Nederland zit muurvast in radicalisme: Hoe Yeşilgöz het land in extreemrechtse richting duwt

Nederland zit muurvast in radicalisme: Hoe Yeşilgöz het land in extreemrechtse richting duwt

Yeşilgöz lijkt radicaler dan Wilders. Bij haar zit niets in de ijskast. Nederland is in de ban van onderling concurrerende ‘sterke leiders’, die ons in een neerwaartse spiraal duwen. Deze leiders versterken elkaars radicalisme. Op dat strijdtoneel ontpopt Yeşilgöz tot de drijvende kracht richting rechts-extremisme.

In het FD pleitte Ulko Jonker daags na de verkiezingen (2023) ervoor de ‘Wilders revolte gewoon even de kans te geven’. Hij herinnerde ons aan de woorden van VVD’er Carel Polak, die in 1968 stelde dat ‘de democratie niet een staatsvorm is voor bange mensen … die voor elke politieke beweging of verandering angstig zijn’.

Het idee dat ‘het Nederlandse politieke bestel best een stootje kan velen’ is de dominante visie geworden. Mark Rutte heeft zo vaak geroepen dat hij niet de baas is, dat we er blijkbaar van overtuigd zijn geraakt dat de premier slechts een regisseur van het politieke proces is – ingebed in de institutionele infrastructuur, en de invloed van de individuele politicus weinig meetelt. Zelfs als premier zou Wilders daarom geen grote problemen opleveren.

‘As a professor, I tended to think of history as run by impersonal forces. But when you see it in practice, you see the difference personalities make’

Sterke leiders

Beweren dat het individu er niet toe doet, is de geschiedenis ontkennen. De rol van individuen was bepalend voor de uitkomst van historische gebeurtenissen. Napoleon, Lenin, Mao, Khomeini, Saddam Hoessein, Khadafi, de lijst met ‘Grote Mannen’ of ‘Sterke Leiders’ is lang. Ze hadden niet alleen een bepalende invloed op hun eigen staten, maar op de hele wereld, die in reactie op hún beleid het eigen beleid aanpaste. De Duitse historicus Sebastian Haffner betoogde overtuigend dat de naoorlogse geopolitieke ontwikkelingen ontegenzeggelijk het resultaat zijn van Hitlers handelen, al was het wel in een richting die Hitler juist níet wilde. De Europese Unie, het einde van het (oude) kolonialisme, internationale allianties, ze kwamen allemaal voort uit het verlangen om een veiliger Europa te creëren.

Ook in de tegenwoordige tijd zien we dat individuen, zelfs vele duizenden kilometers verderop, directe impact hebben op ons. Poetins geschiedenispolitiek is goed aangeslagen bij de Russische bevolking. De Russische oorlog tegen Oekraïne en de steun van die bevolking voor een Groot Rusland vormt een bedreiging voor de hele wereld, in economisch en in militair opzicht. Presidentskandidaat Trump veroorzaakte met een verkiezingspraatje onlangs grote commotie onder de leiders van de NAVO landen, die zich op slag gingen beraden op hun defensiebudgetten en de afhankelijkheid van de Verenigde Staten.

In een parlementaire democratie is de macht van de individuele politicus misschien veel kleiner dan in dictatoriale en autocratische regimes, maar ook in een democratie als de onze heeft de premier veel vrijheid om het beleid in zijn richting te duwen. ‘Ik ben niet de baas,’ zei premier Rutte, terwijl hij intussen stevig zijn persoonlijke stempel op het beleid van zijn kabinetten drukte. Onder het leiderschap van Rutte, dat wordt inmiddels breed erkend, heeft Nederland een ruk naar rechts gemaakt. Zo ver naar rechts zelfs, dat zeker een derde van het electoraat aan extreemrechtse zijde is beland.

Rechtsextremisme is een bedreiging

De AIVD alarmeert dat rechtsextremisme steeds meer een bedreiging voor de democratische rechtsstaat vormt. In de documentaire die Viceland over Geert Wilders maakte, signaleert historicus Rutger Bregman dat niet alleen Wilders is geradicaliseerd, maar dat wij allemaal met hem mee radicaliseren. Bregman heeft een punt: Waren Wilders’ harde uitspraken over moslims en migranten een paar jaar geleden nog uitermate schokkend, ze zijn in korte tijd bijna volledig genormaliseerd. De politieke correctheid is op de tegenovergestelde as terechtgekomen. Salonfähig, noemen we het verhullend.

Radicaal gedachtengoed is mainstream geworden. Zo ver kan de invloed van de individuele politicus in die weerbare democratie van Nederland dus strekken. Dat is zorgwekkend, want Wilders is niet veranderd, zei hij tegen de Telegraaf. Zijn toon is misschien wat milder, maar zijn gedachtengoed is nog altijd dezelfde. Zijn bewondering voor Poetin steekt hij niet onder stoelen of banken. Hij is een fervent tegenstander van steun aan Oekraïne. Hij heeft de enige beslissende stem in zijn partij, waardoor hij hoogstpersoonlijk 37 zetels in de Tweede Kamer bezet. Dat is niet slechts een beetje macht.

Het is dringen op extreemrechts

Op social media platform X zien we Wilders de afgelopen week voortdurend uithalen naar migranten. Hij heeft zijn ijskast wagenwijd opengezet en lijkt die in een keer helemaal leeg te willen schrokken. Hij zet zijn extremisme iedere dag een tandje bij. Hij zal wel moeten, want Mona Keijzer (BBB) en Dilan Yeşilgöz (VVD) dreigen hem aan de extreemrechtse kant in te halen. Wilders beschermt zijn electoraat. Dat is wat hem drijft. Hij loert al vijfentwintig jaar op niets anders. Die extreemrechtse kiezers zijn van hem. Om hen aan zich te blijven binden, moet hij – met zoveel kapers op de kust – steeds radicaler worden. En daar zit ‘m het gevaar van Wilders. Hij kan er niet mee stoppen.

In zijn tijd bij de VVD speelde Wilders slinkse spelletjes met zijn toenmalige partijleiders die hij (tweemaal zelfs) vlak voor verkiezingen aan het wankelen bracht. Hij veroorzaakte een diplomatieke crisis met zijn film Fitna. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat het in de toekomst niet weer zal gebeuren. Een normale partij zal hem nooit meer willen, dus moet hij vasthouden aan de PVV. Zonder xenofobie en moslimhaat heeft die partij niets om met andere partijen te concurreren, het zal zich daar dan ook op blijven profileren.

Eens je het pad van radicalisme bent op getogen, is er geen terugkeer meer mogelijk. Dat geldt voor Wilders en voor zijn PVV, voor BBB, voor de VVD, maar ook voor de rest van Nederland. De huidige Nederlandse economie heeft arbeidsmigranten nodig, de werkelijke vraag is of en hoe dat anders kan. Zolang die eerlijke discussie niet gevoerd wordt, blijven migranten komen. Met hun retoriek staan PVV, BBB en VVD een eerlijk migratiedebat in de weg. Hun radicalisme veroorzaakt een vicieuze cirkel, die maar moeilijk te doorbreken is.

De persoonlijkheid van de leider doet er alles toe

We kennen Wilders’ hang naar radicalisme, we kennen zijn wispelturigheid en we kennen zijn bewondering voor Poetin. Een dienende rol in een kabinet past niet bij zijn persoonlijkheid. Hij krijgt met zo’n rol niet alleen de macht in handen om in Nederland een politieke chaos te creëren, maar ook een maatschappelijke. Het idee dat het individu er in de politiek niet toe doet, is gebaseerd op politicologische theorie. De werkelijkheid vertelt ons anders.

Nu Poetin aan de poorten van Europa klopt is het niet de tijd om te experimenteren met een nieuwe kabinetsvorm, die onherroepelijk zal leiden tot een herschepping van macht. Met een partij als de PVV moet, zeker met de Russische oorlog tegen Oekraïne, niet onderhandeld worden over het landsbestuur. Niet zijn wetsvoorstellen, maar Wilders zelf (inclusief gedachtengoed) moet in de ijskast. Dan kan Nederland zich eindelijk ook op een realistische manier over het migratievraagstuk buigen. Zonder pardon een cordon sanitaire dus. Gevolgd door een cordon mediatique.

De tirannie van Yeşilgöz

Screenshot van Yeşilgöz tijdens het
informatiedebat van 14 februari 2024

Helaas zal het niet stoppen bij Wilders. Het balletje is nu eenmaal gaan rollen. Nederland is in de ban geraakt van onderling concurrerende ‘sterke leiders’, die ons al in een neerwaartse spiraal van radicalisme hebben gebracht. Sinds de verkiezingen richten de nieuwsmedia hun pijlen vooral op de persoonlijkheid van Pieter Omtzigt en de kinderziektes binnen zijn nieuwe partij (NSC). Yeşilgöz ontspringt de dans. Onbegrijpelijk, aangezien zij radicaler lijkt te zijn dan Wilders, en niet alleen in woord. Als Minister van Justitie brengt zij het al regelmatig in de praktijk. Om Wilders voor te zijn zet ze – in navolging van haar voorganger Rutte – steeds een stap verder naar extreemrechts.

Yeşilgöz heeft een bepalende invloed op de koers van de VVD en daarmee op de koers van het land. Haar persoonlijkheid buiten beschouwing laten, zou naïef zijn. Wilders staat voor de witte Nederlander, Van der Plas staat voor de ‘gewone Nederlander’, Omtzigt is de anti-Rutte. De Tweede Kamerverkiezingen draaiden volledig om hún persoonlijkheden. En Dilan – I am the law – Yeşilgöz? De pers lijkt in haar façade van nietszeggende modepop te trappen. Intussen timmert ze behoorlijk aan de weg om Nederlands meest tirannieke leider* van de naoorlogse tijd te worden. Nietsontziend. Haar denkbeelden zijn radicaal extreemrechts. Bij haar zit niets in de ijskast. En niemand let op haar.

Yeşilgöz lijkt radicaler dan Wilders. Bij haar zit niets in de ijskast. Op het strijdtoneel om het landsbestuur ontpopt Yeşilgöz zich tot de drijvende kracht richting rechts-extremisme. Plaats op x

* ¹ ² ³

Wilders houdt helemaal niet van Nederland. Hij haat ons, ten diepste.

De strijd van Wilders kent geen einddoel. Hij wil alleen winnen. Maar van wie? Van de islam? Of van ons?

Screenshot van Geert Wilders in de documentaire van Viceland

Iedere strijd kent een beoogd eindpunt. Zonder eindpunt immers, is strijd zinloos. Het eindpunt is bij Wilders een groot vraagteken. Wat wil hij bereiken? ‘Nederland weer aan de Nederlanders teruggeven’, maar hoe ziet dat eruit? Hij strijdt voor vrijheid, maar de vrijheid van wie? En wat precies is die vrijheid? Het zijn allemaal hele vage uitspraken, dus wat hij nou precies bedoelt is – zou je denken – een hele belangrijke vraag voor de man die 37 zetels in het parlement bezet en graag premier wil worden.

Wil hij Nederlandse moslims nou door snoeiharde kritiek en haat inspireren om niet meer in hun god te geloven? Van buitenaf emanciperen dus? Niet met aantrekkelijke argumenten van lonkende vrijheid, maar bruut aanvallen, aanvallen en blijven aanvallen totdat ze niet meer durven te geloven? Wil hij ze met intimidatie tot atheïsme brengen? Het er verbaal uit rammen, of zoiets? Of is zijn strijd groter dan dat, of zelfs groots te noemen? In het formatiedebat van vorige week zei hij de wereld te willen bevrijden van de islam. Hoe gaan wij dat namens hem doen? Met ons 17,5 miljoenen oorlog voeren tegen 1,6 miljard moslims? Worden het kruistochten? Moet er een bom op om die landen te bevrijden van de islam? Wat wil hij?

Ach, hij zal het allemaal vast niet zo bedoelen. Maar wat bedoelt hij dan wel? Wat is zijn strijd en waar eindigt die? Dat laatste is wel de belangrijkste vraag. Als een strijd geen duidelijk (eind)doel heeft, is het een strijd om de strijd. En dat lijkt bij Wilders het geval. Zijn strijd tegen de islam is een diepe persoonlijke behoefte. Hij laat zich door niets of niemand stoppen, zegt hij herhaaldelijk. Hij strijdt om de strijd. Omdat het hem macht geeft. Een electoraat. Omdat hij wil winnen.

Wilders heeft geen persoonlijkheid

Wilders – de jongste van een gezin met twee dochters en twee zoons – was een lastig kind en een lastige puber, naar eigen zeggen. Hij maakte het zijn ouders flink moeilijk en toch werd hij te veel verwend. Hij deed HAVO en haalde wat modules bij de Open Universiteit, maar echt ambitieus was hij niet. Hij hield zich bezig met bier drinken en vrouwen, over andere hobby’s spreekt hij niet. Als 17- of 18-jarige wilde hij een reis maken naar Australië, maar hij redde het niet met zijn spaargeld en belandde uiteindelijk in Israël, waar hij bijna een jaar verbleef. Hij maakte wat reizen naar Islamitische landen en was in Israël getuige van bombardementen, waar hij regelmatig voor moest schuilen. Hij zou daar zijn kritische houding ten opzichte van de islam hebben opgedaan.

Terug in Nederland ging hij bij de SVB werken en solliciteerde met die ervaringen en een dossier met misstanden naar een politieke functie bij de VVD. Hij begon bij de VVD een jacht naar fraude met (WAO) uitkeringen. Zoals bekend werd hij een leerjongen van Frits Bolkestein en werd flink beïnvloed door diens extreemrechtse ideeën. De (ongeautoriseerde) biografie van Wilders geeft een schokkende kijk op zijn politieke loopbaan bij die partij. Het ene intrige op het andere volgt. Hij is jaloers op werkelijk iedereen: Dijkstal, Van Aartsen, Ayaan Hirsi Ali, Verdonk, Rutte, en buiten die partij ook op Fortuyn, er komt geen einde aan de lijst. Vlak voor de verkiezingen van 2002 probeerde hij Dijkstal onderuit te halen omdat hij vond dat de toenmalige partijleider niet rechts genoeg was. Datzelfde deed hij bij Van Aartsen, toen die partijleider was. Hij stak de VVD meermaals een mes in de rug, hij deinsde er niet voor terug om een internationale crisis te veroorzaken en voor Nederlanders in het buitenland een onveilige situatie te creëren door (als volksvertegenwoordiger) de omstreden film Fitna uit te brengen. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat hij dat niet weer zou doen.

Onderstaand fragment geeft een goede inkijk in Wilders’ sluwe en volkomen onbetrouwbaarheid. En lees die biografie, geschreven door Fennema en Waling. Lees en herlees, want je kunt het je niet veroorloven níet te weten waar je mee te maken hebt.

Wilders is 24/7 politicus

De eerste twintig jaar van zijn leven was Wilders nou niet bepaald een succes en ook bij de VVD lukte het hem maar niet om verder te komen. Naast zijn werk in de politiek had hij weinig persoonlijk leven en weinig persoonlijke ervaring. Een leeg bestaan, volledig in het teken van politiek. Hij is getrouwd, maar zowel zijn vrouw als hij zijn vooral bezig met hun carrières. Misschien passend in deze moderne tijd, maar je zou ook kunnen zeggen dat het een lichtvaardig weggegooid leven is. Contact met zijn familie heeft hij, vindt hij zelf, te weinig. Zijn familie krijgt te maken met bedreigingen omwille van hem, maar ook dat stopt hem niet. Het gaat allemaal om hem. Om zijn politieke carrière. Hij leeft al twintig jaar een leven in volledige isolatie en ook zijn vrouw is, vanwege hem, datzelfde lot beschoren. Dat vindt hij erg, zegt hij in interviews, maar dat weerhoudt hem er – volgens de biografie ‘Wilders’ van Fennema en Waling – niet van om andere vrouwen voor een one night stand mee naar hun schuilbunkers te nemen.

Opvallend is dat het in zijn leven steeds ontbreekt aan iedere ervaring die normaal gesproken gewicht geeft aan een leven. Ervaringen kleuren je leven en door het contact met andere mensen – door onderlinge verbonden- en verwevenheid – groeit begrip, empathie en besef. Wilders kent dat allemaal niet. Er zit ook geen enkele ontwikkeling in hem. Hij is zeker al 20 jaar precies hetzelfde, zegt iedere dag hetzelfde, houdt al zeker 20 jaar vast aan precies dezelfde standpunten. Er zit geen enkele verjaring in hem. Alsof de volwassenheid maar niet wil komen.

In sociaal en in menselijk opzicht is hij een absolute freak, niet in de beledigende zin van het woord. Iedere poging tot het uitstralen van menselijkheid faalt ook grandioos. Het lukt hem gewoon niet en het slaat bij zijn achterban ook niet aan. Op zijn haattweets krijgt hij makkelijk duizenden likes, ook al zegt hij keer op keer hetzelfde. Als het maar hard en hatelijk is vliegen de likes hem om de oren. Een foto van hem met een kitten in een asiel, het kan niet op veel adoratie rekenen. Het gaat zijn fans niet om hem, maar om wat hij ontketent. Hij is – in hun ogen – hun useful idiot. De harde leider die over alle grenzen heen gaat. Soms is het zelfs een beetje pijnlijk om te aanschouwen hoe weinig zijn persoon en zijn lot hen interesseert.


Een tweet over rellen krijgt 29.000 likes

Een persoonlijke tweet krijgt 1.700 likes


Een populist in hart en nieren

Wat opvalt aan Wilders’ politieke drijfveren, is dat het hem steeds uitsluitend om het electoraat gaat. Waar ziet hij het gat? Waar ziet hij kiezers die hij voor zich kan winnen? Wat kan hij zeggen om ze binnen te hengelen? Hij heeft er geen neus voor, hij maakt er een studie van. Het kan hem niet extreem genoeg zijn, hij zegt wat ze willen horen, zolang hij ze maar voor zich wint. En dát woord lijkt dan ook Wilders’ hele wezen te vatten: het gaat om winnen. Alles. Altijd. Winnen. Was hij eerst nog slechts wat kritisch op de radicale islam, toen Hirsi Ali en Fortuyn hem ten rechter zijde inhaalden, bewoog hij mee. Zijn haat kreeg dáár vorm waar het electoraat te winnen viel.

Hij heeft geen eigen standpunten en geen eigen ideologie. Hij loert op de onvrede die geuit wordt op sociale media en (vroeger) webfora- en blogs. Hij springt gewoon steeds in dat gat en belooft ze de hemel. Mensen horen zijn opzwepende tirades, gevat in hun eigen woorden, want die kopieert hij gewoon. Ze vallen ervoor. Mensen weten helemaal niet waar ze op stemmen, en dat weet Wilders heel goed. Hij zegt dat zelf. Hij vond het in het verleden dan ook niet nodig om een verkiezingsprogramma van meer dan één kantje te schrijven, omdat mensen het toch niet lezen. Ze vallen op die ene tirade bijvoorbeeld, die uit hun eigen mond had kunnen komen. Of op iemand waar ze zich mee kunnen identificeren.

Alle populistenhandboeken, het autocraten playbook, hij verslindt ze blijkbaar allemaal en kopieert er lustig op los. Het gaat hem om het politieke spel, framen, bespelen, binnenhalen, winnen, hoe ver kan hij gaan? Het is niet meer en niet minder dan dat. Wilders’ hele wezen is gericht op politiek.

Arthur J. Finkelstein
Spindoctor

Je wint het publiek niet met creativiteit. Vertel mensen liever wat ze willen horen in een context die de boodschap geloofwaardig maakt.

Een totaal onbekwame PVV, en dat is doelbewust

Dan over de andere PVV’ers. De VVD is reeds lang bijna net zo extreemrechts als de PVV. Toch kozen die mensen voor radicalisme en de sociale isolatie die je ten deel vallen als je je aansluit bij de PVV. Het feit dat zij zó ver gingen en een acceptabele positie in de maatschappij opgaven, wil je iets zeggen over hun karakter. PVV’ers worden nog altijd met de nek aangekeken en ook al is het nu de grootste partij van Nederland, toegeven dat je op de PVV gestemd hebt is ook nog steeds not done. Als zij een echte politieke carrière hadden geambieerd en een respectabele positie in de maatschappij, hadden ze bijvoorbeeld prima bij de VVD kunnen solliciteren.

Wilders heeft al sinds de oprichting problemen gehad om capabele personen voor de PVV te vinden. Telkens blijken ze een dubieuze achtergrond te hebben, of strafbare feiten te hebben gepleegd. Zijn Tweede Kamerfractie is gevuld met eigenaardige soorten en mensen die hij niet eens kent. De NRC, het Parool en RTL Nieuws (‘partij is een soort van sekte’) schreven ontluisterende stukken over de PVV. Geerten Waling noemt de PVV (in de biografie over Wilders) een Hotel California. Je kan ieder moment instappen, maar je komt er nooit meer uit.



Geen capabele politici dus en dat doet hij bewust. Omdat hij geen concurrentie wil. Het maakt hem niet uit, want het is een nepparlement, waar hij en zijn partijgenoten al langer een karikatuur van maken. De Kamer is inmiddels gevuld met complotverspreiders (niet alleen van de PVV trouwens), fascisten, totale onkunde en volslagen mafketels. Joeri Pool kan perfect illustreren – geniet ook vooral van de Hitler-uithalen – wat de Tweede Kamer met de PVV is geworden.

Nu, met Hitleriaanse uithalen
4 jaar geleden nog zonder

Als hij Nederland echt wil redden, als hij zulke grote bedreigingen ziet voor het land, waarom stak hij zijn energie dan niet in het zorgvuldig opbouwen van zijn partij? Nu rijst de vraag: Waarom zou je dit het land waar je zo zielsveel van zou houden, zo’n partij willen aandoen?

Gedreven door rancune

Nederland behandelt Wilders al ruim 20 jaar als outcast. Dat hij daar wrok over moet voelen is zeer plausibel. Hij geeft zijn ziel, zijn zaligheid, de vrijheid van zijn vrouw, van hemzelf, zijn veiligheid, eigenlijk zijn hele leven voor ‘onze’ vrijheid en wij keren ons in grote getalen tegen hem. Je ziet dit ook wel bij vrijheidslegers, of rebellenlegers, hoe je ze ook wil noemen. Hun strijd voor vrijheid of revolutie eindigt vaker wel dan niet in wrede en nietsontziende oorlogsmisdaden tegen gewone burgers, uit rancune en haat omdat het volk hen niet ondersteunt in hun strijd. Het is de reden waarom naoorlogse regeringen vaak amnestie aan deze strijders moeten verlenen, zodat ze weer in de samenleving opgenomen kunnen worden. Anders zou hun strijd eeuwig voort moeten duren. Dat is waar Wilders ook verstrikt in is geraakt.

Het soort vastberadenheid wat we bij Wilders zien, dat hij als volkomen buitenstaander íedere dag bezig is met de islam, dat is abnormaal. Maar het heeft een reden: Bij hem is er geen enkele kans op amnestie, ook al zou hij zijn strijd opgeven. Zijn leven zal altijd – en dat is ontegenzeggelijk cru, laat daar geen misverstand over bestaan – gevaar lopen. Hij zit met zijn strijd tegen de islam opgezadeld, totdat de dood hen scheidt.

Wilders houdt niet van Nederland

Wilders is een zeer haatdragend persoon, dat zien we keer op keer bij debatten, bij zijn persoonlijke strijd tegen individuen (denk aan Sigrid Kaag, bijvoorbeeld). Hoezo zou Wilders van het Nederland houden dat hem al 20 jaar vernedert? Dat hem al 20 jaar niet in bescherming weet te nemen? Dat hem al 20 jaar niet bijstaat in zijn strijd? Het zou tegennatuurlijk – of bovenmenselijk zijn zelfs, om géén rancune te voelen. Het is volkomen ongeloofwaardig dat hij, ondanks alles, zo’n diepe liefde voor Nederland zou voelen. Van zo’n land en zo’n volk houden zou zo diep masochistisch zijn, dat je bij die bewering hele grote vraagtekens zou moeten zetten.

Als een afgewezen man het object van zijn liefde achterna blijft zitten, ondanks afwijzing na afwijzing, meestal staat hij haar het leven dan te na. Een man die zijn geliefde constant bespeelt, die haar na constante afwijzing – keer op keer – obsessief blijft binnenhalen met leugens en bedrog, heeft geen goeds met haar in de zin. Die vrouw is hem niet waard. Als hij haar eenmaal heeft zal hij haar dat laten voelen. Hij zal haar vernederen en kleineren om haar zijn superioriteit te laten voelen. De afgewezen geliefde wil vooral wraak. Al in de mythologie werd dit beschreven. Het verhaal van Apollo en Cassandra bijvoorbeeld, waarschuwt ons ervoor dat zelfs goden gekwetst raken door afwijzing en dat afwijzing zelfs bij goden het soort toorn kan ontketenen dat voor immens lijden kan zorgen.

Een land dat in overgrote meerderheid al zo lang een karikatuur van hem maakt, dat hem niet alleen niet te hulp schiet als hij wordt bedreigd en dat hem niet kan beschermen, maar dat het bovendien koud laat dat zijn leven 24 uur per dag in gevaar is, dat is hem niet waard. Dat hem daarbovenop ridiculiseert en van hém een outcast maakte. Als dat liefde voort moet brengen dan is dat van een dusdanig gekwelde soort, dat je je daar flink ongerust over mag maken.

Wilders kent het huidige Nederland ook niet. Hij bekijkt het van afstand. Hij kent alleen de angst en de onderbuik van een bepaalde groep in de samenleving, wier zwakheden hij minutieus bestudeert om ze daarop steeds aan te spreken en binnen te hengelen. Het gaat hem niet om het grotere belang, want het land heeft geen baat bij een amateuristische partij als de PVV. Die Wilders overigens bewust zo amateuristisch houdt, uit angst dat iemand uit zijn eigen gevolg hem zou kunnen overschaduwen. Zo redeneren autocraten nou eenmaal. Alle concurrentie moet vermeden worden. Hij wéét dat zijn partij het landsbestuur niet aankan, daar heeft hij ze immers zelf op geselecteerd. En toch wil hij dat Nederland aandoen.

Een kat en muisspel?

Waarom zou Wilders zo’n volk niet verraden en in absoluut ongeluk storten als ultieme straf voor alle vernederingen die hij heeft moeten ondergaan? Met alle respect, maar hij is zelf al ten dode opgeschreven. Hij heeft niets te verliezen. En in het bijzonder niet zijn vrijheid. Het is niet zijn haat voor de islam die hem drijft, hij is ertoe veroordeeld. Het is zijn haat voor Nederland, waardoor hij door blijft gaan met zijn strijd. Hij geniet van de weerstand die hij krijgt. Hij geniet van de tweespalt die hij zaait in de politiek, in de VVD, in de samenleving. Hij lijdt, wij lijden. Hij doet het erom. Zijn opruiende tweets zijn niet voor zijn zogenaamd smachtende achterban. Die achterban bestaat uit rasopportunisten die zich dan weer bij hem aansluiten en zich dan weer van hem afkeren, zoals het hen uitkomt, zij zijn geen medestrijders of revolutionairen. Het zijn gewoon angstige, maar vooral haatdragende etters en dat weet Wilders best. Niets om te koesteren. Ze zijn zíjn useful idiots, Wilders’ gewillige beulen (pun intended), die de samenleving en het sociale weefsel vezel voor vezel slopen. En Wilders geniet van iedere seconde.

Wilders is 24/7 politicus. Je kan met hem niet over romans of muziek praten, omdat politiek zijn leven is en hij is ook niet bereid om met andere samen te werken. Het is hij, hij, hij.

Het is zijn finest hour. Al die rasopportunisten die nu met hem proberen mee te liften en staan te dringen om hem te overtreffen in zijn haat. Hij heeft er geen respect voor. Ze laten zich zo makkelijk bedotten, ze geloven zo graag in zijn leugens, dat dwingt geen respect af maar minachting. Hij speelt met zijn medestanders als een kat met een muis en hitst hen net zo hard op als zijn tegenstanders. Om ons met elkaar te vechten als hanen, nog lange jaren, want deze breuk zal niet makkelijk en al zeker niet snel worden gerepareerd. Er zijn teveel mensen die hun persoonlijke reputatie in dit spel te grabbel hebben gegooid. Niet alleen PVV’ers. Denk aan al die alternatieve media, columnisten en andere broodschrijvers die hun dagelijks brood verdienen met rechtsextremistische haatpulp. Ook zij zijn er inmiddels al toe veroordeeld. Hun amnestie ligt in handen van hun medeburgers, die daar niet happig op zullen zijn. Die columnisten zullen vasthouden aan die niche van haat om te kunnen overleven. En kunnen zijn onderhandelingspartners aan de formatietafel (Yesilgoz, Van der Plas en Keijzer) zich nog rehabiliteren, nu ze zo hard strijden om Wilders te overtreffen aan de extreemrechtse kant? Of hebben zij hun politieke lot nu al te zeer verbonden aan het radicalisme en kunnen ze al niet meer terug? Het zaadje van radicalisme en haat wat Wilders heeft geplant, heeft zich als een Japanse Duizendknoop onder de Nederlandse samenleving verspreid.

Of op leven en dood?

Wilders trekt iedereen met zich mee in zijn donkere krochten. Als je hem de kans geeft deel uit te maken van het landsbestuur, zal hij er niet voor terugdeinzen om ons een oorlog in te jagen. Hij heeft geen principes. Hij heeft geen ideologie. Hij kent slechts rancune. Zijn liefde voor Israël zou hem ideologisch aangedreven hebben. Toch presenteert hij de wereld met trots een haatcartoon die bolstaat van de antisemitische symbolen, alleen omdat hij erin wordt afgebeeld naast – in zijn ogen – de grote populisten van deze tijd. De hang naar likes voor dat ene moment, voor die ene tweet, om bij die grotere alt-right beweging hoge ogen te gooien, is groter dan zijn liefde voor Israël.



Iemand die van het volk houdt, zou haar niet met grove leugens bespelen, maar het beste met haar voor hebben. Het is kwalijk om een populist als Wilders als volksminnend te zien. Een populist voelt vooral grote adoratie voor zichzelf en diepe minachting voor het volk dat hij bespeelt. Dat gold voor Mussolini, dat gold voor Hitler. Ik noem ze ja, want Wilders laat zich door hen inspireren. Je kan dan misschien geen vergelijkingen wíllen trekken, maar soms moet je leren mensen een stap voor te zijn. Wilders leert niet alleen van hun trucjes en kneepjes (hij neemt hun teksten soms letterlijk over), maar ook van hun fouten. Hij probeert het te perfectioneren, hen te overtreffen. Sebastian Haffner schreef een indrukwekkend boek over Hitler waar je veel in zult herkennen van Wilders. En nee, het is niet de geijkte vergelijking. Het gaat om Hitler’s wraakgevoelens voor de Duitse bevolking, over zijn persoonlijkheid (of eigenlijk het gebrek eraan). De fouten die Hitler maakte, Wilders heeft ervan geleerd. Hitler pleegde niet alleen massamoord op de Joden, maar joeg ook de Duitsers de dood en het ongeluk in. Omdat ze hem niet trouw waren in zijn strijd. Hij wilde van hen winnen. En die diepe haatgevoelens, die drang om van iedereen te winnen, ben ik bang, daar zal Wilders zich zeker in herkend hebben.

Wilders heeft niets te verliezen



Dit land volgt al vele jaren de politieke agenda van Wilders, want via zijn druk op de VVD regeert hij indirect eigenlijk al heel lang dit land. De hardheid, de verhuftering, het komt voor een groot deel uit zijn koker. Nu zadelt hij dit land op met totaal onbekwame PVV’ers, in een tijd waarin Poetin de vrede in Europa bedreigt. Dat is geen liefde voor het land, dat is haat. We kennen zijn bewondering voor Poetin. Eén tweet waarin hij het regime (niet de man, mind you) barbaars noemt, is geen inkeer. Het is gebakken lucht. Wie durft er zijn handen voor in het vuur te steken dat Wilders ons niet een mes in de rug zal steken, zoals hij bij de VVD meermaals deed, zoals hij bij zijn vrouw doet, bij zijn eigen vlees en bloed – zijn broer bijvoorbeeld, die hij niet in bescherming wil nemen tegen agressieve PVV-aanhangers? Voor een diplomatieke rel draait hij zijn hand niet om en het is al eerder gebleken dat het hem niet uitmaakt of hij daar de levens van anderen mee in gevaar brengt.

Net als Hitler heeft Wilders geen persoonlijkheid, hij heeft geen verbintenissen, geen kinderen voor wie hij een mooiere wereld achter zou willen laten. Hij is – ja, het is werkelijk wrang – een levende dode. Hij heeft niets te verliezen. Hij kent geen zachtheid. Niets of niemand zal hem stoppen. Dat zijn z’n eigen woorden.



No regrets, no mercy

Geen spijt, zegt Wilders. Nooit. Want spijt is een zinloze emotie. Als spijt een zinloze emotie is voor een leider, dan moet je het ergste vrezen. Zonder spijt geen geweten. Zonder geweten geen genade. Zijn partij heeft geen leden, de PVV kent geen democratische structuur, niemand kan hem wegsturen, hij legt aan niemand verantwoording af. Hij is alleen aan zichzelf verantwoording verschuldigd. Het is zijn persoonlijke strijd. En dat is wat hem gevaarlijk maakt. Het creëren van tweespalt, chaos, in de politiek, bij zijn politieke opponenten, in de samenleving, overal. En er is geen einddoel. Hij wil alleen winnen. Maar wat en van wie precies? Van de islam? Of van ons allemaal?

Cursiveringen in de Nederlandstalige tekst zijn geen originele omschrijvingen, maar de omschrijvingen die Haffner gebruikte om Hitler mee te beschrijven en waar parallellen zitten met de biografie van Wilders.

Bronnen:
Wilders biografie – Fennema & Waling
Viceland Wilders documentary
Gatestone biography Wilders
Wilders met Andries Knevel
Wilders zoals u hem nog niet kende (EW)
Kanttekeningen bij Hitler – Haffner
Twitter TL Paul Wilders
Paul Wilders bij Euronews
De schijnélite van de valse munters – Martin Bosma

Achtergrondinformatie (aanbevolen literatuur):
Fascisme en populisme – Scurati
Het verboden boek – Ewoud Kieft
The Oxford handbook of populism
The Global Rise of Populism: Performance, Political Style, and Representation – Moffitt
Political populism handbook of concept, questions and strategies of research – ECREA
FrontaalNaakt.nl
Marked for Death, Islam’s war against the west and me – Geert Wilders

Na veel spektakelpolitiek, zitten we nu met een onbestuurbaar land

De verkiezingsuitslag is niet het resultaat van ‘het volk’ dat in de PVV de grote oplossing ziet, maar het resultaat van spektakelpolitiek en media-ophef, waardoor het land onbestuurbaar is geworden. We zitten met een verkiezingsuitslag die maar weinig mogelijkheden en veel onmogelijkheden oplevert. BBB staat vooral voor het boerenbelang, de PVV bestaat uit complotdenkers met een (onrealistische) agenda van haat en uitsluiting. Dat geeft weliswaar spektakel en ophef, maar geen realistisch politiek beleid waar andere partijen bij aan kunnen haken.  

George Birnbaum

“The perfect enemy is one that you can punch again and again and he won’t punch back.“

Spektakel verkoopt

Om te kunnen begrijpen waarom we zo vatbaar zijn voor spektakelpolitiek, is het belangrijk om te weten hoe het werkt. En hoewel het allemaal reuze voor de hand ligt en het meeste vanzelfsprekend lijkt, is het toch belangrijk dat proces goed te vatten:

Het begint bij het bepalen van *de* werkelijkheid. Want wat ís dat eigenlijk? Een objectieve werkelijkheid bestaat niet. De werkelijkheid (of de realiteit) is altijd een construct. Het is wat we er zelf van maken. Voor geen twee personen is de werkelijkheid exact hetzelfde. Denk maar aan een ingrijpende gebeurtenis en hoe uiteenlopend de verhalen en ervaringen van de getuigen zijn. We ervaren de wereld allemaal op onze eigen manier. Soms simpelweg omdat we de wereld op een andere manier waarnemen, we stonden net op een andere plek met een ander uitzicht op de situatie, of de een is kleiner dan de ander, waardoor we net weer een ander perspectief hadden. Je keek op een bepaald moment de andere kant op of stond dichterbij iemand anders die zijn eigen kijk had op de gebeurtenis  en hoorde je weer andere dingen. Kortom: Iedereen heeft zijn unieke kijk op de wereld en we worden ook allemaal op een andere manier beïnvloed door onze ervaringen in het verleden, door met wie we praten, wat we zelf wel en niet zien en begrijpen, en door wat onze belangen bij een bepaalde situatie zijn.

Om de wereld om ons heen te begrijpen en te duiden, zijn we afhankelijk van anderen. We kunnen immers niet zelf álles waarnemen en daarom lezen, luisteren of bekijken we nieuwsbronnen. Die bepalen onze werkelijkheid. Die nieuwsberichten (maar ook opinie of analyses) zijn altijd gekleurd. Altijd. Het is altijd *een* weergave van een situatie, niet *de* werkelijkheid. Mediaberichten kleuren onze bril en construeren een bepaalde realiteit die niet noodzakelijk overeen hoeft te komen met onze eigen ervaringen, om ook voor ons werkelijkheid te worden. Stel dat je nooit een vervelende ervaring hebt gehad met chinchilla’s, maar juist andersom, dan toch – als de mediaberichten maar indringend genoeg zijn – kan je ervan overtuigd raken dat chinchilla’s gevaarlijk zijn. Als het berichten zijn die je graag wíl horen, dan gaat dit proces vanzelfsprekend nog veel makkelijker. En als je dan ook nog zelf blijkt te kunnen profiteren van de uitkomst, dan gaat het er met boter en suiker in.

Dit is niet moeilijk te vatten. Het is hoe marketing werkt. Maar het is ook hoe nieuwsmedia werken. Clickbait (klik-aas of eigenlijk gewoon lokaas) is niet zomaar weer een nieuwe modieuze term. Het vat de essentie van wat ons beweegt. Er wordt een sensationele kop of beeld gepresenteerd die ons uitlokt om een bericht te gaan lezen. Zo’n kop moet je aandacht trekken, door sensatie bijvoorbeeld. In onze samenleving schreeuwt alles voortdurend om onze aandacht, want iedereen wil ons iets verkopen. Zo’n kop moet dus iets losmaken. Emotie. Politici spelen daar op in, want zonder media aandacht geen zichtbaarheid. Simpele oneliners die inspelen op boosheid of angst doen het bijzonder goed. Dit is allemaal niet nieuw en niet opzienbarend. We weten eigenlijk wel dat het zo werkt, en toch trappen we erin. Zeker als je op social media zit ben je hier gevoelig voor, omdat je er zelf ook mee kan scoren. Je wordt de accelerator, als het ware. De politicus wil scoren, media willen scoren, jij wil scoren. Drietrapsraket.

De succesformule voor verkiezingswinst

De succesvolle spindoctor Finkelstein (die onder andere Netanyahu en Orbán met listige campagnes aan hun overwinningen hielp) had een eenvoudige, korte succesformule: Om de aandacht te trekken moet je het electoraat verdelen, dus je hebt een vijand nodig. De meeste mensen kiezen altijd hetzelfde, dus moet je ervoor zorgen dat sommige mensen thuisblijven (demoraliseren). En het derde ingrediënt is de hand van God.

(1) De vijand is altijd een zondebok: Iemand die wel aantrekkelijk is als vijand maar niet (noodzakelijk) de schuldige en bovenal iemand die niet in opstand kan komen. Dat kan een volkomen buitenstaander zijn, zoals George Soros bijvoorbeeld. Ja, Finkelstein en zijn protegé Birnbaum verzonnen van alles over Soros zodat Orbán een vijand had waarmee hij de verkiezingen kon winnen. Tot op de dag van vandaag denken mensen over de hele wereld dat Soros de belichaming is van het kwaad, terwijl de spindoctors zelf al hebben toegegeven dat ze het hele verhaal bij elkaar verzonnen hebben. (2) Het blijkt moeilijker om mensen te motiveren om naar de stembus te gaan, dus is het vooral zaak je tegenstanders te demotiveren. Dat kan je bijvoorbeeld doen met peilingen waaruit blijkt dat een bepaalde partij heel klein wordt, waardoor het zinloos lijkt om te stemmen. (3) En Gods hand, dat zouden wij misschien ‘toeval’ of het ‘lot’ noemen.

“One should try to polarise the election around that issue that cuts best in your direction. When the opponent seizes the polarisation initiative, then you’re in trouble.”

‘Polariseer de verkiezingen rond jouw thema. Als je tegenstander jouw thema kaapt, dan zit je in de problemen.’ Klinkt als de strategie die de VVD koos, nietwaar? En waar Finkelstein voor waarschuwde, gebeurde: de PVV kaapte het verkiezingsthema, met behulp van de clickbait-media die maar bleven koppen over ‘Milde Wilders’. De PVV hoefde er zelf niet eens campagne mee te voeren. Toen er geen nieuws was, stonden de peilingen ineens dagelijks centraal en waren de peilers politieke duiders geworden. Het motiveren van de kiezers van de PVV kreeg hier een boost, terwijl het tegelijkertijd andere kiezers demotiveerde. De PVV hoefde hier zelf helemaal niets voor te doen. De ophefmedia deden dat. De PVV won groots door spektakelpolitiek, snedige oneliners, een duidelijke vijand, een onbetwist verkiezingsthema en volop spin in de media.

De media als spindoctor

Normaal gesproken moeten politici er toch behoorlijk wat voor doen om zich in de kijker van de media te spelen. Gek genoeg was dat bij deze verkiezingen niet zo. De media deden zelf al het werk en creëerden die spektakelpolitiek vooral zonder daar de politici zelf bij nodig te hebben. Het begon met het verkiezingsthema van de VVD: die partij liet de coalitie vallen op migratie, voordat het CDA het kabinet kon laten vallen op stikstof. Dit werd in de media nauwelijks geduid. Geen enkele partij hoefde ervoor te knokken zijn thema naar voren te schuiven, de media bepaalden dat. Gretig namen ze het thema ‘migratie’ van de VVD over.

Vevolgens werd migratie, volkomen kritiekloos, als hét belangrijkste probleem van Nederland neergezet. Politici mochten vrijelijk hun migratiefabels over de samenleving uitstorten in debatten en TV-optredens, er was nauwelijks een journalist te vinden die die zogenaamde feiten en cijfers wilde weerspreken. Terwijl ze voorhanden zijn, van notabene de staatinstituten zelf. Er is geen migratiecrisis, er was geen migratiecrisis, er was een VVD crisis en de media gingen er in mee. Heel slim bedacht van die spin doctors, maar ze hadden buiten Wilders gerekend. En misschien wel buiten de media zelfs: Het geeft spektakel, dus voer voor nieuws en opinie, kliks, inkomen. Het concept ‘Milde Wilders’ was – in ieder geval – goed voor de portemonnee en favoriet bij politiek duiders. En toen kwam God’s hand, zoals Finkelstein dat zou noemen: 7 oktober, de aanval van Hamas op Israël. Een gebeurtenis waar Wilders niets mee van doen had, maar die wel de dynamiek beïnvloedde en in zijn voordeel uitpakte.

De PVV won groots

De verkiezingsuitslag zette het land op z’n kop en het spektakel ging verder. Het verkiezingsthema was nu dan toch een groot probleem geworden voor de VVD, want als dat het thema is en de PVV is de grootste partij, dan kan je niet om Wilders heen. De PVV is geen echte partij en bovendien weet je van tevoren: Regeren met Wilders is politieke zelfmoord. Listig zette Yeşilgöz daarom Omtzigt voor het blok door vóór de eerste onderhandelingsgesprekken naar de pers te stappen. Yeşilgöz wilde niet regeren maar gedogen, de positie die Omtzigt al vóór de verkiezingen voor zichzelf had ‘geclaimd’. Handige zet, want zo hoefde de VVD geen echte keuzes te maken en konden ze op alle flanken binnen die partij toch de gelederen sluiten en het electorale verlies beperkt houden. Voor Omtzigt was het damned if you do, damned if you don’t. En het werd ‘don’t’. Voorlopig.

Als de onderhandelingen waren geklapt op migratie, had dat het onderwerp niet van de formatietafel getrokken, maar juist nog groter gemaakt. Iedereen verliest, Wilders wint. En eigenlijk ging deze verkiezingsuitslag tot nu toe vooral om de politieke strijd tussen de VVD en NSC. Of om de vraag: Wie verliest het minst, want verliezen zullen ze allebei. Door de formatie overhoop te gooien op een totaal ander thema of een andere reden, ligt alles weer open. Dit land heeft veel problemen die niet opgelost zullen worden door een zondebok aan te wijzen en daar beleid op te gaan voeren. Het zijn grote problemen met hoge kosten en er moet ook nog bezuinigd worden. Regeren met partijen die willen strooien, maakt problemen nog veel groter. Door het op financiën te laten stranden, zouden politiek en pers met de neus op de feiten gedrukt moeten zijn: Aan de onderhandelingstafel moet het gaan over echte problemen en echte oplossingen en hoe dat allemaal gefinancierd zou moeten worden. Migratie van tafel, de echte problemen óp tafel.

Een onbestuurbaar land

We zitten met een verkiezingsuitslag die maar weinig mogelijkheden en veel ONmogelijkheden oplevert. Natuurlijk willen andere partijen (anders dan BBB of andere extreemrechtse partijen) niet met Wilders regeren. Geen partij komt daar ongeschonden uit. En dan moet het rond het thema migratie bovendien, wat op z’n zachtst gezegd problematisch is. Een zondebok werkt prima in de campagne, maar als je beperkt budget hebt en heel veel echte problemen, dan staat die zondebok al snel in de weg. De zondebok bleek ook aantrekkelijk voor de media, want ophef, kliks, inkomsten. Maar het heeft het land onbestuurbaar gemaakt.

Als het de PVV niet lukt te formeren, wat blijft er dan nog over? Waarom zouden CDA, D66 en GL-PVDA bijvoorbeeld willen regeren met een groot PVV-blok in de Tweede Kamer en een groot BBB-blok in de Eerste Kamer? Dat is een onmogelijke opgave. Hoe de posities verdeeld zijn, is de uitkomst van media die bepaalde politici en partijen groot maakten en dat noopt tot reflectie: Spektakelpolitiek leidt tot politieke strijd om de politieke strijd, niet om de (ideologische) belangen van de bevolking. Het leidt tot zondebokpolitiek, verzonnen of opgeklopte problemen, en bijbehorende simplistische (schijn)oplossingen.

De media zijn aan zet

De verkiezingen hadden over de echte problemen moeten gaan: Wonen, zorg, onderwijs, klimaat, rechtsstaat. Nu alle kaarten weer op tafel liggen, is het misschien goed het spektakel niet meer op te zoeken, maar verantwoordelijkheid te nemen. Veruit de meeste burgers houden zich helemaal niet met politiek bezig en moeten *de* politieke werkelijkheid dan ook uit de media halen. Ze worden beïnvloed door indringende berichtgeving. Dat is niet ‘hun eigen schuld want slecht geïnformeerd’, maar hoe het werkt. Als iedere burger hele dagen bezig was met politiek en het zelf uitvinden van *de* werkelijkheid, hadden we geen politie, geen brandweer, geen zorgverleners, geen wetenschappers, geen kunstenaars, enzovoorts. Maar zij hebben wel het recht om te stemmen en moeten dus geïnformeerd worden.

Nederland heeft de ene politieke crisis na de andere te verduren. Op 15 januari 2021 viel Rutte III, op 7 juli 2023 viel Rutte IV. Er was een grote gezondheidscrisis. We zijn in rap tempo van een hoog-vertrouwen samenleving afgezakt naar een laag-vertrouwen samenleving. De oorlog in Oekraïne duurt nog voort. We moeten bezuinigen. De klimaatcrisis wacht niet. Dit land heeft bestuur nodig en in ieder geval het begin van een aanpak van echte problemen. Het spektakel kan niet meer de hoofdrol spelen. Beste media, check beweringen van politici, lees verkiezingsprogramma’s voordat er debatten worden georganiseerd, hou zelf het roer recht. Waarom zouden politici het verkiezingsthema moeten bepalen? Dat was een bizar theater wat geen navolging meer zou moeten krijgen. Nu alles weer open ligt, is het aan de media om *de* politieke werkelijkheid te scheppen. Welke richting gaan we uit? Wordt het weer de klikwaardige zondebok, of gaan we echte problemen oplossen?    

Dit is deel III van III.
Deel I: De dreiging van rechts-extremisten
Deel II: Zondebokken

** NB: De uitwerking van het begrip spektakelpolitiek is mijn vertaling naar de Nederlandse situatie van het concept Politics of spectacle van Jacob Murray Edelman. De uitwerking van de verkiezingsdynamiek is mijn vertaling naar de Nederlandse situatie van de ideeën van Arthur J. Finkelstein. **

Wilders houdt krampachtig vast aan zijn zondebok

Wilders houdt krampachtig vast aan zijn zondebok

Zonder overlast verliest de vluchteling zijn grimmige status. Dít is de zondebok die de formerende partijen met elkaar verbindt. Pak ze die zondebok af en je ziet de onoverbrugbare verschillen.

Deze week behandelde de Eerste Kamer de veelbesproken Spreidingswet. Hoewel er nog gestemd moet worden, liet de VVD fractie in de Eerste Kamer weten vóór te zullen stemmen. De wet komt er dus door. Zo lijkt het. Nog even ter herinnering, dit is waar het kabinet Rutte IV om gevallen is. Yeşilgöz voerde er campagne mee. Een zorgvuldig georkestreerde crisis die het de VVD mogelijk maakte het kabinet te laten vallen: Spreiding van de opvang tegenhouden zodat vluchtelingen buiten of op stoeltjes moeten slapen. Want dat maakt mooie lelijke plaatjes, waar mensen bang van worden. ‘Help! We worden overspoeld door vluchtelingen!’ Bij de VVD geloven ze heilig in beeldvorming en ja, het heeft gewerkt. Alleen ging niet Yeşilgöz er met de verkiezingswinst vandoor, maar Wilders.

Een merkwaardige zet leek het, dat Yeşilgöz in de Tweede Kamer alsnog probeerde tegen te houden dat de spreidingswet naar de Eerste Kamer zou gaan, terwijl die Kamer de wet al had goedgekeurd. De formerende partijen vormden een eensgezind blok: De wet mocht er niet komen.

De Eerste Kamer bepaalt echter de eigen agenda en Yeşilgöz kon dan ook niet voorkomen dat haar partijleden in de senaat de wet zouden goedkeuren. Senator Edith Schippers, haar partijgenoot, verzachtte de pijn enigszins door te stellen dat de VVD er ‘vertrouwen in heeft dat de fractie in de Tweede Kamer iets aan de instroom zal doen’. Bovendien beoordeelt de VVD fractie in de Eerste Kamer wetten niet langs de politieke lijn van de eigen partij, maar gaat het ‘over de beoordeling van de wet op haalbaarheid, en of het doet wat het moet doen‘.

De spreidingswet komt er wel/niet

De spreidingswet komt er dus en dat zet de formatie op scherp. Of de wet komt er niet, want Wilders is boos. “Een groot probleem, dat echt moet worden opgelost. Mijn partij wil die wet echt niet,” zei hij. Het chagrijn was van zijn gezicht af te lezen. Mét spreidingswet geen Wilders I of het wordt zo’n bumpy ride, dat alle deelnemende partijen zich op elkaar stuklopen.

Wilders begrijpt dat. Er was hem dan ook alles aan gelegen om die wet tegen te houden. Hij schuwde er zelfs niet voor de Eerste Kamer vlak vóór hun beslissing extra onder druk te zetten. De wet mag er wat Wilders betreft hoe dan ook niet komen. De komende dagen zal de klemmende oproep aan de VVD om alsnog tegen te stemmen dan ook heus wel op de formatietafel liggen.

Waarom? Omdat de opvangcrisis kostte wat het kost moet voortduren. De overlast moet blijven bestaan. Mooie lelijke plaatjes opleveren. Zonder lelijke plaatjes en zonder overlast verliest de vluchteling zijn grimmige status. Dít is de zondebok die de formerende partijen met elkaar verbindt. Pak ze die zondebok af en je ziet alleen nog onoverbrugbare verschillen. Dan moeten de partijen het hebben over de echte problemen: arbeidsmigratie, de economie, de zorg, het onderwijs en ja, de klimaatcrisis. Je ziet waar het stukloopt. Omtzigt wil geen mot met Europa dus verdragen moeten worden nageleefd (dus wel vluchtelingen), Van der Plas wil alleen het Ministerie van Landbouw en alles voor de boeren (dus wél arbeidsmigranten en geen klimaatmaatregelen) en Yeşilgöz? De VVD gedoogt, maar dan alleen in de Tweede Kamer en daar heb je – zoals bleek met de spreidingswet – nou net weer niets aan als je Wilders bent.



De migratiemythe

“De afgelopen tien jaar was slechts dertien procent van de migranten vluchteling. Dat is minder dan één op de zeven. Het zijn koopkrachtige expats en internationale studenten die in de grote steden en daarbuiten Nederlanders uit de beschikbare woonruimte hebben geperst. Niet dat handjevol vluchtelingen dat daar tijdens de verkiezingscampagne keer op keer de schuld van kreeg.” Ewald Engelen in de Groene Amsterdammer

Het is nogal een open deur, maar als de formatie van een nieuw kabinet in hoofdzaak draait om het oplossen van een migratiecrisis en die is er niet, dan valt er weinig te formeren. Dat is het punt. Of we in Nederland een migratieprobleem hebben, is een kwestie van perspectief. Komen er veel migranten naar Nederland? Wat is veel? En wat is teveel? It depends. Het is maar hoe je het bekijkt. Het idee dat Nederland overspoeld wordt door asielzoekers klopt in ieder geval niet met de werkelijkheid. Het gaat vooral om expats en arbeidsmigranten.

Of er teveel migranten naar Nederland komen, is een discussie die je zou kunnen (of nee, moeten) voeren. Maar dat heeft niet zoveel te maken met de migratiecrisis zoals die door de VVD gecreëerd is. Dat zou gaan om asielzoekers die ons zo massaal zouden overspoelen, dat we geen andere keuze zouden hebben dan ze op een stoeltje of in het gras te laten slapen. Onwil, geen onmacht, schreven alle Groningse burgemeesters vorige week tezamen in hun brandbrief aan Minister Yeşilgöz. Zij schreven dat de asielcrisis willens en wetens in stand wordt gehouden ‘door Den Haag en andere gemeenten’. Andere gemeenten hadden zich al bereid getoond te helpen, maar wachtten nog op besluitvorming van de overheid. Het was een heel bewuste keuze om die crisis te creëren en te laten voortbestaan. Mooie lelijke plaatjes. Want het kabinet Rutte IV was eigenlijk al gevallen over stikstof. Rutte was het CDA gewoon voor, door de stekker er net wat eerder uit te trekken en van die migratiecrisis het verkiezingsthema te maken.

Dit is de kern van de situatie waar we nu in zitten: het is bewust veroorzaakt. Omwille van de VVD. En daarom heet het migratiemythe.

Het ontrafelen van de migratiemythe ligt overigens buiten het bereik van dit stuk en is ook al heel goed gedaan (zie video 👈 of hier in een behapbaar radio-interview bijvoorbeeld). Je moet het alleen wel wíllen weten. Hier volstaat de stelling dat asielzoekers het probleem helemaal niet zijn. En dat ze precies dáárom het probleem zijn gemaakt.

Hoe kies je een zondebok?

Dit stuk gaat dieper in op de keuze voor de migrant als zondebok, en maakt een historische en antropologische analyse van hang naar zondebokpolitiek. Je kunt dit stuk overslaan en naar het hoofdargument gaan.

‘Rijkste Nederlanders wederom rijker’, ‘graaiflatie’, ‘bedrijven draaien recordwinsten door prijsverhogingen’, ‘aantal werkende armen neemt toe’, ‘kansenongelijkheid neemt toe’, het regent krantenkoppen waaruit dat de verhoudingen in Nederland steeds schever trekker. Vanwege de hoge energierekening zitten er mensen in de kou, kinderen wordt een schoolontbijt aangeboden, de voedselbanken buigen door, het aantal daklozen neemt toe. Vanwege de oorlog in Oekraïne zijn de energierekening en brandstof voor velen onbetaalbaar geworden. De bestaanszekerheid van de huishoudens met de laagste inkomens raakt in gevaar. Nederland heeft ‘echte problemen’. Woningnood. Verschraling van de sociale voorzieningen. Mensen die werken kunnen steeds slechter de eindjes aan elkaar knopen. En de rijken worden steeds rijker.



Je zou verwachten dat we op een punt zijn gekomen waarop de economisch angstigen bereid zijn de rijke elite aan te vallen. Maar dat gebeurt niet. Het ‘plebs’ kan het hen misschien allemaal kwalijk nemen, maar het ‘establishment’ is zeer goed in staat wraak te nemen. De rijke welgestelden zijn veel te machtig. Hoewel er steeds meer rancune is naar de linkse (of bestuurlijke, of zoals ze de laatste tijd steeds vaker genoemd worden ‘de culturele’) elite, draait het in hoofdzaak niet om hen (ook een ontwikkeling die tegen het licht gehouden mag worden, daarover gaat deel III). Toch kan die laatste club elitairen niet verantwoordelijk worden gehouden voor het beleid van rechtse kabinetten. En dus kom je terug op de rijke elite. Maar in plaats van díe aan te vallen, worden migranten en aangevallen, terwijl die vaak – als ze tot dezelfde economische klasse behoren – gebukt gaan onder dezelfde problemen als zijzelf. Waarom wordt de migrant dan de zondebok en niet de belastingontduikende rijke stinkerd in die grote villa?

“[M]igratie is in Nederland geleidelijk tot zondebok geworden, nadat daar eerst een taboe op rustte.” Prof. Dr. Leo Lucassen in Trouw.

Een bepalend kenmerk van de zondebok – en dit is belangrijk om te onthouden – is dat het een slachtoffer moet zijn die veilig kan worden aangevallen. Het is een machtig fenomeen. Eigenlijk een soort ventiel die de druk van de ketel haalt zonder dat er echte schade ontstaat. Of althans, niet schade die je zou willen voorkómen. Daarom kies je een machteloze groep slachtoffers, die niet voor zichzelf op kan komen, die zich niet organiseert, die niet terugslaat en waarvan je weet dat het geen represailles teweegbrengt. Er ontstaat geen kettingreactie van geweld, er komt geen wraak. Het is zonder consequenties. Als het lot van die groep je niet interesseert, althans. En helaas, dat is zo in Nederland. Dat zou je racisme kunnen noemen, maar dat begrip wil niemand meer begrijpen. Laten we het onverschilligheid over het lot van ‘de ander’ noemen dan. Misschien beklijft het dan wel.

De functie van de zondebok

Een ‘zondebok’ is niet slechts een woord of een uitdrukking, maar een eeuwenoud gebruik. Het is vooral bedoeld om ongeluk, ongezondheid of onmacht af te werpen en herboren of hernieuwd verder te kunnen, zonder de ballast van dat ongeluk of de zonde.

Centraal in onze (schijnbaar) menselijke natuur staat dat we dingen weg willen gooien waar we geen grip op hebben en dat je ongeluk, tegenslag of beperkingen over kunt brengen op iets anders. Een object. Of op iemand anders. Een ander mens. Of een groep mensen. Ook wij doen dat nog. Denk bijvoorbeeld aan het afkloppen van ongeluk aan ongelakt hout. Vanwege de wetenschap hebben we echter steeds minder behoefte aan bijgeloof en rituelen. Als we ziek zijn bijvoorbeeld, nemen we medicijnen. We kunnen veel verklaren. En toch is het ‘bijgeloof’ ook hier niet helemaal weg, zelfs niet in de medische wetenschap. Zo wordt steeds vaker gedacht dat voldoende beweging de patiënt wel zal bevrijden van onverklaarbare ziektes. Depressie kan je wegwandelen. Een burnout ook. ME. Long Covid. Alsof het lichaam de ziekte, door de energie die vrijkomt, weggooit. Precies zoals ze daar in vroeger tijden ook over dachten, alleen toen projecteerden ze hun ziekte in (bijvoorbeeld) een steen die ze weg konden gooien. Het gebruik is net iets anders (hoewel dat manifesteren tegenwoordig ook weer aan populariteit wint), de gedachte erachter dezelfde. De oorzaak kunnen we niet verklaren en dus is er behoefte het onverklaarbare weg te gooien.

De zondebok is altijd onschuldig

“Sinds 2001 hebben pers en politiek de islam opgepoetst tot zo ongeveer de grootst denkbare bedreiging voor Nederland. Hele volksstammen van politici en opiniemakers danken er hun carrière aan.” Ewald Engelen in de Groene Amsterdammer

Al een aantal decennia gaat het er onophoudelijk over: Nederland heeft moeite met die buitenlanders die maar niet willen integreren. Gek is dat. Toen mensen als mijn moeder uit de voormalige kolonies kwamen, toen de vele arbeidsmigranten uit Turkije en Marokko kwamen, toen waren het vreemden, spraken een vreemde taal en zou je de angst wel kunnen begrijpen. Als je niet goed met elkaar kunt communiceren, je elkaars gebruiken en lichaamstaal niet begrijpt, dan ben je op je hoede. Dat is best een normaal verschijnsel. Je weet niet wat je op je hals haalt als je zo’n groep mensen tegen je in het harnas jaagt. De herrie over de mislukte multiculturele samenleving kwam dan ook pas nadat al die groepen al best goed geïntegreerd waren.

Tegenwoordig is mijn tandarts een voormalig vluchteling uit Irak, mijn neuroloog komt oorspronkelijk uit een Afrikaans land, de plaatsvervangend huisarts komt uit Afghanistan en de weekendapotheek wordt uitsluitend bemenst door jonge vrouwen met een hoofddoek. Respectabele functies, ze spreken foutloos Nederlands, ze hebben beroepen waar we zeer afhankelijk van zijn. In de bouw, in de gezondheidszorg, in het onderwijs, in de productie, logistiek, winkels, magazijnen, gemeenteraden, overheid, Tweede Kamer. Ze (of we moet ik eigenlijk zeggen) werken overal. Toch zijn ze (we) niet geïntegreerd. De schuld van alles wat mis is. En dat komt juist omdát de integratie geslaagd is. Voormalig migranten hebben hier een leven en net zoveel te verliezen als alle andere Nederlanders, ze vormen geen georganiseerde groep, niemand komt in opstand. Een veilige zondebok om je frustraties op bot te vieren.

Schuld op je nemen

Waarom is het eigenlijk zo moeilijk om de schuld bij jezelf te zoeken? Of de echte problemen onder ogen te willen zien? Dat blijft de grote vraag. Waarom zou je jezelf opofferen, als er een zondebok is die het op zich kan nemen. Een zondebok is per definitie niet alleen onschuldig, maar het moet ook aannemelijk zijn dat hij schuldig zou kunnen zijn. Zo’n zondebok moet daarom niet teveel op je lijken. Er moeten genoeg verschillen zijn, waardoor je jezelf of de ander als anders kunt beschouwen. Iemand die schuldig zou kunnen zijn. Gooi daar een groot aantal crises bovenop die potentieel je wereld op z’n kop zouden kunnen zetten, een paar handige populisten en voilà, kom maar op met die zondebok.

Hier ligt ons probleem. Dit is racisme. Of als het specifiek tegen moslims gericht is islamofobie. Of othering. Discriminatie. Het aannemelijk vinden dat die ‘ander’ de schuldige is, ook al heeft die ander je niets misdaan. Of daar op zijn minst onverschillig tegenover staan. De mythe (of stereotypen) over die ander graag willen geloven, zodat je niet over de schuldvraag hoeft na te denken. En niet willen aanvaarden dat je het doet, omdat je diep van binnen weet dat je niets te duchten hebt van die ander. Anders had je het niet gedaan. Je had boos kunnen worden op de rijke elite (vertegenwoordigd door Yeşilgöz), op populistische politici (Wilders, Van der Plas) die de samenleving – die zo hard cohesie nodig heeft – nog verder uit elkaar willen drijven, op politici die onze relatie met de overheid overhoop schoppen (Omtzigt), waardoor de fundamenten van onze samenleving op instorten staan. Maar voor hen ligt de rode loper uit omdat ‘de oude politiek’ weg moet. Met hun vertrek uit het landsbestuur, gooien we ook onze eigen schuld weg. Dus hier met die zondebok.

De populistencoalitie kan niet zonder zondebok

De migrant heeft het gedaan. Niet de economische elite, niet de populisten die persoonlijke macht willen, niet wijzelf, niet de veranderende omstandigheden, niet de onzekerheid in de wereld, maar de migrant. De vluchteling. De moslim. De buitenlander. Als die nou eenmaal weg is, neemt hij al onze zonden mee. Op zijn hoofd, net zoals het geitenbokje. Zonder catastrofaal geweld. En daar is dus die migratiemythe goed voor. Dan kan je opnieuw beginnen, zonder schuld op je te nemen.

Maar wat nou als die mythe ontzenuwd wordt? Wat als journalisten eindelijk eens wakker worden en groots koppen dat die migratiecrisis helemaal niet bestaat? Als ze dat stug volhouden? Gewoon steeds de cijfers en de werkelijkheid rapporteren? Dan is de lijm tussen de formerende partijen weg en zijn er enkel nog verschillen. Want dan gaat het niet meer om de bespreking van welke zonden er op de kop van de bok gelegd moeten worden, maar moeten echte problemen opgelost worden. De VVD wil die schuldvraag niet. Omtzigt ook niet. Van der Plas wil alleen maar het ministerie van landbouw en verder niets. Geen van de formerende partijen heeft maar het begin van een antwoord op de echte problemen. Zonder zondebok gedijen ze niet. En ze willen en zullen macht, dus moet die zondebok hoe-dan-ook de schuldige blijven.

Als er nieuwe verkiezingen zouden komen, zouden Wilders en zijn knechten van de PVV meer dan 60 zetels binnenhalen, wordt er wel geroepen. Maar dat lijkt me volledig afhankelijk van de media en van de andere politici. Wie is de mythe der mythen en doorbreekt de migratiemythe? Wie durft de schuldvraag onder ogen te zien en zelf wat schuld op zich te nemen? Problemen worden niet opgelost. Na deze zondebok, moet er weer een nieuwe zondebok komen. En dat gaat tot in de oneindigheid door. Totdat je zelf een keer tot die groep behoort.

We worden allemaal een keer oud. Helaas voor ons doen we dat over niet al te lange tijd in te grote getalen tegelijk en zijn we allemaal ineens geen hardwerkende Nederlanders meer. De perfecte zondebok. Die grijze ‘ander’, die niet voor zichzelf op kan komen en waar je je frustraties ongestraft – zonder mogelijke consequenties – op kunt botvieren. Het is de oplossing die wij de jongere generaties leren. En dan is het wat zij hebben, iets tastbaars wat ze kunnen doen. (Die ontwikkeling is al ingezet trouwens, door ons eigen toedoen.) Niet te lang behandelen, want ‘te hoge kosten’ en ‘geen handen aan het bed’. Moeten we maar niet zo oud worden. Díe zondebok moet dan ook weg, omdat het een eind maakt aan hun machteloosheid en zodat niemand zich schuldig hoeft te voelen. Oude mensen leveren toch niets op.

Een zondebok is handig en van alle tijden. Als je de echte problemen niet oplost, heb je altijd weer een nieuwe zondebok als bliksemafleider nodig, anders kookt het over. Als je zelf niet als zondebok wil eindigen, pak je de formerende partijen hún zondebak af.

Dit is deel II van III. Deel I lees je hier.

‘Milde’ Wilders duikt steeds dieper het complot in

“[Wij zullen] ons moreel, maar als het nodig mocht blijken ook juridisch, moeten wapenen tegen autocratische, anti-democratische onderstromen in onze samenleving. De waarschuwingen van de veiligheids- en antiterrorisme-diensten zijn te luid en te frequent om die onderstromen af te doen als verwaarloosbare folklore.”

Dit zijn de woorden van Thom de Graaf, vicepresident van de Raad van State. De Graaff refereert hier aan het jaarverslag van de AIVD (2022), waarin de dienst constateerde dat het rechts-extremisme steeds meer een bedreiging voor de democratische rechtsstaat vormt. Dat rapport kreeg in de media en onder columnisten bitter weinig aandacht, terwijl er zeer verontrustende dingen in staan. Het meest verontrustend, als het gaat om rechtsextremisme, is dat de AIVD observeert dat er tussen de verschillende rechtsextremistische groeperingen die Nederland kent, een grote gemene deler te ontdekken valt. Onder de bevolking wordt het veelal weggewoven als ‘absurd’ en zoals De Graaf terecht opmerkt: als folklore. Niet serieus te nemen. Neem nu de omvolkingscomplottheorie. Zo grotesk dat het eerder een lachwekkend niemendalletje lijkt dan een serieuze bedreiging. Niemand gelooft daar écht in. Toch?

Een naïef land

Nederland is zo’n pijnlijk naïef land dat de complotdenkers ruim baan gegeven wordt. Tot in ons parlement mogen ze hun propaganda uitspugen en we zien het nog altijd als onschuldig. De omvolkingstheorie wordt van ons eigen belastinggeld via talkshows en omroep On! – via de reguliere media – tot in je woonkamer bezorgd. Onze volksvertegenwoordigers verkozen zelfs de kwaadaardige complotdenker Bosma als hun voorzitter voor de Tweede Kamer. Bosma, die het presteerde zowel tijdens zijn sollicitatie naar het voorzitterschap als bij zijn dankwoord op hondenfluitjes te blazen. De Kamer moest er hartelijk om lachen, terwijl ze toch heel goed op de hoogte waren van zijn opvattingen. Humor maakt alles goed. En onschuldig, blijkbaar. Het moet allemaal maar kunnen, de heilige ‘VVMU’, iedereen mag een mening hebben. En humor, oh heerlijk toch, humor in de Kamer! Dat is precies wat ons parlement nodig had.

“Wat de groepen ondanks hun verschillen delen, is de omvolkingscomplottheorie. Er zijn…aanjagers die hopen dat ze…in Europa meer samenwerking op gang kunnen brengen tussen de verschillende rechts-extremistische stromingen, en dat ze zo een grote (internationale) beweging kunnen bouwen.” Uit het AIVD Jaarverslag 2022.

Van burgers kan je het misschien nog begrijpen en misschien zelfs wel van de media, dat ze niet begrijpen wat hier speelt en de ernst ervan gewoon niet kúnnen inschatten. Onze Kamerleden weten beter. Ze kennen de rapporten van (o.a.) NCTV, de AIVD en de Europese Commissie over rechtsextremisme, ze weten exact wat de omvolkingscomplottheorie is en waarom die een bedreiging vormt voor onze democratische rechtsstaat. In het kort, want iedereen zou zich beter snel en volledig op de hoogte stellen van de inhoud van die rapporten, komt het hierop neer: Nederland kent verschillende extremistische groeperingen. In het geval van rechtsextremisme zijn er meerdere groepen actief, ook met heel jonge aanhangers die online met elkaar fantaseren over geweld.

Blanke superioriteit

Er zijn verschillende stromingen, maar ze kennen een grote gemene deler: de omvolkingscomplottheorie. Mensen geloven daar echt in, ja. En heilig. Wilders gelooft daarin, Bosma, Musk, Trump, Orban, Meloni, Vlaams Belang en ga zo maar door. (Als je nog niet exáct weet wat het is, is het tijd voor huiswerk, maar hier een aardige uitleg). Enkele groepen zijn sterk vóór gewelddadigheden, terwijl andere groepen daar (‘misschien slechts in woord’) afstand van doen. In die rechtsextremistische groeperingen groeit de hoop op internationale samenwerking. Er zijn echter verschillen die tussen hen in staan.

Op X/Twitter zie je inmiddels een kwispelend aan elkaar snuffelen ontstaan tussen twee stromingen. Beide stromingen zijn anti-immigrant en ‘superieur blank’, maar de Eurabia-aanhangers (Wilders) zijn vooral anti-moslim en de aanhangers van de white genocide theorie (Musk/Trump) zijn vooral antisemitisch. Heel kort samengevat: de verschillende groepen vinden allemaal dat het ‘blanke ras’ met uitroeiing bedreigd wordt, alleen over de zondebok zijn ze het niet eens. Extreemrechts is groot in westerse landen. Moet je je voorstellen wat er gebeurt als ze besluiten dat beíde zondebokken geofferd kunnen worden en het is nogal fluïde allemaal, dus denkbeeldig is dat niet.

Onschuldig geflirt

Nu de formatiegesprekken weer beginnen houdt Geert Wilders zich koest, zoals beloofd. Toch moet hij er af en toe een naar tweetje of postje op Telegram uitgooien. Toch nog even op dat hondenfluitje blazen. Maar ach, redelijk ‘mild’, voor zijn doen. Veel méér dan ‘Kijk Pieter, hij doet het weer!’ kunnen zijn critici er dan ook niet van maken. Wilders is al zo lang zo extreem en Nederland inmiddels zo gewend aan zijn retoriek, dat het niemand nog écht doet fronsen. En zo kon het dat Wilders en Musk deze week openlijk op X met elkaar aan het flirten sloegen over hun overeenkomsten en verschillen binnen dat omvolkingscomplot en slechts NRC en Geen Stijl er acht op sloegen, al overzagen ze deze paringsdans nou ook weer niet helemaal.

Wilders smeedt allerlei allianties met rechtsextremisten van andere stromingen. En ja, ze geloven er echt in. Echt, echt. Ook Wilders. Die leeft al meer dan 20 jaar, dag in dag uit, in dat complot. De spelonken van zijn brein liggen open en bloot over het hele internet, in zijn boek, hij toert er de wereld mee over. De man is geen mysterie en zijn gedachtengoed al helemaal niet. Alles wat hij zegt meent hij. Het is bewust, gepland en met een grotere agenda. Hij zegt dat zelf. Het geflirt is niet onschuldig. Het is menens en voor Wilders belangrijk genoeg om zijn radiostilte er voor te doorbreken. Want er broeit heel wat in die groeperingen met de situatie rond Israël en het feit dat in 2024 wereldwijd historisch veel kiezers – in 64 landen – hun stem gaan uitbrengen. We staan op een heel belangrijk kruispunt en wij zijn de enigen die dat niet zo doorhebben.

Nederland als spil van instabiliteit

Een klein landje zijn we en we interpreteren graag maar wat raak. Eindeloos discussiëren, iedereen droomt en mijmert maar wat voor zich uit. De staat van onze media is deplorabel en de meeste van onze columnisten zijn om te huilen zo slecht geïnformeerd. Lees die rapporten toch eens. Onze overheid beschikt over een schat aan informatie en die is voor ons allemaal gratis en eenvoudig in te zien. Wat die groeperingen doen, wat hun doelen zijn, hoe ze het doen, het staat er gewoon in omschreven. Ten eerste: Het normaliseren van hun gedachtengoed door het in de mainstream media te krijgen (en dat is heel goed gelukt). Maak het luchtiger, breng het met humor en het sijpelt door in het debat (hoi Bosma!).

Het mainstreamen van extremisme is het voornaamste doel (hoi X!). Samenwerken met andere rechts-extremisten is een ander voornaam doel. Wat de consequenties zullen zijn? Chaos. En chaos leidt tot meer chaos. Gezien de denkbeelden van Wilders over de EU en Oekraïne, om er maar een paar te noemen, wordt een regering met de PVV één grote turbulentie. Hij is niet milder, maar zet onverschrokken nog een paar grote stappen verder, terwijl de Nederlandse media geen flauw benul hebben van wat hij doet. Met een extreemrechts kabinet, dreigt Nederland de spil van instabiliteit te worden.

Accelerationisme is een stroming binnen het rechtsextremisme. Hierbinnen wordt het creëren of versnellen van chaos nagestreefd, om zo een rassenoorlog en de vervanging van de democratie door een witte etno-staat te bespoedigen (NCTV, 2021)

De macht lonkt

Ach, de Nederlandse rechtsstaat is veerkrachtig, die kan wel een stootje hebben. De andere partijen houden Wilders wel in toom. ‘Heb toch vertrouwen in de democratische rechtsstaat’, hoor ik voortdurend. Wat mij betreft is het vertrouwen veel te groot. We leunen vooral op de veronderstelde integriteit en het leiderschap van Pieter Omtzigt, maar die is nu al zeer discutabel. Want net als Yeşilgöz kostte het Omtzigt nog geen paar maanden om van zijn eigen paradepaardjes af te stappen en in zijn verkiezingscampagne de zondebok van Wilders centraal te stellen. De macht lonkt.

Macht corrumpeert altijd. Al-tijd. Onthoud dat. Het is niet zomaar een gezegde, het is een wetmatigheid. De verleiding lonkt en het geflirt tussen Wilders en Omtzigt bevindt zich al op het tweede honk. En van Omtzigt kan je van alles zeggen, maar naïviteit is niet een etiket die je hem op zou plakken. ‘Pieter kijkt’ heus wel en begrijpt beter dan de meesten van ons wat Wilders doet. De onderhandelingen gaan gewoon door. En dat zou je zorgen moeten baren.

Dus politici, media, columnisten, burgers, duik die rapporten in, onderwijs jezelf, schud je naïviteit af en neem je verantwoordelijkheid. ‘Word wakker’ was wat dat betreft misschien toch een pijnlijk treffende term. Er is geen enkele goede reden voor Omtzigt om deel te nemen aan een extreemrechts kabinet. Geef hem alle reden om dat niet te doen. Graaf alles op over die PVV, over Wilders, over die complottheorieën, laat je niet intimideren met goedkope chantage, steun de critici, maak het schandaal en bied een achterdeur. Tweederde stemde níet op Wilders, laat dat duidelijk zijn. Geen regering met Wilders, cordon sanitaire om die partij en een cordon mediatique om extreemrechts. Complottheorieën zijn geen folklore, maar een serieuze bedreiging.

Ook zwijgen is participeren

‘Vertrouwen in de rechtsstaat’ is geen passieve bezigheid. Geen enkele volwassene in dit land is een innocent bystander. Ook zwijgen is participeren. Het getijde is gekeerd. Die “autocratische, anti-democratische onderstroom” is nu de mainstream geworden. Democratie is hard werken. Om af te sluiten met de woorden van Thom de Graaf: Vertrouwen in de rechtsstaat betekent dat je het algemeen belang moet najagen. Neem die taak serieus. Wie je ook bent.

“Vertrouwen in de rechtsstaat betekent dat iedereen bereid moet zijn niet alleen een eigen belang te dienen en na te jagen maar ook het grotere belang, het algemeen belang, mee te wegen. Dat vraagt per definitie om inschikkelijkheid, de bereidheid om tegenstellingen niet te hoog te laten oplopen. Elk samenleven valt of staat bij een zekere matiging. Van toon, van eisen, van het eigen gelijk. Voor de rechtsstaat is dat niet anders. Op alleen maar extreme standpunten en houding kan de rechtsstaat niet rusten.” Thom de Graaf, vicepresident van de Raad van State, Mohamed Rabbae-lezing ‘Vertrouwen in de democratische rechtsstaat maart 2023.

Deel I van III. Lees hier deel II.

Eigen volk eerst, dát is wat ze willen

“Je moet erboven staan. Je moet ERBOVEN STAAN!” Ik zie hem nog zo goed voor me, al is het nu meer dan drie decennia geleden. Zijn halflange, rode haar driftig wapperend, zijn knalrode wangen, hoeveel moeite hij moest doen om zijn stem kalm te houden, zijn hete adem in mijn gezicht. Zijn neusvleugels, wijd opengesperd, spraken boekdelen. Kalm was hij zeker niet. Maar ik kwam niet om hem heen, hij hield me vast, versperde me de weg, trok me terug als ik toch dreigde te ontsnappen. “JE MOET ERBOVEN STAAN!”

Daar stonden we, bij het houten bankje naast de zandbak tegenover mijn huis. Zijn kleine pupillen stonden strak op mij gericht, terwijl ik alleen maar naar dat bankje kon blijven staren. ‘Gin’ stond daar in mijn handschrift. Met een grote, dikke streep erdoorheen. En daaronder stond in koeienletters gekalkt: “GA TERUG NAAR JE EIGEN LAND.” Wáár moest ik boven staan? Ik wilde nergens boven staan. Daar verderop liep hij, mijn buurjongen, ik wilde hem vragen waarom, misschien wilde ik hem wel slaan, weet ik veel, gewoon de confrontatie aangaan. Maar ik mocht niet. Ik moest ‘erboven staan’. Nou was ik 12 en had ik geen idee wat dat betekende, maar ik wist genoeg. Meneer ‘erboven staan’ was 14 en mijn buurjongen 15. De angst was gewoon te ruiken en het was niet de mijne.

Ik, de Goede Engel

Moeilijke dingen leren? Graag. Moeilijke situaties? Met een grote boog eromheen. Ik was het soort kind dat altijd confrontaties uit de weg ging. Zo zeer zelfs dat ik, toen mijn zus uit de tuin bij onze Zeelandse vakantiebungalow werd weggetrokken en aan een boom gebonden door een groepje jongeren omdat we naar ze hadden zitten ‘gluren’, bevroren op het terras bleef zitten. Ik deed niks. Ik riep zelfs mijn ouders niet. Roerloos bleef ik zitten, bang als ik was dat ze anders ook mij zouden grijpen.

Ik was een onschuldig, dromerig en vrolijk kind. Mijn zus was een stuk pittiger. Toen mijn moeder haar een keer vasthield en me probeerde te dwingen haar eindelijk eens terug te slaan, voor mezelf op te komen, liep ik weg. Vele, vele jaren heb ik dit voorbeeld gekoesterd als *het* symbool van mijn goedaardigheid. Kijk eens wat een zachtaardig en lankmoedig mens ik was. Ik kon haar zonder consequenties slaan en ik deed het niet. “Ik vond haar zielig,” was mijn motto. En zo was mijn zus de pestkop, mijn moeder een slechterik en ik een goede engel.

Flegmatiek

Pas toen ik zelf moeder werd en mijn eerste kind zag worstelen met de verhoudingen met andere kinderen, begreep ik pas goed hoe angstig ik zelf als kind was. Hoe goed ik tegen mezelf kon liegen. Hoezeer ik als kind mijn persoonlijkheid om die angst voor confrontaties heen bouwde; door mijn zwakke eigenschappen te verpakken als deugd, iets ‘goeds’ en zo weg te kunnen blijven rennen voor mijn eigen angst. Met opgeheven hoofd. Een flegmatisch kind, noemde mijn moeder me.

Daarom was dat moment bij dat bankje zo levensbepalend. Het was een gevolg van een ruzie tussen mijn ouders en onze directe buren. Geen idee meer waar het over ging, maar dat het heftig was en behoorlijk uit de hand liep weet ik nog wel. Ik hield me afzijdig, het neutrale baken. Te groot, te waardig om me met die ruzie te bemoeien. Maar zo raakte ik er opeens in betrokken en niet zo’n beetje ook. Ik was woest.

Vechten

De hele middag hebben ze op me ingepraat, die jongen, mijn ouders, andere buurtkinderen. Ik moest het laten gaan. Erboven staan, erboven staan, erboven staan. Hij had het vast niet zo bedoeld. Het was gewoon uitdagen. Het betekende niet zoveel. Erboven staan. Maar dat kon ik niet. Hij had er van alles kunnen schrijven. Stoephoer, greppeldel, dat soort dingen, want dat was óók mode in die tijd. Nooit had ik ergens ‘ga terug naar je eigen land’ zien staan, en ik las die schrijfsels altijd, overal. Het was wel zo bedoeld. Dus ik was woest en ik bleef woest.

Pas de volgende ochtend kon ik op een onbewaakt moment naar buiten komen toen ik mijn buurjongen voorbij zag schieten. Ik rende erachteraan. Bij de voordeur van andere buren haalde ik hem in, tikte hem op zijn schouder en vroeg hem alleen: “Waarom?” Het liep uiteraard uit op vechten en dat luchtte op. Ik rekende in die paar minuten niet alleen af met zijn daden, maar ook met mijn angst. Ik kwam voor mezelf op en het voelde als een tiendubbele overwinning. Ik oversteeg niet alleen mijn eigen angst; ik had me weten te ontworstelen aan de angst van iedereen om me heen.

Erboven staan

Hoe weet ik niet meer, maar met die buurjongen kwam het goed. Als ik hem tegenkom, dan maken we een praatje. No hard feelings. Hij is dan ook niet de reden waarom ik me dit incident nog zo goed herinner. ‘Erboven staan’. Het is een uitdrukking waar mijn nekharen nog steeds rechtovereind van gaan staan. Ik herinner me dit incident vooral nog vanwege hém, hij die ertussen ging staan en het me onmogelijk maakte voor mezelf op te komen.

Ik denk er nog zeer regelmatig aan en dan nog altijd ruik ik zijn angst. Niet dat ik het me niet kan voorstellen, ik weet wel wat van angst. Maar het is één ding als angst je eigen leven belemmert, het is een ander – en veel groter – ding als jouw angst een ander verlamt. Als jouw angst het een ander onmogelijk maakt om voor zichzelf op te komen, dan had je hem net zo goed zelf die spreekwoordelijke mep kunnen verkopen.

Een land gevangen in angst

Sinds kort zit ik weer op het social medium X/Twitter en daarom denk ik de laatste paar dagen weer constant terug aan dat incident uit mijn jeugd. Omdat ik die angst kan ruiken. Het barst er van de uitlokking, belediging en pure agressie. Met de verkiezingswinst van de PVV staan de sluizen nu wagenwijd open. Er is geen rem meer. Het is moeras van pure, onversneden moslimhaat en racisme. Daaromheen zit een dikke schil van flegmatiek; de nuchtere mensen. Het redelijke midden.

Dat het behoorlijk uit de hand loopt, dat begrijpt toch iedereen. Maar in die schil, daar zitten de goéde mensen, ze zijn ons neutrale baken. Te groot, te waardig om zich er écht mee bemoeien. Er zijn altijd twee kanten, heus niet alle PVV-stemmers zijn racistisch, het gaat ze vast om ‘echte’ problemen en niet om migratie – ook al zeggen ze zelf van wel. Geschokt zijn ze, dus zijn ze op zoek naar “verbinding, verbinding, verbinding”.

‘Verbinden’, ‘erboven staan’. Van hetzelfde laken een pak. Nietszeggende woorden, waarvan slechts de echo betekenis galmt: de-escaleren. Niets meer, niets minder. De-escaleren. Ertussen gaan staan. Ervoor zorgen dat er geen confrontatie komt, want stel…je zou er maar in betrokken raken. Ja en lullig genoeg, racisme raakt de meeste mensen toch niet écht, niet persoonlijk. Dus gaan ze ertussen staan en kom je niet om ze heen. Ze houden je vast, versperren je de weg en trekken je terug. “JE MOET ERBOVEN STAAN!”

Balanceren voor gevorderden

Niet schelden, niet emotioneel doen en vooral niet boos woorden. Netjes blijven, geen lelijke woorden. Geen beschuldigingen, niemand racist noemen. Het is vast niet zo bedoeld. Ook al slaat het ze keihard in het gezicht, zeggen PVV-stemmers het zelf, dan nog worden er naarstig allerlei redenen en motieven gezocht om de pijn te verzachten: het zal vast niet écht om racisme gaan.

De mens is ‘gelaagd’, natuurlijk hebben ze wel echte problemen en hebben ‘we’ gewoon nooit willen luisteren. Juist vanwege die problemen zijn ze anti-moslim of racistisch of geloven ze in de omvolkingstheorie. De toon van ‘links’ is zo pedant dat mensen geen andere keus hebben dan voor een racistische partij te stemmen. Het ligt aan alles en iedereen, maar niet aan racisme.

Het is een balanceeroefening voor gevorderden inmiddels, waarbij echt alles wordt aangegrepen om maar nog steeds niet te hoeven toegeven: Nederland is een diep racistisch land. Wie PVV stemt is een racist en een moslimhater. Ben je geen racist, dan stemde je geen PVV. Maar dat hardop zeggen, het blijft moeilijk. Je kan de angst gewoon ruiken.

Gekke verklaringen

Nu, tijdens het kerstreces, zou de tijd geweest zijn om de mensen van bijvoorbeeld Nieuw Sociaal Contract te laten weten dat een extreemrechts kabinet er niet moet komen. Maar het wordt steeds stiller. Behalve bij de onderzoekers van het Nationaal Kiezersonderzoek. Die hang naar vergezochte verklaringen om de platte werkelijkheid maar niet te hoeven of willen benoemen, noopte de onderzoekers ertoe voortijdig resultaten met het publiek te delen. Omdat “…mythes over de verkiezingsuitslag een eigen leven gaan leiden en worden overgenomen door onder meer media en politici.”

“We wilden laten zien dat dat het meest opvallende aan de verkiezingsuitslag is; dat die weinig opvallend is. Dat is belangrijk, omdat mensen dan niet meer naar gekke verklaringen hoeven te zoeken.”

Het Nationaal Kiezersonderzoek liet zien dat mensen vooral op de PVV stemden vanuit een eigen-volk-eerst-gevoel. “Wat alle PVV-kiezers bindt, is hun duidelijke afwijzing van immigratie en de multiculturele samenleving,” schrijft Walter Pauli onomwonden in de Knack. “De succesformule van Geert Wilders: ‘Eigen Volk Eerst’”. En zo is het. Kristof Jacobs, één van de politicologen die het Nationaal Kiezersonderzoek coördineert, vertelde in de NRC dat de resultaten van het onderzoek eerder werden gedeeld omdat de onderzoekers “wilden laten zien wat er niet klopte aan sommige verklaringen die meteen rondgingen”.

Stop dus met zoeken naar gekke verklaringen. Als mensen zeggen dat ze op de PVV stemmen omdat ze geen immigranten willen, dan bedoelen ze dat ze geen immigranten willen. Als ze zeggen dat ze willen dat alles wat niet wit Nederlands is moet assimileren, dan bedoelen ze precies dat. Nou, als Indo weet ik wel iets van assimileren en hoe intens racistisch dat in de praktijk uitpakt, maar dat terzijde. „In onderzoek naar beleidsprioriteiten blijkt dat een strenger migratiebeleid voor PVV’ers de hoogste prioriteit heeft. En niet bijvoorbeeld méér huizen. Dat is bij andere kiezers wel zo.”

Laf, bang landje

Ik schreef het eerder al: dit is het land van lafaards. Lafaards die bang zijn voor ‘de ander’, voor andere gebruiken, andere culturen en verandering. Lafaards die bang zijn voor conflict met die andere lafaards. Mensen die bang zijn voor confrontaties, voor hun medeburgers, voor alles en iedereen. Met de Koning voorop, die in zijn Kersttoespraak er voor één keer in zijn carrière echt toe had kunnen doen zijn toevlucht zocht in het laffe ‘verbinden’. Nederland is en blijft een laf en bang landje.

Maar kijk, het is één ding als angst je eigen leven belemmert. Het is een ander – en veel groter – ding als jouw angst een ander verlamt. Dus als je niet wil accepteren dat het hier om intolerantie, haat en racisme gaat, doe een stap opzij en ga uit de weg. Veroordeel niet de mensen die voor zichzelf opkomen en de confrontatie niet uit de weg gaan. Want zonder confrontatie, geef je jezelf over. Het is niet zachtmoedig of groots, maar intens laf. Als jouw angst het een ander onmogelijk maakt om voor zichzelf op te komen, dan had je hem net zo goed zelf die mep kunnen verkopen.

PVV is racisme, punt

Nu is het sowieso niet de tijd voor neutraliteit, we zijn er allemaal bij betrokken. Al-le-maal. Er is geen zijlijn. Je staat er niet boven. We zagen met de coronacrisis hoe snel en hoe gemakkelijk we kwetsbare mensen opofferen en de dood in drukken. Zelfs zoiets simpels als een mondkapje dragen was teveel moeite om een leven te redden. Allemaal te moeilijk. Ook zagen we hoe ontzettend rekbaar de Grondwet is en dat het niet zozeer gaat om de letterlijke tekst, maar om de beleidsvrijheid en de interpretatie van die rechten door beleidsmakers.

In een land met een extreemrechtse overheid, zijn vooral ‘die anderen’ kwetsbaar, denk je misschien. Het is al erg genoeg als je zo denkt, maar er komt een dag dat je zelf tot zo’n kwetsbare groep behoort. In zo’n land, waar kwetsbaren beschermen zelfs niet eens meer een streven is, is iedereen kwetsbaar. De Grondwet is extreem rekbaar. Zelfs mét Grondwet kan een regering je dood laten vallen, achterstellen, je vals beschuldigen van fraude en je leegtrekken, je kinderen afnemen en ga zo maar door. De Grondwet biedt op zichzelf geen bescherming. Als je er als bevolking niet op staat dat die bescherming geldt voor iedereen – ook al komt je dat niet uit, dan weet je dat grenzen verschuiven. En die zijn tijdens de coronacrisis een heel eind verschoven. Het blijft nooit bij die ene groep kwetsbaren of minderheden, know your history.

Er is nog nooit iets goeds gekomen van dergelijke machthebbers. Nog nooit. Zwijgen is geen goedaardigheid. Het is angst. En ze ruiken dat echt wel hoor. Dus, dit is niet de tijd voor eloquentie en ‘verbinden’, maar de tijd van confrontatie en benoemen. Keihard benoemen, benoemen, benoemen. Daar houden ze toch van? Dat Wilders zo onversneden de waarheid zegt? Nou dan. Goed voorbeeld doet goed volgen. Zeg mij na: Wie PVV stemt is een moslimhater en racist. Wie geen racist wil zijn, stemt niet op de PVV. Wie met de PVV een regering vormt is moslimhater en racist. Wie dat niet wil zijn, gaat niet met de PVV in een regering. Punt. En als je dat niet durft, ga dan in ieder geval uit de weg.

Het is waar, want dat zegt Johan Derksen

Direct na de Tweede Kamerverkiezingen stond het hele land op z’n kop. Het was óveral, de winst van Wilders. Voor mij voelde het ook als een aardverschuiving, zeker. Toch zette ik alle nieuwsprogramma’s uit. Geen talkshows, geen columns, geen radio. De kerstboom kwam extra vroeg van zolder, de kerstmuziek ging aan. Die rep en roer, de hysterie, de storm zou snel gaan liggen. Of er moest iets nieuws gebeuren, iets spannends. Maar er gebeurde niets spannends, niets onverwachts. Er kwamen een heleboel flutanalyses, niemand maakte een vuist, de PVV werd met de minuut groter. Er stond niemand om die kolder net zo snel weer de nek om te draaien. Pieter Omtzigt en zijn discipelen stonden trappelend vooraan om met dit extreemrechtse feestje mee te mogen doen.

Misschien dat ik me daarom liever even onderdompelde in stilte en kerstsfeer. Stilte geeft een helder hoofd, rust. Want je weet: Als de storm is gaan liggen en er breekt een íjzige stilte aan, dan volgt de acceptatie op de voet. Uit machteloosheid, angst, stiekem toch ook instemming, of om wat voor reden dan ook. Passiviteit, acceptatie, normalisatie, het volgt elkaar op als 1, 2, 3.

Wat je aandacht geeft, groeit

Eerst een klein uitstapje naar iets heel anders. Ik weet het, dit is de tijd van de snappy oneliners, micro messaging en pfoe ja, geen lange teksten want aandachtsboog. Nou, sommige uitstapjes moet je maken. Dus pak een kop koffie, dit gaat even duren.

Als je weleens op social media komt ben je deze uitspraak vast weleens tegengekomen: “Wat je aandacht geeft, groeit.” Vooral tijdens de coronacrisis vloog deze regelmatig om je oren als je desinformatie wilde weerspreken of complottheorieën blootlegde. In principe klopt het. Als je de leugen blijft herhalen, ook al is het slechts om die te weerspreken, dan versterk je die leugen, ongewild. Misschien niet voor jezelf, maar wel voor een ander.

Propaganda betekent heel letterlijk ‘voortplanten’ of ‘verspreiden’. Het idee is dat als je een manipulatie of een leugen maar vaak genoeg herhaalt, het zich in de hersenen nestelt en mensen het vanzelf voor waar aannemen. Zie het als het automatiseren van de hersenen. Het is niks geks of duisters. Die techniek wordt ook op scholen gebruikt en het is reuzehandig: door het steeds weer herhalen van een bepaalde rekenmethode of een som, raakt de informatie automatisch in het brein verankerd. Die informatie kan je voor de rest van je leven binnen een fractie van een seconde ophalen, zonder er nog over na hoeven te denken. Je kan kinderen zo makkelijker leren rekenen, maar je kan er een brein ook mee volstoppen met allerlei andere informatie. 3×3=9. ‘Minder, minder, minder…’

Het propaganda-effect

Psycholoog E. Bruce Goldstein noemde dit het propaganda-effect: Je hebt bepaalde informatie al eerder gezien of gehoord, je slaat dat op in je lange termijn geheugen. Als je die informatie weer tegenkomt, herkent je brein dat en simpelweg omdat je brein het herkent, zou je eerder geneigd zijn die informatie voor waar aan te nemen. Dat effect is des te sterker als de informatie sterke emoties bij je oproept. Tenzij het een sterke aversie is uiteraard. Herhaal, herhaal, herhaal, en het ligt voorgoed in je brein verankerd.

Als ik hier even een hele simpele shortcut mag nemen: in je brein worden het ‘feiten’. Je denkt er gewoon niet meer bij na. Je hoort ‘minder, minder, minder…’ en bij de tweede ‘minder’ hebben je brein en je lichaam hebben hun respons al klaar. Om te illustreren hoe sterk dat effect is, kijken we naar Pavlov. Pavlov deed onderzoek naar de spijsvertering bij honden en de rol van kwijlen. Hij ontdekte dat de honden na verloop van tijd al begonnen te kwijlen, zelfs als er geen eten in de buurt was. Ze koppelden de onderzoeksruimte blijkbaar aan het vooruitzicht op eten. Om dat te testen deed hij meer experimenten. Met het beroemde belletje bijvoorbeeld. En dat werkte hetzelfde. Honden die elke keer een belletje horen als ze te eten krijgen, associëren dat belletje na verloop van tijd zo sterk met eten, dat hun speekselklieren als vanzelf speeksel aan gaan maken als ze dat belletje horen. Dit heet ‘conditioneren’ en dat werkt ook zo bij mensen. Ja, echt. Stalin gebruikte die theorie van Pavlov voor zijn propagandamachine en we weten allemaal welk effect dat had. Dus echt, het werkt bij mensen.

Of vergeet even het woord propaganda. Laten we reclame nemen, marketing. Ga maar eens na hoeveel invloed reclame op jou heeft, hoeveel slogans je kent, waar je bepaalde merken direct mee associeert en hoeveel informatie je dagelijks klakkeloos opslaat zonder er bij na te denken. Duik eens in een keukenkast, of je kledingkast en zie daar: ja, die kast staat vol met onbewust opgeslagen reclameslogans. De neoliberale wereld is ingericht met propaganda: de hele godgvergeten tijd dat je wakker bent wordt het op je afgevuurd. Marketing heet dat. Reclame. De laatste tijd ook steeds vaker ‘nieuws’. Je hersens zijn al zo hypergeconditioneerd, het gaat echt volautomatisch. Dus ja,

Iedereen trapt in propaganda, ja, ook jij

Goed, wat je aandacht geeft, groeit dus. Jij herhaalt bepaalde informatie, bij een ander triggert dat die onbewust opgeslagen ‘waarheden’ en zo verspreidt jij dan zelf de informatie die je eigenlijk wil verwerpen. Willem Engel zei dat eens heel eerlijk op Twitter. Hij bleef zijn rare boodschappen plaatsen onder berichten van mensen die daar helemaal niets van wilden weten. Zij dachten dat ze dan zelf overtuigd moesten raken en gingen een forse discussie aan. Hoe kon Engel zo dom zijn om te denken dat zij te overtuigen waren? Maar daar ging het niet om. Ga je een discussie aan, dan komt die draad keer op keer op keer bij jouw lezers voorbij. En zo kon hij zijn informatie, hoewel hij zelf weinig bereik had, over heel Twitter verspreiden. Wie er vatbaar voor was, kreeg zo constant de herhaling voorgeschoteld. Te simpel voor woorden inderdaad, maar het werkt.

Dus ja, Willem Engel groeide door die aandacht. Maar dan bereikt het een punt dat de informatie al zo wijdverspreid is, dat negeren geen zin meer heeft en eigenlijk een versterkend effect heeft. Pas als mensen begrijpen wat er speelt gaan ze roepen dat je het geen aandacht moet geven. Maar zo werkt het dus niet. De informatie ligt dan al verankerd in het brein van mensen die er bevattelijk voor zijn. Dus ligt die informatie al overal op straat, dan negeer je het juist niet. En dan is het de kunst om die triggers te omzeilen en er andere informatie in te stoppen. Dit heet counterpropaganda en het is een kunst die we in Nederland niet beheersen.

Counterpropaganda

Counterpropaganda is niet: leugens zin voor zin herhalen om het te debunken en er andere informatie tegenover te zetten. Het is het herhalen, herhalen, herhalen van de eigen informatie zonder referentie aan de informatie die je wil ontkrachten. Gisteren las ik overigens een mooi stuk dat het ridiculiseren van de persoon die de propaganda in het leven riep zónder aandacht te schenken aan hun boodschappen nog veel effectiever is, en ik ben geneigd dat te geloven. Bij Willem Engel werkte het namelijk (de salsadanser), bij Gideon van Meijeren (complotmarmot) en Thierry Baudet (knettergek) ook. Je zou denken dat alleen al de verschijning en de ijdelheid van Wilders – zelf de onbetwiste koning van het ridiculiseren – een goudmijn zouden zijn voor ridiculisering. De man is zo kwetsbaar als het vaasje van Rutte.

Iederéén trapt in propaganda. In het bijzonder de aanhangers van extreemrechtse partijen. Je kan je daar over verzuchten, of er je voordeel mee doen. Weg met die andere wang. If you stoop low, I stoop lower. Soms moet je mensen met hun eigen middelen bestrijden. Pun intended.

Dit is het tijdperk van de Große Lüge

Dit is het tijdperk van de Grote Leugen. Maak de leugen gróót, zó groot dat mensen niet kunnen geloven dat je de waarheid zulk grof geweld aan zou doen. Wij leven er al heel lang mee. Niet vanwege Wilders, maar vanwege zijn tovenaarsleerling: Mark Rutte. Rutte beheerst deze techniek tot in de puntjes. Als het om liegen gaat, dan is Rutte de ware meester. Liegen is een fantastische propagandatruc, want ook al wordt de leugen achterhaald, er blijft altijd iets van hangen. Rutte hanteert echt geen andere tactiek dan Wilders. Gouden regels: geeft nóóit toe dat het een leugen is, laat geen ruimte voor alternatieven, concentreer je op één vijand en geef die overal de schuld van, accepteer zelf nooit schuld, maak de leugen groot, en herhaal, herhaal, herhaal.

