En toen kwam corona

Leestijd 7 minuten

Het coronabeleid reduceert levenslustige mensen tot tweederangsburgers; een ‘number to treat’. Terwijl ze vóór de pandemie gewoon een leven hadden, zijn velen van hen nu al lange tijd geïsoleerd van de samenleving. Hun verhoogde risico op een ernstige ziekte door corona maakt hen kwetsbaar: voor de onwil van beleidsmakers om rekening met dat risico te houden.

Annelies schreef een open brief aan minister Ernst Kuipers van VWS.

Beste minister Ernst Kuipers,

Afgelopen woensdag heeft u mij ontmoet en zaten wij samen in het gesprek i.v.m. ons alternatieve lange termijnplan ‘Uit isolatie, samenleven ondanks corona.’ Helaas, door tijdgebrek heb ik niet kunnen zeggen wat ik namens zoveel mensen tegen u had willen zeggen. Dus bij deze.

Ik zal mij voorstellen: in de eerste plaats ben ik Annelies, een vrouw van 52 in de bloei van mijn leven! Getrouwd met Raymond, hij is 53 jaar en samen hebben we een zoon van 14 jaar, een heerlijke puber. Vóór Corona zong ik en speelde ik met mijn band voor publiek, we repeteerden elke week in zo’n, nu gezien, heerlijke kleine bedompte oefenruimte. Ik deed graag aan Drakenboot peddelen, samen met ongeveer 22 mensen keihard strijden om de snelste te zijn en ik ben een enorm gezelschapsmens die voor anderen klaarstaat, dus ik was ook vaak onder mensen te vinden.

Sinds de pandemie ben ik nog steeds die vrouw, precies dezelfde sterke vrouw, maar voor de buitenwereld en voor u ben ik ineens die kwetsbare waar de kwetsbaarheid niet meer uit gehaald kan worden. Volgens uw woorden ‘voel’ ik mij kwetsbaar! Of zoals u laatst bij Eén Vandaag zei: Ik begrijp heel goed dat mensen met een kwetsbare gezondheid ‘bang’ zijn om besmet te raken, maar die verhoogde ‘gevoeligheid’ kan ik niet wegnemen.’

Deze ongetwijfeld zorgvuldig door u gekozen woorden zorgen er keer op keer weer voor dat wij neergezet worden als angsthazen. Alsof wij alleen de angst hebben dat ons wat ergs kan overkomen door Corona. Iets waar vervolgens een behoorlijk deel van de ‘samen’leving ons dan ook een draai mee om onze oren geeft als wij weer eens met een FFP2 over straat lopen. ‘Daar heb je weer twee van die randdebielen’, zoals een man laatst tegen een klein jongetje, die hij aan de hand mee nam, zei toen mijn man en zoon langsliepen. Of al die bewust door mensen geplande hoest en proest geluiden onze richting op. Of i.p.v. ons de ruimte te geven, echt heel bewust onze kant op komen lopen met zo’n blik van ‘even kijken wat jullie nu gaan doen’.

In 2007 heb ik, zoals u al weet uit het artikel van het Nederlands Dagblad, waar in de Tweede Kamer vele vragen aan u over werden gesteld, een nier van mijn man gekregen. Het gaat sindsdien heel goed. Ik voel mij geen patiënt meer. Ik hoef sinds die tijd ook niet meer dagelijks aan de dialyse. Vanaf de transplantatie heb ik mij ook nooit kwetsbaar gevoeld eigenlijk. Ben ook niet echt kwetsbaar geweest eerlijk gezegd. Mijn nefroloog heeft dit toen ook nooit zo besproken. Ik moest gewoon altijd op de dingen letten waar zwangere vrouwen ook op moeten letten, bijvoorbeeld wat voeding betreft. Niks uitzonderlijks dus wat dat betreft. Een verkoudheid van iemand anders ging ik ook niet uit de weg. Ik gaf diegene alleen geen drie zoenen dan. Als iemand echt behoorlijk de griep te pakken had, dan ging ik niet langs, maar dat was ook altijd algemeen bekend onder familie en vrienden. Sterker nog, niemand had zin in de griep, dus dit telde voor ieder ander persoon net zo. Ik krijg elk jaar ook nog eens de griepprik en als ik toch echt behoorlijk ziek zou worden van de griep, wat niet is gebeurd, dan waren er altijd (en nog steeds) middelen om mij te helpen opknappen.

Toen kwam corona. Door corona loop ik ook echt meer risico om ernstig ziek te worden. Om de nier van mijn man in mijn lichaam te behouden moet mijn immuunsysteem, op een kunstmatige manier, wat verlaagd worden, zodat mijn immuunsysteem niet als een gek gaat vechten tegen dit voor mijn lichaamsvreemde orgaan. Slim bedacht door de mensen van de wetenschap, want op deze manier is orgaantransplantatie mogelijk gemaakt. En zegt u nou eens eerlijk: iedereen zou toch een donororgaan willen als het leven van die persoon daar kwalitatief beter van wordt. Daarom ben je echt geen minder mens, maar dat hoef ik u als arts niet te vertellen natuurlijk.

Helaas is na vaccinatie gebleken dat door het verlagen van mijn immuunsysteem de corona vaccinaties ook niet goed hun werk konden doen. Mijn lichaam maakt door het verlaagde immuunsysteem niet zoveel antistoffen aan tegen corona, zoals dat bij een mens zonder immuun onderdrukkers zou moeten gebeuren. Er is zelfs nog een groep mensen, die in precies hetzelfde schuitje zitten qua medicijnen, die 0 antistoffen tegen corona hebben opgebouwd door hun immuun onderdrukkers.

Mensen zoals ik ZIJN nu kwetsbaar voor corona inderdaad. Wij willen geen Corona, want dat kan betekenen dat onze gezondheid juist weer achteruit gaat, terwijl het NU juist goed gaat. Eigenlijk zou niemand corona moeten willen krijgen, want over Long Covid is ook nog steeds niet alles duidelijk. Dit raakt zelfs ook de aller gezondste mensen, dus wat dat betreft zijn we allemaal kwetsbaar.

Over het woord ‘kwetsbaar’ gesproken, ik vind eigenlijk dat het niet de lading dekt. In het van Dale woordenboek staat bij ‘kwetsbaar’:

  1. vatbaar voor verwonding of ander onheil.
  2. erg gevoelig. Door continu het woord ‘kwetsbaar’ te gebruiken geeft u de ‘samen’leving de suggestie dat het probleem bij onszelf ligt, tussen de oren dus, maar dat is niet waar. Dus vanaf nu stel ik voor dat het woord ‘kwetsbaar’ weglaat en dit vervangt door het woord ‘risico’.
    Van Dale: ‘risico’:
  3. gevaar van schade of verlies

Ik ga even weer terug naar uw zin: ‘Je haalt de kwetsbaarheid niet uit de kwetsbaren.’ Je haalt inderdaad het risico om ernstig ziek te worden niet uit ons voor wat betreft corona, maar er zijn zoveel mogelijkheden om ons wel te beschermen tegen corona. Dat u het risico niet uit ons kunt halen geeft u niet het recht om vervolgens ons die nodige bescherming niet te geven.

Ten eerste het mondkapjes gebruik in drukke binnenruimtes. Dit is een laagdrempelig iets waarvan u en ik weten dat het echt werkt. Genoeg wetenschappelijke onderzoeken hebben dit aangetoond. En op 29 september 2020 heeft u zelf tijdens een interview in Op1 gezegd: ‘Er zitten allemaal maatregelen tussenin en mondkapjes is er één van. De discussie van ‘het werkt niet’ is onzin. Het werkt wel degelijk.’

Ten tweede zijn er middelen die ons preventief kunnen beschermen zoals Evusheld. Per half jaar krijgen de mensen met 0 of weinig antistoffen de kantenklare antistoffen tegen corona via twee injecties. Ook zijn er medicijnen die ons kunnen beschermen tegen een ernstig verloop van de ziekte als we corona krijgen, zoals Paxlovid. Pillen die ons in de eerste 5 dagen na besmetting gegeven moeten worden.

Evusheld is nu in Nederland beschikbaar, maar de SWAB heeft voor het preventieve gebruik, waar Evusheld voor bedoeld is, een negatief advies afgegeven. Er is te weinig, maar dat had u heel anders kunnen aanpakken hebben wij begrepen van Liane den Haan en Astra Zenica en dat is nog steeds mogelijk.En het zou niet werken tegen BA4 en BA5, maar recent onderzoek heeft aangetoond dat het ‘slechts iets minder effectief’ is oftewel nog behoorlijk effectief. Over Paxlovid bent u naar eigen zeggen nog in onderhandeling sinds januari, maar inmiddels heeft de SWAB zelfs daarover al een negatief advies uitgesproken. Het zijn slechts richtlijnen, maar de toon is gezet.

Dus ook deze middelen die ons kunnen beschermen en in veel landen om ons heen in ruime mate aan mensen in de risicogroep gegeven worden, zijn geen mogelijkheid voor ons blijkbaar!
In Nederland zijn we een Number To Treat, terwijl in Duitsland alles gedaan wordt om de risicogroep en zelfs de hele bevolking te helpen!

Tot slot wil ik deze open brief eindigen met een aantal vragen.

Mijn vragen aan u zijn:

  1. Waarom bent u niet actief bezig om de hele samenleving te beschermen tegen corona. Iedereen loopt risico op Long Covid of ernstige aandoeningen na één of meerdere besmettingen.
  2. Waarom blijft u de bovengenoemde bewoordingen gebruiken om de mensen met risico weg te zetten alsof het bij hen tussen de oren zit en alsof er niet voor ons gedaan kan worden om ook deel te kunnen nemen aan de maatschappij.
  3. Waarom worden de FFP2 mondkapjes en de middelen Evusheld en Paxlovid in Duitsland en andere landen wel succesvol gebruikt en laat men deze hier links liggen?

Mijn man en mijn zoon leven al 2,5 jaar samen met mij in de pauzestand om mij te beschermen. De hierboven genoemde beschermingsmiddelen, zoals de mondkapjes in binnenruimtes, Evusheld/Paxlovid zouden ook voor hen een weg uit isolatie zijn en een weg voor mijn zoon om weer onbezorgd af te spreken met vrienden, een balletje te trappen of simpelweg verliefd te kunnen worden. Ik ben niet kwetsbaar, ik ben kwetsbaar gemaakt!

Vriendelijke groeten,
Annelies Hilgersom.
Ook wel bekend van #VergeetOnsNietErnst.
@bandlies op Twitter

Deel op:

Er zit een akelig addertje onder het coronabeleid van Minister Kuipers

Leestijd 3 minuten

Terwijl afgelopen maandag experts de Tweede Kamer hun adviezen gaven voor een optimaal coronabeleid, nodigde minister Kuipers elders in hetzelfde gebouw via de media juist de bevolking uit om met eigen plannen voor de volksgezondheid te komen. De coronacrisis is voorbij, we zullen moeten leren leven met het virus, zo luidt zijn boodschap. Burgers en sectoren zijn aan zet, vindt de minister. Later legde hij in het praatprogramma Op1 uit tot dit besluit te zijn gekomen omdat “verschillende groepen mensen hebben gevraagd om minder maatregelen en zelf de mogelijkheid te willen om op hun eigen situatie maatregelen te nemen”. Wie zijn die groepen mensen dan, vraag je je af. Nou, een roeivereniging van studenten bijvoorbeeld, en kappers. Allemaal groepen mensen die hebben aangegeven “zelf wel te weten hoe het moet” en dus gaan we het zo doen.

Niet om flauw te doen, natuurlijk moeten we manieren vinden om met het virus te leven. Het is enorm te waarderen dat die groepen mensen nadenken over wat zij zelf kunnen doen. Maar wat gaan zij eigenlijk doen, in welke situatie en wiens belang dient het? Hun eigen belang? Dat van de samenleving? De volksgezondheid? Of dienen ze vooral de bewegingsvrijheid van het virus zelf? Weten ze zelf wel waar ze naartoe werken, want voorlopig heeft de minister niet veel méér visie dan slechts de leuze ‘leven mét het virus’. En dat is voor velerlei interpretatie vatbaar. Je kunt ervoor kiezen het virus zijn gang te laten gaan en alle gezondheids- en nevenschade zondermeer te accepteren. Je kunt er ook voor kiezen de verspreiding van het virus te minimaliseren, zodat er zo min mogelijk schade ontstaat. En hoe doe je dat? Met dwingende maatregelen? Door sociale normen te vestigen? Een combinatie van beide? Welke mogelijkheden hebben we dan tot onze beschikking? Welke kernwaarden moeten we in acht nemen? Kunnen we elkaar onbeperkt laten doodvallen? Of moet dat allemaal vorm krijgen in onze onderlinge strijd om onze eigen belangen?


Terug naar normaal

Als de crisis inderdaad voorbij is, kunnen – nee, moeten – we ‘terug naar normaal’. Maar dan ook echt. In het ‘oude normaal’ hadden we al heel wat kernwaarden geformuleerd en grondwettelijk vastgelegd. Voor de minister geldt dan ook weer een normale werksituatie waarbij zijn beleid ál onze grondwettelijke rechten dient en garandeert. Het recht op volksgezondheid, toegang tot goede zorg én gelijke rechten op deelname aan de samenleving, met min of meer evenredige risico’s voor de gezondheid. Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) maakte bij de Rondetafelgesprekken in de Tweede Kamer nog maar eens duidelijk: De verantwoordelijkheid voor de volksgezondheid ligt bij de minister. Het College voor de Rechten van de Mens was nog veel explicieter: het is geen optie om de virusverspreiding niet terug te dringen.

Nu is mijn vraag aan de minister: Hoe gaan we terug naar onze normale rechten? In het lange termijnplan is niet eens een duidelijk doel geformuleerd. De strategie is aan de sectoren. Middelen tot onze beschikking? Onbekend. Kan ik als individu bijvoorbeeld bij de minister een voorlichtingscampagne bestellen om de testbereidheid te vergroten? Kan een winkeliersvereniging op bestelling een mondkapjesplicht in hun winkelgebied krijgen van de burgemeester? Kunnen scholen de rekening van gratis zelftests voor scholieren rechtstreeks naar het ministerie laten sturen? Zorgmedewerkers die willen dat zijzelf en hun patiënten FFP2-maskers dragen, kunnen die dat onbeperkt declareren? Kan de buschauffeur die zichzelf wil beschermen passagiers weigeren die geen mondkapje willen dragen, als daar geen richtlijn voor is? Natuurlijk niet. Er zitten duidelijk voorwaarden en grenzen aan wat wij zelf mogen bepalen en regelen. Die voorwaarden en grenzen, die staan dan weer nergens op papier.

