De storm voor de stilte

Leestijd 3 minuten

Het is geen kabbelend bootje
En soms
Een woelige baar
Geen mammoettanker
Die zijn tijd neemt
Het is wildrazend
Die locomotief
Zo’n ouderwetse
Die met knarsende remmen
En oorverdovend schuren
Van metaal op metaal
Steeds harder
De helling af raast
Log en zwaar
Door niets meer te stoppen
Een mammoettanker
Was het dat maar.

Terwijl die trein voortraast
Dringen we allen naar voren
Elkaar vertrappend
We duwen elkaar
Onder die loodzware wielen
Niet overleven
Maar vrijheid
“Vrijheid wil ik!”
Roepen we naar elkaar.

Hier in het westen
Kennen we rampen vooral
Van fictie
Van de film
Of die echte
Uit de kranten
Maar niet nu
Tijdens het avondeten
Niet nu
Mijn goede bui
Want er is ellende
Dat weet ik
Maar het moet niet te zwaar worden
Allemaal
Als ik het niet wil horen
Kan het gewoon uit
Het journaal.

Zeg niets
Doe niets
Veroorzaak geen paniek
Laat ons zwelgen
In de onschuld
Doorbreek het sprookje niet
Gealarmeerd zijn is veel erger
Dus laten we zwijgen
Dan doen we alsof
Als we onze ogen sluiten
Dan is het er niet.

Al kakelend
Richting afgrond
Geen verdriet
Geen ontzag
Al brullend
Woest spartelend
Al staat daar een monster
Te spuwen
Mijn vrijheid
Krijg je niet.

Iedere seconde
Die we verbrullen
Dendert de rampspoed
Gestaag voort
Breekt al knarsend
Door zijn remmen
Knakkende ego’s
Op het spoor.

De alarmbellen
Kunnen ons niet stoppen
Het is een grote
Kakofonie
Open,
die scholen
Open,
gewoon alles
En áls er iets dicht moet
Dan toch zeker niet
Niet waar ík van hou
Nee, dát niet
En wie er voor dood moet
Nou en?
Het deert me gewoon niet.

De alarmbellen
Hun geluid verstomt
Door de oorverdovende klap
Allesoverheersend
Verpletterend
Het leed
De tranen
De tragiek
Zo hulpeloos
En rauw.

De schreeuw
Zo geschokt
Zo gespannen
Is zo stil
De echo
Van die stilte
Resoneert
Zo hard
Dat niemand meer wil.

De zorg
Code zwart
Gewoon termen
Het doet ons niet veel
Concepten
Abstract
Om met afstand
Naar te kijken
Ik?
Ik heb geen zorg nodig
Dus het gaat niet om mij
Het deert me echt niet.

Totdat het onszelf raakt
Dan stopt het gestampvoet
Het schreeuwen
Het klagen
Omdat we dan weten
Wat het is
Als die locomotief
Keihard
De klif afdondert
En slachtoffers maakt
Dat het geen film is
Of abstract
Dat de impact
Van de klap
Van die rampspoed
Die neerdaalt
Ook de bodem
Onder onze eigen voeten
Wegslaat.

Er valt niets meer te kiezen
Niets meer open
Niet meer
Geen school
Geen sport
Geen winkels
Geen brasserij
De ziel is nu teer
Er zal maar iets gebeuren
Een ongeluk
Een gaslek
Een gewelddadig protest
En zelfs thuis
Voelt het raar
Ineens schuilt
In ieder klein hoekje
Een levensgroot gevaar.

Het brullen
En roepen
We rekenen na
Ook wij zijn
Verantwoordelijk
Dus rekenschap vragen
Aan de politiek
Vergeet het nou maar.

En zo zitten we samen
In de totale destructie
Iets waar we zelf
Om hebben gevraagd
En daar
In het Catshuis
Kronkelen slangen
Lispelend
Over vrijheid
En eigen
Verantwoordelijkheid
Boven een potje
Kaviaar.




Deel op:
Waarom we de scholen moeten sluiten en het niet doen

Waarom we de scholen moeten sluiten en het niet doen

Leestijd 8 minuten

Over een gebrek aan nederigheid

Door: Diederik Smit

Er zijn allemaal verstandige mensen tegen het sluiten van scholen. In Nederland heerst het dogma dat het sluiten van scholen geen optie is, of mag zijn. Het klinkt ook zo nobel: “voor het welzijn van de kinderen”. Maar dit dogma kost nu mensenlevens.

Rond 5 december is het waarschijnlijk code zwart en de huidige situatie heeft al de nodige kenmerken daarvan. 


Oorspronkelijk getweet door Henk-Jan Westeneng (@HJWesteneng) op november 23, 2021.

Humanitaire crisis

Om deze humanitaire crisis zo kort mogelijk te laten duren, hebben we nu (of eigenlijk 6 weken geleden) een snelle, scherpe daling nodig van de besmettingen. Geen geleidelijke daling, een snelle. Een snelle, scherpe daling van de besmettingen is <omt> NIET REALISTISCH </omt> als je de scholen, waar weinig maatregelen zijn, openhoudt.


Verzameling tweets


Taboe

In bijna één op de drie scholen is de ventilatie niet op orde. Dit gaat om duizenden scholen. Het virus verspreidt zich door de lucht, vooral in binnenruimtes, als mensen geen afstand houden en geen mondkapjes dragen, met de Delta-variant nog sneller. Sta er gewoon eens bij stil: overal in Nederland staan duizenden ongeboosterde (ook veel oudere) leraren voor grote groepen ongevaccineerde kinderen, elke dag opnieuw. Er is in de geschiedenis van de pandemie bijna geen situatie te bedenken waarin je méér besmettingen kunt voorkomen dan door het sluiten van Nederlandse scholen in november 2021.

Toch is dit taboe. De Kamer wil het niet, het demissionaire kabinet wil het niet en het OMT schrijft zelfs expliciet op dat het onderwijs de enige plek is waar het geen extra maatregelen wil.

Er is echter één onderdeel van de samenleving waarbij het OMT nieuwe beperkende maatregelen wil vermijden en dat is het primair en voortgezet onderwijs.

bron: 130e OMT-advies, 22 november 2021

Dogma’s

Als je erover nadenkt is het best absurd dat het biomedisch adviesteam van het kabinet, op het ernstigste punt in de epidemie opschrijft dat alle maatregelen bespreekbaar zijn, behálve de maatregel die het virus verreweg het meest zou bestrijden. Het toont de politisering van het OMT, maar dat terzijde. (Overigens ziet ook het OMT dat schoolkinderen vaak betrokken zijn bij uitbraken, maar daar heeft men een waterdichte oplossing voor bedacht: “extra aandacht van de ouders en leerkrachten om te voorkómen dat een keten van infecties kan uitbreiden naar hen, en bijv. naar kwetsbare grootouders.” Letterlijk schrijft het OMT dus dat ouders extra aandacht moeten hebben om te voorkomen dat ze besmet worden door hun kinderen. Dat is al wereldvreemd genoeg, maar ook voor de grootouders is dit niet realistisch. Ieder mens buiten het OMT begrijpt dat in een samenleving van 17 miljoen mensen vele grootouders in contact zullen blijven komen met hun kleinkinderen. Dit is alsof je zegt dat je carnaval meestal in een kleine groep viert.)

Er is dus een dogma, een heilige overtuiging dat het sluiten van scholen zoveel schade brengt aan het welzijn van kinderen dat het geen optie is en nooit een optie mag zijn. Ook niet voor drie weken. Ook niet als het vele mensenlevens zou kunnen redden. Wat is hier aan de hand?

Gebrek aan nederigheid

Mijn vermoeden: een misplaatst superioriteitsgevoel, een gebrek aan nederigheid. Een schoolsluiting is een teken van falend beleid. Het betekent dat je jezelf in zo’n slechte situatie hebt gemanoeuvreerd dat alle effectieve opties schadelijk zijn. Maar ook dan zul je de minst schadelijke moeten kiezen.

Ergens in ons welvarende westerse achterhoofd denken we nog steeds dat ook voor deze situatie een elegante, intelligente, pijnloze oplossing moet bestaan. Maar we zítten niet meer in een situatie waarin pijnloze oplossingen bestaan.

Als je in november 2021 tegen een schoolsluiting bent, heb je kennelijk nog steeds niet geaccepteerd dat we écht in een ernstige situatie zitten. Natuurlijk is een schoolsluiting een nederlaag die schade toebrengt, maar we zullen die nederlaag wel moeten accepteren. Het alternatief is namelijk erger. Even een pijnlijke, maar in mijn ogen wel opgaande vergelijking: bij een chemokuur is het ook evident dat het schade toebrengt. Toch is het soms onvermijdelijk. 


16.000 extra doden

Volgens sommige berekeningen gaan er komende winter 16.000 extra doden vallen in Nederland. Ook zullen er vele doden vallen door andere uitgestelde zorg. Zelfs als het de helft wordt: denk even aan de psychische schade voor al hun nabestaanden, kinderen en kleinkinderen. Als we het dan hebben over het welzijn van kinderen: hoe zal de sfeer in huis zijn als de ouders in een rouwproces zitten omdat hun vader of moeder overleden is door nalatigheid van de overheid?

En ook als mensen het uiteindelijk overleven: hoeveel kinderen zullen stress ervaren door uitgestelde operaties van (groot)ouders, of overspannen ouders die in de zorg werken. Dit gaat niet om weinig kinderen: ongeveer 1 op de 6 werkenden werkt in de zorgsector. Hoeveel stress wordt er ervaren door de kinderen van iemand die lichamelijk en mentaal moet herstellen van een ic-opname? Die mensen zul je niet snel horen, je moet immers dankbaar zijn dat je het overleefd hebt. Maar ook zij hebben redenen om verbitterd te zijn over het kabinetsbeleid dat hier op aanstuurde.

Al deze overwegingen zullen nooit als harde cijfers terug te vinden zijn in een RIVM-grafiek. Deze verhalen zul je niet teruglezen in een OMT-advies. In modellen staan geen tranen. En toch kan iedereen bedenken dat dit in realiteit wel de effecten zijn. Het punt is alleen: er is voorstellingsvermogen nodig om de doorwerkingen van dit (vermijdbare) leed te begrijpen en te ervaren als een scenario dat voorkomen moet worden. 

Voorstellingsvermogen

Dit indirecte complexe menselijke leed op de lange termijn zal niet als een mediagenieke grafiek in je gezicht geduwd worden, het is niet de opening van het journaal: je zult er actief over moeten nadenken en je moeten inleven. Kunnen we dat? Doen we dat? Doen we dat genoeg?

In een crisis is voorstellingsvermogen belangrijk. Voorstellingsvermogen is nodig om je bewust te zijn van toekomstig menselijk leed dat niet in modellen te vangen valt. Voorstellingsvermogen is nodig om rekening te kunnen houden met het meest uitzonderlijke scenario. Helaas zijn we daar niet goed in. Onze leiders niet en wijzelf misschien ook niet. Wie dacht in augustus oprecht dat we in december best eens in code zwart zouden kunnen zitten? Toch is het gebeurd.

Origineel artikel bij de NOS

Het is gebeurd en we kunnen het niet meer terugdraaien. Zo’n situatie waarin het al te laat is, dwingt ons tot nederigheid. Ons ego wordt het meest beloond als we een keuze maken die een ramp voorkomt. In onze 21e-eeuwse hoofden is dat een filmisch verhaaltje dat we kunnen snappen: je maakt een radicale keuze, je voorkomt een ramp, je bent een held.  Maar ook als een ramp niet meer te voorkomen valt, zul je keuzes moeten maken die de zaak niet erger maken dan die al is. Keuzes die een ramp niet voorkomen, maar wel zorgen dat die sneller voorbij is. Dat is minder Hollywood-achtig heroïsch, maar wel nodig.

Ik sluit graag af met mijn favoriete citaat van Thomas van Aquino:
Zorg dat je de komende dagen alvast wat zelftests in huis haalt, voordat ze straks weer allemaal uitverkocht zijn, zodat iedereen een zelftest kan doen vlak voor een familiebijeenkomst, vooral als kinderen en grootouders elkaar treffen.”

https://twitter.com/DiederikSmit/status/1463589888406822912

Deel op:

Wat me dwarszit

Leestijd 1 minuut

Geen analyse, geen opinie, geen onderzoek, geen advies. Het punt is namelijk; ik weet het niet. De steeds terugkerende gedachte: “tenzij het kabinet en haar adviseurs iets weten wat wij niet weten, koersen we af op een regelrechte ramp”. En als je zo in het donker zit, valt er weinig te ‘weten’. Ik geloof Gommers als hij zegt dat het onvermijdelijk Code Zwart wordt, ook al ontkent Hugo de Jonge in alle toonaarden. Omdat ik Gommers’ boek las. En begrijp dat het een groot machtsspel is daar in het OMT en het kabinet. Een ware slangenkuil, met grote ego’s en grote belangen. Wat ze aan het doen zijn daar? Geen idee. Ik begrijp er helemaal niets van. En ik heb er geen invloed op. Daarom zet ik mijn gedachten op een rijtje. Mijn gevoelens en emoties. Wat vind ik hier nou eigenlijk van als mens? Als burger van Nederland? Als betrokkene? Als iemand die gewoon ook zelf geraakt wordt door de coronacrisis?

Ik probeer altijd zoveel mogelijk afstand te bewaren tot mijn persoonlijke ‘mening’. Als ik de crisis analyseer, dan plak ik de grondwet van Nederland altijd in de rechterhoek van mijn beeldscherm. Het gaat niet om mijn mening, of mijn gevoelens. Het gaat er niet om óf en hoe ik zelf geraakt word. Ik kijk naar de samenleving als geheel, altijd. Naar wat ik door studie en onderzoek over menselijk gedrag heb geleerd. Wat ik tijdens de ebolacrisis in Sierra Leone heb geleerd. Tot nu toe heb ik bijna van minuut tot minuut het verloop van de coronacrisis kunnen volgen, voorspellen en duiden. Ik heb het allemaal eerder gezien. Alles. Van de politieke spelletjes, de belangen, de machtsspelletjes tussen de politiek en de medisch adviseurs, van de medische crises tot het complot-denken en de maatschappelijke onrust. Het is allemaal niet nieuw en niets verrassends. Tot deze fase. Wie het nog begrijpt mag het me uitleggen, want zelf tast ik volledig in het duister. Dit is dus een persoonlijke reflectie. Over waar ik mee worstel. Wat ik niet begrijp. Wat me dwarszit. En waar ik niet mee kan leven.

Misschien lucht het op. Misschien is het wel zo eerlijk om te laten zien dat ‘weten’ en ‘begrijpen’ vaak niet zonder worsteling gaat, ook al heb je er nog zoveel studie naar gedaan. En misschien herken je er iets in. Want dit is geen makkelijke tijd. Steeds meer vragen, steeds minder antwoorden. Het is verwarrend en het tornt aan, ja, eigenlijk aan je hele bestaan. Aan je normen en waarden, aan je gevoel, je verstand, zie jij het zo verkeerd allemaal? Wat gebeurt er eigenlijk om je heen? Is dit nog steeds hetzelfde Nederland? Is dit het land dat je liefhad, het volk dat je vertrouwde en de overheid die – hoewel altijd imperfect – toch in redelijke mate een bepaalde stabiliteit bood? Die stabiliteit is weg. Niet eens door de crisis. Niet eens door de onzekerheid rond die crisis. Maar door de enorme rookwolken en mist die opstijgt uit kabinet, RIVM en OMT. De leugens. Het verdraaien. De woordspelletjes. De laconieke houding. De volkomen ontkoppeling tussen hen die ons door de crisis moeten loodsen, en wij die aan het andere eindje bungelen, die niet eens meer weten hoe groot die crisis nou precies is. Het is volslagen waanzin. Is het bijna code zwart? Wel? Niet? Wel? Niet? Kunnen we met een gerust hart helemaal gaan leunen op die vaccins? Wel? Niet? Wat is het nou?

Werkelijk alles staat op z’n kop. Soms moet ik lachen als ik de uitspraken van andere mensen in mijn hoofd de revue laat passeren. Een kennis in Nederland, die niets kwaads wil horen over het beleid: “Nederland is nog altijd beter dan een land als Sierra Leone, hier is een mensenleven tenminste iets waard”. Een dierbare vriend uit Sierra Leone in de chat: “Gin, heb je hulp nodig? Wat is er toch aan de hand daar? Wonen daar wel ménsen? Jullie geven echt niets om elkaar!” Wrang eigenlijk. In Sierra Leone hebben ze een nare uitspraak om op elkaar te fitten en de problemen in de samenleving aan toe te schrijven: wi nכ lεk wi sεf. Als ik het vrij mag vertalen: ‘wij geven niet om elkaar’. “Mwah,” denk ik nu. Dat valt echt heel, heel, heel erg mee. Want zulk egoïsme, zulke onverschilligheid over elkaars lot, zoveel argeloosheid, zoveel lethargie, zoveel onbetrokkenheid als ik nu zie, hier in Nederland, ik heb het daar nog nooit gezien.

Ik heb het wel vaker gezegd: “Op het hoogtepunt van de ebola-epidemie in Sierra Leone verspreidden mensen ebola vooral omdat ze niet konden stoppen voor elkaar te zorgen. Hier verspreiden veel mensen corona omdat ze elkaar maar niet willen beschermen.” Al zeg ik het zelf: beter had niemand het kunnen omschrijven. Dit is gewoon wat het is. Wij willen elkaar niet beschermen, de overheid wil ons niet beschermen, de betrokken wetenschappers willen ons niet beschermen. Ieder gaat voor zijn eigen hachje. Als ík maar krijg wat ik wil. De testcapaciteit die ík wil, de onderzoekscentjes, de academische prestige, míjn carrière, míjn politieke idealen, míjn politieke winst, MACHT, feesten, naar een evenement, bier, bingo en bitterballen. ‘Dikke ikke’, zou Andrea Walraven-Thissen dat noemen. Nu, nu, nu, nu. Wij Nederlanders geven, zo zie ik dat, echt geen moer om elkaar. En dat is ontnuchterend.

Weet je, Sierra Leone is een land in wederopbouw. De vreselijke burgeroorlog eindigde in 2001 en sindsdien gaat de wederopbouw zeer moeizaam. Veel problemen van voor de burgeroorlog, zijn nog altijd niet opgelost. Maar het gaat, stapje voor stapje. De allergrootste kracht van die mensen, vind ik, is hun vermogen elkaar te vergeven. Te zien – na alle wreedheden die burgers tegen elkaar begingen – dat ze het toch samen moeten doen. En dat merk je. Het is geen sprookje; sommige mensen terroriseren hun medemensen echt als een malle. Maar daar tegenover staan er 10 – nou ja, 5, want van die 10 hebben er altijd wel een paar geen nobele motieven – 5 mensen die je oprapen, die je steunen en die dat gewoon vanzelfsprekend vinden. Als ik mijn tijd in Sierra Leone moet samenvatten, zou ik het zo zeggen: je bent er vogelvrij. De overheid biedt geen vangnet. Mensen overleven op elkaar. Door liegen, bedriegen en manipuleren, maar ook door er gewoon, vanzelfsprekend voor elkaar te zijn. Ik heb er, omdat er nauwelijks politie en rechtspraak is, het allerslechtste van de mens gezien. Maar ook het allerbeste. Want in een land waar niets vastligt, je jezelf vrij kunt kopen na moord en vaak het recht van de rijkste geldt, valt het met de criminaliteit echt heel erg mee.

En dan Nederland. Alles goed geregeld. Welvarend. Zoveel kennis. Zoveel technologie. Zoveel wetenschap. Geen echt zware crisis in het recente verleden. Vergeleken bij de ellende van de burgeroorlog in Sierra Leone, nemen wij af en toe een drempeltje. Of meer een rotonde, zelfs. Het ziet er allemaal gelikt uit. Grote, glimmende protsbak met perfecte carrosserie. Maar man. Wat blijkt er een ellende te zitten onder die motorkap. Een samenleving waar echt helemaal geen cohesie lijkt te zijn. De staat kan mensen totaal vermorzelen en verpletteren en we halen slechts verontwaardigd onze schouders op. De politici aan het roer kletsen en lachen zich overal onderuit. En nog vinden we ze ‘beschaafd’. Niemand wordt vervolgd. Niemand voelt enige consequentie. Ze mogen over ons blijven regeren. Ze doen niet eens meer moeite om geloofwaardige leugens te vertellen.

En de Tweede Kamer en de pers? Die hebben het er maar moeilijk mee om deze gewetenloze politici op een beschaafde manier, in gepaste bewoording, een beetje in de pas te krijgen. Daar erger ik me rot aan, trouwens. Dit vraagt niet om diplomatie. Dit vraagt om de botte bijl, verontwaardiging, boosheid die zijn weerga niet kent. Kom voor de burgers op die je vertegenwoordigt. Maar nee. Dan houden we de schreeuwende populisten over, die dan weer aan populariteit winnen, omdat zij de leugens wel plompverloren benoemen. We zitten vastgedraaid in die diplomatie en deftigheid. In een cultuur waarin iedereen maar als ‘redelijk’ over wil komen. Maar hier kan geen redelijkheid tegenop.

Ze liegen. Over alles. Ook over corona. Met alle redelijke argumenten, wetenschappelijke ‘bewijzen’, de kalmte en de diplomatieke aanpak, heb ik nu anderhalf jaar lang geprobeerd te laten zien waarover ze liegen. Maar zelfs die beschaafde toon en diplomatie, de wetenschappelijke verantwoording, was vaak al te moeilijk om te publiceren. Sommige journalisten en wetenschappers liepen met een boog om me heen. Kwam je met WHO advies. In Nederland omstreden. “Ssshhht! Desinformatie! Je bent aan het ontwrichten!”

Het is gewoon not done om de internationale consensus hier naar buiten te brengen. Ik geloof het zelf nog steeds niet. Echt niet. In Nederland. Waar het uitdragen van de richtlijnen van de WHO voelt als een verzetsdaad. Terwijl ik in al die tijd echt maar op één punt ben afgeweken van de WHO: het sluiten van de scholen. En eerlijk gezegd, dat vind ik ook helemaal niet nodig. Heel plan geschreven om die scholen gedurende de crisis altijd veilig open te kunnen houden. Maar ja, als je niets doet, dan jagen die scholen de verspreiding aan en kan je niet anders dan sluiten. Dat is echt al sinds het begin zo. Toen het RIVM met onderzoeken zou bewijzen dat kinderen nauwelijks verspreiden. Onzinonderzoeken. Want als je gezinnen gaat onderzoeken waar zorgmedewerkers de besmetting mee het gezin in nemen om vervolgens te concluderen dat kinderen de besmetting bijna nooit mee het gezin in nemen, dan publiceer je onzin. En dat is geen kleinigheidje. Dat is het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, dat met die onzin komt. Politiek voetbal met kinderen, noemde Mike Ryan van de WHO het. Maar maakt dat iets uit in Nederland? Ook al kost het vele mensenlevens? Kleinigheidje. Kan je gewoon onder het tapijt wegmoffelen. Als het zich niet meer láát wegmoffelen, dan verzin je dat jongeren op de fiets besmet raken, of dat kinderen vooral ongevaccineerden besmetten. Zo. Ook weer gehad. Scholen open, nul maatregelen. Daar is echt helemaal geen, nul, wetenschappelijk excuus voor. Ook geen reden. Of bewijs. Bijna alle landen ter wereld treffen maatregelen op scholen. We wijken totaal af van wat de rest van de wereld doet. Maar benoem het niet. Het is allemaal superwetenschappelijk. Hier bij ons wel. In de rest van de wereld gewoon niet. Joe! WHO richtlijnen voor voorzorg op scholen! “Sssshhht! Je ontwricht!”

En als zorgmedewerkers, gebukt onder schuldgevoel omdat ze – volgens de richtlijnen van het RIVM – onbeschermd met kwetsbaren moeten werken, daardoor mensen besmetten en dood zien gaan, zeg je gewoon dat het aan hun opleidingsniveau ligt. Lees die zin nog eens en nog eens. Dat is toch werkelijk ongelofelijk? Wat een minachting. Van Jaap van Dissel kwam deze opmerking. Van het RIVM. Rijksinstituut. Het is ongehoord. Onbegrijpelijk.

Al weken zeg ik: ik ga me minder met de coronacrisis bezighouden. Ik doe een stap terug. Ik weet ook, het heeft geen zin meer om me er nog mee bezig te houden. Want dit gaat allang niet meer om gedrag. Kunnen ze wel zeggen, daar bij het OMT, maar die basismaatregelen gaan het trucje niet meer doen. Vandaag niet, 3 weken geleden niet. Delta is superbesmettelijk. Een groot deel van ons gedrag is helemaal niet vrijwillig. Kinderen moeten naar school. Ook zoiets. Schoolplicht tijdens een pandemie. Hoe verzin je het? Maar goed. Ze moeten dus naar school, ook al liggen hun ouders zich thuis kapot te hoesten vancorona. Mensen moeten naar hun werk. Niemand neemt de mantelzorg over. Oma en opa moeten oppassen, want niet iedereen heeft geld voor opvang en ook niet altijd plek. Zolang die scholen open zijn, kan je in winkels afstand houden wat je wil, corona komt dan toch wel binnen. Het gaat niet om ons gedrag. Het gaat erom dat de overheid het ons mogelijk moet maken om besmetting te voorkomen. Zodat wij ons ernaar kunnen gedragen. Door maatregelen te treffen. Door te handhaven. Door nou eens een keer eerlijk te zijn. Over de scholen, dat gevaccineerden ook verspreiden, dat we er helemaal niet bijna zijn. En laat ze dan ook eens eerlijk zijn over de groepsimmuniteit die men onder kinderen wil bereiken en dat er daarom geen maatregelen getroffen worden op scholen. Dat ze het prima vinden om de reguliere zorg helemaal af te schalen, ook al levert dat zieken en doden op. Dat ze het wel prima vinden zo, zolang de economie maar blijft draaien. Zolang we patiënten in Duitsland kwijt kunnen, hoeven we geen steunpakketten meer uit te delen. Check.

Voor het kabinet is het: prikken en klaar. Klaar met de pandemie. Maar zo werkt het helemaal niet. Hoe vaak moet dat nog herhaald worden? De WHO heeft de blaren op de stembanden staan: de vaccins alleen gaan de pandemie niet oplossen. De hele bevolking prikken is minder effectief dan de vaccins eerlijk over de kwetsbaren van de wereld verdelen. Beter eerst de eerste prikken naar de landen die nog geen vaccins hebben kunnen kopen, dan de boosterprik voor de rijke landen. Het gaat allemaal aan ons voorbij. Een dwazenparadijs, noemt Dr. Tedros van de WHO ons. Wat wij doen, maakt de hele wereld nog kapotter dan die al was. Nog meer ongelijkheid, armoede, honger, sterfte, ontwrichting, conflict en nieuwe virusvarianten is wat we ons hiermee op de hals halen. Het is volkomen destructief. Immoreel ook. Maar wíj moeten leven. Nu, nu, nu. Bier, bingo, bitterballen.