Dit werkt. Waarom? Omdat mensen in hun “primitieve eenvoud gemakkelijker het slachtoffer van de grote leugen zijn dan van de kleine leugen, omdat ze zelf vaak kleine leugens vertellen over eenvoudige aangelegenheden. Ze zouden zich echter schamen om hun toevlucht te nemen tot grootschalige onwaarheden. Het zou nooit in hun hoofd opkomen om kolossale onwaarheden te verzinnen en ze zouden niet geloven dat anderen zo onbeschaamd zouden kunnen zijn de waarheid op zo’n schandelijke wijze te verdraaien. Ook al krijgen ze de bewijzen, dan nog zullen ze twijfelen en blijven denken dat er misschien een andere verklaring is.”

Klinkt bekend, toch? Hier hebben we lange jaren naar zitten kijken. Er waren genoeg bewijzen dat Rutte loog, en dan won de VVD nóg meer in de peilingen. Mensen bleven het geloven, ook al werden ze zelf slachtoffer van het beleid. Oh en overigens, deze alinea heb ik overigens niet zelf verzonnen. Het is een citaat uit Mein Kampf, van Adolf Hitler, de meester van de propaganda. Hitler noemde zijn theorie ‘de grote leugen’. Die Große Lüge.

De magie van de leugen(aar)

Dus: maak de leugen gróót en stick to it, zelfs als je gezichtsverlies moet lijden. Rutte kon het als geen ander en heeft er verkiezing na verkiezing na verkiezing mee gewonnen. Uiteindelijk was de rek eruit. “Heb ik geen actieve herinnering meer aan,” het is dé nationale grap geworden. Dan weet je, is het op. Ik ben ervan overtuigd dat dat de enige reden was waarom Rutte geen gooi meer deed naar een kabinet Rutte V: Hij was er niet meer mee weggekomen. Kabinet Rutte IV was allang gevallen, binnenkamers. Het was wachten totdat het CDA de stekker eruit zou trekken. Dus deed Rutte het, met een laatste, ultieme leugen. Hij zette Nederland schaakmat.

De VVD had geen geschikte opvolger, dat was nou precies het probleem. En Yeşilgöz mag er weliswaar dol op zijn, ze kan gewoon niet zo goed liegen. Je ziet het aan haar hoofd, ze kijkt er vals bij, op een heel onaangename manier. Zelfs al trek je haar het mooiste witte pak aan en neemt je eigen visagiste mee om haar van het scherm te laten spátten, it’s showing. De VVD was de magie van de leugen kwijt.

De gouden regels van Hitler

Om even terug te komen op Baudet. Indirect dan, want dit gaat over zijn idool Alexis de Tocqueville. Een even verwerpelijke als interessante politiek filosoof. De Tocqueville stelde dat de wereld liever een eenvoudige leugen gelooft, dan de complexe werkelijkheid. Hapklare brokken, makkelijk te begrijpen, het maakt de wereld overzichtelijk. Als de leugen bevestigt wat je wil geloven, als het van iemand komt die je vertrouwt, of bewondert, of met wie je jezelf identificeert, dan geloof je het zonder aarzelen. Het is waar, want Johan Derksen zegt het. Dat effect.

Wilders heeft de gouden regels van Adolf Hitler stevig verankerd in zijn repertoire. Hij begrijpt, net als Rutte, dat mensen graag leugens horen. Of dat de simpele leugen zo ontzettend veel sneller is dan de complexe werkelijkheid, je alleen maar de suggestie hoeft te wekken om bij mensen een sentiment op te roepen (mooi artikel over dit fenomeen hier, trouwens). It is the brain, stupid. Nog zo’n mooie Engelse uitdrukking, als je weet hoe het werkt en waarom het werkt, beat them at their own game. Zeg ik nou dat je net zo hard moet liegen? Niet noodzakelijk. Ik zou denken dat je hetzelfde trucje ook kunt toepassen kunt met de waarheid, maar wie ben ik. Maar áls je dan moet liegen, maak het gróót, stick to it en wees niet zo bang voor gezichtsverlies.

De leugen regeert, weer

En zo zijn we terug bij het begin. Over zwijgen. De beoogde regeringspartijen zitten met de gordijntjes dicht aan tafel te onderhandelen over onze toekomst. Een tafel vol leugenaars die hele oprechte afspraken gaan maken over het waarborgen van onze Grondwet, ja, heus waar. Wilders slingert via Twitter af en toe nog even een leugentje de wereld in, om het vuurtje bij zijn aanhangers te laten smeulen, maar verder zijn de gordijntjes inderdaad dicht. Zes weken lang is er geen nieuws te melden. Een mooie afkoelperiode. Voor iedereen. En het koelt inderdaad af.

Maar je weet: Als de storm is gaan liggen en er breekt een íjzige stilte aan, dan volgt de acceptatie op de voet. Nieuws, geen nieuws, nu is de tijd om de wind te andere kant op te draaien, want die nieuwe wind in de Tweede Kamer is helemaal niet fris. Dus hou op met dat dood op je rug liggen. Boehoe, ja, het is heel erg allemaal. Je bent superinteger en dat soort dingen meer, maar nu gaat die rug recht. Dus ja, je liket en retweet je de moeder. Ik zou ook nooit stemmen op Jetten, of Timmermans, maar wat krijgen zij de komende tijd mijn steun zeg. Dit was de laatste “ik ben het eigenlijk nooit met hem eens, maar…” Ik steun, punt. Want één ding is namelijk echt waar, van wat Johan Derksen allemaal zegt: Mensen zien Wilders als de reddende engel. Zitten ze hoor, aan de kersttafel, met de gordijntjes dicht: Judas, de Messias (ik moet zelf steeds aan Absolom denken, eigenlijk), een Engel, Jezebel en het serpent. Fijne kerstdagen!

Dit is het land van lafaards, en het is oer- en oerlelijk

Vorige week lanceerde Mark Zuckerberg’s Meta het social media platform Threads in Europa. Vele zoekende X-gebruikers die zat hebben van de extreemrechtse trollen op X/Twitter, hopen er hun nieuwe toevluchtsoord van te maken. Een paar invloedrijke (ex-)Xers gaven het een go, dus Threads moet het worden. Dus maakte ik een account aan en wilde er vanmorgen in mijn koffiepauze voor het eerst echt een kijkje nemen.

Oh ironie, wie had het kunnen denken. Het allereerste bericht in mijn tijdlijn kwam niet van het ‘linkse bolwerk’ dat er zou zitten, maar van wappie-overste Marianne Zwagerman in gesprek met Maurice de Hond. Een té kinderlijk gesprekje eigenlijk, tegen zo’n blckbx-achtige achtergrond, van twee foute figuren die samen bespreken hoe linkse prominenten zouden inspireren tot gewelddadige aanvallen op PVV-Kamerleden. Prachtige samenloop van omstandigheden, zou je het kunnen noemen. Die aloude morele chantage – dat je aan zou zetten tot geweld als je extreemrechts veroordeelt – die antiracisten nu al heel lang gedwee in een hoekje trapt, prijkt bovenaan het beoogde nieuwe linkse bolwerk om het boeltje daar er nog eens aan te helpen herinneren: jullie worden in de gaten gehouden. Nou ja, dat werkt al heel lang heel erg goed, dus waarom niet. De ervaring leert dat als je je krachtig uitspreekt over verwerpelijk gedachtengoed, je daar uiteindelijk helemaal in je eentje voor door het slijk getrokken wordt en dat al die goede, rechtschapen mensen dan netjes de andere kant opkijken, bang als ze zijn om met je geassocieerd te worden.

Briljante zet dus, zou je kunnen zeggen. Maar ach, het was tegelijkertijd niet eens nodig. Op Threads is het vooralsnog een grote chaos van aan de ene kant Instagrammers die het maar saai vinden zo zonder beef en wanhopig op zoek zijn naar volgers, en aan de andere kant de vluchtende X-ers die elkaars achterwerken nog aan het besnuffelen zijn en vrolijk kwispelend rondlopen met allerlei spitsvondige oneliners en eigenlijk ook wanhopig op zoek zijn naar volgers. Het doet je de moed in de schoenen zakken. Je zou denken dat zo’n verkiezingsuitslag vraagt om een stevig antwoord, om vastberadenheid en een zekere strijdlust, maar het gaat er over ‘patat of friet’, hoe fijn het is om van Twitter verlost te zijn (terwijl ze ook nog op X/Twitter posten trouwens) en het vormen van kliekjes, zo snel mogelijk bij de ‘in crowd’ horen, dat is het doel.

Ik begrijp dat gevoel maar al te goed hoor, maar kom op. Twitter was al heel lang een heel giftig platform en toen Musk de boel overnam had iedereen daar acuut weg moeten vluchten. Als je principes je lief zijn tenminste. De man gebruikte zijn platform om mensen door zeer dubieuze ‘journalisten’ door het publiek te laten veroordelen met zijn Twitterfiles, hij bracht het leven van één van zijn medewerkers in gevaar door hem van pedofilie te beschuldigen, hij liet de extreemrechtse drek vrijwel direct uit alle hoeken naar beneden druipen. De meesten bleven. Geen zin om ‘opnieuw te beginnen’, zo’n ander platform was rete-ingewikkeld en eigenlijk ja, eigenlijk weten we allemaal wel dat slechts sommigen dat platform nodig hebben om actie te voeren, en dat komt alleen maar omdat op X/Twitter belangrijke influencers zitten die op hun beurt geen andere goede reden hadden dan zich met man en macht vast te houden aan hun dagelijkse portie likes. Maar X maakt het gebruikers steeds moeilijker om gratis te influencen en zelfs als je betaalt om je tweets meer prominent in mensen hun tijdlijn geslingerd te krijgen, dan nog word je bekogeld met honderden haatberichten van rechts-extremisten. Nee, nú vertrekken van X is nauwelijks heldhaftig te noemen. Eigenlijk is het een afdruipen met de staart tussen de benen.

Journalisten, opiniemakers en politici

Tja, hoewel ik de meesten gewoon hoog acht, of aardig vind, vind ik het ook wel ontiegelijk laf. Juist op het moment dat je je stem moet laten horen en je juist níet moet laten intimideren, kies je het hazenpad. Sjonge jonge. Ik wist vanmorgen gelijk weer waarom Musk voor mij vorig jaar eigenlijk slechts de laatste druppel was om afscheid te nemen van dat platform. Ik was er weliswaar weg voordat Musk zijn wasbak er goed en wel had kunnen installeren, maar eigenlijk zocht ik al langer een excuus om dat hoofdstuk af te sluiten en er niet meer terug te keren. De enorme lafheid die er heerst, de halfslachtigheid, het narcistische gedrag, de constante zelfverheerlijking, de hunkering naar likes en volgers, het stond me al veel langer tegen. Het wás een giftig platform, het ís een giftig platform en het zal altijd een giftig platform blijven. Maar helaas is en blijft het een invloedrijk platform. Het is dé plek waar grote organisaties, overheden, politici, wetenschappers, journalisten en opiniemakers samen klonteren. De invloedrijken der aarde. En het is nou juist die mix van mensen, omringd door normale stervelingen die hopen ook een beetje invloed uit te kunnen oefenen op ‘de macht’, die van X/Twitter een ondraaglijke plek maken om te zijn.

Bubbels met eigen influencers en een eigen cultuur

Je moet je het platform zo voorstellen: wat je te zien krijgt is afhankelijk van wie je volgt. Volg je helemaal niemand, dan krijg je van Musk een hele feed van mensen als Zwagerman, De Hond, het kliekje van omroep On! en dat soort figuren voorgeschoteld. Alsof je in de hoofden van het klantenbestand van De Telegraaf rondwandelt. Volg je wat journalisten en politici, dan kom je in een heel ander netwerk (of bubbel) terecht. Zelf wil ik dit weleens de ‘elite clique’ noemen. Dit is waar de consensus wordt bereikt. Ben je populair in deze clique, dan heb je invloed, of krijg je een column of iets dergelijks. Volgers. Likes. Véél likes. Een con-ti-nue stroom aan likes. En daar ligt de valkuil. Speelden ze zich eerst nog in de kijker door hun opvallende mening, zo gematigd worden ze zodra ze gewend zijn aan die likes. Niet teveel uit de pas lopen, want de elite clique hijgt je constant in je nek, op zoek naar díe ene set van 280 tekens die je van je troon kan stoten.

Die bubbel vormt een walgelijk strakke dwangbuis waar je constant op moet letten wat je doet. Like de verkeerde tweet en er hangt iemand in je inbox om je tot de orde te roepen. Associeer je niet met ‘die of die’, ‘dat’ soort tweets liken is not done. Je reputatie hangt af van iedere interactie die je aangaat, al is het maar omdat je een tweet apprecieert die niet zo lekker valt binnen die clique. Zo mag je best zeggen dat Rutte liegt, maar hem een notoire leugenaar noemen is een brug te ver. Als de clique vol adoratie jubelt dat Rutte zo’n práchtige speech gaf over groepsimmuniteit, dan staan de kranten de volgende dag vol met absurde aanbidding en prenten van ‘staatsman Rutte’ met een koninklijke mantel om zijn schouders. In die clique mag racisme geen racisme heten, is er wel vriendjespolitiek maar neem je het woord corruptie niet in je mond en ben je vooral ‘redelijk’. Ofwel: je vergoelijkt wat het daglicht niet kan verdragen, want je mag wel prominent zíjn maar er toch alsjeblieft geen prominente mening op nahouden. Je mag wel kritiek hebben, maar gematigd. Altijd dat oog hebben voor ‘de andere kant’ van het verhaal. Niet polariseren! Like. Like. Like. Like. En we weten inmiddels wel dat likes en een grote schare aan volgers zo verslavend is als hard drugs, dus ze zwichten ervoor.

De waan van de dag

X/Twitter dríjft op de constante ophef en boosheid over allerlei actualiteiten van haar gebruikers (mensen zijn er zelfs om 11 uur ‘s avonds nog boos met allerlei politieke en actuele zaken bezig), toch moet je er ook weer niet té hartstochtelijk een mening op na houden. Je hebt binnen no-time een mening in 280 tekens klaar over de toeslagenaffaire, de oorlog in Oekraïne, de pandemie, de rechtstaat, over van allerlei totaal uiteenlopende zaken eigenlijk. Tijd om erover na te denken heb je niet eens, want de bubbel is alweer bezig met de volgende ‘waan van de dag’. Overbodig om uit te leggen misschien dat veel mensen elkaars tweets en meningen kopiëren en elkaar na-papegaaien en zo expert zijn in werkelijk ál-les, het is doodvermoeiend.

Nu was Twitter eigenlijk altijd al een plek waar prominenten koketteren met leed, en waar vooral óver slachtoffers gepraat wordt die eigenlijk dienen om de eigen persoonlijkheid aanzien te geven. Dit soort gedrag werd het allerlelijkst uitvergroot tijdens de pandemie, toen een heel leger medisch kwetsbaren hun toevlucht zochten op Twitter, in de hoop daar hun lot en leed onder de aandacht te kunnen brengen. Dit ging om mensen die tijdens zo’n heel indrukwekkende crisis het meest kwetsbaar waren van ons allemaal. Maar kwetsbaren zijn sowieso niet zo aantrekkelijk op X/Twitter. Onderwerpen als ouderenzorg, gehandicaptenzorg, dat soort zaken, ze scoren gewoon niet. Ook toen deze medisch kwetsbaren heel X/Twitter op z’n kop zetten omdat ze als dor hout afgeschreven werden door opiniemakers, journalisten, sommige politici en ja, ook door het coronabeleid, konden ze op weinig steun rekenen. Het ging tegen de Twitter consensus van ‘ons beleid is goed’ in en dus werden ze grotendeels genegeerd.

Echt een buiging voor de journalisten die hun verhalen toch publiceerden, want de clique had toch wel bepaald dat ze ‘net zo erg waren als wappies, misschien nog wel erger’. Vervelend. Irritant. Niet realistisch. (Like, like, like!) Dat deze mensen vochten voor hun leven en daarbij gewoon recht op steun en begrip hadden, juist omdát ze kwetsbaar waren en nauwelijks middelen of mogelijkheid hadden om voor zichzelf op te komen, ik weet niet of het überhaupt wel doordrong. Hoe ze werden weggezet als zeurpieten, aandachttrekkers, hoe totaal ongevoelig hun lot werd weggewuifd als ‘oninteressant’ terwijl zij in een totaalisolement terecht waren gekomen. Eerlijk gezegd, ik vond het schokkend. Ik heb nooit eerder zo gehuiverd van mensen als toen. Het totaal ijdele gekoketteer met andermans leed om zichzelf te profileren, Xfluencers die uitademen zo betrokken en zo goed van inborst te zijn die deze kwetsbaren hun rug toekeerden terwijl ze de macht en invloed hadden om te helpen, ik kan nog misselijk worden als ik er aan denk. Terwijl de ene vinger verwijtend anderen aanwees als verachtelijke ‘dor hout’ aanhangers, staken ze zelf geen vinger uit om te helpen. Ook op Twitter kwam de groep in een isolement, want even verwerpelijk als wappies dus moest je je er niet mee willen associëren, want dat kostte je je likes, likes, likes.

Lafaards

Sociale media zijn een plek voor verslaafden geworden, wat een totaal verknipte werkelijkheid creëert en een zieke invloed heeft op de publieke opinie. Nederland is maar een piepklein landje en wie invloed heeft in de media, staat eigenlijk heel dicht bij de macht. Maar Nederland is ook een laf landje. Je moet je kop niet boven het maaiveld uitsteken, ik weet het. Mensen houden er niet van, dat is één – maar daarnaast moet je gewoon uitkijken, want voor je het weet ligt jouw kop eraf en kijkt iedereen snel de andere kant op. Bang als ze zijn dat ook zij een deukje oplopen. Bang voor confrontaties. Bang om niet te deugen. De gemiddelde Nederlander is zó makkelijk te intimideren dat je met een simpel woord als ‘deugen’ al iemand de mond kunt snoeren. Dat deugt niet.

De pandemie was een ongekende crisis, die had gevraagd om wat moed en empathie. Een tijd waarin je medemenselijkheid had kunnen tonen. En na die grote crisis, komen we nu in een andere crisis terecht. Dat vraagt niet om gematigdheid en rondkwispelen op Threads, wanhopig op zoek naar je dosis dopamine (like!). Deze tijd vraagt om moed, uitgesprokenheid en mensen die die cultuur van lafheid doorbreken. Deze tijd vraagt er niet om om ineen te krimpen en weg te vluchten met de staart tussen je benen.

De fase van verkenning, aftasten en formeren is niet de tijd om stil te vallen. Nú is de tijd om flink wat rumoer te maken. Laat die partijen weten wat je ervan vindt, want zwijgen is toestemmen. Emotionele chantage met termen als ‘demonisering’ of ‘de kogel kwam van links’, mark my words, we zullen het de komende tijd heel regelmatig in allerlei variaties tegenkomen. Het werkt namelijk al heel wat jaren heel effectief om ‘links’ de mond te snoeren. Maar alsjeblieft zeg, het is inmiddels toch wel wat sleets geworden? Wilders fans houden toch juist van dat ‘recht voor z’n raap’? Je moet toch alles in duidelijke, harde taal kunnen zeggen? Nou dan. Groei wat eelt op je ziel en kick die likesverslaving. Ik heb mijn X/Twitter account uit de mottenballen gehaald, met mijn nekharen rechtovereind, dat geef ik toe. Maar geen staart tussen de benen, het strijdtoneel op. Wat kunnen mij die paar honderd trollen nou helemaal schelen? Ik durf er geld op in te zetten dat er heel wat betaalde trollen met tig verschillende accounts met een productietarget tussen zitten. Gewoon om je te intimideren. Om de publieke opinie te kunnen beïnvloeden en gijzelen. Nou, mij niet. Wat mij betreft geen extreemrechtse regering. Wilders wordt nooit mijn premier. Nooit. Dus, Pieter Omtzigt, ook al krijg ik er duizenden haatreacties om, ik kijk naar jou. Je hebt de sleutel in handen. Waar ga je ons aan overleveren?

Het was blijkbaar tijd

Het is al een tijdje geleden dat ik een column schreef, dus het is wat roestig, ik heb er eigenlijk geen tijd voor en Image Creator en ik moeten nog aan elkaar wennen. Het is een beetje klunzig en van de hak op de tak, maar daar gaan we.

Het was oktober 2020. Ik zat bij het Red Team en voerde ‘campagne’ voor een meer beschermend coronabeleid. Een waanzinnige drukke tijd, waarin ik naast het hele social media circus ook heel regelmatig in de reguliere media kwam. Hoewel ik echt geen groentje was op het gebied van ‘media’, voelde dat als laveren in een mijnenveld. Ik was er al een paar keer mee op mijn bek gegaan. In Sierra Leone heb je geen onafhankelijke media en eigenlijk ook helemaal geen echte vrijheid van meningsuiting. Het is oppassen geblazen als je kritiek wil uiten op beleid. Toch heb ik me er daar altijd zonder grote moeite doorheen geslagen. Het was tricky, maar straight: Die krant was overduidelijk een bondgenoot van politieke partij x, dat radiostation was overduidelijk een bondgenoot van politieke partij y. Het was helder.

In Nederland is het helemaal niet zo helder. Hier zijn alle nieuwsmedia onafhankelijk, objectief en ‘goed’. De verdeling binnen het het politieke kleurenpalet is meer subtiel. En uiteindelijk dragen ze allemaal toch het stempel ‘betrouwbaar’. Dat is nergens ter wereld zo, dus ook in Nederland niet, maar omdat de nieuwsmedia hier een bepaalde onaantastbare status hebben, weet je vaak niet waar je voor staat. Hoe komen ze eigenlijk aan die onaantastbare status?

Enfin. Nederland is een piepklein landje, met onvoorstelbaar véél nieuwsmedia. Zó belachelijk veel (betalende) nieuwsconsumenten zijn er nou ook weer niet, dus de concurrentie is gigantisch. Om kijkers, lezers en luisteraars naar zich toe te trekken, moeten mediakanalen vooral spraakmakende dingen brengen. In die valkuil was ik al een paar keer getrapt. Zat ik in een live radio-uitzending ineens tegenover hoogleraar Ira Helsloot, die niet alleen een hele duidelijke ideologie uitdroeg, maar ook klinkklare leugens zat te spuien aan de hand van allerlei data die helemaal niet bestonden. En de presentator die van toeters noch blazen wist die me dwong om daar een reactie op te geven. Dat is niet te doen. Presentatoren zijn überhaupt vaak heel slecht op de hoogte van het onderwerp. Hun programma’s zijn opgedeeld in items van steeds een paar minuten. De kennis die ze zouden moeten hebben om een onderwerp verantwoord te brengen, dat is voor een mens gewoon niet haalbaar. Dus dan zit er iemand straffeloos allerlei fabels als feiten op te lepelen, je kan er niets tegenin brengen want de presentator geloof het en voor je het weet staat het op de voorpagina van de krant.

Iets dergelijks gebeurde ook bij mijzelf, trouwens. Nou ging het niet om een fabel, maar het laat goed de dynamiek van die ophefcultuur binnen de Nederlandse nieuwsmedia zien. In september 2020 was zo’n beetje iedereen er nog van overtuigd dat corona wel voorbij was. Het toen zittende kabinet was uitgebreid op vakantie geweest, er was geen voornemen om nog maatregelen te nemen, Nederland moest zoveel mogelijk open. Corona greep echter om zich heen en ging als een lopend vuurtje door de scholen. In die tijd deden we nog net alsof kinderen geen corona konden doorgeven, dus het was nogal spannend om dat hardop in de media te zeggen. Ik deed het, maar ik was één van de weinigen en bovendien geen viroloog. Ik werd er een beetje een controversieel figuur door. Voor de ene journalist was ik een absolute no go, een soort ‘Willem Engel van de andere kant’. Voor de andere journalist was ik dan weer ontzettend interessant. Soms ook juist om die reden.

Het was een bijzonder ingewikkelde tijd. Terwijl overal ter wereld de mondkapjes weer tevoorschijn kwamen, scholen werden gesloten en andere preventieve maatregelen werden genomen, was Nederland een wereldje op zich. Volkomen naar binnen gericht, hadden we hier blijkbaar met een heel ander virus te maken. Dat was bizar. Vele nieuwsmedia sloten de gelederen: de overheidsboodschap was heilig. Als Van Dissel zei dat jongeren elkaar niet besmetten, of als ze het wel deden, dan alleen als ze samen op de fiets naar school reden, dan publiceerden ze dat. Er waren ook journalisten die de waanzin daarvan prima inzagen, maar dat soms niet mochten publiceren van hun redacties. Hadden ze een prachtig stuk geschreven, prachtig in balans, vaak gecheckt met de stand van de wetenschap die tot buiten Nederland reikte, werd er vlak vóór publicatie toch van alles geschrapt, of de boodschap afgezwakt.

En toen ineens, op een anderszins rustige ochtend in oktober 2020, stond mijn telefoon roodgloeiend. Het was niet normaal. Ik had die ochtend bij FunX radio een aardig gesprekje gehad over corona op scholen en had daarna een online interview met één van mijn eigen respondenten. Niet onaardig bedoeld, best een leuk radiostation, maar wie in hemelsnaam luistert er helemaal naar FunX radio? Het is nou niet bepaald een invloedrijk nieuwsmedium. Toch? Blijkbaar wel, want ineens was ik de headline op televisie, radio en kranten: ‘Red Team lid roept op tot sluiting scholen’. Ongelofelijk. Ik wist van niks. Van andere journalisten begreep ik dat dat leuke, best informele gesprekje op FunX radio waarin ik had gezegd dat de scholen sluiten verstandig zou zijn, door ‘iemand’ was aangegrepen en de wereld in is geslingerd als oproep van het Red Team. Ik had er helemaal geen oproep toe gedaan. Niet op dat moment, niet in dat gesprek. Het was blijkbaar tijd. Niemand was achterlijk, ook al deden velen alsof, maar iedereen wist best dat die scholen dicht moesten. Er was alleen iemand nodig die het verhaal kon brengen om de politiek onder druk te zetten en ik was de useful idiot. Tegen wil en dank. Wat een streek werd me daar geleverd.

Het Red Team was in rep en roer. Ik had blijkbaar op eigen houtje een oproep gedaan namens het Red Team wat helemaal niet was besproken en dan was ik ook nog onbereikbaar. Ook hún telefoons stonden roodgloeiend. Sommigen probeerden mijn ‘zogenaamde’ oproep af te zwakken, waardoor ik er helemaal idioot op stond. Het was één grote bende. Het werd een krankzinnige week, waarin ik zelf ook niet de allerbeste beslissingen heb genomen. De totale verbazing over wat me overkwam, de spelletjes die met me gespeeld werden, niet voor een karretje gespannen willen worden, maar toch de mogelijkheid willen aangrijpen om de discussie over het coronabeleid te kunnen beïnvloeden, het trok me alle kanten op. Nu ga ik echt wel graag prat op mijn integriteit, maar dat is toch niet een periode waar ik met een gerust hart op terugkijk. Het zou een best moment zijn geweest om me terug te trekken óf tijdens een van mijn ‘optredens’ bij radioprogramma’s of talkshows plompverloren de waarheid te zeggen: ‘Ik heb zo’n oproep helemaal niet gedaan’. Een heel kort en heel makkelijk zinnetje wat er maar niet uit wilde.

Dit voorbeeld is er één in een reeks van vele waar ik me vaker in de val gelokt heb gevoeld. Zo gaf ik eens een interview voor het avondnieuws op *een* kanaal, heel genuanceerd en afgewogen en werd me nadere uitleg gevraagd over wat een lockdown dan eigenlijk wel is, in mijn ogen. Ik stond het gewoon uit te leggen in de veronderstelling dat dat niet bij het interview hoorde, maar precies met díe uitleg en niets anders was ik in het nieuws. “Grenzen sluiten, vliegverkeer platleggen,” dat soort uitspraken, alsof ik een oproep deed. Ongemakkelijk, om het maar zacht uit te drukken. Dit hele spel, ik ben er niet goed in. Soms heb ik het in mijn voordeel weten te gebruiken, maar vaker was het in mijn nadeel. Als bepaalde nieuwsmedia het niet eens waren met het beleid, dan zochten ze een poppetje die ophef kon veroorzaken om bepaald beleid af te dwingen of niet door te laten gaan. En net iets te vaak bleek ik zo’n handig poppetje. Ik heb echt journalisten aan de lijn gehad die een bepaald verhaal wilden brengen en dan een quote van mij wilden om er wat gezag aan te geven. Ik zei steeds vaker ‘nee’, of wist mijn eigen voorwaarden te stellen en uiteindelijk heb ik me er helemaal uit teruggetrokken. Het is niet gezond, niet normaal en bovendien is het gevaarlijk als je zelf geen vat hebt op hoe je uitspraken in de media ingezet worden.

‘De MSM’ als één samenwerkend blok, dat bestaat niet. Propagandakanalen? Die wel. Media met een eigen agenda? Die ook. Media-outlets die op een onverantwoordelijke manier met hun macht omgaan? Zeker. En het is een groot probleem. Dit is een zeer roerig landje, met teveel mensen die heel makkelijk en heel graag dreigen met geweld. Schrijf dat je opa een leuke dag had en je mailbox stroomt over van de dreigementen, er is niet veel voor nodig. In zo’n land is niemand met een enigszins openbaar profiel veilig en is het dus ook oppassen geblazen wat je ín, maar ook óver de nieuwsmedia zegt. Dat begrijp ik maar al te goed. Daarom liet ik het over me heen komen en heb ik me als gewillig slachtoffer als speelbal heen en weer laten slingeren. Ik heb niets met dat rare ‘MSM’ gewauwel. Journalisten zijn belangrijk, maar niet onaantastbaar. Geen enkele vorm van macht mag vrijgesteld worden van kritiek en zo ook de nieuwsmedia in Nederland niet.

Het is tijd om die nieuwsmedia ter verantwoording te roepen. We hebben toegekeken hoe de VVD een migratiecrisis verzon en straffeloos de ene fabel na de andere, ongecorrigeerd, de wereld in mocht helpen, waardoor we nu met een politieke crisis zitten. We zagen hoe het ene mediakanaal na het andere Geert Wilders ineens als ‘mild’ naar voren begon te schuiven. En toen we Maurice de Hond – die als enige ter wereld een zogenaamd lablek in de smiezen heeft, waardoor corona de wereld in is gebracht en zich omringd en gevierd weet door ‘s lands meest krankzinnige complotdenkers, terwijl hij ook nog tijd heeft om helemaal in zijn eentje de hele Nederlandse samenleving te doorgronden – ineens als meest belangrijke duider van de Nederlandse kiezer overal zagen opduiken om de PVV aan de kiezer te verkopen, hadden we kunnen weten: het was tijd. Er was een useful idiot. Een aantal invloedrijke nieuwsmedia vonden het blijkbaar tijd om Wilders naar voren te schuiven. En zo geschiedde. Net zoals zij de komende tijd hun invloed zullen gebruiken om Wilders schoon te wassen van al zijn zonden. Kranten vol columns van mensen die totaal wazige analyses loslaten op de samenleving, gaan analyseren waarom de PVV zo gevaarlijk niet is, wat er zo goed is aan de nieuwe Kamervoorzitter en ons allemaal gaan vermanen dat we niemand mogen demoniseren, want ‘niets is vergelijkbaar met de jaren 1930’ en ‘de kogel kwam van links’.

Met steeds diezelfde bewoording, zorgen zij er al zo lang voor dat het ‘redelijke midden’ heel redelijk in het midden blijft zitten. Als de handige, totaal naïeve buffer die zij al jaren zijn. Door ze constant aan te spreken op hun behoefte om ‘fatsoenlijk’ te zijn, waardoor ze zich liever keren tegen de heldhaftige pacifist die de woorden ‘domme lul’ durft te bezigen, dan tegen de enorm agressieve haat die er van extreemrechts afkomt. Zíj mogen intussen alles zeggen en alles en iedereen demoniseren, bedreigen en kapot maken. Want de kogel kwam van links.

Ik ben niet links. Ook niet rechts. Ik weet niet eens wat ik ben, want ik stem nu al zo vaak strategisch, dat ik niet eens meer weet wat ik zelf vind. De kogel kwam niet van mij. Die was helemaal van Volkert. Maar ik heb geen angst meer voor het creëren van een zogenaamd ‘klimaat’, want man o man, die angst voor een zogenaamd klimaat heeft een hele gure storm veroorzaakt. Om het in de woorden van de AIVD te zeggen: “Rechts-extremisten vormen een dreiging voor de nationale veiligheid en democratische rechtsorde omdat zij antidemocratische doelen nastreven, al dan niet met ondemocratische middelen.” Extreemrechts hééft al een klimaat gecreëerd. Dus. Een koekwaus is een koekwaus. Een complotdenker is een complotdenker. Wilders is niet mild. Een fascist is een fascist. Racisme is racisme. Iets is niet per se goed of onschuldig omdat een ‘blok kiezers’ een bepaalde ideologie aan de macht wil. En de jaren 1930 zijn niet uniek in de geschiedenis van de mensheid. Het is tijd om de angsthazerij neer te leggen.

Wees wars van journalisten die de hele dag op het X/Twitter van de extreemrechtse Musk zitten, en denken vanaf daar hun thermometer in de samenleving te kunnen steken. Vergeet die domme analyses van intellectuelen die de wereld vanaf hun luie leunstoel wel even zullen doorgronden en je vertellen hoe je wel of niet moet denken. Ik woon in een PVV gemeente in een heuse PVV wijk en ik heb werkelijk geen idee. De een vindt dat “het echt de spuigaten uitloopt met die vluchtelingen, want als je gaat winkelen in de stad word je in het Engels geholpen” (joehoe, dat zijn arbeidsmigranten en die zijn er om je huidige welvaart veilig te stellen), de ander is helemaal klaar met die leugenaars van de VVD en vindt het “fantastisch hoe Wilders ze de waarheid zegt”, weer een ander houdt zich “niet zo bezig met politiek, maar begrijpt Wilders tenminste” en “hij staat tussen de mensen” (hmpf), en eigenlijk hoor ik nog het meest dat mensen nooit meer VVD willen, “maar ook niet die Timmermans want die wil de hypotheekrenteaftrek afschaffen en bij Wilders is die tenminste veilig”, want hoe anders moeten ze anders hun hypotheek betalen en kunnen hun kinderen straks nog wel een huis kopen? Uiteindelijk weet niemand het antwoord, en is het tegelijkertijd niet zo moeilijk: Populisme scoort en racisme is geen bezwaar. Meer hoef je niet te weten.

Nederland heeft geen goede analisten. Of nee, dat is niet waar, ze zijn er wel, maar die willen niets te maken hebben met dat spel in de Nederlandse media. Want een klimaat, dat is er zeker. Er heerst een klimaat van bedreiging, van krankzinnigheid en totale domheid. We hebben een Tweede Kamer die voor de helft gevuld is met complotdenkers, rechts-extremisten, krankzinnigen en volslagen opportunisten. We hebben bijna geen nieuwsmedia over die niet de foute Telegraaf zijn, of zich er mee vereenzelvigen. Nog even terug naar het begin. In sommige landen is er geen vrijheid van meningsuiting en is het oppassen geblazen als je kritiek wil uiten op beleid. In Nederland is dat gelukkig niet zo. Je kán en mág zeggen wat je vindt. Maar in Nederland hebben wij een ‘redelijk midden’ dat je de mond snoert als je spannende dingen zegt. Een redelijk midden dat het levensgevaarlijk maakt om kritiek te uiten. Hun angst om de macht daadwerkelijk te bevragen, heeft ons hier gebracht. Want haat vind je in iedere samenleving, de wens om mensen die op wat voor manier dan ook kwetsbaar zijn te mogen vertrappelen, discriminatie op allerlei gronden ook, en racisten ook. Het kan alleen gedijen als het de ruimte krijgt om te groeien.

Het is tijd. Dat enorme ‘redelijke midden’ moet haar terrein niet zo braak laten liggen. Braakliggend terrein is gevoelig voor onkruid. Nu heeft er een zeer invasieve soort op wortel geschoten. Gaan we rigoureus wieden, of gaan we er jarenlang heel redelijk tegenaan staan wauwelen – zolang we maar niemand, godbetert, een domme lul noemen – en zien we wel hoe goed het kan woekeren? Angst is een goede voedingsbodem. Voor van alles. Roer je. En geef Peter Breedveld een column. Wie weet, durven we dan allemaal wat meer.

Onmenselijkheid

Zo begon het vorig jaar, met een “wow”. En hoop. Hoop dat het Kabinet zich eindelijk écht zou bekommeren om de ‘kwetsbaren’, na 2 jaar isolatie. Dat gesprek kwam er, met de minister. Het was indrukwekkend. Althans, voor mij. Sommige aanwezigen deelden hun zeer persoonlijke verhalen, er vloeiden tranen, maar er was ook boosheid en frustratie. Minister Kuipers hoorde het aan en leek er toch even begrip voor te hebben: dat deze mensen door het gevoerde coronabeleid volledig in een isolement zijn geraakt, dat ze niet meer weten waar ze het moeten zoeken en constant moeten vechten tegen het onbegrip in de samenleving. Zij kunnen niet meedoen. Hun partners staan aan de zijlijn, hun kinderen hebben geen normale levens meer. Corona is een constante dreiging, 365 dagen per jaar. We spraken af verder te praten over het rapport om, zoals de minister in bovenstaande clip ook zegt, de “kwetsbaren zo goed mogelijk te beschermen”.

Maar de minister heeft duidelijk twee gezichten. Eén gezicht die beloftes doet en dat andere gezicht, dat die beloftes hetzelfde moment al verbreekt. De economie moest op de eerste plaats komen – alsof dat de hele crisis lang al niet het geval is geweest – corona werd een ‘ondernemersrisico’, de minister van Volksgezondheid gaf zijn verantwoordelijkheid over aan ‘de burger’. We moesten het zelf maar gaan doen. Blijven opletten rond ‘kwetsbaren’, maar voor de rest: alle remmen los. Ongebreideld consumeren, de hort op, de drukte weer in, de economie weer op volle toeren laten draaien. Wie kwetsbaar is, is dat altijd – aldus de minister – dus ze moeten zichzelf maar beschermen. Thuis. Tussen vier muren. En dat was dat.

We kregen gesprekken met topambtenaren van VWS, dat wel. Maar ieder gesprek was een teleurstelling. Rapport niet gelezen, er gebeurt heel veel (op papier), protocollen, proportionaliteit, beleidstafel, draagvlak, politieke werkelijkheid, allemaal ambtelijke oplossingen voor het grootste probleem: hoe houden ze ons koest? Meer is het niet. Een afvinklijstje zijn we geworden: we zijn in gesprek dus de minister betrekt ons bij het beleid, aan verplichting voldaan. Maar meer dan praatjes zijn het niet. Ik chargeer geen letter. Voor ouderen, medisch kwetsbaren en long covid patiënten gebeurt weinig tot niets. Het doet er niet toe. De media interesseert het nog nauwelijks, Kamerleden hebben het ook van hun lijstje gestreept, het OMT … ik weet niet eens meer wat ik daar op moet zeggen. Het gaat ook bij het OMT de hele crisis lang al om proportionaliteit, wat had ik anders verwacht? ‘Kwetsbaren zijn altijd kwetsbaar’, ‘hun dood hoort er nou eenmaal bij’. ‘Het mag wat kosten’. Ja, het mag wat kosten. Alleen geen geld. En geen moeite.

Lang heb ik me ingehouden, omdat ja, hoewel ik gewaarschuwd was voor de tactieken van dit Kabinet en de modus operandi van VWS om belangengroepen binnen te trekken met als enige reden hen de mond te snoeren, ik wilde het voor niemand verpesten. Stel dat er toch een millimeter ruimte was, stel dat we toch een ambtenaar met enig gevoel in zijn of haar donder zouden treffen, stel dat we toch medemenselijkheid tegen zouden komen bij VWS. Stel dat. Maar er is geen stel. Het interesseert helemaal niemand daar in Den Haag. Nederland draait door. Jammer dan dat vele honderdduizenden mensen niet écht mee kunnen doen, jammer dan dat de sterfte onder ouderen aanhoudend hoog blijft, jammer dan corona rond blijft waren onder demente ouderen in verpleeghuizen. Jammer. Heel jammer. Jammer ook van al die mensen die vreselijk ziek blijven van een milde COVID-infectie. Jammer van die kinderen die invaliderend ziek zijn geworden. Jammer ook dat geen hond meer naar je omkijkt, dat je geen normaal leven meer kunt leiden, dat je in de financiële problemen komt, dat Veilig Thuis zich met je gezin bemoeit omdat je groot risico loopt op ernstige gezondheidsproblemen door COVID.

Jammer ja. Of eigenlijk is het niet eens jammer, het doet er gewoon niet toe. Wie heeft het er nou nog over? Wie spreekt zich er nog over uit? De ombudsman? Die vindt het niet zijn taak. Het College voor de Rechten van de Mens? Die vindt wel dat het niet ok is, maar zal zich er verder ook niet hard voor maken. Kamerleden? Tuut tuut tuut. De media? Waar staan die berichten over de ongelofelijk onmenselijke en wrede houding die we als samenleving aannemen ten opzichte van onze allerkwetsbaarsten? Het gaat om mensen die eigenlijk niet goed voor zichzelf kunnen opkomen en daarom makkelijk uit de samenleving weggedrukt kunnen worden. Zij kunnen niet op het Malieveld om aandacht vragen. Sommigen begrijpen niet eens wat er allemaal voor hen wordt besloten. Anderen hebben de energie niet vanwege hun ziekte. Om maar te zwijgen over de mensen die door hun isolement depressief zijn geworden.

Een afvinklijstje. Van gesprekken met COVID-directieleden zijn we afgegleden naar gesprekken met ambtenaren van lagere echelons waar ze helemaal geen beslissingen kunnen nemen. Waar rapporten niet worden gelezen. Waar afwimpel en sus-gesprekjes worden gevoerd. Die protocollen en processen uitleggen en die er werkelijk geen idee hebben van wat zich rond de kwetsbare groepen afspeelt. Op papier is het prachtig. Oh, werkt dat niet zo in de praktijk? Heel waardevol om te horen hoor, geef die signalen door. Zal ik doen natuurlijk. Maar het zint me niets. De processen, de protocollen, de papieren werkelijkheid van het ministerie, maar vooral de onmenselijkheid komen me mijn oren uit.

Al die signalen van wat er allemaal misgaat voor de medisch kwetsbaren en long covid patiënten kan ik overigens prima samenvatten in één zin: ER GAAT HELEMAAL NIETS GOED. Lees verdomme dat plan. Luister. Vind een beetje menselijkheid in je hart. In Nederland zijn we allemaal gelijk. We hebben allemaal evenveel recht om mee te doen aan de samenleving. De minister heeft de verantwoordelijkheid voor de volksgezondheid. Het boeit me helemaal niets welk draagvlak er allemaal wel of niet is om een simpel testje te doen of thuis te blijven bij klachten. Of om een mondkapje te dragen waar dat nodig is. Het zal me aan mijn reet roesten of een ziekenhuisbestuurder er geen zin in heeft om de veiligheid van de patiënten te beschermen. Niet interessant, dat het management van een verpleeghuis geen zin meer heeft om bewoners te testen op COVID. We willen allemaal zoveel dingen niet, maar we moeten het toch. Hele boekenreeksen vol met wetten en regels omdat we zoveel dingen uit onszelf niet zouden doen of laten. Hou toch op met dat smoesje. Als er geen draagvlak is, dan maak je die maar.

De volksgezondheid is de verantwoordelijkheid van de minister. Het recht op volwaardige deelname aan de samenleving is een verantwoordelijkheid van Kabinet en Kamer. Van alle instituten en organen die daarover mee mogen beslissen. Van iedereen die enige invloed heeft op beleid. Maar niemand trekt zijn mond erover open. Hoe makkelijk een hele grote groep burgers vanwege hun lichamelijke gesteldheid buiten de samenleving wordt gezet is huiveringwekkend. Hoe onverschillig dat bijna dit hele land laat… het is onmenselijk. Van ons allemaal. Mensen met een kwetsbare gezondheid voor COVID zitten grotendeels nog in isolement. Nu al drie jaar. Mensen met long covid zijn bij hen in dat schuitje gestapt. Vele honderdduizenden. Mensen. Mensen met voorheen een leven. Mensen met kinderen, met ouders, met grootouders. Mensen met behoeften en gevoelens. Mensen die het leven net zo waard zijn als ieder ander. Al zou er maar één topambtenaar zijn die bijvoorbeeld ons plan leest, of écht naar de patiëntengroepen luistert en hun lot serieus neemt. Al zou er maar één mens zitten daar bij VWS. Eén. Of misschien zit er nog een mens in de Kamer die zich verantwoordelijk voelt. Of bij een krant. Bij een van de vele, vele instituten die zich uit kunnen spreken over overheidsbeleid. Bij zo’n gesubsidieerde patiëntenclub. Iemand. Maar eerlijk gezegd is het zoeken naar die iemand met invloed die ziet dat de ‘kwetsbaren’ dringend bescherming behoeven. Tegen beleid dat hen buiten de samenleving zet. Tegen de minister van Volksgezondheid. Tegen ambtenaren die niet eens inzien dat hun onmenselijkheid buiten alle proporties is geraakt.

‘Fase Dor Hout’

Normaal gesproken rammel ik een stuk van ruim 2.000 woorden er binnen een uurtje uit. Maar dit stuk wil maar niet uit mijn vingers wil rollen. Ik zoek een rustige inleiding, omdat ik ergens wel weet dat je hele moeilijke dingen niet zo plompverloren op tafel moet gooien. Eerst wat feiten, de situatie duiden, rustig opbouwen en dan ergens in het midden van het stuk opbouwen naar de pijn. Tegelijkertijd weet ik dat het niet zoveel uitmaakt hoe je het zegt, het wil toch niet landen. Onze bestuurlijke elite zegt het al veel langer in van die mooi opgebouwde teksten: ‘We moeten de moeilijke gesprekken met elkaar gaan voeren’. Maar het gebeurt niet.

We zien het gebeuren, we weten waar we naartoe gaan, maar we zwijgen en doen alsof het niet bestaat. Dus moet je hier eigenlijk wel op een verzachtende manier over praten? Dringt dan de ernst wel door? Plompverloren dan toch maar: De pandemie is niet over. Mensen worden ziek. Langdurig. Invaliderend. Met échte pijn. Afgezonderd in een donkere kamer. Of op jonge leeftijd achter een rollator. Kijk eens om je heen in het straatbeeld: Er lopen veel minder ouderen. Jong en oud met extra groot risico op ernstige ziekte zit thuis, alweer of nog steeds. En die grote gapende kloof in ons midden? Daar liggen de mensen die dood mochten. Bijna 50.000 mensen. Dood.

Het ís tijd om die moeilijke gesprekken met elkaar te voeren. Ongemakkelijk. Toegeven dat we bezig waren ‘de economie’ te redden en niet elkaar. Maar dat deden we. En we zijn dat blijkbaar zo normaal gaan vinden dat we, zelfs nu blijkt dat de grootste winnaar van de pandemie in Nederland ‘de economie’ is, niet meer kunnen stoppen met mensenlevens offeren. Want dat is wat het betekent als we nu alles loslaten. Er is geen groepsimmuniteit. Er is slechts individuele, kortstondige immuniteit. De vaccins helpen méér individuen weerstand te bieden tegen ernstige ziekte, waardoor de ziekenhuizen niet meer zo makkelijk zullen overstromen, maar niet alle. En bij lange na nog niet genoeg. De gezondheidsschade blijft oplopen.

Wie niet acuut ernstig ziek wordt loopt het risico op allerlei gezondheidsschade: Variërend van achteruitgang van al bestaande gezondheidsklachten, tot invaliderend long covid. Daar beschermt die immuniteit niet tegen, want long covid blijkt gewoon een tombola, ook al ben je gevaccineerd. En individuele immuniteit biedt ook geen beschermend muurtje voor mensen die zelf die immuniteit niet opbouwen. Jouw besmetting eindigt niet bij jezelf, tenzij je in quarantaine of isolatie gaat. Doe je dat niet, dan geef je het door. In de keten van besmettingen die jij op gang brengt, zitten naast mensen die de ziekte wel aankunnen, ook gewoon de dood. Onherroepelijk. De oma van je vriendin, de vriend met astma van een kennis van een kennis in Groningen, de nicht van een vriendin van je collega in Kamperland, de pasgeboren zoon van een kennis van een vriend van een vriendin van een kennis in Indonesië. Want het stopt niet omdat jijzelf weer beter wordt. Dat je de schade niet met eigen ogen ziet, wil niet zeggen dat het er niet is. Het virus komt ten einde tussen de muren van je huis, of het eindigt in de dood. Hier zie je dat in een kille grafiek: Bijna 6,9 miljoen mensen dood. In drie jaar tijd. Volgens de officiële tellingen. In werkelijkheid zijn het er nog veel meer.

We kunnen doen alsof de pandemie voorbij is en stilzwijgend accepteren dat we heel veel mensen ziek of dood maken. We kunnen doen alsof we geloven dat corona maar een griepje is en we niet zien hoeveel schade we aanrichten. We kunnen doen alsof het onvermijdelijk is dat die mensen doodgaan. We kunnen doen alsof we geen andere keuze hebben, want “we kunnen niet eeuwig in lockdown”. Ik niet. We doen wat we doen omdat het goedkoper is, niets meer en niets minder. Er is geen enkele goede reden om niet meer te testen, zorgmedewerkers en bezoekers geen goed beschermend mondneusmasker te laten dragen, de binnenlucht te verbeteren, massaal thuis te werken waar dat kan, thuis te blijven als je luchtwegklachten hebt en je te testen als je met corona in aanraking bent geweest. Verstrek die zelftesten gratis. Zet die luchtfilters godbetert in ieder klaslokaal, want zijn we helemaal gek geworden om die kinderen te dwingen naar gebouwen te sturen waar echt (te)velen van hen long covid oplopen? Wat is er in godsnaam mis met ons? Ga mensenlevens redden. En als onze overheid dat niet doet, laten we dan zelf het goede voorbeeld gaan geven.

De tijd van op de rug rollen en overgeven aan het noodlot is wel voorbij. Het is zo’n beetje nu of nooit. Weet je nog toen we zo massaal over Marianne Zwagerman met haar dor hout heen rolden? Nou, in die fase zijn we beland. Met open ogen. We maken mensen ziek en dood omdat het een paar centen scheelt. Om dat te voorkomen hoeven we helemaal niet in lockdown. Weten we best wel. Hou daar toch eens mee op. Hou je corona gewoon thuis. Beter een paar dagen in quarantaine, dan meerdere keren per jaar ziek in bed. Beter een paar dagen goed uitzieken, dan levenslang long covid. Ga mensenlevens redden. Corona is er nog. En stuur een briefje aan minister Kuipers. Waar blijven de antivirale middelen, de mondneusmaskers voor de zorg, de investeringen in een nieuw vaccin die ook transmissie stopt? Waar blijven de schone klaslokalen voor de kinderen? Er is geen groepsimmuniteit. Er is geen beschermend muurtje. We doen survival of the fittest. Niet eens noodgedwongen. We kunnen echt nog veel doen om gezondheid en levens te redden en het kost niet eens zo heel erg veel. Een verandering van mentaliteit vooral, als je het mij vraagt. De economie is gezond. Nu wij nog.

En toen kwam corona

Het coronabeleid reduceert levenslustige mensen tot tweederangsburgers; een ‘number to treat’. Terwijl ze vóór de pandemie gewoon een leven hadden, zijn velen van hen nu al lange tijd geïsoleerd van de samenleving. Hun verhoogde risico op een ernstige ziekte door corona maakt hen kwetsbaar: voor de onwil van beleidsmakers om rekening met dat risico te houden.

Annelies schreef een open brief aan minister Ernst Kuipers van VWS.

Beste minister Ernst Kuipers,

Afgelopen woensdag heeft u mij ontmoet en zaten wij samen in het gesprek i.v.m. ons alternatieve lange termijnplan ‘Uit isolatie, samenleven ondanks corona.’ Helaas, door tijdgebrek heb ik niet kunnen zeggen wat ik namens zoveel mensen tegen u had willen zeggen. Dus bij deze.

Ik zal mij voorstellen: in de eerste plaats ben ik Annelies, een vrouw van 52 in de bloei van mijn leven! Getrouwd met Raymond, hij is 53 jaar en samen hebben we een zoon van 14 jaar, een heerlijke puber. Vóór Corona zong ik en speelde ik met mijn band voor publiek, we repeteerden elke week in zo’n, nu gezien, heerlijke kleine bedompte oefenruimte. Ik deed graag aan Drakenboot peddelen, samen met ongeveer 22 mensen keihard strijden om de snelste te zijn en ik ben een enorm gezelschapsmens die voor anderen klaarstaat, dus ik was ook vaak onder mensen te vinden.

Sinds de pandemie ben ik nog steeds die vrouw, precies dezelfde sterke vrouw, maar voor de buitenwereld en voor u ben ik ineens die kwetsbare waar de kwetsbaarheid niet meer uit gehaald kan worden. Volgens uw woorden ‘voel’ ik mij kwetsbaar! Of zoals u laatst bij Eén Vandaag zei: Ik begrijp heel goed dat mensen met een kwetsbare gezondheid ‘bang’ zijn om besmet te raken, maar die verhoogde ‘gevoeligheid’ kan ik niet wegnemen.’

Deze ongetwijfeld zorgvuldig door u gekozen woorden zorgen er keer op keer weer voor dat wij neergezet worden als angsthazen. Alsof wij alleen de angst hebben dat ons wat ergs kan overkomen door Corona. Iets waar vervolgens een behoorlijk deel van de ‘samen’leving ons dan ook een draai mee om onze oren geeft als wij weer eens met een FFP2 over straat lopen. ‘Daar heb je weer twee van die randdebielen’, zoals een man laatst tegen een klein jongetje, die hij aan de hand mee nam, zei toen mijn man en zoon langsliepen. Of al die bewust door mensen geplande hoest en proest geluiden onze richting op. Of i.p.v. ons de ruimte te geven, echt heel bewust onze kant op komen lopen met zo’n blik van ‘even kijken wat jullie nu gaan doen’.

In 2007 heb ik, zoals u al weet uit het artikel van het Nederlands Dagblad, waar in de Tweede Kamer vele vragen aan u over werden gesteld, een nier van mijn man gekregen. Het gaat sindsdien heel goed. Ik voel mij geen patiënt meer. Ik hoef sinds die tijd ook niet meer dagelijks aan de dialyse. Vanaf de transplantatie heb ik mij ook nooit kwetsbaar gevoeld eigenlijk. Ben ook niet echt kwetsbaar geweest eerlijk gezegd. Mijn nefroloog heeft dit toen ook nooit zo besproken. Ik moest gewoon altijd op de dingen letten waar zwangere vrouwen ook op moeten letten, bijvoorbeeld wat voeding betreft. Niks uitzonderlijks dus wat dat betreft. Een verkoudheid van iemand anders ging ik ook niet uit de weg. Ik gaf diegene alleen geen drie zoenen dan. Als iemand echt behoorlijk de griep te pakken had, dan ging ik niet langs, maar dat was ook altijd algemeen bekend onder familie en vrienden. Sterker nog, niemand had zin in de griep, dus dit telde voor ieder ander persoon net zo. Ik krijg elk jaar ook nog eens de griepprik en als ik toch echt behoorlijk ziek zou worden van de griep, wat niet is gebeurd, dan waren er altijd (en nog steeds) middelen om mij te helpen opknappen.

Toen kwam corona. Door corona loop ik ook echt meer risico om ernstig ziek te worden. Om de nier van mijn man in mijn lichaam te behouden moet mijn immuunsysteem, op een kunstmatige manier, wat verlaagd worden, zodat mijn immuunsysteem niet als een gek gaat vechten tegen dit voor mijn lichaamsvreemde orgaan. Slim bedacht door de mensen van de wetenschap, want op deze manier is orgaantransplantatie mogelijk gemaakt. En zegt u nou eens eerlijk: iedereen zou toch een donororgaan willen als het leven van die persoon daar kwalitatief beter van wordt. Daarom ben je echt geen minder mens, maar dat hoef ik u als arts niet te vertellen natuurlijk.

Helaas is na vaccinatie gebleken dat door het verlagen van mijn immuunsysteem de corona vaccinaties ook niet goed hun werk konden doen. Mijn lichaam maakt door het verlaagde immuunsysteem niet zoveel antistoffen aan tegen corona, zoals dat bij een mens zonder immuun onderdrukkers zou moeten gebeuren. Er is zelfs nog een groep mensen, die in precies hetzelfde schuitje zitten qua medicijnen, die 0 antistoffen tegen corona hebben opgebouwd door hun immuun onderdrukkers.

Mensen zoals ik ZIJN nu kwetsbaar voor corona inderdaad. Wij willen geen Corona, want dat kan betekenen dat onze gezondheid juist weer achteruit gaat, terwijl het NU juist goed gaat. Eigenlijk zou niemand corona moeten willen krijgen, want over Long Covid is ook nog steeds niet alles duidelijk. Dit raakt zelfs ook de aller gezondste mensen, dus wat dat betreft zijn we allemaal kwetsbaar.

Over het woord ‘kwetsbaar’ gesproken, ik vind eigenlijk dat het niet de lading dekt. In het van Dale woordenboek staat bij ‘kwetsbaar’:

  1. vatbaar voor verwonding of ander onheil.
  2. erg gevoelig. Door continu het woord ‘kwetsbaar’ te gebruiken geeft u de ‘samen’leving de suggestie dat het probleem bij onszelf ligt, tussen de oren dus, maar dat is niet waar. Dus vanaf nu stel ik voor dat het woord ‘kwetsbaar’ weglaat en dit vervangt door het woord ‘risico’.
    Van Dale: ‘risico’:
  3. gevaar van schade of verlies

Ik ga even weer terug naar uw zin: ‘Je haalt de kwetsbaarheid niet uit de kwetsbaren.’ Je haalt inderdaad het risico om ernstig ziek te worden niet uit ons voor wat betreft corona, maar er zijn zoveel mogelijkheden om ons wel te beschermen tegen corona. Dat u het risico niet uit ons kunt halen geeft u niet het recht om vervolgens ons die nodige bescherming niet te geven.

Ten eerste het mondkapjes gebruik in drukke binnenruimtes. Dit is een laagdrempelig iets waarvan u en ik weten dat het echt werkt. Genoeg wetenschappelijke onderzoeken hebben dit aangetoond. En op 29 september 2020 heeft u zelf tijdens een interview in Op1 gezegd: ‘Er zitten allemaal maatregelen tussenin en mondkapjes is er één van. De discussie van ‘het werkt niet’ is onzin. Het werkt wel degelijk.’

Ten tweede zijn er middelen die ons preventief kunnen beschermen zoals Evusheld. Per half jaar krijgen de mensen met 0 of weinig antistoffen de kantenklare antistoffen tegen corona via twee injecties. Ook zijn er medicijnen die ons kunnen beschermen tegen een ernstig verloop van de ziekte als we corona krijgen, zoals Paxlovid. Pillen die ons in de eerste 5 dagen na besmetting gegeven moeten worden.

Evusheld is nu in Nederland beschikbaar, maar de SWAB heeft voor het preventieve gebruik, waar Evusheld voor bedoeld is, een negatief advies afgegeven. Er is te weinig, maar dat had u heel anders kunnen aanpakken hebben wij begrepen van Liane den Haan en Astra Zenica en dat is nog steeds mogelijk.En het zou niet werken tegen BA4 en BA5, maar recent onderzoek heeft aangetoond dat het ‘slechts iets minder effectief’ is oftewel nog behoorlijk effectief. Over Paxlovid bent u naar eigen zeggen nog in onderhandeling sinds januari, maar inmiddels heeft de SWAB zelfs daarover al een negatief advies uitgesproken. Het zijn slechts richtlijnen, maar de toon is gezet.

Dus ook deze middelen die ons kunnen beschermen en in veel landen om ons heen in ruime mate aan mensen in de risicogroep gegeven worden, zijn geen mogelijkheid voor ons blijkbaar!
In Nederland zijn we een Number To Treat, terwijl in Duitsland alles gedaan wordt om de risicogroep en zelfs de hele bevolking te helpen!

Tot slot wil ik deze open brief eindigen met een aantal vragen.

Mijn vragen aan u zijn:

  1. Waarom bent u niet actief bezig om de hele samenleving te beschermen tegen corona. Iedereen loopt risico op Long Covid of ernstige aandoeningen na één of meerdere besmettingen.
  2. Waarom blijft u de bovengenoemde bewoordingen gebruiken om de mensen met risico weg te zetten alsof het bij hen tussen de oren zit en alsof er niet voor ons gedaan kan worden om ook deel te kunnen nemen aan de maatschappij.
  3. Waarom worden de FFP2 mondkapjes en de middelen Evusheld en Paxlovid in Duitsland en andere landen wel succesvol gebruikt en laat men deze hier links liggen?

Mijn man en mijn zoon leven al 2,5 jaar samen met mij in de pauzestand om mij te beschermen. De hierboven genoemde beschermingsmiddelen, zoals de mondkapjes in binnenruimtes, Evusheld/Paxlovid zouden ook voor hen een weg uit isolatie zijn en een weg voor mijn zoon om weer onbezorgd af te spreken met vrienden, een balletje te trappen of simpelweg verliefd te kunnen worden. Ik ben niet kwetsbaar, ik ben kwetsbaar gemaakt!

Vriendelijke groeten,
Annelies Hilgersom.
Ook wel bekend van #VergeetOnsNietErnst.
@bandlies op Twitter

Er zit een akelig addertje onder het coronabeleid van Minister Kuipers

Terwijl afgelopen maandag experts de Tweede Kamer hun adviezen gaven voor een optimaal coronabeleid, nodigde minister Kuipers elders in hetzelfde gebouw via de media juist de bevolking uit om met eigen plannen voor de volksgezondheid te komen. De coronacrisis is voorbij, we zullen moeten leren leven met het virus, zo luidt zijn boodschap. Burgers en sectoren zijn aan zet, vindt de minister. Later legde hij in het praatprogramma Op1 uit tot dit besluit te zijn gekomen omdat “verschillende groepen mensen hebben gevraagd om minder maatregelen en zelf de mogelijkheid te willen om op hun eigen situatie maatregelen te nemen”. Wie zijn die groepen mensen dan, vraag je je af. Nou, een roeivereniging van studenten bijvoorbeeld, en kappers. Allemaal groepen mensen die hebben aangegeven “zelf wel te weten hoe het moet” en dus gaan we het zo doen.

Niet om flauw te doen, natuurlijk moeten we manieren vinden om met het virus te leven. Het is enorm te waarderen dat die groepen mensen nadenken over wat zij zelf kunnen doen. Maar wat gaan zij eigenlijk doen, in welke situatie en wiens belang dient het? Hun eigen belang? Dat van de samenleving? De volksgezondheid? Of dienen ze vooral de bewegingsvrijheid van het virus zelf? Weten ze zelf wel waar ze naartoe werken, want voorlopig heeft de minister niet veel méér visie dan slechts de leuze ‘leven mét het virus’. En dat is voor velerlei interpretatie vatbaar. Je kunt ervoor kiezen het virus zijn gang te laten gaan en alle gezondheids- en nevenschade zondermeer te accepteren. Je kunt er ook voor kiezen de verspreiding van het virus te minimaliseren, zodat er zo min mogelijk schade ontstaat. En hoe doe je dat? Met dwingende maatregelen? Door sociale normen te vestigen? Een combinatie van beide? Welke mogelijkheden hebben we dan tot onze beschikking? Welke kernwaarden moeten we in acht nemen? Kunnen we elkaar onbeperkt laten doodvallen? Of moet dat allemaal vorm krijgen in onze onderlinge strijd om onze eigen belangen?


Terug naar normaal

Als de crisis inderdaad voorbij is, kunnen – nee, moeten – we ‘terug naar normaal’. Maar dan ook echt. In het ‘oude normaal’ hadden we al heel wat kernwaarden geformuleerd en grondwettelijk vastgelegd. Voor de minister geldt dan ook weer een normale werksituatie waarbij zijn beleid ál onze grondwettelijke rechten dient en garandeert. Het recht op volksgezondheid, toegang tot goede zorg én gelijke rechten op deelname aan de samenleving, met min of meer evenredige risico’s voor de gezondheid. Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) maakte bij de Rondetafelgesprekken in de Tweede Kamer nog maar eens duidelijk: De verantwoordelijkheid voor de volksgezondheid ligt bij de minister. Het College voor de Rechten van de Mens was nog veel explicieter: het is geen optie om de virusverspreiding niet terug te dringen.

Nu is mijn vraag aan de minister: Hoe gaan we terug naar onze normale rechten? In het lange termijnplan is niet eens een duidelijk doel geformuleerd. De strategie is aan de sectoren. Middelen tot onze beschikking? Onbekend. Kan ik als individu bijvoorbeeld bij de minister een voorlichtingscampagne bestellen om de testbereidheid te vergroten? Kan een winkeliersvereniging op bestelling een mondkapjesplicht in hun winkelgebied krijgen van de burgemeester? Kunnen scholen de rekening van gratis zelftests voor scholieren rechtstreeks naar het ministerie laten sturen? Zorgmedewerkers die willen dat zijzelf en hun patiënten FFP2-maskers dragen, kunnen die dat onbeperkt declareren? Kan de buschauffeur die zichzelf wil beschermen passagiers weigeren die geen mondkapje willen dragen, als daar geen richtlijn voor is? Natuurlijk niet. Er zitten duidelijk voorwaarden en grenzen aan wat wij zelf mogen bepalen en regelen. Die voorwaarden en grenzen, die staan dan weer nergens op papier.

Addertje onder het gras

Stiekem houdt de minister dus toch gewoon stevig de touwtjes in handen en daar zit het vreselijk nare addertje onder het gras. Het líjkt nu wel alsof we zelf de verantwoordelijkheid over de volksgezondheid in handen krijgen, maar de minister bepaalt wanneer hij wel en niet handelt en welke middelen hij ter beschikking stelt. Op onvoorspelbare gronden, of op onvoorspelbare momenten. Samen met het RIVM bepaalt minister Kuipers welke adviezen of richtlijnen we krijgen en welke mogelijkheden er zijn om onszelf en elkaar te beschermen. En wie bepaalt eigenlijk welke lobbyclub bij de minister aan tafel komt? Een roeiclub bleek succes te hebben, terwijl de groep medisch kwetsbaren verenigd onder ‘#VergeetOnsNietErnst’ al maanden tevergeefs probeert om met de minister in gesprek te komen. Zo is het niet eens meer het recht van de sterkste, of van diegenen met de grootste mond. We zijn blijkbaar afhankelijk geworden van de persoonlijke willekeur van de minister.

Het jachtseizoen om de gunsten van de minister is geopend. Het uitruilen van vrijheden kan weer beginnen. Maar opgepast, beste lobbyisten. Moet je onderneming uiteindelijk toch de deuren sluiten omdat IC’s overstromen? Ondernemersrisico. Eigen schuld. Geen overheidssteun. Want tja, wij wisten toch zo goed hoe het moest?

Hoop

Vorige week zat ik aan tafel bij het praatprogramma Op1. Ik zou er komen praten over het belang van preventie, de verkeerde keuzes die we maken en de invloed van onze mentaliteit en ons gedrag op de pandemie. Dat virus doet uit zichzelf helemaal niets, dat zouden we inmiddels moeten begrijpen. Het gaat ook niet uit zichzelf weer weg. Wij zorgen ervoor dat het van mens tot mens overgedragen wordt en hoe meer we dat toestaan, hoe groter de kans op varianten die ons dagelijks leven overhoop halen.

Pandemiemoe

Iedere golf weer denken we: dit is de laatste. En iedere golf weer raken we – precies als dat virus vaart krijgt – pandemiemoe en moet alles open. Logisch, ergens, want als de verspreiding in versnelling komt, worden er meer maatregelen genomen en ligt het leven weer stil. Dat daar verzet tegen komt is ja, logisch. Want hoewel de gezondheidsschade van SARS-CoV-2 enorm is, krijgen de meeste mensen nou eenmaal niet te maken met ernstige ziekte. Wel ervaren we allemaal de last van de maatregelen en dus staan ze telkens ter discussie. De media volgen die lijn. Dat is wat in de maatschappij leeft, dat is dan ook waar we het over hebben. We kijken naar de landen om ons heen. Waar gaat het goed? Waar hebben ze minder maatregelen? Zie je wel, dáár kan het gewoon, dus moet nu alles open.

Willekeur

Het is een beetje willekeurig waar we die voorbeelden vandaan halen. Gewoon, zoals het uitkomt. De ene keer is het Zweden, dan Denemarken, dan weer het Verenigd Koninkrijk. Als ze maar minder maatregelen hebben, dan is het ons voorbeeld. En die voorbeelden houden we oppervlakkig: dáár in Denemarken is geen lockdown, dus kan bij ons alles open. Dáár in het Verenigd Koninkrijk laten ze alles los en dat gaat goed, dus dat is ons voorbeeld. We kijken niet naar alle andere maatregelen en voorzorg die ze wel hebben, hoe mensen zich daar gedragen, of de bevolkingen van die landen óók vinden dat het zo goed gaat allemaal en welke prijs ze betalen voor het gevoerde beleid. Dáár is het open, dus wij moeten ook open, punt.

Het hele plaatje

Laten we er een voorbeeld uit pikken: In Denemarken werd versoepeld, maar tegelijkertijd namen ze andere voorzorgsmaatregelen. Voortvarend testen op scholen bijvoorbeeld. Ze hebben sowieso een andere – veel uitgebreidere – testcultuur dan wij en dat scheelt wel een hele hoop op het gedrag. Als mensen weten dat ze besmettelijk zijn, zijn ze toch eerder geneigd thuis te blijven. En het scheelt ook als er een testlocatie om de hoek is en je de uitslag snel krijgt, om de stap te zetten om je überhaupt te laten testen. Het zijn geen details. Het bepaalt in grote mate hoe mensen zich gedragen en dus hoeveel ruimte het virus krijgt om van mens op mens overgedragen te worden. Het bepaalt voor een heel groot deel het verloop van de verspreiding.

Op zoek naar een gidsland

Een ander voorbeeld: Het Verenigd Koninkrijk. Dat moet ons gidsland worden, want daar laten ze alle maatregelen los en het gaat goed! Oppervlakkig bezien dan. Want vinden ze in dat land zelf ook dat het goed gaat? Niet bepaald. In de zorg zijn grote problemen ontstaan en onder de bevolking is veel onvrede. The British Medical Association sprak zich fel uit tegen het beleid van Johnson. Vele honderden mensen reageerden op social media dat Johnson hiermee eigenlijk alleen maar zijn eigen politieke positie probeert te redden, nu hij onder vuur ligt vanwege zijn aanwezigheid bij feestjes tijdens lockdowns.

Chaos

Er is altijd meer dan we met onze oppervlakkige blik zien. Welke politieke keuzes worden er gemaakt en met welke motieven, hoe is het gedrag van de bevolking, hoe groot was en is de druk op de zorg in een bepaald land, welke voorzorgsmaatregelen treffen ze op plekken waar het virus zich makkelijk verspreidt, hoe goed hebben ze het virus in beeld, wat doen ze aan voorlichting en hoezeer wordt het mensen mogelijk gemaakt zich aan de basisvoorzorg te houden? Het is allemaal niet zo makkelijk te vertalen naar onze eigen situatie. Helemaal niet, eigenlijk. Als je wil weten hoe de vork echt in de steel zit, moet je hele dagen ontzettend veel coronanieuws volgen. Dat doet bijna niemand. We zijn massaal pandemiemoe. Ook onze media. En die diepen de situatie dan ook steeds minder uit. De waan van de dag neemt ons weer steeds meer over. Ook logisch. Maar het maakt de situatie wel steeds moeilijker om te dragen. Tel daar campagnevoerende artsen bij op die ons komen vertellen dat we covidpatiënten dood moeten laten gaan, burgemeesters die zich aansluiten bij protestacties en al die hele dringende belangen die er in de samenleving zijn en de chaos is compleet.


Belangen

Dat wilde ik vertellen bij Op1. Ik maakte een begin. Maar het gesprek ging alle kanten op. Alle begrijpelijke kanten. Want er zaten mensen met belangen. Met nood. Met hun eigen zorgen. En daar zou ik dan doorheen denderen met ontnuchterende boodschappen over hoe de pandemie niet voorbij is. Dat als we blijven verspreiden, we de pandemie in stand houden. Dat we ook niets wíllen om verspreiding te voorkomen. Niet eens de minst ingrijpende dingen, zoals het dragen van een mondkapje en testen. Dat we daar niet in investeren. Dat we er iedere keer weer vanuit gaan dat dit de laatste golf is en we ons nergens op voorbereiden. De overheid niet, wij zelf ook niet. Klopt allemaal nog steeds, volgens mijzelf. Maar in die setting, met de mensen die daar zaten om over hun eigen problemen te praten, voelde het zo volkomen misplaatst om dat te zeggen, dat ik mijn mond hield.

Het zat me dwars, na afloop. Was ik gewoon te bescheiden geweest? Had ik moeten interrumperen en meer aandacht voor míjn verhaal moeten vragen? Was ik gewoon niet zo’n sterke gast of zat er iets niet goed aan mijn eigen interpretaties? Achteraf bezien: nee, daar had het niets mee te maken. Ik wil het leed van anderen niet bagatelliseren of ontkennen. Punt is, ik begrijp het. Als je zelf weinig risico loopt op ernstige ziekte, wegen andere belangen gewoon zwaarder. En sommige mensen zitten in zwaar weer momenteel.

Iedereen heeft recht van spreken

Eigenlijk begrijp ik iedereen die de last van de pandemie niet meer kan dragen. En ook dat iedereen recht van spreken heeft. Dat de maatregelen knellen, begrijp ik. Ik begrijp dat mensen hele echte financiële belangen hebben en dat financiële problemen even reëel en heftig (kunnen) zijn als het risico op ernstig covid of long covid. Maar ook dat mensen behoefte hebben aan de ‘kleine dingen’. Gewoon, je vrij kunnen bewegen en doen waar je zin in hebt. Of samen zijn met andere mensen. Onze sociale behoeften maken ons mens. Om dat jarenlang ‘uit te zetten’, past niet bij onze natuur. Dat geldt voor iedereen. Ook voor mensen die meer risico lopen op ernstig covid. Ook zij hebben al die andere belangen en behoeften, naast een reëel gezondheidsrisico. Dat kunnen ze niet eens meer zeggen. Zij strijden om hun gezondheid te mogen beschermen, waar de artiest strijdt voor het overleven van zijn sector en de horecaondernemer voor het voortbestaan van zijn zaak en niet weggezogen te worden in enorme schulden.

Lobbyen

Dus daar zat ik, aan die tafel en ging dit door mijn hoofd. Ik had van alles willen zeggen, maar eigenlijk viel er niets te zeggen. Het ging over belangen. Het ene belang boven het andere plaatsen. Als ik mijn eigen uitingen in de media in de afgelopen twee jaar doorneem, kom ik daar zelf even ongenuanceerd uit naar voren als ieder ander. Met zoveel gasten aan tafel en maar beperkte tijd om dingen te kunnen bespreken, kan je ook bijna niet anders. Dus wordt je verhaal automatisch een pleidooi voor het een of ander en dat is wel de laatste positie waarin ik me wilde bevinden. Ik besloot dat ik daarmee moest breken. Het is wat de pandemie in stand houdt, dat weet ik. Het ene belang boven het andere stellen. Het uitruilen van vrijheden. En daarom zat ik met mijn mond vol tanden. Achteraf vind ik: ik deed het juiste. We hebben een overheid die het lobbyen aanmoedigt en dus is het lobbyen wat we doen. Wie ben ik, om andere mensen hun vijf minuten om te kúnnen lobbyen te ontnemen?

De pandemie is voorbij

In Nederland is nu vrijwel iedereen er wel van overtuigd dat de pandemie afgelopen is. Het hele wrange is, dat we dat in de afgelopen twee jaar al drie keer eerder dachten. Steeds loopt het uit op een teleurstelling en zeggen we achteraf: dit hadden we kunnen weten. We hadden ernaar moeten handelen. Maar niemand doet het. Het lijkt er voorlopig overigens niet op dat de pandemie na omikron afgelopen is, waarschuwt de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) nog altijd. Alle waarschuwingen glijden langs ons heen. Omikron is ‘zo mild’, dat nu bijna iedereen wel vindt dat het losgelaten kan worden op de samenleving. Mét het risico dat op die manier weer nieuwe varianten ontstaan. En hoe dat dan weer zal gaan? Dat weet niemand.

Hoop

Het is afwachten wanneer er weer een nieuwe variant komt en hoeveel schade dat virus zelf kan aanrichten aan de gezondheid. Het kan meevallen, het kan tegenvallen. We zouden ons allemaal moeten voorbereiden op wat nog zou kúnnen komen, de worst case scenarios. Nu een keer wel. We doen het beter voor niets, dan ons weer te laten overspoelen door een nieuwe golf. Maar we zitten vast in onze eigen belangen van nú, op dit moment. We overzien niet eens meer dat we bij een volgende golf ook nog belangen hebben. Het hier en nu knelt. De overheid biedt geen houvast. Het coronabeleid schiet alle kanten op. Niemand heeft de regie. Er is geen plan. En dus is onze enige hoop dat de pandemie zomaar vanzelf eindigt. Ook dat begrijp ik. Dus wie ben ik, om andere mensen die hoop te ontnemen? Daarom was ik stil. Uit respect, maar ook uit onvermogen. Ik heb namelijk ook geen oplossing.

Het is nog lang geen tijd voor 2G

De instroom in de ziekenhuizen lijkt over de piek heen. Het dreigende code zwart is ternauwernood afgewend. Ondanks alle tegensputteren van de IC’s werd gisteren verder opgeschaald naar 1.250 bedden. Om dat te realiseren moet de (acute) planbare zorg worden afgeschaald. Volgens IC-baas Peter van der Voort van het UMC Groningen, wordt er al geselecteerd aan de poort en ís het daarmee feitelijk al code zwart. Ook de huisartsen ramden op de noodknop: bij hen is het allang code zwart.

Er zit een verschil tussen het medische- en het politieke code zwart, blijkbaar. Een politiek handigheidje. Maar het kan de feiten niet wegpoetsen: De overheid is niet in staat te waarborgen dat iedereen in geval van ziekte de juiste geneeskundige bijstand en verzorging krijgt. En dat is wel een juridische plicht. Nood breekt wetten. De vraag is wel: is dit wel ‘nood’ te noemen, of de uitkomst van inadequaat beleid?



Recht op gezondheid

Wat gaat het kabinet doen om afschalen van zorg voortaan te voorkomen? Is het, met alle kennis en hulpmiddelen die we tot onze beschikking hebben, acceptabel om reguliere zorg weer af te moeten schalen? Naar verwachting gaat de pandemie nog jaren duren. Gaan we dat bij elke volgende golf doen? Welk effect heeft dat op de algehele volksgezondheid?

In het Internationale Verdrag inzake de economische, sociale en culturele rechten verbindt de overheid zich ertoe epidemische èn endemische ziekten te voorkomen en te bestrijden. Een strategie die virusverspreiding op hoog niveau toestaat, kan men onmogelijk ‘bestrijding’ noemen. Toch is dat wat het kabinet met 2G wil doen: het virus vrij laten verspreiden onder gevaccineerden en de verspreiding onder niet-gevaccineerden dempen door hen toegang te ontzeggen tot hoogrisicolocaties. Terwijl ze elkaar op andere plekken, of zelfs in het eigen huishouden, nog wel tegenkomen. Of een besmetting komt binnen via schoolgaande kinderen. 2G is dus geen dekkend systeem. Gevaccineerden verspreiden het virus immers ook.

Omikron

Voordat de overheid overgaat tot maatregelen die onze grondrechten aantasten, moet eerst alle inspanning verricht zijn om met andere, minder ingrijpende middelen de epidemie te bestrijden. Klik om te Tweeten

Met Omikron op de loer, is een systeem dat verspreiding toestaat een valse belofte op terugkeer naar het oude normaal. Ook tijdens deze golf zien we: de meest kwetsbare personen worden, ondanks vaccinatie, nog steeds hard getroffen. Er is een recordaantal besmettingen in verpleeghuizen en ook het aantal sterfgevallen loopt er weer op.

We lonken naar Israël, waar boosters de schade van Delta aanzienlijk leken te beperken. Wat we niet willen zien, is dat er in Israël naast boosteren een slim beleid onder zat: Inreisbeperkingen, 2 meter afstand, maskers voor iedereen ouder dan 7 jaar en voordat het schooljaar er begon werd alle ouders gevraagd hun kinderen te testen. Dat hield de scholen goeddeels coronavrij en dat scheelt. Israël zet dus niet alleen in op vaccineren, maar op een heel palet aan maatregelen, waarbij “testen, testen en nog meer testen” de ruggengraat vormt.

Het Nederlandse coronabeleid heeft niet een dergelijke ruggengraat. Het laat zich eerder kenmerken door ‘grote stappen snel thuis’. Nu is het in het verhitte vaccinatiedebat een lulligheid aan het worden om op onze grondrechten te wijzen. Maar voordat we overgaan tot een ingrijpende inperking van die grondrechten, is het toch belangrijk te realiseren dat niet alle minder ingrijpende middelen zijn uitgeprobeerd en zeker niet uitgeput.

Pilaren van de coronabestrijding

We lijken steeds de belangrijkste pilaren van de coronabestrijding over te willen slaan: Testen, traceren, isoleren, quarantaine. Nederland investeert er heel weinig in. Van laagdrempelig en fijnmazig testen is helemaal geen gebruik gemaakt. Dat bereik je bijvoorbeeld met veel testlocaties, maar die hebben we in Nederland niet. “Met minder testlocaties grote aantallen wegzetten … als waren we Unilever”, aldus de Jonge.

Het bron- en contactonderzoek spoort in nog geen kwart van de gevallen de bron op. Mensen krijgen slechts een dringend advies om in quarantaine te gaan. In het kader van ‘proportionaliteit’ is het wellicht effectiever om – in plaats van 2G – over te gaan tot een wettelijke verplichting tot isolatie en quarantaine van besmettelijke personen. Zoals bij een Groep A ziekte wettelijk gezien altijd al een mogelijkheid zou zijn geweest.

We hebben meer ‘gereedschappen’ achter de hand: zoals FFP2-maskers in de zorg, want ook in de zorgsetting raken mensen besmet. Mondneusmaskers in alle binnenruimten voor iedereen vanaf 6 jaar, zoals de Wereldgezondheidsorganisatie adviseert. Ook als je zit. Goede ventilatie op scholen, CO2meters en hepafilters. De schoolvakanties anders indelen.

We hebben nauwelijks maatregelen die écht iets doen met ons gedrag. Uit gedragsonderzoek blijkt dat 70% van de positief getesten thuisblijft na een positieve test. Nog maar 3% gaat op visite. De mensen die wel naar buiten gaan, doen dat voornamelijk om een luchtje te scheppen. Zonder quarantaineplicht zou dit al een bijna dekkend systeem kunnen zijn, als de vaccinatiebereidheid nou maar wat hoger zou zijn.

Bestrijden in plaats van verspreiden

Israël zet niet alleen in op het voorkomen van ernstige ziekte door vaccinatie, maar ook op het tegengaan van verspreiding. Denemarken lijkt ook meer in te willen zetten op een dergelijke strategie. Wij lijken voor een strategie te willen gaan die het ons toestaat het coronavirus te blijven verspreiden, zonder zo’n slim vangnet. 2G en alles open. Of: iedereen gevaccineerd en we kunnen weer. Dat zal onherroepelijk weer eindigen in lockdowns en code zwart. De vaccins geven immers geen steriele immuniteit.

Het is daarom nog lang geen tijd voor 2G. En ook niet voor een vaccinatieplicht. Laten we eerst een begin maken met het tegengaan van verspreiding. Door overal een mondneusmasker te dragen bijvoorbeeld. Dat is wel het minste wat we zouden kunnen doen om de zorg overeind te houden. En door in te zetten op ‘testen, testen en nog meer testen’. Door alle besmettelijke personen op te sporen en in quarantaine te zetten.

De steeds weer terugkerende ‘lockdownachtige’ maatregelen voelen vaak zwaar aan. Toch doen we veel minder dan het lijkt. Als je je bedenkt namelijk, dat Sierra Leone – een van de armste landen ter wereld – een quarantaine-app heeft om mensen levensmiddelen te brengen zodat ze in quarantaine blijven, kan je je afvragen hoe serieus wij de bestrijding van dit virus eigenlijk nemen.


De storm voor de stilte

Het is geen kabbelend bootje
En soms
Een woelige baar
Geen mammoettanker
Die zijn tijd neemt
Het is wildrazend
Die locomotief
Zo’n ouderwetse
Die met knarsende remmen
En oorverdovend schuren
Van metaal op metaal
Steeds harder
De helling af raast
Log en zwaar
Door niets meer te stoppen
Een mammoettanker
Was het dat maar.

Terwijl die trein voortraast
Dringen we allen naar voren
Elkaar vertrappend
We duwen elkaar
Onder die loodzware wielen
Niet overleven
Maar vrijheid
“Vrijheid wil ik!”
Roepen we naar elkaar.

Hier in het westen
Kennen we rampen vooral
Van fictie
Van de film
Of die echte
Uit de kranten
Maar niet nu
Tijdens het avondeten
Niet nu
Mijn goede bui
Want er is ellende
Dat weet ik
Maar het moet niet te zwaar worden
Allemaal
Als ik het niet wil horen
Kan het gewoon uit
Het journaal.

Zeg niets
Doe niets
Veroorzaak geen paniek
Laat ons zwelgen
In de onschuld
Doorbreek het sprookje niet
Gealarmeerd zijn is veel erger
Dus laten we zwijgen
Dan doen we alsof
Als we onze ogen sluiten
Dan is het er niet.

Al kakelend
Richting afgrond
Geen verdriet
Geen ontzag
Al brullend
Woest spartelend
Al staat daar een monster
Te spuwen
Mijn vrijheid
Krijg je niet.

Iedere seconde
Die we verbrullen
Dendert de rampspoed
Gestaag voort
Breekt al knarsend
Door zijn remmen
Knakkende ego’s
Op het spoor.

De alarmbellen
Kunnen ons niet stoppen
Het is een grote
Kakofonie
Open,
die scholen
Open,
gewoon alles
En áls er iets dicht moet
Dan toch zeker niet
Niet waar ík van hou
Nee, dát niet
En wie er voor dood moet
Nou en?
Het deert me gewoon niet.

De alarmbellen
Hun geluid verstomt
Door de oorverdovende klap
Allesoverheersend
Verpletterend
Het leed
De tranen
De tragiek
Zo hulpeloos
En rauw.

De schreeuw
Zo geschokt
Zo gespannen
Is zo stil
De echo
Van die stilte
Resoneert
Zo hard
Dat niemand meer wil.

De zorg
Code zwart
Gewoon termen
Het doet ons niet veel
Concepten
Abstract
Om met afstand
Naar te kijken
Ik?
Ik heb geen zorg nodig
Dus het gaat niet om mij
Het deert me echt niet.

Totdat het onszelf raakt
Dan stopt het gestampvoet
Het schreeuwen
Het klagen
Omdat we dan weten
Wat het is
Als die locomotief
Keihard
De klif afdondert
En slachtoffers maakt
Dat het geen film is
Of abstract
Dat de impact
Van de klap
Van die rampspoed
Die neerdaalt
Ook de bodem
Onder onze eigen voeten
Wegslaat.

Er valt niets meer te kiezen
Niets meer open
Niet meer
Geen school
Geen sport
Geen winkels
Geen brasserij
De ziel is nu teer
Er zal maar iets gebeuren
Een ongeluk
Een gaslek
Een gewelddadig protest
En zelfs thuis
Voelt het raar
Ineens schuilt
In ieder klein hoekje
Een levensgroot gevaar.

Het brullen
En roepen
We rekenen na
Ook wij zijn
Verantwoordelijk
Dus rekenschap vragen
Aan de politiek
Vergeet het nou maar.

En zo zitten we samen
In de totale destructie
Iets waar we zelf
Om hebben gevraagd
En daar
In het Catshuis
Kronkelen slangen
Lispelend
Over vrijheid
En eigen
Verantwoordelijkheid
Boven een potje
Kaviaar.




Wat me dwarszit

Geen analyse, geen opinie, geen onderzoek, geen advies. Het punt is namelijk; ik weet het niet. De steeds terugkerende gedachte: “tenzij het kabinet en haar adviseurs iets weten wat wij niet weten, koersen we af op een regelrechte ramp”. En als je zo in het donker zit, valt er weinig te ‘weten’. Ik geloof Gommers als hij zegt dat het onvermijdelijk Code Zwart wordt, ook al ontkent Hugo de Jonge in alle toonaarden. Omdat ik Gommers’ boek las. En begrijp dat het een groot machtsspel is daar in het OMT en het kabinet. Een ware slangenkuil, met grote ego’s en grote belangen. Wat ze aan het doen zijn daar? Geen idee. Ik begrijp er helemaal niets van. En ik heb er geen invloed op. Daarom zet ik mijn gedachten op een rijtje. Mijn gevoelens en emoties. Wat vind ik hier nou eigenlijk van als mens? Als burger van Nederland? Als betrokkene? Als iemand die gewoon ook zelf geraakt wordt door de coronacrisis?

Ik probeer altijd zoveel mogelijk afstand te bewaren tot mijn persoonlijke ‘mening’. Als ik de crisis analyseer, dan plak ik de grondwet van Nederland altijd in de rechterhoek van mijn beeldscherm. Het gaat niet om mijn mening, of mijn gevoelens. Het gaat er niet om óf en hoe ik zelf geraakt word. Ik kijk naar de samenleving als geheel, altijd. Naar wat ik door studie en onderzoek over menselijk gedrag heb geleerd. Wat ik tijdens de ebolacrisis in Sierra Leone heb geleerd. Tot nu toe heb ik bijna van minuut tot minuut het verloop van de coronacrisis kunnen volgen, voorspellen en duiden. Ik heb het allemaal eerder gezien. Alles. Van de politieke spelletjes, de belangen, de machtsspelletjes tussen de politiek en de medisch adviseurs, van de medische crises tot het complot-denken en de maatschappelijke onrust. Het is allemaal niet nieuw en niets verrassends. Tot deze fase. Wie het nog begrijpt mag het me uitleggen, want zelf tast ik volledig in het duister. Dit is dus een persoonlijke reflectie. Over waar ik mee worstel. Wat ik niet begrijp. Wat me dwarszit. En waar ik niet mee kan leven.

Misschien lucht het op. Misschien is het wel zo eerlijk om te laten zien dat ‘weten’ en ‘begrijpen’ vaak niet zonder worsteling gaat, ook al heb je er nog zoveel studie naar gedaan. En misschien herken je er iets in. Want dit is geen makkelijke tijd. Steeds meer vragen, steeds minder antwoorden. Het is verwarrend en het tornt aan, ja, eigenlijk aan je hele bestaan. Aan je normen en waarden, aan je gevoel, je verstand, zie jij het zo verkeerd allemaal? Wat gebeurt er eigenlijk om je heen? Is dit nog steeds hetzelfde Nederland? Is dit het land dat je liefhad, het volk dat je vertrouwde en de overheid die – hoewel altijd imperfect – toch in redelijke mate een bepaalde stabiliteit bood? Die stabiliteit is weg. Niet eens door de crisis. Niet eens door de onzekerheid rond die crisis. Maar door de enorme rookwolken en mist die opstijgt uit kabinet, RIVM en OMT. De leugens. Het verdraaien. De woordspelletjes. De laconieke houding. De volkomen ontkoppeling tussen hen die ons door de crisis moeten loodsen, en wij die aan het andere eindje bungelen, die niet eens meer weten hoe groot die crisis nou precies is. Het is volslagen waanzin. Is het bijna code zwart? Wel? Niet? Wel? Niet? Kunnen we met een gerust hart helemaal gaan leunen op die vaccins? Wel? Niet? Wat is het nou?

Werkelijk alles staat op z’n kop. Soms moet ik lachen als ik de uitspraken van andere mensen in mijn hoofd de revue laat passeren. Een kennis in Nederland, die niets kwaads wil horen over het beleid: “Nederland is nog altijd beter dan een land als Sierra Leone, hier is een mensenleven tenminste iets waard”. Een dierbare vriend uit Sierra Leone in de chat: “Gin, heb je hulp nodig? Wat is er toch aan de hand daar? Wonen daar wel ménsen? Jullie geven echt niets om elkaar!” Wrang eigenlijk. In Sierra Leone hebben ze een nare uitspraak om op elkaar te fitten en de problemen in de samenleving aan toe te schrijven: wi nכ lεk wi sεf. Als ik het vrij mag vertalen: ‘wij geven niet om elkaar’. “Mwah,” denk ik nu. Dat valt echt heel, heel, heel erg mee. Want zulk egoïsme, zulke onverschilligheid over elkaars lot, zoveel argeloosheid, zoveel lethargie, zoveel onbetrokkenheid als ik nu zie, hier in Nederland, ik heb het daar nog nooit gezien.

Ik heb het wel vaker gezegd: “Op het hoogtepunt van de ebola-epidemie in Sierra Leone verspreidden mensen ebola vooral omdat ze niet konden stoppen voor elkaar te zorgen. Hier verspreiden veel mensen corona omdat ze elkaar maar niet willen beschermen.” Al zeg ik het zelf: beter had niemand het kunnen omschrijven. Dit is gewoon wat het is. Wij willen elkaar niet beschermen, de overheid wil ons niet beschermen, de betrokken wetenschappers willen ons niet beschermen. Ieder gaat voor zijn eigen hachje. Als ík maar krijg wat ik wil. De testcapaciteit die ík wil, de onderzoekscentjes, de academische prestige, míjn carrière, míjn politieke idealen, míjn politieke winst, MACHT, feesten, naar een evenement, bier, bingo en bitterballen. ‘Dikke ikke’, zou Andrea Walraven-Thissen dat noemen. Nu, nu, nu, nu. Wij Nederlanders geven, zo zie ik dat, echt geen moer om elkaar. En dat is ontnuchterend.

Weet je, Sierra Leone is een land in wederopbouw. De vreselijke burgeroorlog eindigde in 2001 en sindsdien gaat de wederopbouw zeer moeizaam. Veel problemen van voor de burgeroorlog, zijn nog altijd niet opgelost. Maar het gaat, stapje voor stapje. De allergrootste kracht van die mensen, vind ik, is hun vermogen elkaar te vergeven. Te zien – na alle wreedheden die burgers tegen elkaar begingen – dat ze het toch samen moeten doen. En dat merk je. Het is geen sprookje; sommige mensen terroriseren hun medemensen echt als een malle. Maar daar tegenover staan er 10 – nou ja, 5, want van die 10 hebben er altijd wel een paar geen nobele motieven – 5 mensen die je oprapen, die je steunen en die dat gewoon vanzelfsprekend vinden. Als ik mijn tijd in Sierra Leone moet samenvatten, zou ik het zo zeggen: je bent er vogelvrij. De overheid biedt geen vangnet. Mensen overleven op elkaar. Door liegen, bedriegen en manipuleren, maar ook door er gewoon, vanzelfsprekend voor elkaar te zijn. Ik heb er, omdat er nauwelijks politie en rechtspraak is, het allerslechtste van de mens gezien. Maar ook het allerbeste. Want in een land waar niets vastligt, je jezelf vrij kunt kopen na moord en vaak het recht van de rijkste geldt, valt het met de criminaliteit echt heel erg mee.

En dan Nederland. Alles goed geregeld. Welvarend. Zoveel kennis. Zoveel technologie. Zoveel wetenschap. Geen echt zware crisis in het recente verleden. Vergeleken bij de ellende van de burgeroorlog in Sierra Leone, nemen wij af en toe een drempeltje. Of meer een rotonde, zelfs. Het ziet er allemaal gelikt uit. Grote, glimmende protsbak met perfecte carrosserie. Maar man. Wat blijkt er een ellende te zitten onder die motorkap. Een samenleving waar echt helemaal geen cohesie lijkt te zijn. De staat kan mensen totaal vermorzelen en verpletteren en we halen slechts verontwaardigd onze schouders op. De politici aan het roer kletsen en lachen zich overal onderuit. En nog vinden we ze ‘beschaafd’. Niemand wordt vervolgd. Niemand voelt enige consequentie. Ze mogen over ons blijven regeren. Ze doen niet eens meer moeite om geloofwaardige leugens te vertellen.

En de Tweede Kamer en de pers? Die hebben het er maar moeilijk mee om deze gewetenloze politici op een beschaafde manier, in gepaste bewoording, een beetje in de pas te krijgen. Daar erger ik me rot aan, trouwens. Dit vraagt niet om diplomatie. Dit vraagt om de botte bijl, verontwaardiging, boosheid die zijn weerga niet kent. Kom voor de burgers op die je vertegenwoordigt. Maar nee. Dan houden we de schreeuwende populisten over, die dan weer aan populariteit winnen, omdat zij de leugens wel plompverloren benoemen. We zitten vastgedraaid in die diplomatie en deftigheid. In een cultuur waarin iedereen maar als ‘redelijk’ over wil komen. Maar hier kan geen redelijkheid tegenop.

Ze liegen. Over alles. Ook over corona. Met alle redelijke argumenten, wetenschappelijke ‘bewijzen’, de kalmte en de diplomatieke aanpak, heb ik nu anderhalf jaar lang geprobeerd te laten zien waarover ze liegen. Maar zelfs die beschaafde toon en diplomatie, de wetenschappelijke verantwoording, was vaak al te moeilijk om te publiceren. Sommige journalisten en wetenschappers liepen met een boog om me heen. Kwam je met WHO advies. In Nederland omstreden. “Ssshhht! Desinformatie! Je bent aan het ontwrichten!”

Het is gewoon not done om de internationale consensus hier naar buiten te brengen. Ik geloof het zelf nog steeds niet. Echt niet. In Nederland. Waar het uitdragen van de richtlijnen van de WHO voelt als een verzetsdaad. Terwijl ik in al die tijd echt maar op één punt ben afgeweken van de WHO: het sluiten van de scholen. En eerlijk gezegd, dat vind ik ook helemaal niet nodig. Heel plan geschreven om die scholen gedurende de crisis altijd veilig open te kunnen houden. Maar ja, als je niets doet, dan jagen die scholen de verspreiding aan en kan je niet anders dan sluiten. Dat is echt al sinds het begin zo. Toen het RIVM met onderzoeken zou bewijzen dat kinderen nauwelijks verspreiden. Onzinonderzoeken. Want als je gezinnen gaat onderzoeken waar zorgmedewerkers de besmetting mee het gezin in nemen om vervolgens te concluderen dat kinderen de besmetting bijna nooit mee het gezin in nemen, dan publiceer je onzin. En dat is geen kleinigheidje. Dat is het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, dat met die onzin komt. Politiek voetbal met kinderen, noemde Mike Ryan van de WHO het. Maar maakt dat iets uit in Nederland? Ook al kost het vele mensenlevens? Kleinigheidje. Kan je gewoon onder het tapijt wegmoffelen. Als het zich niet meer láát wegmoffelen, dan verzin je dat jongeren op de fiets besmet raken, of dat kinderen vooral ongevaccineerden besmetten. Zo. Ook weer gehad. Scholen open, nul maatregelen. Daar is echt helemaal geen, nul, wetenschappelijk excuus voor. Ook geen reden. Of bewijs. Bijna alle landen ter wereld treffen maatregelen op scholen. We wijken totaal af van wat de rest van de wereld doet. Maar benoem het niet. Het is allemaal superwetenschappelijk. Hier bij ons wel. In de rest van de wereld gewoon niet. Joe! WHO richtlijnen voor voorzorg op scholen! “Sssshhht! Je ontwricht!”

En als zorgmedewerkers, gebukt onder schuldgevoel omdat ze – volgens de richtlijnen van het RIVM – onbeschermd met kwetsbaren moeten werken, daardoor mensen besmetten en dood zien gaan, zeg je gewoon dat het aan hun opleidingsniveau ligt. Lees die zin nog eens en nog eens. Dat is toch werkelijk ongelofelijk? Wat een minachting. Van Jaap van Dissel kwam deze opmerking. Van het RIVM. Rijksinstituut. Het is ongehoord. Onbegrijpelijk.

Al weken zeg ik: ik ga me minder met de coronacrisis bezighouden. Ik doe een stap terug. Ik weet ook, het heeft geen zin meer om me er nog mee bezig te houden. Want dit gaat allang niet meer om gedrag. Kunnen ze wel zeggen, daar bij het OMT, maar die basismaatregelen gaan het trucje niet meer doen. Vandaag niet, 3 weken geleden niet. Delta is superbesmettelijk. Een groot deel van ons gedrag is helemaal niet vrijwillig. Kinderen moeten naar school. Ook zoiets. Schoolplicht tijdens een pandemie. Hoe verzin je het? Maar goed. Ze moeten dus naar school, ook al liggen hun ouders zich thuis kapot te hoesten vancorona. Mensen moeten naar hun werk. Niemand neemt de mantelzorg over. Oma en opa moeten oppassen, want niet iedereen heeft geld voor opvang en ook niet altijd plek. Zolang die scholen open zijn, kan je in winkels afstand houden wat je wil, corona komt dan toch wel binnen. Het gaat niet om ons gedrag. Het gaat erom dat de overheid het ons mogelijk moet maken om besmetting te voorkomen. Zodat wij ons ernaar kunnen gedragen. Door maatregelen te treffen. Door te handhaven. Door nou eens een keer eerlijk te zijn. Over de scholen, dat gevaccineerden ook verspreiden, dat we er helemaal niet bijna zijn. En laat ze dan ook eens eerlijk zijn over de groepsimmuniteit die men onder kinderen wil bereiken en dat er daarom geen maatregelen getroffen worden op scholen. Dat ze het prima vinden om de reguliere zorg helemaal af te schalen, ook al levert dat zieken en doden op. Dat ze het wel prima vinden zo, zolang de economie maar blijft draaien. Zolang we patiënten in Duitsland kwijt kunnen, hoeven we geen steunpakketten meer uit te delen. Check.

Voor het kabinet is het: prikken en klaar. Klaar met de pandemie. Maar zo werkt het helemaal niet. Hoe vaak moet dat nog herhaald worden? De WHO heeft de blaren op de stembanden staan: de vaccins alleen gaan de pandemie niet oplossen. De hele bevolking prikken is minder effectief dan de vaccins eerlijk over de kwetsbaren van de wereld verdelen. Beter eerst de eerste prikken naar de landen die nog geen vaccins hebben kunnen kopen, dan de boosterprik voor de rijke landen. Het gaat allemaal aan ons voorbij. Een dwazenparadijs, noemt Dr. Tedros van de WHO ons. Wat wij doen, maakt de hele wereld nog kapotter dan die al was. Nog meer ongelijkheid, armoede, honger, sterfte, ontwrichting, conflict en nieuwe virusvarianten is wat we ons hiermee op de hals halen. Het is volkomen destructief. Immoreel ook. Maar wíj moeten leven. Nu, nu, nu. Bier, bingo, bitterballen.

En hoe gaat het met mij? Ik hoorde mezelf van de week pleiten voor de boosters. Want je kan niet anders. Omdat het kabinet ons in die richting dwingt. Terwijl er vele andere middelen en manieren zijn om het virus te bestrijden. Ik hoorde mezelf pleiten voor boosters, terwijl ik weet dat ik daarmee pleit voor vele doden in arme landen. Honger. Ellende. Ongelijkheid. Ik voel me gedwongen om nu zelf als haantje de voorste te graaien naar een vaccin. Voor mijn ouders, omdat ik hen graag wil blijven zien. Dus nu zit ik zelf ook met ‘dikke ikke’. Dat vind ik erg. Omdat daar, 5.000 kilometer hiervandaan, ook veel mensen leven waar ik mijn hart aan ben verloren. Het vaderland van mijn oudste dochter. Eén van de armste landen ter wereld. Waar ook hele prachtige mensen wonen. Dat na een burgeroorlog en ebola ook het hoofd moet bieden aan corona. Het land wat mijn tweede thuis is geworden. Een land waar een mensenleven net zoveel waard is als hier. Waar ik vaccins van af wil pakken, terwijl we ze hier eigenlijk niet eens zo heel erg nodig hebben.

Zoals ik me inzette om Sierra Leone te helpen tijdens de ebola epidemie, zo zet ik me ook in voor Nederland. Omdat ik precies hetzelfde zie nu in Nederland, als toen in Sierra Leone. De hele film van voren af aan. Ik zie in Nederland ook een andere samenleving. Eén waarin mensen wel degelijk kunnen samenwerken. Een samenleving die het wat doet als er veel leed is. Een samenleving met heel veel fijne mensen. Maar ook een samenleving die zich niet meer geconfronteerd wil zien met die beelden en verhalen. Het niet meer kan en wil horen. Want we kunnen er niets mee. Zend het niet uit. Publiceer het niet. Dan is het er niet. Maar het knaagt wel. Bij veel mensen. Het is allemaal niet zo hersenloos als het er op het eerste oog uitziet. Maar mensen doen maar wat, bij gebrek aan sturing. Wat moeten ze anders?

En ik? Inmiddels ben ik bijna zover te accepteren dat ik er ook helemaal niets aan kan doen. Mijn kennis, mijn inzicht, mijn ervaring, ik zet ze in een boek, voor op de plank. Voor een volgende crisis misschien. Ik ben bijna bereid me in slaap te laten sussen door de leugens. Het allemaal te laten gebeuren en het van me af te laten glijden. Bijna. Ik zie het allemaal wel, maar ik ben er bijna klaar voor om ook dat oogje toe te knijpen. Want al sinds de zomer zit ik te wachten totdat we schipbreuk gaan lijden. Wij worden het India van Europa, dacht ik al vele malen. Maar er valt niets aan te doen. Het voelde moeilijk het RedTeam los te laten. Toch ergens hoopte ik dat ik kon helpen het tij te keren. Maar het was zinloos. “Laat het maar gebeuren,” zei ik droog. Het is nog het enige, waar we iets van kunnen leren. Het is zo, dat weet ik. Die schock is het enige wat ons hier uit kan halen. Ik zag het al een keer eerder. En de gevolgen ook. Ik dacht dat ik gehard was. Maar toch. Over 10 dagen code zwart, volgens Gommers. Ik voel dat in mijn maag. Erger, dan ikzelf had verwacht. Intussen maak ik me op voor 10 dagen sussende praat van politici. OMT leden in talkshows die geheel zonder wetenschappelijk bewijs, wetenschappelijk met de vinger naar ons wijzen. En blijf ik wikken en wegen. Zal ik nu maar gewoon echt een keer mijn mond gaan houden?

Voordat we 2G omarmen, moeten we dit begrijpen over het coronabeleid

“De gewone Nederlander accepteert veel meer pech dan de elite denkt.”

Ira Helsloot in ‘Expertvisies op de gevolgen voor samenleving en beleid’ van WRR/KNAW, 2021

Zo instemmend als Nederland met het coronabeleid van het demissionaire kabinet lange tijd leek, zo is het allang niet meer. Het vertrouwen in de overheid is sinds de zomer in heel snel tempo gedaald. Steeds meer deskundigen en wetenschappers spreken zich uit tegen het beleid. “Zo werkt crisiscommunicatie niet!” “Zo werkt draagvlak-communicatie niet!” “Dit is geen crisismanagement!” “Er zit geen logica in het beleid!” “Het lijkt alsof het kabinet niet vooruit kan zien!”

Al die deskundigen en wetenschappers hebben gelijk. Dit is geen crisismanagement. Dat is dan ook helemaal niet waar het demissionaire kabinet mee bezig is. Wij kijken naar de crisis, zij kijken naar acceptabele risico’s. Geen crisismanagement, maar risicomanagement. En als je het vanuit dat perspectief bekijkt, zit het allemaal heel logisch, heel verklaarbaar en heel voorspelbaar in elkaar. Dit is wat wij gewoon eens moeten gaan begrijpen. En wat Rutte misschien heel plomp en letterlijk mag benadrukken. Het kabinet was er, te impliciet wellicht – maar toch, heel duidelijk in: veel mensen zullen ziek worden. En wij jubelden. Het is de strategie die het kabinet vanaf het eerste moment koos, wat niet veranderd is en wat niet gaat veranderen. Het is tijd om de strategie van het kabinet te begrijpen en te communiceren in een taal die zij begrijpen: risicobereidheid.

Eigen verantwoordelijkheid

Het kabinet, het RIVM en het OMT hebben de touwtjes stevig in handen. Statistiek, modellen, prognoses, het is heel zakelijk allemaal. Alles aan de veel te optimistische kant. Met een worst case scenario lijkt geen rekening gehouden te worden. Alles wordt overgelaten aan onze ‘eigen verantwoordelijkheid’. De momenten dat de overheid met ons over het coronabeleid communiceert, beperken zich tot de persconferenties. Die overigens gaandeweg steeds minder empathisch zijn geworden. Over het lot van de vele zieken en doden, spreekt premier Rutte zich helemaal niet meer uit. Het gaat vooral om de modellen, over maatregelen. Steeds maar weer. Welke uiterste risico’s we kunnen nemen en af en toe wijst een belerende vinger richting de burgers. Er zijn vaak nauwelijks maatregelen, maar wel adviezen, waar we bovendien maar weinig op gewezen worden. Er is nu wel vaak genoeg gezegd wat je kunt doen om verspreiding zoveel mogelijk te voorkomen, dat moet je dan maar doen.

Veel mensen voelen zich in de steek gelaten. De hele samenleving staat in brand. Iedereen is in rep en roer. Het lijkt alsof ieder moment het zwaard van Damocles op ons te pletter kan vallen. Zoveel onrust en paniek en wat doet het kabinet? Het hult zich in stilzwijgen. “Er is geen draagvlak,” horen we het kabinet en OMT leden vaak zeggen. Dat is vreemd, want uit peilingen blijkt – al sinds het begin van de coronacrisis – dat de meeste Nederlanders juist meer maatregelen willen en sneller ingrijpen van de overheid willen zien. Over welk draagvlak hebben we het dan eigenlijk? En als dat er niet zou zijn, dan zou de overheid toch beter kunnen communiceren? Voorlichten? Zelf urgentie uitstralen? Want draagvlak creëer je immers, als je ziet dat het de verkeerde kant opgaat.

Risico-regelreflex

Dit is waar wij de draagvlakcommunicatie van het kabinet verkeerd begrijpen. Voor ons is het draagvlak: risico’s beperken. Maar voor het kabinet is dat precies andersom: het tast af welke risico’s wij als samenleving bereid zijn te accepteren. We zéggen wel dat we willen dat de overheid risico’s beperkt, maar in werkelijkheid willen we dat helemaal niet zo graag en zijn we echt wel bereid om veel risico’s te nemen. Dit is de zogenaamde risico-regelreflex, een belangrijke pijler van de kabinetten Rutte. En die komt hier op neer: We zeggen het wel, we schreeuwen moord en brand, maar eigenlijk willen we dus helemaal geen overheid die alle risico’s voor ons afdekt. En het is ook veel te duur.

Je moet de taal van het kabinet spreken om te begrijpen wat er gebeurt. Bekijk het eens van een afstandje: Media zetten gedurende de hele crisis al in op het knellen van de maatregelen, niet op de gevolgen van het virus. De horeca protesteert! De evenementenbranche gaat kapot! Scholen willen openblijven! Mensen worden depressief! Het gaat slecht met de studenten! Iedere dag weer lezen we in de krant hoe moeilijk die maatregelen zijn. En overal waar de maatregelen knellen, geeft het kabinet antwoord. Iedere keer weer. Vele analyses lieten al zien: het kabinet geeft gehoor aan de grootste lobby’s. Je kan dat schandelijk vinden, maar het kabinet is helder over die strategie. “Acceptabele risico’s” die “niet gratis” zijn. Dat zegt Rutte herhaaldelijk en letterlijk in de persconferenties over het coronabeleid.

Leven met het virus

We kiezen voor een strategie die niet kijkt naar het aantal ziekte- en sterfgevallen: dat is, zoals Rutte dat benoemt, “restrisico”. ‘Leven met het virus’, dát is zowel strategie als doel. Het kabinet maakt er geen geheim van. Om te kunnen leven met het virus, moeten we bereid zijn enorm veel risico te accepteren. Het is een strategie die in de eerste plaats de samenleving zo min mogelijk belemmert, wat enkel mogelijk is als we risico’s maximaal accepteren. Pas als de druk op de IC’s zó hoog wordt dat geen zorg meer verleend kan worden, grijpen we in. Dat gebeurt als er teveel ‘kwetsbaren’ tegelijk besmet raken. Dan moeten we ze beschermen. Niet voor hun welzijn en gezondheid – zoals we dat plachten te interpreteren – maar omdat ze het de maatschappij anders beletten te functioneren.

Regeren is vooruitzien? Dat doen ze prima. Zij redeneren niet vanuit het verlies van mensenlevens en gezondheidsschade. Dat zijn restrisico’s. Zij redeneren vanuit het kosten-batenplaatje. Risico-acceptatie: Zo min mogelijk ingrijpen om kosten te besparen. Helemaal niet ingrijpen legt teveel belasting op de zorg. Hoe kan je de samenleving dan zo min mogelijk beperkingen opleggen, zolang de IC’s niet overstromen? Door de kwetsbaren te ‘beschermen’ zodra de IC capaciteit overschreden is. Om deze redenering makkelijk te begrijpen, moet je gewoon het rijtje doelstellingen van het kabinet omdraaien, zodat het in chronologische volgorde staat: de samenleving zo min mogelijk belemmeren, door de kwetsbaren te beschermen zodra we zien dat het de zorg het niet meer aankan.



Risicodraagvlak

Het onszelf laten regelen, kost minder geld. We investeren niets in preventie. Kosten-baten. Daarom hebben we nog altijd niet genoeg testcapaciteit, niet voldoende BCO capaciteit en gaan we dat ook niet oplossen. Bij veel besmettingen zou je een enorm leger aan BCO medewerkers nodig hebben om de bron van besmettingen te herleiden: maar wat heeft het voor zin? We zouden de hele bevolking, of tenminste de kwetsbaren, een FFP2 masker kunnen geven. Sneltests gratis beschikbaar maken, we willen toch graag dat mensen zich testen? Investeren in ventilatie? Co2-meters? Hepa filters? Nee, nee, nee. Als we risico’s accepteren, is dat gewoon veel te duur. Wij laten corona razen tot een punt waarop de overheid echt niet anders kan dan ingrijpen. Dan krijgen we zoiets als een slappe ‘intelligente’ lockdown. Wij noemen het wel dom, maar we accepteren het wel gewoon. En het lullige is: ze hebben gelijk. Iedere ruimte die zij bieden, nemen wij. Mensen zijn inderdaad bereid die risico’s te accepteren. Rutte gaat ons geen dingen verbieden. Hij is geen schoolmeester die ons vertelt wat we moeten doen. Het blijft bij adviezen. Of dríngende adviezen. We zijn toch allemaal volwassen? We hebben een eigen verantwoordelijkheid. En inderdaad, we laten goed zien welke verantwoordelijkheid we voor elkaar willen dragen. We willen het zelf zo. Als het mag, gaan we er gewoon op uit.

We zijn dus inderdaad bereid de risico’s te accepteren. Komt er veel druk en lobby vanuit de horeca? Ook al zijn er veel besmettingen? Staat het iedere dag in de kranten? Dan is dát het risico wat we willen nemen. Leidt het tot een acuut probleem in de zorg? Nee? Dan hoort dit bij ‘de samenleving zo min mogelijk belemmeren’. Gaan we vervolgens inderdaad massaal op horecabezoek? Nou. Dan klopt het toch? Waar hoor je nu nog de verhalen over het vreselijke leed dat het virus zelf veroorzaakt? De doden, de rouw, mensen die langdurig ziek zijn, mensen die na een IC opname langdurig moeten herstellen, zowel mentaal als fysiek. Mensen die helemaal in de knel zitten omdat familieleden zijn weggevallen en bijvoorbeeld nu hun huis uit moeten? De wezen die het in deze crisis zelf moeten uitzoeken? De drama’s die zich in sommige verpleeghuizen nog altijd voordoen? We horen ze niet. Het is er niet. Alleen de knellende maatregelen zijn er. Wanneer kunnen we dáár van af? Dát is het draagvlak waar het kabinet op reageert. Het risicodraagvlak.

Maximale risico-acceptatie

Ik herhaal het nog maar eens in andere woorden: Er is, zo is gebleken, enorm veel draagvlak voor risico’s. Er is heel weinig aandacht voor de schade aan onze gezondheid en rouw. Het kabinet draait de kraan gewoon steeds een heel klein beetje dicht, nèt genoeg om de IC’s niet volledig te overspoelen. Moeten we onze zieken naar Duitsland brengen? Ook goed. Thuis laten sterven? Prima. Komt er protest tegen beperkende maatregelen? Graag zo snel mogelijk weer open. Kijk maar naar de scholen. Die lobby was zeer effectief: iedereen is er nu wel van overtuigd dat de scholen open moeten blijven, ook al jagen ze de epidemie aan en verliezen we daardoor vele levensjaren. We accepteren dat risico, zodat de scholen onbelemmerd open kunnen blijven. Maar waarom dan helemaal geen maatregelen in scholen? Gewoon. Omdat we dat accepteren. Hoe minder maatregelen voor kinderen, hoe minder we er stil bij staan dat zij misschien ook risico lopen. Maken we ons zorgen over de gezondheid van onze kinderen? Dan houden we ze massaal thuis, of we eisen een mondneusmasker in de school, of iets dergelijks. Maar dat doen we niet, en dus komt het er niet.

Het is niet zo moeilijk deze strategie te doorgronden. Zolang het niet strikt noodzakelijk is, grijpt het kabinet niet in. Dat staat namelijk in de weg van maximale risico-acceptatie. Als je kinderen met mondneusmasker naar school laat gaan bijvoorbeeld, is dat een duidelijke herinnering, iedere dag weer, dat zij risico lopen. Dat willen we niet. Het mondneusmasker herinnert ons iedere keer weer aan de risico’s, ieder moment dat je het draagt. En dat is het tegenovergestelde effect van wat het kabinet wil bereiken. Hoe meer je bezig bent met de risico’s, hoe groter de kans dat je ze niet meer accepteert.

Ieder voor zich

Waarom risico-acceptatie niet werkt, zien we niet alleen terug in de gezondheidsschade voor de samenleving, maar ook in de ontwrichting van de maatschappij. Het is een grote strijd tussen mensen die veel of alle risico’s willen accepteren (voor zichzelf en voor anderen) en mensen die risico’s willen mijden (voor zichzelf en voor anderen). Een beleid dat steeds inzet op de maximale risico’s die mensen willen nemen, geeft ook het signaal af dat het goed is deze risico’s te nemen. Want wij Nederlanders interpreteren dit anders. Het kabinet zal heus wel weten wat het doet. Als er geen voorzorgsmaatregelen getroffen worden op school, zal dat inderdaad weinig risico’s opleveren. De overheid heeft, in onze ogen, het beste met ons voor. Veel mensen denken dan ook niet eens na over de risico’s, ze volgen gewoon. En de mensen die zich wel realiseren dat er een risico is, wegen voor zichzelf af of ze dat risico wel moeten nemen. Daar zit wel de valkuil van het beleid: In werkelijkheid heb je helemaal geen keuze. Als je leerplichtig bent, moet je naar school. Als je je huur of hypotheek moet betalen, moet je naar je werk. Het accepteren van dat risico, doen we vaak in een fractie van een seconde. De wet volgen of in je levensonderhoud voorzien gaat boven een onduidelijk gezondheidsrisico.

Je kunt niet op de ene plek hetzelfde risico wèl en op de andere plek hetzelfde risico níet nemen. Je zou dan de hele dag bewust bezig moeten zijn om risico’s af te wegen. En die risico’s gelden vaak niet eens voor jezelf, maar voor ‘de samenleving’, waarvan je maar moeilijk kan bepalen wat je rol daarin is en wat de consequenties zijn van de risico’s die jij neemt. Geen enkel individu overziet de kettingreactie aan consequenties van zijn of haar gedrag. Je ziet dat anderen ook risico’s nemen. Ben jij dan nu de enige die het lot van de hele samenleving moet gaan overwegen en risico’s af moet dekken? Dat heeft weinig zin. Het is ieder voor zich. En dat is logisch.

Zijn de risico’s wel acceptabel?

Ook nu de situatie rond corona zo penibel lijkt, gaat het niet over de risico’s die wij lopen. De discussies gaan om ‘de zorg’. Wat ‘de zorg’ aankan. Dat ligt eraan hoe je het bekijkt. Er zijn nog genoeg IC bedden om de ernstig zieken te verzorgen, als je alle andere zorg afschaalt. Dat levert gezondheidsschade op, zowel van covid als van andere aandoeningen. Maar niemand zegt: die gezondheidsschade accepteren we niet meer. We zitten vooral in onze maag met de maatregelen. De media concentreren zich, nu in het debat rond 2G, nog altijd op het effect van de maatregelen. De gevolgen voor onze gezondheid, de rouw, de trauma’s, ze blijven buiten beeld. Als de kranten vol zouden staan met de ellende die het virus zelf veroorzaakt, is dat een kentering van het ‘draagvlak’. Geen acceptabel risico. En dit is goed om te onthouden. We staan namelijk op het punt belangrijke grondrechten op te geven, voor een beleid dat de pandemie en de gezondheidsschade niet gaat beëindigen.

Hou je de ellende en gevolgen buiten beeld en blijven we maar discussiëren over de maatregelen, dan blijft het beleid precies zoals het was. Als je dat wil veranderen, verander je het narratief: We accepteren het risico op gezondheidsschade niet meer. Niet voor de ‘kwetsbaren’, niet voor onszelf als ook de reguliere zorg weer moet worden afgeschaald, niet voor onze kinderen. Neem de maatregelen die dat voorkomen. Laat het kabinet overstappen op een beleid waarin we die risico’s zoveel mogelijk beperken.

De overheid beschermt ons

Laten we wel wezen: de meeste mensen vertrouwen erop dat de overheid er is om ons te beschermen. We geloven dat zo heel sterk, dat we als een stel automaten reageren op die maatregelen. Dat wil helemaal niet zeggen dat we die risico’s ook echt accepteren. We geloven dat de overheid die risico’s optimaal afdekt, waarbij ons welzijn en onze gezondheid ertoe doen. En dat is, waar wij de overheid niet begrijpen. Wij willen dat de overheid het doet, de overheid vindt dat we dat zelf maar moeten doen. Als morgen niemand meer naar school of werk wil, de restaurants leeg blijven, niemand meer naar een evenement gaat en we blijven zoveel mogelijk thuis, geven we de overheid aan dat we niet bereid zijn de risico’s te accepteren. Dat stukje ‘eigen verantwoordelijkheid’. Daar geven we blijkbaar mee af wat ons draagvlak is om risico’s te accepteren. De media verwoorden dat voor ons. Het is tijd om dat duidelijk te laten horen.

Natuurlijk is het onredelijk om al die eigen verantwoordelijkheid te vragen. We hebben namelijk echt heel beperkt invloed op het gedrag van onze medeburgers. Onze kinderen moeten volgens de wet naar school, de werkgever kan je dwingen naar je werkplek te komen en ga zo maar door. We kunnen onszelf helemaal niet beschermen. Ook al zouden we daar hele dagen heel bewust mee bezig zijn. Vele Nederlanders hebben al uitgesproken vaak het gevoel te hebben dat we een ‘wappie-overheid’ hebben. Het lijkt wel alsof de overheid zèlf dat virus niet serieus neemt. Niet verbazend misschien dat de belangrijkste bijdrage aan de risico-acceptatie benadering van het kabinet afkomstig is van Ira Helsloot, één van de initiatiefnemers van het omstreden Herstel NL en het Artsencollectief. In zijn woorden: “Onderzoek laat structureel zien dat de gewone Nederlander veel meer pech accepteert dan de elite denkt.” En die visie baseert Helsloot op …. literatuuronderzoek. Van Helsloot hebben we gedurende deze crisis vaker gezien dat hij cijfers en data uit de hoge hoed tovert, ze verdraait en soms zelfs bewust verkeerd interpreteert om zijn visie te verkopen. Dat is goed om in het achterhoofd te houden, want we leven momenteel met de gevolgen van die ‘inzichten’.

Brave burgers

Resumerend: We zijn niet met de crisis bezig. Niet met hoe het uitpakt in de maatschappij. We proberen de literatuuranalyse van Helsloot in de praktijk uit. Een kosten-batenbeleid. Hoeveel risico’s kan je de gewone Nederlander laten accepteren en zo min mogelijk kosten maken? Dit is een systeem waarin je hard voor jezelf moet opkomen. Het zet de samenleving op scherp en speelt mensen tegen elkaar uit. Het is wat leidt tot het constant uitruilen van vrijheden. Wie het hardst roept, wordt bediend. Het past bij de verdeel en heers strategie van Rutte. Daar kan je van alles van vinden, maar zolang de Tweede Kamer dit niet stopt, blijft het wat het is.

Het lijdzaam volgen van richtlijnen die niet bindend zijn, is snijden in je eigen vlees. Je wordt niet beloond voor je volgzaamheid, maar vanzelfsprekend genomen vanwege je risico-acceptatie. Zolang de zorg niet zegt: stop, zolang het onderwijs niet zegt: genoeg is genoeg, zolang werkgevers hun werknemers dwingen (al dan niet met klachten) naar de werkplek te komen, zolang ouders hun kinderen naar school blijven sturen, doen we er allemaal aan mee. Omdat we eigenlijk hele brave burgers zijn. Maar helaas, dat is nou juist níet wat er van je wordt verwacht. Wat er van iedereen verwacht wordt – van politieke partij, tot sector, tot koepel, tot vakbond, tot werkgever, tot schoolleider, tot ouder, tot burger – is te laten zien welke risico’s je wél en welke risico je níet bereid bent te accepteren.

Conclusie

Het is mijn stelling dat dit beleid nooit zal werken. We zijn bezig met “uitsmeren” en “tijd kopen”. Tot wat precies? Een 2G beleid werkt niet met de huidige vaccins. Je kan mensen niet voor onbepaalde tijd toegang tot het maatschappelijk leven ontzeggen en maar blijven boosteren. Landen die geen toegang hebben tot vaccins komen zo helemaal nooit meer aan de beurt en wij houden de deur open voor (het ontstaan of importeren van) nieuwe varianten. Gevaccineerden raken ook besmet (zij het minder makkelijk) en er komen nog steeds gevaccineerden in de ziekenhuizen terecht. Als het er maar genoeg zijn, wordt de zorg onherroepelijk weer overspoeld. Wanneer gaat de zorg dan eindelijk weer eens normaal draaien? Lockdowns werken ook niet, want na zo’n kwakkellockdown gaan we gewoon weer door met dit beleid en zit je na lange maanden kwakkelen alweer in dezelfde penarie. De vraag is dan ook: Hoe kan het demissionaire kabinet haar ideologie van risico-acceptatie samenvoegen met haar taak en verplichting de volksgezondheid te beschermen? Want dit is waar het iedere keer vastloopt. Het leidt onherroepelijk tot tweedeling en ontwrichting van de maatschappij, met ernstige gevolgen op korte en lange termijn. Mijn antwoord is: Niets zal werken in Nederland, zolang het kabinet niet inziet dat juist het accepteren van risico’s de volksgezondheid schaadt.

Meer over risico-acceptatie:
COVID-19: Expertvisies op de gevolgen voor samenleving en beleid – Ira Helsloot – WRR/KNAW

Regulering, toezicht en risico-regelreflex – Ministerie van Binnenlandse Zaken

Omgaan met de risico-regelreflex – Rijksoverheid

Krachten rond de risico-regelreflex – Crisisbeheersing en Veiligheidszorg – Helsloot/Ministerie van Binnenlandse Zaken

Kennisdocument BurgerBetrokkenheid bij Veiligheidsbeleid – Helsloot & Schmidt/Rijksoverheid

Omgaan met risico’s door de jaren heen: Bewust omgaan met veiligheid – Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Los van de risico-regelreflex – Wallage, Jorritsma, Gerritsen, Helsloot, Chavannes/Rijksoverheid

Opnieuw Bruggen Bouwen: Hoe gedrag de coronapandemie beïnvloedt – Mooy, Over, Roex

Geen leerachterstand maar een leefachterstand

Geen leerachterstand maar een leefachterstand

In de Volkskrant verscheen in de wintergolf van vorig jaar een ingezonden brief van scholiere Elze van Houtum. De brief greep me, omdat het me zo bekend voorkwam van alle verhalen van kinderen en jongeren die ik tijdens de pandemie heb meegemaakt. Ja, sommige kinderen hadden het alleen maar over de behoefte om naar school te gaan. Maar de meeste kinderen hadden moeite met leven. Of zoals Elze het zo treffend omschrijft: hun ‘leefachterstand’.

“Je helpt ons niet. Nee Slob, We zullen niet rekenen op blijven zitten. Corona geeft ons niet een leerachterstand, het geeft ons een leefachterstand. We zijn niet oké. Ook niet als onze cijfers dat wel zijn.”

Elze van Houtum in De Volkskrant

Elze’s brief zou wat mij betreft levensgroot op alle voorpagina’s van alle kranten afgedrukt mogen worden. Iedere dag weer, totdat we ons weer herinneren wat het is om kind te zijn. Luister nou toch eens, papa’s en mama’s, met je gedram over leren en studeren. Dat constante gepush dat ze moeten presteren, zelfs tijdens zo’n megantische* crisis. Kinderen willen helemaal niet alléén maar naar school. Ze maken zich zorgen. Ze missen hun mijlpalen. Hun schoolreisjes, excursies en uitwisselingen. Al die bijzondere gebeurtenissen die het leven levenswaardig maken. Ze missen een onbezorgde omgang met opa en oma. Leefachterstand. Het woord mag, moet, zál vandaag nog in de Dikke van Dale. Laat het bestaan. In godsnaam.

Human capital

Human Capital: De opvatting dat onderwijs een investering is in mensen en dat mensen hierdoor meer waard zijn, dat wil zeggen: nuttiger zijn voor de maatschappij.

Natuurlijk is het helemaal niet eerlijk om dit aan de ouders op te hangen. Veel ouders maken zich hartstikke zorgen, of zitten al sinds het begin van de pandemie in een onmogelijke spagaat. Veel ouders zijn bezorgd over de leefachterstand die ze zien bij hun kinderen. Ze komen gewoon niet aan het woord. Vooraan staan de ouders die maar blijven drammen dat school het beste is voor alle kinderen, ook tijdens een pandemie. Aangevoerd door sommige media, die tijdens de hoogste pieken van deze crisis er hun levenswerk van lijken te hebben gemaakt om die kinderen dat schoolgebouw in te schríjven. Werkelijk iedere dag verschenen er alarmerende berichten met schreeuwende koppen over de levenslange schade die leerachterstand heet. Dat komt aan bij ons ouders natuurlijk.

Dit is een harde maatschappij. We overleven door constant maar weer te presteren. Als je niet presteert, eindig je onderaan de voedselketen. Dat willen we onze kinderen niet aandoen. Wij zijn human capital, we voeden onze kinderen op tot human capital. En daar zijn we op te pakken.

Leerachterstanden hebben vooral te maken met de malle molen van de human capital fabriek. Kinderen moeten worden klaargestoomd voor de arbeidsmarkt. Ieder jaar dat zij vertraging oplopen, kost geld of levert praktische problemen op. 

Het algemene praatje zit nu al vastgeroest in ons repertoire: natuurlijk wil niemand de scholen dicht, leren op school is het allerbeste voor kinderen, door de scholen te sluiten laten we kinderen opdraaien voor het onvoorzichtige gedrag van volwassenen, school is dé veilige haven voor kinderen, daarom gaan de scholen als laatste dicht en als eerste weer open. Het is een soort mantra. En we herhalen dit allemaal klakkeloos. Want als je dit zegt, ben je goed voor je kind. Zo. Daar heeft de overheid ons maar mooi waar het ons hebben wil. Het gaat onze beleidsmakers trouwens helemaal niet om het welzijn van het individuele kind, staat gewoon in hun beleidsdocumenten, maar wat maakt ‘t uit. De overheid heeft het beste met ons voor en als dat het behoud en de opbouw van human capital is, is dat zo. Even letterlijk dan, in hun eigen woorden, waarom willen ze geen maatregelen op scholen? Hierom:


Uit: Effect maatregelenscenario’s economie van de Rijksoverheid

Ontmenselijking

Ik weet, als je kritiek wil uiten moet dat genuanceerd, enigszins binnen de heersende opinie van het moment, in diplomatieke bewoording en slinger vooral geen schuld. Door iedere harde kritiek weg te zetten als populisme, hebben we mooi een situatie gecreëerd waarin de overheid echt met álles wegkomt. En dan klagen we wel dat ze overal mee wegkomen, maar de harde kritiek is dan vervolgens weer ‘ach, populisme’. De populisten rennen er hardlachend mee weg. Mensen die echt zat hebben van alle leugens, dat het er echt duimendik bovenop ligt en iedereen dan nog steeds doet alsof het waar is omdat we anders als ‘ach, populistisch’ gezien worden, natuurlijk rennen er steeds meer mensen richting die populisten. Al dat redelijk doen is een wurggreep geworden waar we met z’n allen nu in stroomversnelling aan ten onder gaan. Dit behoeft geen diplomatie en redelijke argumenten (vooruit wie ze wil, ik schreef het hier en hier en hier en hier), dit vraagt om een botte bijl en duidelijke taal. Dan maar ‘populistisch’.

Want wat een ranzige smerigheid om te doen alsof we kinderen zo beschermen tegen schade aan hun welzijn. Waar we nu mee bezig zijn is een weerzinwekkende ontmenselijking van het kind. Het kind hoeft blijkbaar niet te leven. Geen feestjes, geen uitjes, geen sint, geen kerst, geen schoolreisjes, geen mijlpalen. Het kind moet doen wat echt belangrijk is voor een mens: theoretische kennis absorberen. Dan maar een paar jaar niet naar opa en oma. We moeten niet net doen alsof die al aan hun laatste levensfase begonnen zijn. Die zien we over een paar jaar wel weer. De cognitieve machine waar leerstof in gepompt moet worden, volgt een strikt tijdspad, waar geen seconde van mag worden afgeweken. Niet, nooit, nimmer. Nou. Hier is een oplossing voor de basisscholen: Maak een einde aan de d/dt regel en je hebt zo vele weken lucht gecreëerd om achterstanden weg te werken. De pandemie levert ons veel nieuwe woorden en uitdrukkingen op, dan kan er ook wel wat ingeleverd worden. Doe niet zo moeilijk.

Het kalf is al verdronken

Over de Nederlandse taal gesproken, we hebben een prachtige uitdrukking waarmee je deze strategie mooi kunt samenvatten. ‘Als het kalf verdronken is, dempt men de put’. Maatregelen nemen als het al te laat is. De scholen sluiten als de zorg al is bezweken is het paard achter de wagen spannen. De scholen als laatste sluiten, och het bekt zo lekker; we doen álles kinderen te ontzien. Maar het is exact wat ons continu in deze problemen brengt. En dat ze uiteindelijk toch weer dichtmoeten, dat kan je op je tien vingers natellen.

We kunnen er tigduizend onderzoeken en metingen op loslaten, tot welke decimaal nauwkeurig zijn kinderen besmettelijk? Alle klinkklare onzin die ‘de’ wetenschap uit de hoge hoed tovert om het maar te maskeren dat de scholen het probleem zijn. Van ‘jongeren raken besmet op de fiets’ tot ‘kinderen besmetten vooral ongevaccineerden’. Van ‘kinderen verspreiden nauwelijks’ tot ‘kinderen dragen bij aan verspreiding, natuurlijk wisten we dat, maar ze zijn niet de motor achter de pandemie, dus is hun rol in verwaarloosbaar’. Natuurlijk willen we dat geloven. Koppel het constant maar weer aan die leerachterstanden, wijdverbreide kindermishandeling en het onverantwoordelijke gedrag van volwassenen en we hebben aan deze leugens genoeg om ons er niet tegen te verzetten. Maar het zijn leugens. Absolute leugens. Niks voortschrijdend inzicht.

Het patroon is gedurende de hele pandemie al hetzelfde. En het is GEEN raketwetenschap. Ieder klein kind op deze wereld kan deze dynamiek prima begrijpen. Het verspreidingspatroon is eenvoudig: overal waar grote groepen mensen bij elkaar komen, verspreidt het virus zich sneller, namelijk via clusters. De groep die op welk bepaald moment van het jaar de meeste sociale contacten heeft, is de motor van de epidemie. We nemen steeds de zomer als startpunt. Prima. In de zomer zijn het de jongvolwassenen. In de rest van de samenleving verspreidt het zich ook, maar zonder die versneller die we clusterverspreiding noemen. Na de zomervakantie nemen een aantal kinderen die besmettingen mee naar school en daar gaat het de school in, de school uit, de school in, de school uit, totdat er binnen of rond de scholen clusters ontstaan.

Je kunt van alles sluiten, maar het blijft rondgaan onder die kinderen. Die nemen het weer mee naar huis, waarvandaan het meegaat naar de werkplek, naar de mantelzorg, naar de grootouders, naar de rest van de samenleving. Die dynamiek doorbreek je alleen als je de verspreiding onder kinderen doorbreekt. En uiteindelijk moet dat ook. Iedere keer weer. Dat weet je van tevoren. Als je de scholen als laatste sluit, weet je dat we heel erg lang met maatregelen zitten in een poging om het in de rest van de samenleving wat te dempen. Het werkt niet. Hoe besmettelijker de variant, hoe moeilijker deze strategie. En ik herhaal, zie ik mijn glazen bol, uiteindelijk moet je die scholen tóch weer sluiten. Alleen dan nadat alles en iedereen al heel veel schade heeft opgelopen. Er vele mensenlevens zijn verloren. En ja, onze kinderen alweer heel wat streepjes bij hebben kunnen turven aan hun leefachterstand. Het is kwalijk en naar en het schaadt ons allemaal. In het bijzonder onze kinderen.

Kudde-immuniteit

Overigens is het absurd dat we steeds maar weer uitkomen op het punt dat de scholen gesloten moeten worden. Bijna overal ter wereld, op echt slechts een paar landen na, worden voorzorgsmaatregelen getroffen op scholen. Weinig verspreiding -> wat voorzorg, veel vespreiding -> veel voorzorg. Maar dan moet je taboes laten varen. De snottebel blijft thuis. Kinderen worden getest. Kan tegenwoordig met een lollytest, dus niet zo moeilijk doen. Voor kinderen gelden dezelfde quarantaineregels als voor iedereen. En als we zien dat de besmettingsgraad omhooggaat, dragen de kinderen een mondneusmasker op school. We geven die klaslokalen uitstekende ventilatie. We laten de kinderen vaker buitenspelen, zodat de lokalen gelucht kunnen worden. En brrr, hoooo, kinderen een mondneusmasker, zelfs de kleinsten? Ja. Doen ze op heel, heel veel plekken wereldwijd. Kunnen ze al anderhalf jaar. Er zijn nul berichten van vreselijke psychische schade, besmettingen via dat masker, onderdrukking of wat dan ook. Wel berichten dat daar waar ze er heel verstandig en strikt mee omgaan, er niet zulke hysterische noodtoestanden zijn als hier, dat scholen niet dichthoeven en dat kinderen slechts af en toe met lockdown-achtige maatregelen worden geconfronteerd.

In al onze superioriteit zijn we totaal inferieur aan de rest van de wereld gebleken. Daar waar ze zich aanpassen en doen wat ze moeten doen, gaat het beter. Ja, zelfs in dat ‘achterlijke’ Afrika. Heet ervaring ofzo, dat wat ze leren in het echte leven. Kunnen ze dan wel een ‘leerachterstand’ hebben vergeleken met ons, op heel veel andere vlakken zijn ze echt vele malen slimmer dan wij. En medemenselijker ook. Daar was kudde-immuniteit nooit een optie. En dat is waar wij nu mee bezig zijn. Onze kinderen immuun maken. Tegen alles en beter weten in. Onze kinderen komen deze pandemie immuun en zonder leerachterstand door, maar ten koste van wat? Hun menselijkheid? Hun ontwikkeling tot mens en hun leven?

Om met de woorden van Elze af te sluiten: Onze kinderen zijn moe. Geef ze leven. Niet door dat virus te laten gaan, maar door het de kinderen niet steeds te laten verspreiden totdat werkelijk alles vastloopt.

Ik hoef niet te stressen over mijn cijfers, maar ik stress wel. Ik kan niet meer. Je kan niet van ons verwachten dat onze spanningsboog, onze motivatie en onze leerlust hetzelfde is als een jaar geleden. Want het afgelopen jaar is het meest stressvolle jaar van mijn leven geweest. Het meest stressvolle jaar van al onze levens. Want naast de angst voor het verliezen van onze familieleden, de constante spanning van wel of niet naar school mogen, om de maand nieuwe maatregelen moeten toepassen op onze chaotische levens en dagelijks strugglen met jezelf achter die computer zetten, hebben we ook geen outlet gehad. We hebben niet gesport zoals we altijd deden. Niet gepraat en gefeest. We hebben die verdriedubbelde stress van ons ‘corona-examenjaar’ opgekropt in onze door hormonen overstroomde hoofden. We zijn moe.

Elze van Houtum in de Volkskrant



Voetnoot:
Van eind 2006 t/m 2014 deed ik in Sierra Leone onderzoek naar de herintegratie van voormalig kindsoldaten (en andere onderwerpen, dit was hoofdonderwerp). In die zelfde periode draaide ik een scholings- en vaardighedenproject voor ex-kindsoldaten en onderzocht de ontwikkelingen. Uit 1e deel van mijn onderzoek bleek nl dat problemen met herintegratie van voormalig kindsoldaten zonder uitzondering op 1. gemis aan zorgende ouder 2. terugkeer naar oude gemeenschap niet mogelijk en 3. gebrek aan onderwijs/vaardigheden waren. 
Voor alle moeilijkheden probeerden we een oplossing te zoeken in NGO verband. Scholings- en vaardigheidsprojecten moesten ex-kindsoldaten helpen weer terug te keren naar de maatschappij, dat was ook hun diepste wens. Ik deelde ze in in een aantal groepen > 1. een deel kreeg alleen praktische ondersteuning 2. een deel kreeg deels financiële ondersteuning 3. een deel kreeg volledige financiële ondersteuning (ook voor onderdak, voeding etc). Uiteindelijk deed groep 1 het het beste. Waarom? De andere 2 groepen kregen eindelijk een  vangnet waardoor zij eerst andere gemiste ontwikkelingen door moesten maken. Banden met sociale omgeving, status opbouwen, uitgaan, jong zijn, onverantwoordelijk zijn, verliefd worden, etc, etc. etc. In mijn onderzoek verlegde ik focus op ontwikkelingsinterferenties. 
Vrijwel zonder uitzondering hadden deze ex-kindsoldaten gewoon tijd nodig om op andere vlakken hun leven weer op poten te zetten, en andere ontwikkelingen door te maken, voordat zij zich konden toeleggen op het aanleren van theoretische kennis of praktische vaardigheden.  Bijna allemaal zijn ze inmiddels goed terechtgekomen en de stichting heeft zich daarom opgeheven, doel bereikt. Is onderwijs belangrijk voor kinderen? Ik zeg volmondig JA. Het is heel belangrijk. Maar er is meer belangrijk dan tegen alles in doorgaan met fysiek onderwijs. Kinderen hebben gevoelens, twijfels, angsten en behoeften tot ontwikkelen buiten onderwijs om. Kinderen hebben in de eerste plaats hun ouders nodig voor dat veilige vangnet en een functionerende maatschappij. Wat mij altijd zo greep in Sierra Leone was de uitspraak van kindsoldaten: zelfs in de bush speelden we, ieder moment dat dat mogelijk was. Dat is goed om te onthouden.
Liminaliteit. Tussen het oude, en het nieuwe normaal.

Liminaliteit. Tussen het oude, en het nieuwe normaal.

Overdonderd. Verbijsterd. Murw. Vertwijfeld. Zoveel vragen, geen antwoorden. Bij mij, althans. De persconferentie, de talkshows, de sociale media, alles kakelt door elkaar heen. Sterke meningen. Iedereen houdt vast aan zijn eigen ideeën. Zoveel stelligheid. Ik begrijp het niet meer. In een kwartiertje persconferentie ben ik, merk ik, in één klap buiten de samenleving komen te staan. Ik weet niet zoveel als jullie. Iedereen heeft gelijk. Niemand heeft gelijk. Voor alle meningen is iets te zeggen. Als je het bekijkt vanuit al die verschillende perspectieven. Dat is wat deze situatie intens moeilijk maakt. Zoveel onzekerheid. Zoveel chaos. En in zo’n hele grote wirwar aan emoties, meningen, belangen en bedreigingen die als een klem over de samenleving heen liggen, zou je een leider willen zien die de gemoederen bedaart. Die mededogen toont. Menselijkheid. Compassie. En toch ook redelijkheid en daadkracht. Je zou een leider willen zien waarvan je weet: die overziet de boel. Hij heeft het kompas. Hij weet waar we heengaan. Welke gevaren we onderweg tegenkomen. We komen hoe dan ook thuis.

Hoe ze het doen, ik weet het niet, maar wij hebben leiders die de verwarring niet alleen niet weten weg te nemen, ze zwengelen het aan. Niks mededogen en compassie. De wijzende vinger naar ons, wij leven de maatregelen niet goed na. En de gesloten houding, armen over elkaar, op onze kritiek over hen.

Ik heb dat gevoel wel vaker bij dit duo. Dat echt niets van wat wij doen of zeggen bij hen aankomt. Je kan moord en brand schreeuwen, deze twee horen het niet eens. Ze zitten vast in hun eigen agenda. Ze maakten zulke vreselijke fouten, maar nooit komt de reflectie. Je mag ze er niet eens op aanspreken. Dan staan ze verongelijkt, armen over elkaar, laatdunkend te gnuiven. Wij zien het verkeerd. Zij doen alles goed en wij niet. En omdat wij het niet goed doen, moeten zij nu weer maatregelen nemen. Of we even een tandje bij willen zetten met ons gedrag. En de voorlichtingstaken van VWS over willen nemen, want nu moeten wij zelf mensen maar gaan overtuigen van die prik.

Dat opdringen van die vaccins, het werkt averechts. Mensen die vanuit een bepaalde overtuiging echt niet willen vaccineren en kunnen weigeren, die haal je hier niet mee over de streep. Het zijn vooral de jonge mensen die zullen toegeven. Een generatie die we leren dat je vaccineert om naar de bioscoop te kunnen of naar een café, of misschien binnenkort zelfs wel om naar school of werk te kunnen. Ik vraag me af hoe handig dat is. Gerede kans dat je een generatie creëert die straks met een grote boog om het rijksvaccinatieprogramma heenloopt. Dan heb je meer verloren dan je hebt gewonnen. En voor wat? Hoe zinvol is een systeem waarbij we 100% leunen op vaccins, die je constant moet blijven boosten? Daar geven we voor onbepaalde tijd hele belangrijke rechten voor op. Zo, pats boem, in een kwartiertje persconferentie. Alsof het niets is.

Toch die tweesporensamenleving. Of eigenlijk zijn het er meer. Want naast de mensen die de prik weigeren, zijn er de mensen die die prik helemaal niet kunnen nemen. Of bij wie die prik gewoon niet voldoende bescherming biedt. Van Dissel schatte hun aantal op zo’n 700.000. Zevenhonderdduizend mensen die al anderhalf jaar geïsoleerd zijn van de samenleving. Mensen die niet eens genoemd worden. We vergeten voor het gemak maar even dat ze bestaan. “Nou ja eh, je kan niet de hele samenleving stilleggen voor die 700.000 mensen,” is een veelgehoord argument. Zo even uit de heup geschoten. En dan de verpleeghuizen. Dat blijft een plek waar dat virus huishoudt, wat je ook doet. Zolang er transmissie is, blijft het een zwakke plek. Ach. Het is niet anders. Het is niet anders, het kan niet anders, verder niet over nadenken. Of handelen. We doen gewoon of het niet bestaat. Mensen met hartfalen, diabetes type I, die bepaalde medische behandelingen krijgen waardoor het immuunsysteem niet goed werkt.

2G is de oplossing die de overheid het beste uitkomt en dus komt het er. Punt. En intussen komen er wat maatregelen. Waar ze vandaan komen of waar ze op zijn gebaseerd? Voor mij lijken ze uit de lucht te komen vallen. Hoe het uitkomt in het Catshuis, zeg maar. We moeten iets doen, wat dacht je van de theaters? Teveel ophef, doen we gewoon de horeca, daar kunnen nog wel wat faillissementen vallen, dus huppakee. Ze doen maar wat. En wie er doodgaat, gaat dood. Het wordt niet eens genoemd. Als je een lange lijst met totaal verwarrende maatregelen met een ernstig gezicht oplepelt, dan voelen ze tenminste zwaar, zal Rutte gedacht hebben. Niet voor het virus. Explosieve groei zagen ze al op zoveel plekken. Hele huishoudens raakten besmet in India, Indonesië, Tibet, de VS. De kroegdeur gaat dicht, de schooldeur blijft wagenwijd open. Delta vindt ze feilloos en snel, die vatbaren. Maar ach, dat was natuurlijk niet in Nederland.

Dus verbaasd. Verward. Perplex ook. Op geen enkele manier heb ik in dit beleid een poging gezien om de samenleving aan elkaar te lijmen. Het begon met het beschermende muurtje, dat mensen gewoon buitensloot, ook al willen we net doen alsof we het met z’n allen deden. Het is niet waar. En ook nu kunnen we enkel oplossingen bedenken, waar we mensen mee buiten de samenleving plaatsen. Dat vinden we niet erg, want daar hebben die mensen het zelf naar gemaakt, hoor ik vaak. Zij wilden mensen met een verhoogd risico op ernstig covid opsluiten, nu weten ze hoe het voelt. Kan ik me voorstellen, die reactie. Maar uiteindelijk zijn we toch één samenleving. En dat burgers deze sentimenten over elkaar voelen, natuurlijk. Dan kijken we op naar onze leiders, om daar rust en rede in aan te brengen. Om iedereen te beschermen, tegen elkaar en tegen het virus. Maar zulke leiders hebben we niet. Onze leiders droppen die bom en laten ons achter met die chaos. ‘Advies van het OMT, u doet het er maar mee’.

Chaos. Chaos in mijn gedachten, want intussen weet ik niet meer wat ik vind. Moeten we echt alles opofferen voor de volksgezondheid? Hoe ver moet die bescherming gaan? Wat blijft er over van onze samenleving op deze manier? Is dit het waard? Chaos in de samenleving. In de antropologie noemen we zoiets liminaliteit. Een overgangsfase. Tussen twee werelden. Het oude is weg en het nieuwe moet nog komen. Een periode van grote onzekerheid. En deze periode is, het behoeft geen uitleg, precair. Voor de samenleving als geheel, maar ook voor de individuen die die samenleving maken. Een periode waarin onze rollen veranderen, onze gedragingen steeds afgewogen moeten
worden en waarin we nieuwe normen en waarden moeten formuleren.

Onze cultuur biedt geen vangnet, geen oplossingen, geen antwoorden. Om samen naar de nieuwe fase te gaan, zullen we een nieuw samen moeten creëren. Door samen onze normen en waarden te formuleren. Wat behouden we en welke nieuwe waarden maken we ons eigen? Maar dat gebeurt niet. Door een overvloed aan onduidelijkheden en inconsistentie bij de overheid, worden we vooral op onszelf teruggeworpen. We vallen terug op onze persoonlijke, menselijke behoeften. Het is vechten voor je eigen stukje wereld. Ieder voor zich. Is zo’n samenleving klaar om een 2G systeem in te voeren? Ik denk van niet. Het vertrouwen is er niet. Niet in de overheid, niet in elkaar. De onzekerheden te groot. 2G mag de verspreiding dan remmen en ook al is het ‘tijdelijk’, het laat hoe dan ook permanente sporen na. En die sporen kunnen diep zijn. Is het nodig? Geen idee. We hebben het meeste nog helemaal niet gedaan. Ventilatie op scholen, bijvoorbeeld. Snottebellen thuis. Een verantwoordelijker houding als het gaat om het doorgeven van besmettelijke ziekten. Mondneusmaskers. We hebben het allemaal nog niet serieus geprobeerd.

Is 2G nodig? Kunnen we niet anders? Moeten we maar inschikken? Ik weet het echt niet. Wat ik wel weet, is dat we na bijna twee jaar corona nog altijd niets van dat virus begrijpen. En dat dat totaal krankzinnig is. Het is nog steeds het domein van de ‘virologen’ die voor ons beslissen wat goed voor ons is. Hoe onze toekomstige samenleving eruit moet zien. Vanuit hun gekleurde bril. Ik zie andere mogelijkheden. Of nou ja, dat weet ik eigenlijk ook niet. Maar het is wat ik hoop. Dat we kunnen beginnen bij die basismaatregelen. Die maatregelen waar wij ons niet goed genoeg aan zouden houden. Ik zie dat precies andersom. Want de basis die bij die maatregelen hoort, de kern van infectieziekten bestrijding, het heeft hier nooit bestaan. Laagdrempelig testen, echt goed bron en contactonderzoek, het isoleren van de zieken en de quarantaine van al hun contacten, het is hier allemaal niet gedaan. Dus voordat we overgaan op 2G, laten we vooral 1G niet overslaan: Getest. En laat iemand Rutte intussen een kompas geven. Een kompas dat niet steeds terugleidt naar het Catshuis. Een kompas dat ons in die liminaliteit, die chaos, enigszins stabiel op koers houdt, richting een nieuw normaal waar we allemaal meedoen. Zeker ook die zevenhonderdduizendmensen die we hebben achtergelaten op de kade.

Over gedrag gesproken

Over gedrag gesproken

Golf nummer zoveel, persconferentie nummer zoveel. Terwijl het kabinet had gehoopt het land rond deze tijd te bevrijden van alle coronamaatregelen, trekken intensivisten aan de rem, de ouderenbond sputtert tegen en luiden een aantal virologen weer de noodklok. De remedie waar het kabinet voor de zoveelste keer mee komt: een aantal maatregelen die half-half worden toegepast en vooral veel nadruk op de eigen verantwoordelijkheid. “Ons gedrag moet om”, kopt RTL Nieuws, zal de kernboodschap zijn van persconferentie zoveel, waarin het kabinet dus voor de zoveelste keer geen verantwoordelijkheid zal nemen voor de volksgezondheid en de eigen fouten.

‘Ons‘ gedrag

Inderdaad, dacht ik direct toen ik die kop las. Als Hugo de Jonge zegt dat ‘ons‘ gedrag om moet, heeft hij het goed begrepen. Als hij met ‘ons‘ het kabinet bedoelt, tenminste. Want met de vinger nu nog een keer naar de burger wijzen, dat zal zelfs dít kabinet toch niet meer durven?

Uit de verkiezingscampagne van de VVD, verkiezingen 2021

Toch niet nadat Rutte de spoedige eindstreep van de coronacrisis als campagnetool inzette bij de Tweede Kamerverkiezingen van maart jongstleden? Of nadat Hugo de Jonge, opgesmukt met een zelfvoldane glimlach van oor tot oor, bij Op1 kwam vertellen dat we met de vaccins de coronacrisis achter ons konden laten? Nadat één van de belangrijkste adviseurs van het kabinet, Jaap van Dissel, de ‘mondkapjes‘ maar bleef afwijzen, ook al liepen wij er verplicht mee rond? Liepen, inderdaad. Want jee, die belachelijke onzin dat ze dan af mochten als je zat, dat heeft nooit iemand begrepen. Een idioot kon zien dat dit op een dag in je gezicht zou ontploffen. Of hebben we het over dat leuke liedje van Grapperhaus, waar dat mondkapje hene ging? Of zijn bruiloft? Zijn gejubel over de mate van immuniteit in Nederland, waardoor veel mensen corona krijgen nog steeds niet als iets problematisch zien? Het gedrag van Ank Bijleveld rond kerst misschien? Of jullie stilzwijgen iedere keer als de besmettingen stijgen en het hele land in rep en roer is? Dansen met Janssen? De Fieldlabevenementen? De waanzinnige decadentie rond de Formule 1 in Zandvoort? Monkey see, monkey do, beste leden van het kabinet. Dat we de coronacrisis nog steeds niet achter ons kunnen laten, ligt inderdaad aan gedrag. Aan dat van jullie. En het is inderdaad hoog tijd dat dat om gaat.

Abracadabra

Als gedragswetenschapper kan ik het woord gedrag overigens bijna niet meer horen. Ik herinner me nog goed dat ik me maandenlang schor heb moeten schreeuwen om maar duidelijk te maken dat niet het gedrag van het virus, maar het gedrag van de mens de verspreiding bepaalde. En sinds dat kwartje eindelijk gevallen is, valt het woord gedrag om de haverklap. Helaas zelden in de juiste context. Soms horen we weleens een gedragsdeskundige of een menswetenschapper aan het woord, maar dan schakelen we snel weer over naar de modellen, de data, de prognoses. En daar zit ‘m de crux. De totale arrogantie dat je binnen modellen met minutieuze precisie de pandemie naar je wensen kunt tweaken. Abracadabra, geef me maximaal 180 bezette IC bedden en het model spuugt de gewenste maatregelen uit. Nou ja, zo werkt het niet. Want één verkeerde uitspraak van de minister en je model is waardeloos. Een gedragswetenschapper zou je dat makkelijk kunnen vertellen, maar die zit op de achterbank lijdzaam te kijken naar het gedrag van het kabinet.

Kwakzalverij

Het is ook wat, dat gedrag. Iedereen weet er alles van. We hebben allemaal gedrag. We zien iedere seconde dat we wakker zijn gedrag, we maken constant inschattingen over gedrag, dus we weten alles over gedrag. Wat gedrag doet met de epidemie, dat kan zomaar iedereen dus gewoon invullen. Als antropoloog vind ik al die inschattingen en analyses uitermate fascinerend. Ik luister er graag naar, want het is ongelofelijk leerzaam. Dat echt iedereen de mond vol heeft over gedrag maar nooit iemand wérkelijk wil weten hoe het zit, ik heb de afgelopen anderhalf jaar wel geleerd mijn schouders erover op te halen. Maar zo nu en dan stoort het me toch. Als ik me bedenk dat er iedere dag mensen sterven door die kwakzalverij op gedragswetenschappelijk gebied. Zo ook vandaag.

Als ik zie dat de overheid haar verantwoordelijkheid voor de volksgezondheid alweer op de burger afwendt, terwijl diezelfde overheid haar burgers al sinds het begin van de pandemie stimuleert om risico’s te nemen. Door het verkeerde voorbeeld te geven, door te optimistische prognoses de wereld in te slingeren, door de sussende berichten over de ernst van de ziekte, door onlogisch beleid, door steevast te weinig maatregelen te nemen, door misleidende of ronduit foutieve informatie de samenleving in te slingeren, door tweedeling te veroorzaken en ruzies over zogenaamd dor hout lekker te laten gaan. Of een negatief sentiment over niet-gevaccineerden aan te wakkeren. Dan denk ik: ja, beste leden van het kabinet, de gemiddelde burger doet echt exact wat jullie willen. Krijgen zij daar nu ook al de schuld van? Nou. Kort lesje gedragskunde dan maar: als je bepaald gedrag wil stimuleren, moet je de juiste voorwaarden en de juiste omgeving scheppen. Iedere leider krijgt het volk dat hij verdient, zeg maar.

Corona is nog niet voorbij: Waarom ik nu toch stop

PERSOONLIJKE BRIEF

Wim Schellekens, lid RedTeam, 2 november 2021

Op 1 november 2021 maakte het RedTeam bekend dat het als team ophoudt te bestaan[1]. Een aantal leden van het RedTeam gaat op persoonlijke titel en vanuit hun eigen expertise en ervaring door met het geven van duiding, analyse en adviezen. Zelf kies ik daar niet voor.

In deze persoonlijke brief wil ik motiveren waarom ik deze keuze maak. Tegelijk wil ik de gelegenheid aangrijpen om kort op een rij te zetten wat het RedTeam was, wat het RedTeam voor mij heeft betekend en wat ik heb ervaren als mogelijke lessen voor de toekomst.

RedTeam

Sinds juli 2020 heb ik – eerst met drie en kort daarna – met elf collegae een team gevormd dat ongevraagd duiding, analyse en advies gaf over de corona-aanpak en de gevolgen van het kabinetsbeleid. Het was een bijzonder team. Het bestond uit experts met een grote diversiteit van relevante expertise en veldervaring uit eerdere epi- en pandemieën in Nederland, Afrika en Azië (Sars, Ebola, HIV/AIDS)[2].

Wij vormden met elkaar een vrijwillige, geheel onafhankelijke, niet-gefinancierde groep experts, die bij elkaar dezelfde missie, visie en waarden herkenden. Wij noemden onszelf ‘RedTeam’ omdat in een complexe crisis het gebruikelijk en noodzakelijk is om een RedTeam aan te stellen naast het ‘Blue Team’ dat de aanpak van de crisis leidt. Zo’n RedTeam geeft op basis van eigen analyse en duiding constructieve tegenspraak, om daarmee tunnelvisie en blinde vlekken van het Blue Team te voorkómen. In tegenstelling tot de gewenste situatie, had ons RedTeam geen formele of gevraagde status. Wij deden dit in onze vrije tijd naast ons gewone werk. Helaas bleek – ondanks aandringen van onze kant – communicatie of samenwerken met het kabinet en het OMT door hen niet gewenst.

Inbreng van het RedTeam

Van juli tot december 2020 heeft het RedTeam ongevraagd een aantal waarschuwingsbrieven, beleidsadviezen en onderwerpsgerichte adviezen (over veilige heropening van scholen, over mondneuskapjes en over testbeleid) uitgebracht. Tweemaal heeft het RedTeam een hoorzitting gegeven aan de Tweede Kamer. U kunt dit alles terugvinden op onze website: www.C19RedTeam.nl. Hier vindt u ook een totaaloverzicht van onze bijdragen in krant, radio en TV[3].

Op 4 februari 2021[4] maakte het RedTeam per openbare brief bekend als RedTeam voorlopig geen adviezen meer uit te zullen brengen. Belangrijkste reden was dat het kabinet vanaf het begin voor een andere strategie had gekozen (nl. het virus laten rondgaan op geleide van de ziekenhuis/IC-capaciteit) dan die wij hadden geadviseerd (nl. omlaag brengen en laag houden van het aantal besmettingen). Door te blijven hameren op de noodzaak van een ander beleid, zou het RedTeam geweld doen aan haar kernwaarde van ‘constructieve tegenspraak’ en in de beeldvorming al snel vervallen in activisme.

Vanaf februari 2021 hebben leden van het RedTeam, inclusief ik zelf, nog wel op individuele basis inbreng gegeven via persoonlijke contacten bij regerings- en oppositiepartijen in de Tweede Kamer, en op verzoek via bijdragen in kranten, radio en TV.

Waarom ik nu stop

Actieve deelname aan het RedTeam is voor mij een van de meest stimulerende ervaringen geweest in mijn loopbaan. De combinatie van competenties, ervaring, inzet en samenwerking vanuit een onafhankelijke positie met een gedeelde missie, visie en waarden leverde producten op die goed onderbouwd en breed gedragen waren en die een hoopvol, realistisch perspectief en alternatief boden in de landelijke discussie over de aanpak van deze coronacrisis.

Het RedTeam heeft besloten te stoppen om als team naar buiten te treden. Individuele leden zullen vanuit hun expertise en ervaring doorgaan om gevraagd en ongevraagd duiding te geven aan wat er gebeurt, de situatie te analyseren en adviezen te geven.

Mijn inbreng in het RedTeam deed ik vanuit mijn zorgervaring als huisarts en public-health-arts in eerste en tweedelijn en vanuit mijn bestuurlijke en toezichthoudende expertise. Ik ben geen expert op het gebied van virologie, epidemiologie, gedragskunde, data-analyse en ik heb ook geen epidemiologische-veldervaring. Mijn kracht kwam tot zijn recht binnen het functioneren in dit RedTeam. Nu dat team wegvalt, is het mijns inziens wijs niet meer bij te dragen aan het debat over de aanpak van deze pandemie. Ik weet dat er veel mensen zijn die steun vonden bij wat het RedTeam deed en ook bij wat ik in de media naar voren bracht. Het gaf hen hoop. Doorgaan heeft echter nu geen toegevoegde waarde meer.

Kernboodschappen van het RedTeam

Wat hebben we geleerd dat nuttig kan zijn bij de verdere aanpak van deze coronacrisis en ook wanneer er zich onverhoopt een nieuwe pandemie zou aandienen?

Onze kernboodschappen, die in onze brieven en adviezen steeds leidend geweest, bruikbaar als toetsingspunten bij de evaluatie van het beleid en als checklist voor toekomstig beleid:

  1. “Corona is geen griepje”
    Het is een zeer besmettelijke A-ziekte, met mogelijk een ernstig en ook dodelijk verloop. De druk op de zorg is potentieel zeer hoog met daardoor verdringing van de reguliere zorg.
  2. Stuur niet op ziekenhuiscapaciteit[5], maar op het omlaag brengen en laag houden van het aantal besmettingen.
    Hier lopen de belangen van de patiënt, de zorg, bedrijfsleven, cultuur en economie parallel.
    Het aantal besmettingen groeit zonder maatregelen exponentieel (verdubbelingstijd 10-14 dagen). Daarom is snelle interventie al noodzakelijk als het aantal besmettingen nog laag is. Als deze interventie snel en krachtig is, kan deze ook kort duren.
    Houd vervolgens het besmettingsniveau laag door het handhaven van de basismaatregelen[6] samen met intensief indambeleid[7].
    Op deze wijze wordt ook voldaan aan het ‘voorzorgprincipe’. Vanuit risicomanagement: vermijden van risico’s die bij optreden niet aanvaardbaar zijn (‘Better Safe Than Sorry’).
    Gebruik de adviezen van de WHO, de ECDC, (inter)nationale experts en leer van ervaringen in andere landen.
  3. Maak het beleid voorspelbaar.
    Stel landelijk en regionaal routekaarten vast, met indicatoren per fase, met daaraan gekoppeld in zwaarte toe/afnemende maatregelen die gebruikt worden bij op- en afschalen. Én als kabinet: houd je daar dan ook aan. Dat is een belangrijke voorwaarde voor vertrouwen van de burger in de leiding.
  4. Vaccineren heeft topprioriteit, maar is niet genoeg.
    Vaccineren beschermt tegen ernstig ziek worden en dus tegen opname in ziekenhuis en IC.
    Het vaccinatiebereik is nu 82%, effectiviteit is 85%, effect vermindert in de tijd, effectiviteit bij nieuwe varianten is nog onbekend, na vaccinatie is er nog steeds (geringe) kans besmet te worden en dan ook anderen te besmetten. Een bewijs van vaccinatie geeft dus geen zekerheid dat de persoon niet besmettelijk is en biedt als coronatoegangsbewijs (CTB) dus schijnveiligheid.
    Er zijn nog steeds 2-3 miljoen mensen die niet beschermd zijn. Voor hen is brede toepassing van het CTB, waar het kabinet nu op lijkt in te zetten, dus onvoldoende als bescherming. Met name voor hen, maar ook voor de gevaccineerden, is het laag houden van het aantal besmettingen dus van groot belang, oftewel: voor iedereen is het behouden van de basismaatregelen – en zo nodig intensief indambeleid – essentieel.
  5. Communicatie en vertrouwen zijn basisvoorwaarden.
    Goede communicatie is de sleutel om draagvlak te krijgen en te houden voor noodzakelijk beleid dat pijn doet. Deel dilemma’s, bouw voldoende urgentie op zonder paniek te veroorzaken, grijp tijdig en krachtig in, bied perspectief (routekaart), zorg voor een heldere advies-, besluitvormings- en verantwoordingsstructuur, communiceer eenduidig en consequent wat er van de burger wordt verwacht en handhaaf daar ook op. Bestrijd desinformatie.
    Vertrouwen in de leiding is essentieel.
  6. Advisering, besluitvorming, verantwoording, evaluatie.
    Advisering dient onafhankelijk te zijn, vanuit alle relevante disciplines. Voorkom dat de advisering alleen plaatsvindt binnen de politieke context: wat de politici willen horen.
    Benoem daarnaast een onafhankelijk team met de opdracht constructieve tegenspraak te leveren, om daarmee kokerdenken te voorkómen: een ‘RedTeam’.
    Besluitvorming door het kabinet dient inzichtelijk en toetsbaar te zijn.
    Afleggen van verantwoording aan de Tweede kamer dient transparant en lerend te zijn. De tegenmacht van de Tweede Kamer kan en mag niet belemmerd worden door politieke overwegingen.
    Organiseer al tijdens de crisis tussentijdse, onafhankelijke evaluatie om te leren van fouten, te leren van andere landen. De WHO heeft duidelijke adviezen voor zo’n ‘in-action-review’. Fouten maken is normaal. Fouten erkennen en beleid aanpassen is een teken van kracht.

Terzijde nog twee korte opmerkingen over de huidige situatie (begin november 2021). Deze is zeer zorgelijk. Er is landelijk in toenemende mate sprake van een vertrouwenscrisis tussen politiek en burger, en dat niet alleen door de aanpak van de coronacrisis. Dit ondermijnt het draagvlak voor noodzakelijke maatregelen.
Dan nog even over de zorg: ziekenhuizen en IC’s liggen weer overvol en de reguliere zorg wordt op veel plaatsten alweer verdrongen. Er is daardoor veel verborgen leed. De verpleegkundigen kunnen het echt niet meer aan. Dit blijkt uit de ziekteverzuimcijfers, de aantallen burn-out, en het feit dat in sommige ziekenhuizen hierdoor het aantal IC-bedden zelfs is afgeschaald.

Uitbreiding IC-capaciteit is om deze reden een illusie. Een zorginfarct is zichtbaar en er dreigt opnieuw ‘code zwart’. De enige oplossing is het zo snel mogelijk omlaag brengen van het aantal besmettingen. Het kabinet weet inmiddels hoe dat moet.

Wanneer gevraagd zou worden hoe een toekomstige epi-/pandemie zou moeten worden aangepakt, dan denk ik graag weer mee: we hebben veel geleerd en het zou goed zijn als deze lessen ook daadwerkelijk getrokken zouden worden.

2 november 2021

Wim Schellekens, voormalig huisarts, ziekenhuisbestuurder, hoofdinspecteur en lid RedTeam


[1] https://www.c19redteam.nl/wp-content/uploads/2021/11/2021-11-01_Afscheid_Red_Team-1.pdf

[2] https://www.c19redteam.nl/over-red-team-c19-nl/

[3] https://www.c19redteam.nl/red-team-c19-nl-in-de-media/

[4] https://www.c19redteam.nl/wp-content/uploads/2021/02/2021-02-04_-_Waar_is_het_RedTeam.pdf

[5] Sturen op ziekenhuiscapaciteit heeft als gevolg dat noodzakelijke maatregelen steeds te laat worden ingevoerd, met grote (vermijdbare) schade aan patiënten, de zorg en de zorgverleners (m.n. de verpleegkundigen). Door de noodzakelijke maatregelen, die dan ook veel langer moeten duren, ontstaat ook grote (vermijdbare) schade aan het bedrijfsleven, de cultuur en de economie. We hebben dat in de eerste en tweede golf gezien en we dreigen het nu (begin november 2021) weer te gaan zien.

[6] Basismaatregelen: voor het laag houden van het aantal besmettingen is een combinatie van maatregelen nodig die elk voor zich meer of minder meerwaarde hebben, maar gezamenlijk effectief zijn (model van de Zwitserse gatenkaas): thuis blijven en laten testen bij klachten, afstand houden, persoonlijke hygiëne, gebruik van mondneusmaskers, zo veel mogelijk thuis werken, ventilatie, vermijden van groepen.

[7] Intensief indambeleid: het doorbreken van de besmettingsketen via het bron- en contactonderzoek door de GGD, inclusief niet-vrijblijvende isolatie en quarantaine. Elke besmetting is een bron van meer besmettingen en verdere besmetting dient daarom actief te worden bestreden door isolatie van de besmette persoon en quarantaine van diens contacten.

Opschalen maar…

Vandaag 12 jaar geleden beviel ik in een ziekenhuis in Nederland van mijn oudste dochter. Met de staart tussen de benen was ik drie weken daarvoor van Sierra Leone terug naar Nederland gevlogen. Met de allerlaatste vlucht die me als hoogzwangere nog mee wilde nemen. Het zat namelijk zo. Mijn baby lag in een stuit en de placenta was ingegroeid, dichtbij de opening van de baarmoedermond. Ze moest met een keizersnede gehaald worden, dat wist ik al ver van tevoren.

Mijn gynaecoloog in Sierra Leone was echt heel goed, met heel wat internationale kilometers op de teller. Hij had keizersnedes gedaan in de middle of nowhere. Ik had echt geen twijfel over zijn kennis of kunde. Maar hij was ook al heel oud. En hij ging graag naar familie in het binnenland. Een trip naar een stad 100km verderop kon tijdens het regenseizoen zo een dag in beslag nemen. Het spookte door mijn hoofd: als ze nou toch spontaan zou willen komen, mijn baby, en mijn gynaecoloog zou een weekendje het binnenland in zijn? Ik had er nachtmerries van. Dat nauwelijks opgeleide verpleegkundigen me moesten helpen met een onmogelijke bevalling. En dat er zoveel stress was rond mijn bevalling, dat mijn dochter ongemerkt verwisseld werd met een andere baby. De ochtend na die nachtmerrie ben ik naar het kantoor van Royal Air Maroc gegaan en wilde daar pas vertrekken toen ze een vlucht voor me regelden.

Helaas was het niet eind goed, al goed. De gynaecoloog in Nederland, ook niet onervaren trouwens, schoof minzaam mijn dossier uit Sierra Leone – ongelezen – onderop en bestelde een natuurlijke bevalling voor me. Dat ging mis want de baarmoeder kon niet open en ‘s avonds, na vele uren schreeuwen en janken, kreeg ik dan eindelijk pijnstilling en die keizersnede. Mijn dochter kwam om 21.02 uur ter wereld.

Ik heb mezelf voor mijn kop geslagen, alle dagen van het anderhalf jaar vol met operaties en ziekenhuisopnames die op mijn bevalling volgden. Was ik maar in Sierra Leone gebleven. Voor mijn gynaecoloog daar was een keizersnede gewoon routine en kon ik het zelf betalen, dus geen gedoe met ‘goedkopere zorg’. En toch denk ik nu, 12 jaar later, dat ik de juiste beslissing nam. Ondanks alle complicaties. Want stel dat mijn gynaecoloog daar de dag van mijn bevalling echt niet beschikbaar was geweest? Op reis, of ziek? Of druk met andere bevallingen? Dat is niet denkbeeldig, want in Sierra Leone zijn niet veel gynaecologen. Baby en moedersterfte tijdens bevallingen is daar torenhoog. En daar moest ik vandaag aan denken toen ik dit bericht zag: “Bevallen in het ziekenhuis in Zutphen? Dat kan voorlopig even niet.” En dit bericht: “Parkeerplaatsbaby’s en lang rijden; bevallen in ziekenhuis steeds lastiger.” En deze: “Strijden om een bed op regionale kraamafdelingen: ‘Het is vreselijk nee te moeten verkopen’.” Of deze: “Floor woont op vijf minuten van ziekenhuis, maar moest 40 minuten verderop bevallen: ‘Shit, alles zat vol’.”

Mijn oudste groeide de eerste jaren van haar leven op in Sierra Leone. Ze heeft er een fantastische kindertijd gehad en ik moet zeggen: het moederschap is daar ook vele malen leuker, makkelijker en meer een natuurlijk onderdeel van het leven dan hier. Dus we hadden het er allebei fijn. Maar het is en blijft één van de armste landen ter wereld. En nu was ik zelf niet echt arm (ook echt niet rijk trouwens) en was het leven daar voor mij echt niet moeilijk, één zorg speelde altijd in mijn achterhoofd. Altijd. 24/7. 60 seconden per minuut. Zorg. Wat nou als ze ziek wordt? Wat nou als ík ziek word? Wat nou, als geen zak geld ter wereld me kan helpen omdat de kennis er gewoon niet is, of de verzorgenden? Dat maakt het leven onzeker. De dood staat altijd dicht bij het leven. Toen ebola in Sierra Leone kwam, besloot ik daarom mijn dochter niet meer te laten terugkeren. En zijn we uiteindelijk samen hier neergestreken.

Pas als je het hebt meegemaakt, als je het hebt gezien, gevoeld, geleefd, weet je wat het is. Als je nergens terechtkunt met je zieke kind, of je zieke moeder, je partner. Als je mensen die je liefhebt ziet sterven en je helemaal niets voor ze kunt doen. Het leert je iets over het leven. En over de dood. Tijdens ebola heb ik zoveel dramatische dingen gezien, ik krijg het mijn leven lang niet meer van mijn netvlies af. Dode ouders in huis, kleine kinderen op het erf in quarantaine zonder begeleiding, zonder voedsel en water. Het is een dolksteek recht in je hart als je naar dit soort leed moet kijken en helemaal niets kunt doen.

Wat was ik dankbaar dat ik naar Nederland kon. Dat het hier veilig was. Dat hier een mensenleven iets waard was. Dat de ambulance er binnen zes minuten is en dat het meeste, meestal, goedkomt. Zo’n zorgstelsel is iets om te zoenen, om van te houden, om te koesteren en nooit weg te willen gooien. Want dat ondermijnende geknaag in je achterhoofd, die zorg dat je je kind niet kan helpen, dat je kind ieder moment wees kan worden, die heb je hier gewoon niet. De meesten van ons niet, dan.

 “Een groot deel van de Nederlandse bevolking zal besmet raken met het virus.”

De schock was groot toen ik Rutte op 16 maart 2020 hoorde zeggen dat een groot deel van de Nederlandse bevolking besmet zou raken met het coronavirus, maar dat dat noodzakelijk was om groepsimmuniteit op te bouwen. Terwijl in andere landen al vele mensen aan de beademing lagen en de zorg compleet onderuit gezakt was, wilden wij jubelend het ziekbed in. Ik begreep het gewoon niet. En ik denk dat ik nog altijd de vaste grond onder mijn voeten niet heb hervonden. Het was en is extreem en dat een groot deel van de Nederlandse bevolking dit fantastisch vond (en als we eerlijk zijn, nog altijd vindt), dat is onbegrijpelijk. Dat gewauwel over vrijheid, we moeten nu leven, we kunnen niet eeuwig… . Dit soort geklets verwacht je in een land met een hele lage levensverwachting als Sierra Leone – waar je echt iedere dag mee wil pakken – en zelfs daar denken ze zo niet. Wij hebben een hele hoge levensverwachting. Wij zouden best twee maanden binnen kunnen zitten om zo met zo’n virus af te rekenen. We zijn ook rijk genoeg om zoiets te kunnen financieren. We hadden dat gewoon gekund. Maar we wilden het niet. En eigenlijk is dat maar om één reden: we vinden ziekte helemaal niet zo erg.

Als je zo’n belachelijk goed zorgstelsel hebt als Nederland, is ziekte doorgaans ook niet echt iets waar je je zorgen over hoeft te maken. Dat begrijp ik. En het is dan ook juist dat zorgstelsel dat ons de nek om heeft gedraaid. Opschalen maar en we kunnen weer bitterballen eten op een terras. Dansen en feesten, doen we er nog een paar ‘bedden’ bij. Totdat de rek er echt uit is, dan moeten we een paar stappen terug, maar zo min mogelijk en zo kort mogelijk. Intussen lallen we over ons biertje heen dat er maar meer IC-verpleegkundigen opgeleid moeten worden, en snel een beetje. Het weekendje weg staat voor de deur. En we moeten op vakantie. Dan halen ze die verpleegkundigen maar van andere afdelingen, of uit het buitenland ofzo. Proost. De noodkreten uit de zorg kwamen nauwelijks boven het glasgerinkel uit. You Only Live Once.

Al een tijdje laat de zorg ons weten: het ging al niet goed, maar de koek is echt op. Personeel is steeds vaker ziek thuis, personeel loopt weg, er komt niet genoeg personeel bij. En toch blijven we doorgaan. Terwijl we de eerste haarscheuren al zien. De tijd komt dat je, zelfs al zou je je hele bankrekening plunderen, op bepaalde momenten (of voor bepaalde aandoeningen) gewoon geen zorg kunt krijgen. Wij wilden per se geen nieuw normaal, maar dat hebben we toch gekregen. Want het oude normaal, komt niet meer terug. We accepteren nog meer ziekte, nog meer druk op de zorg, nog meer langdurige ziekte, meer (over)lijden en meer verdriet. Ouders zullen gaan merken wat het is als je voor je kind geen zorg dichtbij huis kunt krijgen, maar daar in een ander land voor terecht moet. Wat het is om geen hulp bij de bevalling te kunnen krijgen. We zullen gaan merken wat het is als je geen zorg meer kunt kopen voor je oude ouders en er helemaal zelf voor staat. In ons nieuwe normaal komt de dood steeds dichter bij het leven te staan en wordt zorgen voor anderen een steeds groter onderdeel van ons bestaan. Nou, proost. Dan leren we misschien ooit toch wat het is om voor elkaar te zorgen.

Als zelfs de wetenschap niet in wetenschap gelooft

Als zelfs de wetenschap niet in wetenschap gelooft

“Nogal melodramatisch,” noemt een kennis – werkzaam aan de Universiteit van Amsterdam – de eergisteren verschenen publieke ontslagbrief van universitair docent Matt Cornell. De ontslagbrief werd gepubliceerd in Folia en kreeg veel aandacht in de landelijke kranten. Cornell nam ontslag uit protest tegen de volledige heropening van de universiteit, waarbij geen adequate voorzorgsmaatregelen tegen verspreiding worden genomen. Dat mijn kennis dit ‘melodramatisch’ noemt, vind ik geen verrassende reactie. Want het is nogal opzienbarend voor Nederland, dat iemand consequenties verbindt aan zijn ongenoegen over politieke beslissingen. Wij zeuren en klagen wel graag, en ook al heeft meer dan de helft van ons geen vertrouwen meer in het overheidsbeleid; als de overheid zegt dat die mondkap af kan, dan doen we dat. No questions asked. Daar mor je misschien wat over, zet een boos bericht op social media, je bent even flink verontwaardigd, maar dat is het dan wel. Cornell niet, die maakte een fors statement met zijn ontslag. En dat valt moeilijk.

“De GGD en het Outbreak Management Team, nota bene de experts die de regering adviseren, hebben geadviseerd om het hoger onderwijs voorlopig nog niet te heropenen. Door dat te negeren volgt de universiteit de lijn-Rutte, en niet het advies van Nederlandse of internationale experts op het gebied van volksgezondheid. De UvA wordt hierdoor medeplichtig aan de schandalige manier waarop dit kabinet deze crisis heeft aangepakt.”

Matt Cornell, docent aan de Universiteit van Amsterdam in AT5.NL

De toon maakt de muziek

Cornell kreeg veel kritiek te verduren op zijn statement. Kritiek die vooral over de toon en de ‘grote woorden’ gaat, zoals meestal het geval is als het moeilijk wordt. En zoals gewoonlijk blijft de inhoud van Cornell’s statement grotendeels onbesproken. Hij is een “matennaaier”, “extreem doorgeslagen”, een “fulltime cry baby”, niet bijster slim en bovendien heeft hij het lef om het Nederlands beleid eugenetisch te noemen1. Nou, dan ben je gewoon af. Logisch. Cornell mag niet meer meedoen, zich lekker thuis in isolatie een potje gaan zitten aanstellen. Dan klagen wij nog even door over het overheidsbeleid. Wij mogen dat namelijk wel, met de vinger wijzen als er via de hogescholen en universiteiten een nieuwe golf op gang komt. Komt door de overheid, dat vinden we dan wel, maar we gebruiken er beter geen ‘grote woorden’ voor. Het klopt overigens ergens wel trouwens, dat het door de overheid komt. De overheid zet immers het beleid uit. Maar dat iets mag, wil niet zeggen dat je het ook moet doen. Dat geldt misschien wel in het bijzonder voor de universiteiten. En daar gaat Cornell’s protest over. En dat Cornell grote woorden en daden gebruikt, is niet voor niets.

Gedrag heeft consequenties. Dat leken zich niet altijd bewust zijn van die consequenties of simpelweg geen macht of overzicht hebben, is begrijpelijk. Maar bij universiteiten zouden ze toch moeten weten welke consequenties er vastzitten aan hun handelen. Stapje terug in de tijd. Die richtlijnen voor de zorg, voor het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen, weet u nog? Die richtlijn van het RIVM (mede ingegeven door schaarste), die stelde dat het gebruik van bepaalde PBM niet nodig was voor bijvoorbeeld zorgmedewerkers in de verpleeghuizen? En een richtlijn die stelde dat het testen van bewoners in de verpleeghuizen niet nodig was? Na de grote golf van uitbraken in die verpleeghuizen zei het RIVM ontwijkend: het was maar een handreiking, die instellingen hebben een eigen verantwoordelijkheid. Terwijl die instellingen zelf weer terugwijzen naar het RIVM. Wie nu werkelijk verantwoordelijk is, laat ik onbesproken. Feit is dat we intussen weten wat consequenties zijn van ‘klakkeloos volgen’, dat er een groot beroep wordt gedaan op onze eigen verantwoordelijkheid en dat we dat heel serieus moeten nemen. Cornell spreekt de UvA terecht aan op die verantwoordelijkheid.

Onwetenschappelijk

In een reactie op het ontslag van Cornell zegt een woordvoerder van de UvA kortweg: “[w]e doen er alles aan om coronabesmettingen op onze instellingen tegen te gaan.” Dat er binnenkort in een universiteitsgebouw zelfs een priklocatie geopend wordt waar studenten hun vaccinatie kunnen halen, is in de ogen van deze woordvoerder blijkbaar preventie. Ook al ben je pas twee maanden na de eerste prik goed beschermd tegen ernstige ziekte en in mindere mate voor besmetting met het coronavirus. En daar ligt het hele grote pijnpunt. De heropening van de hogescholen en de universiteiten komt te vroeg. Het is bovendien tegen het wetenschappelijk advies van het OMT in. En ook de praktische ervaring van de GGD’en wordt aan de kant geschoven. De universiteiten zetten door, ze gaan open, zonder al teveel poespas. Tegen wetenschappelijke inzichten in, herhaal ik nog maar eens. Nou. Dan mag je Cornell ‘melodramatisch’ noemen, maar van een wetenschappelijk instituut mag je toch verwachten dat juíst daar meer gewicht wordt gehangen aan wetenschappelijk inzicht boven politieke beslissingen. Cornell heeft gelijk. De universiteiten zijn onwetenschappelijk bezig.

https://twitter.com/DirkScheffers/status/1427643362765647891?s=20

“We doen er alles aan”

Cornell beschrijft in zijn ontslagbrief hoe de UvA enerzijds een studie aanprees van haar eigen onderzoekers die waarschuwde voor de gevaren van aerosoloverdracht en het gebruik van maskers adviseerde, maar zich anderzijds een uitzonderingspositie aanmat. Toen in Nederland een mondkapjesplicht werd afgekondigd, vond de UvA dat dit niet voor haar campussen gold, omdat die niet publiek toegankelijk zijn. Wat is het idee achter deze beslissing, vraag je je af. Wetenschap? Blijkbaar niet, want er kwam geen wetenschappelijk onderbouwd betoog tégen het gebruik van mondneusmaskers op de campus. Een mening dus. En dat is best kwalijk, voor een universiteit. Zeker als je je bedenkt dat deze crisis voor de meeste academici die in de universiteiten rondlopen, ook de grootste crisis van hun tijd is en daarom in wetenschappelijk opzicht een rijke bron aan studiemateriaal oplevert, of op zou moeten leveren.

@UvA_Amsterdam removing your masks *in the rooms* is exactly where things go wrong. Have you heard that COVID-19 is airborne? This is not safe, it is not safe for instructors, it is not safe for students.” Professor Arianna Betti, Universiteit van Amsterdam.

Het gaat overigens niet alleen om toen, toen alles nog nieuw was en niemand wist hoe lang het zou duren en hoe ingrijpend het allemaal zou zijn. Ook nu, met de deltavariant in opkomst, een dreigende vierde (!) golf, met in het achterhoofd de wetenschap dat de de UvA aerosoloverdracht plausibel vindt, mogen de studenten zonder mondneusmasker in de collegezalen en werkruimtes zitten. Ik heb net een rondje ‘Jan met de pet’ gedaan. Ik heb werkelijk helemaal niemand gevonden die gelooft dat mondneusmaskers wel werken als je loopt of staat, maar dat risico op besmetting stopt als je onbeschermd tegen elkaar in zit te walmen in een leslokaal of een collegezaal. Op de horde Facebookactivisten en een enkele Twitteraar na dan. En sommige mensen geloven overigens ook nog steeds niet dat mondneusmaskers überhaupt werken, maar dat terzijde.

“De UT en de VSNU hebben mij niks gevraagd en de onderwijsbestuurders zijn geheel op eigen houtje in jubelstemming geraakt over de opening van het onderwijs en het loslaten van de anderhalvemetermaatregel. Ik snap dat wel hoor. Plofuniversiteiten willen zoveel mogelijk plofstudenten op de vierkante meter.”

Femke Nijboer, docent aan de Universiteit Twente IN UTODAY.NL

Een beetje evidence-based, zeg maar

Doen de universiteiten er alles aan om coronabesmettingen tegen te gaan? Nee. Zelfs de meest laagdrempelige interventies worden niet ingezet. En dat is zo onwetenschappelijk als het maar kan.

Jeroen de Ridder, voorzitter van De Jonge Akademie, verwoordt het duidelijk:
“Waarom zegt geen enkele universiteit, hogeschool of koepelorganisatie dan: wij treffen voor de veiligheid van studenten en medewerkers toch wat aanvullende maatregelen, in lijn met wat experts in huis, bij het RIVM, ECDC en de WHO zeggen. Een beetje evidence-based, zeg maar. Bijv. toch voorlopig nog overal mondkapjesplicht binnen, grootschalig toegankelijk sneltesten om de hoek, op z’n minst vrijwillig vragen om negatief testresultaat of vacc bewijs? … Verder stijgende verbazing nu ook nog blijkt dat OMT en zelfs de GGDs (hebben die zich ooit eerder kritisch geuit over het beleid?) tegen dit plan adviseren. Hoe ging het vorige keren ook alweer toen we sneller/verder openden dan OMT adviseerde?”

Medeplichtig

@UvA_Amsterdam should have the guts to require vaccination for staff and students for access to the university buildings and provide Zoom education for those who are not vaccinated. It is too optimistic to open up for everyone in September and assume to still be open in November.” Roland Pierik, universitair hoofddocent Universiteit van Amsterdam.

Een moeilijk punt in de kritiek van Cornell op de UvA is misschien het feit dat hij de universiteit medeplichtig acht “aan de strategie van Rutte”. Cornell stelt dat de universiteit verantwoordelijkheid heeft tegenover de stad en tegenover de kwetsbaren binnen haar eigen muren. Dat heeft ieder individu, iedere instelling en ieder instituut. Maar de universiteit misschien zelfs net een beetje meer. Voor de leek zijn wetenschappelijke inzichten wellicht moeilijk te doorgronden, maar daar hebben ze bij universiteiten toch geen last van. Als ze ergens goed zouden moeten weten hoe verbonden zij zijn met de samenleving, de precedentwerking die zij scheppen door zo achteloos met risico’s om te springen, hoe politiek het coronabeleid werkelijk is, wat pre- en asymptomatische verspreiding is en wat exponentiële groei is, dan is het wel aan de universiteiten.

Verspreiding via universiteiten zal onherroepelijk tot besmettingen en verdere verspreiding in de rest van de samenleving leiden. Mensen die extra kwetsbaar zijn voor dit virus, zullen er ernstig ziek van worden of sterven, dat weten we inmiddels heel erg goed. Maar vanuit de universiteiten komt weinig roering. Of zoals Cornell schrijft: een universiteit als de “UvA die claimt studenten kritisch te leren denken en ethiek bij te brengen en zich graag laat voorstaan een instituut vol topwetenschappers te zijn” (vrij geciteerd), zou juist nu uitgebreid van zich moeten laten horen. Maar de universiteiten lopen niet voorop bij het vinden van innovatieve oplossingen om met de pandemie om te gaan. Ze zwengelen geen ethische discussies aan. Eigenlijk zijn ze oorverdovend stil. Ze volgen ‘het beleid’. Of met andere woorden: de politiek.

Een aantal universitaire docenten en professoren spreekt zich uit. Maar het is niet genoeg. Ze worden nauwelijks gehoord. Op Femke Nijboer na misschien, docent aan de Universiteit van Twente. Zij raakte een gevoelige snaar toen ze publiceerde dat ze geen ongevaccineerde studenten in haar collegezaal wilde. Want, stelt Nijboer, “[a]ls je pot-ver-drie een wetenschappelijke studie wilt doen, maar je gelooft niet in de wetenschap, wat doe je hier dan?” Maar hoe zit het dan met de universiteiten zelf? De zwijgende docenten? De wetenschappers die er werken? Al die hooggeleerde mensen die lijdzaam de politiek volgen en de wetenschap naast zich neerleggen? Nu is niet de tijd om oorverdovend stil te zijn. En daarom is het statement van Cornell – inclusief grote woorden – niet melodramatisch, maar bittere ernst en noodzaak. Die stilte moet doorbroken worden. Want, om het maar in de termen van Femke Nijboer uit te drukken: als wetenschappers pot-ver-drie al niet in de wetenschap geloven, waar staat de wetenschap dan eigenlijk voor?

1. Geen link, u kunt de ‘reaguursels’ op bijvoorbeeld weblog Geen Stijl erop naslaan.

Foto William Moreland

Prikken, prikken, prikken

Prikken, prikken, prikken

In de ogen van de één zijn de coronavaccins onze redding. In de ogen van de ander zijn de vaccins genetisch gemodificeerde rotzooi die je niet in je lichaam wil hebben. De samenleving raakt opgedeeld in twee kampen: je bent óf lyrisch over de vaccins, of je bent een antivaxx-wappie. De vele tinten grijs die er tussen deze twee uitersten zitten, raken steeds meer vervaagd. Er kan zelfs geen normaal gesprek meer gevoerd worden over vaccineren tegen corona.

Begrijp me goed, ik ben pro-vaccineren, maar niet lyrisch over de vaccins. Ik zie ze niet als dé redding, maar als belangrijk hulpmiddel. Ik zie de voordelen van vaccineren, maar ik begrijp ook dat niet iedereen die ziet. Lang onthield ik me van uitspraken over die vaccins, eigenlijk alleen maar omdat ik beide kanten begrijp. Maar de situatie die nu ontstaat, de ‘hysterie’ bij onze overheid om maar zo snel mogelijk in iedere arm een prik te krijgen, bekruipt me. Als antropoloog, maar ook als mens.

Door schande wijs

Omdat ik veel gewerkt heb in Afrikaanse landen, ben ik het wel gewend om dat gele boekje bij me te dragen. Op het ebolavaccin na ben ik ingeënt tegen werkelijk bijna alles, zelfs hondsdolheid. Ik heb altijd begrepen dat ik sommige gebieden niet in mocht zonder bijvoorbeeld een vaccinatie tegen gele koorts, of meningokokken. Door schande wijs geworden overigens. Want ooit zat ik in Sierra Leone vast bij de grens met Guinee. Ik werd niet binnengelaten zonder geldig Yellow Fever Certificate, zelfs niet tegen een aardig duitje Guinea Francs. Vergeef me, ik was daar nieuw, jong en onbezonnen en probeerde dat inderdaad, ik was korter dan 10 dagen tevoren ingeënt. Op mijn vraag waarom die vaccinatie echt zo per se noodzakelijk was, was het antwoord simpel en kort: “We hebben hier nauwelijks gezondheidszorg. Jouw besmetting kost andere mensen het leven en veroorzaakt een hele grote puinhoop.” Say no more. Natuurlijk weet je dan; het is krankzinnig dat je andere mensen aan dat soort risico’s wil blootstellen.

Het doel heiligt de middelen

Ik ben dus niet pertinent tegen een vaccinatieplicht, of vaccinatiedwang. Soms heiligt het doel de middelen. Als je echt niet anders kan. Als je alles hebt gedaan om je land of een gebied vrij te houden van een ziekte, of transmissie laag te houden en een vaccinatie echt de enige oplossing is om je land en de bevolking te beschermen tegen ernstige ziekte, sterfte of maatschappelijke ontwrichting. Als je je prioriteiten hebt gesteld: we zetten alles op alles om de kwaliteit en beschikbaarheid van zorg voor iedereen te kunnen waarborgen. En ook het onderwijs, als belangrijk fundament van onze samenleving, beschermen we tegen sluiting met alle mogelijke middelen en voorzorg die we voor handen hebben. En daar zit voor mij nu wel de grootste wrijving. Want als je echt prioriteit had gegeven aan zorg en onderwijs, dan hadden we deze zomer alles op alles gezet om de verspreiding ver omlaag te brengen en te houden. In plaats daarvan werden mensen gestimuleerd om te gaan Dansen met Janssen, op vakantie te gaan, te gaan recreëren, en te consumeren. Met het reële risico dat we in de herfst weer met maatregelen zullen zitten, omdat we met een hoge besmettingsgraad het nieuwe schooljaar ingaan. Meer mensen in het ziekenhuis, de zorg die nog ingehaald moet worden staat weer onder druk, de kwaliteit van zorg kan op den duur weer niet gewaarborgd worden, maar de Formule 1 in Zandvoort gaat door.

Aanvaardbare risico’s

Nederland zette vanaf het begin van de pandemie in op het accepteren van risico’s. De “aanvaardbare risico’s,” zoals Rutte dat noemt. Een individuele besmetting is niet erg, zolang we maar niet teveel te grote clusters veroorzaken. In persconferenties, maar ook in Tweede Kamerdebatten hoorden we onze premier meermaals verlangen naar de kroeg en bitterballen op een terras, terwijl de zorg toen al door de hoeven was gezakt. Zeker in het begin werd keer op keer herhaald: “het treft vooral ouderen”. Velen van ons zouden ziek worden maar dat was juist goed, om dat ‘beschermende muurtje om de kwetsbaren’ heen te bouwen. En mensen accepteerden die risico’s. Ze bleven aan het werk, ook daar waar er geen maatregelen getroffen werden. In de zorg zonder mondneusmaskers, in het onderwijs en de opvang, met kinderen met klachten, in allerlei andere beroepen waar thuiswerken niet mogelijk was. En dat geeft ons – bewust of onbewust – een boodschap: als dat allemaal kan en die mensen lopen op die manier geen risico, “dan is corona voor mij niet zo erg”.

Heen en weer

Tijdens de coronacrisis zijn wij als samenleving heen en weer geslingerd in een – en ja, ik ga dit woord echt gebruiken – krankjorum beleid. Moesten we eerst massaal ziek worden om groepsimmuniteit te bereiken, een week later zaten we ineens in een ‘intelligente’ lockdown. Mondneusmaskers werkten niet, alleen in het openbaar vervoer. Toen weer wel, maar alleen als je stond of liep. Kinderen raakten nauwelijks besmet, toen weer wel, maar vooral de oudere kinderen en die kregen het dan weer niet op school, maar op de fiets. Terwijl de rest van ons, hoger dan 1 meter weet ik niet, in de buitenlucht dan weer nauwelijks besmet raken. Met z’n vieren in een auto leverde besmettingsgevaar op, maar met z’n allen in het vliegtuig was volkomen veilig. Het was al snel duidelijk: we waaiden met alle lobby’s mee.

Goed en kwaad

De lijst met onbegrijpelijke en ondoorgrondelijke uitspraken en maatregelen is eindeloos lang. En ergens, toen die lijst aan het groeien was, donderden er steeds meer mensen overboord. Veel mensen kregen twijfels. Zochten naar antwoorden. Houvast. Want ook hun levens stonden op z’n kop. Ze werden bediend op nog meer wazigheden, gelieg en gedraai bij Kamerdebatten. Er was nauwelijks goede voorlichting te vinden. Dokter Google gaf antwoord. Lotgenoten op Facebook naaiden elkaar op. Er moest meer achter zitten. En ja, er staan altijd mensen klaar om deze willige slachtoffers naar binnen te halen. Er zijn altijd mensen die de maatschappij graag willen ontwrichten. En helaas, daar zijn ze goed in geslaagd. We zijn ze gaan zien als één grote groep ‘wappies’. Waarmee we de mensen die van ontwrichten hun levenswerk hebben gemaakt, gelijkstellen aan mensen die echt in de war zijn. Het komt ons uit, zo’n nette onderverdeling tussen goed en kwaad.

Voor of tegen

In dit proces verdelen we de samenleving onder in ‘voor of tegen’. Mensen die oprecht twijfels hebben, die zich keurig aan alle maatregelen houden, die helemaal niet meelopen in demonstraties en zich ook gewoon zorgen maken om hun gezondheid, kunnen nergens met hun twijfels terecht. Ze raken in een isolement en voelen zich al vaak gedwongen om te liegen over hun vaccinatiestatus. Zelfs tegenover hun eigen familieleden. Voor hen is het vaccin te nieuw, of ze begrijpen niet waarom ze zich nu moeten laten vaccineren terwijl ziek worden voor hen eerder ook niet als problematisch gezien werd. Is natuurlijke immuniteit voor hen niet beter dan vaccinatie? Wat zijn de lange termijn effecten van deze vaccins? En weten we eigenlijk wel zeker dat ze goed werken? Sommige mensen willen hun verhaal graag kwijt, hun twijfels bespreken en beslissen dan alsnog om zich te laten vaccineren. Als je uitlegt dat niet alleen gezondheidsschade voor henzelf invloed heeft op hun leven, maar ook de maatschappelijke schade. Of dat ze op die manier de risico’s voor hun ongevaccineerde kinderen beperken. En dan zijn er nog de mensen die het gewoon niet zo nodig vinden, maar zich wel zouden laten vaccineren om op vakantie te kunnen gaan. Sommigen van hen zijn zich echt niet zo bewust van hun eigen rol in de verspreiding (dat geldt voor veel jongeren bijvoorbeeld) en weer anderen voelen zich helemaal niet betrokken bij de maatschappij, dus het zal allemaal wel.

Hoe goed werken die vaccins nou eigenlijk?

En dan de grote hamvraag: hoe goed werken die vaccins nou eigenlijk? Overal ter wereld zien we: ze werken echt heel goed tegen ernstige ziekte. Maar de vraag is hoezeer ze helpen tegen verspreiding. Er zijn meerdere studies waaruit blijkt dat gevaccineerden evenveel virus bij zich kunnen dragen als ongevaccineerden, alleen voor kortere duur. Als het goed is, zijn die mensen ziek thuis, dus de kortere duur heeft dan geen effect op de verspreiding. En de allergrootste vraag, namelijk hoe vaak doorbraakinfecties voorkomen, blijft vooralsnog onbeantwoord. Gevaccineerden zou je actief moeten aanmoedigen zich te laten testen bij klachten, maar dat gebeurt niet. En als deze mensen zich niet laten testen, bijvoorbeeld omdat ze denken dat het vast iets anders is dan corona want gevaccineerd, dan is die vraag vooralsnog onmogelijk te beantwoorden. Dit bespreken we nauwelijks, uit angst dat dit koren op de molen is van de ‘antivaxx-wappies’, maar dat is echt een verkeerd uitgangspunt.

Hooggespannen verwachtingen

De vaccins zijn gemaakt om het risico op ernstige ziekte te verminderen en dat doen ze echt bijzonder goed. Dat is een enorme winst. Maar we kunnen daar al niet eens meer blij mee zijn. We hebben ons bedacht dat ze dan ook moeten beschermen tegen besmetting en als dat niet zo is, dan werken die vaccins niet. Een volslagen absurde conclusie. Maar dit is wel wat de overheid met haar beleid en communicatie bewerkstelligt: de vaccins waren dé uitweg. De mooie zomer die zou komen, het vooruitzicht dat alle maatregelen losgelaten zouden kunnen worden. Maar kan dat wel, als gevaccineerden ook verspreiden? Tja, en daarom slaat onder sommige mensen de twijfel toch ook weer toe. En dus komt de vaccinatieplicht weer ter sprake. Dat is onterecht. Want in Nederland is de vaccinatiebereidheid echt enorm hoog. Ongehoord hoog. Dat moet je koesteren. En zetten we wel alle middelen die we hebben in om verspreiding tegen te gaan? Is een mondneusmasker voor iedereen niet minder belastend dan mensen te dwingen zich te laten vaccineren? En als het om zowel tegengaan van ziekte als tegengaan van verspreiding gaat, waarom dan geen mondneusmasker én een vaccinatie? Met welke reden willen we iedereen dwingen zich te laten vaccineren? Om naar een evenement te kunnen? Of om te zorgen dat er genoeg zorg is voor iedereen? Want dat maakt nogal een verschil.

Geen dwang, maar stimulans

Nu is er in Nederland (nog) geen sprake van een vaccinatieplicht. Maar we bewegen er langzaam naartoe. Ik hoor steeds vaker: die verplichting moet er komen, het is genoeg geweest met de pandemie. De Tweede Kamer stemde in met het voorstel om niet-gevaccineerden te laten meebetalen aan hun ‘test voor toegang’. Daarmee is een eerste stap gezet in ongelijke behandeling. En de motivatie is vaag. Want gevaccineerden kunnen ook (ongemerkt) verspreiden. Waar ligt het verschil? Ook bij gevaccineerden wordt hoge virale lading gevonden. Wie wel en wie niet veel virus bij zich draagt, kan niemand aan de buitenkant zien. Hugo de Jonge was er tijdens de persconferentie van 13 augustus eerlijk over: vaccineren moet wel voordelen hebben. “Het is geen dwang, dat is het niet. Ook niet indirect. Het is wel een sterke stimulans, en die bedoelen we eigenlijk ook.” Het is in epidemiologisch opzicht niet de beste zet om alleen van ongevaccineerden te vragen zich te laten testen voor toegang, want gevaccineerden verspreiden ook. Dit is “alle mogelijke manieren aangrijpen om mensen te stimuleren tot vaccinatie”. Kijk, en daar vind ik wat van. Want dit is echt gericht op jongeren. Jongeren die zelf mogen beslissen of ze zich laten vaccineren. Die een weloverwogen keuze moeten kunnen maken. Maar die nu gewoon die prikbus inlopen omdat ze anders ergens niet binnenkomen. De impulsprik onder minderjarigen, zeg maar. En dat is heel erg kwalijk.

Prikken om de juiste redenen

Die vaccinatieplicht, dwang of drang is bij ons vooralsnog niet nodig. De vaccinatiegraad is hoog. Een deel van de mensen bereik je echt niet, punt. Er zijn nou eenmaal mensen die de boel koste wat kost willen ondermijnen. Dan zijn er de twijfelaars. Onder hen veel jongeren. Die kan je een perverse financiële prikkel geven, omdat die gewoon de centen niet hebben om steeds te testen voor toegang, óf ze goede voorlichting geven. Ze beschermen om de juiste redenen. En die zijn er. Kijk naar wat er in de Verenigde Staten gebeurt: er komen steeds meer kinderen in ziekenhuizen terecht. Het aantal gevallen langdurigcovid onder jonge mensen neemt toe. Het kan ze flink ziek maken. De jonge kinderen, die niet gevaccineerd kunnen worden, lopen risico’s die we maar niet willen zien. En het is juist in hun belang dat er zo min mogelijk verspreiding is. Dat bereiken we voor een deel met de vaccins (omdat toch minder mensen ziek zullen worden) en deels met andere voorzorgsmaatregelen. Doe het allemaal.

Als dat allemaal niet voldoende effect heeft moet je, in het belang van de gezondheid van alle mensen die nog altijd veel risico lopen, overwegen tot vaccinatieplicht over te gaan. Zoals de gouverneur van Washington deed, die geen gok wilde nemen met de gezondheid van kinderen. Een vaccinatieplicht voor iedereen die met kinderen werkt én een maskerplicht voor iedereen. Het is niet prikken, prikken, prikken omdat ‘iedereen zich maar moet laten vaccineren punt’. Het is prikken, testen, quarantaine, thuisblijven bij klachten, afstand houden, mondneusmasker dragen, alles, totdat de besmettingsgraad laag genoeg is om iedereen in onze samenleving deel te kunnen laten nemen aan het leven. Zo beschermen we met z’n allen de samenleving tegen mensen die de samenleving hoe dan ook willen ontwrichten. Tegen het virus. We voorkomen maatregelen. Willekeur. En zo voorkomen we ook dat we voor onbepaalde tijd onze grondrechten moeten opgeven. Want dat doen we, naar mijn idee, nu wel al te makkelijk.



Foto: Prasesh Shiwakoti

Tijd om te gaan leven met het virus

Tijd om te gaan leven met het virus

Nu steeds meer mensen in onze samenleving gevaccineerd zijn, klinkt de roep om het loslaten van maatregelen in de media steeds luider. We houden nauwlettend de situatie in het Verenigd Koninkrijk in de gaten. Na hun ‘bevrijdidingsdag’ kwam geen tsunami aan Delta-slachtoffers, maar een scherpe daling in de besmettingen. Zie je wel, dat is het effect van de vaccinaties, is de snelle conclusie. En ook in Nederland zien we een rustige zomer, vinden we. Ondanks de relatief hoge besmettingsgraad vergeleken met vorig jaar en ondanks het hoge percentage positieve testen. En dat is ondanks de zomervakantie, gesloten scholen en peuterspeelzalen, ondanks het feit dat er veel minder mobiliteit is, er redelijk wat mensen op vakantie zijn, je veel meer buiten af kunt spreken en veel mensen een paar weken vrij zijn van hun werk.

Eigenlijk is er gewoon veel verspreiding in de samenleving. Maar iedere keer als de cijfers wat gaan dalen, hangen wij meteen de vlag uit. Corona raakt uitgedoofd, we zijn er klaar mee, ‘we kunnen weer’. Het is iedere keer hetzelfde. En iedere keer leidt het tot teleurstelling. Zoals het ook nu zal doen. Want het virus is niet weg en het verspreidt zich. De supermegaverspreiding via evenementen en festivals is gestopt. Nu verspreidt het virus zich op zijn normale gangetje door de leeftijdsgroepen heen. En dat duurt altijd even. Een paar weken nadat de scholen weer open zijn, gaat het dan weer mis. Iedere keer weer.

Wij doen hetzelfde als de landen om ons heen

Wij vergelijken ons graag met andere landen met een hoge vaccinatiegraad. We concluderen snel dat het daar wel meevalt (ook al vindt bijvoorbeeld een land als Israël dat zelf helemaal niet) en dus werken die vaccins tegen alles. Ze werken echt goed overigens, tegen ernstige ziekte. Maar of er daadwerkelijk aanwijzing is dat ze ook werken tegen verspreiding? Nee. De onderzoeksresultaten zijn conflicterend. Daarnaast hebben wij ten onrechte het idee dat we zo ongeveer hetzelfde doen als die andere landen. Waarbij we de beperkende maatregelen die zij hebben, over het hoofd zien.

Bijna alle landen hebben nog altijd een mondneusmaskerplicht bijvoorbeeld, soms alleen binnen, soms binnen en buiten. Soms geldt die plicht ook voor jonge kinderen vanaf twee jaar, in de schoolsetting. Terwijl bij ons de kinderen straks zonder anderhalve meter afstand, zonder mondneusmasker en met klachten in slecht geventileerde klaslokalen bij elkaar mogen zitten.

In Duitsland, waar het momenteel een stuk beter gaat dan hier, is het voor het publiek zelfs verplicht een FFP2 masker te dragen. Bijna overal ter wereld wordt in de zorgsetting een mondneusmasker gedragen, waar wij onbekommerd en onbeschermd bij de huisarts op bezoek gaan. Of bij zieke familieleden in het ziekenhuis. In sommige landen is er veel aandacht voor ventilatie, waarbij men ervan uitgaat dat verspreiding ook via aerosolen plaatsvindt. In veel landen kan je bij wijze van spreken op iedere straathoek testen, wat de testbereidheid aanzienlijk vergroot. Sommige landen hebben strenge inreisbeperkingen. Kijk, het lijkt allemaal wel zo’n beetje hetzelfde, maar dat is het niet. Al die landen waar we ons graag mee vergelijken hebben een breed palet aan maatregelen en een eigen timing voor de inzet ervan.

En ook de strategieën verschillen wel wat van elkaar. In Australië is er veel aandacht voor besmettingen in de buitenlucht en besmetting bij vluchtig passeren in de openbare ruimte. Bij ons is dat niet van belang. Wij accepteren dat het virus rondgaat. We kijken niet op een paar individuele besmettingen. Wij zijn gericht op het tegengaan van grote clusters. En hoe meer mensen gevaccineerd zijn, hoe groter die clusters mogen worden. Het Verenigd Koninkrijk volgt diezelfde filosofie, terwijl Israël meer inzet op het tegengaan van verspreiding in het algemeen.

Maar wij hebben de beste experts

We doen het dus overal (in ieder geval nét een beetje) anders. Al sinds het begin van de pandemie horen we Rutte vaak verdedigend zeggen: “Maar wij hebben de beste experts.” Waarom doen wij het dan relatief slecht, vergeleken met andere landen? Zijn onze experts dan echt wel zo goed? Soms kan je het gevoel bekruipen dat ze niet weten waar ze het over hebben, als ze weer net te laat, net te weinig maatregelen adviseren om een nieuwe besmettingsgolf te voorkomen.

Waarom luistert ons kabinet niet liever naar de adviezen van experts uit andere landen, of van gezondheidsinstituten als het Robert Koch Institut in Duitsland, of het CDC in de Verenigde Staten, of naar de WHO? Hoe komt het dat ‘de’ wetenschap over corona in andere landen anders is dan bij ons? En hoe komt het dat leiders van andere landen zich ook, net als Rutte, herhaaldelijk beroepen op de inbreng van hun eigen ‘allerbeste experts’?

Wetenschap, politiek of ideologie?

Is de aanpak gebaseerd op wetenschap, op ideologie, of is het 100% politiek? In de praktijk blijkt daar onmogelijk een duidelijke scheidslijn in aan te brengen. Het is een beetje van alles wat, waarbij de politieke ideologie de boventoon voert. Wetenschap wordt vooral op díe manier ingezet, die past bij de heersende politieke ideologie.

Maar welk beleid is dan ‘goed’, of ‘beter’? En welke experts zijn dan ‘goed’ of ‘beter’? Ook dat kan je op verschillende manieren bekijken. Om dat goed te kunnen begrijpen, moeten we eerst een kijkje nemen op de wereldkaart:

Wat suf, die kaart zo ondersteboven. Alhoewel, is dat wel zo suf? Als je beter kijkt, staat de kaart met een reden ondersteboven. Maar waarom lijkt Europa op deze kaart in het niet te vallen, terwijl ons continent op de ‘normale’ wereldkaart zo prominent aanwezig is? Het centrum van de kaart, zeg maar, waar alles omheen draait. Nou kijk, als je vanuit Australië naar de wereld kijkt, ziet die er heel anders uit. Dan zijn wij ineens niet meer het middelpunt van het bestaan, maar zijzelf. En zo zit het eigenlijk met alles.

Hoe we naar de wereld kijken, ligt aan:
waar we zijn
• welke afspraken we daar met elkaar maken
• wat we daar, in het algemeen, ‘normaal’ vinden
• welke regels er daar gelden
wie die regels maakt

We bekijken de wereld allemaal vanuit ons eigen perspectief. Vanuit onze eigen normen en waarden, wetten en regels. We vragen ons maar zelden af wat er zo ‘normaal’ is aan hoe wij leven. Voor ons zijn het een soort ijzeren natuurwetten waar we naar leven. We beschouwen de wereld om ons heen als ‘raar’, ‘vreemd’, of ‘anders’. Net zoals je maar moeilijk kunt wennen aan de wereldkaart hierboven en die het liefst zou willen draaien om alles weer in perspectief te krijgen, zo doen we dat ook als we ons geconfronteerd zien met andere manieren van leven.

Nu, tijdens de pandemie, worstelen we vooral met dit begrip, of liever gezegd: het gebrek aan dit begrip. We denken dat wetenschap objectief is, we denken dat alle overheden – ongeacht hun politieke ideologie – één objectieve maatstaf gebruiken om te doen wat het ‘beste’ is voor hun bevolking, of dat tenminste zouden moeten nastreven. What’s good for the goose, is good for the gander. Wat goed of acceptabel is voor de één, zou automatisch goed of acceptabel zijn voor de ander. Maar wie bepaalt dat? Het rijke westen? Nederland? Europa? De Verenigde Staten? Brazilië? China? Nieuw Zeeland? Of Australië? Het antwoord is: niemand.

Het is ieder land voor zich. En dus volgen verschillende landen verschillend beleid, wordt er in de wetenschap verschillend gedacht over bepaalde onderwerpen en worden bepaalde dingen juist wel, of juist niet onderzocht. En hebben alle overheden de beschikking over ‘de beste experts’ die hun beleid van een wetenschappelijk kader voorzien.

In Australië draait het beleid om het beschermen van alle Australiërs tegen infectie, in gelijke mate. In Nederland beschermen we de ‘kwetsbaren’, waarbij de overheid in samenspraak met de experts bepaalt wie de kwetsbaren zijn. In Brazilië wil men het liefst niemand beschermen tegen het virus, maar het uit laten razen, ondanks de gevolgen voor de volksgezondheid. In Indonesië koos men voor een strategie waarbij de economie boven de volksgezondheid werd geplaatst. In hun vaccinatiestrategie bijvoorbeeld, staan niet de ouderen en de mensen met ‘onderliggend lijden’ centraal, maar de jonge, fitte arbeidspopulatie.

Etnocentrisme
Je beoordeelt andere culturen aan de hand van de normen en waarden van je eigen samenleving. Je eigen cultuur geldt als maatstaf – van wat je ‘normaal’ vindt – waardoor je andere culturen vaak automatisch ziet als minderwaardige imitaties van je eigen cultuur.

In Nederland zijn wetenschap en politiek nauwelijks van elkaar te onderscheiden

In Nederland is ‘de wetenschap’ achter het coronabeleid een grote zwarte doos. De OMT verslagen geven een kleine inkijk in hoe de overheid geadviseerd wordt met betrekking tot maatregelen en versoepelingen, maar niet in de kijk van de experts op de strategie. In Nederland lijkt het zelfs wel alsof die strategie helemaal niet wordt bevraagd. De wetenschappers betrokken bij het beleid, lijken opvallend eensgezind in hun opvattingen en hun kennis over corona.

Op een enkeling na, is er in Nederland binnen de invloedrijke kring van experts niemand die ooit het vraagstuk heeft opgeworpen of gecontroleerd uitrazen een wenselijke strategie is, vanuit wetenschappelijk perspectief. Is het überhaupt mogelijk? Hoe monitoren zij dat? Waarop baseren zij dat rotsvaste geloof dat je dat virus onder controle kunt houden, zelfs nadat de hele samenleving tot driemaal toe heeft kunnen zien dat dat schier onmogelijk is?

Kennis en wetenschappelijke discussies in andere landen lijken, zo van buitenaf bekeken – niet door de harde schil van de Nederlandse (bio)medische wetenschap te komen. Zo is er in Nederland geen discussie over de besmettelijkheid van kinderen, hun rol in de verspreiding, het nut van mondneusmaskers, aerosolen, het belang van ventilatie, om maar een paar voorbeelden te noemen. Er is geen discussie, maar vaak ook geen ‘kennis van eigen bodem’. Zo weten we weinig over de rol van kinderen in de verspreiding, maar nemen we aan dat die rol klein is.

Ook de ‘harde wetenschap’ kent ideologie en cultuur

Om de biomedische wetenschap te omschrijven gebruiken we in de volksmond wel het woord ‘harde wetenschap’, of exacte wetenschap. Die woorden suggereren een bepaalde onvoorwaardelijke objectiviteit. Maar hoe objectief is objectief? Met de ‘harde wetenschap’ kunnen makkelijker objectieve metingen worden gedaan dan met sociaalwetenschappelijk onderzoek. Bij de harde wetenschap kunnen experimenten in wiskundige modellen worden weergegeven, makkelijker worden herhaald door andere wetenschappers om de kennis te toetsen en hetzelfde fenomeen opnieuw te kunnen meten en berekenen. Wát en vanuit welke invalshoek men dat onderzoekt echter, is niet zo ‘hard’, maar afhankelijk van wat de wetenschapper wil onderzoeken, waarbij ideologie en cultuur wel degelijk een (grote) rol kunnen spelen.

Laten we nog eens naar de rol van kinderen in de verspreiding kijken: omdat men ervan uitging dat kinderen nauwelijks een rol speelden bij de verspreiding, werd een strategie gekozen waarbij kinderen niet of nauwelijks werden getest. Men vond het simpelweg niet belangrijk om de rol van kinderen daadwerkelijk in kaart te brengen. Besmetting onder kinderen wordt niet als onwenselijk gezien, hoewel men geen beeld heeft bij de (lange termijn) schade die het coronavirus aan kinderen toebrengt. Geen harde kennis dus, maar een aanname dat de schade aan kinderen meevalt en dat de verspreiding die samenhangt met transmissie in scholen, acceptabel is.

Welk onderzoek je wél of juist niet doet, maakt het verschil

Wie slechts het Nederlandse nieuws volgt, kan het idee krijgen dat er wereldwijd consensus is over de rol van kinderen in de pandemie: “the kids are ok”. Maar dit klopt niet met de werkelijkheid. In sommige Aziatische landen gaan scholen als eerste dicht als de verspreiding toeneemt en worden kinderen juist erg afgeschermd, omdat men niet weet wat het virus met hen doet. Er zijn ook redelijk wat studies gepubliceerd waaruit blijkt dat kinderen juist wel een grote rol spelen in de verspreiding.

Die verschillen hebben hun wortels in de visie die verschillende volkeren hebben op gezondheid, de gezondheid van kinderen en de kwaliteit van de beschikbare zorg. In Nederland vinden we het niet zo erg als kinderen besmet raken – wenselijk misschien zelfs – omdat zij veel minder risico lopen om in het ziekenhuis terecht te komen. Waarbij we dus definiëren dat iemand pas echt erg ziek is, als opname in het ziekenhuis noodzakelijk is. Wij gaan ervanuit dat covid-19 niet zo schadelijk is voor kinderen, terwijl er in andere landen wetenschappers zijn die constateren dat langdurige ziekte door covid-19 ook kinderen treft. Bovendien zien we zowel in de VS als in Indonesië dat momenteel veel kinderen op de IC terechtkomen, of zelfs sterven.

In Nederland is geen deugdelijk onderzoek gedaan naar verspreiding op basisscholen, de kinderopvang of de peuterspeelzaal. Wel werd onderzoek gedaan naar verspreiding op middelbare scholen en dan meer specifiek naar het effect van een teststrategie in combinatie met fulltime, fysiek, onbeschermd onderwijs. Er werd geen vergelijkende studie gedaan naar het verschil tussen volledig fysiek onderwijs en hybride onderwijs, bijvoorbeeld. Geen vergelijkende studie tussen scholen met uitstekende ventilatiemogelijkheden en scholen met nauwelijks ventilatiemogelijkheid. Er ligt geen vergelijkende studie tussen onbeschermd, onbelemmerd onderwijs en onderwijs met strikte opvolging van de anderhalve meter afstand. Of naar het gebruik van mondneusmaskers in de schoolsetting. Of de verschillen tussen het stoffen lapje, een chirurgisch masker en FFP2.

Om onduidelijke redenen is het niet denkbaar dat er op scholen echte voorzorg in acht genomen wordt, zoals door het dragen van een mondneusmasker, anderhalve meter afstand, ventilatie, hybride onderwijs en een uitgebreid testprotocol. We vinden open scholen zonder voorzorgsmaatregelen acceptabel. Zonder hard wetenschappelijk bewijs. Zonder inzicht zelfs, in het effect daarvan. Het behoeft geen betoog dat dit geen wetenschap, maar ideologie is. Geworteld in een cultuur waarin ‘weerstand opbouwen’ wenselijk is en ‘vrijheid’ betekent dat we geen gezichtsbedekking dragen.

Voortschrijdend inzicht

De verschillen in wetenschappelijke opvattingen wekken nogal wat verwarring. Niet zozeer omdat mensen niet begrijpen dat de wetenschap voortdurend in ontwikkeling is en het principe ‘voortschrijdend inzicht’ niet vatten, maar omdat wetenschappers (vaak zonder dat zij er zelf onderzoek naar deden) onwrikbaar vasthouden aan de eigen ideeën. Neem nu dat vermaledijde mondneusmasker. In Nederland lijkt er geen wetenschapper te vinden die gelooft in het nut van het breed inzetten van het ervan, terwijl bijna de hele wereld ze gebruikt. Hoe kan het toch dat de Nederlandse wetenschappers overal achteraan lijken te hobbelen? En waar is dat Nederlandse ‘eigen’ onderzoek dan dat bewijst dat mondneusmaskers inderdaad niet werken?

Steeds meer mensen struinen het internet af op zoek naar informatie. En informatie is er heel veel voor handen. Sommige mensen maken gebruik van de informatie die er van buitenlandse, gezaghebbende instituten komt, anderen vallen in de fuik van de complotwetenschap. En hoe langer deze verwarrende situatie voortduurt, hoe meer we gaan zoeken naar informatie die past bij onze eigen denkbeelden. Van de wetenschap in eigen land moeten we het niet hebben. Dan moeten ze maar luisteren naar andere landen. Maar in welke landen zitten dan die wetenschappers die het wel steeds bij het rechte eind hebben? En worstelen ze in andere landen niet net zo hard met deze problematiek als wij?

De wetenschap plooit zich naar de politiek

Laten we het niet te ver van huis zoeken om een vergelijking met andere landen te maken. We kijken naar een land dat zowel in geografisch, als in politiek ideologisch opzicht dichtbij ligt en waar bovendien een vergelijkbaar coronabeleid gevoerd wordt: het Verenigd Koninkrijk. De overeenkomsten zullen duidelijk zijn: beide landen gingen voor een strategie van groepsimmuniteit, dat werd bijgesteld om daarna over te stappen op uitsmeren totdat vaccins groepsimmuniteit zouden bieden.

Een kijkje in de keuken van het coronabeleid van het Verenigd Koninkrijk vinden we in het boek Spike van Jeremy Farrar. Farrar – directeur van Wellcome Trust en adviseur in SAGE, het Britse equivalent van het OMT – was een van de wetenschappers die vanaf het allereerste signaal uit Wuhan dicht op de pandemie zat. Spike is een spannend geschreven reconstructie van de eerste helft van de pandemie. Farrar vertelt niet alleen over de algemene ontwikkelingen, afgezet tegen een tijdlijn, maar ook over zijn eigen rol en overdenkingen. Hoewel het vaak leest alsof hij zijn eigen straatje schoonveegt, geeft hij toch een interessante inkijk in de verwevenheid tussen wetenschap en politiek die het lezen waard is.

De wetenschap was sneller dan we denken

Als geheugensteuntje eerst nog een voorbeeld van de corona-aanpak, om in het achterhoofd te houden. Maandenlang was het een enorm getouwtrek: testen zonder symptomen. Het zou zinloos zijn, van asymptomatische verspreiding was nauwelijks sprake. “Iemand die nog niet ziek is of nog niet hoest of niest, zal het virus niet verspreiden,” aldus het RIVM in maart 2020. Per 1 december 2020 veranderde dit plotseling. Als je in nauw contact was geweest met een coronapatiënt, mocht je je ook zonder klachten laten testen. En dat riep vragen op. Was er voortschrijdend inzicht? Op basis van welk onderzoek? Antwoord op die vragen kwam niet. Als je het 85e OMT advies erop naslaat lijkt het eerdere beleid meer ingegeven te zijn geweest door capaciteit dan door wetenschap. Maar dat is vooralsnog speculatie zonder bewijs. Terug naar Farrar.


Fragment uit Spike van Jeremy Farrar

Op 24 januari [2020] had de wereld alle informatie [over het nieuwe coronavirus] die het nodig had: een potentieel dodelijke, nieuwe luchtwegaandoening die zich tussen mensen zonder symptomen kon verspreiden.

Uit de reconstructie van Farrar maken we op dat asymptomatische verspreiding, waar zoveel om te doen is geweest, op 24 januari 2020 al bekend was. Ver voordat corona ooit in het VK (en Nederland) aankwam. Was Farrar de enige die dit wist? Nee. Farrar beschrijft hoe Thijs Kuiken, Hoogleraar Vergelijkende Pathologie op de afdeling Viroscience van het Nederlandse Erasmus UMC, werd gevraagd een paper te reviewen, daardoor deze informatie te weten kwam en besloot het te delen met de WHO.


Fragment uit Spike van Jeremy Farrar

Wetenschap en politiek zijn niet van elkaar te onderscheiden

Het is maar een voorbeeld, want in het boek staan meer opzienbarende zaken. Maar het is er één die veel invloed heeft gehad op de pandemie en waaruit de vermenging tussen wetenschap en politiek pijnlijk duidelijk naar voren komt. Niet alleen in het VK, maar ook in Nederland. Terwijl er inmiddels veel wetenschappers waren die niet twijfelden aan de impact van asymptmatische verspreiding en ook de WHO schatte dat ongeveer 40% van de transmissie verliep via personen zonder ‘klachten’, waren de experts die betrokken zijn bij het Nederlandse beleid er niet zo zeker van. En dus werd er geen actie op ondernomen. Nederland wilde niet testen, testen, testen en vond het niet zo’n probleem dat het virus zich – asymptomatisch of niet – verspreidde, zolang de ziekenhuizen niet overbelast raakten. De politiek hoefde niet extra te investeren in het uitbreiden van testcapaciteit, wat weer past bij de kosten-baten benadering van het kabinet. Maar hoe wetenschappelijk was die benadering dan eigenlijk? Of paste het meer bij de wensen van de politiek?

Intussen ontging het ook de bevolking niet dat er iets niet klopte. Asymptomatische verspreiding was een behoorlijke tijd het gesprek van de dag. Met een schuin oog keken we naar China, waar bij iedere kleine uitbraak vele miljoenen mensen in een paar dagen tijd werden getest en waar de boel daarna snel weer open kon. Waarom deden ze dat toch, die rare Chinezen? Mensen testen zonder klachten had immers geen zin? Overdreven aanpak en bovendien duur en belastend voor de bevolking. In Nederland deden we het liever zonder testen, testen, testen met een haast oneindige ‘intelligente lockdown’. Met veel meer zieken en doden dan in China. ‘s Lands wijs, ‘s lands eer. Als we maar niet te pas en te onpas gevraagd (of gedwongen) werden om te testen. Een maandenlange lockdown met heel veel schade was voor ons blijkbaar een veel acceptabeler offer.

Politici verschuilen zich achter de experts

In zijn boek vertelt Farrar uitgebreid hoe politici in het Verenigd Koninkrijk zich verscholen achter de experts. Hij beschrijft de situatie van begin maart 2020, toen belangrijke beslissingen werden genomen die niet alleen het verloop van de epidemie in het Verenigd Koninkrijk bepaalden, maar ook belangrijke consequenties hadden voor de hele wereld; immers, een half jaar later begon een nieuwe variant daar te circuleren (Alpha) die grote delen van de wereld in de greep zou houden.

Terwijl de wetenschappers in het adviesorgaan SAGE zich nog bogen over de beste combinatie van maatregelen, leek de Britse overheid al een vaststaand plan te hebben. Op 3 maart 2020 lag het Coronavirus Action Plan klaar. Het plan was opgedeeld in vier fases: beheersen, vertragen, onderzoeken en uitsmeren. Het doel van de Britse overheid: verspreiding die via geïnfecteerde personen werd gevonden beheersen, hen isoleren en hun contacten traceren. Als dat de verspreiding niet zou stoppen, wilde men de epidemie vertragen richting de zomer door de bevolking te vragen zelf maatregelen te nemen, zoals handenwassen. Mocht de uitbraak erger worden, dan zou over worden gegaan tot mitigatie.

“In de modellen van hoe de ziekte zich zou verspreiden, was mitigatie (matigen) synoniem voor kudde-immuniteit: het betekende dat we niet probeerden iets tegen te houden. Mitigatie betekent de verspreiding een beetje vertragen, dus je probeert de sterfte te verminderen, maar het is niet de bedoeling om de epidemie in zijn sporen te stoppen. … Het is iets anders dan onderdrukken, wat betekent dat je de verspreiding in de eerste plaats probeert te stoppen. … “

“Ik raadpleegde de notulen om te zien of we die vierfasenstrategie ooit uitgebreid hadden besproken. Het antwoord was nee.

De politici kwamen met die strategie en het was onze taak om het te laten werken.

Jeremy Farrar – Spike

Farrar beschrijft hoe verbaasd hij was dat de Britse overheid sprak over cocooning, wat wij in Nederland een beschermend muurtje om de kwetsbaren noemen. En dat Johnson in de media sprak over het bereiken van groepsimmuniteit door infecties. Geen van beide visies was afkomstig van SAGE, volgens Farrar.

Farrar laat het niet in het midden: het idee dat groepsimmuniteit door natuurlijke infectie haalbaar, laat staan veilig was, was toen – amper drie maanden na ontdekking van een nieuwe ziekte – niet het ‘volgen van de wetenschap’, maar juist tegen de wetenschap in. Omdat er maar heel weinig groepsimmuniteit bereikt wordt tegen circulerende coronavirussen die verkoudheid veroorzaken en omdat de wetenschap nog geen idee had of tegen het gerelateerde SARS-CoV-1 langdurige immuniteit bestond.

“Het idee dat je 20 procent van de samenleving, of meer, hermetisch zou kunnen afsluiten en zeggen: ‘We gaan je een paar maanden, misschien een jaar in een hokje stoppen’, was niet haalbaar, praktisch, wenselijk of ethisch.'”

jeremy farrar – Spike

Een terugblik naar de Nederlandse situatie, precies rond die tijd. In een historische speech kondigde Rutte aan dat veel Nederlanders ziek zouden worden, dat we een beschermend muurtje zouden bouwen rond de kwetsbaren en dat we op deze manier, door de epidemie uit te smeren, uiteindelijk groepsimmuniteit zouden bereiken. Het klinkt bekend. En waar Farrar heel duidelijk maakt dat het ‘de wetenschap’ simpelweg aan immunologische kennis ontbrak om zelfs maar te kunnen beoordelen of zo’n strategie überhaupt haalbaar was, stonden wetenschappers in Nederland gewillig klaar om de bevolking uit te leggen dat dit verantwoord was, haalbaar en eigenlijk de enige manier.

Of legitimeren experts juist gewillig het overheidsbeleid?

Jaap van Dissel legde bij Nieuwsuur uit hoe de strategie van mititgatie naar groepsimmuniteit werkte. Patricia Bruijning, arts-epidemioloog van het UMC Utrecht, maakte het in EenVandaag heel duidelijk en expliciet: het was de “verstandigste strategie” om met de epidemie om te gaan. Veel mensen zouden ziek worden, zo’n 60% van de bevolking, waarna groepsimmuniteit zou ontstaan. Voor Bruijning lag alleen de vraag open hoe lang immuniteit tegen het virus zou aanhouden, 1 jaar, 5 jaar? We hadden geen andere keus, dan deze strategie te volgen. Hoe zei Farrar het ook alweer? Dit was niet het ‘volgen van de wetenschap’, maar juist tegen de wetenschap in.

Farrar beschrijft dat hij zich vaak afvraagt of hij medeplichtig is aan het Britse coronabeleid. Hij verwijt het zichzelf dat hij er niet tegen in verweer kwam, hoewel hij toch op het punt heeft gestaan zijn adviesfunctie bij SAGE neer te leggen. Hij schatte zelf in dat hij, door aan te blijven als adviseur, nog enige invloed kon uitoefenen. Een onwetenschappelijk beleid een wetenschappelijke legitimatie te geven op primetime televisie, zoals dat in Nederland gebeurde, is een nog veel grotere stap verder. Dus wat is wat en wie is wie? Moeten de experts naar het overheidsbeleid toewerken? Of zijn er ook experts die betrokken zijn bij dat overheidsbeleid? En waarom houden experts die politici steeds zo stevig uit de wind?

‘Leven met het virus’. Een herhaling van zetten.

Nu steeds meer mensen gevaccineerd zijn, lijkt het cirkeltje rond. We staan weer op precies hetzelfde punt als in maart 2020. Met dezelfde onzekerheid en dezelfde vraagstukken. Is groepsimmuniteit wel haalbaar? Zijn de ‘kwetsbaren’ wel voldoende beschermd? En wat doen we met de (groepen) mensen die niet kunnen of willen gevaccineerd worden? Is het ethisch hen bloot te stellen aan dat virus? Sluiten we hen niet uit van deelname aan de samenleving? Wat heeft het voor consequenties? En hoelang bieden de vaccins eigenlijk een ‘beschermend muurtje’?

Hoewel leven met het virus werkelijk van alles kan betekenen, verstaan we er in Nederland bijna automatisch ‘loslaten’ onder. Het virus de vrije loop laten als iedereen die dat wil en kan gevaccineerd is. We kunnen niet eeuwig met maatregelen leven, klinkt het steeds luider. Maar kúnnen we überhaupt al nadenken over het overboord gooien van alle maatregelen, of accepteren we dat we nog veel teveel niet weten? De wetenschappelijke basis ontbreekt, zoveel is helder. Schattingen over benodigde groepsimmuniteit variëren tussen 80% en 100%. Het lijkt onhaalbaar. We weten nog niet hoe de vaccins ons gaan ondersteunen. Gaan we dan met de zevenmijlslaarzen, of nemen we kleine stappen op weg naar een veilige manier van samenleving, waarbij niemand wordt uitgesloten? Want wie weet hoe lang die uitsluiting duurt. Maanden? Jaren? Een decennium? Langer?

Patricia Bruijning is nu in ieder geval een stukje behoudender. Zij omschrijft dit als een overgangsfase: “De situatie rond het virus is nu nog niet stabiel genoeg. Te veel mensen hebben nog maar één prik. Testen, ook als je maar milde klachten hebt, is nu nog ontzettend belangrijk om het virus nauwkeurig te monitoren en onder controle te houden.” Maar ook volgens Bruijning moet het een keer stoppen.

Kunnen we leven met het coronavirus?

De vraag is overigens of we wel met het nieuwe coronavirus kunnen samenleven. Als je het wensdenken even overboord zet en van een afstandje naar de situatie kijkt, is het geen reëel scenario. Het grootste gedeelte van de wereldbevolking is nog niet gevaccineerd en de wereldwijde vaccinatie zal, als er niet snel iets aan gedaan wordt, pas in 2024 afgerond zijn. Nieuwe varianten ontstaan. Er zijn al aanwijzingen dat immuniteit door vaccinatie binnen een half jaar afneemt. Omdat de fabrikanten van die vaccins graag nog meer geld aan ons willen verdienen, weten we niet hoe betrouwbaar die informatie is. Het is vallen en opstaan.

In de tussentijd zien we in andere landen dat ook steeds meer kinderen ernstig ziek worden. Met onbekende gevolgen. En wat doen nieuwe varianten met hen? We willen er niet eens over nadenken en dat is kwalijk. Wij willen leven met het virus en daarmee dwingen we andere landen onze manier van leven op. Immers, de kans bestaat dat we het virus vrij spel geven om te muteren tot veel schadelijker varianten, waartegen wijzelf misschien nog wel beschermd zijn vanwege het vaccin, maar vele andere mensen ter wereld niet.

We exporteren het virus er lustig op los, waarbij we andere landen dwingen om óf op onze manier samen te gaan leven met het virus, óf zich hermetisch af te sluiten van de buitenwereld. Of dat redelijk is, of zelfs haalbaar, of het misschien enorme schade veroorzaakt in individuele levens, voor bepaalde groepen in onze eigen samenleving, of mensen in andere landen, het vormt niet eens onderwerp van gesprek.

We zijn allemaal met elkaar verbonden

Ieder land volgt zijn eigen strategie, passend bij de eigen cultuur en vormgegeven door de heersende politieke ideologie. We stellen onszelf centraal. Wij kunnen leven met zo’n virus, als we er maar voor zorgen dat bij ons niet teveel mensen tegelijkertijd gebruik maken van ziekenhuiszorg. Het past bij onze opvattingen over ziekte in het algemeen (het is maar een griepje) en onze denkbeelden over het doorgeven van besmettelijke ziekten. En laten we niet vergeten dat we echt bijzonder goede gezondheidszorg hebben.

Wij vinden het acceptabel dat we grote groepen mensen uitsluiten van deelname aan de samenleving, ook al is dat voor een hele lange tijd. Hun lot bespreken we niet. Het is een ongemak waar we het liever niet over hebben. We nemen aan dat de kinderen niet erg geraakt zullen worden, omdat het ons uitkomt. We nemen aan dat we op deze manier de ‘kwetsbaren’ beschermen, ook al zeggen die kwetsbaren bij herhaling (tegen dovemansoren overigens) dat zij helemaal niet beschermd, maar uitgesloten worden.

Gooi open, die samenleving

We denderen overal overheen. De samenleving moet open. We hebben het niet over de zieken en de doden. We hebben het niet over het leed van de nabestaanden, niet over de vreselijke strijd die sommige mensen voeren met langdurig covid, we hebben het niet over de hele moeilijke situatie waar veel gezinnen in zitten en zullen blijven zitten, vanwege hun banden met ‘kwetsbare’ personen.

We weigeren na te denken over de enorme druk die er nog steeds zal zijn op onze huisarts, omdat nog steeds veel mensen ziek worden van dat virus. En wat dat zal doen in combinatie met alle andere luchtwegvirussen en influenza komend najaar en winter. Hoe moet dat als je straks bij je ernstig zieke familielid op bezoek wil in het ziekenhuis? Blijft dat bezoekuur beperkt tot 2 verschillende personen? Of gaan we straks ook nog eisen dat we weer onbeperkt en onbeschermd dat ziekenhuis in mogen lopen?

Prioriteiten

Het meest pijnlijke is nog dat we het steeds hebben over vertier, feesten, festivals, grote evenementen, clubs, het nachtleven, als onze hoogste prioriteit. Als een stel hedonisten. Onze prioriteit ligt blijkbaar niet bij beschikbaarheid van zorg, niet bij kwaliteit van de zorg, niet op zuinig zijn op onze zorgverleners, niet bij onderwijs, niet bij het beschermen van de kinderen, daar heeft immers niemand het over. Onze prioriteit ligt bij de ongebreidelde vrijheid van het individu. Minus de individuen die risico blijven lopen op ernstig covid. Minus de rest van de wereld.

Onze cultuur heerst. Waarbij we vergeten dat de rest van de wereld ook in verbinding staat met ons, dat ook daar nieuwe varianten kunnen ontstaan die ons het leven moeilijk kunnen maken. Kunnen we ‘leven met het virus’? In ethisch opzicht is het antwoord volmondig nee. In verstandig opzicht ook trouwens. In cultureel opzicht is het antwoord ja. Dat zijn we zo gewend. Alleen is de situatie nu anders. Dit is een pandemie. Waarbij we blijkbaar nog moeten leren dat de ultieme vorm van egoïsme nu even saamhorigheid is.

‘s Lands wijs, ‘s lands eer

In Australië, dat tot nu toe een zero-covid beleid heeft gehad, stelt men zich dezelfde vraag als hier. Opvallend is, dat daar in de media meer aandacht is voor het lot van de ‘kwetsbaren in de bevolking’, waaronder ook de kinderen. ‘s Lands wijs, ‘s lands eer. Voor hen is het allerminst vanzelfsprekend dat het virus rond zou kunnen gaan. We vinden ze maar apart daar, in die zero-covid landen. En iedere opleving die ze daar hebben grijpen we aan om snel met onze vingers te wijzen: Zie je! Het werkt niet! Ook al duren hun lockdowns acht dagen versus onze halfbakkenlockdowns die maanden en maanden duren. In mediaberichten in Australië wordt vrijheid als iets voor de gehele bevolking beschouwd. Het is een schril contrast met ons. In onze cultuur dichten we kennelijk meer recht op vrijheid toe aan ‘fitte’ mensen. Terwijl we toch een grondwet hebben die ons tegen die willekeur moet beschermen. We hebben immers allemaal gelijke rechten en plichten.

In zijn boek wil Farrar als wetenschapper zijn verwevenheid met de politiek doorbreken. Het is een echte eyeopener. En ja, het boek is explosief te noemen, zeker als je het naast de ontwikkelingen in Nederland legt. Farrar schrijft dat, in het licht van de ontwikkeling van het virus, eliminatie – het verbannen van het virus door middel van maatregelen – mogelijk is. Wenselijk zelfs. Farrar behoort tot de allerbeste experts van de wereld. Net als onze eigen Marion Koopmans trouwens, die ook steeds vaker nadruk probeert te leggen op de wetenschappelijke onzekerheden versus belangen in de samenleving. Misschien kunnen we iets doen met die ‘wetenschap’.

Misschien kunnen we die uitspraak ‘leven met het virus’ eens kritisch onder de loep nemen. Is dat inderdaad wie wij zijn? Ondanks alle gevolgen voor onze eigen ‘kwetsbaren’? Ondanks de gevolgen voor de armere landen? En uiteindelijk ook ondanks alle mogelijke gevolgen voor onszelf? Als we nú maar lol kunnen trappen? Als we maar geen mondneusmasker hoeven te dragen want het zit zo lastig? Laten we daar nog eens goed over nadenken.

Ik wil afsluiten met de woorden van een relatief onbekende antropoloog: “Op het hoogtepunt van de ebola-epidemie in Sierra Leone verspreidden mensen ebola vooral omdat ze niet konden stoppen voor elkaar te zorgen. Hier verspreiden veel mensen corona omdat ze elkaar maar niet willen beschermen.”

Dwazenparadijs Nederland, zat van de pandemie

Dwazenparadijs Nederland, zat van de pandemie

“Anyone who thinks the pandemic is over because it’s over where they live is living in a fool’s paradise.”

Dr. Tedros, WHO – opening Olympische Spelen – 21 juli 2021

Bij het Olympisch Committee sprak Dr. Tedros, directeur generaal van de WHO, gepassioneerd over het verloop van de pandemie. De Olympische Spelen, sprak hij, hebben het vermogen de wereld samen te brengen. En dat is nodig, heel erg nodig, want hoewel sommige landen het idee hebben dat ze de eindstreep bijna hebben bereikt, is de pandemie eigenlijk erger dan ooit. Dit jaar is nog maar net halverwege en toch zijn er de afgelopen zes maanden twee keer zoveel mensen gestorven aan COVID-19 als vorig jaar. Twee keer zoveel. In de helft van de tijd. Het officiële dodental: 1,8 miljoen mensen in 2020, 2,2 miljoen in 2021. En dat is, weten we zeker, een grove onderschatting.

De nieuwe Delta variant is eigenlijk nog maar net op stoom gekomen. Het raasde al door India en Nepal en nu raast de storm door Indonesië, Myanmar en verschillende staten in de VS. Delta vindt razendsnel zijn weg naar de kwetsbaren en laat overal dood en destructie achter. Nou ja, niet overal woedt die storm even hevig: in sommige landen lijkt de eindstreep in zicht. Zo denken we ook in Nederland. Nederland, het dwazenparadijs, zoals Dr. Tedros het zo treffend omschrijft. Want al vele maanden waarschuwt de WHO dat de pandemie pas voorbij is, als het overal ter wereld voorbij is. Zoals de WHO ook waarschuwde dat de vaccins op zichzelf geen uitweg zouden bieden uit de pandemie.

We luisteren niet. We willen feesten, dansen met Janssen, vrijheid, leven, een zorgeloze zomer. Als iedereen die dat kan en wil gevaccineerd is, moet het maar eens afgelopen zijn met de maatregelen, zo klinkt het hier steeds luider. Pandemie over. Maar stiekem hebben we toch al wel door dat het niet zo werkt. Corona is geen storm in een glas water. Waar het zich vrij mag verspreiden, ontstaan nieuwe varianten. Sommige wetenschappers denken dat het virus zich uiteindelijk zo ver door zal kopiëren dat het minder schadelijk wordt, maar aan Delta zien we: dat moment is nog niet in zicht. Als het al ooit in zicht komt, want weer andere wetenschappers vrezen dat corona helemaal niet milder zal worden.

Leven met het virus

Niemand heeft het antwoord, maar dat willen we eigenlijk niet horen. Het is wel welletjes geweest met corona, tijd om te gaan leven met het virus. Oftewel: het virus de vrije loop laten, alles open, misschien nog wat basismaatregelen als hoesten en niezen in je ellenboog, handenwassen, maar dan is het wel genoeg. Wensdenken. Het zou goed kunnen gaan, het kan ook zomaar zijn dat het een vruchtbare bodem blijkt voor het ontstaan van nieuwe, schadelijkere varianten. Het is gokken. Maar ja, wat moeten we dan? We kunnen toch niet eeuwig met maatregelen leven? We vaccineren en hopen dat het in ons eigen landje dan tenminste goed gaat. En zo niet, kunnen we extra prikken om die immuniteit weer op te krikken. Niemand weet immers wanneer die pandemie gaat eindigen, dus tja, we moeten wel. Of eigenlijk, we willen het gewoon, dus het moet wel. En eigenlijk weet ieder mens, behalve wie het echt niet wil zien, precies wat er voor nodig is om de pandemie te laten eindigen. Het is allemaal niet zo moeilijk. Breek de keten van besmettingen. Dat kunnen we allemaal en als we het allemaal tegelijk doen, dan gaat die coronastorm vanzelf liggen. Dr. Tedros zei het treffend: “Wanneer zal de pandemie eindigen? Zodra de wereld wíl dat het eindigt. Het ligt in onze handen.”

We zijn geen eiland! Nederlanders zijn te eigenwijs! Dat past niet bij een democratie! Allemaal stupide, eenvoudige oneliners waarmee we het eindigen van de pandemie gemakzuchtig wegwuiven. We kunnen het gewoon niet. Niemand overigens, die het ooit echt de kans gaf, of nou eens echt onderbouwde waarom we dat niet zouden kunnen. Ieder land, ieder volk, iedere cultuur is in staat om gezamenlijk het hoofd te bieden aan een dreiging. Het is maar net hoe je aangestuurd wordt en hoe we met elkaar samenwerken. Het is dikke onzin, dat we dat niet zouden kunnen. Als een democratie betekent dat we niet voor elkaar en elkaars welzijn kunnen zorgen, moeten we ons misschien maar eens achter de oren krabben wat er zo goed is aan een democratie.

Het paradijs der dwazen

Heb je echt een dictatuur nodig om een virus eronder te krijgen? Nee. Dat bewezen meer landen. Het gaat ook niet om dictatoriaal handhaven, maar succesvol en gezamenlijk de juiste middelen op het juiste moment inzetten om het dat virus te belemmeren onze samenleving over te nemen. Dat we dat niet doen heeft niets te maken met niet kunnen, maar met niet willen. Dwazenparadijs. We gaan feestend ten onder, we kijken niet eens om naar de rest van de wereld, waar de grote rampspoed zich al voltrekt. Het interesseert ons weinig. Dansen met Janssen, naar een fieldlab-feestje, de kermis, voetbal, want dát is pas leven. Wij ‘leven’, terwijl meer en meer mensen om ons heen doodgaan. Dat dat gevoel ons nooit bekruipt dat we later, als onze kleinkinderen ons vragen wat we deden tijdens die pandemie die zoveel mensenlevens eiste, met droge ogen moeten zeggen dat het totaal aan ons voorbijging omdat we bezig waren met ons eigen kleine stukje wereld. Dat we wilden genieten van een zorgeloze zomer terwijl Delta de wereld om ons heen al voorgoed veranderde, met rouw, trauma, armoede en langdurige ellende tot gevolg.

Ik kan alle argumenten opnoemen over de onzekerheid die er nog is over de evolutie van het virus. Dat we niet weten wat Delta straks gaat doen onder de ongevaccineerden, waaronder de jonge kinderen. Dat we niet weten welke druk er op onze huisartsen en ziekenhuizen komt te liggen als Delta gezelschap krijgt van alle andere luchtwegvirussen, influenza. Dat straks meer mensen gezondheidsschade oplopen omdat er te weinig zorg beschikbaar is. Dat de kwaliteit van de zorg onherroepelijk zal afnemen en dat niemand weet hoe lang dat zal duren. Dat een behoorlijk deel van onze zorgmedewerkers op knakken staat. Dat we niet weten hoe goed de vaccins het doen bij het tegengaan van verspreiding. Dat we niet weten hoelang de vaccins bescherming bieden. Dat we niet weten welke varianten er nog aankomen. Dat de nabije toekomst mét corona echt heel erg onzeker is. Maar we kennen die argumenten wel.

Eén persoon kan een pandemie veroorzaken

We nemen een wilde gok. Nee, niet wij natuurlijk, maar de overheid. En eigenlijk, zie je steeds aan de peilingen, zouden we allemaal wel willen dat de overheid het iets rustiger aan deed. Vaak wil de meerderheid van de bevolking zelfs meer maatregelen en krijgen we versoepelingen. En het gekke is, hoewel we weten dat het onverstandig is, worden we dan zelf ook direct een stuk soepeler. We doen het gewoon. We nemen die risico’s. Maar misschien kunnen we dat zelf wel veranderen. Door elkaar te willen beschermen tegen besmetting. Door in te zien dat we zelf een rol spelen in de verspreiding. Dat als onze voorouders net zo hadden gedacht als wij, we nooit riolering zouden hebben gehad, of zeep, of andere hygiënische middelen.

Iedere overdracht van het virus, van het ene op het andere mens, is afhankelijk van onze keuze: komt de keten van transmissie bij mij ten einde, of veroorzaak ik een nieuw begin?

Misschien moeten we kijken of we anders kunnen gaan denken over het doorgeven van een besmettelijke ziekte. Is de eindstreep in zicht? Dat hebben we zelf in de hand. Want iedere overdracht van het virus van het ene op het andere mens is afhankelijk van onze keuze: komt de keten van transmissie bij mij ten einde, of veroorzaak ik een nieuw begin? Er is maar 1 besmettelijk persoon nodig om een pandemie te veroorzaken. Dat is goed om in het achterhoofd te houden als we in de herfst weer hoestend en proestend onder de mensen gaan.

Politieke spelletjes met kinderen

Als zij de baas zouden zijn, geven kinderen en jongeren aan dat zorgen voor een veilig en fijn thuis het allerbelangrijkst is. Kinderen en jongeren zagen opvallend vaak de positieve kant van de gevolgen van het coronabeleid. Zo vonden ze het fijn om hun schoolwerk in hun eigen tempo te maken, ze hadden meer vrije tijd en zagen hun ouders vaker en nam de stress in hun leven af.

Vaak brengen rampen het beste in de mens naar boven. Mensen proberen elkaar te redden, te beschermen en te helpen. Aan het begin van de uitbraken in westerse landen las ik daar het ene lyrische stuk na het andere over. Over hoe de pandemie de mensheid voorgoed zou veranderen, onze manier van samenleven zou op een natuurlijke manier verbeteren, de wereld zou er alleen maar beter op worden. Tja. Rampen leggen haarfijn bloot wie we werkelijk zijn.

Even leek het erop dat de pandemie ons ‘beter’ zou maken. Even. Want al ruim een maand later, in april, sloeg de eerste schrik om naar dwang en drang: het samenleven moest zo snel mogelijk weer terug naar normaal. Nederland stond ergens vooraan in de rij. Eén van de eerste discussies? De kinderen. Instinctief zou je denken: dat is gek, er is een ramp van wereldformaat, er gaat een nog onbekend virus rond, de kinderen…die zouden we toch als eerste moeten willen beschermen.

Het tegenovergestelde was waar. We hebben allemaal van dichtbij kunnen zien hoe diep politiek en wetenschap met elkaar verweven raakten. Dat lag en ligt er duimendik bovenop. Maar als het om kinderen gaat, geloven we blijkbaar liever in de grootst mogelijke onzin. Naar school, ook al weet niemand ècht hoe veilig of onveilig het is.

RIVM onderzocht hoe besmettelijk kinderen waren, terwijl ze thuis zaten

Tijdens de eerste golf vroeg de Nederlandse overheid het RIVM te onderzoeken hoe het dan precies zat met die kinderen en hun bevattelijkheid voor SARS-CoV-2. En terwijl het in de Verenigde Staten flink mis ging onder de kinderen, in Indonesië het ene na het andere kind stierf, kwam het RIVM met een – tja, hoe moet je het eigenlijk noemen – ‘onderzoek’ onder kinderen (voornamelijk) van positief geteste zorgmedewerkers in Utrecht. De scholen waren gesloten, uitbraakgebied Brabant waar veel kinderen ziek werden werd uitgesloten van het onderzoek en de kinderen in Utrecht leefden in hoge mate geïsoleerd van de samenleving. Het zal dan ook geen grote verrassing zijn dat het RIVM tot de conclusie kwam: kinderen raken wel besmet, maar in veel mindere mate dan volwassenen en zijn zelden tot nooit het eerste geval binnen een huishouden. Niet zo gek als één van je ouders in de zorg werkt en daar zeker in de eerste golf veel medewerkers besmet raakten. Conclusie van het RIVM: “Kinderen dragen coronavirus nauwelijks over.” Dat zo’n onderzoek verre van wetenschappelijk is, dat hoef je een kind nog niet uit te leggen, maar opdrachtgever VWS vond het allang best. Het kwam de politiek handig uit.

Eind april maakte Ann Vossen in het programma van Eva Jinek duidelijk dat het juist de bedoeling was dat het virus zich zou blijven verspreiden, ook via de kinderen en de crèches. En dat geeft maar aan: ook in Nederland was het toen al niet onbekend dat kinderen bevattelijk en besmettelijk zijn. Onderwijsminister Slob hoefde de resultaten van dat RIVM ‘onderzoek’ dan ook niet af te wachten, het was een bewuste keuze om kinderen, ondanks alles, weer naar school te laten gaan. Dus dat gebeurde ook. Niet de al grote kinderen, maar de kleintjes. De kleintjes die op nul, niets, geen enkele manier voor hun eigen veiligheid en welzijn kunnen opkomen. Kleintjes die voor hun bescherming afhankelijk zijn van hun ouders, de school en de overheid.

Kinderen willen vooral een veilig en fijn thuis

Daar gingen ze begin mei, de kinderen. Als eersten weer de virussamenleving in, omdat kabinet, OMT en RIVM het risico aanvaardbaar vonden. Iedereen was er blij mee dat de kinderen weer naar school mochten, zo leek het. Schoolleiders en leerkrachten stonden te trappelen de kinderen weer te verwelkomen. (Thuis)werkende ouders haalden opgelucht adem. Zo. De eerste stap terug naar het oude normaal. Want dat was het eigenlijk hè? Als de kinderen niet naar school gaan, kan er niets terug naar normaal. En gelukkig maar, de meeste basisscholen zagen geen leerachterstanden door corona.

De Kinderombudsvrouw presenteerde een eerste beeld van hoe de kinderen de intelligente lockdown hadden ervaren en dat beeld was opvallend positief. “Als zij de baas zouden zijn, geven kinderen en jongeren aan dat zorgen voor een veilig en fijn thuis het allerbelangrijkst is”, hoewel bijna alle ondervraagde kinderen ook aangaven dat de spanningen waren toegenomen door de afgenomen bewegingsvrijheid. “Daar staat tegenover dat kinderen en jongeren opvallend vaak de positieve kant [zagen] van de gevolgen van het coronabeleid. Zo vonden ze het fijn om hun schoolwerk in hun eigen tempo te maken, ze hadden meer vrije tijd en zagen hun ouders vaker en nam de stress in hun leven af. Laat dit even goed tot je doordringen. Kinderen zagen opvallend vaak de positieve kant van de gevolgen van het coronabeleid. De stress in hun leven nam af. Print het uit, schrijf het op een post-it, hang het op de koelkast.

Intussen raakten in de Verenigde Staten veel kinderen besmet en kwamen er daar – in absolute aantallen – nog best veel kinderen in het ziekenhuis terecht. Bij hoge viruscirculatie bleek dat ook redelijk wat kinderen de ‘zeldzame’ complicatie MIS-C kregen. Maar Nederland is Nederland: uitsluitend gericht op eigen grondgebied. Hybride onderwijs was niet genoeg. Werkende ouders hadden last van thuislerende kinderen, dus hup, in juni moesten alle kinderen weer naar school. Onbeschermd. Zonder afstandsregels. Maar ook dat was niet genoeg, want toen klaagden de werkende ouders dat ze hun kind voor iedere snotneus op moesten komen halen en ho, dat kon de bedoeling niet zijn. Dus, naar school en opvang met die snotterende, kuchende kinderen.

Waarom er niet voor gekozen werd de snotterende kleintjes gewoon te testen bij symptomen, dat begrijp ik nog altijd niet. Teveel moeite? Geen zin in? Te duur? Of gaat dat af van de werktijd van de ouders? Een onbekend virus. Daar neem je toch geen risico’s mee? Dit gebeurde overigens allemaal terwijl Indonesië bekend maakte dat daar 28 kinderen waren gestorven aan COVID-19 en dat het er vermoedelijk zelfs meer dan 700 zouden zijn. Onder kinderen was er duidelijk wèl iets aan de hand. Och, wat niet weet wat niet deert. In Nederland haalde dit niet eens het nieuws.

Alles wat we moesten weten over kinderen en corona, was in mei al bekend

Maar wat was er dan eigenlijk wanneer bekend over covid bij kinderen? Begin mei was bekend dat kinderen vaak andere symptomen (vaak alleen darmklachten bijvoorbeeld) hebben dan volwassenen. Uit Bergamo kwam het verontrustende bericht dat er een link bestond tussen een vaak niet opgemerkte covid-infectie en een ernstige ontstekingsreactie bij kinderen (MIS-C). In de Verenigde Staten, in Frankrijk en ook in Nederland nam het aantal gevallen van deze ‘zeldzame’ aandoening bij hoge viruscirculatie in mei toe. Terwijl we er in Nederland vanuit gingen dat kleine kinderen nauwelijks besmet raakten met het coronavirus, waren er in Colorado uitbraken in kinderopvangcentra. En in Spanje, waar de kinderen na een strikte lockdown eind april mondjesmaat weer naar buiten mochten, zag men ook daar ineens een toename aan besmettingen onder kinderen.

Alles wat we moesten weten over kinderen en covid, was in mei eigenlijk al bekend. Tijdens een lockdown, raken kinderen nauwelijks besmet en besmetten zij hun gezinsleden nauwelijks. Dat is niet gek, aangezien ze dan ook in hoge mate geïsoleerd zijn van de samenleving en ouders vaker contacten hebben met personen buiten het huishouden dan de kinderen. In gebieden met veel transmissie, raken kinderen besmet en geven het virus door aan anderen. Ze raken zelf minder vaak en minder ernstig ziek, maar omdat ze vaker asymptomatisch besmet zijn en vaak meer intensieve contacten hebben (vooral met hun leeftijdsgenoten) geven ook zij het virus door. In welke mate? Afhankelijk van de besmettelijkheid van het individu.

In dezelfde periode raakte de rol van kinderen in de verspreiding van kinderen in hoge mate gepolitiseerd: uit onderzoeken in IJsland, Spanje en dat eigenaardige RIVM onderzoek in Nederland bleek dat kinderen minder vaak besmet raakten (allen tijdens lockdown), terwijl in Stockholm, England (VK), Zwitserland en Duitsland geen verschil werd gezien tussen kinderen en volwassenen. Begin juni vond men in Duitsland geen verschil in virale lading tussen kinderen en volwassenen.


In juni en juli steeds meer signalen: kinderen zijn bevattelijk èn besmettelijk

In juni publiceerde de gezondheidsorganisatie van Europa (het ECDC) een rapport waarin zij stelden dat besmetting op scholen weliswaar weinig voor leek te komen, maar dat onderzoeken uit Duitsland aantoonden dat kinderen (en zelfs pasgeboren baby’s) in een vroeg stadium van ziekte besmettelijk kunnen zijn en dat de viruslading bij kinderen jonger dan 5 zelfs hoger zou zijn dan bij oudere kinderen en volwassenen.

In Nederland was men nog altijd niet zo geïnteresseerd in de bevattelijkheid en besmettelijkheid van kinderen. Nederland liet als enige land ter wereld zelfs de kleintjes met snotneuzen naar opvang en school gaan. We zouden ‘s werelds beste proeftuin zijn geweest, maar we besloten het ouders te ontmoedigen hun kinderen te laten testen en ook werden kinderen niet opgenomen in het bron- en contactonderzoek. Nederland wilde zelfs zo graag níet weten of kinderen het virus het huishouden binnenbrachten, dat ertoe besloten werd kinderen helemaal niet te testen als een van de ouders ook symptomen heeft.

In Zweden, waar de scholen open waren voor kinderen in de leeftijden 7 – 15 jaar, werden er representatieve tests gedaan en daar bleek in juni dat kinderen vaker besmet raakten (7,5%) dan volwassenen (6,5%) en dat significante verspreiding via scholen wel degelijk mogelijk leek.

Tijdens de zomervakantie kwam uit de Verenigde Staten het ene bericht na het andere over de bevattelijkheid en besmettelijkheid van kinderen. In Florida bleek bijna 1/3 van de geteste kinderen positief, werd er longschade gevonden in asymptomatische kinderen en kwamen er steeds meer kinderen in ziekenhuizen terecht. Uit Chicago kwam een studie waar uit bleek dat kinderen zelfs tijdens lockdown hun ouders hadden geïnfecteerd. In Texas raakten 894 personeelsleden van kinderdagverblijven en 441 kinderen besmet, verspreid over 883 centra. Half juli maakten in Californië en Mississippi kinderen 10% van alle besmettingen uit.

In Zuid-Korea ontdekte men dat oudere kinderen even besmettelijk zijn als volwassenen en dat open scholen een significante bijdrage hebben aan de verspreiding. In Colorado stierven eind juli twee kinderen aan MIS-C. In Texas raakten veel heel jonge kinderen (jonger dan 2 jaar) besmet. En ook in Duitsland was de verhouding van positief geteste kinderen gelijk aan hun aandeel in de bevolking. In Chicago ontdekte men dat kinderen jonger dan 5 jaar 10 tot 100 keer meer virus in hun neus hebben als volwassenen, maar onderzocht men niet of ze ook meer of efficiënter verspreiden. Uit een nieuwe analyse van de situatie in Wuhan bleek dat kinderen, omdat ze meer contacten hebben, toch evenveel mensen kunnen besmetten als volwassenen en uit een studie in Massachusettes bleek dat kinderen het virus zelfs kunnen verspreiden als ze zelf asymptomatisch zijn. Uit een (bekritiseerde) BCO studie in Trento Italië bleek dat kinderen jonger dan 14 het coronavirus bijna 2x ‘efficiënter’ verspreiden dan volwassenen en uit een andere studie uit Zuid-Korea bleek dat kinderen het virus soms tot wel 3 weken in hun neus bij zich dragen. In Tennessee raakten tussen 18 en 28 juli (in 10 dagen tijd dus) 2,258 kinderen besmet met het coronavirus. Over de hele Verenigde Staten zagen artsen steeds meer ernstig zieke kinderen. En tijdens een zomerkamp in Georgia, raakte 75% van de aanwezige kinderen besmet (leeftijd 6-19, 260 kinderen).

De gezondheidsdienst van de Verenigde Staten (het CDC) verklaarde begin augustus: kinderen van ALLE leeftijden zijn bevattelijk en besmettelijk en kunnen een belangrijke rol spelen in de verspreiding van SARS-CoV-2. Zij hadden er een bittere ervaring mee opgedaan. Twitter en Facebook verwijderden een video van Trump, waarin hij stelde dat kinderen bijna immuun zijn voor corona en een sterker immuunsysteem hebben, wegens misinformatie. Dat is typisch, als je je bedenkt dat dat in Nederland eigenlijk nog steeds de ‘wetenschappelijke’ visie is.

Open-dicht-open-dicht beleid

Half augustus, toen het aantal besmettingen in Nederland weer gestaag begon te groeien, was – voor wie de ontwikkelingen in de Verenigde Staten volgde – al voorspelbaar dat ook in Nederland problemen zouden ontstaan op de scholen. Want hoewel er binnen de wetenschap nog nergens consensus over was, stond als een paal boven water dat in gebieden met lage transmissie (bijvoorbeeld door lockdowns) kinderen nauwelijks een rol spelen in de verspreiding en in gebieden met hoge transmissie (bijvoorbeeld waar de scholen geopend waren) kinderen zeker een rol bleken te spelen, in welke mate? Daar was nog discussie over. Daarom was het beter geweest de scholen te openen met de nodige voorzorgsmaatregelen. Nederland stond er niet voor open. Te moeilijk voor Nederlandse kinderen. Waarom het in Nederland precies te moeilijk is om voorzorgsmaatregelen te treffen en de veiligheid van kinderen, leerkrachten en hun familieleden voorop te zetten? Geen idee. In Nairobi kan het immers ook, om maar een voorbeeld te noemen.

Terwijl Jaap van Dissel steeds benadrukte dat kinderen en scholen geen risico vormden voor vesrpreiding, hadden andere OMT-leden daar andere ideeën over. Zo legde Gommers op Nu.nl uit dat scholieren het virus wel degelijk overdragen en pleitten OMT-leden Bruijning en Illy voor voorzorgsmaatregelen op scholen.

Vanaf eind september ging het overal in Europa hard op de scholen. Met name op middelbare scholen werden steeds vaker clusters gevonden. In Israël ging het tot twee keer toe mis met geopende scholen en bewees men tot twee keer toe: het sluiten van scholen helpt het meest om de R snel drastisch omlaag te brengen. In Nederland kwam de herfstvakantie net op tijd om een zwart scenario in de ziekenhuizen te voorkomen. Die ene week schoolvrij maakte een knip in de verspreiding.

Adviezen om de herfstvakantie te verlengen met een week zodat er ten minste 2 incubatieduren overbrugd zouden worden om daadwerkelijk een harde knip in de transmissie te geven, werden door het kabinet genegeerd. België verlengde de herfstvakantie wel en plukt daar nog altijd de vruchten van. Frankrijk en Oostenrijk hadden een vergelijkbare lockdown in november. Oostenrijk sloot alle scholen, Frankrijk niet. Nederland en het Verenigd Koninkrijk hielden de scholen open zonder voorzorgsmaatregelen en Nederland had als enige land een beleid waarbij kinderen jongeren dan 6 jaar met verkoudheidsklachten naar school en opvang mochten. De verschillen zijn duidelijk zichtbaar. Ook met de ‘oude variant” of zoals ze dat noemen ‘het ‘wilde type’.

Wat de Verenigde Staten in juli al wisten, begon in Europa langzaam door te dringen: kinderen spelen wel degelijk een rol in de verspreiding. Christian Drosten, adviseur van Angela Merkel, waarschuwde er in november voor dat het inmiddels wetenschappelijk duidelijk was dat zonder maatregelen, het virus zich explosief zou verspreiden in scholen. En in het Verenigd Koninkrijk was er blijkbaar eerst onderzoek van eigen bodem nodig om te weten wat Zuid-Korea in juli al wist: het virus wordt voornamelijk verspreid door kinderen die besmet zijn (70%), maar geen symptomen hebben. En het Amerikaanse CDC bevestigde in november met een nieuwe studie nogmaals: binnen huishoudens besmetten kinderen en ouders elkaar.

De nieuwe variant

Met die nieuwe variant die ook ontdekt werd bij een uitbraak op een Nederlandse basisschool, zou je denken dat het inmiddels ook in Nederland is doorgedrongen dat fysiek onderwijs in scholen, zonder voorzorgsmaatregelen een explosie aan nieuwe gevallen veroorzaakt. Niets is minder waar. In Nederland houdt men vast aan het oude beeld en beweert professor Annemarie van Rossum dat voor de oude variant data uit de hele wereld in 1 richting wijzen, namelijk dat er “vele malen minder transmissie is onder kinderen en van kinderen naar volwassenen”. “Geen ontkenning, maar op basis van veel data.” En ja, onderzoeken met dat soort data zijn inderdaad gepubliceerd. Er zijn, zoals in dit stuk aangehaald, ook vele onderzoeken gepubliceerd met hele andere data. En deden verschillende landen al veel ervaring op met die oude variant en de besmettelijkheid van kinderen.

Voor Nederland maakt het niets uit. We zullen het eerst moeten zien, op eigen bodem. Dat wij kinderen nauwelijks testen, zal veel helpen om het gewenste, oude beeld nogmaals te bevestigen. Wie niet zoekt, zal niet vinden, immers. En als 70% van de kinderen besmettelijk is zonder symptomen te hebben, dan wordt het sowieso heel lastig te achterhalen waar besmettingen vandaan komen. En dat blijkt dan ook wel uit het fantastische succes van ons bron- en contactonderzoek, want zelfs in perioden van heel lage transmissie kan meer dan de helft van de besmettingsbronnen niet worden achterhaald.

Maar goed, de nieuwe variant dus. Volgens minister De Jonge zou de Britse coronavariant zich dan wèl verspreiden onder kinderen. Ergens denk je, laat maar, zolang ze inzien dat kinderen een rol spelen is alles goed. Ook al komt zo’n nieuwe variant politiek gezien goed uit, het moet dan maar. Aan de andere kant: nee. Kinderen speelden altijd al een rol in de verspreiding en als een mutant besmettelijker is, dan worden kinderen ook besmettelijker. Des te meer reden om de situatie op scholen serieus te nemen. Om voorzorgsmaatregelen te nemen. Maar die reden bestond al met de oude variant. Ook nu er nog examenleerlingen naar school gaan en in sommige steden de kinderen van de groepen 8 nog naar school gaan, bijvoorbeeld. Het Verenigd Koninkrijk heeft inmiddels een landelijke lockdown afgekondigd tot half februari. Met de nieuwe mutant gaat het heel snel. In Nederland is de druk op de zorg ook ongekend hoog en dat terwijl de nieuwe mutant hier nog niet eens dominant is. Op welke ramp willen we afstevenen? En waarom praten we niet nu al over welke maatregelen op welk moment noodzakelijk zijn om fysiek onderwijs te geven aan kinderen, waarbij hun veiligheid, dat van de leerkrachten en hun familieleden op de eerste plaats staan?

Gedram over leerachterstanden

In Duitsland pleiten kinderartsen voor meer voorzorgsmaatregelen zodat lessen op school zo snel mogelijk weer doorgang kunnen vinden. In het Verenigd Koninkrijk vindt de grootste vakbond voor leerkrachten het ‘roekeloos’ de scholen te openen bij hoge viruscirculatie. Ook in Ierland wil de een na grootste vakbond het liefst dat de scholen voorlopig gesloten blijven. In Nederland pleit de kleinste vakbond Leraren in Actie al langer voor veilig onderwijs en bij de huidige hoge viruscirculatie voor sluiting van alle onderwijs. Ook vakbond Aob plaatste een oproep aan de minister om de examenleerlingen voorlopig online les te geven. Vakbond CNV lijkt zich liever helemaal op de vlakte te willen houden.

Misschien niet helemaal verwonderlijk dat deze vakbond het lef niet heeft op de strepen te gaan staan. Er is behoorlijk wat tegenwind in de politieke lobby rond de scholen. Zo pleit de vaste OMT adviseur/voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Kinderartsen er met 31 ‘onderwijsdeskundigen’ voor de kinderen zonder extra voorzorgsmaatregelen zo snel mogelijk weer naar de basisschool te laten gaan. En wie kan de strijd met een OMT-lid winnen? Dat is eigenlijk een wedstrijd armpje drukken tussen Klein Duimpje en de Reus. We hebben aan de vaccinatielobby van Gommers gezien dat actievoerende OMT’ers krijgen wat ze willen. Ga er maar aanstaan.

Dat kinderen meer behoeften hebben dan alleen fysiek onderwijs in een onderwijsinstelling en dat zij niet geïsoleerd zijn van de oudere generaties, heb ik hier en hier uitgebreid uitgelegd. Maar nu toch nog even over die leerachterstanden. Sinds het begin van het schooljaar gaat er geen week voorbij of de media maken melding van enorme leerachterstanden en de vreselijke thuissituaties waarin ‘de’ kinderen zich bevinden. Er kwam zelfs een mooi internationaal onderzoek waaruit bleek dat echt ALLE kinderen tijdens lockdowns enorme leerachterstanden zouden hebben opgelopen. Belangrijkste basis voor het onderzoek: de gegevens van het Nederlandse CITO. Nou. Daar heb ik wel iets over te zeggen. Want ook mijn dochter van 11 zou leerachterstand hebben opgelopen volgens diezelfde CITO. En klopt dat? Van geen kant. Kijkt u maar mee. Ze groeide juist enorm. En toch kreeg ik een brief dat ze bijles moest volgen. Op de donderdagmiddagen. Tijdens haar lunchpauze. Geen bijles bijles. Nee, een ‘strategie training’. Geld in de vuilnisbak dus, want uit haar resultaten blijkt wel dat ze met het thuisonderwijs eindelijk een effectieve strategie heeft gevonden.

Ik zeg niet dat leerachterstanden geen probleem zouden vormen. Het zal ongetwijfeld. Maar voor ALLE leerlingen? Nee. En kan je dat oplossen met cursussen mindfulness en strategietraining? Daar geloof ik echt helemaal niets van. Dat de scholen 900 euro per leerling aan subsidie kregen, heeft ongetwijfeld meegespeeld bij de selectie van de zogenaamde achterstandsleerlingen. Of misschien is er iets geks met het Leerling Volg Systeem. Of met CITO. Want in het geval van mijn dochter klopt het niet. En ook van vele andere ouders hoorde ik dit verhaal. Allemaal uit dezelfde gemeente, overigens. Voorlopige conclusie van mijn mini-onderzoekje: sommige scholen hebben alle leerlingen van bepaalde leerjaren aangemerkt met ‘leerachterstand’, ook als dat er niet was. En vraagt u nou eens echt goed na bij al die scholen wat voor soort bijlessen ze hebben ingekocht voor die 900 euro per leerling. Ik heb nog geen enkele leerling gehoord die er daadwerkelijk door bijgespijkerd wordt, maar dat kan natuurlijk ook een gebrek in mijn onderzoeksnetwerk zijn. Ik zou die cijfers wel graag boven tafel zien.

Ik ga uit van goede bedoelingen in het onderwijs hoor, maar de tearjerker dat het zo erg gesteld is met onze kinderen, nee, dat kan gewoonweg niet kloppen. Het is ook niet eerlijk ten opzichte van de kinderen die geen leerachterstand hebben opgelopen, voor de kinderen die juist extra aandacht zouden kunnen gebruiken en daar nu weer niet optimaal gebruik van kunnen maken en bovendien zonde van het geld. Van die bedragen had je misschien voor alle leerlingen een laptop kunnen aanschaffen om thuis goed mee te kunnen werken als scholen weer (tijdelijk) moeten sluiten. Of een extra leerjaar zonder stigma en consequenties. Of andere out of the box oplossingen waar ze wérkelijk iets aan zouden hebben.

Echt veel kinderen hebben het slecht thuis

Een ander veelgehoord argument om de scholen toch open te laten, koste wat het kost, is dat vele, vele kinderen het thuis zo ontzettend slecht zouden hebben. Ook dat lijkt me niet eerlijk ten opzichte van deze generatie kinderen. Niet voor de grote meerderheid van de kinderen die gewoon een fijn thuis heeft, maar al helemaal niet voor de kinderen die het thuis echt moeilijk hebben. Is les op school de enige vorm van ondersteuning die we die kinderen te bieden hebben? Of kijk je verder dan je neus lang is en pak je deze kinderen eindelijk eens écht op? Want na schooltijd zijn ze gewoon thuis, tijdens zo’n zelfde strenge lockdown en blijven de zorgen, de stress en dezelfde rotsituatie. Dit is een relatief kleine groep kinderen. Als we daar echt, oprecht zorgen om hadden, zouden we hun lot niet op alle kinderen plakken, ze ondersteunen op alle mogelijke manieren en juist voor hen zorgen dat onderwijs op school op een veilige manier doorgang kan vinden.

En dan wil ik ook nog even die post-it op de koelkast ter herinnering brengen: “Als zij de baas zouden zijn, geven kinderen en jongeren aan dat zorgen voor een veilig en fijn thuis het allerbelangrijkst is”, hoewel bijna alle ondervraagde kinderen ook aangaven dat de spanningen waren toegenomen door de afgenomen bewegingsvrijheid. “Daar staat tegenover dat kinderen en jongeren opvallend vaak de positieve kant [zagen] van de gevolgen van het coronabeleid. Zo vonden ze het fijn om hun schoolwerk in hun eigen tempo te maken, ze hadden meer vrije tijd en zagen hun ouders vaker en nam de stress in hun leven af. Onze kinderen willen een veilig en fijn thuis. Een veilig thuis is een gezond thuis in een functionerende samenleving, waar oog is voor alle behoeften die kinderen hebben.

Hoe zou u het vinden als u alleen nog naar uw werk mocht, er verder niets te doen was en u daarnaast steeds te horen zou krijgen dat uw generatie verloren is, u het allemaal niet goed meer kan doen want; achterstanden. Tijdens een pandemie. Tijdens de grootste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog. Wat is de boodschap die we onze kinderen brengen? Dat ze moeten presteren, wat er ook gebeurt? Dat presteren het enige belangrijke in het leven is? Dat we maling hebben aan al hun andere behoeften? Dat we weten dat scholen bijdragen aan verspreiding en er mede aan bijdragen dat lockdowns langer duren, maar dat we het belangrijker vinden dat ze les krijgen op school, dan dat we ze andere dingen in het leven gunnen?

Als het ons echt om het welzijn van kinderen ging, dan zouden we andere oplossingen bedenken. Dan zouden we kosten noch moeite sparen om ze die zogenaamde verloren jaren in te laten halen. Dan zouden we er oog voor hebben dat ze momenteel ook een heel waardevolle ontwikkeling doormaken buiten schoolwerk om. En dan zouden we er oog voor hebben dat ons onwrikbaar geloof in en verlangen naar het oude normaal het grote probleem is van de coronapandemie. Niet alleen voor ons, maar ook voor de rest van de wereld. Wij willen werkelijk helemaal niets hoeven aanpassen aan veranderende omstandigheden. We drammen door. We eisen. We willen maar van alles. Als we maar niets hoeven opgeven. Alles moet terug naar normaal. Nu. Ook al offeren we daar onze kinderen voor op.

Verloren generatie

We leggen een loden last op de schouders van onze kinderen. De kosten, die mogen zij straks ook nog betalen. En niet alleen zij. Of niet vooral zij. Want de werkelijke rekening, en dat weten we allemaal best, die komt te liggen bij de kinderen in arme landen. Landen in Afrika die het nu zoveel beter doen in de bestrijding dan wij. Die enorme offers moeten brengen om corona buiten de landsgrenzen te houden. Waar de hongersnoden al heel dichtbij zijn, omdat de wereldeconomie er slecht voor staat. Landen waar er voor kinderen werkelijk enorme consequenties vastzitten aan het onderbreken van onderwijs. Waar ouders de zorg voor die kinderen niet nog een jaar extra kunnen opbrengen. Waar schoolmeisjes tijdens lockdowns op jonge leeftijd zwanger worden, omdat ze hun lichaam verkopen om maar te kunnen eten. Wil je weten waar er door de pandemie echt een verloren generatie kinderen ontstaat? Kijk dan naar Afrika. Lees dit artikel in de New York Times. En vraag je dan af: zo’n rijk land als Nederland, zou zo’n land niet meer z’n best kunnen doen om dit virus te bestrijden? Andere oplossingen te zoeken om leerachterstanden later alsnog in te lopen? Kinderen te voorzien van laptops zodat ze mee kunnen doen met digitale lessen?

En misschien zouden de drammende ouders van die kinderen kunnen nadenken waar ze mee bezig zijn. “Kinderen vinden het vooral fijn als hun ouders wat meer tijd voor ze hebben.” Is het echt nodig om naar feestachtige demonstraties te gaan? Is het nodig om mensen te besmetten als je weet dat de pandemie zo alleen maar langer duurt en je er eigenlijk schuldig aan bent dat de scholen nu weer sluiten? En aan burgemeester Jan van Zanen van Den Haag, bijvoorbeeld: vindt u het echt normaal dat de kinderen nog langer thuiszitten omdat u een feestje op het Malieveld wel een goed idee vindt? Dat zij nu geen verjaardagsfeestje kunnen vieren? Dat ze geen kerst en geen oud en nieuw konden vieren? Dat ze geen uitvoeringen en musicals hebben? Waarschijnlijk niet op schoolreisje of kamp gaan dit jaar? Al die leuke dingen aan de schooltijd die echt een grote rol spelen in de ontwikkeling van kinderen, maar waar niemand oog voor lijkt te hebben. Heeft u daar eigenlijk bij stilgestaan?

Hoezeer ik ook vind dat het roekeloos is scholen open te laten bij hoge viruscirculatie, vind ik het volstrekte waanzin dat er dan nog feestjes voor drammende volwassenen gegeven mogen worden. Op kosten van de gemeenschap. Dat moet stoppen. En premier Rutte, vindt u het normaal dat onze kinderen nu thuis op het leven zitten te wachten, tijdens een peperdure lockdown, en dat het kabinet gewoon (weer!) met reces gaat? Dat het nog bizar druk is op de wegen en op straat? Dat mensen gewoon schijt blijven houden aan de coronaregels en dat uw kabinet niet eens investeert in simpele dingen als zeg…voorlichting? Dat u gewoon niets doet totdat het allemaal uit de hand loopt, dan de voordeur op slot gooit, de achterdeur wagenwijd openzet en zelf even ‘niet meer meedoet’?

Een lockdown zou een tijd van handhaving moeten zijn, van voorbereiding op veilige heropening van de samenleving én de scholen. Een tijd waarin plannen en strategieën worden herzien. In Den-Haag gebeurt er, behalve feesten, niets. U zadelt niet alleen Nederland en de Nederlandse kinderen op met een hoop ellende, maar ook kinderen in arme landen, die straks achteraan staan bij de vaccins en in ruil voor dure deals om de grondstoffen misschien wat noodhulp kunnen krijgen. Misschien kunnen de Nederlandse kinderen dan wel weer leuke sponsorloopjes houden, of postzegeltjes verkopen. Is alles toch weer terug bij het oude, nietwaar? Inderdaad. Rampen leggen haarfijn bloot wie we werkelijk zijn.

P.s. Als laatste nog een kleine waarschuwing. De ontstekingsreactie MIS-C treedt bij kinderen op 6 tot 8 weken na besmetting, vaak zonder dat het kind symptomen heeft gehad. De aandoening kan levensbedreigend zijn als niet tijdig medische zorg gezocht wordt. Volgens het RIVM komt deze complicatie vooral in het buitenland voor, maar in Nederland hebben tot nu toe al zo’n 50 kinderen deze ontstekingsreactie gehad. Zorg ervoor dat je de symptomenlijst van binnen en van buiten kent. Die kan je vinden op de site van de WHO of van het ECDC. Vind je engels moeilijk? Plak dan de hyperlink van de site in translate.google.com en je kan alles gewoon in het Nederlands lezen. Een gewaarschuwd mens telt voor twee.

Sleutelmomenten

Sleutelmomenten

Laatste dag van 2020. De sleutelmomenten van Jaap van Dissel, die het AD artikel vandaag beschrijft, zijn voor mij ook een sleutelmoment. Want wat eens te meer naar voren komt: er zal niets aan het coronabeleid veranderen. De visie is er gewoon niet.

Vandaag precies een jaar geleden, op 31 december 2019, werd de Chinese Country Office van de WHO geïnformeerd over het nieuwe SARS Corona Virus 2. Wat de uitkomsten van de reconstructies in de toekomst ook mogen uitwijzen, één ding is duidelijk: de Chinese autoriteiten grepen te laat in. En al vrij snel was ook duidelijk hoe het virus succesvol bestreden kon worden: voldoende afstand tussen mensen was noodzakelijk, mondneusmaskers zouden wellicht helpen, hygiëne helpt, maar bovenal: (potentiële) dragers moeten in quarantaine om verdere verspreiding te voorkomen. Lockdowns volgden, waarbij iedereen – ook niet besmette personen – in quarantaine werden gezet. De reden: als je geen zicht hebt op verspreiding, kan iedereen potentieel drager van het virus zijn. Als je dat niet bij kunt benen met testen, traceren en isoleren van individuele gevallen, zit er niets anders op dan iedereen van elkaar te isoleren. Daarna volgde een zeer intensief testbeleid, waardoor China vrij snel zicht kreeg op de verspreiding en die met de hamer kapot kon slaan. Crushing the curve.

De rigoureuze aanpak van China werd in westerse landen met afschuw bekeken. Maar het werkte. Want welke verwijten je China ook mag maken: in vergelijking met ons, hadden ze de situatie relatief snel onder controle. Na 76 dagen lockdown ging Wuhan, waar de pandemie officieel begon, weer langzaam terug naar normaal. En sinds augustus functioneert daar alles weer (vrijwel) als vanouds.

Toen Nederland nog moest beginnen aan de bestrijding, was de succesformule dus al bijna kant en klaar. Groot was mijn verbazing dan ook dat Nederland het radicaal anders ging doen. Ik kan me nog bijna ieder woord van de toespraak van Rutte op 16 maart herinneren. Maar het woord dat nog steeds hard nadreunt en maar door blijft echoën in mijn hoofd: groepsimmuniteit. Nog verbaasder was ik misschien over het gejubel in de kranten en onder de bevolking over die onmenselijke strategie. Begreep Nederland het eigenlijk wel, wat dat zou betekenen: groepsimmuniteit? Dat mensen zo ontzettend enthousiast raakten van de mededeling dat we allemaal ziek moesten worden en dus besmet raken met een nog onbekend virus, als ik eraan terugdenk, ik kan het nog altijd niet plaatsen.

Dat absurde plan om voor groepsimmuniteit te gaan heb ik eerder geanalyseerd, dus dat laat ik hier verder onbesproken. Wel duidelijk is inmiddels dat Nederland de bestrijding begon met de verkeerde aanpak. En gaandeweg is het moeilijk gebleken die strategie daadwerkelijk te veranderen. Het bleek zelfs taboe om ‘groepsimmuniteit’ nog aan te kaarten. Jaap van Dissel vertelde er enthousiast over in Nieuwsuur, Patricia Bruijning in EenVandaag en Ann Vossen deed dat – zelfs nadat het kabinet officieel al van die strategie afgestapt was – eind april nog bij Jinek. Allemaal mensen die het kabinet adviseren. Mensen die Nederland indirect geregeerd hebben in 2020. Als Ann Vossen – vast OMT-lid en dus dicht bij het vuur – in april nog uitlegt dat groepsimmuniteit bereiken via de kinderen wenselijk is, stoppen we onze vingers in onze oren. We willen het niet horen. Zal ze vast niet zo bedoelen. Rutte heeft gezegd dat groepsimmuniteit niet het doel is en dus is het zo.

Gek genoeg staat niet het beleid – dat officieel dan wel gewijzigd was maar officieus eigenlijk niet – ter discussie, maar staan juist personen ter discussie die zich daar tegen uitspreken. In De Groene schreef Jop de Vrieze een mooi artikel over de rare twists in het coronadebat in Nederland en hoe het een taboe is geworden om uit te spreken dat Nederland nog altijd niet werkelijk is afgeweken van het groepsimmuniteitsbeleid en is wijzen op de succesvolle aanpak van containment in landen waar corona daadwerkelijk is bestreden, verworden tot activisme.

Mensen als Jaap Stronks en Michael Blok en de aanhangers van containment.nu die de strategie als een van de weinigen durfden te blijven bevragen, werden verguisd en in het verdomhoekje gezet. Het was zelfs zo erg, dat ik op het social media platform Twitter in mijn berichtenbox waarschuwingen kreeg niet te reageren op tweets van mensen verbonden aan containment.nu, om mijn eigen reputatie niet te besmetten. Volslagen idioot, want hoewel de toon van containment.nu vaak tegen zere schenen is, is de boodschap valide: Nederland zet niet in op bestrijding van het virus.

In de Nederlandse aanpak voerde semantiek dit afgelopen jaar sowieso de boventoon, misschien is het daarom niet verwonderlijk dat het in het debat ook vrijwel altijd over de toon gaat en nooit over de inhoud. Hoe dan ook: de boodschap landt nergens. In de media veel aandacht voor ‘dor hout’ en de tweestromensamenleving, vrijheid, jongere generaties de ruimte geven, maar zelden of nooit over groepsimmuniteit of de strategie. Aparter misschien is het dat het keer op keer weer Volkskrant redacteuren en columnisten zijn die bovenop iedereen zitten die kritisch naar het beleid en de strategie kijken. Als collega-journalisten kritisch zijn, zit er direct een Volkskrant redacteur in hun nek om hun integriteit en reputatie te beschadigen en ook RedTeam leden en mijn eigen persoon hebben er aan moeten geloven. Met Twitterlobby’s om deze critici in twijfel te trekken, snoerden zij al vaker journalisten en onafhankelijke experts de mond.

De Volkskrantmannen maken uit wie een échte expert is, of wie wetenschapper is, of wie adviseur. Om hun definities te rechtvaardigen, hebben ze het hele woordenboek nodig. Wie expert, adviseur of wetenschapper is, komt opvallend overeen met de wetenschappers die zij toevallig in de eigen rolodex terug kunnen vinden. En een mooie academische titel staat blijkbaar garant voor ‘waarheid’. Ik vraag me af: zouden deze journalisten de politiek binnen universiteiten wel in de smiezen hebben? Lang verhaal kort: wie onder de definitie ‘expert’ valt, dat maakt de Volkskrant uit. Op welke basis? Wetenschap? Was het maar waar. Want er is veel ‘wetenschap’ over SARS-CoV2 en is iedere dag in ontwikkeling, de wetenschapsjournalist maakt hier zelf een selectie uit. Hoe? Dat schijnt iets te maken te hebben met ‘achter de kabinetsaanpak staan’.

Ikzelf kreeg de brandende Volkskrant-toorts op me gericht omdat ik het waagde een blog van Maurice de Hond aan te halen om te laten zien wat kwalijke consequenties kunnen zijn van onduidelijk beleid en de houding van Cib-baas Jaap van Dissel. De ongelukkige uitspraken van de Cib-baas zijn vaak koren op de molen van complotdenkers. Als je daar op wijst, diskwalificeer je jezelf, blijkbaar. Maar zo kreeg ik daarna ook van anderen de waarschuwing dat ik niet mocht discussiëren met bepaalde personen, me er niet over mocht uitlaten, of er zelfs niet naar mocht verwijzen. Dat is gek, want als antropoloog zou ik een open blik moeten houden op alle spelers, ook de zogenoemde ‘complotwappies’. Waarom? Wat complotdenken in crisistijd zo aantrekkelijk maakt, is nu juist dat die complotten net genoeg waarheid bevatten om aannemelijk te zijn. In Sierra Leone deed ik daar tijdens ebola onderzoek naar en leerde al snel dat het goed is om te weten welke waarheden gebruikt worden, welke zwakke punten in het beleid ze aankaarten en hoe je die kunt verbeteren. Het biedt eigenlijk essentiële informatie over de tekortkomingen in beleid, communicatie en voorlichting. Alles wat je nodig hebt om gedrag doeltreffend te veranderen en te blijven bijsturen.

In Nederland willen we dat eigenlijk helemaal niet weten, heb ik in 2020 geleerd. Rutte zet beleid uit, we weten allemaal dat het fout is, we zwijgen en roepen ach en wee als het later uitkomt. Verontwaardiging! Toen het rapport ‘Ongekend onrecht’ over de kinderopvangtoeslagaffaire uitkwam, bleek hoe ontzettend groot die verontwaardiging in de samenleving was: de dag erna steeg de VVD – alweer – in de peilingen.

We wijzen haast neerbuigend naar landen als China. Wij kunnen corona niet bestrijden zoals China dat doet want ‘vrije democratie’ en dat wat wij doen is sowieso beter dan wat het slechte China doet. Jaja. Dat is maar zoals het uitkomt blijkbaar. Want intussen is er in China al sinds augustus meer vrijheid dan in Nederland, waar we van intelligente lockdown, naar gedeeltelijke lockdown, naar tamelijk totale lockdowns zijn gestrompeld, met heel veel meer zieken, doden en schade. Bovendien gaat het helemaal niet om het kopiëren van het autoritaire systeem, maar het overnemen van de succesvolle instrumenten van het TTI: Testen, Traceren, Isoleren.

Maar nu we het toch over onvrijheid en ondemocratische systemen hebben: hoe democratisch is Nederland eigenlijk gebleken? Wij blijken onder de nevel van de ‘Rutte doctrine’ te leven. De Rutte doctrine die ten eerste ongrondwettig is en ten tweede weinig te maken heeft met een democratische rechtsstaat. Maar veel meer dan een opgetrokken wenkbrauw brengt het nieuws over het bestaan van die doctrine niet teweeg. We accepteren het stilzwijgend. Want de Rutte doctrine gaat onverminderd door. Niet alleen de gewobte documenten over de kinderopvangtoeslagen staan vol met zwarte lak, ook in de documenten over de corona aanpak is de zwarte lak lustig gehanteerd. Geen haan die er naar kraait. Best gek, want wat zou er nou helemaal geheim kunnen of mogen zijn aan de corona aanpak die al onze levens kei- en keihard raakt? Zelfs de oppositie lijkt niet te willen weten wat het kabinet eigenlijk bedoelt met ‘gecontroleerd uitrazen’ en waarom de documenten over de door het RIVM uitgewerkte scenario’s onleesbaar zijn door de zwarte lak.

Niemand weet wat de strategie is, wat daar door wie over besproken is, wat de alternatieve scenario’s waren en waarom daar niet voor gekozen is, maar één ding weten we zeker: hoewel alles erop wijst dat groepsimmuniteit door infecties nog altijd wordt nagestreefd, is de strategie allesbehalve groepsimmuniteit. Nou. Nog maar een keer dan. De strategie is groepsimmuniteit, door infecties of eventueel vaccinatie. Bron: Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) RIVM 2020.

Als we kijken naar de sleutelmomenten van Jaap van Dissel, kunnen we al voorspellen dat de toekomstvisie niet gewijzigd is. Nederland blijft streven naar groepsimmuniteit. Als bij-effect of als doel, dat maakt eigenlijk maar weinig uit. Het zal langzamer moeten, want Van Dissel signaleert dat eerder ingrijpen als besmettingen stijgen misschien wel goed is. De signaalwaarden gaan in ieder geval omlaag, in de hoop dat het dan niet meer zo uitnodigt om die te overschrijden. Míjn signaalwaarde is er op tilt van geslagen. Niets, maar dan ook niets heeft zin. Zoals Rutte het 16 maart al zei: velen van ons zullen ziek worden. Dat dat ook voor onze kinderen geldt, maakt – als ik op de verbeten reacties die ik telkens als ik over de scholen begin via twitter en via het contactformulier op mijn site krijg – velen echt helemaal niets uit. “Door jou zit ik straks weer maanden met mijn kinderen opgescheept!” Tja. Nederland wil het blijkbaar zo. En wat onethisch is, dat vegen we gewoon onder het kleed. Net als de kinderopvangtoeslagaffaire. Weg ermee. We laten ons bereidwillig benevelen onder de Rutte doctrine.

Misschien wordt het in 2021, na 17 maart wel beter. Al ben ik bang dat daar eerst een paar sleutelfiguren op sleutelposities voor moeten verdwijnen. Tot dan wens ik Nederland veel sterkte in de strijd met ziekte, herstel, stress, burnout, trauma’s, conflict, polarisatie, faillissementen en armoedeval. Op de economie dan maar. Of wat er nog van over zal zijn als corona gecontroleerd is uitgeraasd. Het was hoe dan ook een leerzaam jaar. Ik heb veel geleerd over ‘wetenschapsjournalistiek’, politiek, propaganda, democratie, dictatuur, idealen en onmenselijkheid.

Vanavond om 0.00 uur proost ik op Nieuw-Zeeland, waar Oud en Nieuw gevierd wordt met festivals en vuurwerkshows. Dank je Jacinda Ardern, dat je de wereld hebt laten zien dat democratie en ‘het vrije westen’ ook samen kunnen gaan met het bestrijden van een virus, medemenselijkheid, compassie en empathie. Op Nieuw-Zeeland, waar een mensenleven meer waard is dan geld. Op Jacinda Ardern. Twintigtwintig was jouw jaar.

#CodeZwart

De herinneringen trekken langzaam voorbij vandaag. De wallen hangen ergens onder mijn kin. Als ik mezelf in de spiegel bekijk, zie ik een bleek gezicht en doffe grijze haren, die dit jaar spontaan zijn ontstaan. Misschien heb ik na vandaag een week vakantie. Misschien. Ik merk dat de hoop dat er werkelijk een week rust zal zijn eigenlijk al weg is. De vorige twee keer dat mijn vakantiedagen op het rooster stonden had ik er naartoe geleefd. Maar daar stond ik dan weer, op de werkvloer. Nu heb ik duidelijk mijn grens aangegeven. Ik ben alleen oproepbaar voor code zwart. 

Code zwart, bij die gedachte trekt mijn maag samen. Het is dichterbij dan ooit. Voor de meeste mensen begint code zwart pas als de IC’s de stroom aan patiënten niet meer op kunnen vangen. Maar eigenlijk begint dat scenario al vóór de poorten van het ziekenhuis. In de acute zorg. Bij de huisartsen. En dan de spoedeisende hulp. Er zijn meer patiënten dan middelen. Meer patiënten dan verzorgenden. We moeten kiezen. Bij die gedachte wordt het stil in mij. Het is te zwaar om daar nu over na te denken. Ik weiger dat zelfs omdat het belangrijker is om die situatie te voorkomen. Want ik weet: wie dit meemaakt zal nooit meer dezelfde zijn. Misschien zelfs nooit meer terugkeren in de samenleving. 

De samenleving. Als we dan toch terugblikken: wat is er van die samenleving over? Het was dit coronajaar weinig ‘samen’. Velen van ons waren heel alleen. Velen van ons zijn alleen maar bezig geweest met ‘overleven’. Met grote verbazing aanschouw ik de discussies over lockdowns, vaccinaties, sneltesten exitstrategieën. Technische, harde middelen die onafhankelijk van elkaar een virus niet laten verdwijnen. Geen van deze middelen kunnen de zieken genezen en al zeker de pijn en het lijden niet verzachten . We leggen al onze hoop in deze middelen, zonder te begrijpen dat ze ons eigenlijk niet echt beschermen. De muren zijn te hoog geworden om houvast te vinden. Wat begrijpen we eigenlijk van dat virus? Denken we er wel écht bij na dat een test je slechts vertelt of je wel of niet besmet bent geraakt, maar dat het jouw eigen besmetting niet heeft kunnen voorkomen? Want het lijkt wel, dat hoe meer hulpmiddelen er komen, hoe ‘losser’ we ons gaan gedragen. Coronamoeheid, het zit diep in onze aderen. We weten niet meer waar we het voor doen en overschrijden onze grenzen en daarmee ook de grens van een ander. En die middelen, die blijken keer op keer niet toereikend. Trouwens, hebben we daar nou serieus wéér een tekort aan? 

Veel mensen hebben gewoon geen zin meer in corona. Wie er hard om ‘vrijheid’ schreeuwt, lijkt nu zelfs van de grote kranten op veel aandacht te kunnen rekenen. Het is geen extremistisch-denken in de marge meer. Kijk maar naar het clubje zogenaamde ‘top-economen’ die de maatregelen willen opheffen. Zogenaamd willen ze de jongere generaties ontlasten van de zware restricties, maar uit de ideëen valt maar één ding duidelijk op te maken: de grote geldverslinders willen de economie weer op volle toeren laten draaien, zonder zelfs maar na te denken over de consequenties van hun immorele ideeën. Vóor deze crisis mochten de mensen die het moordende tempo van het neoliberale kapitalisme niet helemaal kunnen bijbenen al niet meer meedoen. Nu zouden ze, als we die plannen zouden implementeren, maanden- en maandenlang in een verplichte quarantaine zitten en zich volledig moeten afzonderen van de samenleving. Ze zijn de samenleving blijkbaar tot last.  

Iedereen draagt op zijn of haar manier bij in de economische cirkel van het leven. Laten we dit nooit vergeten. Wie zijn zij om te bepalen wie naar buiten mag en wie niet, verkapt in mooie woorden en onder het mom van keuzevrijheid? Ze hebben makkelijk praten. Zelf zullen ze de klappen immers niet opvangen en verantwoordelijkheid dragen ze al helemaal niet. Die zullen dan worden opgevangen door de mensen die we maar opsluiten in hun huizen maar ook door de mensen die niet kunnen overzien wat dit plan gaat doen. En denk maar niet dat de druk op de zorg daardoor vermindert. Laat dat virus uitrazen en de zorg wordt permanent overbelast. Dat staat allemaal niet beschreven in de plannen van onze zogenaamde topeconomen en bankiers. Voor hen gaat het gewoon, ordinair om geld. Voor sommige mensen lost geld blijkbaar alle problemen op, als sneeuw voor de zon. 

Ik vraag me af waarom dat soort idiote plannen keer op keer weer een podium krijgen. Dat kranten en talkshows de verwarring blijven voeden door dit soort holle praatjes keer op keer te promoten. Onze gezondheidszorg staat op instorten. Ondanks alle restricties. Ondanks intelligente, slimme, domme, gedeeltelijke, zware, harde lockdowns, hoe je ze ook noemt. Binnen nu en een paar weken stort het fundament van de samenleving in. En hoewel dit haast niet te voorkomen valt ga ik nu toch schreeuwen. 

Eens zien wie het horen wil. Want we weten allemaal dat het slecht gaat met de zorg en voor welke beproeving we komen te staan. We weten dat VWS hoort te leiden en dat niet doet. En toch accepteren we dat er geen plan is om de klap op te vangen. Denkt iedereen serieus dat we zo reddeloos verloren zijn dat er niks meer aan te doen valt? Dat wij zorgmedewerkers er straks, ondanks alle onvermogen onder politici en burgers, de schouders onder zullen zetten net als in maart?  Wees gerust, de wil is er. Geen paniek. Maar de samenleving kan niet meer doen alsof er niets aan de hand is. Veel zorgmedewerkers zijn ziek. Sommigen langdurig. Wie nog geen COVID-19 heeft gehad, loopt nog altijd het risico besmet te raken. Is het niet op de werkplek, dan wel privé, want het virus zit overal.

De covidzorg is intensief. Veel zorgmedewerkers draaien weer meer uren. De fysieke en mentale druk is enorm. We raken uitgeput. En dat waren we eigenlijk al voordat de tweede golf begon. Als veel zorgmedewerkers ziek thuis zitten, valt vroeg of laat het fundament onder de samenleving weg: de volksgezondheid. De tijd komt eraan dat je met redelijk eenvoudig te genezen aandoeningen, ernstige complicaties oploopt omdat je niet geholpen kan worden. Of dat de ambulance wanhopig rondjes rijdt op zoek naar een plek in het ziekenhuis, terwijl de patiënt achterin overlijdt aan een hartinfarct. Dat kan trouwens óók een zorgmedewerker zijn, die patiënt. Nog meer uitval. Waardoor er nog meer patiënten bijkomen die niet verzorgd kunnen worden. Een vicieuze cirkel, die we eigenlijk vandaag nog kunnen doorbreken. Dus waarom wachten op vaccinaties? 

Werken in de zorg is nog nooit zo stressvol geweest. Wat ík nu dringend nodig heb, is dat de overheid voor mij zorgt. Dat ik wat meer rust in mijn hoofd krijg, omdat ik in ieder geval in de allerbeste, allerveiligste persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) beschikbaar, die zorg kan verlenen. Het werk is zwaar, maar we willen het graag aankunnen. Daarom moeten we zelf gezond en sterk blijven. Ik zorg goed voor mezelf. Ik zorg dat ik niet besmet raak, zodat ik andere mensen kan verzorgen. Oók de mensen die, in tegenstelling tot mij, maar wat doen en ‘gewoon leven’ alsof er geen virus is. Ik zorg voor mensen als ze ziek worden, hoeveel ik mezelf in mijn privéleven ook moet ontzeggen. Ook als dat betekent dat ik de hand moeten vasthouden van een bankier of ‘econoom’ die ondanks alle waarschuwingen toch naar zijn werk ging en ‘vergat’ dat ook hij risico liep omdat hij eigenlijk niet zo gezond leefde als hij zelf dacht. Maar meer nog wil ik dat we nu laten zien te hebben geleerd dat het voorkómen van meer besmettingen en adequaat indammen zoveel meer leed bespaard. 

Ik schreeuw nog één keer. Voor mijn collega’s. Koester de zorgmedewerkers, zorg voor ons, zodat wij voor u kunnen zorgen als het nodig is. ‘Draagkracht’ moet er ook blijven in de zorg. Onder de mensen die die zorg verzorgen. Zorg voor de zorg. Begin bij de kleine stapjes die nu al gezet kunnen worden om mensen die in de zorg werken én elkaar, op de been te houden, te steunen en te beschermen. Na corona zullen we weer moeten gaan bouwen. Laten we er samen voor zorgen, dat er in de zorg nog genoeg mensen zijn die de nieuwe fundamenten kunnen dragen. Fijn kerstfeest. 

Nienke
Nurse practitioner/ verpleegkundig specialist huisartsenzorg
@Ipie