Over gedrag gesproken

Over gedrag gesproken

Leestijd 4 minuten

Golf nummer zoveel, persconferentie nummer zoveel. Terwijl het kabinet had gehoopt het land rond deze tijd te bevrijden van alle coronamaatregelen, trekken intensivisten aan de rem, de ouderenbond sputtert tegen en luiden een aantal virologen weer de noodklok. De remedie waar het kabinet voor de zoveelste keer mee komt: een aantal maatregelen die half-half worden toegepast en vooral veel nadruk op de eigen verantwoordelijkheid. “Ons gedrag moet om”, kopt RTL Nieuws, zal de kernboodschap zijn van persconferentie zoveel, waarin het kabinet dus voor de zoveelste keer geen verantwoordelijkheid zal nemen voor de volksgezondheid en de eigen fouten.

‘Ons‘ gedrag

Inderdaad, dacht ik direct toen ik die kop las. Als Hugo de Jonge zegt dat ‘ons‘ gedrag om moet, heeft hij het goed begrepen. Als hij met ‘ons‘ het kabinet bedoelt, tenminste. Want met de vinger nu nog een keer naar de burger wijzen, dat zal zelfs dít kabinet toch niet meer durven?

Uit de verkiezingscampagne van de VVD, verkiezingen 2021

Toch niet nadat Rutte de spoedige eindstreep van de coronacrisis als campagnetool inzette bij de Tweede Kamerverkiezingen van maart jongstleden? Of nadat Hugo de Jonge, opgesmukt met een zelfvoldane glimlach van oor tot oor, bij Op1 kwam vertellen dat we met de vaccins de coronacrisis achter ons konden laten? Nadat één van de belangrijkste adviseurs van het kabinet, Jaap van Dissel, de ‘mondkapjes‘ maar bleef afwijzen, ook al liepen wij er verplicht mee rond? Liepen, inderdaad. Want jee, die belachelijke onzin dat ze dan af mochten als je zat, dat heeft nooit iemand begrepen. Een idioot kon zien dat dit op een dag in je gezicht zou ontploffen. Of hebben we het over dat leuke liedje van Grapperhaus, waar dat mondkapje hene ging? Of zijn bruiloft? Zijn gejubel over de mate van immuniteit in Nederland, waardoor veel mensen corona krijgen nog steeds niet als iets problematisch zien? Het gedrag van Ank Bijleveld rond kerst misschien? Of jullie stilzwijgen iedere keer als de besmettingen stijgen en het hele land in rep en roer is? Dansen met Janssen? De Fieldlabevenementen? De waanzinnige decadentie rond de Formule 1 in Zandvoort? Monkey see, monkey do, beste leden van het kabinet. Dat we de coronacrisis nog steeds niet achter ons kunnen laten, ligt inderdaad aan gedrag. Aan dat van jullie. En het is inderdaad hoog tijd dat dat om gaat.

Abracadabra

Als gedragswetenschapper kan ik het woord gedrag overigens bijna niet meer horen. Ik herinner me nog goed dat ik me maandenlang schor heb moeten schreeuwen om maar duidelijk te maken dat niet het gedrag van het virus, maar het gedrag van de mens de verspreiding bepaalde. En sinds dat kwartje eindelijk gevallen is, valt het woord gedrag om de haverklap. Helaas zelden in de juiste context. Soms horen we weleens een gedragsdeskundige of een menswetenschapper aan het woord, maar dan schakelen we snel weer over naar de modellen, de data, de prognoses. En daar zit ‘m de crux. De totale arrogantie dat je binnen modellen met minutieuze precisie de pandemie naar je wensen kunt tweaken. Abracadabra, geef me maximaal 180 bezette IC bedden en het model spuugt de gewenste maatregelen uit. Nou ja, zo werkt het niet. Want één verkeerde uitspraak van de minister en je model is waardeloos. Een gedragswetenschapper zou je dat makkelijk kunnen vertellen, maar die zit op de achterbank lijdzaam te kijken naar het gedrag van het kabinet.

Kwakzalverij

Het is ook wat, dat gedrag. Iedereen weet er alles van. We hebben allemaal gedrag. We zien iedere seconde dat we wakker zijn gedrag, we maken constant inschattingen over gedrag, dus we weten alles over gedrag. Wat gedrag doet met de epidemie, dat kan zomaar iedereen dus gewoon invullen. Als antropoloog vind ik al die inschattingen en analyses uitermate fascinerend. Ik luister er graag naar, want het is ongelofelijk leerzaam. Dat echt iedereen de mond vol heeft over gedrag maar nooit iemand wérkelijk wil weten hoe het zit, ik heb de afgelopen anderhalf jaar wel geleerd mijn schouders erover op te halen. Maar zo nu en dan stoort het me toch. Als ik me bedenk dat er iedere dag mensen sterven door die kwakzalverij op gedragswetenschappelijk gebied. Zo ook vandaag.

Als ik zie dat de overheid haar verantwoordelijkheid voor de volksgezondheid alweer op de burger afwendt, terwijl diezelfde overheid haar burgers al sinds het begin van de pandemie stimuleert om risico’s te nemen. Door het verkeerde voorbeeld te geven, door te optimistische prognoses de wereld in te slingeren, door de sussende berichten over de ernst van de ziekte, door onlogisch beleid, door steevast te weinig maatregelen te nemen, door misleidende of ronduit foutieve informatie de samenleving in te slingeren, door tweedeling te veroorzaken en ruzies over zogenaamd dor hout lekker te laten gaan. Of een negatief sentiment over niet-gevaccineerden aan te wakkeren. Dan denk ik: ja, beste leden van het kabinet, de gemiddelde burger doet echt exact wat jullie willen. Krijgen zij daar nu ook al de schuld van? Nou. Kort lesje gedragskunde dan maar: als je bepaald gedrag wil stimuleren, moet je de juiste voorwaarden en de juiste omgeving scheppen. Iedere leider krijgt het volk dat hij verdient, zeg maar.

Deel op:

Corona is nog niet voorbij: Waarom ik nu toch stop

Leestijd 8 minuten

PERSOONLIJKE BRIEF

Wim Schellekens, lid RedTeam, 2 november 2021

Op 1 november 2021 maakte het RedTeam bekend dat het als team ophoudt te bestaan[1]. Een aantal leden van het RedTeam gaat op persoonlijke titel en vanuit hun eigen expertise en ervaring door met het geven van duiding, analyse en adviezen. Zelf kies ik daar niet voor.

In deze persoonlijke brief wil ik motiveren waarom ik deze keuze maak. Tegelijk wil ik de gelegenheid aangrijpen om kort op een rij te zetten wat het RedTeam was, wat het RedTeam voor mij heeft betekend en wat ik heb ervaren als mogelijke lessen voor de toekomst.

RedTeam

Sinds juli 2020 heb ik – eerst met drie en kort daarna – met elf collegae een team gevormd dat ongevraagd duiding, analyse en advies gaf over de corona-aanpak en de gevolgen van het kabinetsbeleid. Het was een bijzonder team. Het bestond uit experts met een grote diversiteit van relevante expertise en veldervaring uit eerdere epi- en pandemieën in Nederland, Afrika en Azië (Sars, Ebola, HIV/AIDS)[2].

Wij vormden met elkaar een vrijwillige, geheel onafhankelijke, niet-gefinancierde groep experts, die bij elkaar dezelfde missie, visie en waarden herkenden. Wij noemden onszelf ‘RedTeam’ omdat in een complexe crisis het gebruikelijk en noodzakelijk is om een RedTeam aan te stellen naast het ‘Blue Team’ dat de aanpak van de crisis leidt. Zo’n RedTeam geeft op basis van eigen analyse en duiding constructieve tegenspraak, om daarmee tunnelvisie en blinde vlekken van het Blue Team te voorkómen. In tegenstelling tot de gewenste situatie, had ons RedTeam geen formele of gevraagde status. Wij deden dit in onze vrije tijd naast ons gewone werk. Helaas bleek – ondanks aandringen van onze kant – communicatie of samenwerken met het kabinet en het OMT door hen niet gewenst.

Inbreng van het RedTeam

Van juli tot december 2020 heeft het RedTeam ongevraagd een aantal waarschuwingsbrieven, beleidsadviezen en onderwerpsgerichte adviezen (over veilige heropening van scholen, over mondneuskapjes en over testbeleid) uitgebracht. Tweemaal heeft het RedTeam een hoorzitting gegeven aan de Tweede Kamer. U kunt dit alles terugvinden op onze website: www.C19RedTeam.nl. Hier vindt u ook een totaaloverzicht van onze bijdragen in krant, radio en TV[3].

Op 4 februari 2021[4] maakte het RedTeam per openbare brief bekend als RedTeam voorlopig geen adviezen meer uit te zullen brengen. Belangrijkste reden was dat het kabinet vanaf het begin voor een andere strategie had gekozen (nl. het virus laten rondgaan op geleide van de ziekenhuis/IC-capaciteit) dan die wij hadden geadviseerd (nl. omlaag brengen en laag houden van het aantal besmettingen). Door te blijven hameren op de noodzaak van een ander beleid, zou het RedTeam geweld doen aan haar kernwaarde van ‘constructieve tegenspraak’ en in de beeldvorming al snel vervallen in activisme.

Vanaf februari 2021 hebben leden van het RedTeam, inclusief ik zelf, nog wel op individuele basis inbreng gegeven via persoonlijke contacten bij regerings- en oppositiepartijen in de Tweede Kamer, en op verzoek via bijdragen in kranten, radio en TV.

Waarom ik nu stop

Actieve deelname aan het RedTeam is voor mij een van de meest stimulerende ervaringen geweest in mijn loopbaan. De combinatie van competenties, ervaring, inzet en samenwerking vanuit een onafhankelijke positie met een gedeelde missie, visie en waarden leverde producten op die goed onderbouwd en breed gedragen waren en die een hoopvol, realistisch perspectief en alternatief boden in de landelijke discussie over de aanpak van deze coronacrisis.

Het RedTeam heeft besloten te stoppen om als team naar buiten te treden. Individuele leden zullen vanuit hun expertise en ervaring doorgaan om gevraagd en ongevraagd duiding te geven aan wat er gebeurt, de situatie te analyseren en adviezen te geven.

Mijn inbreng in het RedTeam deed ik vanuit mijn zorgervaring als huisarts en public-health-arts in eerste en tweedelijn en vanuit mijn bestuurlijke en toezichthoudende expertise. Ik ben geen expert op het gebied van virologie, epidemiologie, gedragskunde, data-analyse en ik heb ook geen epidemiologische-veldervaring. Mijn kracht kwam tot zijn recht binnen het functioneren in dit RedTeam. Nu dat team wegvalt, is het mijns inziens wijs niet meer bij te dragen aan het debat over de aanpak van deze pandemie. Ik weet dat er veel mensen zijn die steun vonden bij wat het RedTeam deed en ook bij wat ik in de media naar voren bracht. Het gaf hen hoop. Doorgaan heeft echter nu geen toegevoegde waarde meer.

Kernboodschappen van het RedTeam

Wat hebben we geleerd dat nuttig kan zijn bij de verdere aanpak van deze coronacrisis en ook wanneer er zich onverhoopt een nieuwe pandemie zou aandienen?

Onze kernboodschappen, die in onze brieven en adviezen steeds leidend geweest, bruikbaar als toetsingspunten bij de evaluatie van het beleid en als checklist voor toekomstig beleid:

  1. “Corona is geen griepje”
    Het is een zeer besmettelijke A-ziekte, met mogelijk een ernstig en ook dodelijk verloop. De druk op de zorg is potentieel zeer hoog met daardoor verdringing van de reguliere zorg.
  2. Stuur niet op ziekenhuiscapaciteit[5], maar op het omlaag brengen en laag houden van het aantal besmettingen.
    Hier lopen de belangen van de patiënt, de zorg, bedrijfsleven, cultuur en economie parallel.
    Het aantal besmettingen groeit zonder maatregelen exponentieel (verdubbelingstijd 10-14 dagen). Daarom is snelle interventie al noodzakelijk als het aantal besmettingen nog laag is. Als deze interventie snel en krachtig is, kan deze ook kort duren.
    Houd vervolgens het besmettingsniveau laag door het handhaven van de basismaatregelen[6] samen met intensief indambeleid[7].
    Op deze wijze wordt ook voldaan aan het ‘voorzorgprincipe’. Vanuit risicomanagement: vermijden van risico’s die bij optreden niet aanvaardbaar zijn (‘Better Safe Than Sorry’).
    Gebruik de adviezen van de WHO, de ECDC, (inter)nationale experts en leer van ervaringen in andere landen.
  3. Maak het beleid voorspelbaar.
    Stel landelijk en regionaal routekaarten vast, met indicatoren per fase, met daaraan gekoppeld in zwaarte toe/afnemende maatregelen die gebruikt worden bij op- en afschalen. Én als kabinet: houd je daar dan ook aan. Dat is een belangrijke voorwaarde voor vertrouwen van de burger in de leiding.
  4. Vaccineren heeft topprioriteit, maar is niet genoeg.
    Vaccineren beschermt tegen ernstig ziek worden en dus tegen opname in ziekenhuis en IC.
    Het vaccinatiebereik is nu 82%, effectiviteit is 85%, effect vermindert in de tijd, effectiviteit bij nieuwe varianten is nog onbekend, na vaccinatie is er nog steeds (geringe) kans besmet te worden en dan ook anderen te besmetten. Een bewijs van vaccinatie geeft dus geen zekerheid dat de persoon niet besmettelijk is en biedt als coronatoegangsbewijs (CTB) dus schijnveiligheid.
    Er zijn nog steeds 2-3 miljoen mensen die niet beschermd zijn. Voor hen is brede toepassing van het CTB, waar het kabinet nu op lijkt in te zetten, dus onvoldoende als bescherming. Met name voor hen, maar ook voor de gevaccineerden, is het laag houden van het aantal besmettingen dus van groot belang, oftewel: voor iedereen is het behouden van de basismaatregelen – en zo nodig intensief indambeleid – essentieel.
  5. Communicatie en vertrouwen zijn basisvoorwaarden.
    Goede communicatie is de sleutel om draagvlak te krijgen en te houden voor noodzakelijk beleid dat pijn doet. Deel dilemma’s, bouw voldoende urgentie op zonder paniek te veroorzaken, grijp tijdig en krachtig in, bied perspectief (routekaart), zorg voor een heldere advies-, besluitvormings- en verantwoordingsstructuur, communiceer eenduidig en consequent wat er van de burger wordt verwacht en handhaaf daar ook op. Bestrijd desinformatie.
    Vertrouwen in de leiding is essentieel.
  6. Advisering, besluitvorming, verantwoording, evaluatie.
    Advisering dient onafhankelijk te zijn, vanuit alle relevante disciplines. Voorkom dat de advisering alleen plaatsvindt binnen de politieke context: wat de politici willen horen.
    Benoem daarnaast een onafhankelijk team met de opdracht constructieve tegenspraak te leveren, om daarmee kokerdenken te voorkómen: een ‘RedTeam’.
    Besluitvorming door het kabinet dient inzichtelijk en toetsbaar te zijn.
    Afleggen van verantwoording aan de Tweede kamer dient transparant en lerend te zijn. De tegenmacht van de Tweede Kamer kan en mag niet belemmerd worden door politieke overwegingen.
    Organiseer al tijdens de crisis tussentijdse, onafhankelijke evaluatie om te leren van fouten, te leren van andere landen. De WHO heeft duidelijke adviezen voor zo’n ‘in-action-review’. Fouten maken is normaal. Fouten erkennen en beleid aanpassen is een teken van kracht.

Terzijde nog twee korte opmerkingen over de huidige situatie (begin november 2021). Deze is zeer zorgelijk. Er is landelijk in toenemende mate sprake van een vertrouwenscrisis tussen politiek en burger, en dat niet alleen door de aanpak van de coronacrisis. Dit ondermijnt het draagvlak voor noodzakelijke maatregelen.
Dan nog even over de zorg: ziekenhuizen en IC’s liggen weer overvol en de reguliere zorg wordt op veel plaatsten alweer verdrongen. Er is daardoor veel verborgen leed. De verpleegkundigen kunnen het echt niet meer aan. Dit blijkt uit de ziekteverzuimcijfers, de aantallen burn-out, en het feit dat in sommige ziekenhuizen hierdoor het aantal IC-bedden zelfs is afgeschaald.

Uitbreiding IC-capaciteit is om deze reden een illusie. Een zorginfarct is zichtbaar en er dreigt opnieuw ‘code zwart’. De enige oplossing is het zo snel mogelijk omlaag brengen van het aantal besmettingen. Het kabinet weet inmiddels hoe dat moet.

Wanneer gevraagd zou worden hoe een toekomstige epi-/pandemie zou moeten worden aangepakt, dan denk ik graag weer mee: we hebben veel geleerd en het zou goed zijn als deze lessen ook daadwerkelijk getrokken zouden worden.

2 november 2021

Wim Schellekens, voormalig huisarts, ziekenhuisbestuurder, hoofdinspecteur en lid RedTeam


[1] https://www.c19redteam.nl/wp-content/uploads/2021/11/2021-11-01_Afscheid_Red_Team-1.pdf

[2] https://www.c19redteam.nl/over-red-team-c19-nl/

[3] https://www.c19redteam.nl/red-team-c19-nl-in-de-media/

[4] https://www.c19redteam.nl/wp-content/uploads/2021/02/2021-02-04_-_Waar_is_het_RedTeam.pdf

[5] Sturen op ziekenhuiscapaciteit heeft als gevolg dat noodzakelijke maatregelen steeds te laat worden ingevoerd, met grote (vermijdbare) schade aan patiënten, de zorg en de zorgverleners (m.n. de verpleegkundigen). Door de noodzakelijke maatregelen, die dan ook veel langer moeten duren, ontstaat ook grote (vermijdbare) schade aan het bedrijfsleven, de cultuur en de economie. We hebben dat in de eerste en tweede golf gezien en we dreigen het nu (begin november 2021) weer te gaan zien.

[6] Basismaatregelen: voor het laag houden van het aantal besmettingen is een combinatie van maatregelen nodig die elk voor zich meer of minder meerwaarde hebben, maar gezamenlijk effectief zijn (model van de Zwitserse gatenkaas): thuis blijven en laten testen bij klachten, afstand houden, persoonlijke hygiëne, gebruik van mondneusmaskers, zo veel mogelijk thuis werken, ventilatie, vermijden van groepen.

[7] Intensief indambeleid: het doorbreken van de besmettingsketen via het bron- en contactonderzoek door de GGD, inclusief niet-vrijblijvende isolatie en quarantaine. Elke besmetting is een bron van meer besmettingen en verdere besmetting dient daarom actief te worden bestreden door isolatie van de besmette persoon en quarantaine van diens contacten.

Deel op:

Opschalen maar…

Leestijd 6 minuten

Vandaag 12 jaar geleden beviel ik in een ziekenhuis in Nederland van mijn oudste dochter. Met de staart tussen de benen was ik drie weken daarvoor van Sierra Leone terug naar Nederland gevlogen. Met de allerlaatste vlucht die me als hoogzwangere nog mee wilde nemen. Het zat namelijk zo. Mijn baby lag in een stuit en de placenta was ingegroeid, dichtbij de opening van de baarmoedermond. Ze moest met een keizersnede gehaald worden, dat wist ik al ver van tevoren.

Mijn gynaecoloog in Sierra Leone was echt heel goed, met heel wat internationale kilometers op de teller. Hij had keizersnedes gedaan in de middle of nowhere. Ik had echt geen twijfel over zijn kennis of kunde. Maar hij was ook al heel oud. En hij ging graag naar familie in het binnenland. Een trip naar een stad 100km verderop kon tijdens het regenseizoen zo een dag in beslag nemen. Het spookte door mijn hoofd: als ze nou toch spontaan zou willen komen, mijn baby, en mijn gynaecoloog zou een weekendje het binnenland in zijn? Ik had er nachtmerries van. Dat nauwelijks opgeleide verpleegkundigen me moesten helpen met een onmogelijke bevalling. En dat er zoveel stress was rond mijn bevalling, dat mijn dochter ongemerkt verwisseld werd met een andere baby. De ochtend na die nachtmerrie ben ik naar het kantoor van Royal Air Maroc gegaan en wilde daar pas vertrekken toen ze een vlucht voor me regelden.

Helaas was het niet eind goed, al goed. De gynaecoloog in Nederland, ook niet onervaren trouwens, schoof minzaam mijn dossier uit Sierra Leone – ongelezen – onderop en bestelde een natuurlijke bevalling voor me. Dat ging mis want de baarmoeder kon niet open en ‘s avonds, na vele uren schreeuwen en janken, kreeg ik dan eindelijk pijnstilling en die keizersnede. Mijn dochter kwam om 21.02 uur ter wereld.

Ik heb mezelf voor mijn kop geslagen, alle dagen van het anderhalf jaar vol met operaties en ziekenhuisopnames die op mijn bevalling volgden. Was ik maar in Sierra Leone gebleven. Voor mijn gynaecoloog daar was een keizersnede gewoon routine en kon ik het zelf betalen, dus geen gedoe met ‘goedkopere zorg’. En toch denk ik nu, 12 jaar later, dat ik de juiste beslissing nam. Ondanks alle complicaties. Want stel dat mijn gynaecoloog daar de dag van mijn bevalling echt niet beschikbaar was geweest? Op reis, of ziek? Of druk met andere bevallingen? Dat is niet denkbeeldig, want in Sierra Leone zijn niet veel gynaecologen. Baby en moedersterfte tijdens bevallingen is daar torenhoog. En daar moest ik vandaag aan denken toen ik dit bericht zag: “Bevallen in het ziekenhuis in Zutphen? Dat kan voorlopig even niet.” En dit bericht: “Parkeerplaatsbaby’s en lang rijden; bevallen in ziekenhuis steeds lastiger.” En deze: “Strijden om een bed op regionale kraamafdelingen: ‘Het is vreselijk nee te moeten verkopen’.” Of deze: “Floor woont op vijf minuten van ziekenhuis, maar moest 40 minuten verderop bevallen: ‘Shit, alles zat vol’.”

Mijn oudste groeide de eerste jaren van haar leven op in Sierra Leone. Ze heeft er een fantastische kindertijd gehad en ik moet zeggen: het moederschap is daar ook vele malen leuker, makkelijker en meer een natuurlijk onderdeel van het leven dan hier. Dus we hadden het er allebei fijn. Maar het is en blijft één van de armste landen ter wereld. En nu was ik zelf niet echt arm (ook echt niet rijk trouwens) en was het leven daar voor mij echt niet moeilijk, één zorg speelde altijd in mijn achterhoofd. Altijd. 24/7. 60 seconden per minuut. Zorg. Wat nou als ze ziek wordt? Wat nou als ík ziek word? Wat nou, als geen zak geld ter wereld me kan helpen omdat de kennis er gewoon niet is, of de verzorgenden? Dat maakt het leven onzeker. De dood staat altijd dicht bij het leven. Toen ebola in Sierra Leone kwam, besloot ik daarom mijn dochter niet meer te laten terugkeren. En zijn we uiteindelijk samen hier neergestreken.

Pas als je het hebt meegemaakt, als je het hebt gezien, gevoeld, geleefd, weet je wat het is. Als je nergens terechtkunt met je zieke kind, of je zieke moeder, je partner. Als je mensen die je liefhebt ziet sterven en je helemaal niets voor ze kunt doen. Het leert je iets over het leven. En over de dood. Tijdens ebola heb ik zoveel dramatische dingen gezien, ik krijg het mijn leven lang niet meer van mijn netvlies af. Dode ouders in huis, kleine kinderen op het erf in quarantaine zonder begeleiding, zonder voedsel en water. Het is een dolksteek recht in je hart als je naar dit soort leed moet kijken en helemaal niets kunt doen.

Wat was ik dankbaar dat ik naar Nederland kon. Dat het hier veilig was. Dat hier een mensenleven iets waard was. Dat de ambulance er binnen zes minuten is en dat het meeste, meestal, goedkomt. Zo’n zorgstelsel is iets om te zoenen, om van te houden, om te koesteren en nooit weg te willen gooien. Want dat ondermijnende geknaag in je achterhoofd, die zorg dat je je kind niet kan helpen, dat je kind ieder moment wees kan worden, die heb je hier gewoon niet. De meesten van ons niet, dan.

 “Een groot deel van de Nederlandse bevolking zal besmet raken met het virus.”

De schock was groot toen ik Rutte op 16 maart 2020 hoorde zeggen dat een groot deel van de Nederlandse bevolking besmet zou raken met het coronavirus, maar dat dat noodzakelijk was om groepsimmuniteit op te bouwen. Terwijl in andere landen al vele mensen aan de beademing lagen en de zorg compleet onderuit gezakt was, wilden wij jubelend het ziekbed in. Ik begreep het gewoon niet. En ik denk dat ik nog altijd de vaste grond onder mijn voeten niet heb hervonden. Het was en is extreem en dat een groot deel van de Nederlandse bevolking dit fantastisch vond (en als we eerlijk zijn, nog altijd vindt), dat is onbegrijpelijk. Dat gewauwel over vrijheid, we moeten nu leven, we kunnen niet eeuwig… . Dit soort geklets verwacht je in een land met een hele lage levensverwachting als Sierra Leone – waar je echt iedere dag mee wil pakken – en zelfs daar denken ze zo niet. Wij hebben een hele hoge levensverwachting. Wij zouden best twee maanden binnen kunnen zitten om zo met zo’n virus af te rekenen. We zijn ook rijk genoeg om zoiets te kunnen financieren. We hadden dat gewoon gekund. Maar we wilden het niet. En eigenlijk is dat maar om één reden: we vinden ziekte helemaal niet zo erg.

Als je zo’n belachelijk goed zorgstelsel hebt als Nederland, is ziekte doorgaans ook niet echt iets waar je je zorgen over hoeft te maken. Dat begrijp ik. En het is dan ook juist dat zorgstelsel dat ons de nek om heeft gedraaid. Opschalen maar en we kunnen weer bitterballen eten op een terras. Dansen en feesten, doen we er nog een paar ‘bedden’ bij. Totdat de rek er echt uit is, dan moeten we een paar stappen terug, maar zo min mogelijk en zo kort mogelijk. Intussen lallen we over ons biertje heen dat er maar meer IC-verpleegkundigen opgeleid moeten worden, en snel een beetje. Het weekendje weg staat voor de deur. En we moeten op vakantie. Dan halen ze die verpleegkundigen maar van andere afdelingen, of uit het buitenland ofzo. Proost. De noodkreten uit de zorg kwamen nauwelijks boven het glasgerinkel uit. You Only Live Once.

Al een tijdje laat de zorg ons weten: het ging al niet goed, maar de koek is echt op. Personeel is steeds vaker ziek thuis, personeel loopt weg, er komt niet genoeg personeel bij. En toch blijven we doorgaan. Terwijl we de eerste haarscheuren al zien. De tijd komt dat je, zelfs al zou je je hele bankrekening plunderen, op bepaalde momenten (of voor bepaalde aandoeningen) gewoon geen zorg kunt krijgen. Wij wilden per se geen nieuw normaal, maar dat hebben we toch gekregen. Want het oude normaal, komt niet meer terug. We accepteren nog meer ziekte, nog meer druk op de zorg, nog meer langdurige ziekte, meer (over)lijden en meer verdriet. Ouders zullen gaan merken wat het is als je voor je kind geen zorg dichtbij huis kunt krijgen, maar daar in een ander land voor terecht moet. Wat het is om geen hulp bij de bevalling te kunnen krijgen. We zullen gaan merken wat het is als je geen zorg meer kunt kopen voor je oude ouders en er helemaal zelf voor staat. In ons nieuwe normaal komt de dood steeds dichter bij het leven te staan en wordt zorgen voor anderen een steeds groter onderdeel van ons bestaan. Nou, proost. Dan leren we misschien ooit toch wat het is om voor elkaar te zorgen.

Deel op:
Als zelfs de wetenschap niet in wetenschap gelooft

Als zelfs de wetenschap niet in wetenschap gelooft

Leestijd 8 minuten

“Nogal melodramatisch,” noemt een kennis – werkzaam aan de Universiteit van Amsterdam – de eergisteren verschenen publieke ontslagbrief van universitair docent Matt Cornell. De ontslagbrief werd gepubliceerd in Folia en kreeg veel aandacht in de landelijke kranten. Cornell nam ontslag uit protest tegen de volledige heropening van de universiteit, waarbij geen adequate voorzorgsmaatregelen tegen verspreiding worden genomen. Dat mijn kennis dit ‘melodramatisch’ noemt, vind ik geen verrassende reactie. Want het is nogal opzienbarend voor Nederland, dat iemand consequenties verbindt aan zijn ongenoegen over politieke beslissingen. Wij zeuren en klagen wel graag, en ook al heeft meer dan de helft van ons geen vertrouwen meer in het overheidsbeleid; als de overheid zegt dat die mondkap af kan, dan doen we dat. No questions asked. Daar mor je misschien wat over, zet een boos bericht op social media, je bent even flink verontwaardigd, maar dat is het dan wel. Cornell niet, die maakte een fors statement met zijn ontslag. En dat valt moeilijk.

“De GGD en het Outbreak Management Team, nota bene de experts die de regering adviseren, hebben geadviseerd om het hoger onderwijs voorlopig nog niet te heropenen. Door dat te negeren volgt de universiteit de lijn-Rutte, en niet het advies van Nederlandse of internationale experts op het gebied van volksgezondheid. De UvA wordt hierdoor medeplichtig aan de schandalige manier waarop dit kabinet deze crisis heeft aangepakt.”

Matt Cornell, docent aan de Universiteit van Amsterdam in AT5.NL

De toon maakt de muziek

Cornell kreeg veel kritiek te verduren op zijn statement. Kritiek die vooral over de toon en de ‘grote woorden’ gaat, zoals meestal het geval is als het moeilijk wordt. En zoals gewoonlijk blijft de inhoud van Cornell’s statement grotendeels onbesproken. Hij is een “matennaaier”, “extreem doorgeslagen”, een “fulltime cry baby”, niet bijster slim en bovendien heeft hij het lef om het Nederlands beleid eugenetisch te noemen1. Nou, dan ben je gewoon af. Logisch. Cornell mag niet meer meedoen, zich lekker thuis in isolatie een potje gaan zitten aanstellen. Dan klagen wij nog even door over het overheidsbeleid. Wij mogen dat namelijk wel, met de vinger wijzen als er via de hogescholen en universiteiten een nieuwe golf op gang komt. Komt door de overheid, dat vinden we dan wel, maar we gebruiken er beter geen ‘grote woorden’ voor. Het klopt overigens ergens wel trouwens, dat het door de overheid komt. De overheid zet immers het beleid uit. Maar dat iets mag, wil niet zeggen dat je het ook moet doen. Dat geldt misschien wel in het bijzonder voor de universiteiten. En daar gaat Cornell’s protest over. En dat Cornell grote woorden en daden gebruikt, is niet voor niets.

Gedrag heeft consequenties. Dat leken zich niet altijd bewust zijn van die consequenties of simpelweg geen macht of overzicht hebben, is begrijpelijk. Maar bij universiteiten zouden ze toch moeten weten welke consequenties er vastzitten aan hun handelen. Stapje terug in de tijd. Die richtlijnen voor de zorg, voor het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen, weet u nog? Die richtlijn van het RIVM (mede ingegeven door schaarste), die stelde dat het gebruik van bepaalde PBM niet nodig was voor bijvoorbeeld zorgmedewerkers in de verpleeghuizen? En een richtlijn die stelde dat het testen van bewoners in de verpleeghuizen niet nodig was? Na de grote golf van uitbraken in die verpleeghuizen zei het RIVM ontwijkend: het was maar een handreiking, die instellingen hebben een eigen verantwoordelijkheid. Terwijl die instellingen zelf weer terugwijzen naar het RIVM. Wie nu werkelijk verantwoordelijk is, laat ik onbesproken. Feit is dat we intussen weten wat consequenties zijn van ‘klakkeloos volgen’, dat er een groot beroep wordt gedaan op onze eigen verantwoordelijkheid en dat we dat heel serieus moeten nemen. Cornell spreekt de UvA terecht aan op die verantwoordelijkheid.

Onwetenschappelijk

In een reactie op het ontslag van Cornell zegt een woordvoerder van de UvA kortweg: “[w]e doen er alles aan om coronabesmettingen op onze instellingen tegen te gaan.” Dat er binnenkort in een universiteitsgebouw zelfs een priklocatie geopend wordt waar studenten hun vaccinatie kunnen halen, is in de ogen van deze woordvoerder blijkbaar preventie. Ook al ben je pas twee maanden na de eerste prik goed beschermd tegen ernstige ziekte en in mindere mate voor besmetting met het coronavirus. En daar ligt het hele grote pijnpunt. De heropening van de hogescholen en de universiteiten komt te vroeg. Het is bovendien tegen het wetenschappelijk advies van het OMT in. En ook de praktische ervaring van de GGD’en wordt aan de kant geschoven. De universiteiten zetten door, ze gaan open, zonder al teveel poespas. Tegen wetenschappelijke inzichten in, herhaal ik nog maar eens. Nou. Dan mag je Cornell ‘melodramatisch’ noemen, maar van een wetenschappelijk instituut mag je toch verwachten dat juíst daar meer gewicht wordt gehangen aan wetenschappelijk inzicht boven politieke beslissingen. Cornell heeft gelijk. De universiteiten zijn onwetenschappelijk bezig.

“We doen er alles aan”

Cornell beschrijft in zijn ontslagbrief hoe de UvA enerzijds een studie aanprees van haar eigen onderzoekers die waarschuwde voor de gevaren van aerosoloverdracht en het gebruik van maskers adviseerde, maar zich anderzijds een uitzonderingspositie aanmat. Toen in Nederland een mondkapjesplicht werd afgekondigd, vond de UvA dat dit niet voor haar campussen gold, omdat die niet publiek toegankelijk zijn. Wat is het idee achter deze beslissing, vraag je je af. Wetenschap? Blijkbaar niet, want er kwam geen wetenschappelijk onderbouwd betoog tégen het gebruik van mondneusmaskers op de campus. Een mening dus. En dat is best kwalijk, voor een universiteit. Zeker als je je bedenkt dat deze crisis voor de meeste academici die in de universiteiten rondlopen, ook de grootste crisis van hun tijd is en daarom in wetenschappelijk opzicht een rijke bron aan studiemateriaal oplevert, of op zou moeten leveren.

@UvA_Amsterdam removing your masks *in the rooms* is exactly where things go wrong. Have you heard that COVID-19 is airborne? This is not safe, it is not safe for instructors, it is not safe for students.” Professor Arianna Betti, Universiteit van Amsterdam.

Het gaat overigens niet alleen om toen, toen alles nog nieuw was en niemand wist hoe lang het zou duren en hoe ingrijpend het allemaal zou zijn. Ook nu, met de deltavariant in opkomst, een dreigende vierde (!) golf, met in het achterhoofd de wetenschap dat de de UvA aerosoloverdracht plausibel vindt, mogen de studenten zonder mondneusmasker in de collegezalen en werkruimtes zitten. Ik heb net een rondje ‘Jan met de pet’ gedaan. Ik heb werkelijk helemaal niemand gevonden die gelooft dat mondneusmaskers wel werken als je loopt of staat, maar dat risico op besmetting stopt als je onbeschermd tegen elkaar in zit te walmen in een leslokaal of een collegezaal. Op de horde Facebookactivisten en een enkele Twitteraar na dan. En sommige mensen geloven overigens ook nog steeds niet dat mondneusmaskers überhaupt werken, maar dat terzijde.

“De UT en de VSNU hebben mij niks gevraagd en de onderwijsbestuurders zijn geheel op eigen houtje in jubelstemming geraakt over de opening van het onderwijs en het loslaten van de anderhalvemetermaatregel. Ik snap dat wel hoor. Plofuniversiteiten willen zoveel mogelijk plofstudenten op de vierkante meter.”

Femke Nijboer, docent aan de Universiteit Twente IN UTODAY.NL

Een beetje evidence-based, zeg maar

Doen de universiteiten er alles aan om coronabesmettingen tegen te gaan? Nee. Zelfs de meest laagdrempelige interventies worden niet ingezet. En dat is zo onwetenschappelijk als het maar kan.

Jeroen de Ridder, voorzitter van De Jonge Akademie, verwoordt het duidelijk:
“Waarom zegt geen enkele universiteit, hogeschool of koepelorganisatie dan: wij treffen voor de veiligheid van studenten en medewerkers toch wat aanvullende maatregelen, in lijn met wat experts in huis, bij het RIVM, ECDC en de WHO zeggen. Een beetje evidence-based, zeg maar. Bijv. toch voorlopig nog overal mondkapjesplicht binnen, grootschalig toegankelijk sneltesten om de hoek, op z’n minst vrijwillig vragen om negatief testresultaat of vacc bewijs? … Verder stijgende verbazing nu ook nog blijkt dat OMT en zelfs de GGDs (hebben die zich ooit eerder kritisch geuit over het beleid?) tegen dit plan adviseren. Hoe ging het vorige keren ook alweer toen we sneller/verder openden dan OMT adviseerde?”

Medeplichtig

@UvA_Amsterdam should have the guts to require vaccination for staff and students for access to the university buildings and provide Zoom education for those who are not vaccinated. It is too optimistic to open up for everyone in September and assume to still be open in November.” Roland Pierik, universitair hoofddocent Universiteit van Amsterdam.

Een moeilijk punt in de kritiek van Cornell op de UvA is misschien het feit dat hij de universiteit medeplichtig acht “aan de strategie van Rutte”. Cornell stelt dat de universiteit verantwoordelijkheid heeft tegenover de stad en tegenover de kwetsbaren binnen haar eigen muren. Dat heeft ieder individu, iedere instelling en ieder instituut. Maar de universiteit misschien zelfs net een beetje meer. Voor de leek zijn wetenschappelijke inzichten wellicht moeilijk te doorgronden, maar daar hebben ze bij universiteiten toch geen last van. Als ze ergens goed zouden moeten weten hoe verbonden zij zijn met de samenleving, de precedentwerking die zij scheppen door zo achteloos met risico’s om te springen, hoe politiek het coronabeleid werkelijk is, wat pre- en asymptomatische verspreiding is en wat exponentiële groei is, dan is het wel aan de universiteiten.

Verspreiding via universiteiten zal onherroepelijk tot besmettingen en verdere verspreiding in de rest van de samenleving leiden. Mensen die extra kwetsbaar zijn voor dit virus, zullen er ernstig ziek van worden of sterven, dat weten we inmiddels heel erg goed. Maar vanuit de universiteiten komt weinig roering. Of zoals Cornell schrijft: een universiteit als de “UvA die claimt studenten kritisch te leren denken en ethiek bij te brengen en zich graag laat voorstaan een instituut vol topwetenschappers te zijn” (vrij geciteerd), zou juist nu uitgebreid van zich moeten laten horen. Maar de universiteiten lopen niet voorop bij het vinden van innovatieve oplossingen om met de pandemie om te gaan. Ze zwengelen geen ethische discussies aan. Eigenlijk zijn ze oorverdovend stil. Ze volgen ‘het beleid’. Of met andere woorden: de politiek.

Een aantal universitaire docenten en professoren spreekt zich uit. Maar het is niet genoeg. Ze worden nauwelijks gehoord. Op Femke Nijboer na misschien, docent aan de Universiteit van Twente. Zij raakte een gevoelige snaar toen ze publiceerde dat ze geen ongevaccineerde studenten in haar collegezaal wilde. Want, stelt Nijboer, “[a]ls je pot-ver-drie een wetenschappelijke studie wilt doen, maar je gelooft niet in de wetenschap, wat doe je hier dan?” Maar hoe zit het dan met de universiteiten zelf? De zwijgende docenten? De wetenschappers die er werken? Al die hooggeleerde mensen die lijdzaam de politiek volgen en de wetenschap naast zich neerleggen? Nu is niet de tijd om oorverdovend stil te zijn. En daarom is het statement van Cornell – inclusief grote woorden – niet melodramatisch, maar bittere ernst en noodzaak. Die stilte moet doorbroken worden. Want, om het maar in de termen van Femke Nijboer uit te drukken: als wetenschappers pot-ver-drie al niet in de wetenschap geloven, waar staat de wetenschap dan eigenlijk voor?

1. Geen link, u kunt de ‘reaguursels’ op bijvoorbeeld weblog Geen Stijl erop naslaan.

Foto William Moreland

Deel op:

Dat hangt ervan af. Wat wil je leren?

Leestijd 6 minuten

Geschreven door Marino van Zelst, promovendus Organisatiewetenschappen en postdoc infectieziektenmodellering

Als ik besluitvormers spreek die om advies vragen omtrent organisatievraagstukken, krijgen ze steevast hetzelfde antwoord. “Marino, hoe moet ik het strategische proces beter inrichten?” waarop altijd volgt: “Tsja, dat hangt ervan af. Wat wil je leren?”

“It depends. It always depends.” Mijn studenten kunnen het niet meer aanhoren. In een werkcollege bij het vak strategische besluitvorming speelden we vaak een serious game. Dat is een mooie onderwijstool, waarbij we de realiteit zo goed mogelijk proberen na te bootsen. Studenten kunnen dan experimenteren met die realiteit door zelf keuzes te maken. Het mooie aan een serious game is dat er geen goede of foute keuzes zijn: er is geen vastgelegde uitkomst die ‘het beste’ is. Dit creëert de mogelijkheid om te leren, omdat er geen externe stimulans is om specifieke besluiten te nemen. Na een bepaalde werkgroep raakte ik in gesprek met een aantal studenten en vroeg ik hen wat ze van het vak vonden en wat we beter zouden kunnen doen. Een student zei: “ik vind het vak erg interessant, maar het is extreem complex. Kun je het vak niet wat makkelijker maken?”. Ik was even stil en zei: “dat hangt ervan af, wat is het doel van het volgen van het vak voor jou?” Het antwoord: “Ja, ik zit hier natuurlijk om te leren, duh.” We kaatsten nog wat op en neer en uiteindelijk besloot ik met: “De sleutel is lerend vermogen. Fouten maken mag, fouten maken ga je ook doen. Dat is okay, zolang je er maar van leert.”

De afgelopen tijd heb ik vaak moeten denken aan dit gesprek. Fouten maken mag, zolang je er maar van leert: misschien wel de kern van goede besluitvorming. Een beroemde quote, toegeschreven aan Albert Einstein, stelt dat de definitie van krankzinnigheid is om steeds weer hetzelfde doen, maar andere resultaten te verwachten. Dit begrijpen we allemaal wel. Maar de vraag is niet waarom dit het geval is, want dat is vrij simpel te beantwoorden. De belangrijkere vraag is waarom we steeds weer hetzelfde doen, ondanks dat we negatieve uitkomsten zien en ervaren. Zoiets zagen we ook na de kardinale fout van #dansenmetJanssen. Rutte noemde het een inschattingsfout. De Jonge, na twee weken lang het exponentiële probleem aanschouwd te hebben, formuleerde het als volgt: “De les is dat als je je op onbekend terrein begeeft, dat je dan toch het zekere voor het onzekere moet nemen.” Alsof we van tevoren niet wisten dat de besluiten van 18 juni genomen werden op onbekend terrein.

Het was natuurlijk geen inschattingsfout. De eerste golf kun je duiden als een inschattingsfout: we hadden geen ervaring. De tweede, derde, en nu vierde golf waren geen inschattingsfouten. Het waren bewust genomen risico’s, ondanks de waarschuwingen van vele experts en lessen uit het buitenland. Waarom werden die besluiten dan toch herhaald, ondanks dat de eerste golf ons leerde dat te laat ingrijpen gruwelijke gevolgen heeft gehad (een onderzoek uit Engeland liet zien dat als de lockdown in de eerste golf een week eerder begonnen was, er ongeveer 25.600 sterfgevallen voorkomen hadden kunnen worden[1])?

Hier kunnen we een aantal lessen trekken uit ‘mijn’ vakgebied, ‘performance feedback theory’ en ‘behavioral strategy’ (beide voortkomend uit de ‘Behavioral Theory of the Firm’ van Cyert en March, verplicht leesmateriaal). In het algemeen zien we dat besluitvormers actie beginnen te ondernemen zodra ze lager presteren dan vooraf gestelde targets. Simpel gezegd, in een for-profit context: als je winst lager is dan die van vorig jaar, is dat een signaal dat er iets niet goed gaat. Daarom zul je dus iets moeten aanpassen in de strategie (die dus klaarblijkelijk niet werkt). Deze bevinding is vrij robuust: we vinden dit in veel contexten, type bedrijven, en voor verschillende prestatie indicatoren. Maar uiteraard zijn er ook uitzonderingen. Soms zien we, raar genoeg, dat besluitvormers niets doen wanneer het slecht gaat. Ze persisteren in de huidige strategie en lijken niet te willen wijken van de ingeslagen weg.

Een onderzoek van Audia, Locke, en Smith (2000)[2] laat mooi zien onder welke condities dat gebeurt. In een labstudie tonen ze aan dat disfunctionele persistentie (het doorgaan met een strategie die overduidelijk verkeerd is) ontstaat wanneer besluitvormers tevreden zijn met eerdere prestaties, een groot geloof hebben in de juistheid van de huidige strategie, en wanneer ze informatie van critici naast zich neerleggen. Wat nog interessanter is: de auteurs concluderen ook dat besluitvormers volharden in de huidige strategie wanneer ze in het verleden succesvol waren, ondanks dat de omgeving hard aan het veranderen is. Doet het al een belletje rinkelen?

Een belangrijk doel van het kabinet is om de ziekenhuiscapaciteit beheersbaar te houden. Nu lag het ziekenhuis extreem ‘vol’ in de eerste golf, maar we kregen het virus redelijk snel stuk met de strategie in de eerste golf: het ‘succes’ van de strategie was aangetoond. De strategie begon echter te kraken in de tweede golf: we grepen te laat in, met ijzingwekkende gevolgen. In mei 2021 landde de Deltavariant in Nederland en de strategie van het sturen op ziekenhuiscapaciteit bleek episch te falen met tienduizenden besmettingen, duizenden opnames, en honderden (vermijdbare) doden tot gevolg. Het was geen inschattingsfout: het was persisteren met een disfunctionele strategie.

Een ander belangrijk fenomeen voor het leren van prestatie feedback zijn de motieven om te leren. De meest bestudeerde is ‘self-assessment’: de motivatie om zo objectief mogelijk te begrijpen waarom een bepaalde uitkomst gerealiseerd is. Een andere motivatie, genaamd ‘self-enhancement’, is gericht op het bezien van de zelf in een zo positief mogelijk licht. Als er informatie aan het licht komt waardoor het lijkt alsof we gefaald hebben, verdraaien we die informatie, leggen we achteraf uit waarom het zo ‘heeft moeten zijn’, of verdraaien we de origineel gestelde target die we wilden behalen. Onderzoek van Audia, Brion & Greve (2015)[3] laat zien dat we dit vaker doen wanneer we slecht presteren (duh). Ze laten echter ook zien dat besluitvormers slechter worden in het inschatten van fouten en het beperkt de neiging om veranderingen in de strategie aan te brengen: disfunctioneel persisteren dus. Sterker nog, ze laten ook zien dat besluitvormers, die ‘self-enhancement’ gebruiken als motivatie om te leren, meer geneigd zijn om vergelijkingen te maken met andere organisaties die slecht presteren. Logisch dat we ons dus niet vergelijken met Zuid-Korea, Nieuw-Zeeland, of menig Afrikaans land: we zouden er bekaaid vanaf komen. Opnieuw zien we dit fenomeen terug in de discussie rondom de coronastrategie. “We hadden het niet zien aankomen”, “het was een inschattingsfout”, en al die andere landen zijn onvergelijkbaar, dus mag je onze prestaties daarmee niet vergelijken. Als een politica benoemt dat onze strategie bepaalde gevolgen heeft gehad en we daarom van strategie moeten wisselen, is dit zelfs onbeschaafd. Alles wordt uit de kast gehaald om maar niet te hoeven toegeven dat we persisteren in een disfunctionele strategie, ondanks de belabberde resultaten.

Ik ben niet de enige die de strategie veroordeelt. Er zijn allerlei kwalificaties die gebruikt kunnen worden voor de huidige strategie. Sylvana Simons noemt de strategie onethisch[4]. Matt Cornell, in een vlammend betoog, noemt de strategie eugenetisch[5]. Kamran Abbasi, in een korte editorial in BMJ, noemt het ‘sociale moord’[6]. Wat de correcte kwalificatie is weet ik niet: dat hangt ervan af. Wat ik wel weet is dat de strategie disfunctioneel is en dat de beleidsmakers er toch in persisteren. Zolang het kabinet, en dat deel van het parlement wat deze strategie ondersteunt, wegkomt met het herhaaldelijk maken van ‘inschattingsfouten’ (Afghanistan, anyone?), verandert er niets. En dat is een treurig vooruitzicht, want voor heel veel mensen in dit land, hangt alles ervan af.


[1] Key epidemiological drivers and impact of interventions in the 2020 SARS-CoV-2 epidemic in England: https://stm.sciencemag.org/content/13/602/eabg4262

[2] The Paradox of Success: An Archival and a Laboratory Study of Strategic Persistence Following Radical Environmental Change: https://journals.aom.org/doi/abs/10.5465/1556413

[3] Self-Assessment, Self-Enhancement, and the Choice of Comparison Organizations for Evaluating Organizational Performance: https://www.insead.edu/sites/default/files/assets/faculty-personal-site/vibha-gaba/documents/Audia%20et%20al%202015.pdf

[4] Motie van het lid Simons: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/moties/detail?id=2021Z13751&did=2021D29313

[5] ‘Op deze manier opengaan is onverantwoord. Daarom neem ik ontslag’: https://www.folia.nl/opinie/147005/op-deze-manier-opengaan-is-onverantwoord-daarom-neem-ik-ontslag

[6] Covid-19: Social murder, they wrote—elected, unaccountable, and unrepentant: https://www.bmj.com/content/372/bmj.n314

Deel op:
Prikken, prikken, prikken

Prikken, prikken, prikken

Leestijd 9 minuten

In de ogen van de één zijn de coronavaccins onze redding. In de ogen van de ander zijn de vaccins genetisch gemodificeerde rotzooi die je niet in je lichaam wil hebben. De samenleving raakt opgedeeld in twee kampen: je bent óf lyrisch over de vaccins, of je bent een antivaxx-wappie. De vele tinten grijs die er tussen deze twee uitersten zitten, raken steeds meer vervaagd. Er kan zelfs geen normaal gesprek meer gevoerd worden over vaccineren tegen corona.

Begrijp me goed, ik ben pro-vaccineren, maar niet lyrisch over de vaccins. Ik zie ze niet als dé redding, maar als belangrijk hulpmiddel. Ik zie de voordelen van vaccineren, maar ik begrijp ook dat niet iedereen die ziet. Lang onthield ik me van uitspraken over die vaccins, eigenlijk alleen maar omdat ik beide kanten begrijp. Maar de situatie die nu ontstaat, de ‘hysterie’ bij onze overheid om maar zo snel mogelijk in iedere arm een prik te krijgen, bekruipt me. Als antropoloog, maar ook als mens.

Door schande wijs

Omdat ik veel gewerkt heb in Afrikaanse landen, ben ik het wel gewend om dat gele boekje bij me te dragen. Op het ebolavaccin na ben ik ingeënt tegen werkelijk bijna alles, zelfs hondsdolheid. Ik heb altijd begrepen dat ik sommige gebieden niet in mocht zonder bijvoorbeeld een vaccinatie tegen gele koorts, of meningokokken. Door schande wijs geworden overigens. Want ooit zat ik in Sierra Leone vast bij de grens met Guinee. Ik werd niet binnengelaten zonder geldig Yellow Fever Certificate, zelfs niet tegen een aardig duitje Guinea Francs. Vergeef me, ik was daar nieuw, jong en onbezonnen en probeerde dat inderdaad, ik was korter dan 10 dagen tevoren ingeënt. Op mijn vraag waarom die vaccinatie echt zo per se noodzakelijk was, was het antwoord simpel en kort: “We hebben hier nauwelijks gezondheidszorg. Jouw besmetting kost andere mensen het leven en veroorzaakt een hele grote puinhoop.” Say no more. Natuurlijk weet je dan; het is krankzinnig dat je andere mensen aan dat soort risico’s wil blootstellen.

Het doel heiligt de middelen

Ik ben dus niet pertinent tegen een vaccinatieplicht, of vaccinatiedwang. Soms heiligt het doel de middelen. Als je echt niet anders kan. Als je alles hebt gedaan om je land of een gebied vrij te houden van een ziekte, of transmissie laag te houden en een vaccinatie echt de enige oplossing is om je land en de bevolking te beschermen tegen ernstige ziekte, sterfte of maatschappelijke ontwrichting. Als je je prioriteiten hebt gesteld: we zetten alles op alles om de kwaliteit en beschikbaarheid van zorg voor iedereen te kunnen waarborgen. En ook het onderwijs, als belangrijk fundament van onze samenleving, beschermen we tegen sluiting met alle mogelijke middelen en voorzorg die we voor handen hebben. En daar zit voor mij nu wel de grootste wrijving. Want als je echt prioriteit had gegeven aan zorg en onderwijs, dan hadden we deze zomer alles op alles gezet om de verspreiding ver omlaag te brengen en te houden. In plaats daarvan werden mensen gestimuleerd om te gaan Dansen met Janssen, op vakantie te gaan, te gaan recreëren, en te consumeren. Met het reële risico dat we in de herfst weer met maatregelen zullen zitten, omdat we met een hoge besmettingsgraad het nieuwe schooljaar ingaan. Meer mensen in het ziekenhuis, de zorg die nog ingehaald moet worden staat weer onder druk, de kwaliteit van zorg kan op den duur weer niet gewaarborgd worden, maar de Formule 1 in Zandvoort gaat door.

Aanvaardbare risico’s

Nederland zette vanaf het begin van de pandemie in op het accepteren van risico’s. De “aanvaardbare risico’s,” zoals Rutte dat noemt. Een individuele besmetting is niet erg, zolang we maar niet teveel te grote clusters veroorzaken. In persconferenties, maar ook in Tweede Kamerdebatten hoorden we onze premier meermaals verlangen naar de kroeg en bitterballen op een terras, terwijl de zorg toen al door de hoeven was gezakt. Zeker in het begin werd keer op keer herhaald: “het treft vooral ouderen”. Velen van ons zouden ziek worden maar dat was juist goed, om dat ‘beschermende muurtje om de kwetsbaren’ heen te bouwen. En mensen accepteerden die risico’s. Ze bleven aan het werk, ook daar waar er geen maatregelen getroffen werden. In de zorg zonder mondneusmaskers, in het onderwijs en de opvang, met kinderen met klachten, in allerlei andere beroepen waar thuiswerken niet mogelijk was. En dat geeft ons – bewust of onbewust – een boodschap: als dat allemaal kan en die mensen lopen op die manier geen risico, “dan is corona voor mij niet zo erg”.

Heen en weer

Tijdens de coronacrisis zijn wij als samenleving heen en weer geslingerd in een – en ja, ik ga dit woord echt gebruiken – krankjorum beleid. Moesten we eerst massaal ziek worden om groepsimmuniteit te bereiken, een week later zaten we ineens in een ‘intelligente’ lockdown. Mondneusmaskers werkten niet, alleen in het openbaar vervoer. Toen weer wel, maar alleen als je stond of liep. Kinderen raakten nauwelijks besmet, toen weer wel, maar vooral de oudere kinderen en die kregen het dan weer niet op school, maar op de fiets. Terwijl de rest van ons, hoger dan 1 meter weet ik niet, in de buitenlucht dan weer nauwelijks besmet raken. Met z’n vieren in een auto leverde besmettingsgevaar op, maar met z’n allen in het vliegtuig was volkomen veilig. Het was al snel duidelijk: we waaiden met alle lobby’s mee.

Goed en kwaad

De lijst met onbegrijpelijke en ondoorgrondelijke uitspraken en maatregelen is eindeloos lang. En ergens, toen die lijst aan het groeien was, donderden er steeds meer mensen overboord. Veel mensen kregen twijfels. Zochten naar antwoorden. Houvast. Want ook hun levens stonden op z’n kop. Ze werden bediend op nog meer wazigheden, gelieg en gedraai bij Kamerdebatten. Er was nauwelijks goede voorlichting te vinden. Dokter Google gaf antwoord. Lotgenoten op Facebook naaiden elkaar op. Er moest meer achter zitten. En ja, er staan altijd mensen klaar om deze willige slachtoffers naar binnen te halen. Er zijn altijd mensen die de maatschappij graag willen ontwrichten. En helaas, daar zijn ze goed in geslaagd. We zijn ze gaan zien als één grote groep ‘wappies’. Waarmee we de mensen die van ontwrichten hun levenswerk hebben gemaakt, gelijkstellen aan mensen die echt in de war zijn. Het komt ons uit, zo’n nette onderverdeling tussen goed en kwaad.

Voor of tegen

In dit proces verdelen we de samenleving onder in ‘voor of tegen’. Mensen die oprecht twijfels hebben, die zich keurig aan alle maatregelen houden, die helemaal niet meelopen in demonstraties en zich ook gewoon zorgen maken om hun gezondheid, kunnen nergens met hun twijfels terecht. Ze raken in een isolement en voelen zich al vaak gedwongen om te liegen over hun vaccinatiestatus. Zelfs tegenover hun eigen familieleden. Voor hen is het vaccin te nieuw, of ze begrijpen niet waarom ze zich nu moeten laten vaccineren terwijl ziek worden voor hen eerder ook niet als problematisch gezien werd. Is natuurlijke immuniteit voor hen niet beter dan vaccinatie? Wat zijn de lange termijn effecten van deze vaccins? En weten we eigenlijk wel zeker dat ze goed werken? Sommige mensen willen hun verhaal graag kwijt, hun twijfels bespreken en beslissen dan alsnog om zich te laten vaccineren. Als je uitlegt dat niet alleen gezondheidsschade voor henzelf invloed heeft op hun leven, maar ook de maatschappelijke schade. Of dat ze op die manier de risico’s voor hun ongevaccineerde kinderen beperken. En dan zijn er nog de mensen die het gewoon niet zo nodig vinden, maar zich wel zouden laten vaccineren om op vakantie te kunnen gaan. Sommigen van hen zijn zich echt niet zo bewust van hun eigen rol in de verspreiding (dat geldt voor veel jongeren bijvoorbeeld) en weer anderen voelen zich helemaal niet betrokken bij de maatschappij, dus het zal allemaal wel.

Hoe goed werken die vaccins nou eigenlijk?

En dan de grote hamvraag: hoe goed werken die vaccins nou eigenlijk? Overal ter wereld zien we: ze werken echt heel goed tegen ernstige ziekte. Maar de vraag is hoezeer ze helpen tegen verspreiding. Er zijn meerdere studies waaruit blijkt dat gevaccineerden evenveel virus bij zich kunnen dragen als ongevaccineerden, alleen voor kortere duur. Als het goed is, zijn die mensen ziek thuis, dus de kortere duur heeft dan geen effect op de verspreiding. En de allergrootste vraag, namelijk hoe vaak doorbraakinfecties voorkomen, blijft vooralsnog onbeantwoord. Gevaccineerden zou je actief moeten aanmoedigen zich te laten testen bij klachten, maar dat gebeurt niet. En als deze mensen zich niet laten testen, bijvoorbeeld omdat ze denken dat het vast iets anders is dan corona want gevaccineerd, dan is die vraag vooralsnog onmogelijk te beantwoorden. Dit bespreken we nauwelijks, uit angst dat dit koren op de molen is van de ‘antivaxx-wappies’, maar dat is echt een verkeerd uitgangspunt.

Hooggespannen verwachtingen

De vaccins zijn gemaakt om het risico op ernstige ziekte te verminderen en dat doen ze echt bijzonder goed. Dat is een enorme winst. Maar we kunnen daar al niet eens meer blij mee zijn. We hebben ons bedacht dat ze dan ook moeten beschermen tegen besmetting en als dat niet zo is, dan werken die vaccins niet. Een volslagen absurde conclusie. Maar dit is wel wat de overheid met haar beleid en communicatie bewerkstelligt: de vaccins waren dé uitweg. De mooie zomer die zou komen, het vooruitzicht dat alle maatregelen losgelaten zouden kunnen worden. Maar kan dat wel, als gevaccineerden ook verspreiden? Tja, en daarom slaat onder sommige mensen de twijfel toch ook weer toe. En dus komt de vaccinatieplicht weer ter sprake. Dat is onterecht. Want in Nederland is de vaccinatiebereidheid echt enorm hoog. Ongehoord hoog. Dat moet je koesteren. En zetten we wel alle middelen die we hebben in om verspreiding tegen te gaan? Is een mondneusmasker voor iedereen niet minder belastend dan mensen te dwingen zich te laten vaccineren? En als het om zowel tegengaan van ziekte als tegengaan van verspreiding gaat, waarom dan geen mondneusmasker én een vaccinatie? Met welke reden willen we iedereen dwingen zich te laten vaccineren? Om naar een evenement te kunnen? Of om te zorgen dat er genoeg zorg is voor iedereen? Want dat maakt nogal een verschil.

Geen dwang, maar stimulans

Nu is er in Nederland (nog) geen sprake van een vaccinatieplicht. Maar we bewegen er langzaam naartoe. Ik hoor steeds vaker: die verplichting moet er komen, het is genoeg geweest met de pandemie. De Tweede Kamer stemde in met het voorstel om niet-gevaccineerden te laten meebetalen aan hun ‘test voor toegang’. Daarmee is een eerste stap gezet in ongelijke behandeling. En de motivatie is vaag. Want gevaccineerden kunnen ook (ongemerkt) verspreiden. Waar ligt het verschil? Ook bij gevaccineerden wordt hoge virale lading gevonden. Wie wel en wie niet veel virus bij zich draagt, kan niemand aan de buitenkant zien. Hugo de Jonge was er tijdens de persconferentie van 13 augustus eerlijk over: vaccineren moet wel voordelen hebben. “Het is geen dwang, dat is het niet. Ook niet indirect. Het is wel een sterke stimulans, en die bedoelen we eigenlijk ook.” Het is in epidemiologisch opzicht niet de beste zet om alleen van ongevaccineerden te vragen zich te laten testen voor toegang, want gevaccineerden verspreiden ook. Dit is “alle mogelijke manieren aangrijpen om mensen te stimuleren tot vaccinatie”. Kijk, en daar vind ik wat van. Want dit is echt gericht op jongeren. Jongeren die zelf mogen beslissen of ze zich laten vaccineren. Die een weloverwogen keuze moeten kunnen maken. Maar die nu gewoon die prikbus inlopen omdat ze anders ergens niet binnenkomen. De impulsprik onder minderjarigen, zeg maar. En dat is heel erg kwalijk.

Prikken om de juiste redenen

Die vaccinatieplicht, dwang of drang is bij ons vooralsnog niet nodig. De vaccinatiegraad is hoog. Een deel van de mensen bereik je echt niet, punt. Er zijn nou eenmaal mensen die de boel koste wat kost willen ondermijnen. Dan zijn er de twijfelaars. Onder hen veel jongeren. Die kan je een perverse financiële prikkel geven, omdat die gewoon de centen niet hebben om steeds te testen voor toegang, óf ze goede voorlichting geven. Ze beschermen om de juiste redenen. En die zijn er. Kijk naar wat er in de Verenigde Staten gebeurt: er komen steeds meer kinderen in ziekenhuizen terecht. Het aantal gevallen langdurigcovid onder jonge mensen neemt toe. Het kan ze flink ziek maken. De jonge kinderen, die niet gevaccineerd kunnen worden, lopen risico’s die we maar niet willen zien. En het is juist in hun belang dat er zo min mogelijk verspreiding is. Dat bereiken we voor een deel met de vaccins (omdat toch minder mensen ziek zullen worden) en deels met andere voorzorgsmaatregelen. Doe het allemaal.

Als dat allemaal niet voldoende effect heeft moet je, in het belang van de gezondheid van alle mensen die nog altijd veel risico lopen, overwegen tot vaccinatieplicht over te gaan. Zoals de gouverneur van Washington deed, die geen gok wilde nemen met de gezondheid van kinderen. Een vaccinatieplicht voor iedereen die met kinderen werkt én een maskerplicht voor iedereen. Het is niet prikken, prikken, prikken omdat ‘iedereen zich maar moet laten vaccineren punt’. Het is prikken, testen, quarantaine, thuisblijven bij klachten, afstand houden, mondneusmasker dragen, alles, totdat de besmettingsgraad laag genoeg is om iedereen in onze samenleving deel te kunnen laten nemen aan het leven. Zo beschermen we met z’n allen de samenleving tegen mensen die de samenleving hoe dan ook willen ontwrichten. Tegen het virus. We voorkomen maatregelen. Willekeur. En zo voorkomen we ook dat we voor onbepaalde tijd onze grondrechten moeten opgeven. Want dat doen we, naar mijn idee, nu wel al te makkelijk.



Foto: Prasesh Shiwakoti

Deel op:

Kinderen en Corona

Leestijd 36 minuten

Door: Martijn de Riet

Inleiding

Een aantal dagen geleden deelde ik dit bericht. Het gaat over opnames van kinderen in het ziekenhuis als gevolg van Corona in de Verenigde Staten. Mijn commentaar erbij? “Maar vertel rustig verder over hoe kinderen nooit ziek worden van COVID19”. Want dat is de discussie die zich in de afgelopen dagen en weken in mijn bubbel afspeelt. Over leven met Corona. 

Want  over een paar weken begint school weer. En moeten we allemaal weer aan het werk. En aangezien we al bijna allemaal gevaccineerd zijn, en het superzielig is als kinderen en jongeren weer een jaar niet naar school kunnen moet alles weer gewoon open. 

Voor u begint: ik heb vier kinderen. En sommigen van hen vonden de lockdown heerlijk, in vergelijking met de stress die naar school gaan in een pandemie met zich meebracht. Sommigen hebben het zwaar kut gehad omdat ze sociale interactie met hun vrienden vreselijk hebben gemist. Ik hoop van ganser harte dat ze allemaal zo snel mogelijk weer naar school kunnen, en zich daar veilig kunnen voelen. Maar vooral dat ik ze met een gerust hart naar een veilige omgeving kan sturen. Alleen heb ik daar een hard hoofd in. Maar meer daarover later.

Nu alles weer open moet, staan we voor een probleem. Immers, hoe gaan we dat rechtvaardigen? De scholen moesten nu al twee keer dicht, ook al hebben we na de eerste schoolsluiting allemaal plechtig beloofd dat dit nooit meer zou gebeuren. En de voortekenen zijn niet bepaald gunstig te noemen nu Dansen met Janssen de uitgangspositie ten opzichte van vorig jaar danig verslechterd heeft. Alle parameters staan ten opzichte van vorig jaar zwaar in het rood, of je nu kijkt naar besmettingen, ziekenhuisopnames, IC-bezetting of zelfs sterfgevallen. 

U zegt dan wellicht: maar de vaccinaties dan? Dat is toch positief???

Mijn pessimistische blik: inderdaad, de vaccinaties. Denk aan de vaccinaties die we allemaal al hebben gezet en lees de vorige alinea nog eens. Hoe is dat goed nieuws? MET al die vaccinaties staan we er zoveel slechter voor? Deze groepen zijn niet of nauwelijks gevaccineerd. Maar als de huidige cijfers iets aantonen is het dat de Delta variant “another cookie” is. Laten we wel wezen: ook al heeft Hugo de Jonge bijzonder goed zijn best gedaan, het is toch een prestatie van formaat om met een niet onaanzienlijke vaccinatiegraad zo snel alles weer te verklooien. Zeker omdat we nu ook nog eens gewoon bij de andere landen aansluiten voor wat betreft de vakantiespreiding.

En we hebben in de afgelopen 16 maanden niets gedaan om de situatie op scholen te verbeteren. Aan verbetering van het binnenklimaat door monitoring (CO2-melders) en verbeteren van de ventilatie is hoegenaamd niets gebeurd. 
Daar komt nog bij: de vaccinatiegraad van de kinderen op het VO slaat geen deuk in een pakje boter. En in het Hoger Onderwijs is hij nog lang niet hoog genoeg als je het studentenleven weer op gang wilt laten komen.  En het PO is al helemaal niet gevaccineerd.

Dus komt hetzelfde riedeltje naar voren als altijd wanneer het gaat over kinderen en Corona. Yorick Bleijenberg vatte het cynisch, maar correct samen:

  • Die worden ook niet ziek.
  • Slechts ‘milde’ klachten.
  • Maar zijn ze opgenomen met covid, of door covid?
  • Maar komen niet op de IC!
  • Maar gaan er niet dood aan!
  • Zijn maar weinig kinderen die dood gaan, en die hadden ‘onderliggend lijden’.

Ik wil even op die argumenten ingaan. Want ze kloppen niet. Ik deed dat eerder al in deze draad, maar ik merk dat die niet volledig is geweest. En Twitter is misschien niet het juiste medium om een uitgebreide beschouwing te doen, dus vandaar deze versie. Ook fijn dat ik niet alles hoef te nummeren.

Kinderen worden niet ziek

In NL zijn >300.000 kinderen besmet geraakt met het Coronavirus. En dat zijn alleen de kinderen die door het RIVM geteld zijn. Dezelfde organisatie die in de eerste maanden geweigerd heeft kinderen te testen of tellen. En tot op de dag van vandaag uitdraagt dat kinderen minder snel besmet raken. Daar hebben ze gelijk in. Uit grootschalig Brits bevolkingsonderzoek blijkt dat kinderen minder snel besmet raken of anderen besmetten.

Met 1 grote kanttekening…

Dit verschil neemt met iedere variant verder af. De Alpha variant werd door de Amerikaanse arts en Twittermegafoon Dr. Eric Feigl-Ding enigszins theatraal een “hellish beast” genoemd. Neemt niet weg dat de toename in besmettelijkheid onder kinderen aanmerkelijk groter was dan voor volwassenen. Kinderen zijn in dit onderzoek namelijk 43.5% besmettelijker en volwassenen “maar” 35%. 

Onderstaande afbeeldingen komt uit de laatste update van het Britse PHE (Public Health England). Voor Delta is de besmettelijkheid nog net wat hoger dan alfa. Of de toename voor kinderen weer groter is dan bij Alpha is mij niet geheel duidelijk. Diverse onderzoeken spreken elkaar hier tegen. 

En verspreiden het ook niet…

Dit is de onuitgesproken follow-up op het eerste argument: kinderen worden niet symptomatisch ziek en dragen dus ook veel minder bij aan de verspreiding. Dit argument werd ook door het Artsen Collectief gebruikt bij hun “10 redenen om te wachten met vaccinatie” van kinderen. 

Alleen zijn ze bij Artsen Collectief niet zo heel slim, dus zij linkten naar een studie die juist overtuigend bewijst dat de (beperkt) lagere transmissie meer dan gecompenseerd wordt door het feit dat juist kinderen veel meer sociale contacten hebben.

Het gehele draadje wat ik schreef over de kolder van het Artsen Collectief vindt je hier:

Vanaf tweet 8 bespreek ik het door Artsen Collectief aangehaalde onderzoek. Hieruit blijkt dat kinderen meer contactmomenten hebben op basis waarvan zij het virus over kunnen dragen. In Nederland ongeveer 1.5-2x zoveel als volwassenen.  

In onderstaande figuren zijn verschillende leeftijdsgroepen in verschillende landen weergegeven. Hierbij toont de figuur de relatieve incidentie (aantal geinfecteerde personen in een groep) als gevolg van transmissie in een volledig vatbare populatie. Deze relatieve incidentie wordt in deze situatie direct veroorzaakt door het aantal contacten wat een persoon heeft. Uit de figuren A (alle contacten) en B (nauwe contacten) blijkt dat duidelijk dat:

1. Kinderen tussen de 5 en 19 jaar vooral veel meer nauwe contacten hebben, wat logisch is omdat zij op school niet voldoen aan de 1.5m criteria (voor basisscholen heeft dit nooit echt gefunctioneerd, in middelbare scholen slechts gedeeltelijk).

2. Kinderen tussen de 5 en 19 jaar met name op het gebied van nauwe contacten (figuur B) veel grotere relatieve incidentie hebben (veel vaker besmet zijn omdat ze veel meer contactmomenten hebben) dan volwassenen. Tot wel 10x vaker. Zal volgens mij de invloed van school zijn.

3. Kinderen ook in overige contacten (figuur A) hoger aanmerkelijk hoger scoren dan volwassenen, 1.5 tot 2x hoger.

4. Kinderen dus wel degelijk een grote bijdrage leveren in de verspreiding van het Coronavirus. Ook dit is logisch, aangezien kinderen vaker slechts milde (of geen) symptomen hebben en dus makkelijker ongemerkt besmet zijn. Daarnaast worden kinderen (in Nederland) ook nog eens veel minder getest, wat ook bijdraagt aan ongemerkte besmettingen.

Het onderzoek is hier te vinden.

Image

Kinderen krijgen slechts ‘milde’ klachten.

Over het algemeen wel ja. Toch zijn er (grote) kanttekeningen te plaatsen bij deze stelling. Met als allerbelangrijkste kanttekening dat we het simpelweg niet weten. Nog steeds, na 18 maanden, weigeren we consequent om kinderen te onderzoeken. Er is dus geen volledig overzicht van de gevolgen van Corona op kinderen. Ik heb 3 bronnen gebruikt voor dit verhaal. 

Wat mijn inziens al absurd is om mee te beginnen. Hoe kan het zijn dat we 18 maanden in deze pandemie geen fatsoenlijk overzicht hebben over de gevolgen voor kinderen? En dat de beschikbare informatie eigenlijk alleen maar minder wordt?

RIVM

Volgens het RIVM zijn er inmiddels 353 kinderen 0-9 en 161 kinderen 10-19 opgenomen. 514 in totaal. Ik heb de opnames in de tijd uitgezet, u ziet ze hieronder voor de leeftijdsgroepen 0-9 en 10-19.

Wat als eerste opvalt is de enorme piek in Juli van dit jaar onder de 10-19 jarigen (en in mindere mate ook de groep 0-9). Ik heb hier zelf maar 1 verklaring voor: het Dansen met Janssen. 

Maar de implicaties van die conclusie (Dansen met Janssen heeft dus blijkbaar een veertigtal kinderen in het ziekenhuis doen belanden, zij het indirect) zijn om een andere keer te bespreken.

Verder zie ik vooral bij de groep 0-9 een duidelijke correlatie tussen (langdurige) schoolsluitingen (april-mei 2020 en januari-februari 2021). Bij de groep 10-19 is de correlatie minder duidelijk, maar zeker voor de periode april-mei 2020, en in de zomervakanties, zeer aanwezig. 

Stichting NICE

Aangezien kinderen minder getest worden, en dus ook minder vaak in de data van het RIVM zitten,  is het zinnig andere informatiebronnen te gaan gebruiken. Stichting NICE (Stichting Nationale Intensive Care Evaluatie) publiceert cijfers omtrent ziekenhuis- en IC-opnames.

En zij komen, verrassend genoeg, op heel andere getallen. 

Dit zijn de grafieken voor ziekenhuisopnames op de verpleegafdeling en IC. Respectievelijk komen ze op de volgende getallen:

  • 1385 opgenomen op de verpleegafdeling en weer ziekenhuis verlaten.
  • 35 nog op de verpleegafdeling
  • 6 overleden op de verpleegafdeling.

Voor de IC gelden de volgende cijfers:

  • 22 opgenomen op IC en weer ziekenhuis verlaten
  • 2 nog op de IC
  • 3 overleden op de IC

Hospitalisatiegraad op 300.000 vastgestelde besmettingen = (1.453 / 300.000) x 100 = 0,48%. Dat is 1 op 200 kinderen bij wie een besmetting wordt vastgesteld.

Ik weet eerlijk gezegd niet waar het verschil in registratie vandaan komt. Mijn inschatting is dat er dus een hoop kinderen in het ziekenhuis terecht komen die nooit getest zijn op Covid-19. Zij zitten dus niet in de data van het RIVM, maar vanzelfsprekend wel in de data van Stichting NICE.

COPP-onderzoek

Het Leids Universitair Medisch Centrum voert in samenwerking met diverse andere ziekenhuizen de COPP-studie uit. Deze studie richt zich primair op het verzamelen van informatie omtrent het ziekteverloop van COVID-19 bij kinderen, inclusief de ontwikkeling van MIS-C als gevolg van COVID-19. Je vindt meer informatie over het onderzoek hier.

Uit het COPP-onderzoek, waar diverse ziekenhuizen aan meedoen, blijkt dat bij 129 opnames agv Corona er 10 kinderen op de IC terecht zijn gekomen. Dit is een andere verdeling dan Stichting NICE heeft gepubliceerd (1424 opnames, 26 IC opnames). Waarschijnlijk komt dit verschil voort uit het feit dat de deelnemers aan de COPP-studie worden aangemeld door de huis- of kinderartsen, en daarmee waarschijnlijk al behoren tot de “zware gevallen”.

Naast de opnames agv COVID-19 blijkt uit het COPP onderzoek dat er OOK 86 kinderen opgenomen zijn met MIS-C.

Voor zover ik weet is het ontstaan van MIS-C niet gerelateerd aan het ziekteverloop bij COVID-19. Wel weten we dat de COPP-studie niet volledig is. Ten opzichte van de NICE cijfers is het percentage van het aantal ziekenhuisopnames wat opgenomen is in de studie (129 / 1426) x 100 = 9,04% van het totaal aantal klinische opnames. Voor de IC is dit (10 / 27) x 100 = 37.03%
Aangezien er geen volledige registratie van MIS-C bestaat zal het totaal aantal opnames als gevolg van MIS-C ergens liggen tussen de 232 opnames (86 / 37.03%) en 952  (86 / 9.04%) opnames.

Het totaal aantal opnames op de IC als gevolg van MIS-C ligt dan ergens tussen de 130 (48 / 37.03%) en de 531 (48 / 9.04%).

Image

Gevolgen ziekenhuisopname

Uit onderzoek blijkt dat 50% van de mensen die opgenomen worden in het ziekenhuis orgaanschade overhouden aan hun Covid-19 besmetting. Dat gaat in Nederland in het afgelopen jaar dus om ruwweg 775 kinderen.

Uit onderzoek gedaan in de UK blijkt dat bijna de helft van de mensen die opgenomen zijn in het ziekenhuis na ontslag last heeft van (langdurige) complicaties. In onderstaande tabel zie je deze complicaties weergegeven per leeftijdsgroep. In de groep 19-29 ligt dit aanmerkelijk lager, maar toch nog op 27.4%.

Omgerekend naar kinderen zou dit leiden tot 1.453 x 27.4% = 399 kinderen met (langdurige) complicaties.

Hoe erg is dit?

Nou, bij ruwweg 1 op de 5 complicaties onder jongeren van 19-29 jaar werd het vermogen om zelfstandig te functioneren aanmerkelijk minder. Dus even los van de lange-termijn effecten van lever- en spijsverteringsschade (die het meest voorkomen bij jongere patienten) betekent het ook dat een slordige 80 kinderen meetbaar verlies van levenskwaliteit overhouden aan hun ziekenhuisopname.

Het onderzoek is hier gepubliceerd

Long Covid

Long Covid is de verzamelnaam voor klachten die mensen blijven houden nadat ze niet langer meetbaar besmet zijn met het Coronavirus. Dit verschijnsel is niet nieuw, alle infectieziekten hebben een zeker risico in zich op langdurige effecten, zelfs de gewone griep. Een meer bekende ziekte die in grote mate lange-termijn effecten heeft is Q-koorts. Sinds enkele jaren is er dan ook de Stichting Q-Support die patienten met deze lange-termijn klachten moet ondersteunen en helpen.. 

De WHO gaat er van uit dat 2-10% van de patienten die niet in het ziekenhuis komen Long Covid ontwikkelen. Als patienten wel in het ziekenhuis komen dan gelden de getallen zoals in de vorige paragraaf geschetst. In Nederland zou dit betekenen dat na >300.000 infecties nu 6.000 – 30.000 kinderen hier last van hebben (gehad). Minimaal 12 weken. Zie onderstaande screenshot uit het 114e OMT advies.

Image

Dat lange-termijn gevolgen een serieuze zaak zijn bewijst de Stichting C-Support. Hun website vindt je hier.
Deze stichting is opgericht in opdracht van het Ministerie van VWS. De website is live sinds 4 oktober vorig jaar (!!!). Bijna een jaar voordat de regering voor het eerst Long Covid als factor van belang noemt richt het dus al wel een Stichting op om mensen met Long Covid te ondersteunen. Inderdaad, gemodelleerd naar de Stichting Q-Support. Grappig feitje: slachtoffers van Q-koorts moesten jaren wachten op deze erkenning van hun klachten.. 

Op dit moment zijn er bij C-support 6027 aanmeldingen van mensen die deze klachten ervaren. Dit is vrijwel zeker een onderrepresentatie, om een aantal redenen:

  • Long Covid is nog vrij onbekend. Hugo de Jonge heeft zegge en schrijven 1x tijdens een persconferentie gesproken over Long Covid. En dat was enkel om het terugdraaien van de openstelling van de nachthoreca te legitimeren.
  • Veel mensen beschouwen Long Covid (net als chronische Q-koorts trouwens) als aanstellerij of van psychische aard. Dit is niet het geval.
  • Ruim 75% van de aanmeldingen is vrouw, terwijl uit alle studies blijkt dat mannen zwaarder getroffen worden door Long Covid. Er lijkt dus vooral een onderrepresentatie van mannen te zijn.

Dat Long Covid kan leiden tot ernstige beperking in het functioneren van kinderen bewijst een Nederlandse studie waarin 89 kinderen die door hun huisarts / behandelend arts zijn geselecteerd worden bevraagd over hun conditie, en de invloed die het heeft op hun dagelijks leven. De studie vindt je hier.

De lijst met symptomen is vrij uitgebreid. En voor de liefhebbers van de “Long Covid bestaat niet” of “het is allemaal aanstellerij”, kijk even naar de onderste regel. 18% van deze kinderen heeft dusdanig ernstige klachten gehad dat ze opnieuw opgenomen moesten worden in het ziekenhuis. 

Een op de vijf, in totaal 16 kinderen. Opgenomen in het ziekenhuis als gevolg van hun zogenaamd imaginaire syndroom cq aandachtstrekkerij.

Iets zegt me dat dit meer is dan aanstellerij.

In hetzelfde onderzoek geeft 84% van de respondenten aan dat zij in meer (school is niet mogelijk, 36%) of mindere (school kan, maar extreem vermoeiend, 48%). Ik kan me vergissen, maar dat klinkt niet alsof dit een “lichte” ziektelast is.

Hoe zich dit verhoudt tot de totale populatie kinderen die zo ernstig Long Covid heeft kan ik enkel gokken. Dit onderzoek heeft plaatsgevonden tussen December 2020 en Februari 2021. Logischerwijs gaat dit dus enkel om kinderen uit de eerste golf, of het allereerste begin van de tweede golf. Anders kunnen ze niet in December al minimaal 12 weken Long Covid hebben.

Als we kijken naar het aantal in het ziekenhuis opgenomen kinderen gemeld door het RIVM in deze twee perioden dan zijn dit de verhoudingen tussen de eerste golf (maart – augustus 2020) en de tweede golf (september – nu):

Eerste golf: 61 kinderen 0-9 jaar + 41 kinderen 10-19 jaar = 102 kinderen opgenomen.

Tweede golf: 292 kinderen 0-9 jaar + 120 kinderen 10-19 jaar = 412 kinderen opgenomen.

Ruwweg 1 staat tot 4.

Dat zou betekenen dat ALS dit onderzoek 100% van de ernstige Long Covid slachtoffers feilloos heeft weten te vinden (en dat lijkt me heel, heel sterk), het totaal aantal gevallen van deze ernstige vormen van Long Covid 5x groter zijn:

  • 215 kinderen die enkel naar school kunnen en verder kampen met extreme vermoeidheid.
  • 160 kinderen die niet naar school kunnen als gevolg van hun klachten.
  • 80 kinderen die opnieuw opgenomen moeten worden als gevolg van hun Long Covid klachten.

En dat zou neerkomen op 455 / 300.000 x 100 = 0.15% van alle vastgestelde besmettingen onder kinderen.

Persoonlijk denk ik dat dit een grove onderrepresentatie is. Dat heel veel huisartsen deze klachten simpelweg nog niet herkennen. Dat veel ouders deze klachten niet herkennen. Ik denk, maar dat is mijn persoonlijke mening, dat we blij mogen zijn als het in werkelijkheid een factor 5 erger is. 

Conclusie

Kinderen worden in grote getalen ziek. Meestal niet ernstig, maar vaak ook wel. Te vaak.

Tot nu toe zijn er:

  • 1453 kinderen opgenomen met Corona. (stichting NICE)
  • 232 – 952 kinderen opgenomen met MIS-C (schatting op basis van COPP)
  • 16-80 kinderen die opgenomen zijn als gevolg van Long Covid klachten (onderschatting op basis van studie Caroline L. H. Brackel and Coen R. Lap et al)
  • Een kleine 400 kinderen die opgenomen zijn met Corona heeft (ernstige) complicaties opgelopen na hun ziekenhuisopname. Meest voorkomend zijn leverschade en schade aan het spijsverteringsstelsel. 80 van deze kinderen ervaren ernstige hinder in hun dagelijks functioneren. (schatting op basis van onderzoek Thomas M Drake, MBChB *, Aya M Riad, BMedSci et al)
  • 27 kinderen op de IC na opname met Corona. (stichting NICE)
  • Tussen de 130 en 531 kinderen opgenomen op de IC als gevolg van MIS-C. (schatting op basis van COPP onderzoek)
  • 215 kinderen die niets meer kunnen dan enkel naar school gaan omdat ze voor verdere inspanningen te vermoeid zijn.  (onderschatting op basis van studie Caroline L. H. Brackel and Coen R. Lap et al)
  • 160 kinderen die te veel last hebben van Long Covid om uberhaupt naar school te gaan.  (onderschatting op basis van studie Caroline L. H. Brackel and Coen R. Lap et al)

Zeggen dat kinderen niet ziek worden, of alleen milde klachten hebben is simpelweg fout.

Zeggen dat Long Covid niet bestaat, geen ingrijpende gevolgen kan hebben of psychisch is, is simpelweg fout.

Maar zijn ze opgenomen met covid, of door covid?

Beiden zijn waar. 

MET Covid zijn er 1453 opnames, waarvan 27 op de IC. 

DOOR Covid komen kinderen om verschillende redenen in het ziekenhuis:

  • MIS-C zorgt voor 230 tot 964 opnames (de grote bandbreedte is omdat niet duidelijk is hoe representatief de COPP studie is). Ruim de helft van de ziekenhuisopnames met MIS-C leidt tot een IC-opname..
  • Long Covid (!!) heeft ook nog eens gezorgd voor 80 tot enkele honderden opnames. (de grote bandbreedte is omdat niet duidelijk is hoe representatief de studie is).

In totaal zijn er dus ergens tussen de 1.700 en 3.000 ziekenhuisopnames geweest met of door Corona voor kinderen onder de 20.

De duur van de opnames varieert van 1-47 (!!) dagen. 

Ter vergelijking hieronder de lijst met aantallen opnames van kinderen onder de 20 in 2018 (2019 is via CBS nog niet definitief beschikbaar). Ik heb de omschrijvingen zoveel mogelijk herschreven naar herkenbaar Nederlands, maar voor de volledigheid de code waarop je ze terug kunt zoeken erbij laten staan. Het terugzoeken kun je hier doen.


Verder zijn alle externe oorzaken (botbreuken, vallen, verkeersongelukken, etc) verwijderd omdat het hier over ziekten gaat. En heb ik ook de “overige” regels verwijderd omdat deze een samenvoegsel zijn van tientallen en soms wel honderden aandoeningen die afzonderlijk te weinig voorkomen om uit te splitsen. Uiteindelijk blijft deze lijst over:

[EDIT 18-08-2021: Foutieve omschrijving regel 3 gecorrigeerd. Hiernaast longontsteking (pneunomie) gesplitst in virale en niet-virale oorzaak. Voor de virale pneunomie is griep vaak de oorzaak, maar dit kan ook een verkoudheidsvirus zijn.]

Zoals u kunt zien zijn er maar een zeer beperkt aantal ziektebeelden waarvoor vaker een ziekenhuisopname nodig is dan voor Covid-19. Eigenlijk alleen een blindedarmontsteking of een neus-, bijholte of keelontsteking komen zeker vaker voor.  Voor alle overige oorzaken kan worden gesteld dat Covid19 een naar alle waarschijnlijkheid grotere of minimaal dezelfde ordegrootte aan ziekenhuisopnames veroorzaakt. Wat zeker is, is dat Covid19 leidt tot een minimaal 3x groter aantal ziekenhuisopnames dan de griep. In directe opnames (Covid19 vs Influenza) maar ook wanneer wordt gekeken naar indirecte opnames (Covid19 + MIS-C + Long Covid vs Influenza + Virale pneunomie).

Maar komen niet op de IC!

Wel dus. Sterker nog, de percentages zijn relatief hoog. Vooral als er sprake is van opname als gevolg van MIS-C. 

Als kinderen in het ziekenhuis komen met/door Corona, dan is de kans (28 / 1424) = 2% (cijfers Stichting NICE) en (10 / 129) = 7,8%  (cijfers COPP) dat ze op de IC komen .

Bij een ziekenhuisopname als gevolg van MIS-C is de kans om op de IC te komen zelfs (48 / 86) = 56% (cijfers COPP)

Maar gaan er niet dood aan!

Ook hier zijn de cijfers niet eenduidig. En heel eerlijk gezegd, het RIVM helpt niet mee.

RIVM

Het RIVM publiceert iedere week geupdate cijfers over het aantal besmettingen, ziekenhuisopnames, sterfgevallen en nog een hele hoop meer. Dit gebeurt (onder andere) via de website, die je hier vindt.

Tot vorige week was de laatste grafiek de leeftijdsverdeling van de slachtoffers van Corona. Zie hieronder voor de website van vorige week.

Deze week is de website anders. In plaats van de leeftijdsverdeling zien we nu het aantal sterfgevallen per dag.

Geen nood, dan downloaden we de dataset. Alleen is er een klein probleem:

In de dataset kom ik deze sterfgevallen ook niet tegen. Sterker nog: er zijn nog enkel sterfgevallen in de categorie <50. Overige leeftijdscategorieen (0-9, 10-19, 20-29, 30-39, 40-49) bevatten geen van allen meer sterfgevallen. Zie onderstaande screenshot.

Volgens een medewerker van het RIVM op Twitter komt er volgende week een nieuwe grafiek voor deze in de plaats. Dus voor nu maar even de data van vorige week:

Volgens het RIVM waren er vorige week in NL 3 kinderen overleden aan #Covid19. 1 in de leeftijd 0-4 jaar. 2 in de leeftijd 15-19 jaar. 

Dit is vergelijkbaar met een zwaar griepjaar. Maar niet het volledige verhaal.

Stichting NICE

Volgens Stichting NICE zijn er tot vandaag 6 personen onder de 20 jaar overleden op de verpleegafdeling, en 3 op de IC. Negen in totaal. Hieronder de grafieken met hierin gehighlight het aantal sterfgevallen.

Dat is niet veel natuurlijk. Toch?

Niet als je het afzet tegen het totaal aantal slachtoffers van Covid-19, dat ligt momenteel ergens tussen de 30.000 en 40.000 mensen in Nederland. Maar dat is appels met peren vergelijken. Oudere mensen gaan nu eenmaal dood. Niet zozeer aan Corona, maar meer in het algemeen omdat hun leven “op” is.

Maar kinderen? Die horen niet te sterven. En al helemaal niet aan infectieziektes. Kijk maar.

Overige doodsoorzaken

Om een gevoel te krijgen van de ernst van Covid-19 onder de groep <20 jaar heb ik de doodsoorzaken van 2019 er eens bijgepakt. Dit is een screenshot van de manier waarop ik de tabel heb ingericht voor de totale lijst met doodsoorzaken van CBS Statline. Deze totale lijst vindt je hier.

In totaal stierven in 2019 429 kinderen onder de 20. De 9 Coronaslachtoffers zouden betekenen dat het aantal kinderen dat komt te overlijden met 2% stijgt.
Kijk je alleen naar ziektes, en dus niet naar ongevallen, afwijkingen bij de geboorte, zelfdoding, etc dan stierven in 2019 188 kinderen. Aan alle ziektes in Nederland. Corona zou dat sterftecijfer met 5% verhogen.

Bij de filter voor “onderwerp” heb ik alle afzonderlijke doodsoorzaken uitgeklapt. Vervolgens heb ik de vier leeftijdsgroepen bij elkaar opgeteld, en het totaal aantal overlijdens per doodsoorzaak aflopend gesorteerd (in Excel).

Je krijgt dan deze onderverdeling

Als je enkel kijkt naar afzonderlijke doodsoorzaken (dus geen “overige…”. Dit zijn normaliter verzamelingen van zeldzame doodsoorzaken die afzonderlijk niet vaak genoeg voorkomen om een plek op de lijst te bemachtigen).en ook “externe oorzaken” buiten beschouwing laat (zoals ongevallen, afwijkingen bij geboorte, etc) dan is er eigenlijk maar 1 doodsoorzaak onder deze groep die vaker voorkomt dan Covid-19: 

Leukemie. 

De rood gearceerde regel in het overzicht. In ALLE andere gevallen gaat het of niet om een ziekte, of om een verzameling van ziekten die afzonderlijk maar zeer zelden voorkomen.

Kijken we in plaats daarvan naar de aandoeningen die in de vorige paragraaf de meeste opnames in het ziekenhuis opleverden, dan ziet het er als volgt uit:

Het aantal sterfgevallen als gevolg van Corona is vergelijkbaar met het totaal aantal sterfgevallen aan al deze aandoeningen gecombineerd.

Conclusie

Nee, absoluut gezien zijn er niet “veel” sterfgevallen als gevolg van Covid-19 onder de groep <20 jaar. Echter, kinderen horen niet te sterven aan ziektes. Dat doen ze over het algemeen bijzonder weinig (gelukkig).

Feit is dat Covid19 de tweede doodsoorzaak is als we kijken naar ziektes.

De eerste doodsoorzaak (met afstand) is als men kijkt naar infectieziektes.

Zijn maar weinig kinderen die dood gaan, en die hadden ‘onderliggend lijden’.

Aan de smerige insinuaties dat een ziel die niet in een perfect lichaam zit minder waard is doe ik niet mee.
Er zijn twee dingen die ik hier wel wil plaatsen om dit argument in een juist perspectief te zetten:

  1. Volgens het CBS had het enige griepslachtoffer van 2019 in de groep <20 jaar nog een levensverwachting van 83 jaar.
    Kinderen horen niet dood te gaan aan een infectieziekte. 
  2. De meest voorkomende comorbiditeiten (ofwel: onderliggend “lijden”), ook bij kinderen, zijn astma, obesitas en diabetes. Ziektes waar je prima oud mee kunt worden. Zie ook punt 1.

Buiten het feit dat deze stellingname moreel verwerpelijk is, is ze ook nog eens verkeerd. De “comorbiditeiten” zouden een lang en relatief gezond leven niet in de weg hebben gestaan.

En nu?

Nu we vastgesteld hebben dat voor kinderen onder de 20 Covid-19:

  • Wel degelijk leidt tot ziekte,
  • Leidt tot een, voor de leeftijdsgroep, groot aantal ziekenhuisopnames,
  • Leidt tot een groot aantal kinderen die voor lange termijn ernstige klachten hebben en beperkt worden in het dagelijkse functioneren,
  • Leidt tot een, voor de leeftijdsgroep, relatief hoog aantal sterfgevallen

Is het tijd om na te gaan denken over de vraag hoe we met Covid-19 willen leren leven. En dan verwacht ik meer van onze regering dan maar blijven ontkennen en bagatelliseren van de ziektelast. En van u als lezer eigenlijk ook.

Gedachteoefening

Stelt u zich eens voor: het is 2019. De wereld heeft nog nooit van Covid-19 of het Sars-Cov-2 virus gehoord. En plots duikt een krantenartikel op met deze inhoud:

NIEUWE KINDERZIEKTE ZORGT VOOR OVERVOLLE ZIEKENHUIZEN

Een volledig nieuwe kinderziekte waart door onze scholen. Tot nu toe zijn er 1.700 tot 3.000 kinderen opgenomen in het ziekenhuis, waarvan enkele tientallen tot honderden op de IC. Hoeveel kinderen het precies betreft is niet bekend. Hoewel de ziekte al bijna anderhalf jaar rondwaart heeft het Ministerie van VWS zeer weinig concrete stappen gezet om inzichtelijk te krijgen hoe zwaar kinderen getroffen zijn.

Deze nieuwe ziekte verspreidt zich onzichtbaar door de lucht. Volgens experts kan de ziekte zich op scholen makkelijk verspreiden omdat de ventilatie vaak ondermaats is, en veel kinderen bij elkaar komen. 

De ziekte zorgt voor zware infecties in de longen, die zich ook verspreiden naar hersenen, hart en lever. De ziekte kan tot enkele weken na symptomen leiden tot ernstige ontstekingen aan de hartspier. Experts zien dat 1 op de 10 kinderen wel 12 weken ziek blijven. 1 op de 50 kinderen is zelfs na meer dan een jaar nog ziek.

Inmiddels zijn 9 kinderen aan deze vreselijke ziekte overleden. Hiermee is deze ziekte, na leukemie, de belangrijkste doodsoorzaak voor kinderen onder de 20. Toen de Minister van Volksgezondheid werd geconfronteerd met deze getallen was zijn reactie “de overleden kinderen hadden last van onderliggend lijden”. Verder gaf de Minister aan dat de scholen gewoon open zouden blijven omdat de ziektelast voor kinderen beperkt is.

Desgevraagd gaf de premier aan dat “een kwartiertje per dag de ramen open” voldoende zou zijn om het virus tegen te gaan. Experts bestrijden dit, en noemen het volstrekt onvoldoende.
Volgens hen heeft onderzoek van nota bene de overheid zelf al aangetoond dat 80% van alle klaslokalen niet aan de wettelijke minimumnorm voldoet.

Ik hoef u niet te vertellen wat er dan zou gebeuren. Ouders zouden zo’n bijbelse furie neer doen regenen op Den Haag dat Onze Lieve Heer zelf zich geroepen zou voelen af te dalen om te vertellen dat het wel iets minder kan. 

Avond na avond zouden talkshows gevuld zijn met mensen die hun afschuw uitspreken over het totale gebrek aan urgentie bij de Minister. Ze zouden over elkaar heen buitelen om te vertellen hoe belangrijk de jeugd is, dat zij de toekomst heeft en dat die arme schaapjes met alle mogelijke middelen zouden moeten worden geholpen. Hoe stressvol het is om in een onveilige omgeving je dag door te brengen. En hoe slecht dit wel niet moet zijn voor hun ontwikkeling.

En als de Minister het zou wagen om een “gezondheidscampagne” op te zetten die aantoonbaar leidt tot tientallen hospitalisaties onder de kinderen die hij beloofd heeft te beschermen, dan zou een volksgericht onvermijdbaar zijn. Want dat is wat er met Dansen Met Janssen is gebeurd. Dit heeft direct geleid tot 17 ziekenhuisopnames van kinderen 10-19 jaar en 14 ziekenhuisopnames in de leeftijd 0-9 jaar geleidt (en dat is enkel het verschil tussen de maanden juni en juli, niet rekening houdend met de verdere daling die opgetreden zou zijn).

Komt nog eens bij dat van gisteren op vandaag door Stichting NICE het derde sterfgeval op de IC is gemeld. Ik wil niet zo ver gaan dat dit een gevolg is van, aangezien er een grote spreiding is in de tijd die mensen op de IC door kunnen brengen, maar opvallend is het wel.

En nog opvallender is het feit dat geen enkele nieuwsorganisatie of politicus de WEL overduidelijk aanwijsbare causale gevolgen van dit debacle wenst te benoemen.

Wat is er anders?

Twee dingen: situatie en beeldvorming.

Als eerste natuurlijk simpelweg de situatie. Covid-19 is geen kinderziekte. Ouderen worden in vergelijking veel harder getroffen. Daar is dan ook alle aandacht naar uitgegaan, en terecht. Zeker in het begin van de pandemie toen ouderen bij bosjes dood gingen is het absoluut logisch dat kinderen, die veel minder hard getroffen worden, niet de eerste prioriteit zijn geweest. 

De afgelopen 18 maanden is de boodschap uiterst consequent geweest: kinderen worden niet ziek. Kinderen lopen geen risico. Als kinderen al ziek worden dan is het niet meer dan een verkoudheid of heel misschien een flinke griep.

Zoals hierboven is aangetoond is dat objectief gezien onzin. Kinderen moeten vergeleken worden met kinderen. Niet met hun 73-jarige opa of oma met overgewicht, diabetes en een zwak hart.

Kinderen sterven normaal gesproken in Nederland niet aan een virusinfectie.

Het is niet normaal dat er een ziekte vrij rond mag gaan onder kinderen als die meteen de tweede doodsoorzaak (exclusief externe oorzaken) is.

Het is niet normaal dat we een ziekte accepteren die in een klap meestrijdt om de nummer 1 positie als reden voor hospitalisatie van kinderen, met de mededeling “de ziektelast is maar heel klein”.

Het is niet normaal dat we accepteren dat honderden kinderen per jaar met (blijvende) schade aan longen, hart, hersenen, lever en spijsvertering worden opgezadeld en wij blijven roepen dat ze geen risico lopen.

Het is niet normaal dat we accepteren dat honderden kinderen per jaar maanden tot in extreme gevallen meer dan een jaar lang zodanig ziek zijn dat ze niet eens naar school kunnen of, als ze wel naar school kunnen, dit moeten doen ten koste van hun verdere sociale leven.

Het is tijd om, nu we de acute panieksituatie te boven zijn, achteruit te stappen en objectief te kijken naar de impact die deze ziekte heeft op kinderen. Zonder de vergelijking te maken met de gevolgen voor ouderen. Want daar hebben ze niets aan.

Voor kinderen zijn de gevolgen van langdurige ziekte of blijvende schade veel groter dan voor een willekeurige oudere. En hoewel de kans hierop wellicht klein is (en zo hoort het dus ook te zijn), zijn de gevolgen immens:

Dit wordt mijn inziens onvoldoende beschouwd. De kans dat kinderen ziek worden HOORT ook heel klein te zijn. Omdat de gevolgen zo groot zijn.

En de scholen dan?

Daar moeten we iets aan doen. Heel simpel. En dan kunt u zeggen dat het slecht is dat kinderen niet naar school gaan. Slecht voor de kinderen zelf, en slecht voor de economie. En dat klopt. 

Maar nogmaals: kinderen naar een onveilige omgeving sturen, die ze ernstig ziek maakt, is volslagen immoreel. Zeker nu de acute panieksituatie niet langer van toepassing is. Dus moet er een oplossing komen. Het feit dat er in dit land al 18 maanden een mantra wordt afgedraaid wat niet klopt, om zo maar geen actie hoeven te ondernemen, doet hier helemaal niets aan af.

Maar we doen toch iets?

Ja, voor volwassenen wel ja. Die zijn ondertussen voor een groot deel geprikt. Maar basisschoolkinderen worden helemaal niet gevaccineerd. En onder scholieren op het VO heeft slechts een minderheid de eerste prik gehad. En maar zeer weinig scholieren hebben beide vaccinaties gekregen. 

Ook in de leeftijdsgroep van studenten is de vaccinatiegraad overigens nog lang niet hoog genoeg.

En dus zouden er andere preventie-maatregelen genomen moeten worden. Want er zit een hele hoop grijs tussen het “zwarte” scenario van schoolsluitingen en het “witte” scenario van volledig en ongelimiteerd open.

Wat kunnen we nog meer doen dan?

De belangrijkste maatregelen die genomen kunnen worden zijn:

  1. Monitoring kwaliteit binnenlucht.
  2. Verbeteren ventilatie.

Monitoring kwaliteit binnenlucht

De monitoring van de kwaliteit van de binnenlucht kan heel eenvoudig via CO2-meters. Deze worden algemeen toegepast omdat het CO2-gehalte in de lucht een goede graadmeter is voor de hoeveelheid verse lucht die in een ruimte wordt toegevoegd. 

Standaard zit er ongeveer 400 ppm (parts per million) aan CO2 in de (buiten)lucht. Dus ook in een klaslokaal. Stijgt het CO2-niveau dan komt dit omdat de aanwezige mensen meer CO2 uitademen dan dat er door middel van ventilatie aan schone lucht wordt ingevoerd.

Voor Nederland geldt een nieuwbouweis van maximaal 800 ppm CO2. 1200 wordt gezien als de grens voor “gezonde” binnenlucht, zelfs bij oudere gebouwen. Waarbij aangetekend dat die grens is bepaald toen we nog geen dodelijke ziekteverwekkers rond hadden zweven. 

Het OMT zegt al een jaar lang in haar adviezen dat de ventilatie op scholen moet voldoen aan de eisen in het Bouwbesluit. Ik zou ervoor pleiten om ze te laten voldoen aan de nieuwbouweisen in het Bouwbesluit. Dit is overigens niet het uitgangspunt van de onderzoeksgroep die een jaar geleden in opdracht van het Ministerie van OCW een inventarisatie van de luchtkwaliteit op scholen uitvoerde. Zij gingen uit van een maximum van 1200ppm CO2 voor schoolgebouwen gebouwd voor 2012 en 950ppm voor schoolgebouwen gebouwd na 2012.

Het aanbrengen van CO2-melders in alle klaslokalen op PO en VO (en trouwens ook MBO, HBO en Universiteit) kost een fractie van wat we nu uitgeven aan beheersmaatregelen. 

Voor alle scholieren en studenten zullen in de eerste schoolweek 2 sneltesten beschikbaar zijn:

Volgens CBS zijn dit in totaal 2.275.00 leerlingen, verdeeld over VO, MBO en hoger onderwijs.

Daar komen nog 1.592.000 leerlingen in het PO bij. In totaal dus 3.867.000 leerlingen.

Dit komt neer op 3.867.000 x 2 = 7.734.000 sneltesten.

Bij een aanschafprijs van iets meer dan 9 euro per stuk (zoals onlangs bekend werd) betekent dit dat er in 1 week 70 miljoen euro gereserveerd is voor sneltesten.

Hiervan kun je ook 278.424 CO2-melders kopen a 250,- per stuk.

Bij een gemiddelde klasgrootte van 20 leerlingen over het hele onderwijs zijn er in totaal in Nederland voor alle onderwijsinstellingen 193.350 lokalen.

Je kunt voor het geld wat we reserveren voor 1 week testen kun je dus alle klaslokalen kunnen voorzien van CO2-melders, en nog steeds ruwweg 85.000 melders in een opslag kunnen leggen.Schijnt toch een beetje een nationale hobby te zijn.

Verbeteren ventilatie

Uit de CO2-metingen gaat komen dat het grootste deel van onze klaslokalen niet voldoet. Maar dat is geen nieuws, het RIVM wist dit al in 2011, zie ook deze pagina en de onderstaande screenshot: https://www.rivm.nl/binnenmilieu/binnenmilieu-in-scholen-en-kindercentra 

Tot voor kort werd dit ook gemeld op de website van de RVO (Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland) waar al een decennium subsidie kan worden aangevraagd voor verbetering van de ventilatie. Op de nieuwe website, live sinds juli, zijn deze getallen overigens verdwenen. Zie ook onderstaand screenshot en deze website: https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebouwen/technieken-beheer-en-innovatie/frisse-scholen?wssl=1 

Maar is dat een reden om kinderen dan maar naar onveilige situaties te sturen? Volgens mij niet. 

CO2-melders kunnen helpen om inzichtelijk te krijgen waar de nood het hoogst is. Daarnaast moet er een Deltaplan Ventilatie komen waarbij de overheid centraal gaat regelen dat de scholen binnen de kortst mogelijke tijd veilig zijn. En tot die tijd zullen scholen die niet voldoen op andere manieren moeten zorgen voor veilig onderwijs. 

En ja, dat kan betekenen dat gewerkt wordt met halve klassen. En nee, dat is niet perse goed voor de ontwikkeling van de kinderen in die klassen. Maar dat heeft maar 1 oorzaak: de overheid heeft 16 maanden lang de kop in het zand gestoken en NIETS gedaan.

Het kan niet zo zijn dat de gevolgen hiervan nog langer worden afgewenteld op onze kinderen. De overheid moet haar verantwoordelijkheid nemen, en de Volksgezondheid beschermen. OOK van het jongste deel van ons volk. En het feit dat we 15 maanden verloren zijn vormt geen enkel excuus om de veiligheid van onze kinderen dan maar willens en wetens in gevaar te brengen.

Overweging

Ik blijf het maar herhalen: Covid-19 is ook voor kinderen een heel erge infectieziekte. Met een, voor kinderen, zware ziektelast. 

Deze ziekte leidt in de groep <20 tot meer ziekenhuisopnames en sterfgevallen dan welke infectieziekte dan ook. De enige ziekte die meer dodelijke slachtoffers eist is leukemie. De enige aandoeningen die meer ziekenhuisopnames vergen zijn simpele en (relatief) ongevaarlijke zaken als keelontsteking, of ontstekingen aan de keel- en neusamandelen.

Sterker nog: als je kijkt naar de volledige groep kinderen is Covid19 misschien wel de ziekte met de grootste last voor kinderen. Het is inderdaad niet de dodelijkste ziekte. En ook niet de ziekte met de meeste ziekenhuisopnames. Maar wel de enige die voor beide aspecten in de top 5 zit. Deze ziekte leidt tot langdurige en misschien wel permanente schade aan organen. Deze ziekte werkt invaliderend. Bij honderden of misschien wel duizenden kinderen per jaar.

Dit roept bij mij een hoop vragen op.

  • Gaan wij echt kinderen zonder enige vorm van preventie en/of bescherming naar school sturen terwijl we weten dat de ziektelast wel degelijk hoog is?
  • Gaan we echt tegen jongeren zeggen dat het hun eigen verantwoordelijkheid is om zich maar in te laten enten? Ook als dit tegen de wil van hun ouders in gaat?
  • Zijn we echt zo murw gebeukt door alle maatregelen dat we als volwassenen echt enkel alleen nog maar aan onze eigen belangen kunnen denken?
  • Hebben kinderen eigenlijk nog wel de “uitzonderingspositie” waarin ze extra beschermd moeten worden omdat ze nu eenmaal onze toekomst zijn?
  • Of is het echt enkel nog economie en eigenbelang? Zijn we zo verblind door ons zelfmedelijden dat een objectieve kijk niet langer mogelijk is? 

Want objectief gezien is er geen speld tussen te krijgen: voor kinderen is Covid-19 wel degelijk gevaarlijk. En we doen helemaal niets aan preventie. Scholen zijn nog net zo onveilig als vorig jaar maart. Kinderen op het PO zijn helemaal niet gevaccineerd, op het VO, en in het hoger onderwijs, slechts gedeeltelijk.

Er is niets gedaan aan verbetering van de luchtkwaliteit door ventilatie. Er is niets gedaan aan monitoring van de luchtkwaliteit door CO2-meters. Er is vrijwel geen resultaat geboekt in het ontwikkelen van kindvriendelijke testmethodes.

De tweede golf heeft geleidt tot 4x meer hospitalisaties van kinderen dan de eerste golf. En dat was met (gedeeltelijke) schoolsluiting, 1.5m afstand en mondkapjes. En zonder de Delta variant. En nu gaan we al die maatregelen overboord zetten. Even de redenen op een rij:

  • Docenten zijn goeddeels gevaccineerd.
    Super. En de kinderen? 1.6mln basisschoolleerlingen niet.
    934.000 leerlingen in het VO zijn zelf verantwoordelijk voor het halen van een vaccinatie? Serieus?
    Als je nu denkt “ja, waarom niet?” dan moet je die zin nog eens lezen. Gaan wij echt kinderen van 12 tot 17 jaar zelf de verantwoordelijkheid geven voor de (Volks)gezondheid? Even los van alle kinderen met ouders die vinden dat ze niet geprikt mogen worden, ben je dan als maatschappij vol-le-dig de weg kwijt. Helemaal en totaal moreel failliet. 
  • Kinderen lopen leerachterstand op. Kinderen lijden onder sociaal isolement.
    Allemaal zaken die het probleem niet oplossen. Hoe terecht en schrijnend de punten ook zijn. En dus ook geen enkele invloed hebben op de vraag hoeveel kinderen als gevolg van deze beslissing ziek gaan worden of komen te overlijden. Als je (terechte) problemen hebt met de handelingssnelheid van onze regering als het gaat om het veilig maken van de schoolgebouwen, dan zou mijn suggestie zijn om dit onder de aandacht van de politiek te brengen. 
  • Kinderen willen graag naar school.
    Ja. En ze willen doorgaans ook ontbijten met snoep, veel te spannende films kijken, met zonder tanden poetsen naar bed, kijken of ze uit het slaapkamerraam via de trampoline in het zwembad kunnen springen. Daar hebben wij als volwassenen een taak in. Wij moeten zorgen dat het veilig en verantwoord gaat. Dat noemen ze opvoeden. It takes a village, weet u nog?
  • We sturen op zorgcapaciteit.
    Dat is niet eerlijk, want alleen de kinder-IC’s kunnen nooit het totale zorgsysteem ontwrichten (en nee, dat is geen challenge)
  • We beschermen de kwetsbaren.
    Minderjarige kinderen vallen in zijn algemeenheid niet meer onder die groep begrijp ik?
  • We moeten terug naar normaal.
    Waarom? Wie zegt dat? En bedoel je dan “normaal” voor jezelf? Of voor iedereen? Want ik heb even gekeken, in de laatste 20 jaar kon ik geen enkele ziekte vinden die zo snel zo’n impact ontwikkeld heeft en dat iedereen dit maar “normaal” vindt. Alle maatregelen laten gaan betekent misschien dat 14.9 miljoen volwassenen terug naar “normaal” kunnen, maar dit geldt dan absoluut niet voor 2.5 miljoen kinderen.
    Hoe “normaal” is het eigenlijk dat we daar geen enkel oog voor hebben?

Noem mij ouderwets, maar ik kom uit een tijd waarin je leerde dat kinderen een speciale plaats in onze maatschappij innemen. Hun onschuld, het feit dat ze hun hele toekomst nog voor zich hebben, en daarmee onze toekomst zijn. Maar ook het besef dat kinderen niet in staat zijn om het beste voor zichzelf af te dwingen. Het geeft ons volwassenen de maatschappelijke plicht om kinderen te beschermen. Om onszelf op te offeren voor hun welzijn. Om alles in het werk te stellen om voor hun het beste te verkrijgen.

En nu hebben we deze ziekte. En die zorgt ervoor dat kinderen inderdaad zwaar te lijden hebben. Zowel onder de indirecte gevolgen vanwege alle maatregelen, als direct onder de gevolgen van Covid-19.
Maar omdat het nu wel lang duurt, nadat we als volwassenen 15 maanden lang verzuimd hebben om ook maar iets te doen aan een veilige onderwijsomgeving, gooien we de kinderen maar in het diepe. Onbeschermd. 

Wat mij betreft moeten wij eens heel goed nadenken over wat we hier nu eigenlijk aan het doen zijn.

Deel op:
Tijd om te gaan leven met het virus

Tijd om te gaan leven met het virus

Leestijd 24 minuten

Nu steeds meer mensen in onze samenleving gevaccineerd zijn, klinkt de roep om het loslaten van maatregelen in de media steeds luider. We houden nauwlettend de situatie in het Verenigd Koninkrijk in de gaten. Na hun ‘bevrijdidingsdag’ kwam geen tsunami aan Delta-slachtoffers, maar een scherpe daling in de besmettingen. Zie je wel, dat is het effect van de vaccinaties, is de snelle conclusie. En ook in Nederland zien we een rustige zomer, vinden we. Ondanks de relatief hoge besmettingsgraad vergeleken met vorig jaar en ondanks het hoge percentage positieve testen. En dat is ondanks de zomervakantie, gesloten scholen en peuterspeelzalen, ondanks het feit dat er veel minder mobiliteit is, er redelijk wat mensen op vakantie zijn, je veel meer buiten af kunt spreken en veel mensen een paar weken vrij zijn van hun werk.

Eigenlijk is er gewoon veel verspreiding in de samenleving. Maar iedere keer als de cijfers wat gaan dalen, hangen wij meteen de vlag uit. Corona raakt uitgedoofd, we zijn er klaar mee, ‘we kunnen weer’. Het is iedere keer hetzelfde. En iedere keer leidt het tot teleurstelling. Zoals het ook nu zal doen. Want het virus is niet weg en het verspreidt zich. De supermegaverspreiding via evenementen en festivals is gestopt. Nu verspreidt het virus zich op zijn normale gangetje door de leeftijdsgroepen heen. En dat duurt altijd even. Een paar weken nadat de scholen weer open zijn, gaat het dan weer mis. Iedere keer weer.

Wij doen hetzelfde als de landen om ons heen

Wij vergelijken ons graag met andere landen met een hoge vaccinatiegraad. We concluderen snel dat het daar wel meevalt (ook al vindt bijvoorbeeld een land als Israël dat zelf helemaal niet) en dus werken die vaccins tegen alles. Ze werken echt goed overigens, tegen ernstige ziekte. Maar of er daadwerkelijk aanwijzing is dat ze ook werken tegen verspreiding? Nee. De onderzoeksresultaten zijn conflicterend. Daarnaast hebben wij ten onrechte het idee dat we zo ongeveer hetzelfde doen als die andere landen. Waarbij we de beperkende maatregelen die zij hebben, over het hoofd zien.

Bijna alle landen hebben nog altijd een mondneusmaskerplicht bijvoorbeeld, soms alleen binnen, soms binnen en buiten. Soms geldt die plicht ook voor jonge kinderen vanaf twee jaar, in de schoolsetting. Terwijl bij ons de kinderen straks zonder anderhalve meter afstand, zonder mondneusmasker en met klachten in slecht geventileerde klaslokalen bij elkaar mogen zitten.

In Duitsland, waar het momenteel een stuk beter gaat dan hier, is het voor het publiek zelfs verplicht een FFP2 masker te dragen. Bijna overal ter wereld wordt in de zorgsetting een mondneusmasker gedragen, waar wij onbekommerd en onbeschermd bij de huisarts op bezoek gaan. Of bij zieke familieleden in het ziekenhuis. In sommige landen is er veel aandacht voor ventilatie, waarbij men ervan uitgaat dat verspreiding ook via aerosolen plaatsvindt. In veel landen kan je bij wijze van spreken op iedere straathoek testen, wat de testbereidheid aanzienlijk vergroot. Sommige landen hebben strenge inreisbeperkingen. Kijk, het lijkt allemaal wel zo’n beetje hetzelfde, maar dat is het niet. Al die landen waar we ons graag mee vergelijken hebben een breed palet aan maatregelen en een eigen timing voor de inzet ervan.

En ook de strategieën verschillen wel wat van elkaar. In Australië is er veel aandacht voor besmettingen in de buitenlucht en besmetting bij vluchtig passeren in de openbare ruimte. Bij ons is dat niet van belang. Wij accepteren dat het virus rondgaat. We kijken niet op een paar individuele besmettingen. Wij zijn gericht op het tegengaan van grote clusters. En hoe meer mensen gevaccineerd zijn, hoe groter die clusters mogen worden. Het Verenigd Koninkrijk volgt diezelfde filosofie, terwijl Israël meer inzet op het tegengaan van verspreiding in het algemeen.

Maar wij hebben de beste experts

We doen het dus overal (in ieder geval nét een beetje) anders. Al sinds het begin van de pandemie horen we Rutte vaak verdedigend zeggen: “Maar wij hebben de beste experts.” Waarom doen wij het dan relatief slecht, vergeleken met andere landen? Zijn onze experts dan echt wel zo goed? Soms kan je het gevoel bekruipen dat ze niet weten waar ze het over hebben, als ze weer net te laat, net te weinig maatregelen adviseren om een nieuwe besmettingsgolf te voorkomen.

Waarom luistert ons kabinet niet liever naar de adviezen van experts uit andere landen, of van gezondheidsinstituten als het Robert Koch Institut in Duitsland, of het CDC in de Verenigde Staten, of naar de WHO? Hoe komt het dat ‘de’ wetenschap over corona in andere landen anders is dan bij ons? En hoe komt het dat leiders van andere landen zich ook, net als Rutte, herhaaldelijk beroepen op de inbreng van hun eigen ‘allerbeste experts’?

Wetenschap, politiek of ideologie?

Is de aanpak gebaseerd op wetenschap, op ideologie, of is het 100% politiek? In de praktijk blijkt daar onmogelijk een duidelijke scheidslijn in aan te brengen. Het is een beetje van alles wat, waarbij de politieke ideologie de boventoon voert. Wetenschap wordt vooral op díe manier ingezet, die past bij de heersende politieke ideologie.

Maar welk beleid is dan ‘goed’, of ‘beter’? En welke experts zijn dan ‘goed’ of ‘beter’? Ook dat kan je op verschillende manieren bekijken. Om dat goed te kunnen begrijpen, moeten we eerst een kijkje nemen op de wereldkaart:

Wat suf, die kaart zo ondersteboven. Alhoewel, is dat wel zo suf? Als je beter kijkt, staat de kaart met een reden ondersteboven. Maar waarom lijkt Europa op deze kaart in het niet te vallen, terwijl ons continent op de ‘normale’ wereldkaart zo prominent aanwezig is? Het centrum van de kaart, zeg maar, waar alles omheen draait. Nou kijk, als je vanuit Australië naar de wereld kijkt, ziet die er heel anders uit. Dan zijn wij ineens niet meer het middelpunt van het bestaan, maar zijzelf. En zo zit het eigenlijk met alles.

Hoe we naar de wereld kijken, ligt aan:
waar we zijn
• welke afspraken we daar met elkaar maken
• wat we daar, in het algemeen, ‘normaal’ vinden
• welke regels er daar gelden
wie die regels maakt

We bekijken de wereld allemaal vanuit ons eigen perspectief. Vanuit onze eigen normen en waarden, wetten en regels. We vragen ons maar zelden af wat er zo ‘normaal’ is aan hoe wij leven. Voor ons zijn het een soort ijzeren natuurwetten waar we naar leven. We beschouwen de wereld om ons heen als ‘raar’, ‘vreemd’, of ‘anders’. Net zoals je maar moeilijk kunt wennen aan de wereldkaart hierboven en die het liefst zou willen draaien om alles weer in perspectief te krijgen, zo doen we dat ook als we ons geconfronteerd zien met andere manieren van leven.

Nu, tijdens de pandemie, worstelen we vooral met dit begrip, of liever gezegd: het gebrek aan dit begrip. We denken dat wetenschap objectief is, we denken dat alle overheden – ongeacht hun politieke ideologie – één objectieve maatstaf gebruiken om te doen wat het ‘beste’ is voor hun bevolking, of dat tenminste zouden moeten nastreven. What’s good for the goose, is good for the gander. Wat goed of acceptabel is voor de één, zou automatisch goed of acceptabel zijn voor de ander. Maar wie bepaalt dat? Het rijke westen? Nederland? Europa? De Verenigde Staten? Brazilië? China? Nieuw Zeeland? Of Australië? Het antwoord is: niemand.

Het is ieder land voor zich. En dus volgen verschillende landen verschillend beleid, wordt er in de wetenschap verschillend gedacht over bepaalde onderwerpen en worden bepaalde dingen juist wel, of juist niet onderzocht. En hebben alle overheden de beschikking over ‘de beste experts’ die hun beleid van een wetenschappelijk kader voorzien.

In Australië draait het beleid om het beschermen van alle Australiërs tegen infectie, in gelijke mate. In Nederland beschermen we de ‘kwetsbaren’, waarbij de overheid in samenspraak met de experts bepaalt wie de kwetsbaren zijn. In Brazilië wil men het liefst niemand beschermen tegen het virus, maar het uit laten razen, ondanks de gevolgen voor de volksgezondheid. In Indonesië koos men voor een strategie waarbij de economie boven de volksgezondheid werd geplaatst. In hun vaccinatiestrategie bijvoorbeeld, staan niet de ouderen en de mensen met ‘onderliggend lijden’ centraal, maar de jonge, fitte arbeidspopulatie.

Etnocentrisme
Je beoordeelt andere culturen aan de hand van de normen en waarden van je eigen samenleving. Je eigen cultuur geldt als maatstaf – van wat je ‘normaal’ vindt – waardoor je andere culturen vaak automatisch ziet als minderwaardige imitaties van je eigen cultuur.

In Nederland zijn wetenschap en politiek nauwelijks van elkaar te onderscheiden

In Nederland is ‘de wetenschap’ achter het coronabeleid een grote zwarte doos. De OMT verslagen geven een kleine inkijk in hoe de overheid geadviseerd wordt met betrekking tot maatregelen en versoepelingen, maar niet in de kijk van de experts op de strategie. In Nederland lijkt het zelfs wel alsof die strategie helemaal niet wordt bevraagd. De wetenschappers betrokken bij het beleid, lijken opvallend eensgezind in hun opvattingen en hun kennis over corona.

Op een enkeling na, is er in Nederland binnen de invloedrijke kring van experts niemand die ooit het vraagstuk heeft opgeworpen of gecontroleerd uitrazen een wenselijke strategie is, vanuit wetenschappelijk perspectief. Is het überhaupt mogelijk? Hoe monitoren zij dat? Waarop baseren zij dat rotsvaste geloof dat je dat virus onder controle kunt houden, zelfs nadat de hele samenleving tot driemaal toe heeft kunnen zien dat dat schier onmogelijk is?

Kennis en wetenschappelijke discussies in andere landen lijken, zo van buitenaf bekeken – niet door de harde schil van de Nederlandse (bio)medische wetenschap te komen. Zo is er in Nederland geen discussie over de besmettelijkheid van kinderen, hun rol in de verspreiding, het nut van mondneusmaskers, aerosolen, het belang van ventilatie, om maar een paar voorbeelden te noemen. Er is geen discussie, maar vaak ook geen ‘kennis van eigen bodem’. Zo weten we weinig over de rol van kinderen in de verspreiding, maar nemen we aan dat die rol klein is.

Ook de ‘harde wetenschap’ kent ideologie en cultuur

Om de biomedische wetenschap te omschrijven gebruiken we in de volksmond wel het woord ‘harde wetenschap’, of exacte wetenschap. Die woorden suggereren een bepaalde onvoorwaardelijke objectiviteit. Maar hoe objectief is objectief? Met de ‘harde wetenschap’ kunnen makkelijker objectieve metingen worden gedaan dan met sociaalwetenschappelijk onderzoek. Bij de harde wetenschap kunnen experimenten in wiskundige modellen worden weergegeven, makkelijker worden herhaald door andere wetenschappers om de kennis te toetsen en hetzelfde fenomeen opnieuw te kunnen meten en berekenen. Wát en vanuit welke invalshoek men dat onderzoekt echter, is niet zo ‘hard’, maar afhankelijk van wat de wetenschapper wil onderzoeken, waarbij ideologie en cultuur wel degelijk een (grote) rol kunnen spelen.

Laten we nog eens naar de rol van kinderen in de verspreiding kijken: omdat men ervan uitging dat kinderen nauwelijks een rol speelden bij de verspreiding, werd een strategie gekozen waarbij kinderen niet of nauwelijks werden getest. Men vond het simpelweg niet belangrijk om de rol van kinderen daadwerkelijk in kaart te brengen. Besmetting onder kinderen wordt niet als onwenselijk gezien, hoewel men geen beeld heeft bij de (lange termijn) schade die het coronavirus aan kinderen toebrengt. Geen harde kennis dus, maar een aanname dat de schade aan kinderen meevalt en dat de verspreiding die samenhangt met transmissie in scholen, acceptabel is.

Welk onderzoek je wél of juist niet doet, maakt het verschil

Wie slechts het Nederlandse nieuws volgt, kan het idee krijgen dat er wereldwijd consensus is over de rol van kinderen in de pandemie: “the kids are ok”. Maar dit klopt niet met de werkelijkheid. In sommige Aziatische landen gaan scholen als eerste dicht als de verspreiding toeneemt en worden kinderen juist erg afgeschermd, omdat men niet weet wat het virus met hen doet. Er zijn ook redelijk wat studies gepubliceerd waaruit blijkt dat kinderen juist wel een grote rol spelen in de verspreiding.

Die verschillen hebben hun wortels in de visie die verschillende volkeren hebben op gezondheid, de gezondheid van kinderen en de kwaliteit van de beschikbare zorg. In Nederland vinden we het niet zo erg als kinderen besmet raken – wenselijk misschien zelfs – omdat zij veel minder risico lopen om in het ziekenhuis terecht te komen. Waarbij we dus definiëren dat iemand pas echt erg ziek is, als opname in het ziekenhuis noodzakelijk is. Wij gaan ervanuit dat covid-19 niet zo schadelijk is voor kinderen, terwijl er in andere landen wetenschappers zijn die constateren dat langdurige ziekte door covid-19 ook kinderen treft. Bovendien zien we zowel in de VS als in Indonesië dat momenteel veel kinderen op de IC terechtkomen, of zelfs sterven.

In Nederland is geen deugdelijk onderzoek gedaan naar verspreiding op basisscholen, de kinderopvang of de peuterspeelzaal. Wel werd onderzoek gedaan naar verspreiding op middelbare scholen en dan meer specifiek naar het effect van een teststrategie in combinatie met fulltime, fysiek, onbeschermd onderwijs. Er werd geen vergelijkende studie gedaan naar het verschil tussen volledig fysiek onderwijs en hybride onderwijs, bijvoorbeeld. Geen vergelijkende studie tussen scholen met uitstekende ventilatiemogelijkheden en scholen met nauwelijks ventilatiemogelijkheid. Er ligt geen vergelijkende studie tussen onbeschermd, onbelemmerd onderwijs en onderwijs met strikte opvolging van de anderhalve meter afstand. Of naar het gebruik van mondneusmaskers in de schoolsetting. Of de verschillen tussen het stoffen lapje, een chirurgisch masker en FFP2.

Om onduidelijke redenen is het niet denkbaar dat er op scholen echte voorzorg in acht genomen wordt, zoals door het dragen van een mondneusmasker, anderhalve meter afstand, ventilatie, hybride onderwijs en een uitgebreid testprotocol. We vinden open scholen zonder voorzorgsmaatregelen acceptabel. Zonder hard wetenschappelijk bewijs. Zonder inzicht zelfs, in het effect daarvan. Het behoeft geen betoog dat dit geen wetenschap, maar ideologie is. Geworteld in een cultuur waarin ‘weerstand opbouwen’ wenselijk is en ‘vrijheid’ betekent dat we geen gezichtsbedekking dragen.

Voortschrijdend inzicht

De verschillen in wetenschappelijke opvattingen wekken nogal wat verwarring. Niet zozeer omdat mensen niet begrijpen dat de wetenschap voortdurend in ontwikkeling is en het principe ‘voortschrijdend inzicht’ niet vatten, maar omdat wetenschappers (vaak zonder dat zij er zelf onderzoek naar deden) onwrikbaar vasthouden aan de eigen ideeën. Neem nu dat vermaledijde mondneusmasker. In Nederland lijkt er geen wetenschapper te vinden die gelooft in het nut van het breed inzetten van het ervan, terwijl bijna de hele wereld ze gebruikt. Hoe kan het toch dat de Nederlandse wetenschappers overal achteraan lijken te hobbelen? En waar is dat Nederlandse ‘eigen’ onderzoek dan dat bewijst dat mondneusmaskers inderdaad niet werken?

Steeds meer mensen struinen het internet af op zoek naar informatie. En informatie is er heel veel voor handen. Sommige mensen maken gebruik van de informatie die er van buitenlandse, gezaghebbende instituten komt, anderen vallen in de fuik van de complotwetenschap. En hoe langer deze verwarrende situatie voortduurt, hoe meer we gaan zoeken naar informatie die past bij onze eigen denkbeelden. Van de wetenschap in eigen land moeten we het niet hebben. Dan moeten ze maar luisteren naar andere landen. Maar in welke landen zitten dan die wetenschappers die het wel steeds bij het rechte eind hebben? En worstelen ze in andere landen niet net zo hard met deze problematiek als wij?

De wetenschap plooit zich naar de politiek

Laten we het niet te ver van huis zoeken om een vergelijking met andere landen te maken. We kijken naar een land dat zowel in geografisch, als in politiek ideologisch opzicht dichtbij ligt en waar bovendien een vergelijkbaar coronabeleid gevoerd wordt: het Verenigd Koninkrijk. De overeenkomsten zullen duidelijk zijn: beide landen gingen voor een strategie van groepsimmuniteit, dat werd bijgesteld om daarna over te stappen op uitsmeren totdat vaccins groepsimmuniteit zouden bieden.

Een kijkje in de keuken van het coronabeleid van het Verenigd Koninkrijk vinden we in het boek Spike van Jeremy Farrar. Farrar – directeur van Wellcome Trust en adviseur in SAGE, het Britse equivalent van het OMT – was een van de wetenschappers die vanaf het allereerste signaal uit Wuhan dicht op de pandemie zat. Spike is een spannend geschreven reconstructie van de eerste helft van de pandemie. Farrar vertelt niet alleen over de algemene ontwikkelingen, afgezet tegen een tijdlijn, maar ook over zijn eigen rol en overdenkingen. Hoewel het vaak leest alsof hij zijn eigen straatje schoonveegt, geeft hij toch een interessante inkijk in de verwevenheid tussen wetenschap en politiek die het lezen waard is.

De wetenschap was sneller dan we denken

Als geheugensteuntje eerst nog een voorbeeld van de corona-aanpak, om in het achterhoofd te houden. Maandenlang was het een enorm getouwtrek: testen zonder symptomen. Het zou zinloos zijn, van asymptomatische verspreiding was nauwelijks sprake. “Iemand die nog niet ziek is of nog niet hoest of niest, zal het virus niet verspreiden,” aldus het RIVM in maart 2020. Per 1 december 2020 veranderde dit plotseling. Als je in nauw contact was geweest met een coronapatiënt, mocht je je ook zonder klachten laten testen. En dat riep vragen op. Was er voortschrijdend inzicht? Op basis van welk onderzoek? Antwoord op die vragen kwam niet. Als je het 85e OMT advies erop naslaat lijkt het eerdere beleid meer ingegeven te zijn geweest door capaciteit dan door wetenschap. Maar dat is vooralsnog speculatie zonder bewijs. Terug naar Farrar.


Fragment uit Spike van Jeremy Farrar

Op 24 januari [2020] had de wereld alle informatie [over het nieuwe coronavirus] die het nodig had: een potentieel dodelijke, nieuwe luchtwegaandoening die zich tussen mensen zonder symptomen kon verspreiden.

Uit de reconstructie van Farrar maken we op dat asymptomatische verspreiding, waar zoveel om te doen is geweest, op 24 januari 2020 al bekend was. Ver voordat corona ooit in het VK (en Nederland) aankwam. Was Farrar de enige die dit wist? Nee. Farrar beschrijft hoe Thijs Kuiken, Hoogleraar Vergelijkende Pathologie op de afdeling Viroscience van het Nederlandse Erasmus UMC, werd gevraagd een paper te reviewen, daardoor deze informatie te weten kwam en besloot het te delen met de WHO.


Fragment uit Spike van Jeremy Farrar

Wetenschap en politiek zijn niet van elkaar te onderscheiden

Het is maar een voorbeeld, want in het boek staan meer opzienbarende zaken. Maar het is er één die veel invloed heeft gehad op de pandemie en waaruit de vermenging tussen wetenschap en politiek pijnlijk duidelijk naar voren komt. Niet alleen in het VK, maar ook in Nederland. Terwijl er inmiddels veel wetenschappers waren die niet twijfelden aan de impact van asymptmatische verspreiding en ook de WHO schatte dat ongeveer 40% van de transmissie verliep via personen zonder ‘klachten’, waren de experts die betrokken zijn bij het Nederlandse beleid er niet zo zeker van. En dus werd er geen actie op ondernomen. Nederland wilde niet testen, testen, testen en vond het niet zo’n probleem dat het virus zich – asymptomatisch of niet – verspreidde, zolang de ziekenhuizen niet overbelast raakten. De politiek hoefde niet extra te investeren in het uitbreiden van testcapaciteit, wat weer past bij de kosten-baten benadering van het kabinet. Maar hoe wetenschappelijk was die benadering dan eigenlijk? Of paste het meer bij de wensen van de politiek?

Intussen ontging het ook de bevolking niet dat er iets niet klopte. Asymptomatische verspreiding was een behoorlijke tijd het gesprek van de dag. Met een schuin oog keken we naar China, waar bij iedere kleine uitbraak vele miljoenen mensen in een paar dagen tijd werden getest en waar de boel daarna snel weer open kon. Waarom deden ze dat toch, die rare Chinezen? Mensen testen zonder klachten had immers geen zin? Overdreven aanpak en bovendien duur en belastend voor de bevolking. In Nederland deden we het liever zonder testen, testen, testen met een haast oneindige ‘intelligente lockdown’. Met veel meer zieken en doden dan in China. ‘s Lands wijs, ‘s lands eer. Als we maar niet te pas en te onpas gevraagd (of gedwongen) werden om te testen. Een maandenlange lockdown met heel veel schade was voor ons blijkbaar een veel acceptabeler offer.

Politici verschuilen zich achter de experts

In zijn boek vertelt Farrar uitgebreid hoe politici in het Verenigd Koninkrijk zich verscholen achter de experts. Hij beschrijft de situatie van begin maart 2020, toen belangrijke beslissingen werden genomen die niet alleen het verloop van de epidemie in het Verenigd Koninkrijk bepaalden, maar ook belangrijke consequenties hadden voor de hele wereld; immers, een half jaar later begon een nieuwe variant daar te circuleren (Alpha) die grote delen van de wereld in de greep zou houden.

Terwijl de wetenschappers in het adviesorgaan SAGE zich nog bogen over de beste combinatie van maatregelen, leek de Britse overheid al een vaststaand plan te hebben. Op 3 maart 2020 lag het Coronavirus Action Plan klaar. Het plan was opgedeeld in vier fases: beheersen, vertragen, onderzoeken en uitsmeren. Het doel van de Britse overheid: verspreiding die via geïnfecteerde personen werd gevonden beheersen, hen isoleren en hun contacten traceren. Als dat de verspreiding niet zou stoppen, wilde men de epidemie vertragen richting de zomer door de bevolking te vragen zelf maatregelen te nemen, zoals handenwassen. Mocht de uitbraak erger worden, dan zou over worden gegaan tot mitigatie.

“In de modellen van hoe de ziekte zich zou verspreiden, was mitigatie (matigen) synoniem voor kudde-immuniteit: het betekende dat we niet probeerden iets tegen te houden. Mitigatie betekent de verspreiding een beetje vertragen, dus je probeert de sterfte te verminderen, maar het is niet de bedoeling om de epidemie in zijn sporen te stoppen. … Het is iets anders dan onderdrukken, wat betekent dat je de verspreiding in de eerste plaats probeert te stoppen. … “

“Ik raadpleegde de notulen om te zien of we die vierfasenstrategie ooit uitgebreid hadden besproken. Het antwoord was nee.

De politici kwamen met die strategie en het was onze taak om het te laten werken.

Jeremy Farrar – Spike

Farrar beschrijft hoe verbaasd hij was dat de Britse overheid sprak over cocooning, wat wij in Nederland een beschermend muurtje om de kwetsbaren noemen. En dat Johnson in de media sprak over het bereiken van groepsimmuniteit door infecties. Geen van beide visies was afkomstig van SAGE, volgens Farrar.

Farrar laat het niet in het midden: het idee dat groepsimmuniteit door natuurlijke infectie haalbaar, laat staan veilig was, was toen – amper drie maanden na ontdekking van een nieuwe ziekte – niet het ‘volgen van de wetenschap’, maar juist tegen de wetenschap in. Omdat er maar heel weinig groepsimmuniteit bereikt wordt tegen circulerende coronavirussen die verkoudheid veroorzaken en omdat de wetenschap nog geen idee had of tegen het gerelateerde SARS-CoV-1 langdurige immuniteit bestond.

“Het idee dat je 20 procent van de samenleving, of meer, hermetisch zou kunnen afsluiten en zeggen: ‘We gaan je een paar maanden, misschien een jaar in een hokje stoppen’, was niet haalbaar, praktisch, wenselijk of ethisch.'”

jeremy farrar – Spike

Een terugblik naar de Nederlandse situatie, precies rond die tijd. In een historische speech kondigde Rutte aan dat veel Nederlanders ziek zouden worden, dat we een beschermend muurtje zouden bouwen rond de kwetsbaren en dat we op deze manier, door de epidemie uit te smeren, uiteindelijk groepsimmuniteit zouden bereiken. Het klinkt bekend. En waar Farrar heel duidelijk maakt dat het ‘de wetenschap’ simpelweg aan immunologische kennis ontbrak om zelfs maar te kunnen beoordelen of zo’n strategie überhaupt haalbaar was, stonden wetenschappers in Nederland gewillig klaar om de bevolking uit te leggen dat dit verantwoord was, haalbaar en eigenlijk de enige manier.

Of legitimeren experts juist gewillig het overheidsbeleid?

Jaap van Dissel legde bij Nieuwsuur uit hoe de strategie van mititgatie naar groepsimmuniteit werkte. Patricia Bruijning, arts-epidemioloog van het UMC Utrecht, maakte het in EenVandaag heel duidelijk en expliciet: het was de “verstandigste strategie” om met de epidemie om te gaan. Veel mensen zouden ziek worden, zo’n 60% van de bevolking, waarna groepsimmuniteit zou ontstaan. Voor Bruijning lag alleen de vraag open hoe lang immuniteit tegen het virus zou aanhouden, 1 jaar, 5 jaar? We hadden geen andere keus, dan deze strategie te volgen. Hoe zei Farrar het ook alweer? Dit was niet het ‘volgen van de wetenschap’, maar juist tegen de wetenschap in.

Farrar beschrijft dat hij zich vaak afvraagt of hij medeplichtig is aan het Britse coronabeleid. Hij verwijt het zichzelf dat hij er niet tegen in verweer kwam, hoewel hij toch op het punt heeft gestaan zijn adviesfunctie bij SAGE neer te leggen. Hij schatte zelf in dat hij, door aan te blijven als adviseur, nog enige invloed kon uitoefenen. Een onwetenschappelijk beleid een wetenschappelijke legitimatie te geven op primetime televisie, zoals dat in Nederland gebeurde, is een nog veel grotere stap verder. Dus wat is wat en wie is wie? Moeten de experts naar het overheidsbeleid toewerken? Of zijn er ook experts die betrokken zijn bij dat overheidsbeleid? En waarom houden experts die politici steeds zo stevig uit de wind?

‘Leven met het virus’. Een herhaling van zetten.

Nu steeds meer mensen gevaccineerd zijn, lijkt het cirkeltje rond. We staan weer op precies hetzelfde punt als in maart 2020. Met dezelfde onzekerheid en dezelfde vraagstukken. Is groepsimmuniteit wel haalbaar? Zijn de ‘kwetsbaren’ wel voldoende beschermd? En wat doen we met de (groepen) mensen die niet kunnen of willen gevaccineerd worden? Is het ethisch hen bloot te stellen aan dat virus? Sluiten we hen niet uit van deelname aan de samenleving? Wat heeft het voor consequenties? En hoelang bieden de vaccins eigenlijk een ‘beschermend muurtje’?

Hoewel leven met het virus werkelijk van alles kan betekenen, verstaan we er in Nederland bijna automatisch ‘loslaten’ onder. Het virus de vrije loop laten als iedereen die dat wil en kan gevaccineerd is. We kunnen niet eeuwig met maatregelen leven, klinkt het steeds luider. Maar kúnnen we überhaupt al nadenken over het overboord gooien van alle maatregelen, of accepteren we dat we nog veel teveel niet weten? De wetenschappelijke basis ontbreekt, zoveel is helder. Schattingen over benodigde groepsimmuniteit variëren tussen 80% en 100%. Het lijkt onhaalbaar. We weten nog niet hoe de vaccins ons gaan ondersteunen. Gaan we dan met de zevenmijlslaarzen, of nemen we kleine stappen op weg naar een veilige manier van samenleving, waarbij niemand wordt uitgesloten? Want wie weet hoe lang die uitsluiting duurt. Maanden? Jaren? Een decennium? Langer?

Patricia Bruijning is nu in ieder geval een stukje behoudender. Zij omschrijft dit als een overgangsfase: “De situatie rond het virus is nu nog niet stabiel genoeg. Te veel mensen hebben nog maar één prik. Testen, ook als je maar milde klachten hebt, is nu nog ontzettend belangrijk om het virus nauwkeurig te monitoren en onder controle te houden.” Maar ook volgens Bruijning moet het een keer stoppen.

Kunnen we leven met het coronavirus?

De vraag is overigens of we wel met het nieuwe coronavirus kunnen samenleven. Als je het wensdenken even overboord zet en van een afstandje naar de situatie kijkt, is het geen reëel scenario. Het grootste gedeelte van de wereldbevolking is nog niet gevaccineerd en de wereldwijde vaccinatie zal, als er niet snel iets aan gedaan wordt, pas in 2024 afgerond zijn. Nieuwe varianten ontstaan. Er zijn al aanwijzingen dat immuniteit door vaccinatie binnen een half jaar afneemt. Omdat de fabrikanten van die vaccins graag nog meer geld aan ons willen verdienen, weten we niet hoe betrouwbaar die informatie is. Het is vallen en opstaan.

In de tussentijd zien we in andere landen dat ook steeds meer kinderen ernstig ziek worden. Met onbekende gevolgen. En wat doen nieuwe varianten met hen? We willen er niet eens over nadenken en dat is kwalijk. Wij willen leven met het virus en daarmee dwingen we andere landen onze manier van leven op. Immers, de kans bestaat dat we het virus vrij spel geven om te muteren tot veel schadelijker varianten, waartegen wijzelf misschien nog wel beschermd zijn vanwege het vaccin, maar vele andere mensen ter wereld niet.

We exporteren het virus er lustig op los, waarbij we andere landen dwingen om óf op onze manier samen te gaan leven met het virus, óf zich hermetisch af te sluiten van de buitenwereld. Of dat redelijk is, of zelfs haalbaar, of het misschien enorme schade veroorzaakt in individuele levens, voor bepaalde groepen in onze eigen samenleving, of mensen in andere landen, het vormt niet eens onderwerp van gesprek.

We zijn allemaal met elkaar verbonden

Ieder land volgt zijn eigen strategie, passend bij de eigen cultuur en vormgegeven door de heersende politieke ideologie. We stellen onszelf centraal. Wij kunnen leven met zo’n virus, als we er maar voor zorgen dat bij ons niet teveel mensen tegelijkertijd gebruik maken van ziekenhuiszorg. Het past bij onze opvattingen over ziekte in het algemeen (het is maar een griepje) en onze denkbeelden over het doorgeven van besmettelijke ziekten. En laten we niet vergeten dat we echt bijzonder goede gezondheidszorg hebben.

Wij vinden het acceptabel dat we grote groepen mensen uitsluiten van deelname aan de samenleving, ook al is dat voor een hele lange tijd. Hun lot bespreken we niet. Het is een ongemak waar we het liever niet over hebben. We nemen aan dat de kinderen niet erg geraakt zullen worden, omdat het ons uitkomt. We nemen aan dat we op deze manier de ‘kwetsbaren’ beschermen, ook al zeggen die kwetsbaren bij herhaling (tegen dovemansoren overigens) dat zij helemaal niet beschermd, maar uitgesloten worden.

Gooi open, die samenleving

We denderen overal overheen. De samenleving moet open. We hebben het niet over de zieken en de doden. We hebben het niet over het leed van de nabestaanden, niet over de vreselijke strijd die sommige mensen voeren met langdurig covid, we hebben het niet over de hele moeilijke situatie waar veel gezinnen in zitten en zullen blijven zitten, vanwege hun banden met ‘kwetsbare’ personen.

We weigeren na te denken over de enorme druk die er nog steeds zal zijn op onze huisarts, omdat nog steeds veel mensen ziek worden van dat virus. En wat dat zal doen in combinatie met alle andere luchtwegvirussen en influenza komend najaar en winter. Hoe moet dat als je straks bij je ernstig zieke familielid op bezoek wil in het ziekenhuis? Blijft dat bezoekuur beperkt tot 2 verschillende personen? Of gaan we straks ook nog eisen dat we weer onbeperkt en onbeschermd dat ziekenhuis in mogen lopen?

Prioriteiten

Het meest pijnlijke is nog dat we het steeds hebben over vertier, feesten, festivals, grote evenementen, clubs, het nachtleven, als onze hoogste prioriteit. Als een stel hedonisten. Onze prioriteit ligt blijkbaar niet bij beschikbaarheid van zorg, niet bij kwaliteit van de zorg, niet op zuinig zijn op onze zorgverleners, niet bij onderwijs, niet bij het beschermen van de kinderen, daar heeft immers niemand het over. Onze prioriteit ligt bij de ongebreidelde vrijheid van het individu. Minus de individuen die risico blijven lopen op ernstig covid. Minus de rest van de wereld.

Onze cultuur heerst. Waarbij we vergeten dat de rest van de wereld ook in verbinding staat met ons, dat ook daar nieuwe varianten kunnen ontstaan die ons het leven moeilijk kunnen maken. Kunnen we ‘leven met het virus’? In ethisch opzicht is het antwoord volmondig nee. In verstandig opzicht ook trouwens. In cultureel opzicht is het antwoord ja. Dat zijn we zo gewend. Alleen is de situatie nu anders. Dit is een pandemie. Waarbij we blijkbaar nog moeten leren dat de ultieme vorm van egoïsme nu even saamhorigheid is.

‘s Lands wijs, ‘s lands eer

In Australië, dat tot nu toe een zero-covid beleid heeft gehad, stelt men zich dezelfde vraag als hier. Opvallend is, dat daar in de media meer aandacht is voor het lot van de ‘kwetsbaren in de bevolking’, waaronder ook de kinderen. ‘s Lands wijs, ‘s lands eer. Voor hen is het allerminst vanzelfsprekend dat het virus rond zou kunnen gaan. We vinden ze maar apart daar, in die zero-covid landen. En iedere opleving die ze daar hebben grijpen we aan om snel met onze vingers te wijzen: Zie je! Het werkt niet! Ook al duren hun lockdowns acht dagen versus onze halfbakkenlockdowns die maanden en maanden duren. In mediaberichten in Australië wordt vrijheid als iets voor de gehele bevolking beschouwd. Het is een schril contrast met ons. In onze cultuur dichten we kennelijk meer recht op vrijheid toe aan ‘fitte’ mensen. Terwijl we toch een grondwet hebben die ons tegen die willekeur moet beschermen. We hebben immers allemaal gelijke rechten en plichten.

In zijn boek wil Farrar als wetenschapper zijn verwevenheid met de politiek doorbreken. Het is een echte eyeopener. En ja, het boek is explosief te noemen, zeker als je het naast de ontwikkelingen in Nederland legt. Farrar schrijft dat, in het licht van de ontwikkeling van het virus, eliminatie – het verbannen van het virus door middel van maatregelen – mogelijk is. Wenselijk zelfs. Farrar behoort tot de allerbeste experts van de wereld. Net als onze eigen Marion Koopmans trouwens, die ook steeds vaker nadruk probeert te leggen op de wetenschappelijke onzekerheden versus belangen in de samenleving. Misschien kunnen we iets doen met die ‘wetenschap’.

Misschien kunnen we die uitspraak ‘leven met het virus’ eens kritisch onder de loep nemen. Is dat inderdaad wie wij zijn? Ondanks alle gevolgen voor onze eigen ‘kwetsbaren’? Ondanks de gevolgen voor de armere landen? En uiteindelijk ook ondanks alle mogelijke gevolgen voor onszelf? Als we nú maar lol kunnen trappen? Als we maar geen mondneusmasker hoeven te dragen want het zit zo lastig? Laten we daar nog eens goed over nadenken.

Ik wil afsluiten met de woorden van een relatief onbekende antropoloog: “Op het hoogtepunt van de ebola-epidemie in Sierra Leone verspreidden mensen ebola vooral omdat ze niet konden stoppen voor elkaar te zorgen. Hier verspreiden veel mensen corona omdat ze elkaar maar niet willen beschermen.”

Deel op:
Dwazenparadijs Nederland, zat van de pandemie

Dwazenparadijs Nederland, zat van de pandemie

Leestijd 6 minuten

“Anyone who thinks the pandemic is over because it’s over where they live is living in a fool’s paradise.”

Dr. Tedros, WHO – opening Olympische Spelen – 21 juli 2021

Bij het Olympisch Committee sprak Dr. Tedros, directeur generaal van de WHO, gepassioneerd over het verloop van de pandemie. De Olympische Spelen, sprak hij, hebben het vermogen de wereld samen te brengen. En dat is nodig, heel erg nodig, want hoewel sommige landen het idee hebben dat ze de eindstreep bijna hebben bereikt, is de pandemie eigenlijk erger dan ooit. Dit jaar is nog maar net halverwege en toch zijn er de afgelopen zes maanden twee keer zoveel mensen gestorven aan COVID-19 als vorig jaar. Twee keer zoveel. In de helft van de tijd. Het officiële dodental: 1,8 miljoen mensen in 2020, 2,2 miljoen in 2021. En dat is, weten we zeker, een grove onderschatting.

De nieuwe Delta variant is eigenlijk nog maar net op stoom gekomen. Het raasde al door India en Nepal en nu raast de storm door Indonesië, Myanmar en verschillende staten in de VS. Delta vindt razendsnel zijn weg naar de kwetsbaren en laat overal dood en destructie achter. Nou ja, niet overal woedt die storm even hevig: in sommige landen lijkt de eindstreep in zicht. Zo denken we ook in Nederland. Nederland, het dwazenparadijs, zoals Dr. Tedros het zo treffend omschrijft. Want al vele maanden waarschuwt de WHO dat de pandemie pas voorbij is, als het overal ter wereld voorbij is. Zoals de WHO ook waarschuwde dat de vaccins op zichzelf geen uitweg zouden bieden uit de pandemie.

We luisteren niet. We willen feesten, dansen met Janssen, vrijheid, leven, een zorgeloze zomer. Als iedereen die dat kan en wil gevaccineerd is, moet het maar eens afgelopen zijn met de maatregelen, zo klinkt het hier steeds luider. Pandemie over. Maar stiekem hebben we toch al wel door dat het niet zo werkt. Corona is geen storm in een glas water. Waar het zich vrij mag verspreiden, ontstaan nieuwe varianten. Sommige wetenschappers denken dat het virus zich uiteindelijk zo ver door zal kopiëren dat het minder schadelijk wordt, maar aan Delta zien we: dat moment is nog niet in zicht. Als het al ooit in zicht komt, want weer andere wetenschappers vrezen dat corona helemaal niet milder zal worden.

Leven met het virus

Niemand heeft het antwoord, maar dat willen we eigenlijk niet horen. Het is wel welletjes geweest met corona, tijd om te gaan leven met het virus. Oftewel: het virus de vrije loop laten, alles open, misschien nog wat basismaatregelen als hoesten en niezen in je ellenboog, handenwassen, maar dan is het wel genoeg. Wensdenken. Het zou goed kunnen gaan, het kan ook zomaar zijn dat het een vruchtbare bodem blijkt voor het ontstaan van nieuwe, schadelijkere varianten. Het is gokken. Maar ja, wat moeten we dan? We kunnen toch niet eeuwig met maatregelen leven? We vaccineren en hopen dat het in ons eigen landje dan tenminste goed gaat. En zo niet, kunnen we extra prikken om die immuniteit weer op te krikken. Niemand weet immers wanneer die pandemie gaat eindigen, dus tja, we moeten wel. Of eigenlijk, we willen het gewoon, dus het moet wel. En eigenlijk weet ieder mens, behalve wie het echt niet wil zien, precies wat er voor nodig is om de pandemie te laten eindigen. Het is allemaal niet zo moeilijk. Breek de keten van besmettingen. Dat kunnen we allemaal en als we het allemaal tegelijk doen, dan gaat die coronastorm vanzelf liggen. Dr. Tedros zei het treffend: “Wanneer zal de pandemie eindigen? Zodra de wereld wíl dat het eindigt. Het ligt in onze handen.”

We zijn geen eiland! Nederlanders zijn te eigenwijs! Dat past niet bij een democratie! Allemaal stupide, eenvoudige oneliners waarmee we het eindigen van de pandemie gemakzuchtig wegwuiven. We kunnen het gewoon niet. Niemand overigens, die het ooit echt de kans gaf, of nou eens echt onderbouwde waarom we dat niet zouden kunnen. Ieder land, ieder volk, iedere cultuur is in staat om gezamenlijk het hoofd te bieden aan een dreiging. Het is maar net hoe je aangestuurd wordt en hoe we met elkaar samenwerken. Het is dikke onzin, dat we dat niet zouden kunnen. Als een democratie betekent dat we niet voor elkaar en elkaars welzijn kunnen zorgen, moeten we ons misschien maar eens achter de oren krabben wat er zo goed is aan een democratie.

Het paradijs der dwazen

Heb je echt een dictatuur nodig om een virus eronder te krijgen? Nee. Dat bewezen meer landen. Het gaat ook niet om dictatoriaal handhaven, maar succesvol en gezamenlijk de juiste middelen op het juiste moment inzetten om het dat virus te belemmeren onze samenleving over te nemen. Dat we dat niet doen heeft niets te maken met niet kunnen, maar met niet willen. Dwazenparadijs. We gaan feestend ten onder, we kijken niet eens om naar de rest van de wereld, waar de grote rampspoed zich al voltrekt. Het interesseert ons weinig. Dansen met Janssen, naar een fieldlab-feestje, de kermis, voetbal, want dát is pas leven. Wij ‘leven’, terwijl meer en meer mensen om ons heen doodgaan. Dat dat gevoel ons nooit bekruipt dat we later, als onze kleinkinderen ons vragen wat we deden tijdens die pandemie die zoveel mensenlevens eiste, met droge ogen moeten zeggen dat het totaal aan ons voorbijging omdat we bezig waren met ons eigen kleine stukje wereld. Dat we wilden genieten van een zorgeloze zomer terwijl Delta de wereld om ons heen al voorgoed veranderde, met rouw, trauma, armoede en langdurige ellende tot gevolg.

Ik kan alle argumenten opnoemen over de onzekerheid die er nog is over de evolutie van het virus. Dat we niet weten wat Delta straks gaat doen onder de ongevaccineerden, waaronder de jonge kinderen. Dat we niet weten welke druk er op onze huisartsen en ziekenhuizen komt te liggen als Delta gezelschap krijgt van alle andere luchtwegvirussen, influenza. Dat straks meer mensen gezondheidsschade oplopen omdat er te weinig zorg beschikbaar is. Dat de kwaliteit van de zorg onherroepelijk zal afnemen en dat niemand weet hoe lang dat zal duren. Dat een behoorlijk deel van onze zorgmedewerkers op knakken staat. Dat we niet weten hoe goed de vaccins het doen bij het tegengaan van verspreiding. Dat we niet weten hoelang de vaccins bescherming bieden. Dat we niet weten welke varianten er nog aankomen. Dat de nabije toekomst mét corona echt heel erg onzeker is. Maar we kennen die argumenten wel.

Eén persoon kan een pandemie veroorzaken

We nemen een wilde gok. Nee, niet wij natuurlijk, maar de overheid. En eigenlijk, zie je steeds aan de peilingen, zouden we allemaal wel willen dat de overheid het iets rustiger aan deed. Vaak wil de meerderheid van de bevolking zelfs meer maatregelen en krijgen we versoepelingen. En het gekke is, hoewel we weten dat het onverstandig is, worden we dan zelf ook direct een stuk soepeler. We doen het gewoon. We nemen die risico’s. Maar misschien kunnen we dat zelf wel veranderen. Door elkaar te willen beschermen tegen besmetting. Door in te zien dat we zelf een rol spelen in de verspreiding. Dat als onze voorouders net zo hadden gedacht als wij, we nooit riolering zouden hebben gehad, of zeep, of andere hygiënische middelen.

Iedere overdracht van het virus, van het ene op het andere mens, is afhankelijk van onze keuze: komt de keten van transmissie bij mij ten einde, of veroorzaak ik een nieuw begin?

Misschien moeten we kijken of we anders kunnen gaan denken over het doorgeven van een besmettelijke ziekte. Is de eindstreep in zicht? Dat hebben we zelf in de hand. Want iedere overdracht van het virus van het ene op het andere mens is afhankelijk van onze keuze: komt de keten van transmissie bij mij ten einde, of veroorzaak ik een nieuw begin? Er is maar 1 besmettelijk persoon nodig om een pandemie te veroorzaken. Dat is goed om in het achterhoofd te houden als we in de herfst weer hoestend en proestend onder de mensen gaan.

Deel op:
Scholen in Coronatijd

Scholen in Coronatijd

Leestijd 23 minuten


Martijn de Riet – 17 januari 2021

Een paar maanden geleden schreef ik op Twitter een draadje aan Nieuwsuur naar aanleiding van een uitzending rondom de rol van scholen en scholieren in de Corona crisis. Ik was niet onverdeeld positief over de uitzending, en met name de inbreng van dhr Karoly Illy, kinderarts en vast adviseur van het Outbreak Management Team (OMT). In een “gepassioneerd” betoog vertelde Illy over de grote gevolgen die de schoolsluiting in maart voor kinderen zou hebben gehad. Onder andere obesitas, depressies, kindermishandeling en andere ernstige gevolgen zouden zijn geconstateerd. Dhr. Illy leverde echter geen enkel bewijs, en ook de onderzoeken die hiernaar gedaan zijn spraken zijn conclusies tegen.

De kern van mijn betoog: de Nederlandse overheid onderschat systematisch de invloed van kinderen op het verloop van de pandemie en het besmettingsgevaar wat zij lopen én zijn. Daarnaast overschat tegelijkertijd de negatieve gevolgen van thuisonderwijs op diezelfde kinderen. Obesitas en depressie en depressie zijn ziektebeelden die zich over een lange tijd ontwikkelen, en dus nooit enkel kunnen komen door een paar weken geen school. Instanties als VeiligThuis en het Verwey Jonker Instituut hebben geconstateerd dat er geen toename in kindermishandeling is geweest. Het hele betoog van dhr. Illy was gebaseerd op aannames en onderbuikgevoelens.

De pijlers van het coronabeleid rond kinderen

Wat is er dan wel aan de hand?
Het Nederlandse beleid ten aanzien van (schoolgaande) kinderen is gebaseerd op drie pijlers;

  1. Kinderen worden niet ziek en verspreiden het virus nauwelijks;
  2. Schoolgebouwen zijn veilig;
  3. De gevolgen van schoolsluiting zijn desastreus voor de ontwikkeling van kinderen.

Ik wil deze alle drie bespreken. En daarnaast zou ik alle partijen willen oproepen dit debat te voeren op basis van feiten, en niet meningen en onderbuikgevoelens. 

Verspreiding door kinderen

Dit weekend las ik een reconstructie van Nieuwsuur over de gang van zaken omtrent de opening van scholen, besmettelijkheid van leerlingen en gevaren voor leraren. Ik moet zeggen: een meer dan uitstekende reconstructie van Nieuwsuur, met name door Milena Holdert en Renée van Hest. 

Samenvattend: al in augustus was bij het OMT bekend dat zeker tieners het Coronavirus evenveel verspreiden als volwassenen. Dhr Illy (dezelfde als van de Nieuwsuur uitzending) pleitte al langer voor aanvullende maatregelen op scholen zoals verplicht afstand houden.

Ik denk dat na deze reconstructie en bijbehorende uitzending van Nieuwsuur we het wel met elkaar eens kunnen zijn dat in ieder geval tieners in grote mate bijdragen aan de verspreiding van het Coronavirus. Voor jongere kinderen blijft de officiële lijn echter anders. Zij worden nog steeds geacht niet bij te dragen, vooral omdat er geen bewijs voor zou zijn.

Dit is wat mij betreft een drogredenering. Absence of Proof does not equal Proof of Absence. Er wordt simpelweg niet gekeken naar bewijs, dus is het er niet. Testen van jonge kinderen wordt actief belemmerd, zodat de absolute getallen van besmettingen laag blijven. Zelfs na de “verruiming” worden kinderen nog steeds 75% minder getest dan tieners. En die worden al 75% minder getest dan volwassenen. In % positieve testen voeren jonge kinderen echter al weken de lijsten aan. En ook met de recente verruiming van het testbeleid is hier geen verandering in gekomen. Dit duidt erop dat we nog steeds kinderen te weinig testen en dus ook onderrapporteren.

Voor we in dit stadium weer achter stokpaardjes aan gaan hobbelen lijkt het me dus een goed idee om ervan uit te gaan dat onze jongste kinderen, net als op zoveel andere plaatsen in de wereld, wel degelijk het virus verspreiden. Tot het tegendeel bewezen is. Het OMT had het al eerder fout.

Maar dat doen we toch niet. In plaats daarvan gaan we zelf onderzoek doen. Naar één schooluitbraak, met als achterliggende reden de UK-variant die hier gevonden is. Er zouden geen andere uitbraken zijn die we kunnen onderzoeken. Raar, want het coronadashboard van BD Databplan meldt 165 uitbraken op basisscholen. Er moeten er toch 2 of 3 zijn die interessant genoeg zijn om even te gaan kijken?

Vooropgesteld: ik ben blij dat we onderzoek gaan doen. Dat is al een verbetering ten opzichte van systematische ontkenning. En het maakt me niet veel uit aan welke reden dit onderzoek wordt opgehangen. Als er maar actie wordt ondernomen. Wat me wel stoort is dat dit drie weken moet duren. En dat we dus in de tussentijd de onderzoeken uit Engeland simpelweg negeren, of actief proberen te bagatelliseren. Deze drie weken kunnen leiden tot grote extra gevolgen, zeker als je rekening houdt met de uitkomsten van de veel uitgebreidere onderzoeken door SAGE en Imperial College. 

Wat zijn hun uitkomsten dan? Voor de jongsten is deze variant 43,5% meer besmettelijk. Simpel gesteld: waar een kind van 0-9 in een groep van 100 anderen eerst 6 andere kinderen besmette, zal het met de nieuwe UK-variant B117 ongeveer 9 andere kinderen besmetten. 

Onderstaand figuur is gedeeld op Twitter door Dr.  Eric Feigl-Ding, een epidemioloog aan Harvard University. Zijn term om deze variant te beschrijven? Een “hellish beast”. 

Ik vraag me af wat wij anders denken te gaan vinden. En waarom we keer op keer eerst zelf bewijzen moeten hebben voor we studies uit het buitenland geloven. Wellicht heeft dat iets te maken met het downplayen van de risico’s? Dit is in de laatste briefing van de Tweede Kamer alweer vrolijk begonnen, ook te zien aan onderstaand Teletekst bericht van 13 januari. 

Als je heel strikt kijkt heeft Van Dissel hier gelijk. Er zijn geen “andere” risico’s gevonden voor kinderen (geen hogere sterftecijfers, spontaan aangroeiende danwel afstervende ledematen, etc). Wel zijn kinderen, met name de jongste, de helft besmettelijker. Het is maar wat je “geen extra risico” noemt natuurlijk. Hoe dan ook is het storend en schadelijk dat dit soort semantische spelletjes eigenlijk schering en inslag is.

Er spreekt een veronachtzaming uit van dezelfde kinderen waarvan iedereen roept dat ze weer naar school moeten. Of in ieder geval een potentieel vrij dodelijk geval van tunnelvisie.

Scholen zijn veilig

Al maanden is het mantra: scholen zijn veilig, kinderen besmetten elkaar niet. Zolang er maar goede ventilatie is, is er niets aan de hand. Nu we vast hebben gesteld dat kinderen elkaar wèl besmetten is het belangrijk om te kijken hoe het dan echt gesteld is met de ventilatie.

Hierover schreef ik eerder op Twitter deze draad.

Sleutel hierin is het advies van het OMT uit juni: om veilig naar school te gaan moeten scholen voldoen aan de richtlijnen in het Bouwbesluit. De verantwoordelijk Minister, dhr Arie Slob heeft dan ook een Commissie ingesteld, het Landelijk Coordinatieteam Ventilatie in Scholen (LCVS) om dit te onderzoeken.

Het LCVS is hiermee aan de slag gegaan en produceert een rapport op 1 oktober. Ik heb dit rapport geanalyseerd. Mijn eerste conclusie is dat het onderzoek ondermaats is. Het betreft een eendaagse check van de CO2-waarden, in augustus / september (bij mooi weer dus). Beter zou zijn om dit minimaal 2 weken vol te houden, en ook bij verschillende weersomstandigheden te doen. Maar goed, het is alles wat er is. Dus laten we kijken wat hier uit is gekomen.

Er zijn ongeveer 9300 scholen aangeschreven, waarvan er ruim 7300 hebben gereageerd. Van die 7300 scholen heeft iets meer dan de helft van de scholen niet aangegeven het onderzoek niet te hebben uitgevoerd. Uiteindelijk hebben 3.455 scholen de vragen over ventilatie ingevuld, ruwweg ⅓ van het totaal aantal scholen in Nederland.

22% van de scholen geeft in deze inventarisatie aan dat na onderzoek is gebleken dat zij NIET voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit.

29% van de scholen maakt gebruik van een volledig natuurlijke ventilatie. Dat betekent dat de luchtstroom in het gebouw afhankelijk is van “natuurlijke trek” of “schoorsteenwerking”. Deze wijze van ventileren mag al 30 jaar niet meer omdat een constant binnenklimaat niet kan worden gegarandeerd. Maar wordt door de LCVS niet gezien als ontoereikend. Als u zich afvraagt hoe dat werkt: ga vanavond koken zonder uw afzuigkap aan te zetten. Of douchen zonder de afzuiging aan te zetten. Dan maakt u gebruik van natuurlijke trek. Werkt niet echt goed toch? In schoolgebouwen dus ook niet.

Tussen deze twee groepen is enige overlap. Er zijn ook scholen met volledig natuurlijke ventilatie die blijkbaar niet voldoende capaciteit halen. Waarschijnlijk hebben zij getest op regenachtige (ramen dicht) en/of windstille dagen. Als ik corrigeer voor die overlap kom ik in totaal op 43% van de scholen die NIET de vereiste minimale ventilatie van 6dm3/s kunnen garanderen die door het OMT en LCVS als minimum zijn aangemerkt..

Het ventilatieprobleem is niet nieuw

U zult nu misschien geschokt zijn. Ik niet. Al toen ik mijn opleiding Bouwkunde begon, in 1998, was dit bekend. Zelfs zonder Corona is dit een probleem. Google even op “ventilatie” en “scholen” en u vindt moeiteloos een dozijn rapporten die hetzelfde zeggen. Er is jarenlange lobby geweest onder de noemer “Frisse Scholen” voor betere ventilatie in scholen. Ook omdat veel scholen (vooral met natuurlijke ventilatie) de maximale CO2-waarden zover overschrijden dat het ongezond wordt voor de kinderen en leraren in de lokalen. 

Conclusie uit het onderzoek is wat mij betreft dus: bijna de helft van de scholen voldoet niet aan advies van het OMT. Dan vraag je je af: hoe is dit gecommuniceerd? Wat is er mee gedaan? Nou…. opvallend weinig. Dit is de website van de Rijksoverheid:

Om te beginnen heeft men de uitkomsten met een rekenkundig trucje naar beneden geschroefd tot 11% van de scholen waar de ventilatie niet ok is. Dit heeft men gedaan door het aantal scholen wat aangeeft niet te voldoen (777) te delen door het totaal aantal scholen wat gereageerd heeft (7340). En dus NIET door het aantal scholen wat daadwerkelijk het onderzoek heeft uitgevoerd (3452). Dit is gewoon een leugen, niets meer en niets minder. Voor de uitgebreidere onderbouwing van deze stelling, zie de eerder gerefereerde Twitter draad, daar reken ik het stap voor stap door.

Vervolgens gaat men LIJNRECHT in tegen het advies van het OMT: scholen waarbij de ventilatie niet op orde is, moeten gewoon open. Waarom? Omdat de rol van ventilatie “onduidelijk” is. Maar dit was ook onduidelijk toen het OMT haar advies opstelde? Het wordt gewoon genegeerd omdat de uitkomst niet past in het politieke wensdenken van de Minister.

De VO-raad gaat op haar website nog een stukje verder. Zij stellen dat uit het onderzoek geen relatie tussen ventilatie en de verspreiding van Covid19 is gebleken. Dat kan. Uit het rapport is ook niet duidelijk wat de relatie is tussen Covid19 en spontane zelfontbranding.

Wat ik maar wil zeggen: dit was ook helemaal niet het doel of op enige wijze onderdeel van het onderzoek. Die claim is dus op zijn best misleidend. Wat wel duidelijk is: voor 22-43% van de scholen is de ventilatie NIET conform de eisen van het Bouwbesluit, en dus ook NIET conform de adviezen van het OMT. En dat zowel de PO-raad als de VO-raad, beiden onderdeel van het LCVS hier geen enkel probleem mee lijken te hebben.

Maar geen nood, hulp is onderweg. De Minister kondigde onverwijld een subsidie aan om de ventilatie te verbeteren. 360 miljoen nog wel. Enige probleem: aan te vragen vanaf 4 januari. 3 maanden later. Via de gemeente, die ongetwijfeld de rest moeten bijdragen. 

Ander punt: deze subsidie kunnen scholen aanvragen voor maximaal 30% van de kosten van aanpassing. Wie de rest van de kosten moeten dragen is totaal onduidelijk. Maar dat het om grote bedragen gaat is te zien in de tabel met maximale bijdragen op de website van de Rijksoverheid.

Deze bijdragen zijn dus maximaal 30% van de totaal verwachte kosten. Mijn vraag is: waar moet een school met 250 leerlingen 300.000 euro vandaan halen? Of de gemeente waar deze school in staat? En nog belangrijker: waarom is er “ineens” maar een slordige 99 miljoen beschikbaar, en niet de eerder geroepen 360 miljoen?

Alle adviezen worden aan de kant geschoven

Net als met de OMT adviezen voor onderlinge verspreiding van Corona door kinderen, worden de adviezen omtrent een goede ventilatie van scholen door het Ministerie OCW en Arie Slob gewoon aan de kant geschoven. Er wordt voor de bühne een regeling in stelling gebracht, waarbij je als school pas 3 maanden later subsidie aan kunt vragen. En dan moet de hele planvorming, vergunningsaanvraag en uitvoering nog beginnen. Met andere woorden: iedere Nederlander is gevaccineerd voor hier daadwerkelijk iets gaat gebeuren.

Het erge is: zowel de PO-raad als VO-raad doen hier actief aan mee. Zij namen beide deel aan het LCVS, zijn dus mede verantwoordelijk voor de blunders in dit rapport en nemen de adviezen over. (en dikken ze in sommige gevallen nog wat verder aan). Terwijl deze brancheverenigingen juist de belangen van de scholen zouden moeten behartigen. Niet meehuilen met het ministerie. Om maanden later doodleuk te constateren dat leraren toch wel erg vaak ziek worden. En gaat men dan maatregelen nemen om leraren te beschermen? Of concluderen dat hoewel heel erg gewenst, het openhouden van de scholen simpelweg niet kan. Maar nee. 

De keuze is voor de PO-raad en VO-raad heel anders: 
Of de ouderen en kwetsbaren even willen opteffen, we moeten de leraren vaccineren. Want anders kunnen zij niet in deze broeinesten van Corona blijven werken.

Voorrang bij vaccineren, is dat de oplossing?

Beste leraren, wat ik niet begrijp is dat jullie dit accepteren. Ik begrijp niet dat jullie accepteren dat Arie Slob jullie al maanden willens en wetens jullie in de klas zet met 20 tot 30 virusvaatjes. Simpelweg omdat hun ouders, en jullie blijkbaar ook, naar hun werk moesten. U nu vaccineren betekent alleen maar dat u les kunt blijven geven aan al die leerlingen waarvan men niet meer kan ontkennen dat zij u ziek maken. Maar weet wel: u kunt nog steeds het virus bij u dragen en verspreiden. Uw gezin, familie, vrienden kunt u nog steeds ziek maken.

Het is niet zo dat de besmettingen in uw beroepsgroep uit het niets komen. Er is ook niet de waarheid verteld over de kwaliteit van de binnenlucht. De ventilatie op 22-43% van de scholen voldoet niet  aan de adviezen van het OMT. Honderdduizenden kinderen en leraren.

Arie Slob wist het wel (of had dit moeten weten) toen hij begin december vertelde dat de ramen best dicht konden als het koud was. 

Toen hij besliste dat honderdduizenden leerlingen uitgezonderd zouden zijn van de schoolsluiting. Toen hij toestond dat het begrip “kwetsbare leerling” zover opgerekt werd dat 20-40% van de leerlingen nog steeds naar school gaat.

Of toen hij besliste dat, in een regio waar twee nieuwe varianten van het Coronavirus rondwaren (de Engelse variant in Rotterdam, Zuid-Afrika variant in West Brabant) snotterende kinderen niet geweigerd mogen worden op de noodopvang.

Wie zijn de eersten die deze aanhoesten? Waarom accepteert u dat? Wat moet er gebeuren voordat jullie het recht opeisen om als normale mensen worden gezien die recht hebben op een gezonde werkplek? Dat jullie werk weliswaar ontzettend belangrijk is, maar dat dit niet automatisch betekent dat de Minister uw leven in de waagschaal mag stellen op basis van valse informatie en politiek wensdenken. 

En om aan te geven hoe hard leraren momenteel geraakt worden, dit zijn de besmetting cijfers in de week van 15 december uit de wekelijkse rapportage van het RIVM.


Zorgmedewerkers (groen): 3.290
Leraren (geel): 2.412

Laat dat even op u inwerken. Uw werkomgeving was veilig. Toch? En denkt u dat het niet aan uw omgeving ligt, dit waren dezelfde cijfers na twee weken vakantie:

Zorgmedewerkers (groen): 4.072
Leraren (geel): 665

Beste leraar, ik wil u feliciteren met uw bijdrage aan het verminderen van de besmetting cijfers gedurende de Kerstperiode. Uw besmettingen zijn in 2 weken tijd 2 keer gehalveerd. Bert Slagter of Marino van Zelst kunnen ongetwijfeld voor u uitrekenen hoe indrukwekkend R-getal dat is.

Waarom arceer ik hier ook de zorgmedewerkers? Simpel: om het verschil te laten zien tussen twee beroepsgroepen waarvan de ene de besmettingsbron nog steeds actief is (zorg) terwijl bij de andere de besmettingsbron weg is gehaald (leraren). En dit geldt dus OOK voor de basisschoolleerkrachten.

De enige juiste conclusie is: scholen zijn geen veilige gebouwen. Als kinderen op school zijn leraren als enige beroepsgroep qua besmettingscijfers te vergelijken met de zorg. Als kinderen niet op school zijn vallen ze vrijwel direct terug naar niveaus die we zien bij overige beroepsgroepen. Dit geldt zowel voor basisscholen als middelbare scholen.

Dit wordt veroorzaakt doordat de basale regels (afstand houden, mondkapjes) niet gelden binnen scholen EN doordat de scholen gewoon simpelweg kampen met tientallen jaren gebrekkig onderhoud en onveilige ventilatiesystemen.

Gevolgen van schoolsluiting

Dan het derde punt: de vermeende desastreuze gevolgen van schoolsluiting voor kinderen. Belangrijkste voorvechter van deze theorie: ons aller Karoly Illy, kinderarts, vaste adviseur van het OMT en mediapersoonlijkheid. Recentelijk nog mocht hij even leeglopen bij het AD. Ik kan heel eerlijk gezegd niet zoveel met een beroep op mensenrechtenschendingen. Niet als je dansleraar bent, niet als je aanschuift bij het OMT. Het is een hyperbool die alle vorm van discussie of afwijkende meningen doodslaat. Dus daar wil ik niet te lang bij stil staan.

Waar ik wel kort bij stil wil staan: Ik vind het wel erg verontrustend dat dhr. Illy klaarblijkelijk met de PO-raad en VO-raad de ideeën mocht “pitchen” bij het OMT. Het ligt misschien aan mij, maar dat is toch het adviesorgaan voor biomedische adviezen? Onderwijskunde is daar toch niet één van? En die adviezen zijn ook nog eens geheim. We laten dus 2 lobbyclubs (beiden werkgevers) een strategie bepalen en voorstellen bij een club die daar helemaal niet over gaat, noch specifieke kennis van heeft. Maar de leraren, op wie de kosten van het beleid worden afgewenteld, zitten daar niet bij? Vreemde gang van zaken als je het mij vraagt.

Waarom wil ik hier bij stilstaan? Omdat het kenmerkend is voor de manier waarop de discussie gevoerd wordt. De “open scholen” doctrine is op drijfzand gebaseerd. En als je doorvraagt, naar harde cijfers, dan heeft niemand antwoorden die deze theorie ondersteunen. Ook dhr. Illy niet als Sven Kockelman bij 1-op-1 geen genoegen neemt met de gebruikelijke hysterische claims van zware depressies, explosief gestegen aantallen zelfmoorden en massale kindermishandeling tijdens de eerste lockdown. Ze zijn gewoon niet waar namelijk.

Een voorbeeld: Dit is een persbericht verspreidt door de Universiteit Leiden. Tamelijk verontrustend nietwaar?

Het bericht op de site van de Universiteit is al wat genuanceerder. Hier wordt voor het eerst ook het onderscheid tussen mishandeling en verwaarlozing gemaakt. 

Vermoedens en schattingen

Maar laten we ook het onderzoek zelf er even bij pakken. Eerst wat achtergronden: Het rapport is uitgevoerd in dezelfde methodologie als die gebruikt wordt voor grote landelijke onderzoeken naar kindermishandeling, de Nationale Prevalentiestudies Mishandeling van Kinderen en Jeugdigen (NPM). Deze studie is voor het laatst uitgevoerd in 2017. Door dezelfde onderzoeksmethode te gebruiken zouden de cijfers vergeleken moeten kunnen worden. 

Het onderzoek maakt gebruik van zogenaamde “informanten”. Dit zijn mensen werkzaam in kinderopvang en onderwijs. Hen is gevraagd om registraties bij te houden van kinderen waarbij zij het vermoeden hadden dat er sprake was van mishandeling en/of verwaarlozing. 

Hoewel ik de keuze voor een zelfde onderzoeksmethode snap, is de situatie wel even anders. Dit ging immers over een periode waarin de onderzoekers de kinderen, in tegenstelling tot de NPM-2017) niet dagelijks zagen. Sterker nog: een deel van het onderzoek is gebeurd een aantal maanden na dato (na de zomervakantie). Uit het rapport blijkt dat hiervoor niet gecorrigeerd is. Ik vraag me af of dat terecht is. Maar laten we eerst even kijken naar de uitkomsten van het onderzoek.

In onderstaande tabel ziet u de uitkomsten waarbij vergeleken wordt tussen de NPM-2017 (blauw) en de lockdown periode (rood). Uit het onderzoek blijkt dat enkel op het gebied van emotionele verwaarlozing een significante wijziging

Bovenstaand figuur, uit het rapport, laat de verschillende gradaties van “mishandeling” zien die in het NPM kent. Zoals u ziet is er alleen sprake van een significant (statistisch belangrijk) verschil bij emotionele verwaarlozing (er is sprake van een belangrijk verschil als de onzekerheidsmarge, dat is het verticale streepje, van beide situaties elkaar niet in belangrijke mate overlapt). En die valt uiteen in vooral een toename bij verwaarlozing van hulp bij het onderwijs en getuige zijn van huiselijk geweld.

Dit zijn de cijfers:

  • 34.5% van de vermoedens bestonden al voor de lockdown en zijn gelijk gebleven.
  • 50.0% van de vermoedens bestonden al voor de lockdown en zijn verergerd.
  • 3.4% van de vermoedens bestonden al voor de lockdown en zijn verminderd.
  • 8.6% van de vermoedens bestond voor de lockdown niet.
  • 3.4% is niet bekend.

Ik vind dat eerlijk gezegd niet super schokkend. Let wel, het gaat hier in overgrote meerderheid om vermoedens van emotionele verwaarlozing, vaak op het gebied van hulp bij thuisonderwijs of getuige zijn van huiselijk geweld.

Maar het sluiten van scholen is toch ook super ingrijpend? Dus dan is het toch eigenlijk heel goed nieuws dat dit niet geëscaleerd is tot zwaardere vormen van mishandeling? Maar in plaats van een positieve benadering schreeuwen we moord en brand.

We hebben het hier voornamelijk over gezinnen onderop de ladder van de samenleving. Armoede is de grootste risicofactor (10x hoger),  op afstand gevolgd door werkeloosheid (3x hoger). Afkomst, gezinsgrootte of samenstelling speelden nauwelijks een rol. 

We hebben het hier dus voornamelijk over werkende arme gezinnen. Die het niet kunnen bolwerken in een pandemie. En onze enige reactie hierop is ze een label kindermishandelaar opplakken en als excuus gebruiken om onze kroost weer naar school te brengen.

Want daar komt het feitelijk op neer. Voor deze uitkomst hoef je kinderen niet terug naar school te sturen, je moet zorgen voor hulp en ondersteuning. Waarom kunnen die mensen niet de benodigde hulp bieden aan hun kinderen? Hoe vaak is de reden simpelweg dat pappa en mamma beiden moeten werken om het hoofd boven water te houden? Hoe doe je het dan ooit goed? Als je zorgt voor eten op de plank dan ben je een kindermishandelaar. Als je niet zorgt voor eten op de plank, nou ja, dan heb je dus niets te eten. Wat dit soort onderzoekers vaak even vergeten is dat het niet voor iedereen een keuze is om geen tijd te kunnen besteden aan het huiswerk.

In plaats van een boos persbericht de lucht in te slingeren dat in onze o zo geciviliseerde maatschappij blijkbaar de onderste helft van de samenleving aan haar lot is overgelaten tijdens een pandemie maken we ze uit voor kindermishandelaar. Over victim blaming gesproken.

Wat je volgens mij uit dit onderzoek moet concluderen is dat er dringend ondersteuning is voor een grote groep ouders. Maatregelen zouden kunnen zijn:

  • Ondersteuning voor lage inkomensgroepen ontbreekt. Zij moeten op één of andere manier tijd krijgen hiervoor. Geef ze betaald 3-4 dagdelen per week om hun kinderen te begeleiden.
  • Zorg voor materiaal en materieel voor kinderen uit kwetsbare gezinnen. Als je wilt dat er massaal gezoomd wordt, dan moeten gezinnen met kinderen die moeten zoomen ook kunnen zoomen. En ja, dat betekent dat je laptops en internetaansluiting moet verzorgen. 
  • Zorg voor een robuuste organisatie van de contactmomenten. Het kan niet zijn dat je op enig moment duizenden kinderen uit het oog verloren bent tijdens een schoolsluiting. Ieder kind moet gewoon iedere week minimale tijd (bijvoorbeeld 1 of 2 dagdelen) op school zijn. Zo kan, naast het welbevinden van het kind, ook de voortgang worden gemonitord.
  • Zorg voor alternatieve mogelijkheden in begeleiding. Waarom gaan bibliotheken niet open voor schoolkinderen. Richt ze veilig in, zet desnoods losse bureaus tussen de rijen boeken. Zorg dat er op veilige manier vragen kunnen worden gesteld aan docenten. Dus op afstand en met PBM.
  • Ga eens praten met scholen en andere organisaties die hier al lang over nagedacht hebben. N = 1, maar je zou onze middelbare school kunnen bellen. Zij hadden in augustus al drie scenario’s integraal vastliggen: volledig op locatie, hybride en volledig op afstand. Docenten die voor de vakantie moeite hadden met les geven op afstand hebben cursussen gekregen hierin. Docenten die dit makkelijk adopteerden hebben het lesmateriaal voor hun rekening genomen. Er is al heel veel gebeurd. Gebruik het.
  • Zorg voor een nationaal digitaal curriculum voor (basis)scholen, georganiseerd en beheerd vanuit de overheid. Zorg dat scholen hier hun eigen materiaal aan kunnen bieden, maar daarnaast ook van andere scholen het materiaal kunnen hergebruiken.

Dit zijn slechts een handvol opties voor een meer constructieve aanpak van het probleem. En al die dingen zijn meer nodig dan schreeuwerige persberichten die mensen die het al moeilijk hebben ook nog eens te kakken zetten. Want dat gebeurt hier. Ik vind het prima om problemen te belichten, maar de publieke opinie met rampberichten proberen te beïnvloeden is niet constructief.

Sterker nog, zo keihard en hysterisch gillen werkt alleen maar averechts. Een moratium op schoolsluitingen zorgt er alleen maar voor dat er ook niet over alternatieven kan worden gepraat. Waar onze middelbare school blijkbaar de mogelijkheid had om in eigen beheer drie scenario’s uit te werken, gold dat niet voor onze basisschool.

Onze basisschool was voor de tweede keer totaal verrast. Helemaal niet aan zien komen. Voor de tweede keer nul voorbereiding. Geen lesmateriaal, geen onderwijsuren.  Niets. 

Maar ook geen enkele vorm van hulp. Een Ministerie van Onderwijs wat nog steeds in ontkenning is. Een ministerie wat weigert om centraal te sturen, leiding te geven. Wat geen enkele visie heeft over hoe omgegaan moet worden met onderwijs op afstand. Simpelweg omdat het weigert te erkennen dat scholen weleens zouden moeten sluiten om de epidemie in te dammen..

Ik denk dat als scholen kunnen schakelen tussen verschillende onderwijsvormen zonder dat dit een gigantische disruptie in het onderwijsprogramma tot gevolg heeft we zullen zien dat het ook wel mee gaat vallen met achterstanden.

Als we teruggrijpen naar de drie pijlers onder het Nederlandse beleid dan kunnen we het volgende concluderen:

Conclusie

Vanuit bovenstaande analyse zijn wat mij betreft de conclusies helder:

  1. Kinderen worden wel degelijk besmet, en dragen ook bij aan verspreiding. Besmettingscijfers van docenten voor en na een vakantie laten dit zien.
  2. Scholen zijn geen veilige gebouwen. De ventilatie is bij een kwart tot de helft van de scholen niet op orde. En ook dit komt dus terug in de besmettingscijfers.
  3. Desastreuze gevolgen voor kinderen zijn er niet. Tenminste, niet als het gaat om kindermishandeling. Ze zijn er wel degelijk als het gaat om het oplopen van leerachterstanden. Maar dat is niet zozeer een gevolg van de schoolsluiting / onderwijs op afstand an sich, maar een gevolg van de categorische weigering om zelfs maar te praten over een goede invulling hiervan. Laat staan dat er enige vorm van strategie, voorbereiding of praktische ondersteuning is vanuit de overheid.

Het probleem van schoolsluiting en bijbehorend onderwijs op afstand is niet onoverkomelijk. Het is een probleem wat wij creëren, en wat wij ook op kunnen lossen.

Tot slot

Tot slot wil ik graag nog een persoonlijke noot aan dhr Arie Slob willen richten. Want uiteindelijk hebt u de beslissing genomen. Op basis van een fout die het OMT intern al sinds de start van het schooljaar heeft toegegeven. U heeft mijn kinderen naar school gestuurd. U heeft een schoolsluiting met de herfstvakantie tegengehouden. Of in ieder geval niet uitgevoerd. U wist dat het OMT vond dat scholieren wel degelijk bijdragen aan de verspreiding. U heeft dezelfde grafieken en tabellen gezien als wij.

U heeft de scholen weer open laten gaan, en het hele circus zich laten herhalen tot de Kerstvakantie. In de Kerstvakantie is de afname van besmettingen voor groot deel voor rekening van scholieren en leraren geweest, net als in de Herfstvakantie. De dalingen zijn extreem groot terwijl de rest er een beetje lafjes achteraan hobbelt, dan wel gewoon door stijgt En zelfs nu zitten er nog steeds honderdduizenden kinderen op school. Omdat u ze ertoe verplicht heeft.

En dat is nog niet eens het ergste. U heeft meer dan eens mijn kinderen aangesproken op vermeend losbandig gedrag. Ze besmetten elkaar overal. Op de fiets, in de supermarkt. Bij feestjes of het hangen. Ze namen hun verantwoordelijkheid niet, ze waren asociaal. Terwijl u wist dat dit niet het grote probleem was. Nog voordat het begon. U wist het al in augustus en bent tot december vrolijk mijn kinderen de schuld blijven geven. U heeft he-le-maal niets gedaan om de verspreiding in te dammen. 

U heeft uw wettelijke (!) verantwoordelijkheid om mijn kinderen een veilige leef- en leeromgeving te bieden genegeerd en ze als dank een mes in de rug gestoken. Dat is meer dan verachtelijk.

Hoe haalt u het in uw hoofd? Waar haalt u het lef vandaan op die manier met mijn kinderen om te gaan? 

Weet u wat, het kan me niet eens zoveel schelen.

Ik zeg hierbij het vertrouwen in u op. U heeft het welbevinden van mijn kinderen overduidelijk niet als prioriteit. Dat doet u maar met iemand anders zijn kroost. Vanaf nu bepalen wij zelf wat we verantwoord vinden.

Deel op: