Scholen in Coronatijd

Scholen in Coronatijd


Martijn de Riet – 17 januari 2021

Een paar maanden geleden schreef ik op Twitter een draadje aan Nieuwsuur naar aanleiding van een uitzending rondom de rol van scholen en scholieren in de Corona crisis. Ik was niet onverdeeld positief over de uitzending, en met name de inbreng van dhr Karoly Illy, kinderarts en vast adviseur van het Outbreak Management Team (OMT). In een “gepassioneerd” betoog vertelde Illy over de grote gevolgen die de schoolsluiting in maart voor kinderen zou hebben gehad. Onder andere obesitas, depressies, kindermishandeling en andere ernstige gevolgen zouden zijn geconstateerd. Dhr. Illy leverde echter geen enkel bewijs, en ook de onderzoeken die hiernaar gedaan zijn spraken zijn conclusies tegen.

De kern van mijn betoog: de Nederlandse overheid onderschat systematisch de invloed van kinderen op het verloop van de pandemie en het besmettingsgevaar wat zij lopen én zijn. Daarnaast overschat tegelijkertijd de negatieve gevolgen van thuisonderwijs op diezelfde kinderen. Obesitas en depressie en depressie zijn ziektebeelden die zich over een lange tijd ontwikkelen, en dus nooit enkel kunnen komen door een paar weken geen school. Instanties als VeiligThuis en het Verwey Jonker Instituut hebben geconstateerd dat er geen toename in kindermishandeling is geweest. Het hele betoog van dhr. Illy was gebaseerd op aannames en onderbuikgevoelens.

De pijlers van het coronabeleid rond kinderen

Wat is er dan wel aan de hand?
Het Nederlandse beleid ten aanzien van (schoolgaande) kinderen is gebaseerd op drie pijlers;

  1. Kinderen worden niet ziek en verspreiden het virus nauwelijks;
  2. Schoolgebouwen zijn veilig;
  3. De gevolgen van schoolsluiting zijn desastreus voor de ontwikkeling van kinderen.

Ik wil deze alle drie bespreken. En daarnaast zou ik alle partijen willen oproepen dit debat te voeren op basis van feiten, en niet meningen en onderbuikgevoelens. 

Verspreiding door kinderen

Dit weekend las ik een reconstructie van Nieuwsuur over de gang van zaken omtrent de opening van scholen, besmettelijkheid van leerlingen en gevaren voor leraren. Ik moet zeggen: een meer dan uitstekende reconstructie van Nieuwsuur, met name door Milena Holdert en Renée van Hest. 

Samenvattend: al in augustus was bij het OMT bekend dat zeker tieners het Coronavirus evenveel verspreiden als volwassenen. Dhr Illy (dezelfde als van de Nieuwsuur uitzending) pleitte al langer voor aanvullende maatregelen op scholen zoals verplicht afstand houden.

Ik denk dat na deze reconstructie en bijbehorende uitzending van Nieuwsuur we het wel met elkaar eens kunnen zijn dat in ieder geval tieners in grote mate bijdragen aan de verspreiding van het Coronavirus. Voor jongere kinderen blijft de officiële lijn echter anders. Zij worden nog steeds geacht niet bij te dragen, vooral omdat er geen bewijs voor zou zijn.

Dit is wat mij betreft een drogredenering. Absence of Proof does not equal Proof of Absence. Er wordt simpelweg niet gekeken naar bewijs, dus is het er niet. Testen van jonge kinderen wordt actief belemmerd, zodat de absolute getallen van besmettingen laag blijven. Zelfs na de “verruiming” worden kinderen nog steeds 75% minder getest dan tieners. En die worden al 75% minder getest dan volwassenen. In % positieve testen voeren jonge kinderen echter al weken de lijsten aan. En ook met de recente verruiming van het testbeleid is hier geen verandering in gekomen. Dit duidt erop dat we nog steeds kinderen te weinig testen en dus ook onderrapporteren.

Voor we in dit stadium weer achter stokpaardjes aan gaan hobbelen lijkt het me dus een goed idee om ervan uit te gaan dat onze jongste kinderen, net als op zoveel andere plaatsen in de wereld, wel degelijk het virus verspreiden. Tot het tegendeel bewezen is. Het OMT had het al eerder fout.

Maar dat doen we toch niet. In plaats daarvan gaan we zelf onderzoek doen. Naar één schooluitbraak, met als achterliggende reden de UK-variant die hier gevonden is. Er zouden geen andere uitbraken zijn die we kunnen onderzoeken. Raar, want het coronadashboard van BD Databplan meldt 165 uitbraken op basisscholen. Er moeten er toch 2 of 3 zijn die interessant genoeg zijn om even te gaan kijken?

Vooropgesteld: ik ben blij dat we onderzoek gaan doen. Dat is al een verbetering ten opzichte van systematische ontkenning. En het maakt me niet veel uit aan welke reden dit onderzoek wordt opgehangen. Als er maar actie wordt ondernomen. Wat me wel stoort is dat dit drie weken moet duren. En dat we dus in de tussentijd de onderzoeken uit Engeland simpelweg negeren, of actief proberen te bagatelliseren. Deze drie weken kunnen leiden tot grote extra gevolgen, zeker als je rekening houdt met de uitkomsten van de veel uitgebreidere onderzoeken door SAGE en Imperial College. 

Wat zijn hun uitkomsten dan? Voor de jongsten is deze variant 43,5% meer besmettelijk. Simpel gesteld: waar een kind van 0-9 in een groep van 100 anderen eerst 6 andere kinderen besmette, zal het met de nieuwe UK-variant B117 ongeveer 9 andere kinderen besmetten. 

Onderstaand figuur is gedeeld op Twitter door Dr.  Eric Feigl-Ding, een epidemioloog aan Harvard University. Zijn term om deze variant te beschrijven? Een “hellish beast”. 

Ik vraag me af wat wij anders denken te gaan vinden. En waarom we keer op keer eerst zelf bewijzen moeten hebben voor we studies uit het buitenland geloven. Wellicht heeft dat iets te maken met het downplayen van de risico’s? Dit is in de laatste briefing van de Tweede Kamer alweer vrolijk begonnen, ook te zien aan onderstaand Teletekst bericht van 13 januari. 

Als je heel strikt kijkt heeft Van Dissel hier gelijk. Er zijn geen “andere” risico’s gevonden voor kinderen (geen hogere sterftecijfers, spontaan aangroeiende danwel afstervende ledematen, etc). Wel zijn kinderen, met name de jongste, de helft besmettelijker. Het is maar wat je “geen extra risico” noemt natuurlijk. Hoe dan ook is het storend en schadelijk dat dit soort semantische spelletjes eigenlijk schering en inslag is.

Er spreekt een veronachtzaming uit van dezelfde kinderen waarvan iedereen roept dat ze weer naar school moeten. Of in ieder geval een potentieel vrij dodelijk geval van tunnelvisie.

Scholen zijn veilig

Al maanden is het mantra: scholen zijn veilig, kinderen besmetten elkaar niet. Zolang er maar goede ventilatie is, is er niets aan de hand. Nu we vast hebben gesteld dat kinderen elkaar wèl besmetten is het belangrijk om te kijken hoe het dan echt gesteld is met de ventilatie.

Hierover schreef ik eerder op Twitter deze draad.

Sleutel hierin is het advies van het OMT uit juni: om veilig naar school te gaan moeten scholen voldoen aan de richtlijnen in het Bouwbesluit. De verantwoordelijk Minister, dhr Arie Slob heeft dan ook een Commissie ingesteld, het Landelijk Coordinatieteam Ventilatie in Scholen (LCVS) om dit te onderzoeken.

Het LCVS is hiermee aan de slag gegaan en produceert een rapport op 1 oktober. Ik heb dit rapport geanalyseerd. Mijn eerste conclusie is dat het onderzoek ondermaats is. Het betreft een eendaagse check van de CO2-waarden, in augustus / september (bij mooi weer dus). Beter zou zijn om dit minimaal 2 weken vol te houden, en ook bij verschillende weersomstandigheden te doen. Maar goed, het is alles wat er is. Dus laten we kijken wat hier uit is gekomen.

Er zijn ongeveer 9300 scholen aangeschreven, waarvan er ruim 7300 hebben gereageerd. Van die 7300 scholen heeft iets meer dan de helft van de scholen niet aangegeven het onderzoek niet te hebben uitgevoerd. Uiteindelijk hebben 3.455 scholen de vragen over ventilatie ingevuld, ruwweg ⅓ van het totaal aantal scholen in Nederland.

22% van de scholen geeft in deze inventarisatie aan dat na onderzoek is gebleken dat zij NIET voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit.

29% van de scholen maakt gebruik van een volledig natuurlijke ventilatie. Dat betekent dat de luchtstroom in het gebouw afhankelijk is van “natuurlijke trek” of “schoorsteenwerking”. Deze wijze van ventileren mag al 30 jaar niet meer omdat een constant binnenklimaat niet kan worden gegarandeerd. Maar wordt door de LCVS niet gezien als ontoereikend. Als u zich afvraagt hoe dat werkt: ga vanavond koken zonder uw afzuigkap aan te zetten. Of douchen zonder de afzuiging aan te zetten. Dan maakt u gebruik van natuurlijke trek. Werkt niet echt goed toch? In schoolgebouwen dus ook niet.

Tussen deze twee groepen is enige overlap. Er zijn ook scholen met volledig natuurlijke ventilatie die blijkbaar niet voldoende capaciteit halen. Waarschijnlijk hebben zij getest op regenachtige (ramen dicht) en/of windstille dagen. Als ik corrigeer voor die overlap kom ik in totaal op 43% van de scholen die NIET de vereiste minimale ventilatie van 6dm3/s kunnen garanderen die door het OMT en LCVS als minimum zijn aangemerkt..

Het ventilatieprobleem is niet nieuw

U zult nu misschien geschokt zijn. Ik niet. Al toen ik mijn opleiding Bouwkunde begon, in 1998, was dit bekend. Zelfs zonder Corona is dit een probleem. Google even op “ventilatie” en “scholen” en u vindt moeiteloos een dozijn rapporten die hetzelfde zeggen. Er is jarenlange lobby geweest onder de noemer “Frisse Scholen” voor betere ventilatie in scholen. Ook omdat veel scholen (vooral met natuurlijke ventilatie) de maximale CO2-waarden zover overschrijden dat het ongezond wordt voor de kinderen en leraren in de lokalen. 

Conclusie uit het onderzoek is wat mij betreft dus: bijna de helft van de scholen voldoet niet aan advies van het OMT. Dan vraag je je af: hoe is dit gecommuniceerd? Wat is er mee gedaan? Nou…. opvallend weinig. Dit is de website van de Rijksoverheid:

Om te beginnen heeft men de uitkomsten met een rekenkundig trucje naar beneden geschroefd tot 11% van de scholen waar de ventilatie niet ok is. Dit heeft men gedaan door het aantal scholen wat aangeeft niet te voldoen (777) te delen door het totaal aantal scholen wat gereageerd heeft (7340). En dus NIET door het aantal scholen wat daadwerkelijk het onderzoek heeft uitgevoerd (3452). Dit is gewoon een leugen, niets meer en niets minder. Voor de uitgebreidere onderbouwing van deze stelling, zie de eerder gerefereerde Twitter draad, daar reken ik het stap voor stap door.

Vervolgens gaat men LIJNRECHT in tegen het advies van het OMT: scholen waarbij de ventilatie niet op orde is, moeten gewoon open. Waarom? Omdat de rol van ventilatie “onduidelijk” is. Maar dit was ook onduidelijk toen het OMT haar advies opstelde? Het wordt gewoon genegeerd omdat de uitkomst niet past in het politieke wensdenken van de Minister.

De VO-raad gaat op haar website nog een stukje verder. Zij stellen dat uit het onderzoek geen relatie tussen ventilatie en de verspreiding van Covid19 is gebleken. Dat kan. Uit het rapport is ook niet duidelijk wat de relatie is tussen Covid19 en spontane zelfontbranding.

Wat ik maar wil zeggen: dit was ook helemaal niet het doel of op enige wijze onderdeel van het onderzoek. Die claim is dus op zijn best misleidend. Wat wel duidelijk is: voor 22-43% van de scholen is de ventilatie NIET conform de eisen van het Bouwbesluit, en dus ook NIET conform de adviezen van het OMT. En dat zowel de PO-raad als de VO-raad, beiden onderdeel van het LCVS hier geen enkel probleem mee lijken te hebben.

Maar geen nood, hulp is onderweg. De Minister kondigde onverwijld een subsidie aan om de ventilatie te verbeteren. 360 miljoen nog wel. Enige probleem: aan te vragen vanaf 4 januari. 3 maanden later. Via de gemeente, die ongetwijfeld de rest moeten bijdragen. 

Ander punt: deze subsidie kunnen scholen aanvragen voor maximaal 30% van de kosten van aanpassing. Wie de rest van de kosten moeten dragen is totaal onduidelijk. Maar dat het om grote bedragen gaat is te zien in de tabel met maximale bijdragen op de website van de Rijksoverheid.

Deze bijdragen zijn dus maximaal 30% van de totaal verwachte kosten. Mijn vraag is: waar moet een school met 250 leerlingen 300.000 euro vandaan halen? Of de gemeente waar deze school in staat? En nog belangrijker: waarom is er “ineens” maar een slordige 99 miljoen beschikbaar, en niet de eerder geroepen 360 miljoen?

Alle adviezen worden aan de kant geschoven

Net als met de OMT adviezen voor onderlinge verspreiding van Corona door kinderen, worden de adviezen omtrent een goede ventilatie van scholen door het Ministerie OCW en Arie Slob gewoon aan de kant geschoven. Er wordt voor de bühne een regeling in stelling gebracht, waarbij je als school pas 3 maanden later subsidie aan kunt vragen. En dan moet de hele planvorming, vergunningsaanvraag en uitvoering nog beginnen. Met andere woorden: iedere Nederlander is gevaccineerd voor hier daadwerkelijk iets gaat gebeuren.

Het erge is: zowel de PO-raad als VO-raad doen hier actief aan mee. Zij namen beide deel aan het LCVS, zijn dus mede verantwoordelijk voor de blunders in dit rapport en nemen de adviezen over. (en dikken ze in sommige gevallen nog wat verder aan). Terwijl deze brancheverenigingen juist de belangen van de scholen zouden moeten behartigen. Niet meehuilen met het ministerie. Om maanden later doodleuk te constateren dat leraren toch wel erg vaak ziek worden. En gaat men dan maatregelen nemen om leraren te beschermen? Of concluderen dat hoewel heel erg gewenst, het openhouden van de scholen simpelweg niet kan. Maar nee. 

De keuze is voor de PO-raad en VO-raad heel anders: 
Of de ouderen en kwetsbaren even willen opteffen, we moeten de leraren vaccineren. Want anders kunnen zij niet in deze broeinesten van Corona blijven werken.

Voorrang bij vaccineren, is dat de oplossing?

Beste leraren, wat ik niet begrijp is dat jullie dit accepteren. Ik begrijp niet dat jullie accepteren dat Arie Slob jullie al maanden willens en wetens jullie in de klas zet met 20 tot 30 virusvaatjes. Simpelweg omdat hun ouders, en jullie blijkbaar ook, naar hun werk moesten. U nu vaccineren betekent alleen maar dat u les kunt blijven geven aan al die leerlingen waarvan men niet meer kan ontkennen dat zij u ziek maken. Maar weet wel: u kunt nog steeds het virus bij u dragen en verspreiden. Uw gezin, familie, vrienden kunt u nog steeds ziek maken.

Het is niet zo dat de besmettingen in uw beroepsgroep uit het niets komen. Er is ook niet de waarheid verteld over de kwaliteit van de binnenlucht. De ventilatie op 22-43% van de scholen voldoet niet  aan de adviezen van het OMT. Honderdduizenden kinderen en leraren.

Arie Slob wist het wel (of had dit moeten weten) toen hij begin december vertelde dat de ramen best dicht konden als het koud was. 

Toen hij besliste dat honderdduizenden leerlingen uitgezonderd zouden zijn van de schoolsluiting. Toen hij toestond dat het begrip “kwetsbare leerling” zover opgerekt werd dat 20-40% van de leerlingen nog steeds naar school gaat.

Of toen hij besliste dat, in een regio waar twee nieuwe varianten van het Coronavirus rondwaren (de Engelse variant in Rotterdam, Zuid-Afrika variant in West Brabant) snotterende kinderen niet geweigerd mogen worden op de noodopvang.

Wie zijn de eersten die deze aanhoesten? Waarom accepteert u dat? Wat moet er gebeuren voordat jullie het recht opeisen om als normale mensen worden gezien die recht hebben op een gezonde werkplek? Dat jullie werk weliswaar ontzettend belangrijk is, maar dat dit niet automatisch betekent dat de Minister uw leven in de waagschaal mag stellen op basis van valse informatie en politiek wensdenken. 

En om aan te geven hoe hard leraren momenteel geraakt worden, dit zijn de besmetting cijfers in de week van 15 december uit de wekelijkse rapportage van het RIVM.


Zorgmedewerkers (groen): 3.290
Leraren (geel): 2.412

Laat dat even op u inwerken. Uw werkomgeving was veilig. Toch? En denkt u dat het niet aan uw omgeving ligt, dit waren dezelfde cijfers na twee weken vakantie:

Zorgmedewerkers (groen): 4.072
Leraren (geel): 665

Beste leraar, ik wil u feliciteren met uw bijdrage aan het verminderen van de besmetting cijfers gedurende de Kerstperiode. Uw besmettingen zijn in 2 weken tijd 2 keer gehalveerd. Bert Slagter of Marino van Zelst kunnen ongetwijfeld voor u uitrekenen hoe indrukwekkend R-getal dat is.

Waarom arceer ik hier ook de zorgmedewerkers? Simpel: om het verschil te laten zien tussen twee beroepsgroepen waarvan de ene de besmettingsbron nog steeds actief is (zorg) terwijl bij de andere de besmettingsbron weg is gehaald (leraren). En dit geldt dus OOK voor de basisschoolleerkrachten.

De enige juiste conclusie is: scholen zijn geen veilige gebouwen. Als kinderen op school zijn leraren als enige beroepsgroep qua besmettingscijfers te vergelijken met de zorg. Als kinderen niet op school zijn vallen ze vrijwel direct terug naar niveaus die we zien bij overige beroepsgroepen. Dit geldt zowel voor basisscholen als middelbare scholen.

Dit wordt veroorzaakt doordat de basale regels (afstand houden, mondkapjes) niet gelden binnen scholen EN doordat de scholen gewoon simpelweg kampen met tientallen jaren gebrekkig onderhoud en onveilige ventilatiesystemen.

Gevolgen van schoolsluiting

Dan het derde punt: de vermeende desastreuze gevolgen van schoolsluiting voor kinderen. Belangrijkste voorvechter van deze theorie: ons aller Karoly Illy, kinderarts, vaste adviseur van het OMT en mediapersoonlijkheid. Recentelijk nog mocht hij even leeglopen bij het AD. Ik kan heel eerlijk gezegd niet zoveel met een beroep op mensenrechtenschendingen. Niet als je dansleraar bent, niet als je aanschuift bij het OMT. Het is een hyperbool die alle vorm van discussie of afwijkende meningen doodslaat. Dus daar wil ik niet te lang bij stil staan.

Waar ik wel kort bij stil wil staan: Ik vind het wel erg verontrustend dat dhr. Illy klaarblijkelijk met de PO-raad en VO-raad de ideeën mocht “pitchen” bij het OMT. Het ligt misschien aan mij, maar dat is toch het adviesorgaan voor biomedische adviezen? Onderwijskunde is daar toch niet één van? En die adviezen zijn ook nog eens geheim. We laten dus 2 lobbyclubs (beiden werkgevers) een strategie bepalen en voorstellen bij een club die daar helemaal niet over gaat, noch specifieke kennis van heeft. Maar de leraren, op wie de kosten van het beleid worden afgewenteld, zitten daar niet bij? Vreemde gang van zaken als je het mij vraagt.

Waarom wil ik hier bij stilstaan? Omdat het kenmerkend is voor de manier waarop de discussie gevoerd wordt. De “open scholen” doctrine is op drijfzand gebaseerd. En als je doorvraagt, naar harde cijfers, dan heeft niemand antwoorden die deze theorie ondersteunen. Ook dhr. Illy niet als Sven Kockelman bij 1-op-1 geen genoegen neemt met de gebruikelijke hysterische claims van zware depressies, explosief gestegen aantallen zelfmoorden en massale kindermishandeling tijdens de eerste lockdown. Ze zijn gewoon niet waar namelijk.

Een voorbeeld: Dit is een persbericht verspreidt door de Universiteit Leiden. Tamelijk verontrustend nietwaar?

Het bericht op de site van de Universiteit is al wat genuanceerder. Hier wordt voor het eerst ook het onderscheid tussen mishandeling en verwaarlozing gemaakt. 

Vermoedens en schattingen

Maar laten we ook het onderzoek zelf er even bij pakken. Eerst wat achtergronden: Het rapport is uitgevoerd in dezelfde methodologie als die gebruikt wordt voor grote landelijke onderzoeken naar kindermishandeling, de Nationale Prevalentiestudies Mishandeling van Kinderen en Jeugdigen (NPM). Deze studie is voor het laatst uitgevoerd in 2017. Door dezelfde onderzoeksmethode te gebruiken zouden de cijfers vergeleken moeten kunnen worden. 

Het onderzoek maakt gebruik van zogenaamde “informanten”. Dit zijn mensen werkzaam in kinderopvang en onderwijs. Hen is gevraagd om registraties bij te houden van kinderen waarbij zij het vermoeden hadden dat er sprake was van mishandeling en/of verwaarlozing. 

Hoewel ik de keuze voor een zelfde onderzoeksmethode snap, is de situatie wel even anders. Dit ging immers over een periode waarin de onderzoekers de kinderen, in tegenstelling tot de NPM-2017) niet dagelijks zagen. Sterker nog: een deel van het onderzoek is gebeurd een aantal maanden na dato (na de zomervakantie). Uit het rapport blijkt dat hiervoor niet gecorrigeerd is. Ik vraag me af of dat terecht is. Maar laten we eerst even kijken naar de uitkomsten van het onderzoek.

In onderstaande tabel ziet u de uitkomsten waarbij vergeleken wordt tussen de NPM-2017 (blauw) en de lockdown periode (rood). Uit het onderzoek blijkt dat enkel op het gebied van emotionele verwaarlozing een significante wijziging

Bovenstaand figuur, uit het rapport, laat de verschillende gradaties van “mishandeling” zien die in het NPM kent. Zoals u ziet is er alleen sprake van een significant (statistisch belangrijk) verschil bij emotionele verwaarlozing (er is sprake van een belangrijk verschil als de onzekerheidsmarge, dat is het verticale streepje, van beide situaties elkaar niet in belangrijke mate overlapt). En die valt uiteen in vooral een toename bij verwaarlozing van hulp bij het onderwijs en getuige zijn van huiselijk geweld.

Dit zijn de cijfers:

  • 34.5% van de vermoedens bestonden al voor de lockdown en zijn gelijk gebleven.
  • 50.0% van de vermoedens bestonden al voor de lockdown en zijn verergerd.
  • 3.4% van de vermoedens bestonden al voor de lockdown en zijn verminderd.
  • 8.6% van de vermoedens bestond voor de lockdown niet.
  • 3.4% is niet bekend.

Ik vind dat eerlijk gezegd niet super schokkend. Let wel, het gaat hier in overgrote meerderheid om vermoedens van emotionele verwaarlozing, vaak op het gebied van hulp bij thuisonderwijs of getuige zijn van huiselijk geweld.

Maar het sluiten van scholen is toch ook super ingrijpend? Dus dan is het toch eigenlijk heel goed nieuws dat dit niet geëscaleerd is tot zwaardere vormen van mishandeling? Maar in plaats van een positieve benadering schreeuwen we moord en brand.

We hebben het hier voornamelijk over gezinnen onderop de ladder van de samenleving. Armoede is de grootste risicofactor (10x hoger),  op afstand gevolgd door werkeloosheid (3x hoger). Afkomst, gezinsgrootte of samenstelling speelden nauwelijks een rol. 

We hebben het hier dus voornamelijk over werkende arme gezinnen. Die het niet kunnen bolwerken in een pandemie. En onze enige reactie hierop is ze een label kindermishandelaar opplakken en als excuus gebruiken om onze kroost weer naar school te brengen.

Want daar komt het feitelijk op neer. Voor deze uitkomst hoef je kinderen niet terug naar school te sturen, je moet zorgen voor hulp en ondersteuning. Waarom kunnen die mensen niet de benodigde hulp bieden aan hun kinderen? Hoe vaak is de reden simpelweg dat pappa en mamma beiden moeten werken om het hoofd boven water te houden? Hoe doe je het dan ooit goed? Als je zorgt voor eten op de plank dan ben je een kindermishandelaar. Als je niet zorgt voor eten op de plank, nou ja, dan heb je dus niets te eten. Wat dit soort onderzoekers vaak even vergeten is dat het niet voor iedereen een keuze is om geen tijd te kunnen besteden aan het huiswerk.

In plaats van een boos persbericht de lucht in te slingeren dat in onze o zo geciviliseerde maatschappij blijkbaar de onderste helft van de samenleving aan haar lot is overgelaten tijdens een pandemie maken we ze uit voor kindermishandelaar. Over victim blaming gesproken.

Wat je volgens mij uit dit onderzoek moet concluderen is dat er dringend ondersteuning is voor een grote groep ouders. Maatregelen zouden kunnen zijn:

  • Ondersteuning voor lage inkomensgroepen ontbreekt. Zij moeten op één of andere manier tijd krijgen hiervoor. Geef ze betaald 3-4 dagdelen per week om hun kinderen te begeleiden.
  • Zorg voor materiaal en materieel voor kinderen uit kwetsbare gezinnen. Als je wilt dat er massaal gezoomd wordt, dan moeten gezinnen met kinderen die moeten zoomen ook kunnen zoomen. En ja, dat betekent dat je laptops en internetaansluiting moet verzorgen. 
  • Zorg voor een robuuste organisatie van de contactmomenten. Het kan niet zijn dat je op enig moment duizenden kinderen uit het oog verloren bent tijdens een schoolsluiting. Ieder kind moet gewoon iedere week minimale tijd (bijvoorbeeld 1 of 2 dagdelen) op school zijn. Zo kan, naast het welbevinden van het kind, ook de voortgang worden gemonitord.
  • Zorg voor alternatieve mogelijkheden in begeleiding. Waarom gaan bibliotheken niet open voor schoolkinderen. Richt ze veilig in, zet desnoods losse bureaus tussen de rijen boeken. Zorg dat er op veilige manier vragen kunnen worden gesteld aan docenten. Dus op afstand en met PBM.
  • Ga eens praten met scholen en andere organisaties die hier al lang over nagedacht hebben. N = 1, maar je zou onze middelbare school kunnen bellen. Zij hadden in augustus al drie scenario’s integraal vastliggen: volledig op locatie, hybride en volledig op afstand. Docenten die voor de vakantie moeite hadden met les geven op afstand hebben cursussen gekregen hierin. Docenten die dit makkelijk adopteerden hebben het lesmateriaal voor hun rekening genomen. Er is al heel veel gebeurd. Gebruik het.
  • Zorg voor een nationaal digitaal curriculum voor (basis)scholen, georganiseerd en beheerd vanuit de overheid. Zorg dat scholen hier hun eigen materiaal aan kunnen bieden, maar daarnaast ook van andere scholen het materiaal kunnen hergebruiken.

