En toen kwam corona

Het coronabeleid reduceert levenslustige mensen tot tweederangsburgers; een ‘number to treat’. Terwijl ze vóór de pandemie gewoon een leven hadden, zijn velen van hen nu al lange tijd geïsoleerd van de samenleving. Hun verhoogde risico op een ernstige ziekte door corona maakt hen kwetsbaar: voor de onwil van beleidsmakers om rekening met dat risico te houden.

Annelies schreef een open brief aan minister Ernst Kuipers van VWS.

Beste minister Ernst Kuipers,

Afgelopen woensdag heeft u mij ontmoet en zaten wij samen in het gesprek i.v.m. ons alternatieve lange termijnplan ‘Uit isolatie, samenleven ondanks corona.’ Helaas, door tijdgebrek heb ik niet kunnen zeggen wat ik namens zoveel mensen tegen u had willen zeggen. Dus bij deze.

Ik zal mij voorstellen: in de eerste plaats ben ik Annelies, een vrouw van 52 in de bloei van mijn leven! Getrouwd met Raymond, hij is 53 jaar en samen hebben we een zoon van 14 jaar, een heerlijke puber. Vóór Corona zong ik en speelde ik met mijn band voor publiek, we repeteerden elke week in zo’n, nu gezien, heerlijke kleine bedompte oefenruimte. Ik deed graag aan Drakenboot peddelen, samen met ongeveer 22 mensen keihard strijden om de snelste te zijn en ik ben een enorm gezelschapsmens die voor anderen klaarstaat, dus ik was ook vaak onder mensen te vinden.

Sinds de pandemie ben ik nog steeds die vrouw, precies dezelfde sterke vrouw, maar voor de buitenwereld en voor u ben ik ineens die kwetsbare waar de kwetsbaarheid niet meer uit gehaald kan worden. Volgens uw woorden ‘voel’ ik mij kwetsbaar! Of zoals u laatst bij Eén Vandaag zei: Ik begrijp heel goed dat mensen met een kwetsbare gezondheid ‘bang’ zijn om besmet te raken, maar die verhoogde ‘gevoeligheid’ kan ik niet wegnemen.’

Deze ongetwijfeld zorgvuldig door u gekozen woorden zorgen er keer op keer weer voor dat wij neergezet worden als angsthazen. Alsof wij alleen de angst hebben dat ons wat ergs kan overkomen door Corona. Iets waar vervolgens een behoorlijk deel van de ‘samen’leving ons dan ook een draai mee om onze oren geeft als wij weer eens met een FFP2 over straat lopen. ‘Daar heb je weer twee van die randdebielen’, zoals een man laatst tegen een klein jongetje, die hij aan de hand mee nam, zei toen mijn man en zoon langsliepen. Of al die bewust door mensen geplande hoest en proest geluiden onze richting op. Of i.p.v. ons de ruimte te geven, echt heel bewust onze kant op komen lopen met zo’n blik van ‘even kijken wat jullie nu gaan doen’.

In 2007 heb ik, zoals u al weet uit het artikel van het Nederlands Dagblad, waar in de Tweede Kamer vele vragen aan u over werden gesteld, een nier van mijn man gekregen. Het gaat sindsdien heel goed. Ik voel mij geen patiënt meer. Ik hoef sinds die tijd ook niet meer dagelijks aan de dialyse. Vanaf de transplantatie heb ik mij ook nooit kwetsbaar gevoeld eigenlijk. Ben ook niet echt kwetsbaar geweest eerlijk gezegd. Mijn nefroloog heeft dit toen ook nooit zo besproken. Ik moest gewoon altijd op de dingen letten waar zwangere vrouwen ook op moeten letten, bijvoorbeeld wat voeding betreft. Niks uitzonderlijks dus wat dat betreft. Een verkoudheid van iemand anders ging ik ook niet uit de weg. Ik gaf diegene alleen geen drie zoenen dan. Als iemand echt behoorlijk de griep te pakken had, dan ging ik niet langs, maar dat was ook altijd algemeen bekend onder familie en vrienden. Sterker nog, niemand had zin in de griep, dus dit telde voor ieder ander persoon net zo. Ik krijg elk jaar ook nog eens de griepprik en als ik toch echt behoorlijk ziek zou worden van de griep, wat niet is gebeurd, dan waren er altijd (en nog steeds) middelen om mij te helpen opknappen.

Toen kwam corona. Door corona loop ik ook echt meer risico om ernstig ziek te worden. Om de nier van mijn man in mijn lichaam te behouden moet mijn immuunsysteem, op een kunstmatige manier, wat verlaagd worden, zodat mijn immuunsysteem niet als een gek gaat vechten tegen dit voor mijn lichaamsvreemde orgaan. Slim bedacht door de mensen van de wetenschap, want op deze manier is orgaantransplantatie mogelijk gemaakt. En zegt u nou eens eerlijk: iedereen zou toch een donororgaan willen als het leven van die persoon daar kwalitatief beter van wordt. Daarom ben je echt geen minder mens, maar dat hoef ik u als arts niet te vertellen natuurlijk.

Helaas is na vaccinatie gebleken dat door het verlagen van mijn immuunsysteem de corona vaccinaties ook niet goed hun werk konden doen. Mijn lichaam maakt door het verlaagde immuunsysteem niet zoveel antistoffen aan tegen corona, zoals dat bij een mens zonder immuun onderdrukkers zou moeten gebeuren. Er is zelfs nog een groep mensen, die in precies hetzelfde schuitje zitten qua medicijnen, die 0 antistoffen tegen corona hebben opgebouwd door hun immuun onderdrukkers.

Mensen zoals ik ZIJN nu kwetsbaar voor corona inderdaad. Wij willen geen Corona, want dat kan betekenen dat onze gezondheid juist weer achteruit gaat, terwijl het NU juist goed gaat. Eigenlijk zou niemand corona moeten willen krijgen, want over Long Covid is ook nog steeds niet alles duidelijk. Dit raakt zelfs ook de aller gezondste mensen, dus wat dat betreft zijn we allemaal kwetsbaar.

Over het woord ‘kwetsbaar’ gesproken, ik vind eigenlijk dat het niet de lading dekt. In het van Dale woordenboek staat bij ‘kwetsbaar’:

  1. vatbaar voor verwonding of ander onheil.
  2. erg gevoelig. Door continu het woord ‘kwetsbaar’ te gebruiken geeft u de ‘samen’leving de suggestie dat het probleem bij onszelf ligt, tussen de oren dus, maar dat is niet waar. Dus vanaf nu stel ik voor dat het woord ‘kwetsbaar’ weglaat en dit vervangt door het woord ‘risico’.
    Van Dale: ‘risico’:
  3. gevaar van schade of verlies

Ik ga even weer terug naar uw zin: ‘Je haalt de kwetsbaarheid niet uit de kwetsbaren.’ Je haalt inderdaad het risico om ernstig ziek te worden niet uit ons voor wat betreft corona, maar er zijn zoveel mogelijkheden om ons wel te beschermen tegen corona. Dat u het risico niet uit ons kunt halen geeft u niet het recht om vervolgens ons die nodige bescherming niet te geven.

Ten eerste het mondkapjes gebruik in drukke binnenruimtes. Dit is een laagdrempelig iets waarvan u en ik weten dat het echt werkt. Genoeg wetenschappelijke onderzoeken hebben dit aangetoond. En op 29 september 2020 heeft u zelf tijdens een interview in Op1 gezegd: ‘Er zitten allemaal maatregelen tussenin en mondkapjes is er één van. De discussie van ‘het werkt niet’ is onzin. Het werkt wel degelijk.’

Ten tweede zijn er middelen die ons preventief kunnen beschermen zoals Evusheld. Per half jaar krijgen de mensen met 0 of weinig antistoffen de kantenklare antistoffen tegen corona via twee injecties. Ook zijn er medicijnen die ons kunnen beschermen tegen een ernstig verloop van de ziekte als we corona krijgen, zoals Paxlovid. Pillen die ons in de eerste 5 dagen na besmetting gegeven moeten worden.

Evusheld is nu in Nederland beschikbaar, maar de SWAB heeft voor het preventieve gebruik, waar Evusheld voor bedoeld is, een negatief advies afgegeven. Er is te weinig, maar dat had u heel anders kunnen aanpakken hebben wij begrepen van Liane den Haan en Astra Zenica en dat is nog steeds mogelijk.En het zou niet werken tegen BA4 en BA5, maar recent onderzoek heeft aangetoond dat het ‘slechts iets minder effectief’ is oftewel nog behoorlijk effectief. Over Paxlovid bent u naar eigen zeggen nog in onderhandeling sinds januari, maar inmiddels heeft de SWAB zelfs daarover al een negatief advies uitgesproken. Het zijn slechts richtlijnen, maar de toon is gezet.

Dus ook deze middelen die ons kunnen beschermen en in veel landen om ons heen in ruime mate aan mensen in de risicogroep gegeven worden, zijn geen mogelijkheid voor ons blijkbaar!
In Nederland zijn we een Number To Treat, terwijl in Duitsland alles gedaan wordt om de risicogroep en zelfs de hele bevolking te helpen!

Tot slot wil ik deze open brief eindigen met een aantal vragen.

Mijn vragen aan u zijn:

  1. Waarom bent u niet actief bezig om de hele samenleving te beschermen tegen corona. Iedereen loopt risico op Long Covid of ernstige aandoeningen na één of meerdere besmettingen.
  2. Waarom blijft u de bovengenoemde bewoordingen gebruiken om de mensen met risico weg te zetten alsof het bij hen tussen de oren zit en alsof er niet voor ons gedaan kan worden om ook deel te kunnen nemen aan de maatschappij.
  3. Waarom worden de FFP2 mondkapjes en de middelen Evusheld en Paxlovid in Duitsland en andere landen wel succesvol gebruikt en laat men deze hier links liggen?

Mijn man en mijn zoon leven al 2,5 jaar samen met mij in de pauzestand om mij te beschermen. De hierboven genoemde beschermingsmiddelen, zoals de mondkapjes in binnenruimtes, Evusheld/Paxlovid zouden ook voor hen een weg uit isolatie zijn en een weg voor mijn zoon om weer onbezorgd af te spreken met vrienden, een balletje te trappen of simpelweg verliefd te kunnen worden. Ik ben niet kwetsbaar, ik ben kwetsbaar gemaakt!

Vriendelijke groeten,
Annelies Hilgersom.
Ook wel bekend van #VergeetOnsNietErnst.
@bandlies op Twitter

Er zit een akelig addertje onder het coronabeleid van Minister Kuipers

Terwijl afgelopen maandag experts de Tweede Kamer hun adviezen gaven voor een optimaal coronabeleid, nodigde minister Kuipers elders in hetzelfde gebouw via de media juist de bevolking uit om met eigen plannen voor de volksgezondheid te komen. De coronacrisis is voorbij, we zullen moeten leren leven met het virus, zo luidt zijn boodschap. Burgers en sectoren zijn aan zet, vindt de minister. Later legde hij in het praatprogramma Op1 uit tot dit besluit te zijn gekomen omdat “verschillende groepen mensen hebben gevraagd om minder maatregelen en zelf de mogelijkheid te willen om op hun eigen situatie maatregelen te nemen”. Wie zijn die groepen mensen dan, vraag je je af. Nou, een roeivereniging van studenten bijvoorbeeld, en kappers. Allemaal groepen mensen die hebben aangegeven “zelf wel te weten hoe het moet” en dus gaan we het zo doen.

Niet om flauw te doen, natuurlijk moeten we manieren vinden om met het virus te leven. Het is enorm te waarderen dat die groepen mensen nadenken over wat zij zelf kunnen doen. Maar wat gaan zij eigenlijk doen, in welke situatie en wiens belang dient het? Hun eigen belang? Dat van de samenleving? De volksgezondheid? Of dienen ze vooral de bewegingsvrijheid van het virus zelf? Weten ze zelf wel waar ze naartoe werken, want voorlopig heeft de minister niet veel méér visie dan slechts de leuze ‘leven mét het virus’. En dat is voor velerlei interpretatie vatbaar. Je kunt ervoor kiezen het virus zijn gang te laten gaan en alle gezondheids- en nevenschade zondermeer te accepteren. Je kunt er ook voor kiezen de verspreiding van het virus te minimaliseren, zodat er zo min mogelijk schade ontstaat. En hoe doe je dat? Met dwingende maatregelen? Door sociale normen te vestigen? Een combinatie van beide? Welke mogelijkheden hebben we dan tot onze beschikking? Welke kernwaarden moeten we in acht nemen? Kunnen we elkaar onbeperkt laten doodvallen? Of moet dat allemaal vorm krijgen in onze onderlinge strijd om onze eigen belangen?


Terug naar normaal

Als de crisis inderdaad voorbij is, kunnen – nee, moeten – we ‘terug naar normaal’. Maar dan ook echt. In het ‘oude normaal’ hadden we al heel wat kernwaarden geformuleerd en grondwettelijk vastgelegd. Voor de minister geldt dan ook weer een normale werksituatie waarbij zijn beleid ál onze grondwettelijke rechten dient en garandeert. Het recht op volksgezondheid, toegang tot goede zorg én gelijke rechten op deelname aan de samenleving, met min of meer evenredige risico’s voor de gezondheid. Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) maakte bij de Rondetafelgesprekken in de Tweede Kamer nog maar eens duidelijk: De verantwoordelijkheid voor de volksgezondheid ligt bij de minister. Het College voor de Rechten van de Mens was nog veel explicieter: het is geen optie om de virusverspreiding niet terug te dringen.

Nu is mijn vraag aan de minister: Hoe gaan we terug naar onze normale rechten? In het lange termijnplan is niet eens een duidelijk doel geformuleerd. De strategie is aan de sectoren. Middelen tot onze beschikking? Onbekend. Kan ik als individu bijvoorbeeld bij de minister een voorlichtingscampagne bestellen om de testbereidheid te vergroten? Kan een winkeliersvereniging op bestelling een mondkapjesplicht in hun winkelgebied krijgen van de burgemeester? Kunnen scholen de rekening van gratis zelftests voor scholieren rechtstreeks naar het ministerie laten sturen? Zorgmedewerkers die willen dat zijzelf en hun patiënten FFP2-maskers dragen, kunnen die dat onbeperkt declareren? Kan de buschauffeur die zichzelf wil beschermen passagiers weigeren die geen mondkapje willen dragen, als daar geen richtlijn voor is? Natuurlijk niet. Er zitten duidelijk voorwaarden en grenzen aan wat wij zelf mogen bepalen en regelen. Die voorwaarden en grenzen, die staan dan weer nergens op papier.

Addertje onder het gras

Stiekem houdt de minister dus toch gewoon stevig de touwtjes in handen en daar zit het vreselijk nare addertje onder het gras. Het líjkt nu wel alsof we zelf de verantwoordelijkheid over de volksgezondheid in handen krijgen, maar de minister bepaalt wanneer hij wel en niet handelt en welke middelen hij ter beschikking stelt. Op onvoorspelbare gronden, of op onvoorspelbare momenten. Samen met het RIVM bepaalt minister Kuipers welke adviezen of richtlijnen we krijgen en welke mogelijkheden er zijn om onszelf en elkaar te beschermen. En wie bepaalt eigenlijk welke lobbyclub bij de minister aan tafel komt? Een roeiclub bleek succes te hebben, terwijl de groep medisch kwetsbaren verenigd onder ‘#VergeetOnsNietErnst’ al maanden tevergeefs probeert om met de minister in gesprek te komen. Zo is het niet eens meer het recht van de sterkste, of van diegenen met de grootste mond. We zijn blijkbaar afhankelijk geworden van de persoonlijke willekeur van de minister.

Het jachtseizoen om de gunsten van de minister is geopend. Het uitruilen van vrijheden kan weer beginnen. Maar opgepast, beste lobbyisten. Moet je onderneming uiteindelijk toch de deuren sluiten omdat IC’s overstromen? Ondernemersrisico. Eigen schuld. Geen overheidssteun. Want tja, wij wisten toch zo goed hoe het moest?

Hoop

Vorige week zat ik aan tafel bij het praatprogramma Op1. Ik zou er komen praten over het belang van preventie, de verkeerde keuzes die we maken en de invloed van onze mentaliteit en ons gedrag op de pandemie. Dat virus doet uit zichzelf helemaal niets, dat zouden we inmiddels moeten begrijpen. Het gaat ook niet uit zichzelf weer weg. Wij zorgen ervoor dat het van mens tot mens overgedragen wordt en hoe meer we dat toestaan, hoe groter de kans op varianten die ons dagelijks leven overhoop halen.

Pandemiemoe

Iedere golf weer denken we: dit is de laatste. En iedere golf weer raken we – precies als dat virus vaart krijgt – pandemiemoe en moet alles open. Logisch, ergens, want als de verspreiding in versnelling komt, worden er meer maatregelen genomen en ligt het leven weer stil. Dat daar verzet tegen komt is ja, logisch. Want hoewel de gezondheidsschade van SARS-CoV-2 enorm is, krijgen de meeste mensen nou eenmaal niet te maken met ernstige ziekte. Wel ervaren we allemaal de last van de maatregelen en dus staan ze telkens ter discussie. De media volgen die lijn. Dat is wat in de maatschappij leeft, dat is dan ook waar we het over hebben. We kijken naar de landen om ons heen. Waar gaat het goed? Waar hebben ze minder maatregelen? Zie je wel, dáár kan het gewoon, dus moet nu alles open.

Willekeur

Het is een beetje willekeurig waar we die voorbeelden vandaan halen. Gewoon, zoals het uitkomt. De ene keer is het Zweden, dan Denemarken, dan weer het Verenigd Koninkrijk. Als ze maar minder maatregelen hebben, dan is het ons voorbeeld. En die voorbeelden houden we oppervlakkig: dáár in Denemarken is geen lockdown, dus kan bij ons alles open. Dáár in het Verenigd Koninkrijk laten ze alles los en dat gaat goed, dus dat is ons voorbeeld. We kijken niet naar alle andere maatregelen en voorzorg die ze wel hebben, hoe mensen zich daar gedragen, of de bevolkingen van die landen óók vinden dat het zo goed gaat allemaal en welke prijs ze betalen voor het gevoerde beleid. Dáár is het open, dus wij moeten ook open, punt.

Het hele plaatje

Laten we er een voorbeeld uit pikken: In Denemarken werd versoepeld, maar tegelijkertijd namen ze andere voorzorgsmaatregelen. Voortvarend testen op scholen bijvoorbeeld. Ze hebben sowieso een andere – veel uitgebreidere – testcultuur dan wij en dat scheelt wel een hele hoop op het gedrag. Als mensen weten dat ze besmettelijk zijn, zijn ze toch eerder geneigd thuis te blijven. En het scheelt ook als er een testlocatie om de hoek is en je de uitslag snel krijgt, om de stap te zetten om je überhaupt te laten testen. Het zijn geen details. Het bepaalt in grote mate hoe mensen zich gedragen en dus hoeveel ruimte het virus krijgt om van mens op mens overgedragen te worden. Het bepaalt voor een heel groot deel het verloop van de verspreiding.

Op zoek naar een gidsland

Een ander voorbeeld: Het Verenigd Koninkrijk. Dat moet ons gidsland worden, want daar laten ze alle maatregelen los en het gaat goed! Oppervlakkig bezien dan. Want vinden ze in dat land zelf ook dat het goed gaat? Niet bepaald. In de zorg zijn grote problemen ontstaan en onder de bevolking is veel onvrede. The British Medical Association sprak zich fel uit tegen het beleid van Johnson. Vele honderden mensen reageerden op social media dat Johnson hiermee eigenlijk alleen maar zijn eigen politieke positie probeert te redden, nu hij onder vuur ligt vanwege zijn aanwezigheid bij feestjes tijdens lockdowns.

Chaos

Er is altijd meer dan we met onze oppervlakkige blik zien. Welke politieke keuzes worden er gemaakt en met welke motieven, hoe is het gedrag van de bevolking, hoe groot was en is de druk op de zorg in een bepaald land, welke voorzorgsmaatregelen treffen ze op plekken waar het virus zich makkelijk verspreidt, hoe goed hebben ze het virus in beeld, wat doen ze aan voorlichting en hoezeer wordt het mensen mogelijk gemaakt zich aan de basisvoorzorg te houden? Het is allemaal niet zo makkelijk te vertalen naar onze eigen situatie. Helemaal niet, eigenlijk. Als je wil weten hoe de vork echt in de steel zit, moet je hele dagen ontzettend veel coronanieuws volgen. Dat doet bijna niemand. We zijn massaal pandemiemoe. Ook onze media. En die diepen de situatie dan ook steeds minder uit. De waan van de dag neemt ons weer steeds meer over. Ook logisch. Maar het maakt de situatie wel steeds moeilijker om te dragen. Tel daar campagnevoerende artsen bij op die ons komen vertellen dat we covidpatiënten dood moeten laten gaan, burgemeesters die zich aansluiten bij protestacties en al die hele dringende belangen die er in de samenleving zijn en de chaos is compleet.


Belangen

Dat wilde ik vertellen bij Op1. Ik maakte een begin. Maar het gesprek ging alle kanten op. Alle begrijpelijke kanten. Want er zaten mensen met belangen. Met nood. Met hun eigen zorgen. En daar zou ik dan doorheen denderen met ontnuchterende boodschappen over hoe de pandemie niet voorbij is. Dat als we blijven verspreiden, we de pandemie in stand houden. Dat we ook niets wíllen om verspreiding te voorkomen. Niet eens de minst ingrijpende dingen, zoals het dragen van een mondkapje en testen. Dat we daar niet in investeren. Dat we er iedere keer weer vanuit gaan dat dit de laatste golf is en we ons nergens op voorbereiden. De overheid niet, wij zelf ook niet. Klopt allemaal nog steeds, volgens mijzelf. Maar in die setting, met de mensen die daar zaten om over hun eigen problemen te praten, voelde het zo volkomen misplaatst om dat te zeggen, dat ik mijn mond hield.

Het zat me dwars, na afloop. Was ik gewoon te bescheiden geweest? Had ik moeten interrumperen en meer aandacht voor míjn verhaal moeten vragen? Was ik gewoon niet zo’n sterke gast of zat er iets niet goed aan mijn eigen interpretaties? Achteraf bezien: nee, daar had het niets mee te maken. Ik wil het leed van anderen niet bagatelliseren of ontkennen. Punt is, ik begrijp het. Als je zelf weinig risico loopt op ernstige ziekte, wegen andere belangen gewoon zwaarder. En sommige mensen zitten in zwaar weer momenteel.

Iedereen heeft recht van spreken

Eigenlijk begrijp ik iedereen die de last van de pandemie niet meer kan dragen. En ook dat iedereen recht van spreken heeft. Dat de maatregelen knellen, begrijp ik. Ik begrijp dat mensen hele echte financiële belangen hebben en dat financiële problemen even reëel en heftig (kunnen) zijn als het risico op ernstig covid of long covid. Maar ook dat mensen behoefte hebben aan de ‘kleine dingen’. Gewoon, je vrij kunnen bewegen en doen waar je zin in hebt. Of samen zijn met andere mensen. Onze sociale behoeften maken ons mens. Om dat jarenlang ‘uit te zetten’, past niet bij onze natuur. Dat geldt voor iedereen. Ook voor mensen die meer risico lopen op ernstig covid. Ook zij hebben al die andere belangen en behoeften, naast een reëel gezondheidsrisico. Dat kunnen ze niet eens meer zeggen. Zij strijden om hun gezondheid te mogen beschermen, waar de artiest strijdt voor het overleven van zijn sector en de horecaondernemer voor het voortbestaan van zijn zaak en niet weggezogen te worden in enorme schulden.

Lobbyen

Dus daar zat ik, aan die tafel en ging dit door mijn hoofd. Ik had van alles willen zeggen, maar eigenlijk viel er niets te zeggen. Het ging over belangen. Het ene belang boven het andere plaatsen. Als ik mijn eigen uitingen in de media in de afgelopen twee jaar doorneem, kom ik daar zelf even ongenuanceerd uit naar voren als ieder ander. Met zoveel gasten aan tafel en maar beperkte tijd om dingen te kunnen bespreken, kan je ook bijna niet anders. Dus wordt je verhaal automatisch een pleidooi voor het een of ander en dat is wel de laatste positie waarin ik me wilde bevinden. Ik besloot dat ik daarmee moest breken. Het is wat de pandemie in stand houdt, dat weet ik. Het ene belang boven het andere stellen. Het uitruilen van vrijheden. En daarom zat ik met mijn mond vol tanden. Achteraf vind ik: ik deed het juiste. We hebben een overheid die het lobbyen aanmoedigt en dus is het lobbyen wat we doen. Wie ben ik, om andere mensen hun vijf minuten om te kúnnen lobbyen te ontnemen?

De pandemie is voorbij

In Nederland is nu vrijwel iedereen er wel van overtuigd dat de pandemie afgelopen is. Het hele wrange is, dat we dat in de afgelopen twee jaar al drie keer eerder dachten. Steeds loopt het uit op een teleurstelling en zeggen we achteraf: dit hadden we kunnen weten. We hadden ernaar moeten handelen. Maar niemand doet het. Het lijkt er voorlopig overigens niet op dat de pandemie na omikron afgelopen is, waarschuwt de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) nog altijd. Alle waarschuwingen glijden langs ons heen. Omikron is ‘zo mild’, dat nu bijna iedereen wel vindt dat het losgelaten kan worden op de samenleving. Mét het risico dat op die manier weer nieuwe varianten ontstaan. En hoe dat dan weer zal gaan? Dat weet niemand.

Hoop

Het is afwachten wanneer er weer een nieuwe variant komt en hoeveel schade dat virus zelf kan aanrichten aan de gezondheid. Het kan meevallen, het kan tegenvallen. We zouden ons allemaal moeten voorbereiden op wat nog zou kúnnen komen, de worst case scenarios. Nu een keer wel. We doen het beter voor niets, dan ons weer te laten overspoelen door een nieuwe golf. Maar we zitten vast in onze eigen belangen van nú, op dit moment. We overzien niet eens meer dat we bij een volgende golf ook nog belangen hebben. Het hier en nu knelt. De overheid biedt geen houvast. Het coronabeleid schiet alle kanten op. Niemand heeft de regie. Er is geen plan. En dus is onze enige hoop dat de pandemie zomaar vanzelf eindigt. Ook dat begrijp ik. Dus wie ben ik, om andere mensen die hoop te ontnemen? Daarom was ik stil. Uit respect, maar ook uit onvermogen. Ik heb namelijk ook geen oplossing.

Het is nog lang geen tijd voor 2G

De instroom in de ziekenhuizen lijkt over de piek heen. Het dreigende code zwart is ternauwernood afgewend. Ondanks alle tegensputteren van de IC’s werd gisteren verder opgeschaald naar 1.250 bedden. Om dat te realiseren moet de (acute) planbare zorg worden afgeschaald. Volgens IC-baas Peter van der Voort van het UMC Groningen, wordt er al geselecteerd aan de poort en ís het daarmee feitelijk al code zwart. Ook de huisartsen ramden op de noodknop: bij hen is het allang code zwart.

Er zit een verschil tussen het medische- en het politieke code zwart, blijkbaar. Een politiek handigheidje. Maar het kan de feiten niet wegpoetsen: De overheid is niet in staat te waarborgen dat iedereen in geval van ziekte de juiste geneeskundige bijstand en verzorging krijgt. En dat is wel een juridische plicht. Nood breekt wetten. De vraag is wel: is dit wel ‘nood’ te noemen, of de uitkomst van inadequaat beleid?



Recht op gezondheid

Wat gaat het kabinet doen om afschalen van zorg voortaan te voorkomen? Is het, met alle kennis en hulpmiddelen die we tot onze beschikking hebben, acceptabel om reguliere zorg weer af te moeten schalen? Naar verwachting gaat de pandemie nog jaren duren. Gaan we dat bij elke volgende golf doen? Welk effect heeft dat op de algehele volksgezondheid?

In het Internationale Verdrag inzake de economische, sociale en culturele rechten verbindt de overheid zich ertoe epidemische èn endemische ziekten te voorkomen en te bestrijden. Een strategie die virusverspreiding op hoog niveau toestaat, kan men onmogelijk ‘bestrijding’ noemen. Toch is dat wat het kabinet met 2G wil doen: het virus vrij laten verspreiden onder gevaccineerden en de verspreiding onder niet-gevaccineerden dempen door hen toegang te ontzeggen tot hoogrisicolocaties. Terwijl ze elkaar op andere plekken, of zelfs in het eigen huishouden, nog wel tegenkomen. Of een besmetting komt binnen via schoolgaande kinderen. 2G is dus geen dekkend systeem. Gevaccineerden verspreiden het virus immers ook.

Omikron

Voordat de overheid overgaat tot maatregelen die onze grondrechten aantasten, moet eerst alle inspanning verricht zijn om met andere, minder ingrijpende middelen de epidemie te bestrijden. Klik om te Tweeten

Met Omikron op de loer, is een systeem dat verspreiding toestaat een valse belofte op terugkeer naar het oude normaal. Ook tijdens deze golf zien we: de meest kwetsbare personen worden, ondanks vaccinatie, nog steeds hard getroffen. Er is een recordaantal besmettingen in verpleeghuizen en ook het aantal sterfgevallen loopt er weer op.

We lonken naar Israël, waar boosters de schade van Delta aanzienlijk leken te beperken. Wat we niet willen zien, is dat er in Israël naast boosteren een slim beleid onder zat: Inreisbeperkingen, 2 meter afstand, maskers voor iedereen ouder dan 7 jaar en voordat het schooljaar er begon werd alle ouders gevraagd hun kinderen te testen. Dat hield de scholen goeddeels coronavrij en dat scheelt. Israël zet dus niet alleen in op vaccineren, maar op een heel palet aan maatregelen, waarbij “testen, testen en nog meer testen” de ruggengraat vormt.

Het Nederlandse coronabeleid heeft niet een dergelijke ruggengraat. Het laat zich eerder kenmerken door ‘grote stappen snel thuis’. Nu is het in het verhitte vaccinatiedebat een lulligheid aan het worden om op onze grondrechten te wijzen. Maar voordat we overgaan tot een ingrijpende inperking van die grondrechten, is het toch belangrijk te realiseren dat niet alle minder ingrijpende middelen zijn uitgeprobeerd en zeker niet uitgeput.

Pilaren van de coronabestrijding

We lijken steeds de belangrijkste pilaren van de coronabestrijding over te willen slaan: Testen, traceren, isoleren, quarantaine. Nederland investeert er heel weinig in. Van laagdrempelig en fijnmazig testen is helemaal geen gebruik gemaakt. Dat bereik je bijvoorbeeld met veel testlocaties, maar die hebben we in Nederland niet. “Met minder testlocaties grote aantallen wegzetten … als waren we Unilever”, aldus de Jonge.

Het bron- en contactonderzoek spoort in nog geen kwart van de gevallen de bron op. Mensen krijgen slechts een dringend advies om in quarantaine te gaan. In het kader van ‘proportionaliteit’ is het wellicht effectiever om – in plaats van 2G – over te gaan tot een wettelijke verplichting tot isolatie en quarantaine van besmettelijke personen. Zoals bij een Groep A ziekte wettelijk gezien altijd al een mogelijkheid zou zijn geweest.

We hebben meer ‘gereedschappen’ achter de hand: zoals FFP2-maskers in de zorg, want ook in de zorgsetting raken mensen besmet. Mondneusmaskers in alle binnenruimten voor iedereen vanaf 6 jaar, zoals de Wereldgezondheidsorganisatie adviseert. Ook als je zit. Goede ventilatie op scholen, CO2meters en hepafilters. De schoolvakanties anders indelen.

We hebben nauwelijks maatregelen die écht iets doen met ons gedrag. Uit gedragsonderzoek blijkt dat 70% van de positief getesten thuisblijft na een positieve test. Nog maar 3% gaat op visite. De mensen die wel naar buiten gaan, doen dat voornamelijk om een luchtje te scheppen. Zonder quarantaineplicht zou dit al een bijna dekkend systeem kunnen zijn, als de vaccinatiebereidheid nou maar wat hoger zou zijn.

Bestrijden in plaats van verspreiden

Israël zet niet alleen in op het voorkomen van ernstige ziekte door vaccinatie, maar ook op het tegengaan van verspreiding. Denemarken lijkt ook meer in te willen zetten op een dergelijke strategie. Wij lijken voor een strategie te willen gaan die het ons toestaat het coronavirus te blijven verspreiden, zonder zo’n slim vangnet. 2G en alles open. Of: iedereen gevaccineerd en we kunnen weer. Dat zal onherroepelijk weer eindigen in lockdowns en code zwart. De vaccins geven immers geen steriele immuniteit.

Het is daarom nog lang geen tijd voor 2G. En ook niet voor een vaccinatieplicht. Laten we eerst een begin maken met het tegengaan van verspreiding. Door overal een mondneusmasker te dragen bijvoorbeeld. Dat is wel het minste wat we zouden kunnen doen om de zorg overeind te houden. En door in te zetten op ‘testen, testen en nog meer testen’. Door alle besmettelijke personen op te sporen en in quarantaine te zetten.

De steeds weer terugkerende ‘lockdownachtige’ maatregelen voelen vaak zwaar aan. Toch doen we veel minder dan het lijkt. Als je je bedenkt namelijk, dat Sierra Leone – een van de armste landen ter wereld – een quarantaine-app heeft om mensen levensmiddelen te brengen zodat ze in quarantaine blijven, kan je je afvragen hoe serieus wij de bestrijding van dit virus eigenlijk nemen.


De storm voor de stilte

Het is geen kabbelend bootje
En soms
Een woelige baar
Geen mammoettanker
Die zijn tijd neemt
Het is wildrazend
Die locomotief
Zo’n ouderwetse
Die met knarsende remmen
En oorverdovend schuren
Van metaal op metaal
Steeds harder
De helling af raast
Log en zwaar
Door niets meer te stoppen
Een mammoettanker
Was het dat maar.

Terwijl die trein voortraast
Dringen we allen naar voren
Elkaar vertrappend
We duwen elkaar
Onder die loodzware wielen
Niet overleven
Maar vrijheid
“Vrijheid wil ik!”
Roepen we naar elkaar.

Hier in het westen
Kennen we rampen vooral
Van fictie
Van de film
Of die echte
Uit de kranten
Maar niet nu
Tijdens het avondeten
Niet nu
Mijn goede bui
Want er is ellende
Dat weet ik
Maar het moet niet te zwaar worden
Allemaal
Als ik het niet wil horen
Kan het gewoon uit
Het journaal.

Zeg niets
Doe niets
Veroorzaak geen paniek
Laat ons zwelgen
In de onschuld
Doorbreek het sprookje niet
Gealarmeerd zijn is veel erger
Dus laten we zwijgen
Dan doen we alsof
Als we onze ogen sluiten
Dan is het er niet.

Al kakelend
Richting afgrond
Geen verdriet
Geen ontzag
Al brullend
Woest spartelend
Al staat daar een monster
Te spuwen
Mijn vrijheid
Krijg je niet.

Iedere seconde
Die we verbrullen
Dendert de rampspoed
Gestaag voort
Breekt al knarsend
Door zijn remmen
Knakkende ego’s
Op het spoor.

De alarmbellen
Kunnen ons niet stoppen
Het is een grote
Kakofonie
Open,
die scholen
Open,
gewoon alles
En áls er iets dicht moet
Dan toch zeker niet
Niet waar ík van hou
Nee, dát niet
En wie er voor dood moet
Nou en?
Het deert me gewoon niet.

De alarmbellen
Hun geluid verstomt
Door de oorverdovende klap
Allesoverheersend
Verpletterend
Het leed
De tranen
De tragiek
Zo hulpeloos
En rauw.

De schreeuw
Zo geschokt
Zo gespannen
Is zo stil
De echo
Van die stilte
Resoneert
Zo hard
Dat niemand meer wil.

De zorg
Code zwart
Gewoon termen
Het doet ons niet veel
Concepten
Abstract
Om met afstand
Naar te kijken
Ik?
Ik heb geen zorg nodig
Dus het gaat niet om mij
Het deert me echt niet.

Totdat het onszelf raakt
Dan stopt het gestampvoet
Het schreeuwen
Het klagen
Omdat we dan weten
Wat het is
Als die locomotief
Keihard
De klif afdondert
En slachtoffers maakt
Dat het geen film is
Of abstract
Dat de impact
Van de klap
Van die rampspoed
Die neerdaalt
Ook de bodem
Onder onze eigen voeten
Wegslaat.

Er valt niets meer te kiezen
Niets meer open
Niet meer
Geen school
Geen sport
Geen winkels
Geen brasserij
De ziel is nu teer
Er zal maar iets gebeuren
Een ongeluk
Een gaslek
Een gewelddadig protest
En zelfs thuis
Voelt het raar
Ineens schuilt
In ieder klein hoekje
Een levensgroot gevaar.

Het brullen
En roepen
We rekenen na
Ook wij zijn
Verantwoordelijk
Dus rekenschap vragen
Aan de politiek
Vergeet het nou maar.

En zo zitten we samen
In de totale destructie
Iets waar we zelf
Om hebben gevraagd
En daar
In het Catshuis
Kronkelen slangen
Lispelend
Over vrijheid
En eigen
Verantwoordelijkheid
Boven een potje
Kaviaar.




Waarom we de scholen moeten sluiten en het niet doen

Waarom we de scholen moeten sluiten en het niet doen

Over een gebrek aan nederigheid

Door: Diederik Smit

Er zijn allemaal verstandige mensen tegen het sluiten van scholen. In Nederland heerst het dogma dat het sluiten van scholen geen optie is, of mag zijn. Het klinkt ook zo nobel: “voor het welzijn van de kinderen”. Maar dit dogma kost nu mensenlevens.

Rond 5 december is het waarschijnlijk code zwart en de huidige situatie heeft al de nodige kenmerken daarvan. 


Oorspronkelijk getweet door Henk-Jan Westeneng (@HJWesteneng) op november 23, 2021.

Humanitaire crisis

Om deze humanitaire crisis zo kort mogelijk te laten duren, hebben we nu (of eigenlijk 6 weken geleden) een snelle, scherpe daling nodig van de besmettingen. Geen geleidelijke daling, een snelle. Een snelle, scherpe daling van de besmettingen is <omt> NIET REALISTISCH </omt> als je de scholen, waar weinig maatregelen zijn, openhoudt.


Verzameling tweets


Taboe

In bijna één op de drie scholen is de ventilatie niet op orde. Dit gaat om duizenden scholen. Het virus verspreidt zich door de lucht, vooral in binnenruimtes, als mensen geen afstand houden en geen mondkapjes dragen, met de Delta-variant nog sneller. Sta er gewoon eens bij stil: overal in Nederland staan duizenden ongeboosterde (ook veel oudere) leraren voor grote groepen ongevaccineerde kinderen, elke dag opnieuw. Er is in de geschiedenis van de pandemie bijna geen situatie te bedenken waarin je méér besmettingen kunt voorkomen dan door het sluiten van Nederlandse scholen in november 2021.

Toch is dit taboe. De Kamer wil het niet, het demissionaire kabinet wil het niet en het OMT schrijft zelfs expliciet op dat het onderwijs de enige plek is waar het geen extra maatregelen wil.

Er is echter één onderdeel van de samenleving waarbij het OMT nieuwe beperkende maatregelen wil vermijden en dat is het primair en voortgezet onderwijs.

bron: 130e OMT-advies, 22 november 2021

Dogma’s

Als je erover nadenkt is het best absurd dat het biomedisch adviesteam van het kabinet, op het ernstigste punt in de epidemie opschrijft dat alle maatregelen bespreekbaar zijn, behálve de maatregel die het virus verreweg het meest zou bestrijden. Het toont de politisering van het OMT, maar dat terzijde. (Overigens ziet ook het OMT dat schoolkinderen vaak betrokken zijn bij uitbraken, maar daar heeft men een waterdichte oplossing voor bedacht: “extra aandacht van de ouders en leerkrachten om te voorkómen dat een keten van infecties kan uitbreiden naar hen, en bijv. naar kwetsbare grootouders.” Letterlijk schrijft het OMT dus dat ouders extra aandacht moeten hebben om te voorkomen dat ze besmet worden door hun kinderen. Dat is al wereldvreemd genoeg, maar ook voor de grootouders is dit niet realistisch. Ieder mens buiten het OMT begrijpt dat in een samenleving van 17 miljoen mensen vele grootouders in contact zullen blijven komen met hun kleinkinderen. Dit is alsof je zegt dat je carnaval meestal in een kleine groep viert.)

Er is dus een dogma, een heilige overtuiging dat het sluiten van scholen zoveel schade brengt aan het welzijn van kinderen dat het geen optie is en nooit een optie mag zijn. Ook niet voor drie weken. Ook niet als het vele mensenlevens zou kunnen redden. Wat is hier aan de hand?

Gebrek aan nederigheid

Mijn vermoeden: een misplaatst superioriteitsgevoel, een gebrek aan nederigheid. Een schoolsluiting is een teken van falend beleid. Het betekent dat je jezelf in zo’n slechte situatie hebt gemanoeuvreerd dat alle effectieve opties schadelijk zijn. Maar ook dan zul je de minst schadelijke moeten kiezen.

Ergens in ons welvarende westerse achterhoofd denken we nog steeds dat ook voor deze situatie een elegante, intelligente, pijnloze oplossing moet bestaan. Maar we zítten niet meer in een situatie waarin pijnloze oplossingen bestaan.

Als je in november 2021 tegen een schoolsluiting bent, heb je kennelijk nog steeds niet geaccepteerd dat we écht in een ernstige situatie zitten. Natuurlijk is een schoolsluiting een nederlaag die schade toebrengt, maar we zullen die nederlaag wel moeten accepteren. Het alternatief is namelijk erger. Even een pijnlijke, maar in mijn ogen wel opgaande vergelijking: bij een chemokuur is het ook evident dat het schade toebrengt. Toch is het soms onvermijdelijk. 


16.000 extra doden

Volgens sommige berekeningen gaan er komende winter 16.000 extra doden vallen in Nederland. Ook zullen er vele doden vallen door andere uitgestelde zorg. Zelfs als het de helft wordt: denk even aan de psychische schade voor al hun nabestaanden, kinderen en kleinkinderen. Als we het dan hebben over het welzijn van kinderen: hoe zal de sfeer in huis zijn als de ouders in een rouwproces zitten omdat hun vader of moeder overleden is door nalatigheid van de overheid?

En ook als mensen het uiteindelijk overleven: hoeveel kinderen zullen stress ervaren door uitgestelde operaties van (groot)ouders, of overspannen ouders die in de zorg werken. Dit gaat niet om weinig kinderen: ongeveer 1 op de 6 werkenden werkt in de zorgsector. Hoeveel stress wordt er ervaren door de kinderen van iemand die lichamelijk en mentaal moet herstellen van een ic-opname? Die mensen zul je niet snel horen, je moet immers dankbaar zijn dat je het overleefd hebt. Maar ook zij hebben redenen om verbitterd te zijn over het kabinetsbeleid dat hier op aanstuurde.

Al deze overwegingen zullen nooit als harde cijfers terug te vinden zijn in een RIVM-grafiek. Deze verhalen zul je niet teruglezen in een OMT-advies. In modellen staan geen tranen. En toch kan iedereen bedenken dat dit in realiteit wel de effecten zijn. Het punt is alleen: er is voorstellingsvermogen nodig om de doorwerkingen van dit (vermijdbare) leed te begrijpen en te ervaren als een scenario dat voorkomen moet worden. 

Voorstellingsvermogen

Dit indirecte complexe menselijke leed op de lange termijn zal niet als een mediagenieke grafiek in je gezicht geduwd worden, het is niet de opening van het journaal: je zult er actief over moeten nadenken en je moeten inleven. Kunnen we dat? Doen we dat? Doen we dat genoeg?

In een crisis is voorstellingsvermogen belangrijk. Voorstellingsvermogen is nodig om je bewust te zijn van toekomstig menselijk leed dat niet in modellen te vangen valt. Voorstellingsvermogen is nodig om rekening te kunnen houden met het meest uitzonderlijke scenario. Helaas zijn we daar niet goed in. Onze leiders niet en wijzelf misschien ook niet. Wie dacht in augustus oprecht dat we in december best eens in code zwart zouden kunnen zitten? Toch is het gebeurd.

Origineel artikel bij de NOS

Het is gebeurd en we kunnen het niet meer terugdraaien. Zo’n situatie waarin het al te laat is, dwingt ons tot nederigheid. Ons ego wordt het meest beloond als we een keuze maken die een ramp voorkomt. In onze 21e-eeuwse hoofden is dat een filmisch verhaaltje dat we kunnen snappen: je maakt een radicale keuze, je voorkomt een ramp, je bent een held.  Maar ook als een ramp niet meer te voorkomen valt, zul je keuzes moeten maken die de zaak niet erger maken dan die al is. Keuzes die een ramp niet voorkomen, maar wel zorgen dat die sneller voorbij is. Dat is minder Hollywood-achtig heroïsch, maar wel nodig.

Ik sluit graag af met mijn favoriete citaat van Thomas van Aquino:
Zorg dat je de komende dagen alvast wat zelftests in huis haalt, voordat ze straks weer allemaal uitverkocht zijn, zodat iedereen een zelftest kan doen vlak voor een familiebijeenkomst, vooral als kinderen en grootouders elkaar treffen.”

https://twitter.com/DiederikSmit/status/1463589888406822912