En hoe gaat het met mij? Ik hoorde mezelf van de week pleiten voor de boosters. Want je kan niet anders. Omdat het kabinet ons in die richting dwingt. Terwijl er vele andere middelen en manieren zijn om het virus te bestrijden. Ik hoorde mezelf pleiten voor boosters, terwijl ik weet dat ik daarmee pleit voor vele doden in arme landen. Honger. Ellende. Ongelijkheid. Ik voel me gedwongen om nu zelf als haantje de voorste te graaien naar een vaccin. Voor mijn ouders, omdat ik hen graag wil blijven zien. Dus nu zit ik zelf ook met ‘dikke ikke’. Dat vind ik erg. Omdat daar, 5.000 kilometer hiervandaan, ook veel mensen leven waar ik mijn hart aan ben verloren. Het vaderland van mijn oudste dochter. Eén van de armste landen ter wereld. Waar ook hele prachtige mensen wonen. Dat na een burgeroorlog en ebola ook het hoofd moet bieden aan corona. Het land wat mijn tweede thuis is geworden. Een land waar een mensenleven net zoveel waard is als hier. Waar ik vaccins van af wil pakken, terwijl we ze hier eigenlijk niet eens zo heel erg nodig hebben.

Zoals ik me inzette om Sierra Leone te helpen tijdens de ebola epidemie, zo zet ik me ook in voor Nederland. Omdat ik precies hetzelfde zie nu in Nederland, als toen in Sierra Leone. De hele film van voren af aan. Ik zie in Nederland ook een andere samenleving. Eén waarin mensen wel degelijk kunnen samenwerken. Een samenleving die het wat doet als er veel leed is. Een samenleving met heel veel fijne mensen. Maar ook een samenleving die zich niet meer geconfronteerd wil zien met die beelden en verhalen. Het niet meer kan en wil horen. Want we kunnen er niets mee. Zend het niet uit. Publiceer het niet. Dan is het er niet. Maar het knaagt wel. Bij veel mensen. Het is allemaal niet zo hersenloos als het er op het eerste oog uitziet. Maar mensen doen maar wat, bij gebrek aan sturing. Wat moeten ze anders?

En ik? Inmiddels ben ik bijna zover te accepteren dat ik er ook helemaal niets aan kan doen. Mijn kennis, mijn inzicht, mijn ervaring, ik zet ze in een boek, voor op de plank. Voor een volgende crisis misschien. Ik ben bijna bereid me in slaap te laten sussen door de leugens. Het allemaal te laten gebeuren en het van me af te laten glijden. Bijna. Ik zie het allemaal wel, maar ik ben er bijna klaar voor om ook dat oogje toe te knijpen. Want al sinds de zomer zit ik te wachten totdat we schipbreuk gaan lijden. Wij worden het India van Europa, dacht ik al vele malen. Maar er valt niets aan te doen. Het voelde moeilijk het RedTeam los te laten. Toch ergens hoopte ik dat ik kon helpen het tij te keren. Maar het was zinloos. “Laat het maar gebeuren,” zei ik droog. Het is nog het enige, waar we iets van kunnen leren. Het is zo, dat weet ik. Die schock is het enige wat ons hier uit kan halen. Ik zag het al een keer eerder. En de gevolgen ook. Ik dacht dat ik gehard was. Maar toch. Over 10 dagen code zwart, volgens Gommers. Ik voel dat in mijn maag. Erger, dan ikzelf had verwacht. Intussen maak ik me op voor 10 dagen sussende praat van politici. OMT leden in talkshows die geheel zonder wetenschappelijk bewijs, wetenschappelijk met de vinger naar ons wijzen. En blijf ik wikken en wegen. Zal ik nu maar gewoon echt een keer mijn mond gaan houden?

Deel op:

Voordat we 2G omarmen, moeten we dit begrijpen over het coronabeleid

Leestijd 14 minuten

“De gewone Nederlander accepteert veel meer pech dan de elite denkt.”

Ira Helsloot in ‘Expertvisies op de gevolgen voor samenleving en beleid’ van WRR/KNAW, 2021

Zo instemmend als Nederland met het coronabeleid van het demissionaire kabinet lange tijd leek, zo is het allang niet meer. Het vertrouwen in de overheid is sinds de zomer in heel snel tempo gedaald. Steeds meer deskundigen en wetenschappers spreken zich uit tegen het beleid. “Zo werkt crisiscommunicatie niet!” “Zo werkt draagvlak-communicatie niet!” “Dit is geen crisismanagement!” “Er zit geen logica in het beleid!” “Het lijkt alsof het kabinet niet vooruit kan zien!”

Al die deskundigen en wetenschappers hebben gelijk. Dit is geen crisismanagement. Dat is dan ook helemaal niet waar het demissionaire kabinet mee bezig is. Wij kijken naar de crisis, zij kijken naar acceptabele risico’s. Geen crisismanagement, maar risicomanagement. En als je het vanuit dat perspectief bekijkt, zit het allemaal heel logisch, heel verklaarbaar en heel voorspelbaar in elkaar. Dit is wat wij gewoon eens moeten gaan begrijpen. En wat Rutte misschien heel plomp en letterlijk mag benadrukken. Het kabinet was er, te impliciet wellicht – maar toch, heel duidelijk in: veel mensen zullen ziek worden. En wij jubelden. Het is de strategie die het kabinet vanaf het eerste moment koos, wat niet veranderd is en wat niet gaat veranderen. Het is tijd om de strategie van het kabinet te begrijpen en te communiceren in een taal die zij begrijpen: risicobereidheid.

Eigen verantwoordelijkheid

Het kabinet, het RIVM en het OMT hebben de touwtjes stevig in handen. Statistiek, modellen, prognoses, het is heel zakelijk allemaal. Alles aan de veel te optimistische kant. Met een worst case scenario lijkt geen rekening gehouden te worden. Alles wordt overgelaten aan onze ‘eigen verantwoordelijkheid’. De momenten dat de overheid met ons over het coronabeleid communiceert, beperken zich tot de persconferenties. Die overigens gaandeweg steeds minder empathisch zijn geworden. Over het lot van de vele zieken en doden, spreekt premier Rutte zich helemaal niet meer uit. Het gaat vooral om de modellen, over maatregelen. Steeds maar weer. Welke uiterste risico’s we kunnen nemen en af en toe wijst een belerende vinger richting de burgers. Er zijn vaak nauwelijks maatregelen, maar wel adviezen, waar we bovendien maar weinig op gewezen worden. Er is nu wel vaak genoeg gezegd wat je kunt doen om verspreiding zoveel mogelijk te voorkomen, dat moet je dan maar doen.

Veel mensen voelen zich in de steek gelaten. De hele samenleving staat in brand. Iedereen is in rep en roer. Het lijkt alsof ieder moment het zwaard van Damocles op ons te pletter kan vallen. Zoveel onrust en paniek en wat doet het kabinet? Het hult zich in stilzwijgen. “Er is geen draagvlak,” horen we het kabinet en OMT leden vaak zeggen. Dat is vreemd, want uit peilingen blijkt – al sinds het begin van de coronacrisis – dat de meeste Nederlanders juist meer maatregelen willen en sneller ingrijpen van de overheid willen zien. Over welk draagvlak hebben we het dan eigenlijk? En als dat er niet zou zijn, dan zou de overheid toch beter kunnen communiceren? Voorlichten? Zelf urgentie uitstralen? Want draagvlak creëer je immers, als je ziet dat het de verkeerde kant opgaat.

Risico-regelreflex

Dit is waar wij de draagvlakcommunicatie van het kabinet verkeerd begrijpen. Voor ons is het draagvlak: risico’s beperken. Maar voor het kabinet is dat precies andersom: het tast af welke risico’s wij als samenleving bereid zijn te accepteren. We zéggen wel dat we willen dat de overheid risico’s beperkt, maar in werkelijkheid willen we dat helemaal niet zo graag en zijn we echt wel bereid om veel risico’s te nemen. Dit is de zogenaamde risico-regelreflex, een belangrijke pijler van de kabinetten Rutte. En die komt hier op neer: We zeggen het wel, we schreeuwen moord en brand, maar eigenlijk willen we dus helemaal geen overheid die alle risico’s voor ons afdekt. En het is ook veel te duur.

Je moet de taal van het kabinet spreken om te begrijpen wat er gebeurt. Bekijk het eens van een afstandje: Media zetten gedurende de hele crisis al in op het knellen van de maatregelen, niet op de gevolgen van het virus. De horeca protesteert! De evenementenbranche gaat kapot! Scholen willen openblijven! Mensen worden depressief! Het gaat slecht met de studenten! Iedere dag weer lezen we in de krant hoe moeilijk die maatregelen zijn. En overal waar de maatregelen knellen, geeft het kabinet antwoord. Iedere keer weer. Vele analyses lieten al zien: het kabinet geeft gehoor aan de grootste lobby’s. Je kan dat schandelijk vinden, maar het kabinet is helder over die strategie. “Acceptabele risico’s” die “niet gratis” zijn. Dat zegt Rutte herhaaldelijk en letterlijk in de persconferenties over het coronabeleid.

Leven met het virus

We kiezen voor een strategie die niet kijkt naar het aantal ziekte- en sterfgevallen: dat is, zoals Rutte dat benoemt, “restrisico”. ‘Leven met het virus’, dát is zowel strategie als doel. Het kabinet maakt er geen geheim van. Om te kunnen leven met het virus, moeten we bereid zijn enorm veel risico te accepteren. Het is een strategie die in de eerste plaats de samenleving zo min mogelijk belemmert, wat enkel mogelijk is als we risico’s maximaal accepteren. Pas als de druk op de IC’s zó hoog wordt dat geen zorg meer verleend kan worden, grijpen we in. Dat gebeurt als er teveel ‘kwetsbaren’ tegelijk besmet raken. Dan moeten we ze beschermen. Niet voor hun welzijn en gezondheid – zoals we dat plachten te interpreteren – maar omdat ze het de maatschappij anders beletten te functioneren.

Regeren is vooruitzien? Dat doen ze prima. Zij redeneren niet vanuit het verlies van mensenlevens en gezondheidsschade. Dat zijn restrisico’s. Zij redeneren vanuit het kosten-batenplaatje. Risico-acceptatie: Zo min mogelijk ingrijpen om kosten te besparen. Helemaal niet ingrijpen legt teveel belasting op de zorg. Hoe kan je de samenleving dan zo min mogelijk beperkingen opleggen, zolang de IC’s niet overstromen? Door de kwetsbaren te ‘beschermen’ zodra de IC capaciteit overschreden is. Om deze redenering makkelijk te begrijpen, moet je gewoon het rijtje doelstellingen van het kabinet omdraaien, zodat het in chronologische volgorde staat: de samenleving zo min mogelijk belemmeren, door de kwetsbaren te beschermen zodra we zien dat het de zorg het niet meer aankan.



Risicodraagvlak

Het onszelf laten regelen, kost minder geld. We investeren niets in preventie. Kosten-baten. Daarom hebben we nog altijd niet genoeg testcapaciteit, niet voldoende BCO capaciteit en gaan we dat ook niet oplossen. Bij veel besmettingen zou je een enorm leger aan BCO medewerkers nodig hebben om de bron van besmettingen te herleiden: maar wat heeft het voor zin? We zouden de hele bevolking, of tenminste de kwetsbaren, een FFP2 masker kunnen geven. Sneltests gratis beschikbaar maken, we willen toch graag dat mensen zich testen? Investeren in ventilatie? Co2-meters? Hepa filters? Nee, nee, nee. Als we risico’s accepteren, is dat gewoon veel te duur. Wij laten corona razen tot een punt waarop de overheid echt niet anders kan dan ingrijpen. Dan krijgen we zoiets als een slappe ‘intelligente’ lockdown. Wij noemen het wel dom, maar we accepteren het wel gewoon. En het lullige is: ze hebben gelijk. Iedere ruimte die zij bieden, nemen wij. Mensen zijn inderdaad bereid die risico’s te accepteren. Rutte gaat ons geen dingen verbieden. Hij is geen schoolmeester die ons vertelt wat we moeten doen. Het blijft bij adviezen. Of dríngende adviezen. We zijn toch allemaal volwassen? We hebben een eigen verantwoordelijkheid. En inderdaad, we laten goed zien welke verantwoordelijkheid we voor elkaar willen dragen. We willen het zelf zo. Als het mag, gaan we er gewoon op uit.

We zijn dus inderdaad bereid de risico’s te accepteren. Komt er veel druk en lobby vanuit de horeca? Ook al zijn er veel besmettingen? Staat het iedere dag in de kranten? Dan is dát het risico wat we willen nemen. Leidt het tot een acuut probleem in de zorg? Nee? Dan hoort dit bij ‘de samenleving zo min mogelijk belemmeren’. Gaan we vervolgens inderdaad massaal op horecabezoek? Nou. Dan klopt het toch? Waar hoor je nu nog de verhalen over het vreselijke leed dat het virus zelf veroorzaakt? De doden, de rouw, mensen die langdurig ziek zijn, mensen die na een IC opname langdurig moeten herstellen, zowel mentaal als fysiek. Mensen die helemaal in de knel zitten omdat familieleden zijn weggevallen en bijvoorbeeld nu hun huis uit moeten? De wezen die het in deze crisis zelf moeten uitzoeken? De drama’s die zich in sommige verpleeghuizen nog altijd voordoen? We horen ze niet. Het is er niet. Alleen de knellende maatregelen zijn er. Wanneer kunnen we dáár van af? Dát is het draagvlak waar het kabinet op reageert. Het risicodraagvlak.

Maximale risico-acceptatie

Ik herhaal het nog maar eens in andere woorden: Er is, zo is gebleken, enorm veel draagvlak voor risico’s. Er is heel weinig aandacht voor de schade aan onze gezondheid en rouw. Het kabinet draait de kraan gewoon steeds een heel klein beetje dicht, nèt genoeg om de IC’s niet volledig te overspoelen. Moeten we onze zieken naar Duitsland brengen? Ook goed. Thuis laten sterven? Prima. Komt er protest tegen beperkende maatregelen? Graag zo snel mogelijk weer open. Kijk maar naar de scholen. Die lobby was zeer effectief: iedereen is er nu wel van overtuigd dat de scholen open moeten blijven, ook al jagen ze de epidemie aan en verliezen we daardoor vele levensjaren. We accepteren dat risico, zodat de scholen onbelemmerd open kunnen blijven. Maar waarom dan helemaal geen maatregelen in scholen? Gewoon. Omdat we dat accepteren. Hoe minder maatregelen voor kinderen, hoe minder we er stil bij staan dat zij misschien ook risico lopen. Maken we ons zorgen over de gezondheid van onze kinderen? Dan houden we ze massaal thuis, of we eisen een mondneusmasker in de school, of iets dergelijks. Maar dat doen we niet, en dus komt het er niet.

Het is niet zo moeilijk deze strategie te doorgronden. Zolang het niet strikt noodzakelijk is, grijpt het kabinet niet in. Dat staat namelijk in de weg van maximale risico-acceptatie. Als je kinderen met mondneusmasker naar school laat gaan bijvoorbeeld, is dat een duidelijke herinnering, iedere dag weer, dat zij risico lopen. Dat willen we niet. Het mondneusmasker herinnert ons iedere keer weer aan de risico’s, ieder moment dat je het draagt. En dat is het tegenovergestelde effect van wat het kabinet wil bereiken. Hoe meer je bezig bent met de risico’s, hoe groter de kans dat je ze niet meer accepteert.

Ieder voor zich

Waarom risico-acceptatie niet werkt, zien we niet alleen terug in de gezondheidsschade voor de samenleving, maar ook in de ontwrichting van de maatschappij. Het is een grote strijd tussen mensen die veel of alle risico’s willen accepteren (voor zichzelf en voor anderen) en mensen die risico’s willen mijden (voor zichzelf en voor anderen). Een beleid dat steeds inzet op de maximale risico’s die mensen willen nemen, geeft ook het signaal af dat het goed is deze risico’s te nemen. Want wij Nederlanders interpreteren dit anders. Het kabinet zal heus wel weten wat het doet. Als er geen voorzorgsmaatregelen getroffen worden op school, zal dat inderdaad weinig risico’s opleveren. De overheid heeft, in onze ogen, het beste met ons voor. Veel mensen denken dan ook niet eens na over de risico’s, ze volgen gewoon. En de mensen die zich wel realiseren dat er een risico is, wegen voor zichzelf af of ze dat risico wel moeten nemen. Daar zit wel de valkuil van het beleid: In werkelijkheid heb je helemaal geen keuze. Als je leerplichtig bent, moet je naar school. Als je je huur of hypotheek moet betalen, moet je naar je werk. Het accepteren van dat risico, doen we vaak in een fractie van een seconde. De wet volgen of in je levensonderhoud voorzien gaat boven een onduidelijk gezondheidsrisico.

Je kunt niet op de ene plek hetzelfde risico wèl en op de andere plek hetzelfde risico níet nemen. Je zou dan de hele dag bewust bezig moeten zijn om risico’s af te wegen. En die risico’s gelden vaak niet eens voor jezelf, maar voor ‘de samenleving’, waarvan je maar moeilijk kan bepalen wat je rol daarin is en wat de consequenties zijn van de risico’s die jij neemt. Geen enkel individu overziet de kettingreactie aan consequenties van zijn of haar gedrag. Je ziet dat anderen ook risico’s nemen. Ben jij dan nu de enige die het lot van de hele samenleving moet gaan overwegen en risico’s af moet dekken? Dat heeft weinig zin. Het is ieder voor zich. En dat is logisch.

Zijn de risico’s wel acceptabel?

Ook nu de situatie rond corona zo penibel lijkt, gaat het niet over de risico’s die wij lopen. De discussies gaan om ‘de zorg’. Wat ‘de zorg’ aankan. Dat ligt eraan hoe je het bekijkt. Er zijn nog genoeg IC bedden om de ernstig zieken te verzorgen, als je alle andere zorg afschaalt. Dat levert gezondheidsschade op, zowel van covid als van andere aandoeningen. Maar niemand zegt: die gezondheidsschade accepteren we niet meer. We zitten vooral in onze maag met de maatregelen. De media concentreren zich, nu in het debat rond 2G, nog altijd op het effect van de maatregelen. De gevolgen voor onze gezondheid, de rouw, de trauma’s, ze blijven buiten beeld. Als de kranten vol zouden staan met de ellende die het virus zelf veroorzaakt, is dat een kentering van het ‘draagvlak’. Geen acceptabel risico. En dit is goed om te onthouden. We staan namelijk op het punt belangrijke grondrechten op te geven, voor een beleid dat de pandemie en de gezondheidsschade niet gaat beëindigen.

Hou je de ellende en gevolgen buiten beeld en blijven we maar discussiëren over de maatregelen, dan blijft het beleid precies zoals het was. Als je dat wil veranderen, verander je het narratief: We accepteren het risico op gezondheidsschade niet meer. Niet voor de ‘kwetsbaren’, niet voor onszelf als ook de reguliere zorg weer moet worden afgeschaald, niet voor onze kinderen. Neem de maatregelen die dat voorkomen. Laat het kabinet overstappen op een beleid waarin we die risico’s zoveel mogelijk beperken.

De overheid beschermt ons

Laten we wel wezen: de meeste mensen vertrouwen erop dat de overheid er is om ons te beschermen. We geloven dat zo heel sterk, dat we als een stel automaten reageren op die maatregelen. Dat wil helemaal niet zeggen dat we die risico’s ook echt accepteren. We geloven dat de overheid die risico’s optimaal afdekt, waarbij ons welzijn en onze gezondheid ertoe doen. En dat is, waar wij de overheid niet begrijpen. Wij willen dat de overheid het doet, de overheid vindt dat we dat zelf maar moeten doen. Als morgen niemand meer naar school of werk wil, de restaurants leeg blijven, niemand meer naar een evenement gaat en we blijven zoveel mogelijk thuis, geven we de overheid aan dat we niet bereid zijn de risico’s te accepteren. Dat stukje ‘eigen verantwoordelijkheid’. Daar geven we blijkbaar mee af wat ons draagvlak is om risico’s te accepteren. De media verwoorden dat voor ons. Het is tijd om dat duidelijk te laten horen.

Natuurlijk is het onredelijk om al die eigen verantwoordelijkheid te vragen. We hebben namelijk echt heel beperkt invloed op het gedrag van onze medeburgers. Onze kinderen moeten volgens de wet naar school, de werkgever kan je dwingen naar je werkplek te komen en ga zo maar door. We kunnen onszelf helemaal niet beschermen. Ook al zouden we daar hele dagen heel bewust mee bezig zijn. Vele Nederlanders hebben al uitgesproken vaak het gevoel te hebben dat we een ‘wappie-overheid’ hebben. Het lijkt wel alsof de overheid zèlf dat virus niet serieus neemt. Niet verbazend misschien dat de belangrijkste bijdrage aan de risico-acceptatie benadering van het kabinet afkomstig is van Ira Helsloot, één van de initiatiefnemers van het omstreden Herstel NL en het Artsencollectief. In zijn woorden: “Onderzoek laat structureel zien dat de gewone Nederlander veel meer pech accepteert dan de elite denkt.” En die visie baseert Helsloot op …. literatuuronderzoek. Van Helsloot hebben we gedurende deze crisis vaker gezien dat hij cijfers en data uit de hoge hoed tovert, ze verdraait en soms zelfs bewust verkeerd interpreteert om zijn visie te verkopen. Dat is goed om in het achterhoofd te houden, want we leven momenteel met de gevolgen van die ‘inzichten’.

Brave burgers

Resumerend: We zijn niet met de crisis bezig. Niet met hoe het uitpakt in de maatschappij. We proberen de literatuuranalyse van Helsloot in de praktijk uit. Een kosten-batenbeleid. Hoeveel risico’s kan je de gewone Nederlander laten accepteren en zo min mogelijk kosten maken? Dit is een systeem waarin je hard voor jezelf moet opkomen. Het zet de samenleving op scherp en speelt mensen tegen elkaar uit. Het is wat leidt tot het constant uitruilen van vrijheden. Wie het hardst roept, wordt bediend. Het past bij de verdeel en heers strategie van Rutte. Daar kan je van alles van vinden, maar zolang de Tweede Kamer dit niet stopt, blijft het wat het is.

Het lijdzaam volgen van richtlijnen die niet bindend zijn, is snijden in je eigen vlees. Je wordt niet beloond voor je volgzaamheid, maar vanzelfsprekend genomen vanwege je risico-acceptatie. Zolang de zorg niet zegt: stop, zolang het onderwijs niet zegt: genoeg is genoeg, zolang werkgevers hun werknemers dwingen (al dan niet met klachten) naar de werkplek te komen, zolang ouders hun kinderen naar school blijven sturen, doen we er allemaal aan mee. Omdat we eigenlijk hele brave burgers zijn. Maar helaas, dat is nou juist níet wat er van je wordt verwacht. Wat er van iedereen verwacht wordt – van politieke partij, tot sector, tot koepel, tot vakbond, tot werkgever, tot schoolleider, tot ouder, tot burger – is te laten zien welke risico’s je wél en welke risico je níet bereid bent te accepteren.

Conclusie

Het is mijn stelling dat dit beleid nooit zal werken. We zijn bezig met “uitsmeren” en “tijd kopen”. Tot wat precies? Een 2G beleid werkt niet met de huidige vaccins. Je kan mensen niet voor onbepaalde tijd toegang tot het maatschappelijk leven ontzeggen en maar blijven boosteren. Landen die geen toegang hebben tot vaccins komen zo helemaal nooit meer aan de beurt en wij houden de deur open voor (het ontstaan of importeren van) nieuwe varianten. Gevaccineerden raken ook besmet (zij het minder makkelijk) en er komen nog steeds gevaccineerden in de ziekenhuizen terecht. Als het er maar genoeg zijn, wordt de zorg onherroepelijk weer overspoeld. Wanneer gaat de zorg dan eindelijk weer eens normaal draaien? Lockdowns werken ook niet, want na zo’n kwakkellockdown gaan we gewoon weer door met dit beleid en zit je na lange maanden kwakkelen alweer in dezelfde penarie. De vraag is dan ook: Hoe kan het demissionaire kabinet haar ideologie van risico-acceptatie samenvoegen met haar taak en verplichting de volksgezondheid te beschermen? Want dit is waar het iedere keer vastloopt. Het leidt onherroepelijk tot tweedeling en ontwrichting van de maatschappij, met ernstige gevolgen op korte en lange termijn. Mijn antwoord is: Niets zal werken in Nederland, zolang het kabinet niet inziet dat juist het accepteren van risico’s de volksgezondheid schaadt.

Meer over risico-acceptatie:
COVID-19: Expertvisies op de gevolgen voor samenleving en beleid – Ira Helsloot – WRR/KNAW

Regulering, toezicht en risico-regelreflex – Ministerie van Binnenlandse Zaken

Omgaan met de risico-regelreflex – Rijksoverheid

Krachten rond de risico-regelreflex – Crisisbeheersing en Veiligheidszorg – Helsloot/Ministerie van Binnenlandse Zaken

Kennisdocument BurgerBetrokkenheid bij Veiligheidsbeleid – Helsloot & Schmidt/Rijksoverheid

Omgaan met risico’s door de jaren heen: Bewust omgaan met veiligheid – Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Los van de risico-regelreflex – Wallage, Jorritsma, Gerritsen, Helsloot, Chavannes/Rijksoverheid

Opnieuw Bruggen Bouwen: Hoe gedrag de coronapandemie beïnvloedt – Mooy, Over, Roex

Deel op:
Geen leerachterstand maar een leefachterstand

Geen leerachterstand maar een leefachterstand

Leestijd 11 minuten

In de Volkskrant verscheen in de wintergolf van vorig jaar een ingezonden brief van scholiere Elze van Houtum. De brief greep me, omdat het me zo bekend voorkwam van alle verhalen van kinderen en jongeren die ik tijdens de pandemie heb meegemaakt. Ja, sommige kinderen hadden het alleen maar over de behoefte om naar school te gaan. Maar de meeste kinderen hadden moeite met leven. Of zoals Elze het zo treffend omschrijft: hun ‘leefachterstand’.

“Je helpt ons niet. Nee Slob, We zullen niet rekenen op blijven zitten. Corona geeft ons niet een leerachterstand, het geeft ons een leefachterstand. We zijn niet oké. Ook niet als onze cijfers dat wel zijn.”

Elze van Houtum in De Volkskrant

Elze’s brief zou wat mij betreft levensgroot op alle voorpagina’s van alle kranten afgedrukt mogen worden. Iedere dag weer, totdat we ons weer herinneren wat het is om kind te zijn. Luister nou toch eens, papa’s en mama’s, met je gedram over leren en studeren. Dat constante gepush dat ze moeten presteren, zelfs tijdens zo’n megantische* crisis. Kinderen willen helemaal niet alléén maar naar school. Ze maken zich zorgen. Ze missen hun mijlpalen. Hun schoolreisjes, excursies en uitwisselingen. Al die bijzondere gebeurtenissen die het leven levenswaardig maken. Ze missen een onbezorgde omgang met opa en oma. Leefachterstand. Het woord mag, moet, zál vandaag nog in de Dikke van Dale. Laat het bestaan. In godsnaam.

Human capital

Human Capital: De opvatting dat onderwijs een investering is in mensen en dat mensen hierdoor meer waard zijn, dat wil zeggen: nuttiger zijn voor de maatschappij.

Natuurlijk is het helemaal niet eerlijk om dit aan de ouders op te hangen. Veel ouders maken zich hartstikke zorgen, of zitten al sinds het begin van de pandemie in een onmogelijke spagaat. Veel ouders zijn bezorgd over de leefachterstand die ze zien bij hun kinderen. Ze komen gewoon niet aan het woord. Vooraan staan de ouders die maar blijven drammen dat school het beste is voor alle kinderen, ook tijdens een pandemie. Aangevoerd door sommige media, die tijdens de hoogste pieken van deze crisis er hun levenswerk van lijken te hebben gemaakt om die kinderen dat schoolgebouw in te schríjven. Werkelijk iedere dag verschenen er alarmerende berichten met schreeuwende koppen over de levenslange schade die leerachterstand heet. Dat komt aan bij ons ouders natuurlijk.

Dit is een harde maatschappij. We overleven door constant maar weer te presteren. Als je niet presteert, eindig je onderaan de voedselketen. Dat willen we onze kinderen niet aandoen. Wij zijn human capital, we voeden onze kinderen op tot human capital. En daar zijn we op te pakken.

Leerachterstanden hebben vooral te maken met de malle molen van de human capital fabriek. Kinderen moeten worden klaargestoomd voor de arbeidsmarkt. Ieder jaar dat zij vertraging oplopen, kost geld of levert praktische problemen op. 

Het algemene praatje zit nu al vastgeroest in ons repertoire: natuurlijk wil niemand de scholen dicht, leren op school is het allerbeste voor kinderen, door de scholen te sluiten laten we kinderen opdraaien voor het onvoorzichtige gedrag van volwassenen, school is dé veilige haven voor kinderen, daarom gaan de scholen als laatste dicht en als eerste weer open. Het is een soort mantra. En we herhalen dit allemaal klakkeloos. Want als je dit zegt, ben je goed voor je kind. Zo. Daar heeft de overheid ons maar mooi waar het ons hebben wil. Het gaat onze beleidsmakers trouwens helemaal niet om het welzijn van het individuele kind, staat gewoon in hun beleidsdocumenten, maar wat maakt ‘t uit. De overheid heeft het beste met ons voor en als dat het behoud en de opbouw van human capital is, is dat zo. Even letterlijk dan, in hun eigen woorden, waarom willen ze geen maatregelen op scholen? Hierom:


Uit: Effect maatregelenscenario’s economie van de Rijksoverheid

Ontmenselijking

Ik weet, als je kritiek wil uiten moet dat genuanceerd, enigszins binnen de heersende opinie van het moment, in diplomatieke bewoording en slinger vooral geen schuld. Door iedere harde kritiek weg te zetten als populisme, hebben we mooi een situatie gecreëerd waarin de overheid echt met álles wegkomt. En dan klagen we wel dat ze overal mee wegkomen, maar de harde kritiek is dan vervolgens weer ‘ach, populisme’. De populisten rennen er hardlachend mee weg. Mensen die echt zat hebben van alle leugens, dat het er echt duimendik bovenop ligt en iedereen dan nog steeds doet alsof het waar is omdat we anders als ‘ach, populistisch’ gezien worden, natuurlijk rennen er steeds meer mensen richting die populisten. Al dat redelijk doen is een wurggreep geworden waar we met z’n allen nu in stroomversnelling aan ten onder gaan. Dit behoeft geen diplomatie en redelijke argumenten (vooruit wie ze wil, ik schreef het hier en hier en hier en hier), dit vraagt om een botte bijl en duidelijke taal. Dan maar ‘populistisch’.

Want wat een ranzige smerigheid om te doen alsof we kinderen zo beschermen tegen schade aan hun welzijn. Waar we nu mee bezig zijn is een weerzinwekkende ontmenselijking van het kind. Het kind hoeft blijkbaar niet te leven. Geen feestjes, geen uitjes, geen sint, geen kerst, geen schoolreisjes, geen mijlpalen. Het kind moet doen wat echt belangrijk is voor een mens: theoretische kennis absorberen. Dan maar een paar jaar niet naar opa en oma. We moeten niet net doen alsof die al aan hun laatste levensfase begonnen zijn. Die zien we over een paar jaar wel weer. De cognitieve machine waar leerstof in gepompt moet worden, volgt een strikt tijdspad, waar geen seconde van mag worden afgeweken. Niet, nooit, nimmer. Nou. Hier is een oplossing voor de basisscholen: Maak een einde aan de d/dt regel en je hebt zo vele weken lucht gecreëerd om achterstanden weg te werken. De pandemie levert ons veel nieuwe woorden en uitdrukkingen op, dan kan er ook wel wat ingeleverd worden. Doe niet zo moeilijk.

Het kalf is al verdronken

Over de Nederlandse taal gesproken, we hebben een prachtige uitdrukking waarmee je deze strategie mooi kunt samenvatten. ‘Als het kalf verdronken is, dempt men de put’. Maatregelen nemen als het al te laat is. De scholen sluiten als de zorg al is bezweken is het paard achter de wagen spannen. De scholen als laatste sluiten, och het bekt zo lekker; we doen álles kinderen te ontzien. Maar het is exact wat ons continu in deze problemen brengt. En dat ze uiteindelijk toch weer dichtmoeten, dat kan je op je tien vingers natellen.

We kunnen er tigduizend onderzoeken en metingen op loslaten, tot welke decimaal nauwkeurig zijn kinderen besmettelijk? Alle klinkklare onzin die ‘de’ wetenschap uit de hoge hoed tovert om het maar te maskeren dat de scholen het probleem zijn. Van ‘jongeren raken besmet op de fiets’ tot ‘kinderen besmetten vooral ongevaccineerden’. Van ‘kinderen verspreiden nauwelijks’ tot ‘kinderen dragen bij aan verspreiding, natuurlijk wisten we dat, maar ze zijn niet de motor achter de pandemie, dus is hun rol in verwaarloosbaar’. Natuurlijk willen we dat geloven. Koppel het constant maar weer aan die leerachterstanden, wijdverbreide kindermishandeling en het onverantwoordelijke gedrag van volwassenen en we hebben aan deze leugens genoeg om ons er niet tegen te verzetten. Maar het zijn leugens. Absolute leugens. Niks voortschrijdend inzicht.

Het patroon is gedurende de hele pandemie al hetzelfde. En het is GEEN raketwetenschap. Ieder klein kind op deze wereld kan deze dynamiek prima begrijpen. Het verspreidingspatroon is eenvoudig: overal waar grote groepen mensen bij elkaar komen, verspreidt het virus zich sneller, namelijk via clusters. De groep die op welk bepaald moment van het jaar de meeste sociale contacten heeft, is de motor van de epidemie. We nemen steeds de zomer als startpunt. Prima. In de zomer zijn het de jongvolwassenen. In de rest van de samenleving verspreidt het zich ook, maar zonder die versneller die we clusterverspreiding noemen. Na de zomervakantie nemen een aantal kinderen die besmettingen mee naar school en daar gaat het de school in, de school uit, de school in, de school uit, totdat er binnen of rond de scholen clusters ontstaan.

Je kunt van alles sluiten, maar het blijft rondgaan onder die kinderen. Die nemen het weer mee naar huis, waarvandaan het meegaat naar de werkplek, naar de mantelzorg, naar de grootouders, naar de rest van de samenleving. Die dynamiek doorbreek je alleen als je de verspreiding onder kinderen doorbreekt. En uiteindelijk moet dat ook. Iedere keer weer. Dat weet je van tevoren. Als je de scholen als laatste sluit, weet je dat we heel erg lang met maatregelen zitten in een poging om het in de rest van de samenleving wat te dempen. Het werkt niet. Hoe besmettelijker de variant, hoe moeilijker deze strategie. En ik herhaal, zie ik mijn glazen bol, uiteindelijk moet je die scholen tóch weer sluiten. Alleen dan nadat alles en iedereen al heel veel schade heeft opgelopen. Er vele mensenlevens zijn verloren. En ja, onze kinderen alweer heel wat streepjes bij hebben kunnen turven aan hun leefachterstand. Het is kwalijk en naar en het schaadt ons allemaal. In het bijzonder onze kinderen.

Kudde-immuniteit

Overigens is het absurd dat we steeds maar weer uitkomen op het punt dat de scholen gesloten moeten worden. Bijna overal ter wereld, op echt slechts een paar landen na, worden voorzorgsmaatregelen getroffen op scholen. Weinig verspreiding -> wat voorzorg, veel vespreiding -> veel voorzorg. Maar dan moet je taboes laten varen. De snottebel blijft thuis. Kinderen worden getest. Kan tegenwoordig met een lollytest, dus niet zo moeilijk doen. Voor kinderen gelden dezelfde quarantaineregels als voor iedereen. En als we zien dat de besmettingsgraad omhooggaat, dragen de kinderen een mondneusmasker op school. We geven die klaslokalen uitstekende ventilatie. We laten de kinderen vaker buitenspelen, zodat de lokalen gelucht kunnen worden. En brrr, hoooo, kinderen een mondneusmasker, zelfs de kleinsten? Ja. Doen ze op heel, heel veel plekken wereldwijd. Kunnen ze al anderhalf jaar. Er zijn nul berichten van vreselijke psychische schade, besmettingen via dat masker, onderdrukking of wat dan ook. Wel berichten dat daar waar ze er heel verstandig en strikt mee omgaan, er niet zulke hysterische noodtoestanden zijn als hier, dat scholen niet dichthoeven en dat kinderen slechts af en toe met lockdown-achtige maatregelen worden geconfronteerd.

In al onze superioriteit zijn we totaal inferieur aan de rest van de wereld gebleken. Daar waar ze zich aanpassen en doen wat ze moeten doen, gaat het beter. Ja, zelfs in dat ‘achterlijke’ Afrika. Heet ervaring ofzo, dat wat ze leren in het echte leven. Kunnen ze dan wel een ‘leerachterstand’ hebben vergeleken met ons, op heel veel andere vlakken zijn ze echt vele malen slimmer dan wij. En medemenselijker ook. Daar was kudde-immuniteit nooit een optie. En dat is waar wij nu mee bezig zijn. Onze kinderen immuun maken. Tegen alles en beter weten in. Onze kinderen komen deze pandemie immuun en zonder leerachterstand door, maar ten koste van wat? Hun menselijkheid? Hun ontwikkeling tot mens en hun leven?

Om met de woorden van Elze af te sluiten: Onze kinderen zijn moe. Geef ze leven. Niet door dat virus te laten gaan, maar door het de kinderen niet steeds te laten verspreiden totdat werkelijk alles vastloopt.

Ik hoef niet te stressen over mijn cijfers, maar ik stress wel. Ik kan niet meer. Je kan niet van ons verwachten dat onze spanningsboog, onze motivatie en onze leerlust hetzelfde is als een jaar geleden. Want het afgelopen jaar is het meest stressvolle jaar van mijn leven geweest. Het meest stressvolle jaar van al onze levens. Want naast de angst voor het verliezen van onze familieleden, de constante spanning van wel of niet naar school mogen, om de maand nieuwe maatregelen moeten toepassen op onze chaotische levens en dagelijks strugglen met jezelf achter die computer zetten, hebben we ook geen outlet gehad. We hebben niet gesport zoals we altijd deden. Niet gepraat en gefeest. We hebben die verdriedubbelde stress van ons ‘corona-examenjaar’ opgekropt in onze door hormonen overstroomde hoofden. We zijn moe.

Elze van Houtum in de Volkskrant



Voetnoot:
Van eind 2006 t/m 2014 deed ik in Sierra Leone onderzoek naar de herintegratie van voormalig kindsoldaten (en andere onderwerpen, dit was hoofdonderwerp). In die zelfde periode draaide ik een scholings- en vaardighedenproject voor ex-kindsoldaten en onderzocht de ontwikkelingen. Uit 1e deel van mijn onderzoek bleek nl dat problemen met herintegratie van voormalig kindsoldaten zonder uitzondering op 1. gemis aan zorgende ouder 2. terugkeer naar oude gemeenschap niet mogelijk en 3. gebrek aan onderwijs/vaardigheden waren. 
Voor alle moeilijkheden probeerden we een oplossing te zoeken in NGO verband. Scholings- en vaardigheidsprojecten moesten ex-kindsoldaten helpen weer terug te keren naar de maatschappij, dat was ook hun diepste wens. Ik deelde ze in in een aantal groepen > 1. een deel kreeg alleen praktische ondersteuning 2. een deel kreeg deels financiële ondersteuning 3. een deel kreeg volledige financiële ondersteuning (ook voor onderdak, voeding etc). Uiteindelijk deed groep 1 het het beste. Waarom? De andere 2 groepen kregen eindelijk een  vangnet waardoor zij eerst andere gemiste ontwikkelingen door moesten maken. Banden met sociale omgeving, status opbouwen, uitgaan, jong zijn, onverantwoordelijk zijn, verliefd worden, etc, etc. etc. In mijn onderzoek verlegde ik focus op ontwikkelingsinterferenties. 
Vrijwel zonder uitzondering hadden deze ex-kindsoldaten gewoon tijd nodig om op andere vlakken hun leven weer op poten te zetten, en andere ontwikkelingen door te maken, voordat zij zich konden toeleggen op het aanleren van theoretische kennis of praktische vaardigheden.  Bijna allemaal zijn ze inmiddels goed terechtgekomen en de stichting heeft zich daarom opgeheven, doel bereikt. Is onderwijs belangrijk voor kinderen? Ik zeg volmondig JA. Het is heel belangrijk. Maar er is meer belangrijk dan tegen alles in doorgaan met fysiek onderwijs. Kinderen hebben gevoelens, twijfels, angsten en behoeften tot ontwikkelen buiten onderwijs om. Kinderen hebben in de eerste plaats hun ouders nodig voor dat veilige vangnet en een functionerende maatschappij. Wat mij altijd zo greep in Sierra Leone was de uitspraak van kindsoldaten: zelfs in de bush speelden we, ieder moment dat dat mogelijk was. Dat is goed om te onthouden.
Deel op:
Liminaliteit. Tussen het oude, en het nieuwe normaal.

Liminaliteit. Tussen het oude, en het nieuwe normaal.

Leestijd 6 minuten

Overdonderd. Verbijsterd. Murw. Vertwijfeld. Zoveel vragen, geen antwoorden. Bij mij, althans. De persconferentie, de talkshows, de sociale media, alles kakelt door elkaar heen. Sterke meningen. Iedereen houdt vast aan zijn eigen ideeën. Zoveel stelligheid. Ik begrijp het niet meer. In een kwartiertje persconferentie ben ik, merk ik, in één klap buiten de samenleving komen te staan. Ik weet niet zoveel als jullie. Iedereen heeft gelijk. Niemand heeft gelijk. Voor alle meningen is iets te zeggen. Als je het bekijkt vanuit al die verschillende perspectieven. Dat is wat deze situatie intens moeilijk maakt. Zoveel onzekerheid. Zoveel chaos. En in zo’n hele grote wirwar aan emoties, meningen, belangen en bedreigingen die als een klem over de samenleving heen liggen, zou je een leider willen zien die de gemoederen bedaart. Die mededogen toont. Menselijkheid. Compassie. En toch ook redelijkheid en daadkracht. Je zou een leider willen zien waarvan je weet: die overziet de boel. Hij heeft het kompas. Hij weet waar we heengaan. Welke gevaren we onderweg tegenkomen. We komen hoe dan ook thuis.

Hoe ze het doen, ik weet het niet, maar wij hebben leiders die de verwarring niet alleen niet weten weg te nemen, ze zwengelen het aan. Niks mededogen en compassie. De wijzende vinger naar ons, wij leven de maatregelen niet goed na. En de gesloten houding, armen over elkaar, op onze kritiek over hen.

Ik heb dat gevoel wel vaker bij dit duo. Dat echt niets van wat wij doen of zeggen bij hen aankomt. Je kan moord en brand schreeuwen, deze twee horen het niet eens. Ze zitten vast in hun eigen agenda. Ze maakten zulke vreselijke fouten, maar nooit komt de reflectie. Je mag ze er niet eens op aanspreken. Dan staan ze verongelijkt, armen over elkaar, laatdunkend te gnuiven. Wij zien het verkeerd. Zij doen alles goed en wij niet. En omdat wij het niet goed doen, moeten zij nu weer maatregelen nemen. Of we even een tandje bij willen zetten met ons gedrag. En de voorlichtingstaken van VWS over willen nemen, want nu moeten wij zelf mensen maar gaan overtuigen van die prik.

Dat opdringen van die vaccins, het werkt averechts. Mensen die vanuit een bepaalde overtuiging echt niet willen vaccineren en kunnen weigeren, die haal je hier niet mee over de streep. Het zijn vooral de jonge mensen die zullen toegeven. Een generatie die we leren dat je vaccineert om naar de bioscoop te kunnen of naar een café, of misschien binnenkort zelfs wel om naar school of werk te kunnen. Ik vraag me af hoe handig dat is. Gerede kans dat je een generatie creëert die straks met een grote boog om het rijksvaccinatieprogramma heenloopt. Dan heb je meer verloren dan je hebt gewonnen. En voor wat? Hoe zinvol is een systeem waarbij we 100% leunen op vaccins, die je constant moet blijven boosten? Daar geven we voor onbepaalde tijd hele belangrijke rechten voor op. Zo, pats boem, in een kwartiertje persconferentie. Alsof het niets is.

Toch die tweesporensamenleving. Of eigenlijk zijn het er meer. Want naast de mensen die de prik weigeren, zijn er de mensen die die prik helemaal niet kunnen nemen. Of bij wie die prik gewoon niet voldoende bescherming biedt. Van Dissel schatte hun aantal op zo’n 700.000. Zevenhonderdduizend mensen die al anderhalf jaar geïsoleerd zijn van de samenleving. Mensen die niet eens genoemd worden. We vergeten voor het gemak maar even dat ze bestaan. “Nou ja eh, je kan niet de hele samenleving stilleggen voor die 700.000 mensen,” is een veelgehoord argument. Zo even uit de heup geschoten. En dan de verpleeghuizen. Dat blijft een plek waar dat virus huishoudt, wat je ook doet. Zolang er transmissie is, blijft het een zwakke plek. Ach. Het is niet anders. Het is niet anders, het kan niet anders, verder niet over nadenken. Of handelen. We doen gewoon of het niet bestaat. Mensen met hartfalen, diabetes type I, die bepaalde medische behandelingen krijgen waardoor het immuunsysteem niet goed werkt.

2G is de oplossing die de overheid het beste uitkomt en dus komt het er. Punt. En intussen komen er wat maatregelen. Waar ze vandaan komen of waar ze op zijn gebaseerd? Voor mij lijken ze uit de lucht te komen vallen. Hoe het uitkomt in het Catshuis, zeg maar. We moeten iets doen, wat dacht je van de theaters? Teveel ophef, doen we gewoon de horeca, daar kunnen nog wel wat faillissementen vallen, dus huppakee. Ze doen maar wat. En wie er doodgaat, gaat dood. Het wordt niet eens genoemd. Als je een lange lijst met totaal verwarrende maatregelen met een ernstig gezicht oplepelt, dan voelen ze tenminste zwaar, zal Rutte gedacht hebben. Niet voor het virus. Explosieve groei zagen ze al op zoveel plekken. Hele huishoudens raakten besmet in India, Indonesië, Tibet, de VS. De kroegdeur gaat dicht, de schooldeur blijft wagenwijd open. Delta vindt ze feilloos en snel, die vatbaren. Maar ach, dat was natuurlijk niet in Nederland.

Dus verbaasd. Verward. Perplex ook. Op geen enkele manier heb ik in dit beleid een poging gezien om de samenleving aan elkaar te lijmen. Het begon met het beschermende muurtje, dat mensen gewoon buitensloot, ook al willen we net doen alsof we het met z’n allen deden. Het is niet waar. En ook nu kunnen we enkel oplossingen bedenken, waar we mensen mee buiten de samenleving plaatsen. Dat vinden we niet erg, want daar hebben die mensen het zelf naar gemaakt, hoor ik vaak. Zij wilden mensen met een verhoogd risico op ernstig covid opsluiten, nu weten ze hoe het voelt. Kan ik me voorstellen, die reactie. Maar uiteindelijk zijn we toch één samenleving. En dat burgers deze sentimenten over elkaar voelen, natuurlijk. Dan kijken we op naar onze leiders, om daar rust en rede in aan te brengen. Om iedereen te beschermen, tegen elkaar en tegen het virus. Maar zulke leiders hebben we niet. Onze leiders droppen die bom en laten ons achter met die chaos. ‘Advies van het OMT, u doet het er maar mee’.

Chaos. Chaos in mijn gedachten, want intussen weet ik niet meer wat ik vind. Moeten we echt alles opofferen voor de volksgezondheid? Hoe ver moet die bescherming gaan? Wat blijft er over van onze samenleving op deze manier? Is dit het waard? Chaos in de samenleving. In de antropologie noemen we zoiets liminaliteit. Een overgangsfase. Tussen twee werelden. Het oude is weg en het nieuwe moet nog komen. Een periode van grote onzekerheid. En deze periode is, het behoeft geen uitleg, precair. Voor de samenleving als geheel, maar ook voor de individuen die die samenleving maken. Een periode waarin onze rollen veranderen, onze gedragingen steeds afgewogen moeten
worden en waarin we nieuwe normen en waarden moeten formuleren.

Onze cultuur biedt geen vangnet, geen oplossingen, geen antwoorden. Om samen naar de nieuwe fase te gaan, zullen we een nieuw samen moeten creëren. Door samen onze normen en waarden te formuleren. Wat behouden we en welke nieuwe waarden maken we ons eigen? Maar dat gebeurt niet. Door een overvloed aan onduidelijkheden en inconsistentie bij de overheid, worden we vooral op onszelf teruggeworpen. We vallen terug op onze persoonlijke, menselijke behoeften. Het is vechten voor je eigen stukje wereld. Ieder voor zich. Is zo’n samenleving klaar om een 2G systeem in te voeren? Ik denk van niet. Het vertrouwen is er niet. Niet in de overheid, niet in elkaar. De onzekerheden te groot. 2G mag de verspreiding dan remmen en ook al is het ‘tijdelijk’, het laat hoe dan ook permanente sporen na. En die sporen kunnen diep zijn. Is het nodig? Geen idee. We hebben het meeste nog helemaal niet gedaan. Ventilatie op scholen, bijvoorbeeld. Snottebellen thuis. Een verantwoordelijker houding als het gaat om het doorgeven van besmettelijke ziekten. Mondneusmaskers. We hebben het allemaal nog niet serieus geprobeerd.

Is 2G nodig? Kunnen we niet anders? Moeten we maar inschikken? Ik weet het echt niet. Wat ik wel weet, is dat we na bijna twee jaar corona nog altijd niets van dat virus begrijpen. En dat dat totaal krankzinnig is. Het is nog steeds het domein van de ‘virologen’ die voor ons beslissen wat goed voor ons is. Hoe onze toekomstige samenleving eruit moet zien. Vanuit hun gekleurde bril. Ik zie andere mogelijkheden. Of nou ja, dat weet ik eigenlijk ook niet. Maar het is wat ik hoop. Dat we kunnen beginnen bij die basismaatregelen. Die maatregelen waar wij ons niet goed genoeg aan zouden houden. Ik zie dat precies andersom. Want de basis die bij die maatregelen hoort, de kern van infectieziekten bestrijding, het heeft hier nooit bestaan. Laagdrempelig testen, echt goed bron en contactonderzoek, het isoleren van de zieken en de quarantaine van al hun contacten, het is hier allemaal niet gedaan. Dus voordat we overgaan op 2G, laten we vooral 1G niet overslaan: Getest. En laat iemand Rutte intussen een kompas geven. Een kompas dat niet steeds terugleidt naar het Catshuis. Een kompas dat ons in die liminaliteit, die chaos, enigszins stabiel op koers houdt, richting een nieuw normaal waar we allemaal meedoen. Zeker ook die zevenhonderdduizendmensen die we hebben achtergelaten op de kade.

Deel op:
Over gedrag gesproken

Over gedrag gesproken

Leestijd 4 minuten

Golf nummer zoveel, persconferentie nummer zoveel. Terwijl het kabinet had gehoopt het land rond deze tijd te bevrijden van alle coronamaatregelen, trekken intensivisten aan de rem, de ouderenbond sputtert tegen en luiden een aantal virologen weer de noodklok. De remedie waar het kabinet voor de zoveelste keer mee komt: een aantal maatregelen die half-half worden toegepast en vooral veel nadruk op de eigen verantwoordelijkheid. “Ons gedrag moet om”, kopt RTL Nieuws, zal de kernboodschap zijn van persconferentie zoveel, waarin het kabinet dus voor de zoveelste keer geen verantwoordelijkheid zal nemen voor de volksgezondheid en de eigen fouten.

‘Ons‘ gedrag

Inderdaad, dacht ik direct toen ik die kop las. Als Hugo de Jonge zegt dat ‘ons‘ gedrag om moet, heeft hij het goed begrepen. Als hij met ‘ons‘ het kabinet bedoelt, tenminste. Want met de vinger nu nog een keer naar de burger wijzen, dat zal zelfs dít kabinet toch niet meer durven?

Uit de verkiezingscampagne van de VVD, verkiezingen 2021

Toch niet nadat Rutte de spoedige eindstreep van de coronacrisis als campagnetool inzette bij de Tweede Kamerverkiezingen van maart jongstleden? Of nadat Hugo de Jonge, opgesmukt met een zelfvoldane glimlach van oor tot oor, bij Op1 kwam vertellen dat we met de vaccins de coronacrisis achter ons konden laten? Nadat één van de belangrijkste adviseurs van het kabinet, Jaap van Dissel, de ‘mondkapjes‘ maar bleef afwijzen, ook al liepen wij er verplicht mee rond? Liepen, inderdaad. Want jee, die belachelijke onzin dat ze dan af mochten als je zat, dat heeft nooit iemand begrepen. Een idioot kon zien dat dit op een dag in je gezicht zou ontploffen. Of hebben we het over dat leuke liedje van Grapperhaus, waar dat mondkapje hene ging? Of zijn bruiloft? Zijn gejubel over de mate van immuniteit in Nederland, waardoor veel mensen corona krijgen nog steeds niet als iets problematisch zien? Het gedrag van Ank Bijleveld rond kerst misschien? Of jullie stilzwijgen iedere keer als de besmettingen stijgen en het hele land in rep en roer is? Dansen met Janssen? De Fieldlabevenementen? De waanzinnige decadentie rond de Formule 1 in Zandvoort? Monkey see, monkey do, beste leden van het kabinet. Dat we de coronacrisis nog steeds niet achter ons kunnen laten, ligt inderdaad aan gedrag. Aan dat van jullie. En het is inderdaad hoog tijd dat dat om gaat.

Abracadabra

Als gedragswetenschapper kan ik het woord gedrag overigens bijna niet meer horen. Ik herinner me nog goed dat ik me maandenlang schor heb moeten schreeuwen om maar duidelijk te maken dat niet het gedrag van het virus, maar het gedrag van de mens de verspreiding bepaalde. En sinds dat kwartje eindelijk gevallen is, valt het woord gedrag om de haverklap. Helaas zelden in de juiste context. Soms horen we weleens een gedragsdeskundige of een menswetenschapper aan het woord, maar dan schakelen we snel weer over naar de modellen, de data, de prognoses. En daar zit ‘m de crux. De totale arrogantie dat je binnen modellen met minutieuze precisie de pandemie naar je wensen kunt tweaken. Abracadabra, geef me maximaal 180 bezette IC bedden en het model spuugt de gewenste maatregelen uit. Nou ja, zo werkt het niet. Want één verkeerde uitspraak van de minister en je model is waardeloos. Een gedragswetenschapper zou je dat makkelijk kunnen vertellen, maar die zit op de achterbank lijdzaam te kijken naar het gedrag van het kabinet.

Kwakzalverij

Het is ook wat, dat gedrag. Iedereen weet er alles van. We hebben allemaal gedrag. We zien iedere seconde dat we wakker zijn gedrag, we maken constant inschattingen over gedrag, dus we weten alles over gedrag. Wat gedrag doet met de epidemie, dat kan zomaar iedereen dus gewoon invullen. Als antropoloog vind ik al die inschattingen en analyses uitermate fascinerend. Ik luister er graag naar, want het is ongelofelijk leerzaam. Dat echt iedereen de mond vol heeft over gedrag maar nooit iemand wérkelijk wil weten hoe het zit, ik heb de afgelopen anderhalf jaar wel geleerd mijn schouders erover op te halen. Maar zo nu en dan stoort het me toch. Als ik me bedenk dat er iedere dag mensen sterven door die kwakzalverij op gedragswetenschappelijk gebied. Zo ook vandaag.

Als ik zie dat de overheid haar verantwoordelijkheid voor de volksgezondheid alweer op de burger afwendt, terwijl diezelfde overheid haar burgers al sinds het begin van de pandemie stimuleert om risico’s te nemen. Door het verkeerde voorbeeld te geven, door te optimistische prognoses de wereld in te slingeren, door de sussende berichten over de ernst van de ziekte, door onlogisch beleid, door steevast te weinig maatregelen te nemen, door misleidende of ronduit foutieve informatie de samenleving in te slingeren, door tweedeling te veroorzaken en ruzies over zogenaamd dor hout lekker te laten gaan. Of een negatief sentiment over niet-gevaccineerden aan te wakkeren. Dan denk ik: ja, beste leden van het kabinet, de gemiddelde burger doet echt exact wat jullie willen. Krijgen zij daar nu ook al de schuld van? Nou. Kort lesje gedragskunde dan maar: als je bepaald gedrag wil stimuleren, moet je de juiste voorwaarden en de juiste omgeving scheppen. Iedere leider krijgt het volk dat hij verdient, zeg maar.

Deel op:

Corona is nog niet voorbij: Waarom ik nu toch stop

Leestijd 8 minuten

PERSOONLIJKE BRIEF

Wim Schellekens, lid RedTeam, 2 november 2021

Op 1 november 2021 maakte het RedTeam bekend dat het als team ophoudt te bestaan[1]. Een aantal leden van het RedTeam gaat op persoonlijke titel en vanuit hun eigen expertise en ervaring door met het geven van duiding, analyse en adviezen. Zelf kies ik daar niet voor.

In deze persoonlijke brief wil ik motiveren waarom ik deze keuze maak. Tegelijk wil ik de gelegenheid aangrijpen om kort op een rij te zetten wat het RedTeam was, wat het RedTeam voor mij heeft betekend en wat ik heb ervaren als mogelijke lessen voor de toekomst.

RedTeam

Sinds juli 2020 heb ik – eerst met drie en kort daarna – met elf collegae een team gevormd dat ongevraagd duiding, analyse en advies gaf over de corona-aanpak en de gevolgen van het kabinetsbeleid. Het was een bijzonder team. Het bestond uit experts met een grote diversiteit van relevante expertise en veldervaring uit eerdere epi- en pandemieën in Nederland, Afrika en Azië (Sars, Ebola, HIV/AIDS)[2].

Wij vormden met elkaar een vrijwillige, geheel onafhankelijke, niet-gefinancierde groep experts, die bij elkaar dezelfde missie, visie en waarden herkenden. Wij noemden onszelf ‘RedTeam’ omdat in een complexe crisis het gebruikelijk en noodzakelijk is om een RedTeam aan te stellen naast het ‘Blue Team’ dat de aanpak van de crisis leidt. Zo’n RedTeam geeft op basis van eigen analyse en duiding constructieve tegenspraak, om daarmee tunnelvisie en blinde vlekken van het Blue Team te voorkómen. In tegenstelling tot de gewenste situatie, had ons RedTeam geen formele of gevraagde status. Wij deden dit in onze vrije tijd naast ons gewone werk. Helaas bleek – ondanks aandringen van onze kant – communicatie of samenwerken met het kabinet en het OMT door hen niet gewenst.

Inbreng van het RedTeam

Van juli tot december 2020 heeft het RedTeam ongevraagd een aantal waarschuwingsbrieven, beleidsadviezen en onderwerpsgerichte adviezen (over veilige heropening van scholen, over mondneuskapjes en over testbeleid) uitgebracht. Tweemaal heeft het RedTeam een hoorzitting gegeven aan de Tweede Kamer. U kunt dit alles terugvinden op onze website: www.C19RedTeam.nl. Hier vindt u ook een totaaloverzicht van onze bijdragen in krant, radio en TV[3].

Op 4 februari 2021[4] maakte het RedTeam per openbare brief bekend als RedTeam voorlopig geen adviezen meer uit te zullen brengen. Belangrijkste reden was dat het kabinet vanaf het begin voor een andere strategie had gekozen (nl. het virus laten rondgaan op geleide van de ziekenhuis/IC-capaciteit) dan die wij hadden geadviseerd (nl. omlaag brengen en laag houden van het aantal besmettingen). Door te blijven hameren op de noodzaak van een ander beleid, zou het RedTeam geweld doen aan haar kernwaarde van ‘constructieve tegenspraak’ en in de beeldvorming al snel vervallen in activisme.

Vanaf februari 2021 hebben leden van het RedTeam, inclusief ik zelf, nog wel op individuele basis inbreng gegeven via persoonlijke contacten bij regerings- en oppositiepartijen in de Tweede Kamer, en op verzoek via bijdragen in kranten, radio en TV.

Waarom ik nu stop

Actieve deelname aan het RedTeam is voor mij een van de meest stimulerende ervaringen geweest in mijn loopbaan. De combinatie van competenties, ervaring, inzet en samenwerking vanuit een onafhankelijke positie met een gedeelde missie, visie en waarden leverde producten op die goed onderbouwd en breed gedragen waren en die een hoopvol, realistisch perspectief en alternatief boden in de landelijke discussie over de aanpak van deze coronacrisis.

Het RedTeam heeft besloten te stoppen om als team naar buiten te treden. Individuele leden zullen vanuit hun expertise en ervaring doorgaan om gevraagd en ongevraagd duiding te geven aan wat er gebeurt, de situatie te analyseren en adviezen te geven.

Mijn inbreng in het RedTeam deed ik vanuit mijn zorgervaring als huisarts en public-health-arts in eerste en tweedelijn en vanuit mijn bestuurlijke en toezichthoudende expertise. Ik ben geen expert op het gebied van virologie, epidemiologie, gedragskunde, data-analyse en ik heb ook geen epidemiologische-veldervaring. Mijn kracht kwam tot zijn recht binnen het functioneren in dit RedTeam. Nu dat team wegvalt, is het mijns inziens wijs niet meer bij te dragen aan het debat over de aanpak van deze pandemie. Ik weet dat er veel mensen zijn die steun vonden bij wat het RedTeam deed en ook bij wat ik in de media naar voren bracht. Het gaf hen hoop. Doorgaan heeft echter nu geen toegevoegde waarde meer.

Kernboodschappen van het RedTeam

Wat hebben we geleerd dat nuttig kan zijn bij de verdere aanpak van deze coronacrisis en ook wanneer er zich onverhoopt een nieuwe pandemie zou aandienen?

Onze kernboodschappen, die in onze brieven en adviezen steeds leidend geweest, bruikbaar als toetsingspunten bij de evaluatie van het beleid en als checklist voor toekomstig beleid:

  1. “Corona is geen griepje”
    Het is een zeer besmettelijke A-ziekte, met mogelijk een ernstig en ook dodelijk verloop. De druk op de zorg is potentieel zeer hoog met daardoor verdringing van de reguliere zorg.
  2. Stuur niet op ziekenhuiscapaciteit[5], maar op het omlaag brengen en laag houden van het aantal besmettingen.
    Hier lopen de belangen van de patiënt, de zorg, bedrijfsleven, cultuur en economie parallel.
    Het aantal besmettingen groeit zonder maatregelen exponentieel (verdubbelingstijd 10-14 dagen). Daarom is snelle interventie al noodzakelijk als het aantal besmettingen nog laag is. Als deze interventie snel en krachtig is, kan deze ook kort duren.
    Houd vervolgens het besmettingsniveau laag door het handhaven van de basismaatregelen[6] samen met intensief indambeleid[7].
    Op deze wijze wordt ook voldaan aan het ‘voorzorgprincipe’. Vanuit risicomanagement: vermijden van risico’s die bij optreden niet aanvaardbaar zijn (‘Better Safe Than Sorry’).
    Gebruik de adviezen van de WHO, de ECDC, (inter)nationale experts en leer van ervaringen in andere landen.
  3. Maak het beleid voorspelbaar.
    Stel landelijk en regionaal routekaarten vast, met indicatoren per fase, met daaraan gekoppeld in zwaarte toe/afnemende maatregelen die gebruikt worden bij op- en afschalen. Én als kabinet: houd je daar dan ook aan. Dat is een belangrijke voorwaarde voor vertrouwen van de burger in de leiding.
  4. Vaccineren heeft topprioriteit, maar is niet genoeg.
    Vaccineren beschermt tegen ernstig ziek worden en dus tegen opname in ziekenhuis en IC.
    Het vaccinatiebereik is nu 82%, effectiviteit is 85%, effect vermindert in de tijd, effectiviteit bij nieuwe varianten is nog onbekend, na vaccinatie is er nog steeds (geringe) kans besmet te worden en dan ook anderen te besmetten. Een bewijs van vaccinatie geeft dus geen zekerheid dat de persoon niet besmettelijk is en biedt als coronatoegangsbewijs (CTB) dus schijnveiligheid.
    Er zijn nog steeds 2-3 miljoen mensen die niet beschermd zijn. Voor hen is brede toepassing van het CTB, waar het kabinet nu op lijkt in te zetten, dus onvoldoende als bescherming. Met name voor hen, maar ook voor de gevaccineerden, is het laag houden van het aantal besmettingen dus van groot belang, oftewel: voor iedereen is het behouden van de basismaatregelen – en zo nodig intensief indambeleid – essentieel.
  5. Communicatie en vertrouwen zijn basisvoorwaarden.
    Goede communicatie is de sleutel om draagvlak te krijgen en te houden voor noodzakelijk beleid dat pijn doet. Deel dilemma’s, bouw voldoende urgentie op zonder paniek te veroorzaken, grijp tijdig en krachtig in, bied perspectief (routekaart), zorg voor een heldere advies-, besluitvormings- en verantwoordingsstructuur, communiceer eenduidig en consequent wat er van de burger wordt verwacht en handhaaf daar ook op. Bestrijd desinformatie.
    Vertrouwen in de leiding is essentieel.
  6. Advisering, besluitvorming, verantwoording, evaluatie.
    Advisering dient onafhankelijk te zijn, vanuit alle relevante disciplines. Voorkom dat de advisering alleen plaatsvindt binnen de politieke context: wat de politici willen horen.
    Benoem daarnaast een onafhankelijk team met de opdracht constructieve tegenspraak te leveren, om daarmee kokerdenken te voorkómen: een ‘RedTeam’.
    Besluitvorming door het kabinet dient inzichtelijk en toetsbaar te zijn.
    Afleggen van verantwoording aan de Tweede kamer dient transparant en lerend te zijn. De tegenmacht van de Tweede Kamer kan en mag niet belemmerd worden door politieke overwegingen.
    Organiseer al tijdens de crisis tussentijdse, onafhankelijke evaluatie om te leren van fouten, te leren van andere landen. De WHO heeft duidelijke adviezen voor zo’n ‘in-action-review’. Fouten maken is normaal. Fouten erkennen en beleid aanpassen is een teken van kracht.

Terzijde nog twee korte opmerkingen over de huidige situatie (begin november 2021). Deze is zeer zorgelijk. Er is landelijk in toenemende mate sprake van een vertrouwenscrisis tussen politiek en burger, en dat niet alleen door de aanpak van de coronacrisis. Dit ondermijnt het draagvlak voor noodzakelijke maatregelen.
Dan nog even over de zorg: ziekenhuizen en IC’s liggen weer overvol en de reguliere zorg wordt op veel plaatsten alweer verdrongen. Er is daardoor veel verborgen leed. De verpleegkundigen kunnen het echt niet meer aan. Dit blijkt uit de ziekteverzuimcijfers, de aantallen burn-out, en het feit dat in sommige ziekenhuizen hierdoor het aantal IC-bedden zelfs is afgeschaald.

Uitbreiding IC-capaciteit is om deze reden een illusie. Een zorginfarct is zichtbaar en er dreigt opnieuw ‘code zwart’. De enige oplossing is het zo snel mogelijk omlaag brengen van het aantal besmettingen. Het kabinet weet inmiddels hoe dat moet.

Wanneer gevraagd zou worden hoe een toekomstige epi-/pandemie zou moeten worden aangepakt, dan denk ik graag weer mee: we hebben veel geleerd en het zou goed zijn als deze lessen ook daadwerkelijk getrokken zouden worden.

2 november 2021

Wim Schellekens, voormalig huisarts, ziekenhuisbestuurder, hoofdinspecteur en lid RedTeam


[1] https://www.c19redteam.nl/wp-content/uploads/2021/11/2021-11-01_Afscheid_Red_Team-1.pdf

[2] https://www.c19redteam.nl/over-red-team-c19-nl/

[3] https://www.c19redteam.nl/red-team-c19-nl-in-de-media/

[4] https://www.c19redteam.nl/wp-content/uploads/2021/02/2021-02-04_-_Waar_is_het_RedTeam.pdf

[5] Sturen op ziekenhuiscapaciteit heeft als gevolg dat noodzakelijke maatregelen steeds te laat worden ingevoerd, met grote (vermijdbare) schade aan patiënten, de zorg en de zorgverleners (m.n. de verpleegkundigen). Door de noodzakelijke maatregelen, die dan ook veel langer moeten duren, ontstaat ook grote (vermijdbare) schade aan het bedrijfsleven, de cultuur en de economie. We hebben dat in de eerste en tweede golf gezien en we dreigen het nu (begin november 2021) weer te gaan zien.

[6] Basismaatregelen: voor het laag houden van het aantal besmettingen is een combinatie van maatregelen nodig die elk voor zich meer of minder meerwaarde hebben, maar gezamenlijk effectief zijn (model van de Zwitserse gatenkaas): thuis blijven en laten testen bij klachten, afstand houden, persoonlijke hygiëne, gebruik van mondneusmaskers, zo veel mogelijk thuis werken, ventilatie, vermijden van groepen.

[7] Intensief indambeleid: het doorbreken van de besmettingsketen via het bron- en contactonderzoek door de GGD, inclusief niet-vrijblijvende isolatie en quarantaine. Elke besmetting is een bron van meer besmettingen en verdere besmetting dient daarom actief te worden bestreden door isolatie van de besmette persoon en quarantaine van diens contacten.

Deel op:

Opschalen maar…

Leestijd 6 minuten

Vandaag 12 jaar geleden beviel ik in een ziekenhuis in Nederland van mijn oudste dochter. Met de staart tussen de benen was ik drie weken daarvoor van Sierra Leone terug naar Nederland gevlogen. Met de allerlaatste vlucht die me als hoogzwangere nog mee wilde nemen. Het zat namelijk zo. Mijn baby lag in een stuit en de placenta was ingegroeid, dichtbij de opening van de baarmoedermond. Ze moest met een keizersnede gehaald worden, dat wist ik al ver van tevoren.

Mijn gynaecoloog in Sierra Leone was echt heel goed, met heel wat internationale kilometers op de teller. Hij had keizersnedes gedaan in de middle of nowhere. Ik had echt geen twijfel over zijn kennis of kunde. Maar hij was ook al heel oud. En hij ging graag naar familie in het binnenland. Een trip naar een stad 100km verderop kon tijdens het regenseizoen zo een dag in beslag nemen. Het spookte door mijn hoofd: als ze nou toch spontaan zou willen komen, mijn baby, en mijn gynaecoloog zou een weekendje het binnenland in zijn? Ik had er nachtmerries van. Dat nauwelijks opgeleide verpleegkundigen me moesten helpen met een onmogelijke bevalling. En dat er zoveel stress was rond mijn bevalling, dat mijn dochter ongemerkt verwisseld werd met een andere baby. De ochtend na die nachtmerrie ben ik naar het kantoor van Royal Air Maroc gegaan en wilde daar pas vertrekken toen ze een vlucht voor me regelden.

Helaas was het niet eind goed, al goed. De gynaecoloog in Nederland, ook niet onervaren trouwens, schoof minzaam mijn dossier uit Sierra Leone – ongelezen – onderop en bestelde een natuurlijke bevalling voor me. Dat ging mis want de baarmoeder kon niet open en ‘s avonds, na vele uren schreeuwen en janken, kreeg ik dan eindelijk pijnstilling en die keizersnede. Mijn dochter kwam om 21.02 uur ter wereld.

Ik heb mezelf voor mijn kop geslagen, alle dagen van het anderhalf jaar vol met operaties en ziekenhuisopnames die op mijn bevalling volgden. Was ik maar in Sierra Leone gebleven. Voor mijn gynaecoloog daar was een keizersnede gewoon routine en kon ik het zelf betalen, dus geen gedoe met ‘goedkopere zorg’. En toch denk ik nu, 12 jaar later, dat ik de juiste beslissing nam. Ondanks alle complicaties. Want stel dat mijn gynaecoloog daar de dag van mijn bevalling echt niet beschikbaar was geweest? Op reis, of ziek? Of druk met andere bevallingen? Dat is niet denkbeeldig, want in Sierra Leone zijn niet veel gynaecologen. Baby en moedersterfte tijdens bevallingen is daar torenhoog. En daar moest ik vandaag aan denken toen ik dit bericht zag: “Bevallen in het ziekenhuis in Zutphen? Dat kan voorlopig even niet.” En dit bericht: “Parkeerplaatsbaby’s en lang rijden; bevallen in ziekenhuis steeds lastiger.” En deze: “Strijden om een bed op regionale kraamafdelingen: ‘Het is vreselijk nee te moeten verkopen’.” Of deze: “Floor woont op vijf minuten van ziekenhuis, maar moest 40 minuten verderop bevallen: ‘Shit, alles zat vol’.”

Mijn oudste groeide de eerste jaren van haar leven op in Sierra Leone. Ze heeft er een fantastische kindertijd gehad en ik moet zeggen: het moederschap is daar ook vele malen leuker, makkelijker en meer een natuurlijk onderdeel van het leven dan hier. Dus we hadden het er allebei fijn. Maar het is en blijft één van de armste landen ter wereld. En nu was ik zelf niet echt arm (ook echt niet rijk trouwens) en was het leven daar voor mij echt niet moeilijk, één zorg speelde altijd in mijn achterhoofd. Altijd. 24/7. 60 seconden per minuut. Zorg. Wat nou als ze ziek wordt? Wat nou als ík ziek word? Wat nou, als geen zak geld ter wereld me kan helpen omdat de kennis er gewoon niet is, of de verzorgenden? Dat maakt het leven onzeker. De dood staat altijd dicht bij het leven. Toen ebola in Sierra Leone kwam, besloot ik daarom mijn dochter niet meer te laten terugkeren. En zijn we uiteindelijk samen hier neergestreken.

Pas als je het hebt meegemaakt, als je het hebt gezien, gevoeld, geleefd, weet je wat het is. Als je nergens terechtkunt met je zieke kind, of je zieke moeder, je partner. Als je mensen die je liefhebt ziet sterven en je helemaal niets voor ze kunt doen. Het leert je iets over het leven. En over de dood. Tijdens ebola heb ik zoveel dramatische dingen gezien, ik krijg het mijn leven lang niet meer van mijn netvlies af. Dode ouders in huis, kleine kinderen op het erf in quarantaine zonder begeleiding, zonder voedsel en water. Het is een dolksteek recht in je hart als je naar dit soort leed moet kijken en helemaal niets kunt doen.

Wat was ik dankbaar dat ik naar Nederland kon. Dat het hier veilig was. Dat hier een mensenleven iets waard was. Dat de ambulance er binnen zes minuten is en dat het meeste, meestal, goedkomt. Zo’n zorgstelsel is iets om te zoenen, om van te houden, om te koesteren en nooit weg te willen gooien. Want dat ondermijnende geknaag in je achterhoofd, die zorg dat je je kind niet kan helpen, dat je kind ieder moment wees kan worden, die heb je hier gewoon niet. De meesten van ons niet, dan.

 “Een groot deel van de Nederlandse bevolking zal besmet raken met het virus.”

De schock was groot toen ik Rutte op 16 maart 2020 hoorde zeggen dat een groot deel van de Nederlandse bevolking besmet zou raken met het coronavirus, maar dat dat noodzakelijk was om groepsimmuniteit op te bouwen. Terwijl in andere landen al vele mensen aan de beademing lagen en de zorg compleet onderuit gezakt was, wilden wij jubelend het ziekbed in. Ik begreep het gewoon niet. En ik denk dat ik nog altijd de vaste grond onder mijn voeten niet heb hervonden. Het was en is extreem en dat een groot deel van de Nederlandse bevolking dit fantastisch vond (en als we eerlijk zijn, nog altijd vindt), dat is onbegrijpelijk. Dat gewauwel over vrijheid, we moeten nu leven, we kunnen niet eeuwig… . Dit soort geklets verwacht je in een land met een hele lage levensverwachting als Sierra Leone – waar je echt iedere dag mee wil pakken – en zelfs daar denken ze zo niet. Wij hebben een hele hoge levensverwachting. Wij zouden best twee maanden binnen kunnen zitten om zo met zo’n virus af te rekenen. We zijn ook rijk genoeg om zoiets te kunnen financieren. We hadden dat gewoon gekund. Maar we wilden het niet. En eigenlijk is dat maar om één reden: we vinden ziekte helemaal niet zo erg.

Als je zo’n belachelijk goed zorgstelsel hebt als Nederland, is ziekte doorgaans ook niet echt iets waar je je zorgen over hoeft te maken. Dat begrijp ik. En het is dan ook juist dat zorgstelsel dat ons de nek om heeft gedraaid. Opschalen maar en we kunnen weer bitterballen eten op een terras. Dansen en feesten, doen we er nog een paar ‘bedden’ bij. Totdat de rek er echt uit is, dan moeten we een paar stappen terug, maar zo min mogelijk en zo kort mogelijk. Intussen lallen we over ons biertje heen dat er maar meer IC-verpleegkundigen opgeleid moeten worden, en snel een beetje. Het weekendje weg staat voor de deur. En we moeten op vakantie. Dan halen ze die verpleegkundigen maar van andere afdelingen, of uit het buitenland ofzo. Proost. De noodkreten uit de zorg kwamen nauwelijks boven het glasgerinkel uit. You Only Live Once.

Al een tijdje laat de zorg ons weten: het ging al niet goed, maar de koek is echt op. Personeel is steeds vaker ziek thuis, personeel loopt weg, er komt niet genoeg personeel bij. En toch blijven we doorgaan. Terwijl we de eerste haarscheuren al zien. De tijd komt dat je, zelfs al zou je je hele bankrekening plunderen, op bepaalde momenten (of voor bepaalde aandoeningen) gewoon geen zorg kunt krijgen. Wij wilden per se geen nieuw normaal, maar dat hebben we toch gekregen. Want het oude normaal, komt niet meer terug. We accepteren nog meer ziekte, nog meer druk op de zorg, nog meer langdurige ziekte, meer (over)lijden en meer verdriet. Ouders zullen gaan merken wat het is als je voor je kind geen zorg dichtbij huis kunt krijgen, maar daar in een ander land voor terecht moet. Wat het is om geen hulp bij de bevalling te kunnen krijgen. We zullen gaan merken wat het is als je geen zorg meer kunt kopen voor je oude ouders en er helemaal zelf voor staat. In ons nieuwe normaal komt de dood steeds dichter bij het leven te staan en wordt zorgen voor anderen een steeds groter onderdeel van ons bestaan. Nou, proost. Dan leren we misschien ooit toch wat het is om voor elkaar te zorgen.

Deel op: