Geen leerachterstand maar een leefachterstand

Geen leerachterstand maar een leefachterstand

In de Volkskrant verscheen in de wintergolf van vorig jaar een ingezonden brief van scholiere Elze van Houtum. De brief greep me, omdat het me zo bekend voorkwam van alle verhalen van kinderen en jongeren die ik tijdens de pandemie heb meegemaakt. Ja, sommige kinderen hadden het alleen maar over de behoefte om naar school te gaan. Maar de meeste kinderen hadden moeite met leven. Of zoals Elze het zo treffend omschrijft: hun ‘leefachterstand’.

“Je helpt ons niet. Nee Slob, We zullen niet rekenen op blijven zitten. Corona geeft ons niet een leerachterstand, het geeft ons een leefachterstand. We zijn niet oké. Ook niet als onze cijfers dat wel zijn.”

Elze van Houtum in De Volkskrant

Elze’s brief zou wat mij betreft levensgroot op alle voorpagina’s van alle kranten afgedrukt mogen worden. Iedere dag weer, totdat we ons weer herinneren wat het is om kind te zijn. Luister nou toch eens, papa’s en mama’s, met je gedram over leren en studeren. Dat constante gepush dat ze moeten presteren, zelfs tijdens zo’n megantische* crisis. Kinderen willen helemaal niet alléén maar naar school. Ze maken zich zorgen. Ze missen hun mijlpalen. Hun schoolreisjes, excursies en uitwisselingen. Al die bijzondere gebeurtenissen die het leven levenswaardig maken. Ze missen een onbezorgde omgang met opa en oma. Leefachterstand. Het woord mag, moet, zál vandaag nog in de Dikke van Dale. Laat het bestaan. In godsnaam.

Human capital

Human Capital: De opvatting dat onderwijs een investering is in mensen en dat mensen hierdoor meer waard zijn, dat wil zeggen: nuttiger zijn voor de maatschappij.

Natuurlijk is het helemaal niet eerlijk om dit aan de ouders op te hangen. Veel ouders maken zich hartstikke zorgen, of zitten al sinds het begin van de pandemie in een onmogelijke spagaat. Veel ouders zijn bezorgd over de leefachterstand die ze zien bij hun kinderen. Ze komen gewoon niet aan het woord. Vooraan staan de ouders die maar blijven drammen dat school het beste is voor alle kinderen, ook tijdens een pandemie. Aangevoerd door sommige media, die tijdens de hoogste pieken van deze crisis er hun levenswerk van lijken te hebben gemaakt om die kinderen dat schoolgebouw in te schríjven. Werkelijk iedere dag verschenen er alarmerende berichten met schreeuwende koppen over de levenslange schade die leerachterstand heet. Dat komt aan bij ons ouders natuurlijk.

Dit is een harde maatschappij. We overleven door constant maar weer te presteren. Als je niet presteert, eindig je onderaan de voedselketen. Dat willen we onze kinderen niet aandoen. Wij zijn human capital, we voeden onze kinderen op tot human capital. En daar zijn we op te pakken.

Leerachterstanden hebben vooral te maken met de malle molen van de human capital fabriek. Kinderen moeten worden klaargestoomd voor de arbeidsmarkt. Ieder jaar dat zij vertraging oplopen, kost geld of levert praktische problemen op. 

Het algemene praatje zit nu al vastgeroest in ons repertoire: natuurlijk wil niemand de scholen dicht, leren op school is het allerbeste voor kinderen, door de scholen te sluiten laten we kinderen opdraaien voor het onvoorzichtige gedrag van volwassenen, school is dé veilige haven voor kinderen, daarom gaan de scholen als laatste dicht en als eerste weer open. Het is een soort mantra. En we herhalen dit allemaal klakkeloos. Want als je dit zegt, ben je goed voor je kind. Zo. Daar heeft de overheid ons maar mooi waar het ons hebben wil. Het gaat onze beleidsmakers trouwens helemaal niet om het welzijn van het individuele kind, staat gewoon in hun beleidsdocumenten, maar wat maakt ‘t uit. De overheid heeft het beste met ons voor en als dat het behoud en de opbouw van human capital is, is dat zo. Even letterlijk dan, in hun eigen woorden, waarom willen ze geen maatregelen op scholen? Hierom:


Uit: Effect maatregelenscenario’s economie van de Rijksoverheid

Ontmenselijking

Ik weet, als je kritiek wil uiten moet dat genuanceerd, enigszins binnen de heersende opinie van het moment, in diplomatieke bewoording en slinger vooral geen schuld. Door iedere harde kritiek weg te zetten als populisme, hebben we mooi een situatie gecreëerd waarin de overheid echt met álles wegkomt. En dan klagen we wel dat ze overal mee wegkomen, maar de harde kritiek is dan vervolgens weer ‘ach, populisme’. De populisten rennen er hardlachend mee weg. Mensen die echt zat hebben van alle leugens, dat het er echt duimendik bovenop ligt en iedereen dan nog steeds doet alsof het waar is omdat we anders als ‘ach, populistisch’ gezien worden, natuurlijk rennen er steeds meer mensen richting die populisten. Al dat redelijk doen is een wurggreep geworden waar we met z’n allen nu in stroomversnelling aan ten onder gaan. Dit behoeft geen diplomatie en redelijke argumenten (vooruit wie ze wil, ik schreef het hier en hier en hier en hier), dit vraagt om een botte bijl en duidelijke taal. Dan maar ‘populistisch’.

Want wat een ranzige smerigheid om te doen alsof we kinderen zo beschermen tegen schade aan hun welzijn. Waar we nu mee bezig zijn is een weerzinwekkende ontmenselijking van het kind. Het kind hoeft blijkbaar niet te leven. Geen feestjes, geen uitjes, geen sint, geen kerst, geen schoolreisjes, geen mijlpalen. Het kind moet doen wat echt belangrijk is voor een mens: theoretische kennis absorberen. Dan maar een paar jaar niet naar opa en oma. We moeten niet net doen alsof die al aan hun laatste levensfase begonnen zijn. Die zien we over een paar jaar wel weer. De cognitieve machine waar leerstof in gepompt moet worden, volgt een strikt tijdspad, waar geen seconde van mag worden afgeweken. Niet, nooit, nimmer. Nou. Hier is een oplossing voor de basisscholen: Maak een einde aan de d/dt regel en je hebt zo vele weken lucht gecreëerd om achterstanden weg te werken. De pandemie levert ons veel nieuwe woorden en uitdrukkingen op, dan kan er ook wel wat ingeleverd worden. Doe niet zo moeilijk.

Het kalf is al verdronken

Over de Nederlandse taal gesproken, we hebben een prachtige uitdrukking waarmee je deze strategie mooi kunt samenvatten. ‘Als het kalf verdronken is, dempt men de put’. Maatregelen nemen als het al te laat is. De scholen sluiten als de zorg al is bezweken is het paard achter de wagen spannen. De scholen als laatste sluiten, och het bekt zo lekker; we doen álles kinderen te ontzien. Maar het is exact wat ons continu in deze problemen brengt. En dat ze uiteindelijk toch weer dichtmoeten, dat kan je op je tien vingers natellen.

We kunnen er tigduizend onderzoeken en metingen op loslaten, tot welke decimaal nauwkeurig zijn kinderen besmettelijk? Alle klinkklare onzin die ‘de’ wetenschap uit de hoge hoed tovert om het maar te maskeren dat de scholen het probleem zijn. Van ‘jongeren raken besmet op de fiets’ tot ‘kinderen besmetten vooral ongevaccineerden’. Van ‘kinderen verspreiden nauwelijks’ tot ‘kinderen dragen bij aan verspreiding, natuurlijk wisten we dat, maar ze zijn niet de motor achter de pandemie, dus is hun rol in verwaarloosbaar’. Natuurlijk willen we dat geloven. Koppel het constant maar weer aan die leerachterstanden, wijdverbreide kindermishandeling en het onverantwoordelijke gedrag van volwassenen en we hebben aan deze leugens genoeg om ons er niet tegen te verzetten. Maar het zijn leugens. Absolute leugens. Niks voortschrijdend inzicht.

