, traceren, isoleren, quarantaine. Nederland investeert er heel weinig in. Van laagdrempelig en fijnmazig testen is helemaal geen gebruik gemaakt. Dat bereik je bijvoorbeeld met veel testlocaties, maar die hebben we in Nederland niet. “Met minder testlocaties grote aantallen wegzetten … als waren we Unilever”, aldus de Jonge.

Het bron- en contactonderzoek spoort in nog geen kwart van de gevallen de bron op. Mensen krijgen slechts een dringend advies om in quarantaine te gaan. In het kader van ‘proportionaliteit’ is het wellicht effectiever om – in plaats van 2G – over te gaan tot een wettelijke verplichting tot isolatie en quarantaine van besmettelijke personen. Zoals bij een Groep A ziekte wettelijk gezien altijd al een mogelijkheid zou zijn geweest.

We hebben meer ‘gereedschappen’ achter de hand: zoals FFP2-maskers in de zorg, want ook in de zorgsetting raken mensen besmet. Mondneusmaskers in alle binnenruimten voor iedereen vanaf 6 jaar, zoals de Wereldgezondheidsorganisatie adviseert. Ook als je zit. Goede ventilatie op scholen, CO2meters en hepafilters. De schoolvakanties anders indelen.

We hebben nauwelijks maatregelen die écht iets doen met ons gedrag. Uit gedragsonderzoek blijkt dat 70% van de positief getesten thuisblijft na een positieve test. Nog maar 3% gaat op visite. De mensen die wel naar buiten gaan, doen dat voornamelijk om een luchtje te scheppen. Zonder quarantaineplicht zou dit al een bijna dekkend systeem kunnen zijn, als de vaccinatiebereidheid nou maar wat hoger zou zijn.

Bestrijden in plaats van verspreiden

Israël zet niet alleen in op het voorkomen van ernstige ziekte door vaccinatie, maar ook op het tegengaan van verspreiding. Denemarken lijkt ook meer in te willen zetten op een dergelijke strategie. Wij lijken voor een strategie te willen gaan die het ons toestaat het coronavirus te blijven verspreiden, zonder zo’n slim vangnet. 2G en alles open. Of: iedereen gevaccineerd en we kunnen weer. Dat zal onherroepelijk weer eindigen in lockdowns en code zwart. De vaccins geven immers geen steriele immuniteit.

Het is daarom nog lang geen tijd voor 2G. En ook niet voor een vaccinatieplicht. Laten we eerst een begin maken met het tegengaan van verspreiding. Door overal een mondneusmasker te dragen bijvoorbeeld. Dat is wel het minste wat we zouden kunnen doen om de zorg overeind te houden. En door in te zetten op ‘testen, testen en nog meer testen’. Door alle besmettelijke personen op te sporen en in quarantaine te zetten.

De steeds weer terugkerende ‘lockdownachtige’ maatregelen voelen vaak zwaar aan. Toch doen we veel minder dan het lijkt. Als je je bedenkt namelijk, dat Sierra Leone – een van de armste landen ter wereld – een quarantaine-app heeft om mensen levensmiddelen te brengen zodat ze in quarantaine blijven, kan je je afvragen hoe serieus wij de bestrijding van dit virus eigenlijk nemen.


De storm voor de stilte

Het is geen kabbelend bootje
En soms
Een woelige baar
Geen mammoettanker
Die zijn tijd neemt
Het is wildrazend
Die locomotief
Zo’n ouderwetse
Die met knarsende remmen
En oorverdovend schuren
Van metaal op metaal
Steeds harder
De helling af raast
Log en zwaar
Door niets meer te stoppen
Een mammoettanker
Was het dat maar.

Terwijl die trein voortraast
Dringen we allen naar voren
Elkaar vertrappend
We duwen elkaar
Onder die loodzware wielen
Niet overleven
Maar vrijheid
“Vrijheid wil ik!”
Roepen we naar elkaar.

Hier in het westen
Kennen we rampen vooral
Van fictie
Van de film
Of die echte
Uit de kranten
Maar niet nu
Tijdens het avondeten
Niet nu
Mijn goede bui
Want er is ellende
Dat weet ik
Maar het moet niet te zwaar worden
Allemaal
Als ik het niet wil horen
Kan het gewoon uit
Het journaal.

Zeg niets
Doe niets
Veroorzaak geen paniek
Laat ons zwelgen
In de onschuld
Doorbreek het sprookje niet
Gealarmeerd zijn is veel erger
Dus laten we zwijgen
Dan doen we alsof
Als we onze ogen sluiten
Dan is het er niet.

Al kakelend
Richting afgrond
Geen verdriet
Geen ontzag
Al brullend
Woest spartelend
Al staat daar een monster
Te spuwen
Mijn vrijheid
Krijg je niet.

Iedere seconde
Die we verbrullen
Dendert de rampspoed
Gestaag voort
Breekt al knarsend
Door zijn remmen
Knakkende ego’s
Op het spoor.

De alarmbellen
Kunnen ons niet stoppen
Het is een grote
Kakofonie
Open,
die scholen
Open,
gewoon alles
En áls er iets dicht moet
Dan toch zeker niet
Niet waar ík van hou
Nee, dát niet
En wie er voor dood moet
Nou en?
Het deert me gewoon niet.

De alarmbellen
Hun geluid verstomt
Door de oorverdovende klap
Allesoverheersend
Verpletterend
Het leed
De tranen
De tragiek
Zo hulpeloos
En rauw.

De schreeuw
Zo geschokt
Zo gespannen
Is zo stil
De echo
Van die stilte
Resoneert
Zo hard
Dat niemand meer wil.

De zorg
Code zwart
Gewoon termen
Het doet ons niet veel
Concepten
Abstract
Om met afstand
Naar te kijken
Ik?
Ik heb geen zorg nodig
Dus het gaat niet om mij
Het deert me echt niet.

Totdat het onszelf raakt
Dan stopt het gestampvoet
Het schreeuwen
Het klagen
Omdat we dan weten
Wat het is
Als die locomotief
Keihard
De klif afdondert
En slachtoffers maakt
Dat het geen film is
Of abstract
Dat de impact
Van de klap
Van die rampspoed
Die neerdaalt
Ook de bodem
Onder onze eigen voeten
Wegslaat.

Er valt niets meer te kiezen
Niets meer open
Niet meer
Geen school
Geen sport
Geen winkels
Geen brasserij
De ziel is nu teer
Er zal maar iets gebeuren
Een ongeluk
Een gaslek
Een gewelddadig protest
En zelfs thuis
Voelt het raar
Ineens schuilt
In ieder klein hoekje
Een levensgroot gevaar.

Het brullen
En roepen
We rekenen na
Ook wij zijn
Verantwoordelijk
Dus rekenschap vragen
Aan de politiek
Vergeet het nou maar.

En zo zitten we samen
In de totale destructie
Iets waar we zelf
Om hebben gevraagd
En daar
In het Catshuis
Kronkelen slangen
Lispelend
Over vrijheid
En eigen
Verantwoordelijkheid
Boven een potje
Kaviaar.




Waarom we de scholen moeten sluiten en het niet doen

Waarom we de scholen moeten sluiten en het niet doen

Over een gebrek aan nederigheid

Door: Diederik Smit

Er zijn allemaal verstandige mensen tegen het sluiten van scholen. In Nederland heerst het dogma dat het sluiten van scholen geen optie is, of mag zijn. Het klinkt ook zo nobel: “voor het welzijn van de kinderen”. Maar dit dogma kost nu mensenlevens.

Rond 5 december is het waarschijnlijk code zwart en de huidige situatie heeft al de nodige kenmerken daarvan. 


Oorspronkelijk getweet door Henk-Jan Westeneng (@HJWesteneng) op november 23, 2021.

Humanitaire crisis

Om deze humanitaire crisis zo kort mogelijk te laten duren, hebben we nu (of eigenlijk 6 weken geleden) een snelle, scherpe daling nodig van de besmettingen. Geen geleidelijke daling, een snelle. Een snelle, scherpe daling van de besmettingen is <omt> NIET REALISTISCH </omt> als je de scholen, waar weinig maatregelen zijn, openhoudt.


Verzameling tweets


Taboe

In bijna één op de drie scholen is de ventilatie niet op orde. Dit gaat om duizenden scholen. Het virus verspreidt zich door de lucht, vooral in binnenruimtes, als mensen geen afstand houden en geen mondkapjes dragen, met de Delta-variant nog sneller. Sta er gewoon eens bij stil: overal in Nederland staan duizenden ongeboosterde (ook veel oudere) leraren voor grote groepen ongevaccineerde kinderen, elke dag opnieuw. Er is in de geschiedenis van de pandemie bijna geen situatie te bedenken waarin je méér besmettingen kunt voorkomen dan door het sluiten van Nederlandse scholen in november 2021.