Addertje onder het gras

Stiekem houdt de minister dus toch gewoon stevig de touwtjes in handen en daar zit het vreselijk nare addertje onder het gras. Het líjkt nu wel alsof we zelf de verantwoordelijkheid over de volksgezondheid in handen krijgen, maar de minister bepaalt wanneer hij wel en niet handelt en welke middelen hij ter beschikking stelt. Op onvoorspelbare gronden, of op onvoorspelbare momenten. Samen met het RIVM bepaalt minister Kuipers welke adviezen of richtlijnen we krijgen en welke mogelijkheden er zijn om onszelf en elkaar te beschermen. En wie bepaalt eigenlijk welke lobbyclub bij de minister aan tafel komt? Een roeiclub bleek succes te hebben, terwijl de groep medisch kwetsbaren verenigd onder ‘#VergeetOnsNietErnst’ al maanden tevergeefs probeert om met de minister in gesprek te komen. Zo is het niet eens meer het recht van de sterkste, of van diegenen met de grootste mond. We zijn blijkbaar afhankelijk geworden van de persoonlijke willekeur van de minister.

Het jachtseizoen om de gunsten van de minister is geopend. Het uitruilen van vrijheden kan weer beginnen. Maar opgepast, beste lobbyisten. Moet je onderneming uiteindelijk toch de deuren sluiten omdat IC’s overstromen? Ondernemersrisico. Eigen schuld. Geen overheidssteun. Want tja, wij wisten toch zo goed hoe het moest?

Deel op:

Hoop

Leestijd 7 minuten

Vorige week zat ik aan tafel bij het praatprogramma Op1. Ik zou er komen praten over het belang van preventie, de verkeerde keuzes die we maken en de invloed van onze mentaliteit en ons gedrag op de pandemie. Dat virus doet uit zichzelf helemaal niets, dat zouden we inmiddels moeten begrijpen. Het gaat ook niet uit zichzelf weer weg. Wij zorgen ervoor dat het van mens tot mens overgedragen wordt en hoe meer we dat toestaan, hoe groter de kans op varianten die ons dagelijks leven overhoop halen.

Pandemiemoe

Iedere golf weer denken we: dit is de laatste. En iedere golf weer raken we – precies als dat virus vaart krijgt – pandemiemoe en moet alles open. Logisch, ergens, want als de verspreiding in versnelling komt, worden er meer maatregelen genomen en ligt het leven weer stil. Dat daar verzet tegen komt is ja, logisch. Want hoewel de gezondheidsschade van SARS-CoV-2 enorm is, krijgen de meeste mensen nou eenmaal niet te maken met ernstige ziekte. Wel ervaren we allemaal de last van de maatregelen en dus staan ze telkens ter discussie. De media volgen die lijn. Dat is wat in de maatschappij leeft, dat is dan ook waar we het over hebben. We kijken naar de landen om ons heen. Waar gaat het goed? Waar hebben ze minder maatregelen? Zie je wel, dáár kan het gewoon, dus moet nu alles open.

Willekeur

Het is een beetje willekeurig waar we die voorbeelden vandaan halen. Gewoon, zoals het uitkomt. De ene keer is het Zweden, dan Denemarken, dan weer het Verenigd Koninkrijk. Als ze maar minder maatregelen hebben, dan is het ons voorbeeld. En die voorbeelden houden we oppervlakkig: dáár in Denemarken is geen lockdown, dus kan bij ons alles open. Dáár in het Verenigd Koninkrijk laten ze alles los en dat gaat goed, dus dat is ons voorbeeld. We kijken niet naar alle andere maatregelen en voorzorg die ze wel hebben, hoe mensen zich daar gedragen, of de bevolkingen van die landen óók vinden dat het zo goed gaat allemaal en welke prijs ze betalen voor het gevoerde beleid. Dáár is het open, dus wij moeten ook open, punt.

Het hele plaatje

Laten we er een voorbeeld uit pikken: In Denemarken werd versoepeld, maar tegelijkertijd namen ze andere voorzorgsmaatregelen. Voortvarend testen op scholen bijvoorbeeld. Ze hebben sowieso een andere – veel uitgebreidere – testcultuur dan wij en dat scheelt wel een hele hoop op het gedrag. Als mensen weten dat ze besmettelijk zijn, zijn ze toch eerder geneigd thuis te blijven. En het scheelt ook als er een testlocatie om de hoek is en je de uitslag snel krijgt, om de stap te zetten om je überhaupt te laten testen. Het zijn geen details. Het bepaalt in grote mate hoe mensen zich gedragen en dus hoeveel ruimte het virus krijgt om van mens op mens overgedragen te worden. Het bepaalt voor een heel groot deel het verloop van de verspreiding.

Op zoek naar een gidsland

Een ander voorbeeld: Het Verenigd Koninkrijk. Dat moet ons gidsland worden, want daar laten ze alle maatregelen los en het gaat goed! Oppervlakkig bezien dan. Want vinden ze in dat land zelf ook dat het goed gaat? Niet bepaald. In de zorg zijn grote problemen ontstaan en onder de bevolking is veel onvrede. The British Medical Association sprak zich fel uit tegen het beleid van Johnson. Vele honderden mensen reageerden op social media dat Johnson hiermee eigenlijk alleen maar zijn eigen politieke positie probeert te redden, nu hij onder vuur ligt vanwege zijn aanwezigheid bij feestjes tijdens lockdowns.

Chaos

Er is altijd meer dan we met onze oppervlakkige blik zien. Welke politieke keuzes worden er gemaakt en met welke motieven, hoe is het gedrag van de bevolking, hoe groot was en is de druk op de zorg in een bepaald land, welke voorzorgsmaatregelen treffen ze op plekken waar het virus zich makkelijk verspreidt, hoe goed hebben ze het virus in beeld, wat doen ze aan voorlichting en hoezeer wordt het mensen mogelijk gemaakt zich aan de basisvoorzorg te houden? Het is allemaal niet zo makkelijk te vertalen naar onze eigen situatie. Helemaal niet, eigenlijk. Als je wil weten hoe de vork echt in de steel zit, moet je hele dagen ontzettend veel coronanieuws volgen. Dat doet bijna niemand. We zijn massaal pandemiemoe. Ook onze media. En die diepen de situatie dan ook steeds minder uit. De waan van de dag neemt ons weer steeds meer over. Ook logisch. Maar het maakt de situatie wel steeds moeilijker om te dragen. Tel daar campagnevoerende artsen bij op die ons komen vertellen dat we covidpatiënten dood moeten laten gaan, burgemeesters die zich aansluiten bij protestacties en al die hele dringende belangen die er in de samenleving zijn en de chaos is compleet.


Belangen

Dat wilde ik vertellen bij Op1. Ik maakte een begin. Maar het gesprek ging alle kanten op. Alle begrijpelijke kanten. Want er zaten mensen met belangen. Met nood. Met hun eigen zorgen. En daar zou ik dan doorheen denderen met ontnuchterende boodschappen over hoe de pandemie niet voorbij is. Dat als we blijven verspreiden, we de pandemie in stand houden. Dat we ook niets wíllen om verspreiding te voorkomen. Niet eens de minst ingrijpende dingen, zoals het dragen van een mondkapje en testen. Dat we daar niet in investeren. Dat we er iedere keer weer vanuit gaan dat dit de laatste golf is en we ons nergens op voorbereiden. De overheid niet, wij zelf ook niet. Klopt allemaal nog steeds, volgens mijzelf. Maar in die setting, met de mensen die daar zaten om over hun eigen problemen te praten, voelde het zo volkomen misplaatst om dat te zeggen, dat ik mijn mond hield.

Het zat me dwars, na afloop. Was ik gewoon te bescheiden geweest? Had ik moeten interrumperen en meer aandacht voor míjn verhaal moeten vragen? Was ik gewoon niet zo’n sterke gast of zat er iets niet goed aan mijn eigen interpretaties? Achteraf bezien: nee, daar had het niets mee te maken. Ik wil het leed van anderen niet bagatelliseren of ontkennen. Punt is, ik begrijp het. Als je zelf weinig risico loopt op ernstige ziekte, wegen andere belangen gewoon zwaarder. En sommige mensen zitten in zwaar weer momenteel.

Iedereen heeft recht van spreken

Eigenlijk begrijp ik iedereen die de last van de pandemie niet meer kan dragen. En ook dat iedereen recht van spreken heeft. Dat de maatregelen knellen, begrijp ik. Ik begrijp dat mensen hele echte financiële belangen hebben en dat financiële problemen even reëel en heftig (kunnen) zijn als het risico op ernstig covid of long covid. Maar ook dat mensen behoefte hebben aan de ‘kleine dingen’. Gewoon, je vrij kunnen bewegen en doen waar je zin in hebt. Of samen zijn met andere mensen. Onze sociale behoeften maken ons mens. Om dat jarenlang ‘uit te zetten’, past niet bij onze natuur. Dat geldt voor iedereen. Ook voor mensen die meer risico lopen op ernstig covid. Ook zij hebben al die andere belangen en behoeften, naast een reëel gezondheidsrisico. Dat kunnen ze niet eens meer zeggen. Zij strijden om hun gezondheid te mogen beschermen, waar de artiest strijdt voor het overleven van zijn sector en de horecaondernemer voor het voortbestaan van zijn zaak en niet weggezogen te worden in enorme schulden.

Lobbyen

Dus daar zat ik, aan die tafel en ging dit door mijn hoofd. Ik had van alles willen zeggen, maar eigenlijk viel er niets te zeggen. Het ging over belangen. Het ene belang boven het andere plaatsen. Als ik mijn eigen uitingen in de media in de afgelopen twee jaar doorneem, kom ik daar zelf even ongenuanceerd uit naar voren als ieder ander. Met zoveel gasten aan tafel en maar beperkte tijd om dingen te kunnen bespreken, kan je ook bijna niet anders. Dus wordt je verhaal automatisch een pleidooi voor het een of ander en dat is wel de laatste positie waarin ik me wilde bevinden. Ik besloot dat ik daarmee moest breken. Het is wat de pandemie in stand houdt, dat weet ik. Het ene belang boven het andere stellen. Het uitruilen van vrijheden. En daarom zat ik met mijn mond vol tanden. Achteraf vind ik: ik deed het juiste. We hebben een overheid die het lobbyen aanmoedigt en dus is het lobbyen wat we doen. Wie ben ik, om andere mensen hun vijf minuten om te kúnnen lobbyen te ontnemen?

De pandemie is voorbij

In Nederland is nu vrijwel iedereen er wel van overtuigd dat de pandemie afgelopen is. Het hele wrange is, dat we dat in de afgelopen twee jaar al drie keer eerder dachten. Steeds loopt het uit op een teleurstelling en zeggen we achteraf: dit hadden we kunnen weten. We hadden ernaar moeten handelen. Maar niemand doet het. Het lijkt er voorlopig overigens niet op dat de pandemie na omikron afgelopen is, waarschuwt de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) nog altijd. Alle waarschuwingen glijden langs ons heen. Omikron is ‘zo mild’, dat nu bijna iedereen wel vindt dat het losgelaten kan worden op de samenleving. Mét het risico dat op die manier weer nieuwe varianten ontstaan. En hoe dat dan weer zal gaan? Dat weet niemand.

Hoop

Het is afwachten wanneer er weer een nieuwe variant komt en hoeveel schade dat virus zelf kan aanrichten aan de gezondheid. Het kan meevallen, het kan tegenvallen. We zouden ons allemaal moeten voorbereiden op wat nog zou kúnnen komen, de worst case scenarios. Nu een keer wel. We doen het beter voor niets, dan ons weer te laten overspoelen door een nieuwe golf. Maar we zitten vast in onze eigen belangen van nú, op dit moment. We overzien niet eens meer dat we bij een volgende golf ook nog belangen hebben. Het hier en nu knelt. De overheid biedt geen houvast. Het coronabeleid schiet alle kanten op. Niemand heeft de regie. Er is geen plan. En dus is onze enige hoop dat de pandemie zomaar vanzelf eindigt. Ook dat begrijp ik. Dus wie ben ik, om andere mensen die hoop te ontnemen? Daarom was ik stil. Uit respect, maar ook uit onvermogen. Ik heb namelijk ook geen oplossing.

Deel op:

Het is nog lang geen tijd voor 2G

Leestijd 6 minuten

De instroom in de ziekenhuizen lijkt over de piek heen. Het dreigende code zwart is ternauwernood afgewend. Ondanks alle tegensputteren van de IC’s werd gisteren verder opgeschaald naar 1.250 bedden. Om dat te realiseren moet de (acute) planbare zorg worden afgeschaald. Volgens IC-baas Peter van der Voort van het UMC Groningen, wordt er al geselecteerd aan de poort en ís het daarmee feitelijk al code zwart. Ook de huisartsen ramden op de noodknop: bij hen is het allang code zwart.

Er zit een verschil tussen het medische- en het politieke code zwart, blijkbaar. Een politiek handigheidje. Maar het kan de feiten niet wegpoetsen: De overheid is niet in staat te waarborgen dat iedereen in geval van ziekte de juiste geneeskundige bijstand en verzorging krijgt. En dat is wel een juridische plicht. Nood breekt wetten. De vraag is wel: is dit wel ‘nood’ te noemen, of de uitkomst van inadequaat beleid?



Recht op gezondheid

Wat gaat het kabinet doen om afschalen van zorg voortaan te voorkomen? Is het, met alle kennis en hulpmiddelen die we tot onze beschikking hebben, acceptabel om reguliere zorg weer af te moeten schalen? Naar verwachting gaat de pandemie nog jaren duren. Gaan we dat bij elke volgende golf doen? Welk effect heeft dat op de algehele volksgezondheid?