Het patroon is gedurende de hele pandemie al hetzelfde. En het is GEEN raketwetenschap. Ieder klein kind op deze wereld kan deze dynamiek prima begrijpen. Het verspreidingspatroon is eenvoudig: overal waar grote groepen mensen bij elkaar komen, verspreidt het virus zich sneller, namelijk via clusters. De groep die op welk bepaald moment van het jaar de meeste sociale contacten heeft, is de motor van de epidemie. We nemen steeds de zomer als startpunt. Prima. In de zomer zijn het de jongvolwassenen. In de rest van de samenleving verspreidt het zich ook, maar zonder die versneller die we clusterverspreiding noemen. Na de zomervakantie nemen een aantal kinderen die besmettingen mee naar school en daar gaat het de school in, de school uit, de school in, de school uit, totdat er binnen of rond de scholen clusters ontstaan.

Je kunt van alles sluiten, maar het blijft rondgaan onder die kinderen. Die nemen het weer mee naar huis, waarvandaan het meegaat naar de werkplek, naar de mantelzorg, naar de grootouders, naar de rest van de samenleving. Die dynamiek doorbreek je alleen als je de verspreiding onder kinderen doorbreekt. En uiteindelijk moet dat ook. Iedere keer weer. Dat weet je van tevoren. Als je de scholen als laatste sluit, weet je dat we heel erg lang met maatregelen zitten in een poging om het in de rest van de samenleving wat te dempen. Het werkt niet. Hoe besmettelijker de variant, hoe moeilijker deze strategie. En ik herhaal, zie ik mijn glazen bol, uiteindelijk moet je die scholen tóch weer sluiten. Alleen dan nadat alles en iedereen al heel veel schade heeft opgelopen. Er vele mensenlevens zijn verloren. En ja, onze kinderen alweer heel wat streepjes bij hebben kunnen turven aan hun leefachterstand. Het is kwalijk en naar en het schaadt ons allemaal. In het bijzonder onze kinderen.

Kudde-immuniteit

Overigens is het absurd dat we steeds maar weer uitkomen op het punt dat de scholen gesloten moeten worden. Bijna overal ter wereld, op echt slechts een paar landen na, worden voorzorgsmaatregelen getroffen op scholen. Weinig verspreiding -> wat voorzorg, veel vespreiding -> veel voorzorg. Maar dan moet je taboes laten varen. De snottebel blijft thuis. Kinderen worden getest. Kan tegenwoordig met een lollytest, dus niet zo moeilijk doen. Voor kinderen gelden dezelfde quarantaineregels als voor iedereen. En als we zien dat de besmettingsgraad omhooggaat, dragen de kinderen een mondneusmasker op school. We geven die klaslokalen uitstekende ventilatie. We laten de kinderen vaker buitenspelen, zodat de lokalen gelucht kunnen worden. En brrr, hoooo, kinderen een mondneusmasker, zelfs de kleinsten? Ja. Doen ze op heel, heel veel plekken wereldwijd. Kunnen ze al anderhalf jaar. Er zijn nul berichten van vreselijke psychische schade, besmettingen via dat masker, onderdrukking of wat dan ook. Wel berichten dat daar waar ze er heel verstandig en strikt mee omgaan, er niet zulke hysterische noodtoestanden zijn als hier, dat scholen niet dichthoeven en dat kinderen slechts af en toe met lockdown-achtige maatregelen worden geconfronteerd.

In al onze superioriteit zijn we totaal inferieur aan de rest van de wereld gebleken. Daar waar ze zich aanpassen en doen wat ze moeten doen, gaat het beter. Ja, zelfs in dat ‘achterlijke’ Afrika. Heet ervaring ofzo, dat wat ze leren in het echte leven. Kunnen ze dan wel een ‘leerachterstand’ hebben vergeleken met ons, op heel veel andere vlakken zijn ze echt vele malen slimmer dan wij. En medemenselijker ook. Daar was kudde-immuniteit nooit een optie. En dat is waar wij nu mee bezig zijn. Onze kinderen immuun maken. Tegen alles en beter weten in. Onze kinderen komen deze pandemie immuun en zonder leerachterstand door, maar ten koste van wat? Hun menselijkheid? Hun ontwikkeling tot mens en hun leven?

Om met de woorden van Elze af te sluiten: Onze kinderen zijn moe. Geef ze leven. Niet door dat virus te laten gaan, maar door het de kinderen niet steeds te laten verspreiden totdat werkelijk alles vastloopt.

Ik hoef niet te stressen over mijn cijfers, maar ik stress wel. Ik kan niet meer. Je kan niet van ons verwachten dat onze spanningsboog, onze motivatie en onze leerlust hetzelfde is als een jaar geleden. Want het afgelopen jaar is het meest stressvolle jaar van mijn leven geweest. Het meest stressvolle jaar van al onze levens. Want naast de angst voor het verliezen van onze familieleden, de constante spanning van wel of niet naar school mogen, om de maand nieuwe maatregelen moeten toepassen op onze chaotische levens en dagelijks strugglen met jezelf achter die computer zetten, hebben we ook geen outlet gehad. We hebben niet gesport zoals we altijd deden. Niet gepraat en gefeest. We hebben die verdriedubbelde stress van ons ‘corona-examenjaar’ opgekropt in onze door hormonen overstroomde hoofden. We zijn moe.

Elze van Houtum in de Volkskrant



Voetnoot:
Van eind 2006 t/m 2014 deed ik in Sierra Leone onderzoek naar de herintegratie van voormalig kindsoldaten (en andere onderwerpen, dit was hoofdonderwerp). In die zelfde periode draaide ik een scholings- en vaardighedenproject voor ex-kindsoldaten en onderzocht de ontwikkelingen. Uit 1e deel van mijn onderzoek bleek nl dat problemen met herintegratie van voormalig kindsoldaten zonder uitzondering op 1. gemis aan zorgende ouder 2. terugkeer naar oude gemeenschap niet mogelijk en 3. gebrek aan onderwijs/vaardigheden waren. 
Voor alle moeilijkheden probeerden we een oplossing te zoeken in NGO verband. Scholings- en vaardigheidsprojecten moesten ex-kindsoldaten helpen weer terug te keren naar de maatschappij, dat was ook hun diepste wens. Ik deelde ze in in een aantal groepen > 1. een deel kreeg alleen praktische ondersteuning 2. een deel kreeg deels financiële ondersteuning 3. een deel kreeg volledige financiële ondersteuning (ook voor onderdak, voeding etc). Uiteindelijk deed groep 1 het het beste. Waarom? De andere 2 groepen kregen eindelijk een  vangnet waardoor zij eerst andere gemiste ontwikkelingen door moesten maken. Banden met sociale omgeving, status opbouwen, uitgaan, jong zijn, onverantwoordelijk zijn, verliefd worden, etc, etc. etc. In mijn onderzoek verlegde ik focus op ontwikkelingsinterferenties. 
Vrijwel zonder uitzondering hadden deze ex-kindsoldaten gewoon tijd nodig om op andere vlakken hun leven weer op poten te zetten, en andere ontwikkelingen door te maken, voordat zij zich konden toeleggen op het aanleren van theoretische kennis of praktische vaardigheden.  Bijna allemaal zijn ze inmiddels goed terechtgekomen en de stichting heeft zich daarom opgeheven, doel bereikt. Is onderwijs belangrijk voor kinderen? Ik zeg volmondig JA. Het is heel belangrijk. Maar er is meer belangrijk dan tegen alles in doorgaan met fysiek onderwijs. Kinderen hebben gevoelens, twijfels, angsten en behoeften tot ontwikkelen buiten onderwijs om. Kinderen hebben in de eerste plaats hun ouders nodig voor dat veilige vangnet en een functionerende maatschappij. Wat mij altijd zo greep in Sierra Leone was de uitspraak van kindsoldaten: zelfs in de bush speelden we, ieder moment dat dat mogelijk was. Dat is goed om te onthouden.
Liminaliteit. Tussen het oude, en het nieuwe normaal.

Liminaliteit. Tussen het oude, en het nieuwe normaal.

Overdonderd. Verbijsterd. Murw. Vertwijfeld. Zoveel vragen, geen antwoorden. Bij mij, althans. De persconferentie, de talkshows, de sociale media, alles kakelt door elkaar heen. Sterke meningen. Iedereen houdt vast aan zijn eigen ideeën. Zoveel stelligheid. Ik begrijp het niet meer. In een kwartiertje persconferentie ben ik, merk ik, in één klap buiten de samenleving komen te staan. Ik weet niet zoveel als jullie. Iedereen heeft gelijk. Niemand heeft gelijk. Voor alle meningen is iets te zeggen. Als je het bekijkt vanuit al die verschillende perspectieven. Dat is wat deze situatie intens moeilijk maakt. Zoveel onzekerheid. Zoveel chaos. En in zo’n hele grote wirwar aan emoties, meningen, belangen en bedreigingen die als een klem over de samenleving heen liggen, zou je een leider willen zien die de gemoederen bedaart. Die mededogen toont. Menselijkheid. Compassie. En toch ook redelijkheid en daadkracht. Je zou een leider willen zien waarvan je weet: die overziet de boel. Hij heeft het kompas. Hij weet waar we heengaan. Welke gevaren we onderweg tegenkomen. We komen hoe dan ook thuis.

Hoe ze het doen, ik weet het niet, maar wij hebben leiders die de verwarring niet alleen niet weten weg te nemen, ze zwengelen het aan. Niks mededogen en compassie. De wijzende vinger naar ons, wij leven de maatregelen niet goed na. En de gesloten houding, armen over elkaar, op onze kritiek over hen.

Ik heb dat gevoel wel vaker bij dit duo. Dat echt niets van wat wij doen of zeggen bij hen aankomt. Je kan moord en brand schreeuwen, deze twee horen het niet eens. Ze zitten vast in hun eigen agenda. Ze maakten zulke vreselijke fouten, maar nooit komt de reflectie. Je mag ze er niet eens op aanspreken. Dan staan ze verongelijkt, armen over elkaar, laatdunkend te gnuiven. Wij zien het verkeerd. Zij doen alles goed en wij niet. En omdat wij het niet goed doen, moeten zij nu weer maatregelen nemen. Of we even een tandje bij willen zetten met ons gedrag. En de voorlichtingstaken van VWS over willen nemen, want nu moeten wij zelf mensen maar gaan overtuigen van die prik.

Dat opdringen van die vaccins, het werkt averechts. Mensen die vanuit een bepaalde overtuiging echt niet willen vaccineren en kunnen weigeren, die haal je hier niet mee over de streep. Het zijn vooral de jonge mensen die zullen toegeven. Een generatie die we leren dat je vaccineert om naar de bioscoop te kunnen of naar een café, of misschien binnenkort zelfs wel om naar school of werk te kunnen. Ik vraag me af hoe handig dat is. Gerede kans dat je een generatie creëert die straks met een grote boog om het rijksvaccinatieprogramma heenloopt. Dan heb je meer verloren dan je hebt gewonnen. En voor wat? Hoe zinvol is een systeem waarbij we 100% leunen op vaccins, die je constant moet blijven boosten? Daar geven we voor onbepaalde tijd hele belangrijke rechten voor op. Zo, pats boem, in een kwartiertje persconferentie. Alsof het niets is.

Toch die tweesporensamenleving. Of eigenlijk zijn het er meer. Want naast de mensen die de prik weigeren, zijn er de mensen die die prik helemaal niet kunnen nemen. Of bij wie die prik gewoon niet voldoende bescherming biedt. Van Dissel schatte hun aantal op zo’n 700.000. Zevenhonderdduizend mensen die al anderhalf jaar geïsoleerd zijn van de samenleving. Mensen die niet eens genoemd worden. We vergeten voor het gemak maar even dat ze bestaan. “Nou ja eh, je kan niet de hele samenleving stilleggen voor die 700.000 mensen,” is een veelgehoord argument. Zo even uit de heup geschoten. En dan de verpleeghuizen. Dat blijft een plek waar dat virus huishoudt, wat je ook doet. Zolang er transmissie is, blijft het een zwakke plek. Ach. Het is niet anders. Het is niet anders, het kan niet anders, verder niet over nadenken. Of handelen. We doen gewoon of het niet bestaat. Mensen met hartfalen, diabetes type I, die bepaalde medische behandelingen krijgen waardoor het immuunsysteem niet goed werkt.

2G is de oplossing die de overheid het beste uitkomt en dus komt het er. Punt. En intussen komen er wat maatregelen. Waar ze vandaan komen of waar ze op zijn gebaseerd? Voor mij lijken ze uit de lucht te komen vallen. Hoe het uitkomt in het Catshuis, zeg maar. We moeten iets doen, wat dacht je van de theaters? Teveel ophef, doen we gewoon de horeca, daar kunnen nog wel wat faillissementen vallen, dus huppakee. Ze doen maar wat. En wie er doodgaat, gaat dood. Het wordt niet eens genoemd. Als je een lange lijst met totaal verwarrende maatregelen met een ernstig gezicht oplepelt, dan voelen ze tenminste zwaar, zal Rutte gedacht hebben. Niet voor het virus. Explosieve groei zagen ze al op zoveel plekken. Hele huishoudens raakten besmet in India, Indonesië, Tibet, de VS. De kroegdeur gaat dicht, de schooldeur blijft wagenwijd open. Delta vindt ze feilloos en snel, die vatbaren. Maar ach, dat was natuurlijk niet in Nederland.

Dus verbaasd. Verward. Perplex ook. Op geen enkele manier heb ik in dit beleid een poging gezien om de samenleving aan elkaar te lijmen. Het begon met het beschermende muurtje, dat mensen gewoon buitensloot, ook al willen we net doen alsof we het met z’n allen deden. Het is niet waar. En ook nu kunnen we enkel oplossingen bedenken, waar we mensen mee buiten de samenleving plaatsen. Dat vinden we niet erg, want daar hebben die mensen het zelf naar gemaakt, hoor ik vaak. Zij wilden mensen met een verhoogd risico op ernstig covid opsluiten, nu weten ze hoe het voelt. Kan ik me voorstellen, die reactie. Maar uiteindelijk zijn we toch één samenleving. En dat burgers deze sentimenten over elkaar voelen, natuurlijk. Dan kijken we op naar onze leiders, om daar rust en rede in aan te brengen. Om iedereen te beschermen, tegen elkaar en tegen het virus. Maar zulke leiders hebben we niet. Onze leiders droppen die bom en laten ons achter met die chaos. ‘Advies van het OMT, u doet het er maar mee’.

Chaos. Chaos in mijn gedachten, want intussen weet ik niet meer wat ik vind. Moeten we echt alles opofferen voor de volksgezondheid? Hoe ver moet die bescherming gaan? Wat blijft er over van onze samenleving op deze manier? Is dit het waard? Chaos in de samenleving. In de antropologie noemen we zoiets liminaliteit. Een overgangsfase. Tussen twee werelden. Het oude is weg en het nieuwe moet nog komen. Een periode van grote onzekerheid. En deze periode is, het behoeft geen uitleg, precair. Voor de samenleving als geheel, maar ook voor de individuen die die samenleving maken. Een periode waarin onze rollen veranderen, onze gedragingen steeds afgewogen moeten
worden en waarin we nieuwe normen en waarden moeten formuleren.

Onze cultuur biedt geen vangnet, geen oplossingen, geen antwoorden. Om samen naar de nieuwe fase te gaan, zullen we een nieuw samen moeten creëren. Door samen onze normen en waarden te formuleren. Wat behouden we en welke nieuwe waarden maken we ons eigen? Maar dat gebeurt niet. Door een overvloed aan onduidelijkheden en inconsistentie bij de overheid, worden we vooral op onszelf teruggeworpen. We vallen terug op onze persoonlijke, menselijke behoeften. Het is vechten voor je eigen stukje wereld. Ieder voor zich. Is zo’n samenleving klaar om een 2G systeem in te voeren? Ik denk van niet. Het vertrouwen is er niet. Niet in de overheid, niet in elkaar. De onzekerheden te groot. 2G mag de verspreiding dan remmen en ook al is het ‘tijdelijk’, het laat hoe dan ook permanente sporen na. En die sporen kunnen diep zijn. Is het nodig? Geen idee. We hebben het meeste nog helemaal niet gedaan. Ventilatie op scholen, bijvoorbeeld. Snottebellen thuis. Een verantwoordelijker houding als het gaat om het doorgeven van besmettelijke ziekten. Mondneusmaskers. We hebben het allemaal nog niet serieus geprobeerd.

Is 2G nodig? Kunnen we niet anders? Moeten we maar inschikken? Ik weet het echt niet. Wat ik wel weet, is dat we na bijna twee jaar corona nog altijd niets van dat virus begrijpen. En dat dat totaal krankzinnig is. Het is nog steeds het domein van de ‘virologen’ die voor ons beslissen wat goed voor ons is. Hoe onze toekomstige samenleving eruit moet zien. Vanuit hun gekleurde bril. Ik zie andere mogelijkheden. Of nou ja, dat weet ik eigenlijk ook niet. Maar het is wat ik hoop. Dat we kunnen beginnen bij die basismaatregelen. Die maatregelen waar wij ons niet goed genoeg aan zouden houden. Ik zie dat precies andersom. Want de basis die bij die maatregelen hoort, de kern van infectieziekten bestrijding, het heeft hier nooit bestaan. Laagdrempelig testen, echt goed bron en contactonderzoek, het isoleren van de zieken en de quarantaine van al hun contacten, het is hier allemaal niet gedaan. Dus voordat we overgaan op 2G, laten we vooral 1G niet overslaan: Getest. En laat iemand Rutte intussen een kompas geven. Een kompas dat niet steeds terugleidt naar het Catshuis. Een kompas dat ons in die liminaliteit, die chaos, enigszins stabiel op koers houdt, richting een nieuw normaal waar we allemaal meedoen. Zeker ook die zevenhonderdduizendmensen die we hebben achtergelaten op de kade.

Over gedrag gesproken

Over gedrag gesproken

Golf nummer zoveel, persconferentie nummer zoveel. Terwijl het kabinet had gehoopt het land rond deze tijd te bevrijden van alle coronamaatregelen, trekken intensivisten aan de rem, de ouderenbond sputtert tegen en luiden een aantal virologen weer de noodklok. De remedie waar het kabinet voor de zoveelste keer mee komt: een aantal maatregelen die half-half worden toegepast en vooral veel nadruk op de eigen verantwoordelijkheid. “Ons gedrag moet om”, kopt RTL Nieuws, zal de kernboodschap zijn van persconferentie zoveel, waarin het kabinet dus voor de zoveelste keer geen verantwoordelijkheid zal nemen voor de volksgezondheid en de eigen fouten.

‘Ons‘ gedrag

Inderdaad, dacht ik direct toen ik die kop las. Als Hugo de Jonge zegt dat ‘ons‘ gedrag om moet, heeft hij het goed begrepen. Als hij met ‘ons‘ het kabinet bedoelt, tenminste. Want met de vinger nu nog een keer naar de burger wijzen, dat zal zelfs dít kabinet toch niet meer durven?

Uit de verkiezingscampagne van de VVD, verkiezingen 2021

Toch niet nadat Rutte de spoedige eindstreep van de coronacrisis als campagnetool inzette bij de Tweede Kamerverkiezingen van maart jongstleden? Of nadat Hugo de Jonge, opgesmukt met een zelfvoldane glimlach van oor tot oor, bij Op1 kwam vertellen dat we met de vaccins de coronacrisis achter ons konden laten? Nadat één van de belangrijkste adviseurs van het kabinet, Jaap van Dissel, de ‘mondkapjes‘ maar bleef afwijzen, ook al liepen wij er verplicht mee rond? Liepen, inderdaad. Want jee, die belachelijke onzin dat ze dan af mochten als je zat, dat heeft nooit iemand begrepen. Een idioot kon zien dat dit op een dag in je gezicht zou ontploffen. Of hebben we het over dat leuke liedje van Grapperhaus, waar dat mondkapje hene ging? Of zijn bruiloft? Zijn gejubel over de mate van immuniteit in Nederland, waardoor veel mensen corona krijgen nog steeds niet als iets problematisch zien? Het gedrag van Ank Bijleveld rond kerst misschien? Of jullie stilzwijgen iedere keer als de besmettingen stijgen en het hele land in rep en roer is? Dansen met Janssen? De Fieldlabevenementen? De waanzinnige decadentie rond de Formule 1 in Zandvoort? Monkey see, monkey do, beste leden van het kabinet. Dat we de coronacrisis nog steeds niet achter ons kunnen laten, ligt inderdaad aan gedrag. Aan dat van jullie. En het is inderdaad hoog tijd dat dat om gaat.

Abracadabra

Als gedragswetenschapper kan ik het woord gedrag overigens bijna niet meer horen. Ik herinner me nog goed dat ik me maandenlang schor heb moeten schreeuwen om maar duidelijk te maken dat niet het gedrag van het virus, maar het gedrag van de mens de verspreiding bepaalde. En sinds dat kwartje eindelijk gevallen is, valt het woord gedrag om de haverklap. Helaas zelden in de juiste context. Soms horen we weleens een gedragsdeskundige of een menswetenschapper aan het woord, maar dan schakelen we snel weer over naar de modellen, de data, de prognoses. En daar zit ‘m de crux. De totale arrogantie dat je binnen modellen met minutieuze precisie de pandemie naar je wensen kunt tweaken. Abracadabra, geef me maximaal 180 bezette IC bedden en het model spuugt de gewenste maatregelen uit. Nou ja, zo werkt het niet. Want één verkeerde uitspraak van de minister en je model is waardeloos. Een gedragswetenschapper zou je dat makkelijk kunnen vertellen, maar die zit op de achterbank lijdzaam te kijken naar het gedrag van het kabinet.

Kwakzalverij

Het is ook wat, dat gedrag. Iedereen weet er alles van. We hebben allemaal gedrag. We zien iedere seconde dat we wakker zijn gedrag, we maken constant inschattingen over gedrag, dus we weten alles over gedrag. Wat gedrag doet met de epidemie, dat kan zomaar iedereen dus gewoon invullen. Als antropoloog vind ik al die inschattingen en analyses uitermate fascinerend. Ik luister er graag naar, want het is ongelofelijk leerzaam. Dat echt iedereen de mond vol heeft over gedrag maar nooit iemand wérkelijk wil weten hoe het zit, ik heb de afgelopen anderhalf jaar wel geleerd mijn schouders erover op te halen. Maar zo nu en dan stoort het me toch. Als ik me bedenk dat er iedere dag mensen sterven door die kwakzalverij op gedragswetenschappelijk gebied. Zo ook vandaag.

Als ik zie dat de overheid haar verantwoordelijkheid voor de volksgezondheid alweer op de burger afwendt, terwijl diezelfde overheid haar burgers al sinds het begin van de pandemie stimuleert om risico’s te nemen. Door het verkeerde voorbeeld te geven, door te optimistische prognoses de wereld in te slingeren, door de sussende berichten over de ernst van de ziekte, door onlogisch beleid, door steevast te weinig maatregelen te nemen, door misleidende of ronduit foutieve informatie de samenleving in te slingeren, door tweedeling te veroorzaken en ruzies over zogenaamd dor hout lekker te laten gaan. Of een negatief sentiment over niet-gevaccineerden aan te wakkeren. Dan denk ik: ja, beste leden van het kabinet, de gemiddelde burger doet echt exact wat jullie willen. Krijgen zij daar nu ook al de schuld van? Nou. Kort lesje gedragskunde dan maar: als je bepaald gedrag wil stimuleren, moet je de juiste voorwaarden en de juiste omgeving scheppen. Iedere leider krijgt het volk dat hij verdient, zeg maar.

Corona is nog niet voorbij: Waarom ik nu toch stop

PERSOONLIJKE BRIEF

Wim Schellekens, lid RedTeam, 2 november 2021

Op 1 november 2021 maakte het RedTeam bekend dat het als team ophoudt te bestaan[1]. Een aantal leden van het RedTeam gaat op persoonlijke titel en vanuit hun eigen expertise en ervaring door met het geven van duiding, analyse en adviezen. Zelf kies ik daar niet voor.

In deze persoonlijke brief wil ik motiveren waarom ik deze keuze maak. Tegelijk wil ik de gelegenheid aangrijpen om kort op een rij te zetten wat het RedTeam was, wat het RedTeam voor mij heeft betekend en wat ik heb ervaren als mogelijke lessen voor de toekomst.

RedTeam

Sinds juli 2020 heb ik – eerst met drie en kort daarna – met elf collegae een team gevormd dat ongevraagd duiding, analyse en advies gaf over de corona-aanpak en de gevolgen van het kabinetsbeleid. Het was een bijzonder team. Het bestond uit experts met een grote diversiteit van relevante expertise en veldervaring uit eerdere epi- en pandemieën in Nederland, Afrika en Azië (Sars, Ebola, HIV/AIDS)[2].