Toch is dit taboe. De Kamer wil het niet, het demissionaire kabinet wil het niet en het OMT schrijft zelfs expliciet op dat het onderwijs de enige plek is waar het geen extra maatregelen wil.

Er is echter één onderdeel van de samenleving waarbij het OMT nieuwe beperkende maatregelen wil vermijden en dat is het primair en voortgezet onderwijs.

bron: 130e OMT-advies, 22 november 2021

Dogma’s

Als je erover nadenkt is het best absurd dat het biomedisch adviesteam van het kabinet, op het ernstigste punt in de epidemie opschrijft dat alle maatregelen bespreekbaar zijn, behálve de maatregel die het virus verreweg het meest zou bestrijden. Het toont de politisering van het OMT, maar dat terzijde. (Overigens ziet ook het OMT dat schoolkinderen vaak betrokken zijn bij uitbraken, maar daar heeft men een waterdichte oplossing voor bedacht: “extra aandacht van de ouders en leerkrachten om te voorkómen dat een keten van infecties kan uitbreiden naar hen, en bijv. naar kwetsbare grootouders.” Letterlijk schrijft het OMT dus dat ouders extra aandacht moeten hebben om te voorkomen dat ze besmet worden door hun kinderen. Dat is al wereldvreemd genoeg, maar ook voor de grootouders is dit niet realistisch. Ieder mens buiten het OMT begrijpt dat in een samenleving van 17 miljoen mensen vele grootouders in contact zullen blijven komen met hun kleinkinderen. Dit is alsof je zegt dat je carnaval meestal in een kleine groep viert.)

Er is dus een dogma, een heilige overtuiging dat het sluiten van scholen zoveel schade brengt aan het welzijn van kinderen dat het geen optie is en nooit een optie mag zijn. Ook niet voor drie weken. Ook niet als het vele mensenlevens zou kunnen redden. Wat is hier aan de hand?

Gebrek aan nederigheid

Mijn vermoeden: een misplaatst superioriteitsgevoel, een gebrek aan nederigheid. Een schoolsluiting is een teken van falend beleid. Het betekent dat je jezelf in zo’n slechte situatie hebt gemanoeuvreerd dat alle effectieve opties schadelijk zijn. Maar ook dan zul je de minst schadelijke moeten kiezen.

Ergens in ons welvarende westerse achterhoofd denken we nog steeds dat ook voor deze situatie een elegante, intelligente, pijnloze oplossing moet bestaan. Maar we zítten niet meer in een situatie waarin pijnloze oplossingen bestaan.

Als je in november 2021 tegen een schoolsluiting bent, heb je kennelijk nog steeds niet geaccepteerd dat we écht in een ernstige situatie zitten. Natuurlijk is een schoolsluiting een nederlaag die schade toebrengt, maar we zullen die nederlaag wel moeten accepteren. Het alternatief is namelijk erger. Even een pijnlijke, maar in mijn ogen wel opgaande vergelijking: bij een chemokuur is het ook evident dat het schade toebrengt. Toch is het soms onvermijdelijk. 


16.000 extra doden

Volgens sommige berekeningen gaan er komende winter 16.000 extra doden vallen in Nederland. Ook zullen er vele doden vallen door andere uitgestelde zorg. Zelfs als het de helft wordt: denk even aan de psychische schade voor al hun nabestaanden, kinderen en kleinkinderen. Als we het dan hebben over het welzijn van kinderen: hoe zal de sfeer in huis zijn als de ouders in een rouwproces zitten omdat hun vader of moeder overleden is door nalatigheid van de overheid?

En ook als mensen het uiteindelijk overleven: hoeveel kinderen zullen stress ervaren door uitgestelde operaties van (groot)ouders, of overspannen ouders die in de zorg werken. Dit gaat niet om weinig kinderen: ongeveer 1 op de 6 werkenden werkt in de zorgsector. Hoeveel stress wordt er ervaren door de kinderen van iemand die lichamelijk en mentaal moet herstellen van een ic-opname? Die mensen zul je niet snel horen, je moet immers dankbaar zijn dat je het overleefd hebt. Maar ook zij hebben redenen om verbitterd te zijn over het kabinetsbeleid dat hier op aanstuurde.

Al deze overwegingen zullen nooit als harde cijfers terug te vinden zijn in een RIVM-grafiek. Deze verhalen zul je niet teruglezen in een OMT-advies. In modellen staan geen tranen. En toch kan iedereen bedenken dat dit in realiteit wel de effecten zijn. Het punt is alleen: er is voorstellingsvermogen nodig om de doorwerkingen van dit (vermijdbare) leed te begrijpen en te ervaren als een scenario dat voorkomen moet worden. 

Voorstellingsvermogen

Dit indirecte complexe menselijke leed op de lange termijn zal niet als een mediagenieke grafiek in je gezicht geduwd worden, het is niet de opening van het journaal: je zult er actief over moeten nadenken en je moeten inleven. Kunnen we dat? Doen we dat? Doen we dat genoeg?

In een crisis is voorstellingsvermogen belangrijk. Voorstellingsvermogen is nodig om je bewust te zijn van toekomstig menselijk leed dat niet in modellen te vangen valt. Voorstellingsvermogen is nodig om rekening te kunnen houden met het meest uitzonderlijke scenario. Helaas zijn we daar niet goed in. Onze leiders niet en wijzelf misschien ook niet. Wie dacht in augustus oprecht dat we in december best eens in code zwart zouden kunnen zitten? Toch is het gebeurd.

Origineel artikel bij de NOS

Het is gebeurd en we kunnen het niet meer terugdraaien. Zo’n situatie waarin het al te laat is, dwingt ons tot nederigheid. Ons ego wordt het meest beloond als we een keuze maken die een ramp voorkomt. In onze 21e-eeuwse hoofden is dat een filmisch verhaaltje dat we kunnen snappen: je maakt een radicale keuze, je voorkomt een ramp, je bent een held.  Maar ook als een ramp niet meer te voorkomen valt, zul je keuzes moeten maken die de zaak niet erger maken dan die al is. Keuzes die een ramp niet voorkomen, maar wel zorgen dat die sneller voorbij is. Dat is minder Hollywood-achtig heroïsch, maar wel nodig.

Ik sluit graag af met mijn favoriete citaat van Thomas van Aquino:
Zorg dat je de komende dagen alvast wat zelftests in huis haalt, voordat ze straks weer allemaal uitverkocht zijn, zodat iedereen een zelftest kan doen vlak voor een familiebijeenkomst, vooral als kinderen en grootouders elkaar treffen.”

https://twitter.com/DiederikSmit/status/1463589888406822912

Wat me dwarszit

Geen analyse, geen opinie, geen onderzoek, geen advies. Het punt is namelijk; ik weet het niet. De steeds terugkerende gedachte: “tenzij het kabinet en haar adviseurs iets weten wat wij niet weten, koersen we af op een regelrechte ramp”. En als je zo in het donker zit, valt er weinig te ‘weten’. Ik geloof Gommers als hij zegt dat het onvermijdelijk Code Zwart wordt, ook al ontkent Hugo de Jonge in alle toonaarden. Omdat ik Gommers’ boek las. En begrijp dat het een groot machtsspel is daar in het OMT en het kabinet. Een ware slangenkuil, met grote ego’s en grote belangen. Wat ze aan het doen zijn daar? Geen idee. Ik begrijp er helemaal niets van. En ik heb er geen invloed op. Daarom zet ik mijn gedachten op een rijtje. Mijn gevoelens en emoties. Wat vind ik hier nou eigenlijk van als mens? Als burger van Nederland? Als betrokkene? Als iemand die gewoon ook zelf geraakt wordt door de coronacrisis?

Ik probeer altijd zoveel mogelijk afstand te bewaren tot mijn persoonlijke ‘mening’. Als ik de crisis analyseer, dan plak ik de grondwet van Nederland altijd in de rechterhoek van mijn beeldscherm. Het gaat niet om mijn mening, of mijn gevoelens. Het gaat er niet om óf en hoe ik zelf geraakt word. Ik kijk naar de samenleving als geheel, altijd. Naar wat ik door studie en onderzoek over menselijk gedrag heb geleerd. Wat ik tijdens de ebolacrisis in Sierra Leone heb geleerd. Tot nu toe heb ik bijna van minuut tot minuut het verloop van de coronacrisis kunnen volgen, voorspellen en duiden. Ik heb het allemaal eerder gezien. Alles. Van de politieke spelletjes, de belangen, de machtsspelletjes tussen de politiek en de medisch adviseurs, van de medische crises tot het complot-denken en de maatschappelijke onrust. Het is allemaal niet nieuw en niets verrassends. Tot deze fase. Wie het nog begrijpt mag het me uitleggen, want zelf tast ik volledig in het duister. Dit is dus een persoonlijke reflectie. Over waar ik mee worstel. Wat ik niet begrijp. Wat me dwarszit. En waar ik niet mee kan leven.

Misschien lucht het op. Misschien is het wel zo eerlijk om te laten zien dat ‘weten’ en ‘begrijpen’ vaak niet zonder worsteling gaat, ook al heb je er nog zoveel studie naar gedaan. En misschien herken je er iets in. Want dit is geen makkelijke tijd. Steeds meer vragen, steeds minder antwoorden. Het is verwarrend en het tornt aan, ja, eigenlijk aan je hele bestaan. Aan je normen en waarden, aan je gevoel, je verstand, zie jij het zo verkeerd allemaal? Wat gebeurt er eigenlijk om je heen? Is dit nog steeds hetzelfde Nederland? Is dit het land dat je liefhad, het volk dat je vertrouwde en de overheid die – hoewel altijd imperfect – toch in redelijke mate een bepaalde stabiliteit bood? Die stabiliteit is weg. Niet eens door de crisis. Niet eens door de onzekerheid rond die crisis. Maar door de enorme rookwolken en mist die opstijgt uit kabinet, RIVM en OMT. De leugens. Het verdraaien. De woordspelletjes. De laconieke houding. De volkomen ontkoppeling tussen hen die ons door de crisis moeten loodsen, en wij die aan het andere eindje bungelen, die niet eens meer weten hoe groot die crisis nou precies is. Het is volslagen waanzin. Is het bijna code zwart? Wel? Niet? Wel? Niet? Kunnen we met een gerust hart helemaal gaan leunen op die vaccins? Wel? Niet? Wat is het nou?

Werkelijk alles staat op z’n kop. Soms moet ik lachen als ik de uitspraken van andere mensen in mijn hoofd de revue laat passeren. Een kennis in Nederland, die niets kwaads wil horen over het beleid: “Nederland is nog altijd beter dan een land als Sierra Leone, hier is een mensenleven tenminste iets waard”. Een dierbare vriend uit Sierra Leone in de chat: “Gin, heb je hulp nodig? Wat is er toch aan de hand daar? Wonen daar wel ménsen? Jullie geven echt niets om elkaar!” Wrang eigenlijk. In Sierra Leone hebben ze een nare uitspraak om op elkaar te fitten en de problemen in de samenleving aan toe te schrijven: wi nכ lεk wi sεf. Als ik het vrij mag vertalen: ‘wij geven niet om elkaar’. “Mwah,” denk ik nu. Dat valt echt heel, heel, heel erg mee. Want zulk egoïsme, zulke onverschilligheid over elkaars lot, zoveel argeloosheid, zoveel lethargie, zoveel onbetrokkenheid als ik nu zie, hier in Nederland, ik heb het daar nog nooit gezien.

Ik heb het wel vaker gezegd: “Op het hoogtepunt van de ebola-epidemie in Sierra Leone verspreidden mensen ebola vooral omdat ze niet konden stoppen voor elkaar te zorgen. Hier verspreiden veel mensen corona omdat ze elkaar maar niet willen beschermen.” Al zeg ik het zelf: beter had niemand het kunnen omschrijven. Dit is gewoon wat het is. Wij willen elkaar niet beschermen, de overheid wil ons niet beschermen, de betrokken wetenschappers willen ons niet beschermen. Ieder gaat voor zijn eigen hachje. Als ík maar krijg wat ik wil. De testcapaciteit die ík wil, de onderzoekscentjes, de academische prestige, míjn carrière, míjn politieke idealen, míjn politieke winst, MACHT, feesten, naar een evenement, bier, bingo en bitterballen. ‘Dikke ikke’, zou Andrea Walraven-Thissen dat noemen. Nu, nu, nu, nu. Wij Nederlanders geven, zo zie ik dat, echt geen moer om elkaar. En dat is ontnuchterend.

Weet je, Sierra Leone is een land in wederopbouw. De vreselijke burgeroorlog eindigde in 2001 en sindsdien gaat de wederopbouw zeer moeizaam. Veel problemen van voor de burgeroorlog, zijn nog altijd niet opgelost. Maar het gaat, stapje voor stapje. De allergrootste kracht van die mensen, vind ik, is hun vermogen elkaar te vergeven. Te zien – na alle wreedheden die burgers tegen elkaar begingen – dat ze het toch samen moeten doen. En dat merk je. Het is geen sprookje; sommige mensen terroriseren hun medemensen echt als een malle. Maar daar tegenover staan er 10 – nou ja, 5, want van die 10 hebben er altijd wel een paar geen nobele motieven – 5 mensen die je oprapen, die je steunen en die dat gewoon vanzelfsprekend vinden. Als ik mijn tijd in Sierra Leone moet samenvatten, zou ik het zo zeggen: je bent er vogelvrij. De overheid biedt geen vangnet. Mensen overleven op elkaar. Door liegen, bedriegen en manipuleren, maar ook door er gewoon, vanzelfsprekend voor elkaar te zijn. Ik heb er, omdat er nauwelijks politie en rechtspraak is, het allerslechtste van de mens gezien. Maar ook het allerbeste. Want in een land waar niets vastligt, je jezelf vrij kunt kopen na moord en vaak het recht van de rijkste geldt, valt het met de criminaliteit echt heel erg mee.

En dan Nederland. Alles goed geregeld. Welvarend. Zoveel kennis. Zoveel technologie. Zoveel wetenschap. Geen echt zware crisis in het recente verleden. Vergeleken bij de ellende van de burgeroorlog in Sierra Leone, nemen wij af en toe een drempeltje. Of meer een rotonde, zelfs. Het ziet er allemaal gelikt uit. Grote, glimmende protsbak met perfecte carrosserie. Maar man. Wat blijkt er een ellende te zitten onder die motorkap. Een samenleving waar echt helemaal geen cohesie lijkt te zijn. De staat kan mensen totaal vermorzelen en verpletteren en we halen slechts verontwaardigd onze schouders op. De politici aan het roer kletsen en lachen zich overal onderuit. En nog vinden we ze ‘beschaafd’. Niemand wordt vervolgd. Niemand voelt enige consequentie. Ze mogen over ons blijven regeren. Ze doen niet eens meer moeite om geloofwaardige leugens te vertellen.

En de Tweede Kamer en de pers? Die hebben het er maar moeilijk mee om deze gewetenloze politici op een beschaafde manier, in gepaste bewoording, een beetje in de pas te krijgen. Daar erger ik me rot aan, trouwens. Dit vraagt niet om diplomatie. Dit vraagt om de botte bijl, verontwaardiging, boosheid die zijn weerga niet kent. Kom voor de burgers op die je vertegenwoordigt. Maar nee. Dan houden we de schreeuwende populisten over, die dan weer aan populariteit winnen, omdat zij de leugens wel plompverloren benoemen. We zitten vastgedraaid in die diplomatie en deftigheid. In een cultuur waarin iedereen maar als ‘redelijk’ over wil komen. Maar hier kan geen redelijkheid tegenop.

Ze liegen. Over alles. Ook over corona. Met alle redelijke argumenten, wetenschappelijke ‘bewijzen’, de kalmte en de diplomatieke aanpak, heb ik nu anderhalf jaar lang geprobeerd te laten zien waarover ze liegen. Maar zelfs die beschaafde toon en diplomatie, de wetenschappelijke verantwoording, was vaak al te moeilijk om te publiceren. Sommige journalisten en wetenschappers liepen met een boog om me heen. Kwam je met WHO advies. In Nederland omstreden. “Ssshhht! Desinformatie! Je bent aan het ontwrichten!”

Het is gewoon not done om de internationale consensus hier naar buiten te brengen. Ik geloof het zelf nog steeds niet. Echt niet. In Nederland. Waar het uitdragen van de richtlijnen van de WHO voelt als een verzetsdaad. Terwijl ik in al die tijd echt maar op één punt ben afgeweken van de WHO: het sluiten van de scholen. En eerlijk gezegd, dat vind ik ook helemaal niet nodig. Heel plan geschreven om die scholen gedurende de crisis altijd veilig open te kunnen houden. Maar ja, als je niets doet, dan jagen die scholen de verspreiding aan en kan je niet anders dan sluiten. Dat is echt al sinds het begin zo. Toen het RIVM met onderzoeken zou bewijzen dat kinderen nauwelijks verspreiden. Onzinonderzoeken. Want als je gezinnen gaat onderzoeken waar zorgmedewerkers de besmetting mee het gezin in nemen om vervolgens te concluderen dat kinderen de besmetting bijna nooit mee het gezin in nemen, dan publiceer je onzin. En dat is geen kleinigheidje. Dat is het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, dat met die onzin komt. Politiek voetbal met kinderen, noemde Mike Ryan van de WHO het. Maar maakt dat iets uit in Nederland? Ook al kost het vele mensenlevens? Kleinigheidje. Kan je gewoon onder het tapijt wegmoffelen. Als het zich niet meer láát wegmoffelen, dan verzin je dat jongeren op de fiets besmet raken, of dat kinderen vooral ongevaccineerden besmetten. Zo. Ook weer gehad. Scholen open, nul maatregelen. Daar is echt helemaal geen, nul, wetenschappelijk excuus voor. Ook geen reden. Of bewijs. Bijna alle landen ter wereld treffen maatregelen op scholen. We wijken totaal af van wat de rest van de wereld doet. Maar benoem het niet. Het is allemaal superwetenschappelijk. Hier bij ons wel. In de rest van de wereld gewoon niet. Joe! WHO richtlijnen voor voorzorg op scholen! “Sssshhht! Je ontwricht!”

En als zorgmedewerkers, gebukt onder schuldgevoel omdat ze – volgens de richtlijnen van het RIVM – onbeschermd met kwetsbaren moeten werken, daardoor mensen besmetten en dood zien gaan, zeg je gewoon dat het aan hun opleidingsniveau ligt. Lees die zin nog eens en nog eens. Dat is toch werkelijk ongelofelijk? Wat een minachting. Van Jaap van Dissel kwam deze opmerking. Van het RIVM. Rijksinstituut. Het is ongehoord. Onbegrijpelijk.

Al weken zeg ik: ik ga me minder met de coronacrisis bezighouden. Ik doe een stap terug. Ik weet ook, het heeft geen zin meer om me er nog mee bezig te houden. Want dit gaat allang niet meer om gedrag. Kunnen ze wel zeggen, daar bij het OMT, maar die basismaatregelen gaan het trucje niet meer doen. Vandaag niet, 3 weken geleden niet. Delta is superbesmettelijk. Een groot deel van ons gedrag is helemaal niet vrijwillig. Kinderen moeten naar school. Ook zoiets. Schoolplicht tijdens een pandemie. Hoe verzin je het? Maar goed. Ze moeten dus naar school, ook al liggen hun ouders zich thuis kapot te hoesten vancorona. Mensen moeten naar hun werk. Niemand neemt de mantelzorg over. Oma en opa moeten oppassen, want niet iedereen heeft geld voor opvang en ook niet altijd plek. Zolang die scholen open zijn, kan je in winkels afstand houden wat je wil, corona komt dan toch wel binnen. Het gaat niet om ons gedrag. Het gaat erom dat de overheid het ons mogelijk moet maken om besmetting te voorkomen. Zodat wij ons ernaar kunnen gedragen. Door maatregelen te treffen. Door te handhaven. Door nou eens een keer eerlijk te zijn. Over de scholen, dat gevaccineerden ook verspreiden, dat we er helemaal niet bijna zijn. En laat ze dan ook eens eerlijk zijn over de groepsimmuniteit die men onder kinderen wil bereiken en dat er daarom geen maatregelen getroffen worden op scholen. Dat ze het prima vinden om de reguliere zorg helemaal af te schalen, ook al levert dat zieken en doden op. Dat ze het wel prima vinden zo, zolang de economie maar blijft draaien. Zolang we patiënten in Duitsland kwijt kunnen, hoeven we geen steunpakketten meer uit te delen. Check.

Voor het kabinet is het: prikken en klaar. Klaar met de pandemie. Maar zo werkt het helemaal niet. Hoe vaak moet dat nog herhaald worden? De WHO heeft de blaren op de stembanden staan: de vaccins alleen gaan de pandemie niet oplossen. De hele bevolking prikken is minder effectief dan de vaccins eerlijk over de kwetsbaren van de wereld verdelen. Beter eerst de eerste prikken naar de landen die nog geen vaccins hebben kunnen kopen, dan de boosterprik voor de rijke landen. Het gaat allemaal aan ons voorbij. Een dwazenparadijs, noemt Dr. Tedros van de WHO ons. Wat wij doen, maakt de hele wereld nog kapotter dan die al was. Nog meer ongelijkheid, armoede, honger, sterfte, ontwrichting, conflict en nieuwe virusvarianten is wat we ons hiermee op de hals halen. Het is volkomen destructief. Immoreel ook. Maar wíj moeten leven. Nu, nu, nu. Bier, bingo, bitterballen.

En hoe gaat het met mij? Ik hoorde mezelf van de week pleiten voor de boosters. Want je kan niet anders. Omdat het kabinet ons in die richting dwingt. Terwijl er vele andere middelen en manieren zijn om het virus te bestrijden. Ik hoorde mezelf pleiten voor boosters, terwijl ik weet dat ik daarmee pleit voor vele doden in arme landen. Honger. Ellende. Ongelijkheid. Ik voel me gedwongen om nu zelf als haantje de voorste te graaien naar een vaccin. Voor mijn ouders, omdat ik hen graag wil blijven zien. Dus nu zit ik zelf ook met ‘dikke ikke’. Dat vind ik erg. Omdat daar, 5.000 kilometer hiervandaan, ook veel mensen leven waar ik mijn hart aan ben verloren. Het vaderland van mijn oudste dochter. Eén van de armste landen ter wereld. Waar ook hele prachtige mensen wonen. Dat na een burgeroorlog en ebola ook het hoofd moet bieden aan corona. Het land wat mijn tweede thuis is geworden. Een land waar een mensenleven net zoveel waard is als hier. Waar ik vaccins van af wil pakken, terwijl we ze hier eigenlijk niet eens zo heel erg nodig hebben.

Zoals ik me inzette om Sierra Leone te helpen tijdens de ebola epidemie, zo zet ik me ook in voor Nederland. Omdat ik precies hetzelfde zie nu in Nederland, als toen in Sierra Leone. De hele film van voren af aan. Ik zie in Nederland ook een andere samenleving. Eén waarin mensen wel degelijk kunnen samenwerken. Een samenleving die het wat doet als er veel leed is. Een samenleving met heel veel fijne mensen. Maar ook een samenleving die zich niet meer geconfronteerd wil zien met die beelden en verhalen. Het niet meer kan en wil horen. Want we kunnen er niets mee. Zend het niet uit. Publiceer het niet. Dan is het er niet. Maar het knaagt wel. Bij veel mensen. Het is allemaal niet zo hersenloos als het er op het eerste oog uitziet. Maar mensen doen maar wat, bij gebrek aan sturing. Wat moeten ze anders?

En ik? Inmiddels ben ik bijna zover te accepteren dat ik er ook helemaal niets aan kan doen. Mijn kennis, mijn inzicht, mijn ervaring, ik zet ze in een boek, voor op de plank. Voor een volgende crisis misschien. Ik ben bijna bereid me in slaap te laten sussen door de leugens. Het allemaal te laten gebeuren en het van me af te laten glijden. Bijna. Ik zie het allemaal wel, maar ik ben er bijna klaar voor om ook dat oogje toe te knijpen. Want al sinds de zomer zit ik te wachten totdat we schipbreuk gaan lijden. Wij worden het India van Europa, dacht ik al vele malen. Maar er valt niets aan te doen. Het voelde moeilijk het RedTeam los te laten. Toch ergens hoopte ik dat ik kon helpen het tij te keren. Maar het was zinloos. “Laat het maar gebeuren,” zei ik droog. Het is nog het enige, waar we iets van kunnen leren. Het is zo, dat weet ik. Die schock is het enige wat ons hier uit kan halen. Ik zag het al een keer eerder. En de gevolgen ook. Ik dacht dat ik gehard was. Maar toch. Over 10 dagen code zwart, volgens Gommers. Ik voel dat in mijn maag. Erger, dan ikzelf had verwacht. Intussen maak ik me op voor 10 dagen sussende praat van politici. OMT leden in talkshows die geheel zonder wetenschappelijk bewijs, wetenschappelijk met de vinger naar ons wijzen. En blijf ik wikken en wegen. Zal ik nu maar gewoon echt een keer mijn mond gaan houden?