In het Internationale Verdrag inzake de economische, sociale en culturele rechten verbindt de overheid zich ertoe epidemische èn endemische ziekten te voorkomen en te bestrijden. Een strategie die virusverspreiding op hoog niveau toestaat, kan men onmogelijk ‘bestrijding’ noemen. Toch is dat wat het kabinet met 2G wil doen: het virus vrij laten verspreiden onder gevaccineerden en de verspreiding onder niet-gevaccineerden dempen door hen toegang te ontzeggen tot hoogrisicolocaties. Terwijl ze elkaar op andere plekken, of zelfs in het eigen huishouden, nog wel tegenkomen. Of een besmetting komt binnen via schoolgaande kinderen. 2G is dus geen dekkend systeem. Gevaccineerden verspreiden het virus immers ook.

Omikron

Voordat de overheid overgaat tot maatregelen die onze grondrechten aantasten, moet eerst alle inspanning verricht zijn om met andere, minder ingrijpende middelen de epidemie te bestrijden. Klik om te Tweeten

Met Omikron op de loer, is een systeem dat verspreiding toestaat een valse belofte op terugkeer naar het oude normaal. Ook tijdens deze golf zien we: de meest kwetsbare personen worden, ondanks vaccinatie, nog steeds hard getroffen. Er is een recordaantal besmettingen in verpleeghuizen en ook het aantal sterfgevallen loopt er weer op.

We lonken naar Israël, waar boosters de schade van Delta aanzienlijk leken te beperken. Wat we niet willen zien, is dat er in Israël naast boosteren een slim beleid onder zat: Inreisbeperkingen, 2 meter afstand, maskers voor iedereen ouder dan 7 jaar en voordat het schooljaar er begon werd alle ouders gevraagd hun kinderen te testen. Dat hield de scholen goeddeels coronavrij en dat scheelt. Israël zet dus niet alleen in op vaccineren, maar op een heel palet aan maatregelen, waarbij “testen, testen en nog meer testen” de ruggengraat vormt.

Het Nederlandse coronabeleid heeft niet een dergelijke ruggengraat. Het laat zich eerder kenmerken door ‘grote stappen snel thuis’. Nu is het in het verhitte vaccinatiedebat een lulligheid aan het worden om op onze grondrechten te wijzen. Maar voordat we overgaan tot een ingrijpende inperking van die grondrechten, is het toch belangrijk te realiseren dat niet alle minder ingrijpende middelen zijn uitgeprobeerd en zeker niet uitgeput.

Pilaren van de coronabestrijding

We lijken steeds de belangrijkste pilaren van de coronabestrijding over te willen slaan: Testen, traceren, isoleren, quarantaine. Nederland investeert er heel weinig in. Van laagdrempelig en fijnmazig testen is helemaal geen gebruik gemaakt. Dat bereik je bijvoorbeeld met veel testlocaties, maar die hebben we in Nederland niet. “Met minder testlocaties grote aantallen wegzetten … als waren we Unilever”, aldus de Jonge.

Het bron- en contactonderzoek spoort in nog geen kwart van de gevallen de bron op. Mensen krijgen slechts een dringend advies om in quarantaine te gaan. In het kader van ‘proportionaliteit’ is het wellicht effectiever om – in plaats van 2G – over te gaan tot een wettelijke verplichting tot isolatie en quarantaine van besmettelijke personen. Zoals bij een Groep A ziekte wettelijk gezien altijd al een mogelijkheid zou zijn geweest.

We hebben meer ‘gereedschappen’ achter de hand: zoals FFP2-maskers in de zorg, want ook in de zorgsetting raken mensen besmet. Mondneusmaskers in alle binnenruimten voor iedereen vanaf 6 jaar, zoals de Wereldgezondheidsorganisatie adviseert. Ook als je zit. Goede ventilatie op scholen, CO2meters en hepafilters. De schoolvakanties anders indelen.

We hebben nauwelijks maatregelen die écht iets doen met ons gedrag. Uit gedragsonderzoek blijkt dat 70% van de positief getesten thuisblijft na een positieve test. Nog maar 3% gaat op visite. De mensen die wel naar buiten gaan, doen dat voornamelijk om een luchtje te scheppen. Zonder quarantaineplicht zou dit al een bijna dekkend systeem kunnen zijn, als de vaccinatiebereidheid nou maar wat hoger zou zijn.

Bestrijden in plaats van verspreiden

Israël zet niet alleen in op het voorkomen van ernstige ziekte door vaccinatie, maar ook op het tegengaan van verspreiding. Denemarken lijkt ook meer in te willen zetten op een dergelijke strategie. Wij lijken voor een strategie te willen gaan die het ons toestaat het coronavirus te blijven verspreiden, zonder zo’n slim vangnet. 2G en alles open. Of: iedereen gevaccineerd en we kunnen weer. Dat zal onherroepelijk weer eindigen in lockdowns en code zwart. De vaccins geven immers geen steriele immuniteit.

Het is daarom nog lang geen tijd voor 2G. En ook niet voor een vaccinatieplicht. Laten we eerst een begin maken met het tegengaan van verspreiding. Door overal een mondneusmasker te dragen bijvoorbeeld. Dat is wel het minste wat we zouden kunnen doen om de zorg overeind te houden. En door in te zetten op ‘testen, testen en nog meer testen’. Door alle besmettelijke personen op te sporen en in quarantaine te zetten.

De steeds weer terugkerende ‘lockdownachtige’ maatregelen voelen vaak zwaar aan. Toch doen we veel minder dan het lijkt. Als je je bedenkt namelijk, dat Sierra Leone – een van de armste landen ter wereld – een quarantaine-app heeft om mensen levensmiddelen te brengen zodat ze in quarantaine blijven, kan je je afvragen hoe serieus wij de bestrijding van dit virus eigenlijk nemen.


Deel op:

De storm voor de stilte

Leestijd 3 minuten

Het is geen kabbelend bootje
En soms
Een woelige baar
Geen mammoettanker
Die zijn tijd neemt
Het is wildrazend
Die locomotief
Zo’n ouderwetse
Die met knarsende remmen
En oorverdovend schuren
Van metaal op metaal
Steeds harder
De helling af raast
Log en zwaar
Door niets meer te stoppen
Een mammoettanker
Was het dat maar.

Terwijl die trein voortraast
Dringen we allen naar voren
Elkaar vertrappend
We duwen elkaar
Onder die loodzware wielen
Niet overleven
Maar vrijheid
“Vrijheid wil ik!”
Roepen we naar elkaar.

Hier in het westen
Kennen we rampen vooral
Van fictie
Van de film
Of die echte
Uit de kranten
Maar niet nu
Tijdens het avondeten
Niet nu
Mijn goede bui
Want er is ellende
Dat weet ik
Maar het moet niet te zwaar worden
Allemaal
Als ik het niet wil horen
Kan het gewoon uit
Het journaal.

Zeg niets
Doe niets
Veroorzaak geen paniek
Laat ons zwelgen
In de onschuld
Doorbreek het sprookje niet
Gealarmeerd zijn is veel erger
Dus laten we zwijgen
Dan doen we alsof
Als we onze ogen sluiten
Dan is het er niet.

Al kakelend
Richting afgrond
Geen verdriet
Geen ontzag
Al brullend
Woest spartelend
Al staat daar een monster
Te spuwen
Mijn vrijheid
Krijg je niet.

Iedere seconde
Die we verbrullen
Dendert de rampspoed
Gestaag voort
Breekt al knarsend
Door zijn remmen
Knakkende ego’s
Op het spoor.

De alarmbellen
Kunnen ons niet stoppen
Het is een grote
Kakofonie
Open,
die scholen
Open,
gewoon alles
En áls er iets dicht moet
Dan toch zeker niet
Niet waar ík van hou
Nee, dát niet
En wie er voor dood moet
Nou en?
Het deert me gewoon niet.

De alarmbellen
Hun geluid verstomt
Door de oorverdovende klap
Allesoverheersend
Verpletterend
Het leed
De tranen
De tragiek
Zo hulpeloos
En rauw.

De schreeuw
Zo geschokt
Zo gespannen
Is zo stil
De echo
Van die stilte
Resoneert
Zo hard
Dat niemand meer wil.

De zorg
Code zwart
Gewoon termen
Het doet ons niet veel
Concepten
Abstract
Om met afstand
Naar te kijken
Ik?
Ik heb geen zorg nodig
Dus het gaat niet om mij
Het deert me echt niet.

Totdat het onszelf raakt
Dan stopt het gestampvoet
Het schreeuwen
Het klagen
Omdat we dan weten
Wat het is
Als die locomotief
Keihard
De klif afdondert
En slachtoffers maakt
Dat het geen film is
Of abstract
Dat de impact
Van de klap
Van die rampspoed
Die neerdaalt
Ook de bodem
Onder onze eigen voeten
Wegslaat.

Er valt niets meer te kiezen
Niets meer open
Niet meer
Geen school
Geen sport
Geen winkels
Geen brasserij
De ziel is nu teer
Er zal maar iets gebeuren
Een ongeluk
Een gaslek
Een gewelddadig protest
En zelfs thuis
Voelt het raar
Ineens schuilt
In ieder klein hoekje
Een levensgroot gevaar.

Het brullen
En roepen
We rekenen na
Ook wij zijn
Verantwoordelijk
Dus rekenschap vragen
Aan de politiek
Vergeet het nou maar.

En zo zitten we samen
In de totale destructie
Iets waar we zelf
Om hebben gevraagd
En daar
In het Catshuis
Kronkelen slangen
Lispelend
Over vrijheid
En eigen
Verantwoordelijkheid
Boven een potje
Kaviaar.




Deel op:
Waarom we de scholen moeten sluiten en het niet doen

Waarom we de scholen moeten sluiten en het niet doen

Leestijd 8 minuten

Over een gebrek aan nederigheid

Door: Diederik Smit

Er zijn allemaal verstandige mensen tegen het sluiten van scholen. In Nederland heerst het dogma dat het sluiten van scholen geen optie is, of mag zijn. Het klinkt ook zo nobel: “voor het welzijn van de kinderen”. Maar dit dogma kost nu mensenlevens.

Rond 5 december is het waarschijnlijk code zwart en de huidige situatie heeft al de nodige kenmerken daarvan. 


Oorspronkelijk getweet door Henk-Jan Westeneng (@HJWesteneng) op november 23, 2021.

Humanitaire crisis

Om deze humanitaire crisis zo kort mogelijk te laten duren, hebben we nu (of eigenlijk 6 weken geleden) een snelle, scherpe daling nodig van de besmettingen. Geen geleidelijke daling, een snelle. Een snelle, scherpe daling van de besmettingen is <omt> NIET REALISTISCH </omt> als je de scholen, waar weinig maatregelen zijn, openhoudt.


Verzameling tweets


Taboe

In bijna één op de drie scholen is de ventilatie niet op orde. Dit gaat om duizenden scholen. Het virus verspreidt zich door de lucht, vooral in binnenruimtes, als mensen geen afstand houden en geen mondkapjes dragen, met de Delta-variant nog sneller. Sta er gewoon eens bij stil: overal in Nederland staan duizenden ongeboosterde (ook veel oudere) leraren voor grote groepen ongevaccineerde kinderen, elke dag opnieuw. Er is in de geschiedenis van de pandemie bijna geen situatie te bedenken waarin je méér besmettingen kunt voorkomen dan door het sluiten van Nederlandse scholen in november 2021.

Toch is dit taboe. De Kamer wil het niet, het demissionaire kabinet wil het niet en het OMT schrijft zelfs expliciet op dat het onderwijs de enige plek is waar het geen extra maatregelen wil.

Er is echter één onderdeel van de samenleving waarbij het OMT nieuwe beperkende maatregelen wil vermijden en dat is het primair en voortgezet onderwijs.

bron: 130e OMT-advies, 22 november 2021

Dogma’s

Als je erover nadenkt is het best absurd dat het biomedisch adviesteam van het kabinet, op het ernstigste punt in de epidemie opschrijft dat alle maatregelen bespreekbaar zijn, behálve de maatregel die het virus verreweg het meest zou bestrijden. Het toont de politisering van het OMT, maar dat terzijde. (Overigens ziet ook het OMT dat schoolkinderen vaak betrokken zijn bij uitbraken, maar daar heeft men een waterdichte oplossing voor bedacht: “extra aandacht van de ouders en leerkrachten om te voorkómen dat een keten van infecties kan uitbreiden naar hen, en bijv. naar kwetsbare grootouders.” Letterlijk schrijft het OMT dus dat ouders extra aandacht moeten hebben om te voorkomen dat ze besmet worden door hun kinderen. Dat is al wereldvreemd genoeg, maar ook voor de grootouders is dit niet realistisch. Ieder mens buiten het OMT begrijpt dat in een samenleving van 17 miljoen mensen vele grootouders in contact zullen blijven komen met hun kleinkinderen. Dit is alsof je zegt dat je carnaval meestal in een kleine groep viert.)

Er is dus een dogma, een heilige overtuiging dat het sluiten van scholen zoveel schade brengt aan het welzijn van kinderen dat het geen optie is en nooit een optie mag zijn. Ook niet voor drie weken. Ook niet als het vele mensenlevens zou kunnen redden. Wat is hier aan de hand?

Gebrek aan nederigheid

Mijn vermoeden: een misplaatst superioriteitsgevoel, een gebrek aan nederigheid. Een schoolsluiting is een teken van falend beleid. Het betekent dat je jezelf in zo’n slechte situatie hebt gemanoeuvreerd dat alle effectieve opties schadelijk zijn. Maar ook dan zul je de minst schadelijke moeten kiezen.

Ergens in ons welvarende westerse achterhoofd denken we nog steeds dat ook voor deze situatie een elegante, intelligente, pijnloze oplossing moet bestaan. Maar we zítten niet meer in een situatie waarin pijnloze oplossingen bestaan.