Wij vormden met elkaar een vrijwillige, geheel onafhankelijke, niet-gefinancierde groep experts, die bij elkaar dezelfde missie, visie en waarden herkenden. Wij noemden onszelf ‘RedTeam’ omdat in een complexe crisis het gebruikelijk en noodzakelijk is om een RedTeam aan te stellen naast het ‘Blue Team’ dat de aanpak van de crisis leidt. Zo’n RedTeam geeft op basis van eigen analyse en duiding constructieve tegenspraak, om daarmee tunnelvisie en blinde vlekken van het Blue Team te voorkómen. In tegenstelling tot de gewenste situatie, had ons RedTeam geen formele of gevraagde status. Wij deden dit in onze vrije tijd naast ons gewone werk. Helaas bleek – ondanks aandringen van onze kant – communicatie of samenwerken met het kabinet en het OMT door hen niet gewenst.

Inbreng van het RedTeam

Van juli tot december 2020 heeft het RedTeam ongevraagd een aantal waarschuwingsbrieven, beleidsadviezen en onderwerpsgerichte adviezen (over veilige heropening van scholen, over mondneuskapjes en over testbeleid) uitgebracht. Tweemaal heeft het RedTeam een hoorzitting gegeven aan de Tweede Kamer. U kunt dit alles terugvinden op onze website: www.C19RedTeam.nl. Hier vindt u ook een totaaloverzicht van onze bijdragen in krant, radio en TV[3].

Op 4 februari 2021[4] maakte het RedTeam per openbare brief bekend als RedTeam voorlopig geen adviezen meer uit te zullen brengen. Belangrijkste reden was dat het kabinet vanaf het begin voor een andere strategie had gekozen (nl. het virus laten rondgaan op geleide van de ziekenhuis/IC-capaciteit) dan die wij hadden geadviseerd (nl. omlaag brengen en laag houden van het aantal besmettingen). Door te blijven hameren op de noodzaak van een ander beleid, zou het RedTeam geweld doen aan haar kernwaarde van ‘constructieve tegenspraak’ en in de beeldvorming al snel vervallen in activisme.

Vanaf februari 2021 hebben leden van het RedTeam, inclusief ik zelf, nog wel op individuele basis inbreng gegeven via persoonlijke contacten bij regerings- en oppositiepartijen in de Tweede Kamer, en op verzoek via bijdragen in kranten, radio en TV.

Waarom ik nu stop

Actieve deelname aan het RedTeam is voor mij een van de meest stimulerende ervaringen geweest in mijn loopbaan. De combinatie van competenties, ervaring, inzet en samenwerking vanuit een onafhankelijke positie met een gedeelde missie, visie en waarden leverde producten op die goed onderbouwd en breed gedragen waren en die een hoopvol, realistisch perspectief en alternatief boden in de landelijke discussie over de aanpak van deze coronacrisis.

Het RedTeam heeft besloten te stoppen om als team naar buiten te treden. Individuele leden zullen vanuit hun expertise en ervaring doorgaan om gevraagd en ongevraagd duiding te geven aan wat er gebeurt, de situatie te analyseren en adviezen te geven.

Mijn inbreng in het RedTeam deed ik vanuit mijn zorgervaring als huisarts en public-health-arts in eerste en tweedelijn en vanuit mijn bestuurlijke en toezichthoudende expertise. Ik ben geen expert op het gebied van virologie, epidemiologie, gedragskunde, data-analyse en ik heb ook geen epidemiologische-veldervaring. Mijn kracht kwam tot zijn recht binnen het functioneren in dit RedTeam. Nu dat team wegvalt, is het mijns inziens wijs niet meer bij te dragen aan het debat over de aanpak van deze pandemie. Ik weet dat er veel mensen zijn die steun vonden bij wat het RedTeam deed en ook bij wat ik in de media naar voren bracht. Het gaf hen hoop. Doorgaan heeft echter nu geen toegevoegde waarde meer.

Kernboodschappen van het RedTeam

Wat hebben we geleerd dat nuttig kan zijn bij de verdere aanpak van deze coronacrisis en ook wanneer er zich onverhoopt een nieuwe pandemie zou aandienen?

Onze kernboodschappen, die in onze brieven en adviezen steeds leidend geweest, bruikbaar als toetsingspunten bij de evaluatie van het beleid en als checklist voor toekomstig beleid:

  1. “Corona is geen griepje”
    Het is een zeer besmettelijke A-ziekte, met mogelijk een ernstig en ook dodelijk verloop. De druk op de zorg is potentieel zeer hoog met daardoor verdringing van de reguliere zorg.
  2. Stuur niet op ziekenhuiscapaciteit[5], maar op het omlaag brengen en laag houden van het aantal besmettingen.
    Hier lopen de belangen van de patiënt, de zorg, bedrijfsleven, cultuur en economie parallel.
    Het aantal besmettingen groeit zonder maatregelen exponentieel (verdubbelingstijd 10-14 dagen). Daarom is snelle interventie al noodzakelijk als het aantal besmettingen nog laag is. Als deze interventie snel en krachtig is, kan deze ook kort duren.
    Houd vervolgens het besmettingsniveau laag door het handhaven van de basismaatregelen[6] samen met intensief indambeleid[7].
    Op deze wijze wordt ook voldaan aan het ‘voorzorgprincipe’. Vanuit risicomanagement: vermijden van risico’s die bij optreden niet aanvaardbaar zijn (‘Better Safe Than Sorry’).
    Gebruik de adviezen van de WHO, de ECDC, (inter)nationale experts en leer van ervaringen in andere landen.
  3. Maak het beleid voorspelbaar.
    Stel landelijk en regionaal routekaarten vast, met indicatoren per fase, met daaraan gekoppeld in zwaarte toe/afnemende maatregelen die gebruikt worden bij op- en afschalen. Én als kabinet: houd je daar dan ook aan. Dat is een belangrijke voorwaarde voor vertrouwen van de burger in de leiding.
  4. Vaccineren heeft topprioriteit, maar is niet genoeg.
    Vaccineren beschermt tegen ernstig ziek worden en dus tegen opname in ziekenhuis en IC.
    Het vaccinatiebereik is nu 82%, effectiviteit is 85%, effect vermindert in de tijd, effectiviteit bij nieuwe varianten is nog onbekend, na vaccinatie is er nog steeds (geringe) kans besmet te worden en dan ook anderen te besmetten. Een bewijs van vaccinatie geeft dus geen zekerheid dat de persoon niet besmettelijk is en biedt als coronatoegangsbewijs (CTB) dus schijnveiligheid.
    Er zijn nog steeds 2-3 miljoen mensen die niet beschermd zijn. Voor hen is brede toepassing van het CTB, waar het kabinet nu op lijkt in te zetten, dus onvoldoende als bescherming. Met name voor hen, maar ook voor de gevaccineerden, is het laag houden van het aantal besmettingen dus van groot belang, oftewel: voor iedereen is het behouden van de basismaatregelen – en zo nodig intensief indambeleid – essentieel.
  5. Communicatie en vertrouwen zijn basisvoorwaarden.
    Goede communicatie is de sleutel om draagvlak te krijgen en te houden voor noodzakelijk beleid dat pijn doet. Deel dilemma’s, bouw voldoende urgentie op zonder paniek te veroorzaken, grijp tijdig en krachtig in, bied perspectief (routekaart), zorg voor een heldere advies-, besluitvormings- en verantwoordingsstructuur, communiceer eenduidig en consequent wat er van de burger wordt verwacht en handhaaf daar ook op. Bestrijd desinformatie.
    Vertrouwen in de leiding is essentieel.
  6. Advisering, besluitvorming, verantwoording, evaluatie.
    Advisering dient onafhankelijk te zijn, vanuit alle relevante disciplines. Voorkom dat de advisering alleen plaatsvindt binnen de politieke context: wat de politici willen horen.
    Benoem daarnaast een onafhankelijk team met de opdracht constructieve tegenspraak te leveren, om daarmee kokerdenken te voorkómen: een ‘RedTeam’.
    Besluitvorming door het kabinet dient inzichtelijk en toetsbaar te zijn.
    Afleggen van verantwoording aan de Tweede kamer dient transparant en lerend te zijn. De tegenmacht van de Tweede Kamer kan en mag niet belemmerd worden door politieke overwegingen.
    Organiseer al tijdens de crisis tussentijdse, onafhankelijke evaluatie om te leren van fouten, te leren van andere landen. De WHO heeft duidelijke adviezen voor zo’n ‘in-action-review’. Fouten maken is normaal. Fouten erkennen en beleid aanpassen is een teken van kracht.

Terzijde nog twee korte opmerkingen over de huidige situatie (begin november 2021). Deze is zeer zorgelijk. Er is landelijk in toenemende mate sprake van een vertrouwenscrisis tussen politiek en burger, en dat niet alleen door de aanpak van de coronacrisis. Dit ondermijnt het draagvlak voor noodzakelijke maatregelen.
Dan nog even over de zorg: ziekenhuizen en IC’s liggen weer overvol en de reguliere zorg wordt op veel plaatsten alweer verdrongen. Er is daardoor veel verborgen leed. De verpleegkundigen kunnen het echt niet meer aan. Dit blijkt uit de ziekteverzuimcijfers, de aantallen burn-out, en het feit dat in sommige ziekenhuizen hierdoor het aantal IC-bedden zelfs is afgeschaald.

Uitbreiding IC-capaciteit is om deze reden een illusie. Een zorginfarct is zichtbaar en er dreigt opnieuw ‘code zwart’. De enige oplossing is het zo snel mogelijk omlaag brengen van het aantal besmettingen. Het kabinet weet inmiddels hoe dat moet.

Wanneer gevraagd zou worden hoe een toekomstige epi-/pandemie zou moeten worden aangepakt, dan denk ik graag weer mee: we hebben veel geleerd en het zou goed zijn als deze lessen ook daadwerkelijk getrokken zouden worden.

2 november 2021

Wim Schellekens, voormalig huisarts, ziekenhuisbestuurder, hoofdinspecteur en lid RedTeam


[1] https://www.c19redteam.nl/wp-content/uploads/2021/11/2021-11-01_Afscheid_Red_Team-1.pdf

[2] https://www.c19redteam.nl/over-red-team-c19-nl/

[3] https://www.c19redteam.nl/red-team-c19-nl-in-de-media/

[4] https://www.c19redteam.nl/wp-content/uploads/2021/02/2021-02-04_-_Waar_is_het_RedTeam.pdf

[5] Sturen op ziekenhuiscapaciteit heeft als gevolg dat noodzakelijke maatregelen steeds te laat worden ingevoerd, met grote (vermijdbare) schade aan patiënten, de zorg en de zorgverleners (m.n. de verpleegkundigen). Door de noodzakelijke maatregelen, die dan ook veel langer moeten duren, ontstaat ook grote (vermijdbare) schade aan het bedrijfsleven, de cultuur en de economie. We hebben dat in de eerste en tweede golf gezien en we dreigen het nu (begin november 2021) weer te gaan zien.

[6] Basismaatregelen: voor het laag houden van het aantal besmettingen is een combinatie van maatregelen nodig die elk voor zich meer of minder meerwaarde hebben, maar gezamenlijk effectief zijn (model van de Zwitserse gatenkaas): thuis blijven en laten testen bij klachten, afstand houden, persoonlijke hygiëne, gebruik van mondneusmaskers, zo veel mogelijk thuis werken, ventilatie, vermijden van groepen.

[7] Intensief indambeleid: het doorbreken van de besmettingsketen via het bron- en contactonderzoek door de GGD, inclusief niet-vrijblijvende isolatie en quarantaine. Elke besmetting is een bron van meer besmettingen en verdere besmetting dient daarom actief te worden bestreden door isolatie van de besmette persoon en quarantaine van diens contacten.

Opschalen maar…

Vandaag 12 jaar geleden beviel ik in een ziekenhuis in Nederland van mijn oudste dochter. Met de staart tussen de benen was ik drie weken daarvoor van Sierra Leone terug naar Nederland gevlogen. Met de allerlaatste vlucht die me als hoogzwangere nog mee wilde nemen. Het zat namelijk zo. Mijn baby lag in een stuit en de placenta was ingegroeid, dichtbij de opening van de baarmoedermond. Ze moest met een keizersnede gehaald worden, dat wist ik al ver van tevoren.

Mijn gynaecoloog in Sierra Leone was echt heel goed, met heel wat internationale kilometers op de teller. Hij had keizersnedes gedaan in de middle of nowhere. Ik had echt geen twijfel over zijn kennis of kunde. Maar hij was ook al heel oud. En hij ging graag naar familie in het binnenland. Een trip naar een stad 100km verderop kon tijdens het regenseizoen zo een dag in beslag nemen. Het spookte door mijn hoofd: als ze nou toch spontaan zou willen komen, mijn baby, en mijn gynaecoloog zou een weekendje het binnenland in zijn? Ik had er nachtmerries van. Dat nauwelijks opgeleide verpleegkundigen me moesten helpen met een onmogelijke bevalling. En dat er zoveel stress was rond mijn bevalling, dat mijn dochter ongemerkt verwisseld werd met een andere baby. De ochtend na die nachtmerrie ben ik naar het kantoor van Royal Air Maroc gegaan en wilde daar pas vertrekken toen ze een vlucht voor me regelden.

Helaas was het niet eind goed, al goed. De gynaecoloog in Nederland, ook niet onervaren trouwens, schoof minzaam mijn dossier uit Sierra Leone – ongelezen – onderop en bestelde een natuurlijke bevalling voor me. Dat ging mis want de baarmoeder kon niet open en ‘s avonds, na vele uren schreeuwen en janken, kreeg ik dan eindelijk pijnstilling en die keizersnede. Mijn dochter kwam om 21.02 uur ter wereld.

Ik heb mezelf voor mijn kop geslagen, alle dagen van het anderhalf jaar vol met operaties en ziekenhuisopnames die op mijn bevalling volgden. Was ik maar in Sierra Leone gebleven. Voor mijn gynaecoloog daar was een keizersnede gewoon routine en kon ik het zelf betalen, dus geen gedoe met ‘goedkopere zorg’. En toch denk ik nu, 12 jaar later, dat ik de juiste beslissing nam. Ondanks alle complicaties. Want stel dat mijn gynaecoloog daar de dag van mijn bevalling echt niet beschikbaar was geweest? Op reis, of ziek? Of druk met andere bevallingen? Dat is niet denkbeeldig, want in Sierra Leone zijn niet veel gynaecologen. Baby en moedersterfte tijdens bevallingen is daar torenhoog. En daar moest ik vandaag aan denken toen ik dit bericht zag: “Bevallen in het ziekenhuis in Zutphen? Dat kan voorlopig even niet.” En dit bericht: “Parkeerplaatsbaby’s en lang rijden; bevallen in ziekenhuis steeds lastiger.” En deze: “Strijden om een bed op regionale kraamafdelingen: ‘Het is vreselijk nee te moeten verkopen’.” Of deze: “Floor woont op vijf minuten van ziekenhuis, maar moest 40 minuten verderop bevallen: ‘Shit, alles zat vol’.”

Mijn oudste groeide de eerste jaren van haar leven op in Sierra Leone. Ze heeft er een fantastische kindertijd gehad en ik moet zeggen: het moederschap is daar ook vele malen leuker, makkelijker en meer een natuurlijk onderdeel van het leven dan hier. Dus we hadden het er allebei fijn. Maar het is en blijft één van de armste landen ter wereld. En nu was ik zelf niet echt arm (ook echt niet rijk trouwens) en was het leven daar voor mij echt niet moeilijk, één zorg speelde altijd in mijn achterhoofd. Altijd. 24/7. 60 seconden per minuut. Zorg. Wat nou als ze ziek wordt? Wat nou als ík ziek word? Wat nou, als geen zak geld ter wereld me kan helpen omdat de kennis er gewoon niet is, of de verzorgenden? Dat maakt het leven onzeker. De dood staat altijd dicht bij het leven. Toen ebola in Sierra Leone kwam, besloot ik daarom mijn dochter niet meer te laten terugkeren. En zijn we uiteindelijk samen hier neergestreken.

Pas als je het hebt meegemaakt, als je het hebt gezien, gevoeld, geleefd, weet je wat het is. Als je nergens terechtkunt met je zieke kind, of je zieke moeder, je partner. Als je mensen die je liefhebt ziet sterven en je helemaal niets voor ze kunt doen. Het leert je iets over het leven. En over de dood. Tijdens ebola heb ik zoveel dramatische dingen gezien, ik krijg het mijn leven lang niet meer van mijn netvlies af. Dode ouders in huis, kleine kinderen op het erf in quarantaine zonder begeleiding, zonder voedsel en water. Het is een dolksteek recht in je hart als je naar dit soort leed moet kijken en helemaal niets kunt doen.

Wat was ik dankbaar dat ik naar Nederland kon. Dat het hier veilig was. Dat hier een mensenleven iets waard was. Dat de ambulance er binnen zes minuten is en dat het meeste, meestal, goedkomt. Zo’n zorgstelsel is iets om te zoenen, om van te houden, om te koesteren en nooit weg te willen gooien. Want dat ondermijnende geknaag in je achterhoofd, die zorg dat je je kind niet kan helpen, dat je kind ieder moment wees kan worden, die heb je hier gewoon niet. De meesten van ons niet, dan.

 “Een groot deel van de Nederlandse bevolking zal besmet raken met het virus.”

De schock was groot toen ik Rutte op 16 maart 2020 hoorde zeggen dat een groot deel van de Nederlandse bevolking besmet zou raken met het coronavirus, maar dat dat noodzakelijk was om groepsimmuniteit op te bouwen. Terwijl in andere landen al vele mensen aan de beademing lagen en de zorg compleet onderuit gezakt was, wilden wij jubelend het ziekbed in. Ik begreep het gewoon niet. En ik denk dat ik nog altijd de vaste grond onder mijn voeten niet heb hervonden. Het was en is extreem en dat een groot deel van de Nederlandse bevolking dit fantastisch vond (en als we eerlijk zijn, nog altijd vindt), dat is onbegrijpelijk. Dat gewauwel over vrijheid, we moeten nu leven, we kunnen niet eeuwig… . Dit soort geklets verwacht je in een land met een hele lage levensverwachting als Sierra Leone – waar je echt iedere dag mee wil pakken – en zelfs daar denken ze zo niet. Wij hebben een hele hoge levensverwachting. Wij zouden best twee maanden binnen kunnen zitten om zo met zo’n virus af te rekenen. We zijn ook rijk genoeg om zoiets te kunnen financieren. We hadden dat gewoon gekund. Maar we wilden het niet. En eigenlijk is dat maar om één reden: we vinden ziekte helemaal niet zo erg.

Als je zo’n belachelijk goed zorgstelsel hebt als Nederland, is ziekte doorgaans ook niet echt iets waar je je zorgen over hoeft te maken. Dat begrijp ik. En het is dan ook juist dat zorgstelsel dat ons de nek om heeft gedraaid. Opschalen maar en we kunnen weer bitterballen eten op een terras. Dansen en feesten, doen we er nog een paar ‘bedden’ bij. Totdat de rek er echt uit is, dan moeten we een paar stappen terug, maar zo min mogelijk en zo kort mogelijk. Intussen lallen we over ons biertje heen dat er maar meer IC-verpleegkundigen opgeleid moeten worden, en snel een beetje. Het weekendje weg staat voor de deur. En we moeten op vakantie. Dan halen ze die verpleegkundigen maar van andere afdelingen, of uit het buitenland ofzo. Proost. De noodkreten uit de zorg kwamen nauwelijks boven het glasgerinkel uit. You Only Live Once.

Al een tijdje laat de zorg ons weten: het ging al niet goed, maar de koek is echt op. Personeel is steeds vaker ziek thuis, personeel loopt weg, er komt niet genoeg personeel bij. En toch blijven we doorgaan. Terwijl we de eerste haarscheuren al zien. De tijd komt dat je, zelfs al zou je je hele bankrekening plunderen, op bepaalde momenten (of voor bepaalde aandoeningen) gewoon geen zorg kunt krijgen. Wij wilden per se geen nieuw normaal, maar dat hebben we toch gekregen. Want het oude normaal, komt niet meer terug. We accepteren nog meer ziekte, nog meer druk op de zorg, nog meer langdurige ziekte, meer (over)lijden en meer verdriet. Ouders zullen gaan merken wat het is als je voor je kind geen zorg dichtbij huis kunt krijgen, maar daar in een ander land voor terecht moet. Wat het is om geen hulp bij de bevalling te kunnen krijgen. We zullen gaan merken wat het is als je geen zorg meer kunt kopen voor je oude ouders en er helemaal zelf voor staat. In ons nieuwe normaal komt de dood steeds dichter bij het leven te staan en wordt zorgen voor anderen een steeds groter onderdeel van ons bestaan. Nou, proost. Dan leren we misschien ooit toch wat het is om voor elkaar te zorgen.

Als zelfs de wetenschap niet in wetenschap gelooft

Als zelfs de wetenschap niet in wetenschap gelooft

“Nogal melodramatisch,” noemt een kennis – werkzaam aan de Universiteit van Amsterdam – de eergisteren verschenen publieke ontslagbrief van universitair docent Matt Cornell. De ontslagbrief werd gepubliceerd in Folia en kreeg veel aandacht in de landelijke kranten. Cornell nam ontslag uit protest tegen de volledige heropening van de universiteit, waarbij geen adequate voorzorgsmaatregelen tegen verspreiding worden genomen. Dat mijn kennis dit ‘melodramatisch’ noemt, vind ik geen verrassende reactie. Want het is nogal opzienbarend voor Nederland, dat iemand consequenties verbindt aan zijn ongenoegen over politieke beslissingen. Wij zeuren en klagen wel graag, en ook al heeft meer dan de helft van ons geen vertrouwen meer in het overheidsbeleid; als de overheid zegt dat die mondkap af kan, dan doen we dat. No questions asked. Daar mor je misschien wat over, zet een boos bericht op social media, je bent even flink verontwaardigd, maar dat is het dan wel. Cornell niet, die maakte een fors statement met zijn ontslag. En dat valt moeilijk.

“De GGD en het Outbreak Management Team, nota bene de experts die de regering adviseren, hebben geadviseerd om het hoger onderwijs voorlopig nog niet te heropenen. Door dat te negeren volgt de universiteit de lijn-Rutte, en niet het advies van Nederlandse of internationale experts op het gebied van volksgezondheid. De UvA wordt hierdoor medeplichtig aan de schandalige manier waarop dit kabinet deze crisis heeft aangepakt.”

Matt Cornell, docent aan de Universiteit van Amsterdam in AT5.NL

De toon maakt de muziek

Cornell kreeg veel kritiek te verduren op zijn statement. Kritiek die vooral over de toon en de ‘grote woorden’ gaat, zoals meestal het geval is als het moeilijk wordt. En zoals gewoonlijk blijft de inhoud van Cornell’s statement grotendeels onbesproken. Hij is een “matennaaier”, “extreem doorgeslagen”, een “fulltime cry baby”, niet bijster slim en bovendien heeft hij het lef om het Nederlands beleid eugenetisch te noemen1. Nou, dan ben je gewoon af. Logisch. Cornell mag niet meer meedoen, zich lekker thuis in isolatie een potje gaan zitten aanstellen. Dan klagen wij nog even door over het overheidsbeleid. Wij mogen dat namelijk wel, met de vinger wijzen als er via de hogescholen en universiteiten een nieuwe golf op gang komt. Komt door de overheid, dat vinden we dan wel, maar we gebruiken er beter geen ‘grote woorden’ voor. Het klopt overigens ergens wel trouwens, dat het door de overheid komt. De overheid zet immers het beleid uit. Maar dat iets mag, wil niet zeggen dat je het ook moet doen. Dat geldt misschien wel in het bijzonder voor de universiteiten. En daar gaat Cornell’s protest over. En dat Cornell grote woorden en daden gebruikt, is niet voor niets.

Gedrag heeft consequenties. Dat leken zich niet altijd bewust zijn van die consequenties of simpelweg geen macht of overzicht hebben, is begrijpelijk. Maar bij universiteiten zouden ze toch moeten weten welke consequenties er vastzitten aan hun handelen. Stapje terug in de tijd. Die richtlijnen voor de zorg, voor het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen, weet u nog? Die richtlijn van het RIVM (mede ingegeven door schaarste), die stelde dat het gebruik van bepaalde PBM niet nodig was voor bijvoorbeeld zorgmedewerkers in de verpleeghuizen? En een richtlijn die stelde dat het testen van bewoners in de verpleeghuizen niet nodig was? Na de grote golf van uitbraken in die verpleeghuizen zei het RIVM ontwijkend: het was maar een handreiking, die instellingen hebben een eigen verantwoordelijkheid. Terwijl die instellingen zelf weer terugwijzen naar het RIVM. Wie nu werkelijk verantwoordelijk is, laat ik onbesproken. Feit is dat we intussen weten wat consequenties zijn van ‘klakkeloos volgen’, dat er een groot beroep wordt gedaan op onze eigen verantwoordelijkheid en dat we dat heel serieus moeten nemen. Cornell spreekt de UvA terecht aan op die verantwoordelijkheid.

Onwetenschappelijk

In een reactie op het ontslag van Cornell zegt een woordvoerder van de UvA kortweg: “[w]e doen er alles aan om coronabesmettingen op onze instellingen tegen te gaan.” Dat er binnenkort in een universiteitsgebouw zelfs een priklocatie geopend wordt waar studenten hun vaccinatie kunnen halen, is in de ogen van deze woordvoerder blijkbaar preventie. Ook al ben je pas twee maanden na de eerste prik goed beschermd tegen ernstige ziekte en in mindere mate voor besmetting met het coronavirus. En daar ligt het hele grote pijnpunt. De heropening van de hogescholen en de universiteiten komt te vroeg. Het is bovendien tegen het wetenschappelijk advies van het OMT in. En ook de praktische ervaring van de GGD’en wordt aan de kant geschoven. De universiteiten zetten door, ze gaan open, zonder al teveel poespas. Tegen wetenschappelijke inzichten in, herhaal ik nog maar eens. Nou. Dan mag je Cornell ‘melodramatisch’ noemen, maar van een wetenschappelijk instituut mag je toch verwachten dat juíst daar meer gewicht wordt gehangen aan wetenschappelijk inzicht boven politieke beslissingen. Cornell heeft gelijk. De universiteiten zijn onwetenschappelijk bezig.

“We doen er alles aan”

Cornell beschrijft in zijn ontslagbrief hoe de UvA enerzijds een studie aanprees van haar eigen onderzoekers die waarschuwde voor de gevaren van aerosoloverdracht en het gebruik van maskers adviseerde, maar zich anderzijds een uitzonderingspositie aanmat. Toen in Nederland een mondkapjesplicht werd afgekondigd, vond de UvA dat dit niet voor haar campussen gold, omdat die niet publiek toegankelijk zijn. Wat is het idee achter deze beslissing, vraag je je af. Wetenschap? Blijkbaar niet, want er kwam geen wetenschappelijk onderbouwd betoog tégen het gebruik van mondneusmaskers op de campus. Een mening dus. En dat is best kwalijk, voor een universiteit. Zeker als je je bedenkt dat deze crisis voor de meeste academici die in de universiteiten rondlopen, ook de grootste crisis van hun tijd is en daarom in wetenschappelijk opzicht een rijke bron aan studiemateriaal oplevert, of op zou moeten leveren.

@UvA_Amsterdam removing your masks *in the rooms* is exactly where things go wrong. Have you heard that COVID-19 is airborne? This is not safe, it is not safe for instructors, it is not safe for students.” Professor Arianna Betti, Universiteit van Amsterdam.

Het gaat overigens niet alleen om toen, toen alles nog nieuw was en niemand wist hoe lang het zou duren en hoe ingrijpend het allemaal zou zijn. Ook nu, met de deltavariant in opkomst, een dreigende vierde (!) golf, met in het achterhoofd de wetenschap dat de de UvA aerosoloverdracht plausibel vindt, mogen de studenten zonder mondneusmasker in de collegezalen en werkruimtes zitten. Ik heb net een rondje ‘Jan met de pet’ gedaan. Ik heb werkelijk helemaal niemand gevonden die gelooft dat mondneusmaskers wel werken als je loopt of staat, maar dat risico op besmetting stopt als je onbeschermd tegen elkaar in zit te walmen in een leslokaal of een collegezaal. Op de horde Facebookactivisten en een enkele Twitteraar na dan. En sommige mensen geloven overigens ook nog steeds niet dat mondneusmaskers überhaupt werken, maar dat terzijde.

“De UT en de VSNU hebben mij niks gevraagd en de onderwijsbestuurders zijn geheel op eigen houtje in jubelstemming geraakt over de opening van het onderwijs en het loslaten van de anderhalvemetermaatregel. Ik snap dat wel hoor. Plofuniversiteiten willen zoveel mogelijk plofstudenten op de vierkante meter.”

Femke Nijboer, docent aan de Universiteit Twente IN UTODAY.NL

Een beetje evidence-based, zeg maar

Doen de universiteiten er alles aan om coronabesmettingen tegen te gaan? Nee. Zelfs de meest laagdrempelige interventies worden niet ingezet. En dat is zo onwetenschappelijk als het maar kan.

Jeroen de Ridder, voorzitter van De Jonge Akademie, verwoordt het duidelijk:
“Waarom zegt geen enkele universiteit, hogeschool of koepelorganisatie dan: wij treffen voor de veiligheid van studenten en medewerkers toch wat aanvullende maatregelen, in lijn met wat experts in huis, bij het RIVM, ECDC en de WHO zeggen. Een beetje evidence-based, zeg maar. Bijv. toch voorlopig nog overal mondkapjesplicht binnen, grootschalig toegankelijk sneltesten om de hoek, op z’n minst vrijwillig vragen om negatief testresultaat of vacc bewijs? … Verder stijgende verbazing nu ook nog blijkt dat OMT en zelfs de GGDs (hebben die zich ooit eerder kritisch geuit over het beleid?) tegen dit plan adviseren. Hoe ging het vorige keren ook alweer toen we sneller/verder openden dan OMT adviseerde?”

Medeplichtig

@UvA_Amsterdam should have the guts to require vaccination for staff and students for access to the university buildings and provide Zoom education for those who are not vaccinated. It is too optimistic to open up for everyone in September and assume to still be open in November.” Roland Pierik, universitair hoofddocent Universiteit van Amsterdam.

Een moeilijk punt in de kritiek van Cornell op de UvA is misschien het feit dat hij de universiteit medeplichtig acht “aan de strategie van Rutte”. Cornell stelt dat de universiteit verantwoordelijkheid heeft tegenover de stad en tegenover de kwetsbaren binnen haar eigen muren. Dat heeft ieder individu, iedere instelling en ieder instituut. Maar de universiteit misschien zelfs net een beetje meer. Voor de leek zijn wetenschappelijke inzichten wellicht moeilijk te doorgronden, maar daar hebben ze bij universiteiten toch geen last van. Als ze ergens goed zouden moeten weten hoe verbonden zij zijn met de samenleving, de precedentwerking die zij scheppen door zo achteloos met risico’s om te springen, hoe politiek het coronabeleid werkelijk is, wat pre- en asymptomatische verspreiding is en wat exponentiële groei is, dan is het wel aan de universiteiten.

Verspreiding via universiteiten zal onherroepelijk tot besmettingen en verdere verspreiding in de rest van de samenleving leiden. Mensen die extra kwetsbaar zijn voor dit virus, zullen er ernstig ziek van worden of sterven, dat weten we inmiddels heel erg goed. Maar vanuit de universiteiten komt weinig roering. Of zoals Cornell schrijft: een universiteit als de “UvA die claimt studenten kritisch te leren denken en ethiek bij te brengen en zich graag laat voorstaan een instituut vol topwetenschappers te zijn” (vrij geciteerd), zou juist nu uitgebreid van zich moeten laten horen. Maar de universiteiten lopen niet voorop bij het vinden van innovatieve oplossingen om met de pandemie om te gaan. Ze zwengelen geen ethische discussies aan. Eigenlijk zijn ze oorverdovend stil. Ze volgen ‘het beleid’. Of met andere woorden: de politiek.

Een aantal universitaire docenten en professoren spreekt zich uit. Maar het is niet genoeg. Ze worden nauwelijks gehoord. Op Femke Nijboer na misschien, docent aan de Universiteit van Twente. Zij raakte een gevoelige snaar toen ze publiceerde dat ze geen ongevaccineerde studenten in haar collegezaal wilde. Want, stelt Nijboer, “[a]ls je pot-ver-drie een wetenschappelijke studie wilt doen, maar je gelooft niet in de wetenschap, wat doe je hier dan?” Maar hoe zit het dan met de universiteiten zelf? De zwijgende docenten? De wetenschappers die er werken? Al die hooggeleerde mensen die lijdzaam de politiek volgen en de wetenschap naast zich neerleggen? Nu is niet de tijd om oorverdovend stil te zijn. En daarom is het statement van Cornell – inclusief grote woorden – niet melodramatisch, maar bittere ernst en noodzaak. Die stilte moet doorbroken worden. Want, om het maar in de termen van Femke Nijboer uit te drukken: als wetenschappers pot-ver-drie al niet in de wetenschap geloven, waar staat de wetenschap dan eigenlijk voor?

1. Geen link, u kunt de ‘reaguursels’ op bijvoorbeeld weblog Geen Stijl erop naslaan.

Foto William Moreland