Dit zijn slechts een handvol opties voor een meer constructieve aanpak van het probleem. En al die dingen zijn meer nodig dan schreeuwerige persberichten die mensen die het al moeilijk hebben ook nog eens te kakken zetten. Want dat gebeurt hier. Ik vind het prima om problemen te belichten, maar de publieke opinie met rampberichten proberen te beïnvloeden is niet constructief.

Sterker nog, zo keihard en hysterisch gillen werkt alleen maar averechts. Een moratium op schoolsluitingen zorgt er alleen maar voor dat er ook niet over alternatieven kan worden gepraat. Waar onze middelbare school blijkbaar de mogelijkheid had om in eigen beheer drie scenario’s uit te werken, gold dat niet voor onze basisschool.

Onze basisschool was voor de tweede keer totaal verrast. Helemaal niet aan zien komen. Voor de tweede keer nul voorbereiding. Geen lesmateriaal, geen onderwijsuren.  Niets. 

Maar ook geen enkele vorm van hulp. Een Ministerie van Onderwijs wat nog steeds in ontkenning is. Een ministerie wat weigert om centraal te sturen, leiding te geven. Wat geen enkele visie heeft over hoe omgegaan moet worden met onderwijs op afstand. Simpelweg omdat het weigert te erkennen dat scholen weleens zouden moeten sluiten om de epidemie in te dammen..

Ik denk dat als scholen kunnen schakelen tussen verschillende onderwijsvormen zonder dat dit een gigantische disruptie in het onderwijsprogramma tot gevolg heeft we zullen zien dat het ook wel mee gaat vallen met achterstanden.

Als we teruggrijpen naar de drie pijlers onder het Nederlandse beleid dan kunnen we het volgende concluderen:

Conclusie

Vanuit bovenstaande analyse zijn wat mij betreft de conclusies helder:

  1. Kinderen worden wel degelijk besmet, en dragen ook bij aan verspreiding. Besmettingscijfers van docenten voor en na een vakantie laten dit zien.
  2. Scholen zijn geen veilige gebouwen. De ventilatie is bij een kwart tot de helft van de scholen niet op orde. En ook dit komt dus terug in de besmettingscijfers.
  3. Desastreuze gevolgen voor kinderen zijn er niet. Tenminste, niet als het gaat om kindermishandeling. Ze zijn er wel degelijk als het gaat om het oplopen van leerachterstanden. Maar dat is niet zozeer een gevolg van de schoolsluiting / onderwijs op afstand an sich, maar een gevolg van de categorische weigering om zelfs maar te praten over een goede invulling hiervan. Laat staan dat er enige vorm van strategie, voorbereiding of praktische ondersteuning is vanuit de overheid.

Het probleem van schoolsluiting en bijbehorend onderwijs op afstand is niet onoverkomelijk. Het is een probleem wat wij creëren, en wat wij ook op kunnen lossen.

Tot slot

Tot slot wil ik graag nog een persoonlijke noot aan dhr Arie Slob willen richten. Want uiteindelijk hebt u de beslissing genomen. Op basis van een fout die het OMT intern al sinds de start van het schooljaar heeft toegegeven. U heeft mijn kinderen naar school gestuurd. U heeft een schoolsluiting met de herfstvakantie tegengehouden. Of in ieder geval niet uitgevoerd. U wist dat het OMT vond dat scholieren wel degelijk bijdragen aan de verspreiding. U heeft dezelfde grafieken en tabellen gezien als wij.

U heeft de scholen weer open laten gaan, en het hele circus zich laten herhalen tot de Kerstvakantie. In de Kerstvakantie is de afname van besmettingen voor groot deel voor rekening van scholieren en leraren geweest, net als in de Herfstvakantie. De dalingen zijn extreem groot terwijl de rest er een beetje lafjes achteraan hobbelt, dan wel gewoon door stijgt En zelfs nu zitten er nog steeds honderdduizenden kinderen op school. Omdat u ze ertoe verplicht heeft.

En dat is nog niet eens het ergste. U heeft meer dan eens mijn kinderen aangesproken op vermeend losbandig gedrag. Ze besmetten elkaar overal. Op de fiets, in de supermarkt. Bij feestjes of het hangen. Ze namen hun verantwoordelijkheid niet, ze waren asociaal. Terwijl u wist dat dit niet het grote probleem was. Nog voordat het begon. U wist het al in augustus en bent tot december vrolijk mijn kinderen de schuld blijven geven. U heeft he-le-maal niets gedaan om de verspreiding in te dammen. 

U heeft uw wettelijke (!) verantwoordelijkheid om mijn kinderen een veilige leef- en leeromgeving te bieden genegeerd en ze als dank een mes in de rug gestoken. Dat is meer dan verachtelijk.

Hoe haalt u het in uw hoofd? Waar haalt u het lef vandaan op die manier met mijn kinderen om te gaan? 

Weet u wat, het kan me niet eens zoveel schelen.

Ik zeg hierbij het vertrouwen in u op. U heeft het welbevinden van mijn kinderen overduidelijk niet als prioriteit. Dat doet u maar met iemand anders zijn kroost. Vanaf nu bepalen wij zelf wat we verantwoord vinden.

Ze is 7 jaar

Ze is 7 jaar

Voor sommige mensen is het vaccin méér een zaak van leven en dood dan voor anderen.
Toch worden zij nu over het hoofd gezien.

Ze is 7 jaar. Vandaag is de 300e dag van haar gevangenschap. Haar misdaad? Ze heeft een moeder die in een COVID19-risicogroep zit en een flinke kans heeft te overlijden als ze geïnfecteerd raakt.

Het was 11 maart toen Oriana voor het laatst echt met andere kinderen gespeeld heeft. Dat ze voor het laatst in een klaslokaal zat. Dat ze de juf, een vriendinnetje of wie-dan-ook kon spreken zonder dat mama of papa ergens in de buurt was. Dat ze gewoon lekker buiten kon spelen. Dat ze in de buurt van anderen kon komen. Haar gevangenis is luxe. Met zomers een waterglijbaan en de rest van het jaar een trampoline. Met een slaapkamer met paardenposters en elfjesdecor. Met een keuken vol lekkere dingen en onbeperkt internet. Maar het blijft een gevangenis. Ze kan er niet uit en er mag niemand anders naar binnen.

Oriana is gevoelig, lief, de beschermengel van haar moeder, slim, grappig. Ze houdt van paarden en van lezen. En van wild doen. Als ze wild doet moet ze tegenwoordig altijd uitkijken, want bij mama kan dat niet, dat is gevaarlijk. En vriendjes om lekker wild mee rond te rennen, dat werkt niet zo goed via videochat.

Ze heeft een juf die er alles aan doet om haar deel van de klas te laten zijn. Ze heeft vriendinnetjes die na schooltijd af en toe met haar skypen. Haar ouders hebben gelukkig de mogelijkheid om alle boeken die ze maar wil voor haar te kopen. Oma zet soms cadeautjes voor de deur. Ze probeert er het beste van te maken, maar soms moet ze opeens huilen, omdat ze zo ontzettend graag even met andere kinderen zou willen spelen.

In al die maanden is ze één keer in een andere ruimte in contact met anderen geweest. Tijdens de begrafenis van haar opa, die COVID19 niet overleefd had. Haar oma kon niet bij de begrafenis aanwezig zijn omdat zijzelf nog in het ziekenhuis aan de zuurstof lag. Maar de pastoor, begrafenisondernemer en het gezin van haar tante waren er wel. Allemaal op extreem veel afstand van elkaar. De uitvaart van haar opa mocht niet tot die van haar moeder leiden.

Van de week vroeg ze of het etenstijd was. Nee, ze had geen honger, ze wilde weten of het voor andere mensen etenstijd was. Want dan was het vast rustiger in onze straat en zou ze dan misschien eventjes op de stoep voor het huis mogen fietsen. Ze had de hele dag steeds uit het raam gekeken en geconcludeerd dat het te druk was. Ze had niet eens gevraagd of het kon.

Beeld afkomstig uit Nieuwsuur

Oriana is niet alleen. Er zijn duizenden kinderen zoals zij die voor de veiligheid, om het leven van een ouder te redden, hun leven hebben moeten stilleggen. Hun ouders houden ze niet thuis omdat dat leuker of fijner of makkelijker is, maar omdat het alternatief ondenkbaar is. De keuze is thuis of risico, groot risico. Naar school of contact met vriendjes betekent dat ze het virus kunnen oplopen en meenemen. Dat ze hun ouder kunnen infecteren. Dat hun ouder daardoor nog extremere gezondheidsschade oploopt, of doodgaat.

Een dode ouder is erger dan een jaartje geen school. Sterker nog, mama kunnen knuffelen is al belangrijker dan vrijheid, zegt Oriana. Ze vertelde het aan Nieuwsuur. Ze wilde graag weer naar school maar mama knuffelen in belangrijker. Mama is belangrijker dan school. Dan vriendjes. Dan vrijheid.

De enige manier waarop mama weer veilig wordt en Oriana dus weer naar school kan, is als mama een vaccin krijgt. En wel het juiste vaccin.

Tekst gaat verder onder deze video

Ik ben Valerie, de mama van Oriana. Ik ben nierpatiënt.  Sinds 11 maart heb ik wel contact met de buitenwereld gehad. De eerste 8 maanden zo’n een keer per maand, maar nu wekelijks. Bloedprikken lukt namelijk niet via de videoverbinding met het ziekenhuis. En de operatie om mijn dialysekatheter te plaatsen kon ook al niet telefonisch. Ik ga met zelfbetaalde FFP2 of FFP3 maskers naar het ziekenhuis toe omdat ik koste wat het kost wil voorkomen dat ik besmet raak. Dat ik Oriana voor niks thuishou al die tijd. De maskers zijn duur, maar ze zijn het waard.

Beeld afkomstig uit Nieuwsuur

Als eindstadium nierpatiënt hoor ik tot de officiële categorie risicopatiënten. Zelfs het RIVM telt mij als kwetsbare, dan moet het dus echt wel erg zijn. Ik had afgelopen jaar getransplanteerd moeten worden, maar ja, Covid19 stelde zorg uit en nu zit ik toch met een dialysekatheter in mijn buik. Leuk is anders.

Als kwetsbaarste groep zou ik als een van de eersten aan de beurt moeten zijn voor het vaccin. Maar inmiddels vindt half Nederland dat ze wel voorrang op mij verdienen. Eerst de mensen in de acute zorg. Daar kon ik nog wel inkomen. Toen ook de huisartsen, pffff, ok. En toen riepen de apothekers, topsporters, politieagenten, BOA’s, supermarktmedewerkers, leraren, OV-medewerkers en eigenlijk gewoon iedereen die op de een-of-andere manier verenigd is, dat ook zij voorrang verdienden.

De kwetsbaren werden vergeten. Ok, de ouderen, daar moesten we aan blijven denken. Dat vond ook de Tweede Kamer, ook het kabinet. Maar die jonge kwetsbaren. Het lijkt er op dat ze vergeten zijn dat we bestaan.

In de vaccinatieplanning staan we wel genoemd. We zijn de eersten die de groep C vaccins mogen. Een groep vaccins waarvan de effectiviteit en veiligheid nog helemaal niet bekend is. Waarvan het nog helemaal niet duidelijk is of en wanneer die toegelaten worden, en het belangrijkste, die helemaal niet op kwetsbare groepen getest is. Op nierpatiënten als ik is alleen het Pfizer vaccin getest. Maar die mogen we niet. Die is voor de zorg. En de ouderen. Nouja, sommige ouderen. Als er wat overblijft.

Bestaan wij nog? Besta ik nog volgens de schema’s, volgens de planning? Heb ik bestaansrecht in Nederland? Heeft Oriana bestaansrecht in Nederland? Of willen we dat een lief, slim, grappig paardenmeisje haar leven tussen muren slijt?

Oriana bestaat. Ik besta. Mijn man bestaat, die zit ook vast om mij te beschermen. Ik ben een 41-jarige vrouw met een 7-jarige dochter die met haar gezin al 300 dagen gevangen zit.

Dat is Nederland.

Valerie van de Flier
@vvdf020

Politieke spelletjes met kinderen

Als zij de baas zouden zijn, geven kinderen en jongeren aan dat zorgen voor een veilig en fijn thuis het allerbelangrijkst is. Kinderen en jongeren zagen opvallend vaak de positieve kant van de gevolgen van het coronabeleid. Zo vonden ze het fijn om hun schoolwerk in hun eigen tempo te maken, ze hadden meer vrije tijd en zagen hun ouders vaker en nam de stress in hun leven af.

Vaak brengen rampen het beste in de mens naar boven. Mensen proberen elkaar te redden, te beschermen en te helpen. Aan het begin van de uitbraken in westerse landen las ik daar het ene lyrische stuk na het andere over. Over hoe de pandemie de mensheid voorgoed zou veranderen, onze manier van samenleven zou op een natuurlijke manier verbeteren, de wereld zou er alleen maar beter op worden. Tja. Rampen leggen haarfijn bloot wie we werkelijk zijn.

Even leek het erop dat de pandemie ons ‘beter’ zou maken. Even. Want al ruim een maand later, in april, sloeg de eerste schrik om naar dwang en drang: het samenleven moest zo snel mogelijk weer terug naar normaal. Nederland stond ergens vooraan in de rij. Eén van de eerste discussies? De kinderen. Instinctief zou je denken: dat is gek, er is een ramp van wereldformaat, er gaat een nog onbekend virus rond, de kinderen…die zouden we toch als eerste moeten willen beschermen.

Het tegenovergestelde was waar. We hebben allemaal van dichtbij kunnen zien hoe diep politiek en wetenschap met elkaar verweven raakten. Dat lag en ligt er duimendik bovenop. Maar als het om kinderen gaat, geloven we blijkbaar liever in de grootst mogelijke onzin. Naar school, ook al weet niemand ècht hoe veilig of onveilig het is.

RIVM onderzocht hoe besmettelijk kinderen waren, terwijl ze thuis zaten

Tijdens de eerste golf vroeg de Nederlandse overheid het RIVM te onderzoeken hoe het dan precies zat met die kinderen en hun bevattelijkheid voor SARS-CoV-2. En terwijl het in de Verenigde Staten flink mis ging onder de kinderen, in Indonesië het ene na het andere kind stierf, kwam het RIVM met een – tja, hoe moet je het eigenlijk noemen – ‘onderzoek’ onder kinderen (voornamelijk) van positief geteste zorgmedewerkers in Utrecht. De scholen waren gesloten, uitbraakgebied Brabant waar veel kinderen ziek werden werd uitgesloten van het onderzoek en de kinderen in Utrecht leefden in hoge mate geïsoleerd van de samenleving. Het zal dan ook geen grote verrassing zijn dat het RIVM tot de conclusie kwam: kinderen raken wel besmet, maar in veel mindere mate dan volwassenen en zijn zelden tot nooit het eerste geval binnen een huishouden. Niet zo gek als één van je ouders in de zorg werkt en daar zeker in de eerste golf veel medewerkers besmet raakten. Conclusie van het RIVM: “Kinderen dragen coronavirus nauwelijks over.” Dat zo’n onderzoek verre van wetenschappelijk is, dat hoef je een kind nog niet uit te leggen, maar opdrachtgever VWS vond het allang best. Het kwam de politiek handig uit.

Eind april maakte Ann Vossen in het programma van Eva Jinek duidelijk dat het juist de bedoeling was dat het virus zich zou blijven verspreiden, ook via de kinderen en de crèches. En dat geeft maar aan: ook in Nederland was het toen al niet onbekend dat kinderen bevattelijk en besmettelijk zijn. Onderwijsminister Slob hoefde de resultaten van dat RIVM ‘onderzoek’ dan ook niet af te wachten, het was een bewuste keuze om kinderen, ondanks alles, weer naar school te laten gaan. Dus dat gebeurde ook. Niet de al grote kinderen, maar de kleintjes. De kleintjes die op nul, niets, geen enkele manier voor hun eigen veiligheid en welzijn kunnen opkomen. Kleintjes die voor hun bescherming afhankelijk zijn van hun ouders, de school en de overheid.

Kinderen willen vooral een veilig en fijn thuis

Daar gingen ze begin mei, de kinderen. Als eersten weer de virussamenleving in, omdat kabinet, OMT en RIVM het risico aanvaardbaar vonden. Iedereen was er blij mee dat de kinderen weer naar school mochten, zo leek het. Schoolleiders en leerkrachten stonden te trappelen de kinderen weer te verwelkomen. (Thuis)werkende ouders haalden opgelucht adem. Zo. De eerste stap terug naar het oude normaal. Want dat was het eigenlijk hè? Als de kinderen niet naar school gaan, kan er niets terug naar normaal. En gelukkig maar, de meeste basisscholen zagen geen leerachterstanden door corona.

De Kinderombudsvrouw presenteerde een eerste beeld van hoe de kinderen de intelligente lockdown hadden ervaren en dat beeld was opvallend positief. “Als zij de baas zouden zijn, geven kinderen en jongeren aan dat zorgen voor een veilig en fijn thuis het allerbelangrijkst is”, hoewel bijna alle ondervraagde kinderen ook aangaven dat de spanningen waren toegenomen door de afgenomen bewegingsvrijheid. “Daar staat tegenover dat kinderen en jongeren opvallend vaak de positieve kant [zagen] van de gevolgen van het coronabeleid. Zo vonden ze het fijn om hun schoolwerk in hun eigen tempo te maken, ze hadden meer vrije tijd en zagen hun ouders vaker en nam de stress in hun leven af. Laat dit even goed tot je doordringen. Kinderen zagen opvallend vaak de positieve kant van de gevolgen van het coronabeleid. De stress in hun leven nam af. Print het uit, schrijf het op een post-it, hang het op de koelkast.

Intussen raakten in de Verenigde Staten veel kinderen besmet en kwamen er daar – in absolute aantallen – nog best veel kinderen in het ziekenhuis terecht. Bij hoge viruscirculatie bleek dat ook redelijk wat kinderen de ‘zeldzame’ complicatie MIS-C kregen. Maar Nederland is Nederland: uitsluitend gericht op eigen grondgebied. Hybride onderwijs was niet genoeg. Werkende ouders hadden last van thuislerende kinderen, dus hup, in juni moesten alle kinderen weer naar school. Onbeschermd. Zonder afstandsregels. Maar ook dat was niet genoeg, want toen klaagden de werkende ouders dat ze hun kind voor iedere snotneus op moesten komen halen en ho, dat kon de bedoeling niet zijn. Dus, naar school en opvang met die snotterende, kuchende kinderen.

Waarom er niet voor gekozen werd de snotterende kleintjes gewoon te testen bij symptomen, dat begrijp ik nog altijd niet. Teveel moeite? Geen zin in? Te duur? Of gaat dat af van de werktijd van de ouders? Een onbekend virus. Daar neem je toch geen risico’s mee? Dit gebeurde overigens allemaal terwijl Indonesië bekend maakte dat daar 28 kinderen waren gestorven aan COVID-19 en dat het er vermoedelijk zelfs meer dan 700 zouden zijn. Onder kinderen was er duidelijk wèl iets aan de hand. Och, wat niet weet wat niet deert. In Nederland haalde dit niet eens het nieuws.

Alles wat we moesten weten over kinderen en corona, was in mei al bekend

Maar wat was er dan eigenlijk wanneer bekend over covid bij kinderen? Begin mei was bekend dat kinderen vaak andere symptomen (vaak alleen darmklachten bijvoorbeeld) hebben dan volwassenen. Uit Bergamo kwam het verontrustende bericht dat er een link bestond tussen een vaak niet opgemerkte covid-infectie en een ernstige ontstekingsreactie bij kinderen (MIS-C). In de Verenigde Staten, in Frankrijk en ook in Nederland nam het aantal gevallen van deze ‘zeldzame’ aandoening bij hoge viruscirculatie in mei toe. Terwijl we er in Nederland vanuit gingen dat kleine kinderen nauwelijks besmet raakten met het coronavirus, waren er in Colorado uitbraken in kinderopvangcentra. En in Spanje, waar de kinderen na een strikte lockdown eind april mondjesmaat weer naar buiten mochten, zag men ook daar ineens een toename aan besmettingen onder kinderen.

Alles wat we moesten weten over kinderen en covid, was in mei eigenlijk al bekend. Tijdens een lockdown, raken kinderen nauwelijks besmet en besmetten zij hun gezinsleden nauwelijks. Dat is niet gek, aangezien ze dan ook in hoge mate geïsoleerd zijn van de samenleving en ouders vaker contacten hebben met personen buiten het huishouden dan de kinderen. In gebieden met veel transmissie, raken kinderen besmet en geven het virus door aan anderen. Ze raken zelf minder vaak en minder ernstig ziek, maar omdat ze vaker asymptomatisch besmet zijn en vaak meer intensieve contacten hebben (vooral met hun leeftijdsgenoten) geven ook zij het virus door. In welke mate? Afhankelijk van de besmettelijkheid van het individu.

In dezelfde periode raakte de rol van kinderen in de verspreiding van kinderen in hoge mate gepolitiseerd: uit onderzoeken in IJsland, Spanje en dat eigenaardige RIVM onderzoek in Nederland bleek dat kinderen minder vaak besmet raakten (allen tijdens lockdown), terwijl in Stockholm, England (VK), Zwitserland en Duitsland geen verschil werd gezien tussen kinderen en volwassenen. Begin juni vond men in Duitsland geen verschil in virale lading tussen kinderen en volwassenen.


In juni en juli steeds meer signalen: kinderen zijn bevattelijk èn besmettelijk

In juni publiceerde de gezondheidsorganisatie van Europa (het ECDC) een rapport waarin zij stelden dat besmetting op scholen weliswaar weinig voor leek te komen, maar dat onderzoeken uit Duitsland aantoonden dat kinderen (en zelfs pasgeboren baby’s) in een vroeg stadium van ziekte besmettelijk kunnen zijn en dat de viruslading bij kinderen jonger dan 5 zelfs hoger zou zijn dan bij oudere kinderen en volwassenen.

In Nederland was men nog altijd niet zo geïnteresseerd in de bevattelijkheid en besmettelijkheid van kinderen. Nederland liet als enige land ter wereld zelfs de kleintjes met snotneuzen naar opvang en school gaan. We zouden ‘s werelds beste proeftuin zijn geweest, maar we besloten het ouders te ontmoedigen hun kinderen te laten testen en ook werden kinderen niet opgenomen in het bron- en contactonderzoek. Nederland wilde zelfs zo graag níet weten of kinderen het virus het huishouden binnenbrachten, dat ertoe besloten werd kinderen helemaal niet te testen als een van de ouders ook symptomen heeft.

In Zweden, waar de scholen open waren voor kinderen in de leeftijden 7 – 15 jaar, werden er representatieve tests gedaan en daar bleek in juni dat kinderen vaker besmet raakten (7,5%) dan volwassenen (6,5%) en dat significante verspreiding via scholen wel degelijk mogelijk leek.

Tijdens de zomervakantie kwam uit de Verenigde Staten het ene bericht na het andere over de bevattelijkheid en besmettelijkheid van kinderen. In Florida bleek bijna 1/3 van de geteste kinderen positief, werd er longschade gevonden in asymptomatische kinderen en kwamen er steeds meer kinderen in ziekenhuizen terecht. Uit Chicago kwam een studie waar uit bleek dat kinderen zelfs tijdens lockdown hun ouders hadden geïnfecteerd. In Texas raakten 894 personeelsleden van kinderdagverblijven en 441 kinderen besmet, verspreid over 883 centra. Half juli maakten in Californië en Mississippi kinderen 10% van alle besmettingen uit.

In Zuid-Korea ontdekte men dat oudere kinderen even besmettelijk zijn als volwassenen en dat open scholen een significante bijdrage hebben aan de verspreiding. In Colorado stierven eind juli twee kinderen aan MIS-C. In Texas raakten veel heel jonge kinderen (jonger dan 2 jaar) besmet. En ook in Duitsland was de verhouding van positief geteste kinderen gelijk aan hun aandeel in de bevolking. In Chicago ontdekte men dat kinderen jonger dan 5 jaar 10 tot 100 keer meer virus in hun neus hebben als volwassenen, maar onderzocht men niet of ze ook meer of efficiënter verspreiden. Uit een nieuwe analyse van de situatie in Wuhan bleek dat kinderen, omdat ze meer contacten hebben, toch evenveel mensen kunnen besmetten als volwassenen en uit een studie in Massachusettes bleek dat kinderen het virus zelfs kunnen verspreiden als ze zelf asymptomatisch zijn. Uit een (bekritiseerde) BCO studie in Trento Italië bleek dat kinderen jonger dan 14 het coronavirus bijna 2x ‘efficiënter’ verspreiden dan volwassenen en uit een andere studie uit Zuid-Korea bleek dat kinderen het virus soms tot wel 3 weken in hun neus bij zich dragen. In Tennessee raakten tussen 18 en 28 juli (in 10 dagen tijd dus) 2,258 kinderen besmet met het coronavirus. Over de hele Verenigde Staten zagen artsen steeds meer ernstig zieke kinderen. En tijdens een zomerkamp in Georgia, raakte 75% van de aanwezige kinderen besmet (leeftijd 6-19, 260 kinderen).

De gezondheidsdienst van de Verenigde Staten (het CDC) verklaarde begin augustus: kinderen van ALLE leeftijden zijn bevattelijk en besmettelijk en kunnen een belangrijke rol spelen in de verspreiding van SARS-CoV-2. Zij hadden er een bittere ervaring mee opgedaan. Twitter en Facebook verwijderden een video van Trump, waarin hij stelde dat kinderen bijna immuun zijn voor corona en een sterker immuunsysteem hebben, wegens misinformatie. Dat is typisch, als je je bedenkt dat dat in Nederland eigenlijk nog steeds de ‘wetenschappelijke’ visie is.

Open-dicht-open-dicht beleid

Half augustus, toen het aantal besmettingen in Nederland weer gestaag begon te groeien, was – voor wie de ontwikkelingen in de Verenigde Staten volgde – al voorspelbaar dat ook in Nederland problemen zouden ontstaan op de scholen. Want hoewel er binnen de wetenschap nog nergens consensus over was, stond als een paal boven water dat in gebieden met lage transmissie (bijvoorbeeld door lockdowns) kinderen nauwelijks een rol spelen in de verspreiding en in gebieden met hoge transmissie (bijvoorbeeld waar de scholen geopend waren) kinderen zeker een rol bleken te spelen, in welke mate? Daar was nog discussie over. Daarom was het beter geweest de scholen te openen met de nodige voorzorgsmaatregelen. Nederland stond er niet voor open. Te moeilijk voor Nederlandse kinderen. Waarom het in Nederland precies te moeilijk is om voorzorgsmaatregelen te treffen en de veiligheid van kinderen, leerkrachten en hun familieleden voorop te zetten? Geen idee. In Nairobi kan het immers ook, om maar een voorbeeld te noemen.

Terwijl Jaap van Dissel steeds benadrukte dat kinderen en scholen geen risico vormden voor vesrpreiding, hadden andere OMT-leden daar andere ideeën over. Zo legde Gommers op Nu.nl uit dat scholieren het virus wel degelijk overdragen en pleitten OMT-leden Bruijning en Illy voor voorzorgsmaatregelen op scholen.

Vanaf eind september ging het overal in Europa hard op de scholen. Met name op middelbare scholen werden steeds vaker clusters gevonden. In Israël ging het tot twee keer toe mis met geopende scholen en bewees men tot twee keer toe: het sluiten van scholen helpt het meest om de R snel drastisch omlaag te brengen. In Nederland kwam de herfstvakantie net op tijd om een zwart scenario in de ziekenhuizen te voorkomen. Die ene week schoolvrij maakte een knip in de verspreiding.

Adviezen om de herfstvakantie te verlengen met een week zodat er ten minste 2 incubatieduren overbrugd zouden worden om daadwerkelijk een harde knip in de transmissie te geven, werden door het kabinet genegeerd. België verlengde de herfstvakantie wel en plukt daar nog altijd de vruchten van. Frankrijk en Oostenrijk hadden een vergelijkbare lockdown in november. Oostenrijk sloot alle scholen, Frankrijk niet. Nederland en het Verenigd Koninkrijk hielden de scholen open zonder voorzorgsmaatregelen en Nederland had als enige land een beleid waarbij kinderen jongeren dan 6 jaar met verkoudheidsklachten naar school en opvang mochten. De verschillen zijn duidelijk zichtbaar. Ook met de ‘oude variant” of zoals ze dat noemen ‘het ‘wilde type’.

Wat de Verenigde Staten in juli al wisten, begon in Europa langzaam door te dringen: kinderen spelen wel degelijk een rol in de verspreiding. Christian Drosten, adviseur van Angela Merkel, waarschuwde er in november voor dat het inmiddels wetenschappelijk duidelijk was dat zonder maatregelen, het virus zich explosief zou verspreiden in scholen. En in het Verenigd Koninkrijk was er blijkbaar eerst onderzoek van eigen bodem nodig om te weten wat Zuid-Korea in juli al wist: het virus wordt voornamelijk verspreid door kinderen die besmet zijn (70%), maar geen symptomen hebben. En het Amerikaanse CDC bevestigde in november met een nieuwe studie nogmaals: binnen huishoudens besmetten kinderen en ouders elkaar.

De nieuwe variant

Met die nieuwe variant die ook ontdekt werd bij een uitbraak op een Nederlandse basisschool, zou je denken dat het inmiddels ook in Nederland is doorgedrongen dat fysiek onderwijs in scholen, zonder voorzorgsmaatregelen een explosie aan nieuwe gevallen veroorzaakt. Niets is minder waar. In Nederland houdt men vast aan het oude beeld en beweert professor Annemarie van Rossum dat voor de oude variant data uit de hele wereld in 1 richting wijzen, namelijk dat er “vele malen minder transmissie is onder kinderen en van kinderen naar volwassenen”. “Geen ontkenning, maar op basis van veel data.” En ja, onderzoeken met dat soort data zijn inderdaad gepubliceerd. Er zijn, zoals in dit stuk aangehaald, ook vele onderzoeken gepubliceerd met hele andere data. En deden verschillende landen al veel ervaring op met die oude variant en de besmettelijkheid van kinderen.

Voor Nederland maakt het niets uit. We zullen het eerst moeten zien, op eigen bodem. Dat wij kinderen nauwelijks testen, zal veel helpen om het gewenste, oude beeld nogmaals te bevestigen. Wie niet zoekt, zal niet vinden, immers. En als 70% van de kinderen besmettelijk is zonder symptomen te hebben, dan wordt het sowieso heel lastig te achterhalen waar besmettingen vandaan komen. En dat blijkt dan ook wel uit het fantastische succes van ons bron- en contactonderzoek, want zelfs in perioden van heel lage transmissie kan meer dan de helft van de besmettingsbronnen niet worden achterhaald.

Maar goed, de nieuwe variant dus. Volgens minister De Jonge zou de Britse coronavariant zich dan wèl verspreiden onder kinderen. Ergens denk je, laat maar, zolang ze inzien dat kinderen een rol spelen is alles goed. Ook al komt zo’n nieuwe variant politiek gezien goed uit, het moet dan maar. Aan de andere kant: nee. Kinderen speelden altijd al een rol in de verspreiding en als een mutant besmettelijker is, dan worden kinderen ook besmettelijker. Des te meer reden om de situatie op scholen serieus te nemen. Om voorzorgsmaatregelen te nemen. Maar die reden bestond al met de oude variant. Ook nu er nog examenleerlingen naar school gaan en in sommige steden de kinderen van de groepen 8 nog naar school gaan, bijvoorbeeld. Het Verenigd Koninkrijk heeft inmiddels een landelijke lockdown afgekondigd tot half februari. Met de nieuwe mutant gaat het heel snel. In Nederland is de druk op de zorg ook ongekend hoog en dat terwijl de nieuwe mutant hier nog niet eens dominant is. Op welke ramp willen we afstevenen? En waarom praten we niet nu al over welke maatregelen op welk moment noodzakelijk zijn om fysiek onderwijs te geven aan kinderen, waarbij hun veiligheid, dat van de leerkrachten en hun familieleden op de eerste plaats staan?

Gedram over leerachterstanden

In Duitsland pleiten kinderartsen voor meer voorzorgsmaatregelen zodat lessen op school zo snel mogelijk weer doorgang kunnen vinden. In het Verenigd Koninkrijk vindt de grootste vakbond voor leerkrachten het ‘roekeloos’ de scholen te openen bij hoge viruscirculatie. Ook in Ierland wil de een na grootste vakbond het liefst dat de scholen voorlopig gesloten blijven. In Nederland pleit de kleinste vakbond Leraren in Actie al langer voor veilig onderwijs en bij de huidige hoge viruscirculatie voor sluiting van alle onderwijs. Ook vakbond Aob plaatste een oproep aan de minister om de examenleerlingen voorlopig online les te geven. Vakbond CNV lijkt zich liever helemaal op de vlakte te willen houden.

Misschien niet helemaal verwonderlijk dat deze vakbond het lef niet heeft op de strepen te gaan staan. Er is behoorlijk wat tegenwind in de politieke lobby rond de scholen. Zo pleit de vaste OMT adviseur/voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Kinderartsen er met 31 ‘onderwijsdeskundigen’ voor de kinderen zonder extra voorzorgsmaatregelen zo snel mogelijk weer naar de basisschool te laten gaan. En wie kan de strijd met een OMT-lid winnen? Dat is eigenlijk een wedstrijd armpje drukken tussen Klein Duimpje en de Reus. We hebben aan de vaccinatielobby van Gommers gezien dat actievoerende OMT’ers krijgen wat ze willen. Ga er maar aanstaan.

Dat kinderen meer behoeften hebben dan alleen fysiek onderwijs in een onderwijsinstelling en dat zij niet geïsoleerd zijn van de oudere generaties, heb ik hier en hier uitgebreid uitgelegd. Maar nu toch nog even over die leerachterstanden. Sinds het begin van het schooljaar gaat er geen week voorbij of de media maken melding van enorme leerachterstanden en de vreselijke thuissituaties waarin ‘de’ kinderen zich bevinden. Er kwam zelfs een mooi internationaal onderzoek waaruit bleek dat echt ALLE kinderen tijdens lockdowns enorme leerachterstanden zouden hebben opgelopen. Belangrijkste basis voor het onderzoek: de gegevens van het Nederlandse CITO. Nou. Daar heb ik wel iets over te zeggen. Want ook mijn dochter van 11 zou leerachterstand hebben opgelopen volgens diezelfde CITO. En klopt dat? Van geen kant. Kijkt u maar mee. Ze groeide juist enorm. En toch kreeg ik een brief dat ze bijles moest volgen. Op de donderdagmiddagen. Tijdens haar lunchpauze. Geen bijles bijles. Nee, een ‘strategie training’. Geld in de vuilnisbak dus, want uit haar resultaten blijkt wel dat ze met het thuisonderwijs eindelijk een effectieve strategie heeft gevonden.

Ik zeg niet dat leerachterstanden geen probleem zouden vormen. Het zal ongetwijfeld. Maar voor ALLE leerlingen? Nee. En kan je dat oplossen met cursussen mindfulness en strategietraining? Daar geloof ik echt helemaal niets van. Dat de scholen 900 euro per leerling aan subsidie kregen, heeft ongetwijfeld meegespeeld bij de selectie van de zogenaamde achterstandsleerlingen. Of misschien is er iets geks met het Leerling Volg Systeem. Of met CITO. Want in het geval van mijn dochter klopt het niet. En ook van vele andere ouders hoorde ik dit verhaal. Allemaal uit dezelfde gemeente, overigens. Voorlopige conclusie van mijn mini-onderzoekje: sommige scholen hebben alle leerlingen van bepaalde leerjaren aangemerkt met ‘leerachterstand’, ook als dat er niet was. En vraagt u nou eens echt goed na bij al die scholen wat voor soort bijlessen ze hebben ingekocht voor die 900 euro per leerling. Ik heb nog geen enkele leerling gehoord die er daadwerkelijk door bijgespijkerd wordt, maar dat kan natuurlijk ook een gebrek in mijn onderzoeksnetwerk zijn. Ik zou die cijfers wel graag boven tafel zien.

Ik ga uit van goede bedoelingen in het onderwijs hoor, maar de tearjerker dat het zo erg gesteld is met onze kinderen, nee, dat kan gewoonweg niet kloppen. Het is ook niet eerlijk ten opzichte van de kinderen die geen leerachterstand hebben opgelopen, voor de kinderen die juist extra aandacht zouden kunnen gebruiken en daar nu weer niet optimaal gebruik van kunnen maken en bovendien zonde van het geld. Van die bedragen had je misschien voor alle leerlingen een laptop kunnen aanschaffen om thuis goed mee te kunnen werken als scholen weer (tijdelijk) moeten sluiten. Of een extra leerjaar zonder stigma en consequenties. Of andere out of the box oplossingen waar ze wérkelijk iets aan zouden hebben.

Echt veel kinderen hebben het slecht thuis

Een ander veelgehoord argument om de scholen toch open te laten, koste wat het kost, is dat vele, vele kinderen het thuis zo ontzettend slecht zouden hebben. Ook dat lijkt me niet eerlijk ten opzichte van deze generatie kinderen. Niet voor de grote meerderheid van de kinderen die gewoon een fijn thuis heeft, maar al helemaal niet voor de kinderen die het thuis echt moeilijk hebben. Is les op school de enige vorm van ondersteuning die we die kinderen te bieden hebben? Of kijk je verder dan je neus lang is en pak je deze kinderen eindelijk eens écht op? Want na schooltijd zijn ze gewoon thuis, tijdens zo’n zelfde strenge lockdown en blijven de zorgen, de stress en dezelfde rotsituatie. Dit is een relatief kleine groep kinderen. Als we daar echt, oprecht zorgen om hadden, zouden we hun lot niet op alle kinderen plakken, ze ondersteunen op alle mogelijke manieren en juist voor hen zorgen dat onderwijs op school op een veilige manier doorgang kan vinden.

En dan wil ik ook nog even die post-it op de koelkast ter herinnering brengen: “Als zij de baas zouden zijn, geven kinderen en jongeren aan dat zorgen voor een veilig en fijn thuis het allerbelangrijkst is”, hoewel bijna alle ondervraagde kinderen ook aangaven dat de spanningen waren toegenomen door de afgenomen bewegingsvrijheid. “Daar staat tegenover dat kinderen en jongeren opvallend vaak de positieve kant [zagen] van de gevolgen van het coronabeleid. Zo vonden ze het fijn om hun schoolwerk in hun eigen tempo te maken, ze hadden meer vrije tijd en zagen hun ouders vaker en nam de stress in hun leven af. Onze kinderen willen een veilig en fijn thuis. Een veilig thuis is een gezond thuis in een functionerende samenleving, waar oog is voor alle behoeften die kinderen hebben.

Hoe zou u het vinden als u alleen nog naar uw werk mocht, er verder niets te doen was en u daarnaast steeds te horen zou krijgen dat uw generatie verloren is, u het allemaal niet goed meer kan doen want; achterstanden. Tijdens een pandemie. Tijdens de grootste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog. Wat is de boodschap die we onze kinderen brengen? Dat ze moeten presteren, wat er ook gebeurt? Dat presteren het enige belangrijke in het leven is? Dat we maling hebben aan al hun andere behoeften? Dat we weten dat scholen bijdragen aan verspreiding en er mede aan bijdragen dat lockdowns langer duren, maar dat we het belangrijker vinden dat ze les krijgen op school, dan dat we ze andere dingen in het leven gunnen?

Als het ons echt om het welzijn van kinderen ging, dan zouden we andere oplossingen bedenken. Dan zouden we kosten noch moeite sparen om ze die zogenaamde verloren jaren in te laten halen. Dan zouden we er oog voor hebben dat ze momenteel ook een heel waardevolle ontwikkeling doormaken buiten schoolwerk om. En dan zouden we er oog voor hebben dat ons onwrikbaar geloof in en verlangen naar het oude normaal het grote probleem is van de coronapandemie. Niet alleen voor ons, maar ook voor de rest van de wereld. Wij willen werkelijk helemaal niets hoeven aanpassen aan veranderende omstandigheden. We drammen door. We eisen. We willen maar van alles. Als we maar niets hoeven opgeven. Alles moet terug naar normaal. Nu. Ook al offeren we daar onze kinderen voor op.

Verloren generatie

We leggen een loden last op de schouders van onze kinderen. De kosten, die mogen zij straks ook nog betalen. En niet alleen zij. Of niet vooral zij. Want de werkelijke rekening, en dat weten we allemaal best, die komt te liggen bij de kinderen in arme landen. Landen in Afrika die het nu zoveel beter doen in de bestrijding dan wij. Die enorme offers moeten brengen om corona buiten de landsgrenzen te houden. Waar de hongersnoden al heel dichtbij zijn, omdat de wereldeconomie er slecht voor staat. Landen waar er voor kinderen werkelijk enorme consequenties vastzitten aan het onderbreken van onderwijs. Waar ouders de zorg voor die kinderen niet nog een jaar extra kunnen opbrengen. Waar schoolmeisjes tijdens lockdowns op jonge leeftijd zwanger worden, omdat ze hun lichaam verkopen om maar te kunnen eten. Wil je weten waar er door de pandemie echt een verloren generatie kinderen ontstaat? Kijk dan naar Afrika. Lees dit artikel in de New York Times. En vraag je dan af: zo’n rijk land als Nederland, zou zo’n land niet meer z’n best kunnen doen om dit virus te bestrijden? Andere oplossingen te zoeken om leerachterstanden later alsnog in te lopen? Kinderen te voorzien van laptops zodat ze mee kunnen doen met digitale lessen?

En misschien zouden de drammende ouders van die kinderen kunnen nadenken waar ze mee bezig zijn. “Kinderen vinden het vooral fijn als hun ouders wat meer tijd voor ze hebben.” Is het echt nodig om naar feestachtige demonstraties te gaan? Is het nodig om mensen te besmetten als je weet dat de pandemie zo alleen maar langer duurt en je er eigenlijk schuldig aan bent dat de scholen nu weer sluiten? En aan burgemeester Jan van Zanen van Den Haag, bijvoorbeeld: vindt u het echt normaal dat de kinderen nog langer thuiszitten omdat u een feestje op het Malieveld wel een goed idee vindt? Dat zij nu geen verjaardagsfeestje kunnen vieren? Dat ze geen kerst en geen oud en nieuw konden vieren? Dat ze geen uitvoeringen en musicals hebben? Waarschijnlijk niet op schoolreisje of kamp gaan dit jaar? Al die leuke dingen aan de schooltijd die echt een grote rol spelen in de ontwikkeling van kinderen, maar waar niemand oog voor lijkt te hebben. Heeft u daar eigenlijk bij stilgestaan?

Hoezeer ik ook vind dat het roekeloos is scholen open te laten bij hoge viruscirculatie, vind ik het volstrekte waanzin dat er dan nog feestjes voor drammende volwassenen gegeven mogen worden. Op kosten van de gemeenschap. Dat moet stoppen. En premier Rutte, vindt u het normaal dat onze kinderen nu thuis op het leven zitten te wachten, tijdens een peperdure lockdown, en dat het kabinet gewoon (weer!) met reces gaat? Dat het nog bizar druk is op de wegen en op straat? Dat mensen gewoon schijt blijven houden aan de coronaregels en dat uw kabinet niet eens investeert in simpele dingen als zeg…voorlichting? Dat u gewoon niets doet totdat het allemaal uit de hand loopt, dan de voordeur op slot gooit, de achterdeur wagenwijd openzet en zelf even ‘niet meer meedoet’?

Een lockdown zou een tijd van handhaving moeten zijn, van voorbereiding op veilige heropening van de samenleving én de scholen. Een tijd waarin plannen en strategieën worden herzien. In Den-Haag gebeurt er, behalve feesten, niets. U zadelt niet alleen Nederland en de Nederlandse kinderen op met een hoop ellende, maar ook kinderen in arme landen, die straks achteraan staan bij de vaccins en in ruil voor dure deals om de grondstoffen misschien wat noodhulp kunnen krijgen. Misschien kunnen de Nederlandse kinderen dan wel weer leuke sponsorloopjes houden, of postzegeltjes verkopen. Is alles toch weer terug bij het oude, nietwaar? Inderdaad. Rampen leggen haarfijn bloot wie we werkelijk zijn.

P.s. Als laatste nog een kleine waarschuwing. De ontstekingsreactie MIS-C treedt bij kinderen op 6 tot 8 weken na besmetting, vaak zonder dat het kind symptomen heeft gehad. De aandoening kan levensbedreigend zijn als niet tijdig medische zorg gezocht wordt. Volgens het RIVM komt deze complicatie vooral in het buitenland voor, maar in Nederland hebben tot nu toe al zo’n 50 kinderen deze ontstekingsreactie gehad. Zorg ervoor dat je de symptomenlijst van binnen en van buiten kent. Die kan je vinden op de site van de WHO of van het ECDC. Vind je engels moeilijk? Plak dan de hyperlink van de site in translate.google.com en je kan alles gewoon in het Nederlands lezen. Een gewaarschuwd mens telt voor twee.