Als je in november 2021 tegen een schoolsluiting bent, heb je kennelijk nog steeds niet geaccepteerd dat we écht in een ernstige situatie zitten. Natuurlijk is een schoolsluiting een nederlaag die schade toebrengt, maar we zullen die nederlaag wel moeten accepteren. Het alternatief is namelijk erger. Even een pijnlijke, maar in mijn ogen wel opgaande vergelijking: bij een chemokuur is het ook evident dat het schade toebrengt. Toch is het soms onvermijdelijk. 


16.000 extra doden

Volgens sommige berekeningen gaan er komende winter 16.000 extra doden vallen in Nederland. Ook zullen er vele doden vallen door andere uitgestelde zorg. Zelfs als het de helft wordt: denk even aan de psychische schade voor al hun nabestaanden, kinderen en kleinkinderen. Als we het dan hebben over het welzijn van kinderen: hoe zal de sfeer in huis zijn als de ouders in een rouwproces zitten omdat hun vader of moeder overleden is door nalatigheid van de overheid?

En ook als mensen het uiteindelijk overleven: hoeveel kinderen zullen stress ervaren door uitgestelde operaties van (groot)ouders, of overspannen ouders die in de zorg werken. Dit gaat niet om weinig kinderen: ongeveer 1 op de 6 werkenden werkt in de zorgsector. Hoeveel stress wordt er ervaren door de kinderen van iemand die lichamelijk en mentaal moet herstellen van een ic-opname? Die mensen zul je niet snel horen, je moet immers dankbaar zijn dat je het overleefd hebt. Maar ook zij hebben redenen om verbitterd te zijn over het kabinetsbeleid dat hier op aanstuurde.

Al deze overwegingen zullen nooit als harde cijfers terug te vinden zijn in een RIVM-grafiek. Deze verhalen zul je niet teruglezen in een OMT-advies. In modellen staan geen tranen. En toch kan iedereen bedenken dat dit in realiteit wel de effecten zijn. Het punt is alleen: er is voorstellingsvermogen nodig om de doorwerkingen van dit (vermijdbare) leed te begrijpen en te ervaren als een scenario dat voorkomen moet worden. 

Voorstellingsvermogen

Dit indirecte complexe menselijke leed op de lange termijn zal niet als een mediagenieke grafiek in je gezicht geduwd worden, het is niet de opening van het journaal: je zult er actief over moeten nadenken en je moeten inleven. Kunnen we dat? Doen we dat? Doen we dat genoeg?

In een crisis is voorstellingsvermogen belangrijk. Voorstellingsvermogen is nodig om je bewust te zijn van toekomstig menselijk leed dat niet in modellen te vangen valt. Voorstellingsvermogen is nodig om rekening te kunnen houden met het meest uitzonderlijke scenario. Helaas zijn we daar niet goed in. Onze leiders niet en wijzelf misschien ook niet. Wie dacht in augustus oprecht dat we in december best eens in code zwart zouden kunnen zitten? Toch is het gebeurd.

Origineel artikel bij de NOS

Het is gebeurd en we kunnen het niet meer terugdraaien. Zo’n situatie waarin het al te laat is, dwingt ons tot nederigheid. Ons ego wordt het meest beloond als we een keuze maken die een ramp voorkomt. In onze 21e-eeuwse hoofden is dat een filmisch verhaaltje dat we kunnen snappen: je maakt een radicale keuze, je voorkomt een ramp, je bent een held.  Maar ook als een ramp niet meer te voorkomen valt, zul je keuzes moeten maken die de zaak niet erger maken dan die al is. Keuzes die een ramp niet voorkomen, maar wel zorgen dat die sneller voorbij is. Dat is minder Hollywood-achtig heroïsch, maar wel nodig.

Ik sluit graag af met mijn favoriete citaat van Thomas van Aquino:
Zorg dat je de komende dagen alvast wat zelftests in huis haalt, voordat ze straks weer allemaal uitverkocht zijn, zodat iedereen een zelftest kan doen vlak voor een familiebijeenkomst, vooral als kinderen en grootouders elkaar treffen.”

https://twitter.com/DiederikSmit/status/1463589888406822912

Deel op:

Wat me dwarszit

Leestijd 1 minuut

Geen analyse, geen opinie, geen onderzoek, geen advies. Het punt is namelijk; ik weet het niet. De steeds terugkerende gedachte: “tenzij het kabinet en haar adviseurs iets weten wat wij niet weten, koersen we af op een regelrechte ramp”. En als je zo in het donker zit, valt er weinig te ‘weten’. Ik geloof Gommers als hij zegt dat het onvermijdelijk Code Zwart wordt, ook al ontkent Hugo de Jonge in alle toonaarden. Omdat ik Gommers’ boek las. En begrijp dat het een groot machtsspel is daar in het OMT en het kabinet. Een ware slangenkuil, met grote ego’s en grote belangen. Wat ze aan het doen zijn daar? Geen idee. Ik begrijp er helemaal niets van. En ik heb er geen invloed op. Daarom zet ik mijn gedachten op een rijtje. Mijn gevoelens en emoties. Wat vind ik hier nou eigenlijk van als mens? Als burger van Nederland? Als betrokkene? Als iemand die gewoon ook zelf geraakt wordt door de coronacrisis?

Ik probeer altijd zoveel mogelijk afstand te bewaren tot mijn persoonlijke ‘mening’. Als ik de crisis analyseer, dan plak ik de grondwet van Nederland altijd in de rechterhoek van mijn beeldscherm. Het gaat niet om mijn mening, of mijn gevoelens. Het gaat er niet om óf en hoe ik zelf geraakt word. Ik kijk naar de samenleving als geheel, altijd. Naar wat ik door studie en onderzoek over menselijk gedrag heb geleerd. Wat ik tijdens de ebolacrisis in Sierra Leone heb geleerd. Tot nu toe heb ik bijna van minuut tot minuut het verloop van de coronacrisis kunnen volgen, voorspellen en duiden. Ik heb het allemaal eerder gezien. Alles. Van de politieke spelletjes, de belangen, de machtsspelletjes tussen de politiek en de medisch adviseurs, van de medische crises tot het complot-denken en de maatschappelijke onrust. Het is allemaal niet nieuw en niets verrassends. Tot deze fase. Wie het nog begrijpt mag het me uitleggen, want zelf tast ik volledig in het duister. Dit is dus een persoonlijke reflectie. Over waar ik mee worstel. Wat ik niet begrijp. Wat me dwarszit. En waar ik niet mee kan leven.

Misschien lucht het op. Misschien is het wel zo eerlijk om te laten zien dat ‘weten’ en ‘begrijpen’ vaak niet zonder worsteling gaat, ook al heb je er nog zoveel studie naar gedaan. En misschien herken je er iets in. Want dit is geen makkelijke tijd. Steeds meer vragen, steeds minder antwoorden. Het is verwarrend en het tornt aan, ja, eigenlijk aan je hele bestaan. Aan je normen en waarden, aan je gevoel, je verstand, zie jij het zo verkeerd allemaal? Wat gebeurt er eigenlijk om je heen? Is dit nog steeds hetzelfde Nederland? Is dit het land dat je liefhad, het volk dat je vertrouwde en de overheid die – hoewel altijd imperfect – toch in redelijke mate een bepaalde stabiliteit bood? Die stabiliteit is weg. Niet eens door de crisis. Niet eens door de onzekerheid rond die crisis. Maar door de enorme rookwolken en mist die opstijgt uit kabinet, RIVM en OMT. De leugens. Het verdraaien. De woordspelletjes. De laconieke houding. De volkomen ontkoppeling tussen hen die ons door de crisis moeten loodsen, en wij die aan het andere eindje bungelen, die niet eens meer weten hoe groot die crisis nou precies is. Het is volslagen waanzin. Is het bijna code zwart? Wel? Niet? Wel? Niet? Kunnen we met een gerust hart helemaal gaan leunen op die vaccins? Wel? Niet? Wat is het nou?

Werkelijk alles staat op z’n kop. Soms moet ik lachen als ik de uitspraken van andere mensen in mijn hoofd de revue laat passeren. Een kennis in Nederland, die niets kwaads wil horen over het beleid: “Nederland is nog altijd beter dan een land als Sierra Leone, hier is een mensenleven tenminste iets waard”. Een dierbare vriend uit Sierra Leone in de chat: “Gin, heb je hulp nodig? Wat is er toch aan de hand daar? Wonen daar wel ménsen? Jullie geven echt niets om elkaar!” Wrang eigenlijk. In Sierra Leone hebben ze een nare uitspraak om op elkaar te fitten en de problemen in de samenleving aan toe te schrijven: wi nכ lεk wi sεf. Als ik het vrij mag vertalen: ‘wij geven niet om elkaar’. “Mwah,” denk ik nu. Dat valt echt heel, heel, heel erg mee. Want zulk egoïsme, zulke onverschilligheid over elkaars lot, zoveel argeloosheid, zoveel lethargie, zoveel onbetrokkenheid als ik nu zie, hier in Nederland, ik heb het daar nog nooit gezien.

Ik heb het wel vaker gezegd: “Op het hoogtepunt van de ebola-epidemie in Sierra Leone verspreidden mensen ebola vooral omdat ze niet konden stoppen voor elkaar te zorgen. Hier verspreiden veel mensen corona omdat ze elkaar maar niet willen beschermen.” Al zeg ik het zelf: beter had niemand het kunnen omschrijven. Dit is gewoon wat het is. Wij willen elkaar niet beschermen, de overheid wil ons niet beschermen, de betrokken wetenschappers willen ons niet beschermen. Ieder gaat voor zijn eigen hachje. Als ík maar krijg wat ik wil. De testcapaciteit die ík wil, de onderzoekscentjes, de academische prestige, míjn carrière, míjn politieke idealen, míjn politieke winst, MACHT, feesten, naar een evenement, bier, bingo en bitterballen. ‘Dikke ikke’, zou Andrea Walraven-Thissen dat noemen. Nu, nu, nu, nu. Wij Nederlanders geven, zo zie ik dat, echt geen moer om elkaar. En dat is ontnuchterend.

Weet je, Sierra Leone is een land in wederopbouw. De vreselijke burgeroorlog eindigde in 2001 en sindsdien gaat de wederopbouw zeer moeizaam. Veel problemen van voor de burgeroorlog, zijn nog altijd niet opgelost. Maar het gaat, stapje voor stapje. De allergrootste kracht van die mensen, vind ik, is hun vermogen elkaar te vergeven. Te zien – na alle wreedheden die burgers tegen elkaar begingen – dat ze het toch samen moeten doen. En dat merk je. Het is geen sprookje; sommige mensen terroriseren hun medemensen echt als een malle. Maar daar tegenover staan er 10 – nou ja, 5, want van die 10 hebben er altijd wel een paar geen nobele motieven – 5 mensen die je oprapen, die je steunen en die dat gewoon vanzelfsprekend vinden. Als ik mijn tijd in Sierra Leone moet samenvatten, zou ik het zo zeggen: je bent er vogelvrij. De overheid biedt geen vangnet. Mensen overleven op elkaar. Door liegen, bedriegen en manipuleren, maar ook door er gewoon, vanzelfsprekend voor elkaar te zijn. Ik heb er, omdat er nauwelijks politie en rechtspraak is, het allerslechtste van de mens gezien. Maar ook het allerbeste. Want in een land waar niets vastligt, je jezelf vrij kunt kopen na moord en vaak het recht van de rijkste geldt, valt het met de criminaliteit echt heel erg mee.

En dan Nederland. Alles goed geregeld. Welvarend. Zoveel kennis. Zoveel technologie. Zoveel wetenschap. Geen echt zware crisis in het recente verleden. Vergeleken bij de ellende van de burgeroorlog in Sierra Leone, nemen wij af en toe een drempeltje. Of meer een rotonde, zelfs. Het ziet er allemaal gelikt uit. Grote, glimmende protsbak met perfecte carrosserie. Maar man. Wat blijkt er een ellende te zitten onder die motorkap. Een samenleving waar echt helemaal geen cohesie lijkt te zijn. De staat kan mensen totaal vermorzelen en verpletteren en we halen slechts verontwaardigd onze schouders op. De politici aan het roer kletsen en lachen zich overal onderuit. En nog vinden we ze ‘beschaafd’. Niemand wordt vervolgd. Niemand voelt enige consequentie. Ze mogen over ons blijven regeren. Ze doen niet eens meer moeite om geloofwaardige leugens te vertellen.

En de Tweede Kamer en de pers? Die hebben het er maar moeilijk mee om deze gewetenloze politici op een beschaafde manier, in gepaste bewoording, een beetje in de pas te krijgen. Daar erger ik me rot aan, trouwens. Dit vraagt niet om diplomatie. Dit vraagt om de botte bijl, verontwaardiging, boosheid die zijn weerga niet kent. Kom voor de burgers op die je vertegenwoordigt. Maar nee. Dan houden we de schreeuwende populisten over, die dan weer aan populariteit winnen, omdat zij de leugens wel plompverloren benoemen. We zitten vastgedraaid in die diplomatie en deftigheid. In een cultuur waarin iedereen maar als ‘redelijk’ over wil komen. Maar hier kan geen redelijkheid tegenop.

Ze liegen. Over alles. Ook over corona. Met alle redelijke argumenten, wetenschappelijke ‘bewijzen’, de kalmte en de diplomatieke aanpak, heb ik nu anderhalf jaar lang geprobeerd te laten zien waarover ze liegen. Maar zelfs die beschaafde toon en diplomatie, de wetenschappelijke verantwoording, was vaak al te moeilijk om te publiceren. Sommige journalisten en wetenschappers liepen met een boog om me heen. Kwam je met WHO advies. In Nederland omstreden. “Ssshhht! Desinformatie! Je bent aan het ontwrichten!”

Het is gewoon not done om de internationale consensus hier naar buiten te brengen. Ik geloof het zelf nog steeds niet. Echt niet. In Nederland. Waar het uitdragen van de richtlijnen van de WHO voelt als een verzetsdaad. Terwijl ik in al die tijd echt maar op één punt ben afgeweken van de WHO: het sluiten van de scholen. En eerlijk gezegd, dat vind ik ook helemaal niet nodig. Heel plan geschreven om die scholen gedurende de crisis altijd veilig open te kunnen houden. Maar ja, als je niets doet, dan jagen die scholen de verspreiding aan en kan je niet anders dan sluiten. Dat is echt al sinds het begin zo. Toen het RIVM met onderzoeken zou bewijzen dat kinderen nauwelijks verspreiden. Onzinonderzoeken. Want als je gezinnen gaat onderzoeken waar zorgmedewerkers de besmetting mee het gezin in nemen om vervolgens te concluderen dat kinderen de besmetting bijna nooit mee het gezin in nemen, dan publiceer je onzin. En dat is geen kleinigheidje. Dat is het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, dat met die onzin komt. Politiek voetbal met kinderen, noemde Mike Ryan van de WHO het. Maar maakt dat iets uit in Nederland? Ook al kost het vele mensenlevens? Kleinigheidje. Kan je gewoon onder het tapijt wegmoffelen. Als het zich niet meer láát wegmoffelen, dan verzin je dat jongeren op de fiets besmet raken, of dat kinderen vooral ongevaccineerden besmetten. Zo. Ook weer gehad. Scholen open, nul maatregelen. Daar is echt helemaal geen, nul, wetenschappelijk excuus voor. Ook geen reden. Of bewijs. Bijna alle landen ter wereld treffen maatregelen op scholen. We wijken totaal af van wat de rest van de wereld doet. Maar benoem het niet. Het is allemaal superwetenschappelijk. Hier bij ons wel. In de rest van de wereld gewoon niet. Joe! WHO richtlijnen voor voorzorg op scholen! “Sssshhht! Je ontwricht!”

En als zorgmedewerkers, gebukt onder schuldgevoel omdat ze – volgens de richtlijnen van het RIVM – onbeschermd met kwetsbaren moeten werken, daardoor mensen besmetten en dood zien gaan, zeg je gewoon dat het aan hun opleidingsniveau ligt. Lees die zin nog eens en nog eens. Dat is toch werkelijk ongelofelijk? Wat een minachting. Van Jaap van Dissel kwam deze opmerking. Van het RIVM. Rijksinstituut. Het is ongehoord. Onbegrijpelijk.

Al weken zeg ik: ik ga me minder met de coronacrisis bezighouden. Ik doe een stap terug. Ik weet ook, het heeft geen zin meer om me er nog mee bezig te houden. Want dit gaat allang niet meer om gedrag. Kunnen ze wel zeggen, daar bij het OMT, maar die basismaatregelen gaan het trucje niet meer doen. Vandaag niet, 3 weken geleden niet. Delta is superbesmettelijk. Een groot deel van ons gedrag is helemaal niet vrijwillig. Kinderen moeten naar school. Ook zoiets. Schoolplicht tijdens een pandemie. Hoe verzin je het? Maar goed. Ze moeten dus naar school, ook al liggen hun ouders zich thuis kapot te hoesten vancorona. Mensen moeten naar hun werk. Niemand neemt de mantelzorg over. Oma en opa moeten oppassen, want niet iedereen heeft geld voor opvang en ook niet altijd plek. Zolang die scholen open zijn, kan je in winkels afstand houden wat je wil, corona komt dan toch wel binnen. Het gaat niet om ons gedrag. Het gaat erom dat de overheid het ons mogelijk moet maken om besmetting te voorkomen. Zodat wij ons ernaar kunnen gedragen. Door maatregelen te treffen. Door te handhaven. Door nou eens een keer eerlijk te zijn. Over de scholen, dat gevaccineerden ook verspreiden, dat we er helemaal niet bijna zijn. En laat ze dan ook eens eerlijk zijn over de groepsimmuniteit die men onder kinderen wil bereiken en dat er daarom geen maatregelen getroffen worden op scholen. Dat ze het prima vinden om de reguliere zorg helemaal af te schalen, ook al levert dat zieken en doden op. Dat ze het wel prima vinden zo, zolang de economie maar blijft draaien. Zolang we patiënten in Duitsland kwijt kunnen, hoeven we geen steunpakketten meer uit te delen. Check.

Voor het kabinet is het: prikken en klaar. Klaar met de pandemie. Maar zo werkt het helemaal niet. Hoe vaak moet dat nog herhaald worden? De WHO heeft de blaren op de stembanden staan: de vaccins alleen gaan de pandemie niet oplossen. De hele bevolking prikken is minder effectief dan de vaccins eerlijk over de kwetsbaren van de wereld verdelen. Beter eerst de eerste prikken naar de landen die nog geen vaccins hebben kunnen kopen, dan de boosterprik voor de rijke landen. Het gaat allemaal aan ons voorbij. Een dwazenparadijs, noemt Dr. Tedros van de WHO ons. Wat wij doen, maakt de hele wereld nog kapotter dan die al was. Nog meer ongelijkheid, armoede, honger, sterfte, ontwrichting, conflict en nieuwe virusvarianten is wat we ons hiermee op de hals halen. Het is volkomen destructief. Immoreel ook. Maar wíj moeten leven. Nu, nu, nu. Bier, bingo, bitterballen.

En hoe gaat het met mij? Ik hoorde mezelf van de week pleiten voor de boosters. Want je kan niet anders. Omdat het kabinet ons in die richting dwingt. Terwijl er vele andere middelen en manieren zijn om het virus te bestrijden. Ik hoorde mezelf pleiten voor boosters, terwijl ik weet dat ik daarmee pleit voor vele doden in arme landen. Honger. Ellende. Ongelijkheid. Ik voel me gedwongen om nu zelf als haantje de voorste te graaien naar een vaccin. Voor mijn ouders, omdat ik hen graag wil blijven zien. Dus nu zit ik zelf ook met ‘dikke ikke’. Dat vind ik erg. Omdat daar, 5.000 kilometer hiervandaan, ook veel mensen leven waar ik mijn hart aan ben verloren. Het vaderland van mijn oudste dochter. Eén van de armste landen ter wereld. Waar ook hele prachtige mensen wonen. Dat na een burgeroorlog en ebola ook het hoofd moet bieden aan corona. Het land wat mijn tweede thuis is geworden. Een land waar een mensenleven net zoveel waard is als hier. Waar ik vaccins van af wil pakken, terwijl we ze hier eigenlijk niet eens zo heel erg nodig hebben.

Zoals ik me inzette om Sierra Leone te helpen tijdens de ebola epidemie, zo zet ik me ook in voor Nederland. Omdat ik precies hetzelfde zie nu in Nederland, als toen in Sierra Leone. De hele film van voren af aan. Ik zie in Nederland ook een andere samenleving. Eén waarin mensen wel degelijk kunnen samenwerken. Een samenleving die het wat doet als er veel leed is. Een samenleving met heel veel fijne mensen. Maar ook een samenleving die zich niet meer geconfronteerd wil zien met die beelden en verhalen. Het niet meer kan en wil horen. Want we kunnen er niets mee. Zend het niet uit. Publiceer het niet. Dan is het er niet. Maar het knaagt wel. Bij veel mensen. Het is allemaal niet zo hersenloos als het er op het eerste oog uitziet. Maar mensen doen maar wat, bij gebrek aan sturing. Wat moeten ze anders?

En ik? Inmiddels ben ik bijna zover te accepteren dat ik er ook helemaal niets aan kan doen. Mijn kennis, mijn inzicht, mijn ervaring, ik zet ze in een boek, voor op de plank. Voor een volgende crisis misschien. Ik ben bijna bereid me in slaap te laten sussen door de leugens. Het allemaal te laten gebeuren en het van me af te laten glijden. Bijna. Ik zie het allemaal wel, maar ik ben er bijna klaar voor om ook dat oogje toe te knijpen. Want al sinds de zomer zit ik te wachten totdat we schipbreuk gaan lijden. Wij worden het India van Europa, dacht ik al vele malen. Maar er valt niets aan te doen. Het voelde moeilijk het RedTeam los te laten. Toch ergens hoopte ik dat ik kon helpen het tij te keren. Maar het was zinloos. “Laat het maar gebeuren,” zei ik droog. Het is nog het enige, waar we iets van kunnen leren. Het is zo, dat weet ik. Die schock is het enige wat ons hier uit kan halen. Ik zag het al een keer eerder. En de gevolgen ook. Ik dacht dat ik gehard was. Maar toch. Over 10 dagen code zwart, volgens Gommers. Ik voel dat in mijn maag. Erger, dan ikzelf had verwacht. Intussen maak ik me op voor 10 dagen sussende praat van politici. OMT leden in talkshows die geheel zonder wetenschappelijk bewijs, wetenschappelijk met de vinger naar ons wijzen. En blijf ik wikken en wegen. Zal ik nu maar gewoon echt een keer mijn mond gaan houden?

Deel op:

Voordat we 2G omarmen, moeten we dit begrijpen over het coronabeleid

Leestijd 14 minuten

“De gewone Nederlander accepteert veel meer pech dan de elite denkt.”

Ira Helsloot in ‘Expertvisies op de gevolgen voor samenleving en beleid’ van WRR/KNAW, 2021

Zo instemmend als Nederland met het coronabeleid van het demissionaire kabinet lange tijd leek, zo is het allang niet meer. Het vertrouwen in de overheid is sinds de zomer in heel snel tempo gedaald. Steeds meer deskundigen en wetenschappers spreken zich uit tegen het beleid. “Zo werkt crisiscommunicatie niet!” “Zo werkt draagvlak-communicatie niet!” “Dit is geen crisismanagement!” “Er zit geen logica in het beleid!” “Het lijkt alsof het kabinet niet vooruit kan zien!”

Al die deskundigen en wetenschappers hebben gelijk. Dit is geen crisismanagement. Dat is dan ook helemaal niet waar het demissionaire kabinet mee bezig is. Wij kijken naar de crisis, zij kijken naar acceptabele risico’s. Geen crisismanagement, maar risicomanagement. En als je het vanuit dat perspectief bekijkt, zit het allemaal heel logisch, heel verklaarbaar en heel voorspelbaar in elkaar. Dit is wat wij gewoon eens moeten gaan begrijpen. En wat Rutte misschien heel plomp en letterlijk mag benadrukken. Het kabinet was er, te impliciet wellicht – maar toch, heel duidelijk in: veel mensen zullen ziek worden. En wij jubelden. Het is de strategie die het kabinet vanaf het eerste moment koos, wat niet veranderd is en wat niet gaat veranderen. Het is tijd om de strategie van het kabinet te begrijpen en te communiceren in een taal die zij begrijpen: risicobereidheid.

Eigen verantwoordelijkheid

Het kabinet, het RIVM en het OMT hebben de touwtjes stevig in handen. Statistiek, modellen, prognoses, het is heel zakelijk allemaal. Alles aan de veel te optimistische kant. Met een worst case scenario lijkt geen rekening gehouden te worden. Alles wordt overgelaten aan onze ‘eigen verantwoordelijkheid’. De momenten dat de overheid met ons over het coronabeleid communiceert, beperken zich tot de persconferenties. Die overigens gaandeweg steeds minder empathisch zijn geworden. Over het lot van de vele zieken en doden, spreekt premier Rutte zich helemaal niet meer uit. Het gaat vooral om de modellen, over maatregelen. Steeds maar weer. Welke uiterste risico’s we kunnen nemen en af en toe wijst een belerende vinger richting de burgers. Er zijn vaak nauwelijks maatregelen, maar wel adviezen, waar we bovendien maar weinig op gewezen worden. Er is nu wel vaak genoeg gezegd wat je kunt doen om verspreiding zoveel mogelijk te voorkomen, dat moet je dan maar doen.

Veel mensen voelen zich in de steek gelaten. De hele samenleving staat in brand. Iedereen is in rep en roer. Het lijkt alsof ieder moment het zwaard van Damocles op ons te pletter kan vallen. Zoveel onrust en paniek en wat doet het kabinet? Het hult zich in stilzwijgen. “Er is geen draagvlak,” horen we het kabinet en OMT leden vaak zeggen. Dat is vreemd, want uit peilingen blijkt – al sinds het begin van de coronacrisis – dat de meeste Nederlanders juist meer maatregelen willen en sneller ingrijpen van de overheid willen zien. Over welk draagvlak hebben we het dan eigenlijk? En als dat er niet zou zijn, dan zou de overheid toch beter kunnen communiceren? Voorlichten? Zelf urgentie uitstralen? Want draagvlak creëer je immers, als je ziet dat het de verkeerde kant opgaat.

Risico-regelreflex

Dit is waar wij de draagvlakcommunicatie van het kabinet verkeerd begrijpen. Voor ons is het draagvlak: risico’s beperken. Maar voor het kabinet is dat precies andersom: het tast af welke risico’s wij als samenleving bereid zijn te accepteren. We zéggen wel dat we willen dat de overheid risico’s beperkt, maar in werkelijkheid willen we dat helemaal niet zo graag en zijn we echt wel bereid om veel risico’s te nemen. Dit is de zogenaamde risico-regelreflex, een belangrijke pijler van de kabinetten Rutte. En die komt hier op neer: We zeggen het wel, we schreeuwen moord en brand, maar eigenlijk willen we dus helemaal geen overheid die alle risico’s voor ons afdekt. En het is ook veel te duur.

Je moet de taal van het kabinet spreken om te begrijpen wat er gebeurt. Bekijk het eens van een afstandje: Media zetten gedurende de hele crisis al in op het knellen van de maatregelen, niet op de gevolgen van het virus. De horeca protesteert! De evenementenbranche gaat kapot! Scholen willen openblijven! Mensen worden depressief! Het gaat slecht met de studenten! Iedere dag weer lezen we in de krant hoe moeilijk die maatregelen zijn. En overal waar de maatregelen knellen, geeft het kabinet antwoord. Iedere keer weer. Vele analyses lieten al zien: het kabinet geeft gehoor aan de grootste lobby’s. Je kan dat schandelijk vinden, maar het kabinet is helder over die strategie. “Acceptabele risico’s” die “niet gratis” zijn. Dat zegt Rutte herhaaldelijk en letterlijk in de persconferenties over het coronabeleid.

Leven met het virus

We kiezen voor een strategie die niet kijkt naar het aantal ziekte- en sterfgevallen: dat is, zoals Rutte dat benoemt, “restrisico”. ‘Leven met het virus’, dát is zowel strategie als doel. Het kabinet maakt er geen geheim van. Om te kunnen leven met het virus, moeten we bereid zijn enorm veel risico te accepteren. Het is een strategie die in de eerste plaats de samenleving zo min mogelijk belemmert, wat enkel mogelijk is als we risico’s maximaal accepteren. Pas als de druk op de IC’s zó hoog wordt dat geen zorg meer verleend kan worden, grijpen we in. Dat gebeurt als er teveel ‘kwetsbaren’ tegelijk besmet raken. Dan moeten we ze beschermen. Niet voor hun welzijn en gezondheid – zoals we dat plachten te interpreteren – maar omdat ze het de maatschappij anders beletten te functioneren.

Regeren is vooruitzien? Dat doen ze prima. Zij redeneren niet vanuit het verlies van mensenlevens en gezondheidsschade. Dat zijn restrisico’s. Zij redeneren vanuit het kosten-batenplaatje. Risico-acceptatie: Zo min mogelijk ingrijpen om kosten te besparen. Helemaal niet ingrijpen legt teveel belasting op de zorg. Hoe kan je de samenleving dan zo min mogelijk beperkingen opleggen, zolang de IC’s niet overstromen? Door de kwetsbaren te ‘beschermen’ zodra de IC capaciteit overschreden is. Om deze redenering makkelijk te begrijpen, moet je gewoon het rijtje doelstellingen van het kabinet omdraaien, zodat het in chronologische volgorde staat: de samenleving zo min mogelijk belemmeren, door de kwetsbaren te beschermen zodra we zien dat het de zorg het niet meer aankan.



Risicodraagvlak

Het onszelf laten regelen, kost minder geld. We investeren niets in preventie. Kosten-baten. Daarom hebben we nog altijd niet genoeg testcapaciteit, niet voldoende BCO capaciteit en gaan we dat ook niet oplossen. Bij veel besmettingen zou je een enorm leger aan BCO medewerkers nodig hebben om de bron van besmettingen te herleiden: maar wat heeft het voor zin? We zouden de hele bevolking, of tenminste de kwetsbaren, een FFP2 masker kunnen geven. Sneltests gratis beschikbaar maken, we willen toch graag dat mensen zich testen? Investeren in ventilatie? Co2-meters? Hepa filters? Nee, nee, nee. Als we risico’s accepteren, is dat gewoon veel te duur. Wij laten corona razen tot een punt waarop de overheid echt niet anders kan dan ingrijpen. Dan krijgen we zoiets als een slappe ‘intelligente’ lockdown. Wij noemen het wel dom, maar we accepteren het wel gewoon. En het lullige is: ze hebben gelijk. Iedere ruimte die zij bieden, nemen wij. Mensen zijn inderdaad bereid die risico’s te accepteren. Rutte gaat ons geen dingen verbieden. Hij is geen schoolmeester die ons vertelt wat we moeten doen. Het blijft bij adviezen. Of dríngende adviezen. We zijn toch allemaal volwassen? We hebben een eigen verantwoordelijkheid. En inderdaad, we laten goed zien welke verantwoordelijkheid we voor elkaar willen dragen. We willen het zelf zo. Als het mag, gaan we er gewoon op uit.

We zijn dus inderdaad bereid de risico’s te accepteren. Komt er veel druk en lobby vanuit de horeca? Ook al zijn er veel besmettingen? Staat het iedere dag in de kranten? Dan is dát het risico wat we willen nemen. Leidt het tot een acuut probleem in de zorg? Nee? Dan hoort dit bij ‘de samenleving zo min mogelijk belemmeren’. Gaan we vervolgens inderdaad massaal op horecabezoek? Nou. Dan klopt het toch? Waar hoor je nu nog de verhalen over het vreselijke leed dat het virus zelf veroorzaakt? De doden, de rouw, mensen die langdurig ziek zijn, mensen die na een IC opname langdurig moeten herstellen, zowel mentaal als fysiek. Mensen die helemaal in de knel zitten omdat familieleden zijn weggevallen en bijvoorbeeld nu hun huis uit moeten? De wezen die het in deze crisis zelf moeten uitzoeken? De drama’s die zich in sommige verpleeghuizen nog altijd voordoen? We horen ze niet. Het is er niet. Alleen de knellende maatregelen zijn er. Wanneer kunnen we dáár van af? Dát is het draagvlak waar het kabinet op reageert. Het risicodraagvlak.

Maximale risico-acceptatie

Ik herhaal het nog maar eens in andere woorden: Er is, zo is gebleken, enorm veel draagvlak voor risico’s. Er is heel weinig aandacht voor de schade aan onze gezondheid en rouw. Het kabinet draait de kraan gewoon steeds een heel klein beetje dicht, nèt genoeg om de IC’s niet volledig te overspoelen. Moeten we onze zieken naar Duitsland brengen? Ook goed. Thuis laten sterven? Prima. Komt er protest tegen beperkende maatregelen? Graag zo snel mogelijk weer open. Kijk maar naar de scholen. Die lobby was zeer effectief: iedereen is er nu wel van overtuigd dat de scholen open moeten blijven, ook al jagen ze de epidemie aan en verliezen we daardoor vele levensjaren. We accepteren dat risico, zodat de scholen onbelemmerd open kunnen blijven. Maar waarom dan helemaal geen maatregelen in scholen? Gewoon. Omdat we dat accepteren. Hoe minder maatregelen voor kinderen, hoe minder we er stil bij staan dat zij misschien ook risico lopen. Maken we ons zorgen over de gezondheid van onze kinderen? Dan houden we ze massaal thuis, of we eisen een mondneusmasker in de school, of iets dergelijks. Maar dat doen we niet, en dus komt het er niet.

Het is niet zo moeilijk deze strategie te doorgronden. Zolang het niet strikt noodzakelijk is, grijpt het kabinet niet in. Dat staat namelijk in de weg van maximale risico-acceptatie. Als je kinderen met mondneusmasker naar school laat gaan bijvoorbeeld, is dat een duidelijke herinnering, iedere dag weer, dat zij risico lopen. Dat willen we niet. Het mondneusmasker herinnert ons iedere keer weer aan de risico’s, ieder moment dat je het draagt. En dat is het tegenovergestelde effect van wat het kabinet wil bereiken. Hoe meer je bezig bent met de risico’s, hoe groter de kans dat je ze niet meer accepteert.

Ieder voor zich

Waarom risico-acceptatie niet werkt, zien we niet alleen terug in de gezondheidsschade voor de samenleving, maar ook in de ontwrichting van de maatschappij. Het is een grote strijd tussen mensen die veel of alle risico’s willen accepteren (voor zichzelf en voor anderen) en mensen die risico’s willen mijden (voor zichzelf en voor anderen). Een beleid dat steeds inzet op de maximale risico’s die mensen willen nemen, geeft ook het signaal af dat het goed is deze risico’s te nemen. Want wij Nederlanders interpreteren dit anders. Het kabinet zal heus wel weten wat het doet. Als er geen voorzorgsmaatregelen getroffen worden op school, zal dat inderdaad weinig risico’s opleveren. De overheid heeft, in onze ogen, het beste met ons voor. Veel mensen denken dan ook niet eens na over de risico’s, ze volgen gewoon. En de mensen die zich wel realiseren dat er een risico is, wegen voor zichzelf af of ze dat risico wel moeten nemen. Daar zit wel de valkuil van het beleid: In werkelijkheid heb je helemaal geen keuze. Als je leerplichtig bent, moet je naar school. Als je je huur of hypotheek moet betalen, moet je naar je werk. Het accepteren van dat risico, doen we vaak in een fractie van een seconde. De wet volgen of in je levensonderhoud voorzien gaat boven een onduidelijk gezondheidsrisico.

Je kunt niet op de ene plek hetzelfde risico wèl en op de andere plek hetzelfde risico níet nemen. Je zou dan de hele dag bewust bezig moeten zijn om risico’s af te wegen. En die risico’s gelden vaak niet eens voor jezelf, maar voor ‘de samenleving’, waarvan je maar moeilijk kan bepalen wat je rol daarin is en wat de consequenties zijn van de risico’s die jij neemt. Geen enkel individu overziet de kettingreactie aan consequenties van zijn of haar gedrag. Je ziet dat anderen ook risico’s nemen. Ben jij dan nu de enige die het lot van de hele samenleving moet gaan overwegen en risico’s af moet dekken? Dat heeft weinig zin. Het is ieder voor zich. En dat is logisch.

Zijn de risico’s wel acceptabel?

Ook nu de situatie rond corona zo penibel lijkt, gaat het niet over de risico’s die wij lopen. De discussies gaan om ‘de zorg’. Wat ‘de zorg’ aankan. Dat ligt eraan hoe je het bekijkt. Er zijn nog genoeg IC bedden om de ernstig zieken te verzorgen, als je alle andere zorg afschaalt. Dat levert gezondheidsschade op, zowel van covid als van andere aandoeningen. Maar niemand zegt: die gezondheidsschade accepteren we niet meer. We zitten vooral in onze maag met de maatregelen. De media concentreren zich, nu in het debat rond 2G, nog altijd op het effect van de maatregelen. De gevolgen voor onze gezondheid, de rouw, de trauma’s, ze blijven buiten beeld. Als de kranten vol zouden staan met de ellende die het virus zelf veroorzaakt, is dat een kentering van het ‘draagvlak’. Geen acceptabel risico. En dit is goed om te onthouden. We staan namelijk op het punt belangrijke grondrechten op te geven, voor een beleid dat de pandemie en de gezondheidsschade niet gaat beëindigen.

Hou je de ellende en gevolgen buiten beeld en blijven we maar discussiëren over de maatregelen, dan blijft het beleid precies zoals het was. Als je dat wil veranderen, verander je het narratief: We accepteren het risico op gezondheidsschade niet meer. Niet voor de ‘kwetsbaren’, niet voor onszelf als ook de reguliere zorg weer moet worden afgeschaald, niet voor onze kinderen. Neem de maatregelen die dat voorkomen. Laat het kabinet overstappen op een beleid waarin we die risico’s zoveel mogelijk beperken.

De overheid beschermt ons

Laten we wel wezen: de meeste mensen vertrouwen erop dat de overheid er is om ons te beschermen. We geloven dat zo heel sterk, dat we als een stel automaten reageren op die maatregelen. Dat wil helemaal niet zeggen dat we die risico’s ook echt accepteren. We geloven dat de overheid die risico’s optimaal afdekt, waarbij ons welzijn en onze gezondheid ertoe doen. En dat is, waar wij de overheid niet begrijpen. Wij willen dat de overheid het doet, de overheid vindt dat we dat zelf maar moeten doen. Als morgen niemand meer naar school of werk wil, de restaurants leeg blijven, niemand meer naar een evenement gaat en we blijven zoveel mogelijk thuis, geven we de overheid aan dat we niet bereid zijn de risico’s te accepteren. Dat stukje ‘eigen verantwoordelijkheid’. Daar geven we blijkbaar mee af wat ons draagvlak is om risico’s te accepteren. De media verwoorden dat voor ons. Het is tijd om dat duidelijk te laten horen.

Natuurlijk is het onredelijk om al die eigen verantwoordelijkheid te vragen. We hebben namelijk echt heel beperkt invloed op het gedrag van onze medeburgers. Onze kinderen moeten volgens de wet naar school, de werkgever kan je dwingen naar je werkplek te komen en ga zo maar door. We kunnen onszelf helemaal niet beschermen. Ook al zouden we daar hele dagen heel bewust mee bezig zijn. Vele Nederlanders hebben al uitgesproken vaak het gevoel te hebben dat we een ‘wappie-overheid’ hebben. Het lijkt wel alsof de overheid zèlf dat virus niet serieus neemt. Niet verbazend misschien dat de belangrijkste bijdrage aan de risico-acceptatie benadering van het kabinet afkomstig is van Ira Helsloot, één van de initiatiefnemers van het omstreden Herstel NL en het Artsencollectief. In zijn woorden: “Onderzoek laat structureel zien dat de gewone Nederlander veel meer pech accepteert dan de elite denkt.” En die visie baseert Helsloot op …. literatuuronderzoek. Van Helsloot hebben we gedurende deze crisis vaker gezien dat hij cijfers en data uit de hoge hoed tovert, ze verdraait en soms zelfs bewust verkeerd interpreteert om zijn visie te verkopen. Dat is goed om in het achterhoofd te houden, want we leven momenteel met de gevolgen van die ‘inzichten’.

Brave burgers

Resumerend: We zijn niet met de crisis bezig. Niet met hoe het uitpakt in de maatschappij. We proberen de literatuuranalyse van Helsloot in de praktijk uit. Een kosten-batenbeleid. Hoeveel risico’s kan je de gewone Nederlander laten accepteren en zo min mogelijk kosten maken? Dit is een systeem waarin je hard voor jezelf moet opkomen. Het zet de samenleving op scherp en speelt mensen tegen elkaar uit. Het is wat leidt tot het constant uitruilen van vrijheden. Wie het hardst roept, wordt bediend. Het past bij de verdeel en heers strategie van Rutte. Daar kan je van alles van vinden, maar zolang de Tweede Kamer dit niet stopt, blijft het wat het is.

Het lijdzaam volgen van richtlijnen die niet bindend zijn, is snijden in je eigen vlees. Je wordt niet beloond voor je volgzaamheid, maar vanzelfsprekend genomen vanwege je risico-acceptatie. Zolang de zorg niet zegt: stop, zolang het onderwijs niet zegt: genoeg is genoeg, zolang werkgevers hun werknemers dwingen (al dan niet met klachten) naar de werkplek te komen, zolang ouders hun kinderen naar school blijven sturen, doen we er allemaal aan mee. Omdat we eigenlijk hele brave burgers zijn. Maar helaas, dat is nou juist níet wat er van je wordt verwacht. Wat er van iedereen verwacht wordt – van politieke partij, tot sector, tot koepel, tot vakbond, tot werkgever, tot schoolleider, tot ouder, tot burger – is te laten zien welke risico’s je wél en welke risico je níet bereid bent te accepteren.

Conclusie

Het is mijn stelling dat dit beleid nooit zal werken. We zijn bezig met “uitsmeren” en “tijd kopen”. Tot wat precies? Een 2G beleid werkt niet met de huidige vaccins. Je kan mensen niet voor onbepaalde tijd toegang tot het maatschappelijk leven ontzeggen en maar blijven boosteren. Landen die geen toegang hebben tot vaccins komen zo helemaal nooit meer aan de beurt en wij houden de deur open voor (het ontstaan of importeren van) nieuwe varianten. Gevaccineerden raken ook besmet (zij het minder makkelijk) en er komen nog steeds gevaccineerden in de ziekenhuizen terecht. Als het er maar genoeg zijn, wordt de zorg onherroepelijk weer overspoeld. Wanneer gaat de zorg dan eindelijk weer eens normaal draaien? Lockdowns werken ook niet, want na zo’n kwakkellockdown gaan we gewoon weer door met dit beleid en zit je na lange maanden kwakkelen alweer in dezelfde penarie. De vraag is dan ook: Hoe kan het demissionaire kabinet haar ideologie van risico-acceptatie samenvoegen met haar taak en verplichting de volksgezondheid te beschermen? Want dit is waar het iedere keer vastloopt. Het leidt onherroepelijk tot tweedeling en ontwrichting van de maatschappij, met ernstige gevolgen op korte en lange termijn. Mijn antwoord is: Niets zal werken in Nederland, zolang het kabinet niet inziet dat juist het accepteren van risico’s de volksgezondheid schaadt.

Meer over risico-acceptatie:
COVID-19: Expertvisies op de gevolgen voor samenleving en beleid – Ira Helsloot – WRR/KNAW

Regulering, toezicht en risico-regelreflex – Ministerie van Binnenlandse Zaken

Omgaan met de risico-regelreflex – Rijksoverheid

Krachten rond de risico-regelreflex – Crisisbeheersing en Veiligheidszorg – Helsloot/Ministerie van Binnenlandse Zaken

Kennisdocument BurgerBetrokkenheid bij Veiligheidsbeleid – Helsloot & Schmidt/Rijksoverheid

Omgaan met risico’s door de jaren heen: Bewust omgaan met veiligheid – Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Los van de risico-regelreflex – Wallage, Jorritsma, Gerritsen, Helsloot, Chavannes/Rijksoverheid

Opnieuw Bruggen Bouwen: Hoe gedrag de coronapandemie beïnvloedt – Mooy, Over, Roex

Deel op:
Geen leerachterstand maar een leefachterstand

Geen leerachterstand maar een leefachterstand

Leestijd 11 minuten

In de Volkskrant verscheen in de wintergolf van vorig jaar een ingezonden brief van scholiere Elze van Houtum. De brief greep me, omdat het me zo bekend voorkwam van alle verhalen van kinderen en jongeren die ik tijdens de pandemie heb meegemaakt. Ja, sommige kinderen hadden het alleen maar over de behoefte om naar school te gaan. Maar de meeste kinderen hadden moeite met leven. Of zoals Elze het zo treffend omschrijft: hun ‘leefachterstand’.

“Je helpt ons niet. Nee Slob, We zullen niet rekenen op blijven zitten. Corona geeft ons niet een leerachterstand, het geeft ons een leefachterstand. We zijn niet oké. Ook niet als onze cijfers dat wel zijn.”

Elze van Houtum in De Volkskrant

Elze’s brief zou wat mij betreft levensgroot op alle voorpagina’s van alle kranten afgedrukt mogen worden. Iedere dag weer, totdat we ons weer herinneren wat het is om kind te zijn. Luister nou toch eens, papa’s en mama’s, met je gedram over leren en studeren. Dat constante gepush dat ze moeten presteren, zelfs tijdens zo’n megantische* crisis. Kinderen willen helemaal niet alléén maar naar school. Ze maken zich zorgen. Ze missen hun mijlpalen. Hun schoolreisjes, excursies en uitwisselingen. Al die bijzondere gebeurtenissen die het leven levenswaardig maken. Ze missen een onbezorgde omgang met opa en oma. Leefachterstand. Het woord mag, moet, zál vandaag nog in de Dikke van Dale. Laat het bestaan. In godsnaam.

Human capital

Human Capital: De opvatting dat onderwijs een investering is in mensen en dat mensen hierdoor meer waard zijn, dat wil zeggen: nuttiger zijn voor de maatschappij.

Natuurlijk is het helemaal niet eerlijk om dit aan de ouders op te hangen. Veel ouders maken zich hartstikke zorgen, of zitten al sinds het begin van de pandemie in een onmogelijke spagaat. Veel ouders zijn bezorgd over de leefachterstand die ze zien bij hun kinderen. Ze komen gewoon niet aan het woord. Vooraan staan de ouders die maar blijven drammen dat school het beste is voor alle kinderen, ook tijdens een pandemie. Aangevoerd door sommige media, die tijdens de hoogste pieken van deze crisis er hun levenswerk van lijken te hebben gemaakt om die kinderen dat schoolgebouw in te schríjven. Werkelijk iedere dag verschenen er alarmerende berichten met schreeuwende koppen over de levenslange schade die leerachterstand heet. Dat komt aan bij ons ouders natuurlijk.

Dit is een harde maatschappij. We overleven door constant maar weer te presteren. Als je niet presteert, eindig je onderaan de voedselketen. Dat willen we onze kinderen niet aandoen. Wij zijn human capital, we voeden onze kinderen op tot human capital. En daar zijn we op te pakken.

Leerachterstanden hebben vooral te maken met de malle molen van de human capital fabriek. Kinderen moeten worden klaargestoomd voor de arbeidsmarkt. Ieder jaar dat zij vertraging oplopen, kost geld of levert praktische problemen op. 

Het algemene praatje zit nu al vastgeroest in ons repertoire: natuurlijk wil niemand de scholen dicht, leren op school is het allerbeste voor kinderen, door de scholen te sluiten laten we kinderen opdraaien voor het onvoorzichtige gedrag van volwassenen, school is dé veilige haven voor kinderen, daarom gaan de scholen als laatste dicht en als eerste weer open. Het is een soort mantra. En we herhalen dit allemaal klakkeloos. Want als je dit zegt, ben je goed voor je kind. Zo. Daar heeft de overheid ons maar mooi waar het ons hebben wil. Het gaat onze beleidsmakers trouwens helemaal niet om het welzijn van het individuele kind, staat gewoon in hun beleidsdocumenten, maar wat maakt ‘t uit. De overheid heeft het beste met ons voor en als dat het behoud en de opbouw van human capital is, is dat zo. Even letterlijk dan, in hun eigen woorden, waarom willen ze geen maatregelen op scholen? Hierom:


Uit: Effect maatregelenscenario’s economie van de Rijksoverheid

Ontmenselijking

Ik weet, als je kritiek wil uiten moet dat genuanceerd, enigszins binnen de heersende opinie van het moment, in diplomatieke bewoording en slinger vooral geen schuld. Door iedere harde kritiek weg te zetten als populisme, hebben we mooi een situatie gecreëerd waarin de overheid echt met álles wegkomt. En dan klagen we wel dat ze overal mee wegkomen, maar de harde kritiek is dan vervolgens weer ‘ach, populisme’. De populisten rennen er hardlachend mee weg. Mensen die echt zat hebben van alle leugens, dat het er echt duimendik bovenop ligt en iedereen dan nog steeds doet alsof het waar is omdat we anders als ‘ach, populistisch’ gezien worden, natuurlijk rennen er steeds meer mensen richting die populisten. Al dat redelijk doen is een wurggreep geworden waar we met z’n allen nu in stroomversnelling aan ten onder gaan. Dit behoeft geen diplomatie en redelijke argumenten (vooruit wie ze wil, ik schreef het hier en hier en hier en hier), dit vraagt om een botte bijl en duidelijke taal. Dan maar ‘populistisch’.

Want wat een ranzige smerigheid om te doen alsof we kinderen zo beschermen tegen schade aan hun welzijn. Waar we nu mee bezig zijn is een weerzinwekkende ontmenselijking van het kind. Het kind hoeft blijkbaar niet te leven. Geen feestjes, geen uitjes, geen sint, geen kerst, geen schoolreisjes, geen mijlpalen. Het kind moet doen wat echt belangrijk is voor een mens: theoretische kennis absorberen. Dan maar een paar jaar niet naar opa en oma. We moeten niet net doen alsof die al aan hun laatste levensfase begonnen zijn. Die zien we over een paar jaar wel weer. De cognitieve machine waar leerstof in gepompt moet worden, volgt een strikt tijdspad, waar geen seconde van mag worden afgeweken. Niet, nooit, nimmer. Nou. Hier is een oplossing voor de basisscholen: Maak een einde aan de d/dt regel en je hebt zo vele weken lucht gecreëerd om achterstanden weg te werken. De pandemie levert ons veel nieuwe woorden en uitdrukkingen op, dan kan er ook wel wat ingeleverd worden. Doe niet zo moeilijk.

Het kalf is al verdronken

Over de Nederlandse taal gesproken, we hebben een prachtige uitdrukking waarmee je deze strategie mooi kunt samenvatten. ‘Als het kalf verdronken is, dempt men de put’. Maatregelen nemen als het al te laat is. De scholen sluiten als de zorg al is bezweken is het paard achter de wagen spannen. De scholen als laatste sluiten, och het bekt zo lekker; we doen álles kinderen te ontzien. Maar het is exact wat ons continu in deze problemen brengt. En dat ze uiteindelijk toch weer dichtmoeten, dat kan je op je tien vingers natellen.

We kunnen er tigduizend onderzoeken en metingen op loslaten, tot welke decimaal nauwkeurig zijn kinderen besmettelijk? Alle klinkklare onzin die ‘de’ wetenschap uit de hoge hoed tovert om het maar te maskeren dat de scholen het probleem zijn. Van ‘jongeren raken besmet op de fiets’ tot ‘kinderen besmetten vooral ongevaccineerden’. Van ‘kinderen verspreiden nauwelijks’ tot ‘kinderen dragen bij aan verspreiding, natuurlijk wisten we dat, maar ze zijn niet de motor achter de pandemie, dus is hun rol in verwaarloosbaar’. Natuurlijk willen we dat geloven. Koppel het constant maar weer aan die leerachterstanden, wijdverbreide kindermishandeling en het onverantwoordelijke gedrag van volwassenen en we hebben aan deze leugens genoeg om ons er niet tegen te verzetten. Maar het zijn leugens. Absolute leugens. Niks voortschrijdend inzicht.

Het patroon is gedurende de hele pandemie al hetzelfde. En het is GEEN raketwetenschap. Ieder klein kind op deze wereld kan deze dynamiek prima begrijpen. Het verspreidingspatroon is eenvoudig: overal waar grote groepen mensen bij elkaar komen, verspreidt het virus zich sneller, namelijk via clusters. De groep die op welk bepaald moment van het jaar de meeste sociale contacten heeft, is de motor van de epidemie. We nemen steeds de zomer als startpunt. Prima. In de zomer zijn het de jongvolwassenen. In de rest van de samenleving verspreidt het zich ook, maar zonder die versneller die we clusterverspreiding noemen. Na de zomervakantie nemen een aantal kinderen die besmettingen mee naar school en daar gaat het de school in, de school uit, de school in, de school uit, totdat er binnen of rond de scholen clusters ontstaan.

Je kunt van alles sluiten, maar het blijft rondgaan onder die kinderen. Die nemen het weer mee naar huis, waarvandaan het meegaat naar de werkplek, naar de mantelzorg, naar de grootouders, naar de rest van de samenleving. Die dynamiek doorbreek je alleen als je de verspreiding onder kinderen doorbreekt. En uiteindelijk moet dat ook. Iedere keer weer. Dat weet je van tevoren. Als je de scholen als laatste sluit, weet je dat we heel erg lang met maatregelen zitten in een poging om het in de rest van de samenleving wat te dempen. Het werkt niet. Hoe besmettelijker de variant, hoe moeilijker deze strategie. En ik herhaal, zie ik mijn glazen bol, uiteindelijk moet je die scholen tóch weer sluiten. Alleen dan nadat alles en iedereen al heel veel schade heeft opgelopen. Er vele mensenlevens zijn verloren. En ja, onze kinderen alweer heel wat streepjes bij hebben kunnen turven aan hun leefachterstand. Het is kwalijk en naar en het schaadt ons allemaal. In het bijzonder onze kinderen.

Kudde-immuniteit

Overigens is het absurd dat we steeds maar weer uitkomen op het punt dat de scholen gesloten moeten worden. Bijna overal ter wereld, op echt slechts een paar landen na, worden voorzorgsmaatregelen getroffen op scholen. Weinig verspreiding -> wat voorzorg, veel vespreiding -> veel voorzorg. Maar dan moet je taboes laten varen. De snottebel blijft thuis. Kinderen worden getest. Kan tegenwoordig met een lollytest, dus niet zo moeilijk doen. Voor kinderen gelden dezelfde quarantaineregels als voor iedereen. En als we zien dat de besmettingsgraad omhooggaat, dragen de kinderen een mondneusmasker op school. We geven die klaslokalen uitstekende ventilatie. We laten de kinderen vaker buitenspelen, zodat de lokalen gelucht kunnen worden. En brrr, hoooo, kinderen een mondneusmasker, zelfs de kleinsten? Ja. Doen ze op heel, heel veel plekken wereldwijd. Kunnen ze al anderhalf jaar. Er zijn nul berichten van vreselijke psychische schade, besmettingen via dat masker, onderdrukking of wat dan ook. Wel berichten dat daar waar ze er heel verstandig en strikt mee omgaan, er niet zulke hysterische noodtoestanden zijn als hier, dat scholen niet dichthoeven en dat kinderen slechts af en toe met lockdown-achtige maatregelen worden geconfronteerd.

In al onze superioriteit zijn we totaal inferieur aan de rest van de wereld gebleken. Daar waar ze zich aanpassen en doen wat ze moeten doen, gaat het beter. Ja, zelfs in dat ‘achterlijke’ Afrika. Heet ervaring ofzo, dat wat ze leren in het echte leven. Kunnen ze dan wel een ‘leerachterstand’ hebben vergeleken met ons, op heel veel andere vlakken zijn ze echt vele malen slimmer dan wij. En medemenselijker ook. Daar was kudde-immuniteit nooit een optie. En dat is waar wij nu mee bezig zijn. Onze kinderen immuun maken. Tegen alles en beter weten in. Onze kinderen komen deze pandemie immuun en zonder leerachterstand door, maar ten koste van wat? Hun menselijkheid? Hun ontwikkeling tot mens en hun leven?

Om met de woorden van Elze af te sluiten: Onze kinderen zijn moe. Geef ze leven. Niet door dat virus te laten gaan, maar door het de kinderen niet steeds te laten verspreiden totdat werkelijk alles vastloopt.

Ik hoef niet te stressen over mijn cijfers, maar ik stress wel. Ik kan niet meer. Je kan niet van ons verwachten dat onze spanningsboog, onze motivatie en onze leerlust hetzelfde is als een jaar geleden. Want het afgelopen jaar is het meest stressvolle jaar van mijn leven geweest. Het meest stressvolle jaar van al onze levens. Want naast de angst voor het verliezen van onze familieleden, de constante spanning van wel of niet naar school mogen, om de maand nieuwe maatregelen moeten toepassen op onze chaotische levens en dagelijks strugglen met jezelf achter die computer zetten, hebben we ook geen outlet gehad. We hebben niet gesport zoals we altijd deden. Niet gepraat en gefeest. We hebben die verdriedubbelde stress van ons ‘corona-examenjaar’ opgekropt in onze door hormonen overstroomde hoofden. We zijn moe.

Elze van Houtum in de Volkskrant



Voetnoot:
Van eind 2006 t/m 2014 deed ik in Sierra Leone onderzoek naar de herintegratie van voormalig kindsoldaten (en andere onderwerpen, dit was hoofdonderwerp). In die zelfde periode draaide ik een scholings- en vaardighedenproject voor ex-kindsoldaten en onderzocht de ontwikkelingen. Uit 1e deel van mijn onderzoek bleek nl dat problemen met herintegratie van voormalig kindsoldaten zonder uitzondering op 1. gemis aan zorgende ouder 2. terugkeer naar oude gemeenschap niet mogelijk en 3. gebrek aan onderwijs/vaardigheden waren. 
Voor alle moeilijkheden probeerden we een oplossing te zoeken in NGO verband. Scholings- en vaardigheidsprojecten moesten ex-kindsoldaten helpen weer terug te keren naar de maatschappij, dat was ook hun diepste wens. Ik deelde ze in in een aantal groepen > 1. een deel kreeg alleen praktische ondersteuning 2. een deel kreeg deels financiële ondersteuning 3. een deel kreeg volledige financiële ondersteuning (ook voor onderdak, voeding etc). Uiteindelijk deed groep 1 het het beste. Waarom? De andere 2 groepen kregen eindelijk een  vangnet waardoor zij eerst andere gemiste ontwikkelingen door moesten maken. Banden met sociale omgeving, status opbouwen, uitgaan, jong zijn, onverantwoordelijk zijn, verliefd worden, etc, etc. etc. In mijn onderzoek verlegde ik focus op ontwikkelingsinterferenties. 
Vrijwel zonder uitzondering hadden deze ex-kindsoldaten gewoon tijd nodig om op andere vlakken hun leven weer op poten te zetten, en andere ontwikkelingen door te maken, voordat zij zich konden toeleggen op het aanleren van theoretische kennis of praktische vaardigheden.  Bijna allemaal zijn ze inmiddels goed terechtgekomen en de stichting heeft zich daarom opgeheven, doel bereikt. Is onderwijs belangrijk voor kinderen? Ik zeg volmondig JA. Het is heel belangrijk. Maar er is meer belangrijk dan tegen alles in doorgaan met fysiek onderwijs. Kinderen hebben gevoelens, twijfels, angsten en behoeften tot ontwikkelen buiten onderwijs om. Kinderen hebben in de eerste plaats hun ouders nodig voor dat veilige vangnet en een functionerende maatschappij. Wat mij altijd zo greep in Sierra Leone was de uitspraak van kindsoldaten: zelfs in de bush speelden we, ieder moment dat dat mogelijk was. Dat is goed om te onthouden.
Deel op:
Liminaliteit. Tussen het oude, en het nieuwe normaal.

Liminaliteit. Tussen het oude, en het nieuwe normaal.

Leestijd 6 minuten

Overdonderd. Verbijsterd. Murw. Vertwijfeld. Zoveel vragen, geen antwoorden. Bij mij, althans. De persconferentie, de talkshows, de sociale media, alles kakelt door elkaar heen. Sterke meningen. Iedereen houdt vast aan zijn eigen ideeën. Zoveel stelligheid. Ik begrijp het niet meer. In een kwartiertje persconferentie ben ik, merk ik, in één klap buiten de samenleving komen te staan. Ik weet niet zoveel als jullie. Iedereen heeft gelijk. Niemand heeft gelijk. Voor alle meningen is iets te zeggen. Als je het bekijkt vanuit al die verschillende perspectieven. Dat is wat deze situatie intens moeilijk maakt. Zoveel onzekerheid. Zoveel chaos. En in zo’n hele grote wirwar aan emoties, meningen, belangen en bedreigingen die als een klem over de samenleving heen liggen, zou je een leider willen zien die de gemoederen bedaart. Die mededogen toont. Menselijkheid. Compassie. En toch ook redelijkheid en daadkracht. Je zou een leider willen zien waarvan je weet: die overziet de boel. Hij heeft het kompas. Hij weet waar we heengaan. Welke gevaren we onderweg tegenkomen. We komen hoe dan ook thuis.

Hoe ze het doen, ik weet het niet, maar wij hebben leiders die de verwarring niet alleen niet weten weg te nemen, ze zwengelen het aan. Niks mededogen en compassie. De wijzende vinger naar ons, wij leven de maatregelen niet goed na. En de gesloten houding, armen over elkaar, op onze kritiek over hen.

Ik heb dat gevoel wel vaker bij dit duo. Dat echt niets van wat wij doen of zeggen bij hen aankomt. Je kan moord en brand schreeuwen, deze twee horen het niet eens. Ze zitten vast in hun eigen agenda. Ze maakten zulke vreselijke fouten, maar nooit komt de reflectie. Je mag ze er niet eens op aanspreken. Dan staan ze verongelijkt, armen over elkaar, laatdunkend te gnuiven. Wij zien het verkeerd. Zij doen alles goed en wij niet. En omdat wij het niet goed doen, moeten zij nu weer maatregelen nemen. Of we even een tandje bij willen zetten met ons gedrag. En de voorlichtingstaken van VWS over willen nemen, want nu moeten wij zelf mensen maar gaan overtuigen van die prik.

Dat opdringen van die vaccins, het werkt averechts. Mensen die vanuit een bepaalde overtuiging echt niet willen vaccineren en kunnen weigeren, die haal je hier niet mee over de streep. Het zijn vooral de jonge mensen die zullen toegeven. Een generatie die we leren dat je vaccineert om naar de bioscoop te kunnen of naar een café, of misschien binnenkort zelfs wel om naar school of werk te kunnen. Ik vraag me af hoe handig dat is. Gerede kans dat je een generatie creëert die straks met een grote boog om het rijksvaccinatieprogramma heenloopt. Dan heb je meer verloren dan je hebt gewonnen. En voor wat? Hoe zinvol is een systeem waarbij we 100% leunen op vaccins, die je constant moet blijven boosten? Daar geven we voor onbepaalde tijd hele belangrijke rechten voor op. Zo, pats boem, in een kwartiertje persconferentie. Alsof het niets is.

Toch die tweesporensamenleving. Of eigenlijk zijn het er meer. Want naast de mensen die de prik weigeren, zijn er de mensen die die prik helemaal niet kunnen nemen. Of bij wie die prik gewoon niet voldoende bescherming biedt. Van Dissel schatte hun aantal op zo’n 700.000. Zevenhonderdduizend mensen die al anderhalf jaar geïsoleerd zijn van de samenleving. Mensen die niet eens genoemd worden. We vergeten voor het gemak maar even dat ze bestaan. “Nou ja eh, je kan niet de hele samenleving stilleggen voor die 700.000 mensen,” is een veelgehoord argument. Zo even uit de heup geschoten. En dan de verpleeghuizen. Dat blijft een plek waar dat virus huishoudt, wat je ook doet. Zolang er transmissie is, blijft het een zwakke plek. Ach. Het is niet anders. Het is niet anders, het kan niet anders, verder niet over nadenken. Of handelen. We doen gewoon of het niet bestaat. Mensen met hartfalen, diabetes type I, die bepaalde medische behandelingen krijgen waardoor het immuunsysteem niet goed werkt.

2G is de oplossing die de overheid het beste uitkomt en dus komt het er. Punt. En intussen komen er wat maatregelen. Waar ze vandaan komen of waar ze op zijn gebaseerd? Voor mij lijken ze uit de lucht te komen vallen. Hoe het uitkomt in het Catshuis, zeg maar. We moeten iets doen, wat dacht je van de theaters? Teveel ophef, doen we gewoon de horeca, daar kunnen nog wel wat faillissementen vallen, dus huppakee. Ze doen maar wat. En wie er doodgaat, gaat dood. Het wordt niet eens genoemd. Als je een lange lijst met totaal verwarrende maatregelen met een ernstig gezicht oplepelt, dan voelen ze tenminste zwaar, zal Rutte gedacht hebben. Niet voor het virus. Explosieve groei zagen ze al op zoveel plekken. Hele huishoudens raakten besmet in India, Indonesië, Tibet, de VS. De kroegdeur gaat dicht, de schooldeur blijft wagenwijd open. Delta vindt ze feilloos en snel, die vatbaren. Maar ach, dat was natuurlijk niet in Nederland.

Dus verbaasd. Verward. Perplex ook. Op geen enkele manier heb ik in dit beleid een poging gezien om de samenleving aan elkaar te lijmen. Het begon met het beschermende muurtje, dat mensen gewoon buitensloot, ook al willen we net doen alsof we het met z’n allen deden. Het is niet waar. En ook nu kunnen we enkel oplossingen bedenken, waar we mensen mee buiten de samenleving plaatsen. Dat vinden we niet erg, want daar hebben die mensen het zelf naar gemaakt, hoor ik vaak. Zij wilden mensen met een verhoogd risico op ernstig covid opsluiten, nu weten ze hoe het voelt. Kan ik me voorstellen, die reactie. Maar uiteindelijk zijn we toch één samenleving. En dat burgers deze sentimenten over elkaar voelen, natuurlijk. Dan kijken we op naar onze leiders, om daar rust en rede in aan te brengen. Om iedereen te beschermen, tegen elkaar en tegen het virus. Maar zulke leiders hebben we niet. Onze leiders droppen die bom en laten ons achter met die chaos. ‘Advies van het OMT, u doet het er maar mee’.

Chaos. Chaos in mijn gedachten, want intussen weet ik niet meer wat ik vind. Moeten we echt alles opofferen voor de volksgezondheid? Hoe ver moet die bescherming gaan? Wat blijft er over van onze samenleving op deze manier? Is dit het waard? Chaos in de samenleving. In de antropologie noemen we zoiets liminaliteit. Een overgangsfase. Tussen twee werelden. Het oude is weg en het nieuwe moet nog komen. Een periode van grote onzekerheid. En deze periode is, het behoeft geen uitleg, precair. Voor de samenleving als geheel, maar ook voor de individuen die die samenleving maken. Een periode waarin onze rollen veranderen, onze gedragingen steeds afgewogen moeten
worden en waarin we nieuwe normen en waarden moeten formuleren.

Onze cultuur biedt geen vangnet, geen oplossingen, geen antwoorden. Om samen naar de nieuwe fase te gaan, zullen we een nieuw samen moeten creëren. Door samen onze normen en waarden te formuleren. Wat behouden we en welke nieuwe waarden maken we ons eigen? Maar dat gebeurt niet. Door een overvloed aan onduidelijkheden en inconsistentie bij de overheid, worden we vooral op onszelf teruggeworpen. We vallen terug op onze persoonlijke, menselijke behoeften. Het is vechten voor je eigen stukje wereld. Ieder voor zich. Is zo’n samenleving klaar om een 2G systeem in te voeren? Ik denk van niet. Het vertrouwen is er niet. Niet in de overheid, niet in elkaar. De onzekerheden te groot. 2G mag de verspreiding dan remmen en ook al is het ‘tijdelijk’, het laat hoe dan ook permanente sporen na. En die sporen kunnen diep zijn. Is het nodig? Geen idee. We hebben het meeste nog helemaal niet gedaan. Ventilatie op scholen, bijvoorbeeld. Snottebellen thuis. Een verantwoordelijker houding als het gaat om het doorgeven van besmettelijke ziekten. Mondneusmaskers. We hebben het allemaal nog niet serieus geprobeerd.

Is 2G nodig? Kunnen we niet anders? Moeten we maar inschikken? Ik weet het echt niet. Wat ik wel weet, is dat we na bijna twee jaar corona nog altijd niets van dat virus begrijpen. En dat dat totaal krankzinnig is. Het is nog steeds het domein van de ‘virologen’ die voor ons beslissen wat goed voor ons is. Hoe onze toekomstige samenleving eruit moet zien. Vanuit hun gekleurde bril. Ik zie andere mogelijkheden. Of nou ja, dat weet ik eigenlijk ook niet. Maar het is wat ik hoop. Dat we kunnen beginnen bij die basismaatregelen. Die maatregelen waar wij ons niet goed genoeg aan zouden houden. Ik zie dat precies andersom. Want de basis die bij die maatregelen hoort, de kern van infectieziekten bestrijding, het heeft hier nooit bestaan. Laagdrempelig testen, echt goed bron en contactonderzoek, het isoleren van de zieken en de quarantaine van al hun contacten, het is hier allemaal niet gedaan. Dus voordat we overgaan op 2G, laten we vooral 1G niet overslaan: Getest. En laat iemand Rutte intussen een kompas geven. Een kompas dat niet steeds terugleidt naar het Catshuis. Een kompas dat ons in die liminaliteit, die chaos, enigszins stabiel op koers houdt, richting een nieuw normaal waar we allemaal meedoen. Zeker ook die zevenhonderdduizendmensen die we hebben achtergelaten op de kade.

Deel op: